Home › Nunspeet › Document
Informatievoorziening gemeenschappelijke regelingen.
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Nunspeet |
| Datum | 2026-10-15 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Programmabegroting
2027-2030
23 juli 2026
Inhoudsopgave
Voorwoord 3
1. Inleiding 4
2. Missie, opgaven, visie 6
3. Programma’s 8
Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing
Programma 2. Brandweerzorg
Programma 3. GHOR
Programma 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer Multi (MKON-MKBM)
Programma 5. Directie en Control
Programma 6. Bedrijfsvoering
Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen
Programma 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)
4. Paragrafen 23
4.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen
4.3 Financiering en Treasury
4.4 Bedrijfsvoering
4.5 Verbonden partijen
4.6 Openbaarheidsparagraaf
5. Financiële begroting 36
5.1 Kaders en uitgangspunten
5.2 Beleidsregels en uitgangspunten reserves
5.3 Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten
5.4 Personeelslasten
5.5 Overzicht van baten en lasten
5.6 Overzicht taakvelden, beleidsindicatoren en financiële kengetallen
6. Uiteenzetting financiële positie 46
6.1 Geprognosticeerde balans
6.2 Overzicht reserves en voorzieningen
6.3 Overzicht kredieten
Bijlagen 53
Bijlage 1. Kerngegevens
Bijlage 2. Gemeentelijke bijdrage 2027 en prognose 2028-2030
Bijlage 3. Overzicht programma 8
Bijlage 4. Overzicht van de gekwantificeerde- en niet-gekwantificeerde risico’s
Pagina 2 van 58
Voorwoord
Voor u ligt de programmabegroting 2027–2030 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelder-
land (VNOG). Een document dat niet alleen onze financiële kaders schetst, maar vooral richting
geeft aan hoe wij ons als organisatie blijven ontwikkelen in een omgeving die steeds complexer
wordt. De afgelopen jaren hebben laten zien dat crises zich onverwacht kunnen aandienen en
vaak meerdere domeinen tegelijk raken en dat ontwikkelingen en (globale) dreigingen onvoor-
spelbaar zijn en snel grote impact kunnen hebben. De samenleving vraagt om een robuuste
VNOG, met een stevige basis, wendbaarheid en vooral: weerbaarheid.
Weerbaarheid betekent voor VNOG meer dan het kunnen optreden tijdens incidenten. Het gaat
om het versterken van onze mensen, onze processen en onze informatiesystemen, zodat we
onze wettelijke taken continue, betrouwbaar en toekomstbestendig kunnen uitvoeren. Alleen zo
kunnen onze inwoners en gemeenten blijvend op ons rekenen als het er op aan komt. En kunnen
wij aan hen die ondersteuning bieden die zij nodig hebben bij het vergroten van hun eigen weer-
baarheid. Dat doen we in een tijd van oplopende kosten, toenemende krapte op de arbeids-
markt en hoge verwachtingen van inwoners en partners. Juist daarom is het van belang om onze
middelen doelmatig in te zetten en voortdurend kritisch te blijven kijken naar de balans tussen
ambities en beschikbare capaciteit.
De begroting die voor u ligt, laat zien hoe we deze balans willen realiseren. We investeren gericht
in professionalisering, digitale weerbaarheid, opleiden & trainen, continuïteit, en in het borgen
van een robuuste bedrijfsvoering. Tegelijkertijd blijven we zoeken naar slimme oplossingen, sa-
menwerking en innovatie om onze organisatie verder te versterken.
Ik wil alle medewerkers en partners binnen de regio bedanken voor hun voortdurende inzet en
betrokkenheid. En speciaal woord van dank aan onze deelnemende gemeenten voor het ge-
toonde vertrouwen. Samen bouwen we aan een weerbare VNOG die voorbereid is op de uitda-
gingen van morgen, die u ondersteunt als u ons nodig heeft, en die blijft staan voor veiligheid in
onze regio.
Namens het dagelijks bestuur VNOG,
J. Joon
portefeuillehouder Middelen
Pagina 3 van 58
1. Inleiding
De rode draad in deze programmabegroting 2027-2030 zijn de vijf Opgaven van VNOG die staan
in het regionaal beleidsplan. Alle doelstellingen en activiteiten in de programma’s in deze begro-
ting zijn gerelateerd aan deze vijf Opgaven. De Opgaven vormen het concrete antwoord van
VNOG op de vragen van de samenleving.
In het regionaal beleidsplan zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten/ambities benoemd
op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Met deze
speerpunten geven we een antwoord op de (maatschappelijke) ontwikkelingen die we voor ko-
mende jaren voorzien. Daarmee blijft VNOG voorbereid op de toekomst. Verder blijft het thema
‘Weerbaarheid’ ook een belangrijke rol spelen. VNOG ondersteunt de samenleving in het vergro-
ten van weerbaarheid, versterkt haar eigen continuïteit en weerbaarheid en bereidt zich voor om
haar rol te pakken, mocht zich een verstoring voordoen.
Het financiële effect van de op 19 maart 2026 door het AB vastgestelde Kadernota 2027-2030 is
verwerkt in deze begroting. Dit betreft onder andere de toegepaste ramingsgrondslagen, loon-
en prijsindices, ontwikkelrichtingen en autonome ontwikkelingen. Tevens is in deze begroting de
besteding van de Weerbaarheids-BDuR verwerkt, zoals op 19 maart 2026 door het AB besloten.
Dit betreft de middelen vanuit het Rijk die specifiek voor dit onderwerp dienen te worden inge-
zet. Tenslotte zijn in deze begroting de risico's herijkt in vervolg op wat daarover is opgenomen in
de Kadernota 2027 en de jaarrekening 2025.
VNOG moet, met alle ontwikkelingen om haar heen, de gezondheid van haar bedrijfsvoering be-
waken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Deze tijd vraagt om een ro-
buuste VNOG die klaar staat voor haar inwoners. Hiervoor heeft VNOG ook de gemeenten nodig.
Gemeenten staan echter ook voor grote, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook ko-
mende jaren verdere invloed gaan krijgen. VNOG heeft hier oog voor en probeert door slimme
samenwerkingen en efficiënte inzet van middelen, kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken.
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de koers van de VNOG zoals verwoord in het beleidsplan (missie, visie en
Opgaven). In hoofdstuk 3 staan de programma’s en welke activiteiten in 2027 worden uitge-
voerd met welke middelen, alsook de indicatoren waarmee de voortgang op de Opgaven perio-
diek wordt gemeten. Hoofdstuk 4 bevat de verplichte paragrafen. In hoofdstuk 5 Financiële be-
groting worden de kaders en uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2027 – 2030 beschre-
ven. In hoofdstuk 6 wordt de financiële positie uiteengezet. Daarna volgen bijlagen met diverse
(onder andere financiële) overzichten.
Pagina 4 van 58
Pagina 5 van 58
2. Missie, opgaven, visie
Vragen van de samenleving en Missie
De samenleving stelt primair twee vragen aan VNOG:
• Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises).
• Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren (gevaar te voorkomen/mezelf
te helpen).
Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan ons. Wij beant-
woorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veilig-
heidsregio’s. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”.
Opgaven
Met onze Opgaven beantwoorden wij de twee vragen van de samenleving:
• Opgave 0: Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises
• Opgave 1: Zelfredzaam & risicobewust
• Opgave 2: Vakbekwaam & deskundig
• Opgave 3: Sterke informatiepositie
• Opgave 4: Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (gezonde bedrijfsvoering)
De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder deze op-
gavegerichte begroting.
Visie
De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. De visie luidt als volgt:
• Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond ge-
woond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.
• VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid.
• VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen.
• Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening:
o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend
materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer).
o VNOG coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen/crises (GHOR).
o Samen met partners (o.a. gemeenten) bereiden we ons voor op crises en bestrijden
die (Multidisciplinaire crisisorganisatie).
• VNOG zet in op zelfredzaamheid. Wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om die te
vergroten, stimuleren veilig gedrag en helpen gemeenten goede vergunningen te verlenen.
• VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data. Daarmee beoordelen we risico’s en we
gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij de bestrijding.
• Wij voeren alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit, zoals oefenen, oplei-
den, inkoop, onderhoud en alle achterliggende administratie.
• VNOG zet in op samenwerking met vele partners, want die is waardevol, noodzakelijk en on-
misbaar: regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal.
• Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij samen met part-
ners uitvoering aan onze missie: ‘Samen werken aan veiligheid’
De missie, opgaven en visie staan in het regionale beleidsplan 2025-2028.
Pagina 6 van 58
Speerpunten 2025-2028
In het regionaal beleidsplan 2025-2028 zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten benoemd
op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Op een
tweetal speerpunten hebben we de ambitie om te excelleren. De activiteiten op de speerpunten
komen in de begroting terug bij de betreffende afdelingen. Op de voortgang van de activiteiten
van de speerpunten wordt in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd. In overzicht:
Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises
• De reguliere taken op deze Opgave
• Speerpunt: Crisisbeheersing
• Speerpunt: Grensoverstijgende samenwerking
• Speerpunt: Natuurbrandbeheersing (excelleren)
Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust
• De reguliere taken op deze Opgave
• Speerpunt: Risicobewust maken van de samenleving (gedragsinterventies) (excelleren)
Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig
• De reguliere taken op deze Opgave
Opgave 3. Sterke informatiepositie
• De reguliere taken op deze Opgave
• Speerpunt: Informatievoorziening
Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers
• De reguliere taken op deze Opgave
• Speerpunt: Arbeidsmarkt
Het thema ‘Weerbaarheid’ speelt zich af op diverse Opgaven van VNOG; alle afdelingen zijn
hierbij betrokken.
Indicatoren, kengetallen
VNOG gebruikt diverse indicatoren etc. om op de voortgang te rapporteren. Op de prestatiekaart
wordt twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties via indicatoren toegelicht. De kaart is
ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. De
prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening, zodat op een het-
zelfde moment over zowel de voortgang van prestaties, beleidsinhoud als financiën wordt ge-
rapporteerd. Daarnaast zijn in de diverse paragrafen van deze begroting ook kengetallen, ratio’s,
grondslagen, etc. opgenomen, alsook de verplichte beleidsindicatoren vanuit het BBV.
Pagina 7 van 58
3. Programma’s
3.1. Programma: 1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder: dhr. J. Joon (plv.)
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises
1. Zelfredzaam en risicobewust
2. Vakbekwaam en deskundig
3. Sterke informatiepositie
De afdeling Risico- en Crisisbeheersing (RCB) heeft een breed takenpakket en is betrokken in
verschillende fasen van de veiligheidsketen. RCB werkt risicogericht met als basis het regionaal
crisisplan, beleidsplan, regionaal risicoprofiel en het dienstverleningsconcept. Daarbij gaat het
onder andere over het analyseren van risico’s, het adviseren op omgevingsvisies, -plannen, -
projecten en -vergunningen, het adviseren en voorlichten van inwoners in het kader van zelfred-
zaamheid en risicobewustwording. Ook bouwt RCB aan een robuust netwerk met partners in
veiligheid waaronder gemeenten. Samenwerkingsafspraken leggen wij vast. RCB bereidt de cri-
sisorganisatie voor op mogelijke incidenten, rampen en (langdurige)crises en het biedt informa-
tie aan operationele functionarissen.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises.
a. Vergroten weerbaarheid/veerkracht samenleving en (crisis)organisatie. RCB:
• faciliteert en regisseert een breed regionaal platform waar kennis vanuit de samenleving
wordt samengebracht en waar crisispartners bijeenkomen ter bevordering van weerbaar-
heid en veerkracht;
• ondersteunt VNOG-gemeenten in hun crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en cri-
siscommunicatie. Bereidt de collegiale visitatie voor gericht op versterking crisisbeheersing.
• geeft uitvoering aan het programmaplan Weerbaarheid;
• verwerkt de uitkomsten uit de collegiale visitatie van 2026 gericht op versterking crisisbe-
heersing.
1. Zelfredzaam en risicobewust
a. Vergroting van de (maatschappelijke) weerbaarheid en veerkracht. RCB:
• werkt aan de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing;
• versterkt de veerkracht en weerbaarheid van inwoners;
• voert het excelleerplan ‘gedrag en veilige leefomgeving 2025-2028’ uit.
2. Vakbekwaam en deskundig
a. Netwerk met (internationale) partners voor crisisbeheersing verder vormgeven. RCB:
• versterkt de samenwerking in Oost-Nederland, met het Rijk en Duitsland;
• zet randvoorwaarden neer ter voorbereiding op een internationale oefening in 2027.
b. Als netwerkpartner toegerust zijn om tijdig (integrale) veiligheidsadvisering te verlenen. RCB:
• versterkt de vaardigheden van adviseurs, gericht op het toepassen van de risicogerichte ad-
visering;
• monitort Bevolkingszorg aan de hand van de tool en schakelt bij waar nodig.
Pagina 8 van 58
c. Deelnemers multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend.
RCB:
• verbetert de crisisorganisatie vanuit het lerend vermogen (als onderdeel van kwaliteitszorg);
• bereidt de crisisorganisatie voor in het kader van militaire dreiging en continuïteitvraagstuk-
ken;
• werkt mee aan de oprichting van een landelijk kennis- en Expertisecentrum Natuurbrand.
3. Sterke informatiepositie
a. Informatie als basis voor risicogerichte advisering. RCB:
• brengt gevraagd en ongevraagd advies zowel in de ontwerp- als de gebruiksfase van de pu-
blieke/fysieke leefomgeving vanuit een helder informatiebeeld.
b. VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s. RCB:
• monitort continu risico’s en dreigingen en deelt deze met de operationele organisatie en
netwerkpartners;
• past het informatiegestuurd werken toe, zowel internationaal, in Oost-5 en met de kolom-
men;
• levert een bijdrage in de ontwikkeling van het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5
voor KCR-2 (Knooppunt Rijk-Regio’s).
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Personele kosten Baten 3 28.239 - - - - -
Lasten 8 .761.937 9 .074.650 9 .643.700 9 .603.700 9 .563.700 9 .563.700
Saldo - 8.433.698 - 9.074.650 - 9.643.700 - 9.603.700 - 9.563.700 - 9.563.700
Vakbekwaam worden en blijven Baten - - - - - -
Lasten - - 2 20.000 2 20.000 2 20.000 2 20.000
Saldo - - - 220.000 - 220.000 - 220.000 - 220.000
Regionaal Brandmeldsysteem Baten - - - - - -
Lasten - - - - - -
Saldo - - - - - -
Projecten Baten 6 67.284 - - - - -
Lasten 7 67.779 8 56.095 - - - -
Saldo - 100.495 - 856.095 - - - -
Overig Baten 7 06.545 - - - - -
Lasten 1 .769.776 1 .357.520 8 60.870 8 97.570 8 57.570 8 57.570
Saldo - 1.063.231 - 1.357.520 - 860.870 - 897.570 - 857.570 - 857.570
Rente en afschrijving Baten - - - - - -
Lasten 9 41 2 .000 2 .000 - - -
Saldo - 941 - 2.000 - 2.000 - - -
Totaal saldo baten en lasten - 9.598.365 - 11.290.265 - 10.726.570 - 10.721.270 - 10.641.270 - 10.641.270
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten 3 48.538 8 26.095 - - - -
Lasten 6 14.081 - - - - -
Saldo reserves - 265.543 8 26.095 - - - -
Resultaat - 9.863.908 - 10.464.170 - 10.726.570 - 10.721.270 - 10.641.270 - 10.641.270
Pagina 9 van 58
3.2. Programma: 2. Brandweerzorg
Programmahouder: dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises
2. Vakbekwaam en deskundig
3. Sterke informatiepositie
De afdeling Brandweerzorg (BWZ) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten
af te handelen. Deze taak wordt op een doeltreffende en veilige wijze voorbereid en onder-
steund door aandacht te hebben voor Materieel & Logistiek, Vakbekwaamheid en Nazorg. Te-
vens heeft BWZ de juiste informatie op de juiste wijze en op het juiste moment beschikbaar, zo-
dat voorafgaand en ten tijde van een incident adequaat kan worden opgetreden.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises
a. Bieden van zo snel mogelijke hulp aan burgers, dieren, bedrijven en instellingen door effec-
tieve en kwalitatieve brandweerzorg, afgestemd op de risico’s in het gebied van VNOG. BWZ:
• werkt voor een weerbare samenleving aan het op orde houden van de eigen bedrijfs-
continuïteit;
• maakt nieuw beleid voor bluswatervoorzieningen in relatie tot klimaatverandering;
• bouwt verder aan de repressieve organisatie voor de nieuwe 1-post Apeldoorn;
• versterkt de samenwerking met de Grensliaisons t.b.v. de grensoverstijgende coördinatie;
• gaat voor natuurbrandbestrijding starten met een pilot “Progressive hose lay”, een inzettac-
tiek waarbij speciale blusslangen onder waterdruk verlengd kunnen worden;
• doet een definitieve evaluatie van de Regeling Kazerne dagdiensten posten Zutphen –
Doetinchem;
• rondt de plannen af voor het robuuster inrichten van de piketten voor operationele leiding en
start met de implementatie;
• gaat op basis van het inspectierapport bijdragen aan een nieuw landelijk overzicht qua slag-
kracht om te kunnen toetsen aan het nieuwe landelijke risicoprofiel;
• start een onderzoek naar de bereikbaarheid van kazernes voor vrijwilligers gelet op de
mobiliteitsplannen van gemeenten;
• levert brandweerzorg vanuit een compact, slagvaardig, fijnmazig netwerk van brandweer-
posten met repressieve medewerkers die veilig, doeltreffend (bekwaam) optreden, conform
Dekkingsplan; met toepassing van dynamisch alarmeren en Uitruk op Maat (TS-Flex).
b. Materieel en materiaal is functioneel en doelmatig en is 24/7 beschikbaar voor uitruk en vak-
bekwaam worden én blijven conform het dekkings- en spreidingsplan. BWZ:
• werkt verder aan de implementatie van de nieuwe tankautospuiten en de vervanging van een
groot deel van de dienstvoertuigen door elektrische exemplaren;
• levert een maximale inspanning om blootstelling aan schadelijke stoffen als PFAS te beper-
ken door het versterken van werkprocessen en de inzet van RFID-techniek;
• versterkt haar slagkracht door een duidelijke en uniforme werkwijze, gebiedsonafhankelijk.
2. Vakbekwaam en deskundig
a. Personeel is vakbekwaam om operationeel op te treden. BWZ:
• volgt nauwlettend de landelijke ontwikkelingen in het brandweeronderwijs en participeert
waar mogelijk;
Pagina 10 van 58
• werkt aan een doorontwikkeling middels nieuwe aanbestedingen voor realistisch oefenen,
de inzet van VR-middelen, kennisclips en lesplannen;
• start met het Management Development traject voor postcommandanten.
b. Processen en procedures zijn afgestemd op de aanwezige risico’s in het gebied. BWZ:
• zorgt dat processen en procedures actueel zijn en aansluiten op het risicoprofiel en op el-
kaar;
• zorgt dat procedures zodanig zijn ingericht dat zij informatie verstrekken of toepasbaar zijn
tijdens het bestrijden van incidenten en zorgen voor verbinding met externe partners.
c. Adequate nazorg voor repressieve medewerkers. BWZ:
• ondersteunt eigen personeel bij o.a. bij traumatische ervaringen;
• voert evaluaties van incidenten uit in het kader van leren van incidenten.
3. Sterke informatiepositie.
a. Inzicht in gegevens door informatiegestuurd werken. BWZ:
• gaat verder op de ingeslagen weg van doorontwikkeling en participatie, zowel regionaal als
landelijk voor actuele thema’s als energietransitie, vrijwilligheid en natuurbrandbestrijding.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Personele kosten Baten 1 67.341 - - - - -
Lasten 1 2.122.671 1 2.248.000 1 2.943.800 1 2.708.200 1 2.577.800 1 2.577.800
Saldo - 11.955.330 - 12.248.000 - 12.943.800 - 12.708.200 - 12.577.800 - 12.577.800
Vrijwilligers vergoedingen Baten 8 .893 - - - - -
Lasten 9 .567.171 9 .334.000 1 0.024.700 1 0.024.700 1 0.024.700 1 0.024.700
Saldo - 9.558.278 - 9.334.000 - 10.024.700 - 10.024.700 - 10.024.700 - 10.024.700
Vrijwilligers overig Baten - - - - - -
Lasten 2 41.221 2 63.800 2 63.800 2 63.800 2 63.800 2 63.800
Saldo - 241.221 - 263.800 - 263.800 - 263.800 - 263.800 - 263.800
Operationele voorbereiding Baten - - - - - -
Lasten 1 1.498 1 8.000 1 8.000 1 8.000 1 8.000 1 8.000
Saldo - 11.498 - 18.000 - 18.000 - 18.000 - 18.000 - 18.000
Materieel en logistiek Baten 3 45.193 - - - - -
Lasten 3 .057.079 3 .040.005 2 .857.005 2 .862.005 2 .862.005 2 .862.005
Saldo - 2.711.886 - 3.040.005 - 2.857.005 - 2.862.005 - 2.862.005 - 2.862.005
Vakbekwaam worden en blijven Baten - - - - - -
Lasten 3 .421.911 3 .777.810 3 .607.810 3 .607.810 3 .607.810 3 .596.810
Saldo - 3.421.911 - 3.777.810 - 3.607.810 - 3.607.810 - 3.607.810 - 3.596.810
Overig Baten 8 7.823 8 4.000 8 4.000 8 4.000 8 4.000 8 4.000
Lasten 7 4.757 1 05.240 1 05.240 1 05.240 1 05.240 1 05.240
Saldo 1 3.067 - 21.240 - 21.240 - 21.240 - 21.240 - 21.240
Rente en afschrijving Baten - - - - - -
Lasten 5 .019.745 8 .681.140 1 1.050.000 1 0.684.000 1 0.421.000 1 0.232.000
Saldo - 5.019.745 - 8.681.140 - 11.050.000 - 10.684.000 - 10.421.000 - 10.232.000
Totaal saldo baten en lasten -32.906.802 -37.383.995 -40.786.355 -40.189.755 -39.796.355 -39.596.355
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten 6 87.726 4 92.140 8 0.000 - - -
Lasten 7 43.103 - - - - -
Saldo reserves -55.377 492.140 8 0.000 - - -
Resultaat -32.962.179 -36.891.855 -40.706.355 -40.189.755 -39.796.355 -39.596.355
Pagina 11 van 58
3.3. Programma: 3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in
de Regio (GHOR)
Programmahouder: dhr. W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises
1. Zelfredzaam en risicobewust
2. Vakbekwaam en deskundig
3. Sterke informatiepositie
De GHOR is vanuit de Wet veiligheidsregio’s belast met de coördinatie, aansturing en regie van
de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises. Daarnaast is de GHOR verantwoordelijk
voor de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. De GHOR bevordert dat
zorgorganisaties tijdens crisissituaties samen één hulpverleningsketen vormen en optimaal sa-
menwerken met andere hulpdiensten. Daarnaast bevordert de GHOR dat zorgorganisaties con-
tinuïteit van zorg bieden onder alle omstandigheden. De GHOR opereert daarbij op het snijvlak
van zorg, veiligheid en openbaar bestuur.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises.
a. Beschikbaarheid van een 24/7 parate en professionele crisisorganisatie GHOR. De GHOR:
• voorziet 24/7 in een professionele, zichtbare en goed geoutilleerde crisisorganisatie GHOR.
b. Optimale samenwerking met en advisering over zorg, veiligheid en openbaar bestuur, om ke-
tencontinuïteit van zorg te bevorderen en slachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen of hen de
best beschikbare zorg te laten bieden. Zorgorganisaties zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor
het bieden van verantwoorde zorg onder alle omstandigheden. De GHOR:
• adviseert en werkt samen met GGD, acute- en niet acute zorgorganisaties in de voorberei-
ding op én tijdens rampen en crises. Hiertoe maakt de GHOR o.a. afspraken, monitort voor-
bereidingen, bevordert publieke gezondheid, organiseert themabijeenkomsten, ac-
countoverleggen en oefeningen, en neemt deel aan ROAZ-overleggen;
• adviseert en werkt samen met multidisciplinaire partners in de voorbereiding op en tijdens
rampen en crises. Hiertoe draagt de GHOR o.a. bij aan regionale en operationele planvor-
ming;
• adviseert structureel in het kader van veiligheid en gezondheid, o.a. in de advisering bij eve-
nementen, omgevingsveiligheid, zorgcontinuïteit, nieuwe risico’s en incidenttypen;
• volgt ontwikkelingen en draagt bij aan doorontwikkeling en innovatie;
• werkt waar mogelijk bovenregionaal en landelijk samen, gebruikt waar nodig bestuurlijke
overlegstructuren voor strategische beïnvloeding en zet communicatie in.
1. Zelfredzaam en risicobewust.
a. Optimale weerbaarheid van de zorgsector en van de samenleving op gebied van gezondheid(-
szorg). De GHOR:
• neemt deel aan weerbaarheidsinitiatieven en -onderzoek binnen VNOG, o.a door deelname
aan het programma weerbaarheid en afstemming met afdeling GVL;
• adviseert in het kader van weerbare zorgsector, o.a over nieuwe en ontregelende risico’s als
vervolg op aanbod militaire slachtoffers en grootschalige en langdurige stroomuitval.
Pagina 12 van 58
b. Actualisatie en inzet van het regionale zorgrisicoprofiel. De GHOR:
• heeft een actueel regionaal zorgrisicoprofiel met als basis het regionale risicoprofiel, en zet
dit samen met het zorgnetwerk in bij voorbereiding en advisering.
2. Vakbekwaam en deskundig.
a. Beschikbaarheid van vakbekwame functionarissen GHOR. De GHOR:
• voorziet in een flexibele en vakbekwame operationele GHOR-organisatie, uitgerust met
juiste training, materialen, middelen voor coördinatie bij rampen en crises. Hiertoe organi-
seert de GHOR o.a. (innovatieve) vakbekwaamheidsactiviteiten, zorgt voor beschikbaarheid
materialen, informatie en operationele planvorming.
b. Optimale samenwerking met vakbekwame crisisorganisaties zorgsector, GGD en multidisci-
plinaire partners. De GHOR:
• adviseert crisisorganisaties van zorgsector, GGD en multidisciplinaire partners over aanslui-
ting op de operationele GHOR-organisatie, organiseert en neemt deel aan opleidingsactivi-
teiten.
3. Sterke informatiepositie.
a. Stevige positie binnen het zorgnetwerk en de veiligheidsregio op gebied van informatiemana-
gement. De GHOR:
• bevordert en stimuleert de netcentrische werkwijze in de zorgsector (o.a LCMS-GZ).
b. Betrouwbaar en integraal informatieknooppunt voor geneeskundig beeld en risico’s gezond-
heid(szorg). De GHOR:
• draagt bij aan landelijke en (boven)regionale doorontwikkeling geneeskundig beeld (VIK,
witte informatiebron Oost-5, KCR2), zodat o.a. stapeling risico’s breed inzichtelijk is.
c. Optimale ondersteuning van werkzaamheden GHOR-crisisorganisatie en GHOR-bureau. De
GHOR:
• ontwikkelt digitale en innovatieve werkwijzen en werkvormen, o.a. ten behoeve van informa-
tie op de incidentlocatie en ter ondersteuning van de werkzaamheden en kwaliteit van het
GHOR-bureau.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Personele kosten Baten 1 4.450 - - - - -
Lasten 1 .834.176 1 .958.700 2 .005.700 2 .005.700 2 .005.700 2 .005.700
Saldo - 1.819.726 - 1.958.700 - 2.005.700 - 2.005.700 - 2.005.700 - 2.005.700
Vakbekwaam worden en blijven Baten - - - - - -
Lasten - - 1 68.000 1 68.000 1 68.000 1 68.000
Saldo - - - 168.000 - 168.000 - 168.000 - 168.000
Overig Baten 2 9.722 4 8.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000
Lasten 2 73.766 4 10.000 3 19.000 3 19.000 3 19.000 3 19.000
Saldo - 244.044 - 362.000 - 285.000 - 285.000 - 285.000 - 285.000
Rente en afschrijving Baten - - - - - -
Lasten 2 47 1 6.000 4 0.000 3 9.000 3 8.000 5 3.000
Saldo - 247 - 16.000 - 40.000 - 39.000 - 38.000 - 53.000
Totaal saldo baten en lasten - 2.064.018 - 2.336.700 - 2.498.700 - 2.497.700 - 2.496.700 - 2.511.700
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten - - - - - -
Lasten 2 5.106 - - - - -
Saldo reserves - 25.106 - - - - -
Resultaat - 2.089.124 - 2.336.700 - 2.499.700 - 2.498.700 - 2.497.700 - 2.512.700
Pagina 13 van 58
3.4. Programma: 4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer
Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking
(MKON-MKBM)
Programmahouder: dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises
2. Vakbekwaam en deskundig
3. Sterke informatiepositie
De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt
als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en ambu-
lancezorg binnen komen. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Over-
ijssel vanuit Apeldoorn en wordt ondersteund door de Landelijke Meldkamersamenwerking
(LMS) die de meldkamervoorzieningen levert. Een zelfstandig onderdeel binnen MKON is de
Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). De MKBM valt onder de geza-
menlijke verantwoordelijkheid van vijf veiligheidsregio’s. VNOG voert voor hen het centrale
werkgeverschap uit en een aantal bedrijfsvoeringstaken voor de MKBM.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises
a. Aanname, verwerking en begeleiding 24/7 van noodmeldingen. MKON-MKBM:
• neemt meldingen aan, verwerkt ze, geeft ze uit en handelt ze af;
• alarmeert de hoofdstructuur bij rampen en crises en voert initieel het proces ‘waarschuwen
en alarmeren bevolking’ uit;
• voorziet in een rooster (beheer en bewaking);
• zet in het kader van internationale ontwikkelingen en de dreiging van ontwrichtingen extra in
op continuïteitsmanagement, weerbaarheid en flexibiliteit, samen met partners;
• voert de aanbevelingen/verbeterpunten uit derde/laatste Evaluatie (gedaan in 2026) uit.
b. Beschikbaarheid 24/7 van de Caco. MKON-MKBM:
• vult de functie van Calamiteitencoördinator in door speciaal daarvoor opgeleide CaCo’s. De
taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald.
2. Vakbekwaam en deskundig.
a. Vergroting van kennis en vaardigheden. MKON-MKBM:
• voorziet in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en
kwaliteitszorg. Vrijgestelde medewerkers voeren deze uit;
• voert het oefenplan uit;
• draagt bij aan leren van incidenten en verwerkt leerpunten uit evaluaties;
• zorgt voor goede afstemming en wisselwerking tussen meldkamer en veiligheidsregio’s;
• neemt deel aan (inter)regionale netwerken.
3. Sterke informatiepositie.
a. Hoogwaardige informatievoorziening en actueel veiligheidsbeeld. MKON-MKBM:
• laat de informatievoorziening tot stand komen in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s,
op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel;
Pagina 14 van 58
• voorziet burgers en hulpverleners van handelingsperspectieven en andere relevante infor-
matie;
• laat de interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten door de veiligheidsre-
gio’s zelf uitvoeren;
• monitort de ontwikkelingen in de samenwerking met de meldkamer ambulance en de zorg-
coördinatiecentra.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde be-
drijfsvoering door VNOG, alsmede de financiële risico’s worden gedragen door de vijf veilig-
heidsregio’s op basis van een vaste verdeelsleutel. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de
kosten verlopen via de VNOG-begroting. Met VNOG zijn voorts afspraken gemaakt over de verre-
kening van de (structurele en incidentele) kosten van VNOG voor de ondersteunende taken op
het gebied van onder andere HRM en Financiën.
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Personele kosten Baten 1 42.475 - - - - -
Lasten 4 .838.411 5 .245.590 5 .446.590 5 .446.590 5 .446.590 5 .446.590
Saldo - 4.695.936 - 5.245.590 - 5.446.590 - 5.446.590 - 5.446.590 - 5.446.590
Overig Baten 4 .265.207 4 .310.920 4 .495.336 4 .498.336 4 .501.336 4 .499.336
Lasten 6 96.490 4 50.750 4 90.750 4 90.750 4 90.750 4 90.750
Saldo 3 .568.717 3 .860.170 4 .004.586 4 .007.586 4 .010.586 4 .008.586
Rente en afschrijving Baten - - - - - -
Lasten 3 1.501 3 2.000 3 8.000 4 1.000 4 4.000 4 2.000
Saldo - 31.501 - 32.000 - 38.000 - 41.000 - 44.000 - 42.000
Totaal saldo baten en lasten - 1.158.720 - 1.417.420 - 1.480.004 - 1.480.004 - 1.480.004 - 1.480.004
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten - - - - - -
Lasten 2 08.929 - - - - -
Saldo reserves - 208.929 - - - - -
Resultaat - 1.367.649 - 1.417.420 - 1.480.004 - 1.480.004 - 1.480.004 - 1.480.004
Pagina 15 van 58
3.5. Programma: 5. Directie, Control en Staf
Programmahouder: dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit?
Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor
de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch be-
leidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en ad-
visering over interne en externe communicatie.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven)
a. VNOG blijft toekomstbestendig, omgevingsbewust, wendbaar en weerbaar, binnen kaders
zoals afgesproken in het regionaal beleidsplan 2025-2028 en in de context van een continue ver-
anderende maatschappij. Directie en Control:
• bewaakt de prestatie-indicatoren en de doelstellingen uit het vastgestelde regionaal be-
leidsplan 2025-2028, ten behoeve van inhoudelijke beheersing;
• monitort de planning en control cyclus, ten behoeve van financiële beheersing, met aan-
dacht voor efficiency in verband met de financiële positie van gemeenten;
• neemt uitvoeringsbesluiten over de formatie en monitort het personeelsbestand;
• stuurt op de ontwikkeling van de organisatie en voert regie op het thema ‘weerbare samenle-
ving’, waardoor VNOG zich continu aanpast aan veranderende omstandigheden;
• stimuleert innovatie door innovatieve ideeën uit te (laten) werken, te testen en toe te passen.
b. Tijdige, juiste en volledige informatievoorziening voor het bestuur, de directeur en het ma-
nagement over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. Directie en Control:
• toetst voorstellen en besluiten op uitvoerbaarheid;
• stemt verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het MT en het bestuur af o.a. door
zichtbaarheid van directeur en management en een transparant besluitvormingsproces;
• begeleidt het bestuurlijke traject rondom de ontwikkeling van het nieuwe hoofdkantoor;
• voert externe visitaties uit en verwerkt de uitkomsten van de verdiepende visitatie bij VNOG
uit 2026;
• biedt ondersteuning bij en rapporteert op hoofdlijnen over de uitkomsten van de verbijzon-
derde interne controle aan de directie en het bestuur;
• stimuleert het opzetten van het wettelijk vereiste kwaliteitszorgsysteem inclusief heldere be-
drijfsprocessen waarbij continue aandacht is voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van
deze processen, waarbij specifiek ook aandacht is voor beveiliging tegen onrechtmatig han-
delingen zowel van buitenaf als intern.
c. VNOG is erkend autoriteit op het gebied van veiligheid en is nadrukkelijk verbonden in het net-
werk van publieke veiligheid en publieke gezondheid; Directie en Control:
• stimuleert en versterkt de samenwerking, o.a. op Oost-5 niveau, met GGD NOG, NIPV, De-
fensie, de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), met Duitse
buurregio’s en in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV);
• ondersteunt de voorzitter NIPV en plv. voorzitter Veiligheidsberaad, dhr. Heerts;
• organiseert webinars ten behoeve van gemeenteraden, bezoekt desgevraagd gemeentera-
den en organiseert bijeenkomsten voor de raadsadviescommissie VNOG;
• borgt het lerend vermogen als onderdeel van het in control zijn.
Pagina 16 van 58
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Personele kosten Baten 9 4.971 - - - - -
Lasten 7 07.492 6 18.700 6 63.700 6 63.700 6 63.700 6 63.700
Saldo - 612.522 - 618.700 - 663.700 - 663.700 - 663.700 - 663.700
Bestuur Baten - - - - - -
Lasten 1 1.092 2 0.000 4 0.000 2 0.000 4 0.000 2 0.000
Saldo - 11.092 - 20.000 - 40.000 - 20.000 - 40.000 - 20.000
Directie overig Baten 1 59.015 2 .000 2 .000 2 .000 2 .000 2 .000
Lasten 3 33.675 1 28.000 1 54.800 3 19.800 3 59.800 3 70.800
Saldo - 174.660 - 126.000 - 152.800 - 317.800 - 357.800 - 368.800
Control Baten - - - - - -
Lasten 1 04.898 7 5.000 7 5.000 7 5.000 7 5.000 7 5.000
Saldo - 104.898 - 75.000 - 75.000 - 75.000 - 75.000 - 75.000
Totaal saldo baten en lasten - 903.172 - 839.700 - 931.500 - 1.076.500 - 1.136.500 - 1.127.500
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten - - - - - -
Lasten - - - - - -
Saldo reserves - - - - - -
Resultaat -903.172 -839.700 -931.500 -1.076.500 -1.136.500 -1.127.500
Pagina 17 van 58
3.6. Programma: 6. Bedrijfsvoering
Programmahouder: dhr. J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit?
3. Sterke informatiepositie
4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers
De afdeling Bedrijfsvoering (BV) ondersteunt bestuur, management en medewerkers. BV bevor-
dert transparantie en een rechtmatige bedrijfsvoering en zorgt voor goed uitgeruste werkplekken
en kazernes. BV ondersteunt effectieve communicatie met moderne hulpmiddelen. Medewer-
kersmotivatie is cruciaal, dus er wordt geïnvesteerd in training en ontwikkeling, en fysieke en
mentale fitheid. Informatieveiligheid is een randvoorwaarde. Taken omvatten beleids- en juri-
disch advies, administratie, secretariaat, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen, vast-
goed, servicedesk, projecten, HRM, ARBO, informatisering, archief en privacy & security. BV treft
verder ook de voorbereidingen die in het kader van de bedrijfscontinuïteit nodig zijn, zodat de vi-
taal verklaarde primaire processen bij een verstoring door kunnen gaan. De komende jaren werkt
de afdeling aan het robuust maken van alle voorgenoemde activiteiten.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
3. Sterke informatiepositie.
a. Sterke informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De infor-
matievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. BV:
• ontwikkelt, implementeert, gebruikt, beheert en ondersteunt informatiegestuurd werken;
• zorgt voor informatiebeveiliging en continuïteit;
• coördineert en verzorgt 24/7 de in- en externe communicatie;
• ontwikkelt en beheert content en (nieuwe) communicatiemiddelen en waakt over uitstra-
ling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse doelgroepen;
• houdt toezicht op-, adviseert over- en verzorgt de privacy- en gegevensbescherming;
• neemt deel aan regionale en landelijke netwerken en overlegt actief met ketenpartners.
4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers.
a. Solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. BV:
• zorgt voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseert over financiën, ver-
zekeringen, inkoop en aanbesteden en coördineert het risicomanagement;
• organiseert en coördineert de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjaren-
begroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening);
• overlegt periodiek met de gemeentelijke financieel adviseurs (het FAO);
• stelt een intern beheersingsplan op en versterkt de uitvoering van verbijzonderde interne
controle.
b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers (huisvesting, services, etc.). BV:
• beheert de 60 locaties vanuit de gebruikersrol;
• voert de vastgestelde demarcatieregeling uit, in overleg met de gemeenten;
• begeleidt de uitvoering van het VNOG Klimaatplan, waaronder ook advisering aan gemeen-
ten over verduurzaming van kazernes;
• levert gemeenten input bij nieuw- en verbouwprojecten van kazernes; één van de nieuw-
bouwprojecten is de ontwikkeling van de centrale brandweerpost Apeldoorn, tevens hoofd-
kantoorlocatie VNOG en beoogd veiligheidscentrum;
Pagina 18 van 58
• levert professionele projectcapaciteit voor de brede VNOG organisatie en bewaakt de ka-
ders van het projectmatig werken.
c. Richting, ruimte en vertrouwen geven aan onze medewerkers om zich te ontwikkelen. BV:
• investeert in de professionele (door)ontwikkeling van VNOG, op basis van een strategische
personeelsplanning en mede via het programma VNOGinBeweging!;
• faciliteert het Arbobeleid, mede op basis van de RI&E knelpunten;
• verzorgt de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg en -administratie.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Pagina 19 van 58
P ro d u c t
P e rs o n e le k o s te n
F a c ilita ir
H u is v e s tin g
P ro je c te n
C o m m u n ic a tie
M id d e le n
V e rz e k e rin g e n
P e rs o n e e ls z a k e n
In fo rm a tie
A rb o
O v e rig
R e n te e n a fs c h rijv in g
T o ta a l s a ld o b a te n e
M u ta tie s re s e rv e s
M u ta tie s re s e rv e (s )
S a ld o re s e rv e s
R e s u lta a t
n la s te n
L /B
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
S a ld o
B a te n
L a s te n
R e a lis a tie
2 0 2 5
5 0 9 .6 6 5
1 1 .1 8 3 .5 0 1
-1 0 .6 7 3 .8 3 6
-
1 5 3 .8 7 3
-1 5 3 .8 7 3
4 8 .9 1 9
2 .0 5 6 .1 9 1
-2 .0 0 7 .2 7 2
-
-
-
-
1 1 2 .9 4 2
-1 1 2 .9 4 2
1 4 .7 6 2
7 6 .2 0 9
-6 1 .4 4 7
-
5 6 9 .4 5 5
-5 6 9 .4 5 5
-
5 4 4 .2 2 9
-5 4 4 .2 2 9
1 3 7 .2 7 7
3 .3 5 1 .6 0 2
-3 .2 1 4 .3 2 5
-
1 3 5 .9 8 3
-1 3 5 .9 8 3
4 .9 2 0
8 7 5 .0 4 8
-8 7 0 .1 2 8
-
6 4 6 .7 4 7
-6 4 6 .7 4 7
-1 8 .9 9 0 .2 3 7
5 4 1 .4 1 7
5 4 1 .6 0 3
-1 8 6
-1 8 .9 9 0 .4 2 3
R a m in g
2 0 2 6
3 0 7 .0 0 0
1 0 .7 0 3 .1 0 0
-1 0 .3 9 6 .1 0 0
-
1 9 2 .0 0 0
-1 9 2 .0 0 0
2 0 .0 0 0
1 .5 9 9 .4 0 0
-1 .5 7 9 .4 0 0
-
1 7 8 .0 0 0
-1 7 8 .0 0 0
-
1 0 9 .5 0 0
-1 0 9 .5 0 0
-
8 0 .0 0 0
-8 0 .0 0 0
-
6 7 6 .8 0 0
-6 7 6 .8 0 0
-
9 7 8 .7 0 0
-9 7 8 .7 0 0
-
3 .2 0 6 .1 8 6
-3 .2 0 6 .1 8 6
-
1 3 4 .5 0 0
-1 3 4 .5 0 0
-
8 3 2 .7 0 0
-8 3 2 .7 0 0
-
1 .3 3 4 .1 0 0
-1 .3 3 4 .1 0 0
-1 9 .6 9 7 .9 8 6
6 7 3 .5 0 0
4 5 5 .1 0 0
2 1 8 .4 0 0
-1 9 .4 7 9 .5 8 6
R a m in g
2 0 2 7
3 0 7 .0 0 0
1 1 .5 5 7 .4 0 0
-1 1 .2 5 0 .4 0 0
-
1 9 2 .0 0 0
-1 9 2 .0 0 0
2 0 .0 0 0
1 .6 4 5 .8 0 0
-1 .6 2 5 .8 0 0
-
2 5 .0 0 0
-2 5 .0 0 0
-
1 0 9 .5 0 0
-1 0 9 .5 0 0
-
8 0 .0 0 0
-8 0 .0 0 0
-
6 7 6 .8 0 0
-6 7 6 .8 0 0
-
1 .0 4 9 .7 0 0
-1 .0 4 9 .7 0 0
-
3 .3 8 8 .8 0 0
-3 .3 8 8 .8 0 0
-
1 3 4 .5 0 0
-1 3 4 .5 0 0
-
8 5 7 .7 0 0
-8 5 7 .7 0 0
-
1 .7 0 5 .0 0 0
-1 .7 0 5 .0 0 0
-2 1 .0 9 5 .2 0 0
1 1 7 .5 0 0
4 1 5 .3 5 0
-2 9 7 .8 5 0
-2 1 .3 9 3 .0 5 0
R a m in g
2 0 2 8
3 0 7 .0 0 0
1 1 .5 1 7 .4 0 0
-1 1 .2 1 0 .4 0 0
-
1 9 2 .0 0 0
-1 9 2 .0 0 0
2 0 .0 0 0
2 .0 1 3 .9 0 0
-1 .9 9 3 .9 0 0
-
5 0 .0 0 0
-5 0 .0 0 0
-
1 0 9 .5 0 0
-1 0 9 .5 0 0
-
8 0 .0 0 0
-8 0 .0 0 0
-
6 7 6 .8 0 0
-6 7 6 .8 0 0
-
1 .0 4 9 .7 0 0
-1 .0 4 9 .7 0 0
-
3 .3 9 1 .3 0 0
-3 .3 9 1 .3 0 0
-
1 3 4 .5 0 0
-1 3 4 .5 0 0
-
8 5 7 .7 0 0
-8 5 7 .7 0 0
-
1 .8 0 4 .0 0 0
-1 .8 0 4 .0 0 0
-2 1 .5 4 9 .8 0 0
1 0 0 .0 0 0
8 8 .5 0 0
1 1 .5 0 0
-2 1 .5 3 8 .3 0 0
R a m in g
2 0 2 9
3 0 7 .0 0 0
1 1 .4 4 7 .4 0 0
-1 1 .1 4 0 .4 0 0
-
1 9 2 .0 0 0
-1 9 2 .0 0 0
2 0 .0 0 0
2 .1 2 8 .9 0 0
-2 .1 0 8 .9 0 0
-
7 5 .0 0 0
-7 5 .0 0 0
-
1 0 9 .5 0 0
-1 0 9 .5 0 0
-
8 0 .0 0 0
-8 0 .0 0 0
-
6 7 6 .8 0 0
-6 7 6 .8 0 0
-
1 .0 4 9 .7 0 0
-1 .0 4 9 .7 0 0
-
3 .4 1 1 .3 0 0
-3 .4 1 1 .3 0 0
-
1 3 4 .5 0 0
-1 3 4 .5 0 0
-
8 2 7 .7 0 0
-8 2 7 .7 0 0
-
1 .9 8 9 .0 0 0
-1 .9 8 9 .0 0 0
-2 1 .7 9 4 .8 0 0
2 6 .5 0 0
-
2 6 .5 0 0
-2 1 .7 6 8 .3 0 0
R a m in g
2 0 3 0
3 0 7 .0 0 0
1 1 .4 4 7 .4 0 0
-1 1 .1 4 0 .4 0 0
-
1 9 2 .0 0 0
-1 9 2 .0 0 0
2 0 .0 0 0
2 .1 0 2 .4 0 0
-2 .0 8 2 .4 0 0
-
7 5 .0 0 0
-7 5 .0 0 0
-
1 0 9 .5 0 0
-1 0 9 .5 0 0
-
8 0 .0 0 0
-8 0 .0 0 0
-
6 7 6 .8 0 0
-6 7 6 .8 0 0
-
1 .0 4 9 .7 0 0
-1 .0 4 9 .7 0 0
-
3 .4 1 1 .3 0 0
-3 .4 1 1 .3 0 0
-
1 3 4 .5 0 0
-1 3 4 .5 0 0
-
8 2 7 .7 0 0
-8 2 7 .7 0 0
-
2 .0 9 7 .0 0 0
-2 .0 9 7 .0 0 0
-2 1 .8 7 6 .3 0 0
-
-
-
-2 1 .8 7 6 .3 0 0
3.7. Programma: 7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder: dhr. J. Joon
Op het programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’ staan de middelen die betrekking hebben
op de gemeentelijke bijdragen en de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanuit het
Rijk. De gemeentelijke bijdrage voor 2027 is conform de Kadernota 2027-2030. Voor de hoogte
van de bijdrage wordt verwezen naar bijlage 2. De middelen in dit programma worden ingezet
om via de andere programma’s de Opgaven van de organisatie uit te voeren. Verder is in dit pro-
gramma een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven en staat hier de nog over de andere
programma’s te verdelen post loon- en prijscompensatie.
De mutatie in de reserves wordt toegelicht in paragraaf 5.2 Overzicht reserves en voorzieningen.
De stelpost looncompensatie wordt toegelicht in paragraaf 5.4.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Pagina 20 van 58
P ro d u c t
P e rso n e le ko ste n
Tre a su ry
Lo o n - e n p rijsc o m p e
B ijd ra ge n rijk e n ge m
A lge m e e n
T o ta a l s a ld o b a te n
M u ta tie s re s e rve s
M u ta tie s re se rve (s)
S a ld o re s e rve s
R e s u lta a t
n sa tie
e e n te n
e n la s te n
L /B
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
R e a lis a tie
2 0 2 5
-
-
-
1 .2 5 8 .2 2 3
8 2 3 .3 1 0
4 3 4 .9 1 3
-
7 0 7 .0 0 0
-7 0 7 .0 0 0
6 8 .2 5 6 .4 1 3
-
6 8 .2 5 6 .4 1 3
5 .6 3 0
2 4 .8 0 0
-1 9 .1 7 0
6 7 .9 6 5 .1 5 6
2 .3 2 9 .4 6 5
2 .7 7 6 .5 7 0
-4 4 7 .1 0 5
6 7 .5 1 8 .0 5 1
R a m in g
2 0 2 6
-
3 1 3 .3 0 0
-3 1 3 .3 0 0
1 .3 6 2 .0 4 0
1 .3 6 2 .0 4 0
-
-
1 .5 2 5 .2 9 0
-1 .5 2 5 .2 9 0
6 9 .9 2 3 .1 0 2
-
6 9 .9 2 3 .1 0 2
-
7 7 9 .0 8 1
-7 7 9 .0 8 1
6 7 .3 0 5 .4 3 1
4 .1 2 4 .0 0 0
-
4 .1 2 4 .0 0 0
7 1 .4 2 9 .4 3 1
R a m in g
2 0 2 7
-
3 9 9 .3 0 0
-3 9 9 .3 0 0
2 .3 0 6 .0 0 0
2 .3 0 6 .0 0 0
-
-
1 .1 0 6 .5 2 1
-1 .1 0 6 .5 2 1
7 5 .9 0 3 .2 0 0
-
7 5 .9 0 3 .2 0 0
-
8 0 1 .9 0 0
-8 0 1 .9 0 0
7 3 .5 9 5 .4 7 9
6 .6 4 0 .7 0 0
2 .5 0 0 .0 0 0
4 .1 4 0 .7 0 0
7 7 .7 3 6 .1 7 9
R a m in g
2 0 2 8
-
3 9 9 .3 0 0
-3 9 9 .3 0 0
2 .1 1 6 .0 0 0
2 .1 1 6 .0 0 0
-
-
1 .1 0 1 .5 2 1
-1 .1 0 1 .5 2 1
7 7 .4 4 3 .2 0 0
-
7 7 .4 4 3 .2 0 0
-
7 1 3 .5 5 0
-7 1 3 .5 5 0
7 5 .2 2 8 .8 2 9
6 .2 7 4 .7 0 0
4 .0 0 0 .0 0 0
2 .2 7 4 .7 0 0
7 7 .5 0 3 .5 2 9
R a m in g
2 0 2 9
-
3 9 9 .3 0 0
-3 9 9 .3 0 0
1 .9 6 4 .0 0 0
1 .9 6 4 .0 0 0
-
-
1 .1 0 1 .5 2 1
-1 .1 0 1 .5 2 1
7 7 .4 6 3 .2 0 0
-
7 7 .4 6 3 .2 0 0
-
7 7 8 .9 5 0
-7 7 8 .9 5 0
7 5 .1 8 3 .4 2 9
6 .1 3 5 .7 0 0
4 .0 0 0 .0 0 0
2 .1 3 5 .7 0 0
7 7 .3 1 9 .1 2 9
R a m in g
2 0 3 0
-
3 9 9 .3 0 0
-3 9 9 .3 0 0
1 .8 0 8 .0 0 0
1 .8 0 8 .0 0 0
-
-
1 .1 0 1 .5 2 1
-1 .1 0 1 .5 2 1
7 7 .9 6 3 .2 0 0
-
7 7 .9 6 3 .2 0 0
-
7 9 8 .9 5 0
-7 9 8 .9 5 0
7 5 .6 6 3 .4 2 9
6 .0 6 9 .7 0 0
4 .5 0 0 .0 0 0
1 .5 6 9 .7 0 0
7 7 .2 3 3 .1 2 9
3.8. Programma: 8. Kazernes en overgangsrecht (individuele
gemeenten)
Programmahouder: dhr. J. Joon
Het programma 8 betreft onderwerpen die één op één met de betrokken gemeente worden ver-
rekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend (zie voor een specificatie bij-
lage 3):
• Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf
5.5.) conform de demarcatieregeling.
• De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de demar-
catieregeling die met de gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de ka-
zernes van de gemeente Apeldoorn.
• De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze
kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen.
• De afwikkeling met de gemeente Apeldoorn van de financiële gevolgen van het FLO over-
gangsrecht.
Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij
de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
a. Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaam-
heden kunnen worden verricht onder de juiste arbeidsomstandigheden. Afdeling BV:
• zorgt voor / coördineert het onderhoud en de facilitaire diensten, in nauw overleg met de ge-
meentelijke gebouwbeheerders en conform de afspraken in de demarcatieregeling. Tevens
zorgt deze afdeling voor de verrekening van de kosten met de desbetreffende gemeenten;
• actualiseert samen met de gemeenten waar nodig de demarcatieregeling (in werking sinds
2023).
b. Juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. VNOG:
• zorgt voor een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht en voor verrekening van de kos-
ten met de betreffende gemeente.
Welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar?
Pagina 21 van 58
P ro d u c t
A p e ld o o rn
D o e tin c h e m
H a rd e rw ijk
E p e
T ra n s p o rt vo lg e n d e p a g in a :
L /B
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
B a te n
La ste n
S a ld o
R e a lis a tie
2 0 2 5
8 1 6 .4 0 0
8 1 6 .4 0 0
-
2 2 1 .1 4 1
2 2 1 .1 4 1
-
1 4 2 .4 3 9
1 4 2 .4 3 9
-
5 9 .1 4 6
5 9 .1 4 6
-
-
R a m in g
2 0 2 6
5 6 9 .7 0 0
5 6 9 .7 0 0
-
1 8 3 .0 0 0
1 8 3 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
4 9 .0 0 0
4 9 .0 0 0
-
-
R a m in g
2 0 2 7
5 6 9 .7 0 0
5 6 9 .7 0 0
-
1 8 3 .0 0 0
1 8 3 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
4 9 .0 0 0
4 9 .0 0 0
-
-
R a m in g
2 0 2 8
5 6 9 .7 0 0
5 6 9 .7 0 0
-
1 8 3 .0 0 0
1 8 3 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
4 9 .0 0 0
4 9 .0 0 0
-
-
R a m in g
2 0 2 9
5 6 9 .7 0 0
5 6 9 .7 0 0
-
1 8 3 .0 0 0
1 8 3 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
4 9 .0 0 0
4 9 .0 0 0
-
-
R a m in g
2 0 3 0
5 6 9 .7 0 0
5 6 9 .7 0 0
-
1 8 3 .0 0 0
1 8 3 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
4 9 .0 0 0
4 9 .0 0 0
-
-
Product L/B Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Transport vorige pagina - - - - - -
Zutphen Baten 148.491 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000
Lasten 148.491 125.000 125.000 125.000 125.000 125.000
Saldo - - - - - -
Aalten Baten 2 8.394 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Lasten 2 8.394 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Saldo - - - - - -
Berkelland Baten 4 6.958 5 6.000 5 6.000 5 6.000 5 6.000 5 6.000
Lasten 4 6.958 5 6.000 5 6.000 5 6.000 5 6.000 5 6.000
Saldo - - - - - -
Bronckhorst Baten 5 1.883 5 8.000 5 8.000 5 8.000 5 8.000 5 8.000
Lasten 5 1.883 5 8.000 5 8.000 5 8.000 5 8.000 5 8.000
Saldo - - - - - -
Brummen Baten 3 2.604 2 5.000 2 5.000 2 5.000 2 5.000 2 5.000
Lasten 3 2.604 2 5.000 2 5.000 2 5.000 2 5.000 2 5.000
Saldo - - - - - -
Apeldoorn ¹ Baten 1 .531.571 1 .510.800 1 .530.800 1 .424.800 1 .523.800 1 .323.800
Lasten 1 .531.571 1 .510.800 1 .530.800 1 .424.800 1 .523.800 1 .323.800
Saldo - - - - - -
Elburg Baten 3 6.025 4 1.000 4 1.000 4 1.000 4 1.000 4 1.000
Lasten 3 6.025 4 1.000 4 1.000 4 1.000 4 1.000 4 1.000
Saldo - - - - - -
Ermelo Baten 1 7.671 2 0.000 2 0.000 2 0.000 2 0.000 2 0.000
Lasten 1 7.671 2 0.000 2 0.000 2 0.000 2 0.000 2 0.000
Saldo - - - - - -
Hattem Baten 1 2.948 1 4.000 1 4.000 1 4.000 1 4.000 1 4.000
Lasten 1 2.948 1 4.000 1 4.000 1 4.000 1 4.000 1 4.000
Saldo - - - - - -
Heerde Baten 2 6.404 2 7.000 2 7.000 2 7.000 2 7.000 2 7.000
Lasten 2 6.404 2 7.000 2 7.000 2 7.000 2 7.000 2 7.000
Saldo - - - - - -
Lochem Baten 6 1.773 6 5.000 6 5.000 6 5.000 6 5.000 6 5.000
Lasten 6 1.773 6 5.000 6 5.000 6 5.000 6 5.000 6 5.000
Saldo - - - - - -
Montferland Baten 3 4.675 3 0.000 3 0.000 3 0.000 3 0.000 3 0.000
Lasten 3 4.675 3 0.000 3 0.000 3 0.000 3 0.000 3 0.000
Saldo - - - - - -
Nunspeet Baten 2 9.967 3 4.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000
Lasten 2 9.967 3 4.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000 3 4.000
Saldo - - - - - -
Oldebroek Baten 4 4.500 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Lasten 4 4.500 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Saldo - - - - - -
Oost Gelre Baten 6 5.457 7 1.000 7 1.000 7 1.000 7 1.000 7 1.000
Lasten 6 5.457 7 1.000 7 1.000 7 1.000 7 1.000 7 1.000
Saldo - - - - - -
Oude IJsselstreek Baten 5 4.862 4 7.000 4 7.000 4 7.000 4 7.000 4 7.000
Lasten 5 4.862 4 7.000 4 7.000 4 7.000 4 7.000 4 7.000
Saldo - - - - - -
Doetinchem Baten 445.096 482.000 482.000 482.000 442.000 442.000
Lasten 445.096 482.000 482.000 482.000 442.000 442.000
Saldo - - - - - -
Putten Baten 2 6.326 1 9.000 1 9.000 1 9.000 1 9.000 1 9.000
Lasten 2 6.326 1 9.000 1 9.000 1 9.000 1 9.000 1 9.000
Saldo - - - - - -
Voorst Baten 4 3.494 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Lasten 4 3.494 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000 3 3.000
Saldo - - - - - -
Winterswijk Baten 3 0.392 2 1.000 2 1.000 2 1.000 2 1.000 2 1.000
Lasten 3 0.392 2 1.000 2 1.000 2 1.000 2 1.000 2 1.000
Saldo - - - - - -
Totaal saldo baten en lasten - - - - - -
Mutaties reserves
Mutaties reserve(s) Baten - - - - - -
Lasten - - - - - -
Saldo reserves - - - - - -
Resultaat - - - - - -
¹ In de berekening voor het FLO-overgangsrecht is nog geen rekening gehouden met de meest recente CAO-ontwikkelingen. Zodra de nieuwe berekening is
ontvangen, zal hiervoor een separate begrotingswijziging aan het algemeen bestuur worden voorgelegd (indien noodzakelijk).
Pagina 22 van 58
4. Paragrafen
4.1. Weerstandscapaciteit en risicomanagement
Inleiding
In de paragraaf ‘Weerstandscapaciteit en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld ge-
bracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die
zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie
kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatre-
gelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstel-
lingen) en het accepteren ervan. Verder is het van belang te beseffen dat het inherent is aan ri-
sico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden.
Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk
vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder het Regionaal Beleidsplan 2025-2028) het
uitgangspunt. In de Kadernota 2027-2030, opgemaakt eind 2025, is een update van de risico-
inventarisatie weergegeven met de berekende daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. Eer-
der is in de kadernota besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de
betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen.
De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus.
Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en be-
grotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages
en jaarstukken. Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere
risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel intern als extern.
Hierna worden de risico’s weergegeven waarvoor het benodigd bedrag aan weerstandscapaci-
teit in de begroting 2027-2030 groter is dan € 250.000. Daarnaast is bij deze risico’s de kans dat
het risico zich voordoet (veelal) 50% of hoger. In bijlage 4 wordt een totaaloverzicht van alle (be-
rekende) risico’s weergegeven.
Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door reke-
ning te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële
effect.
Pagina 23 van 58
N
1
3
6
8
9
1
r.
5
G e k w a n tific e e rd e ris ic o 's
R is ic o 's e n o o rz a k e n
(O n )v o ld o e n d e b e z e ttin g /in z e t e n (e x tra ) k o s te n w e rv in g v rijw illig e rs o p k a z e rn e s d o o r g ro te r
v e rlo o p /u its tro o m e n s c h a a rs te v rijw illig e rs .
H o g e re p rijz e n ; e x p lo ita tie k o s te n s tijg e n u it b o v e n (v e rw a c h te ) p rijs in d e x . W e re ld w ijd e
o n tw ik k e lin g e n w .o . g e w ijz ig d e v e rh o u d in g e n tu s s e n v ra a g e n (s c h a a rs te v a n ) a a n b o d , d o e n d e p rijz e n
v a n g ro n d s to ffe n , m a te ria le n e n d ie n s tv e rle n in g (w .o . o p le id in g e n ) s tijg e n .
E x tra p rijs s tijg in g e n a a n s c h a f m a te rie e l. E x tra p rijs s tijg in g e n n o g a a n te s c h a ffe n
m a te ria a l/m a te rie e l le id e n to t h o g e re k a p ita a ls la s te n c .q . e e rd e re u itp u ttin g v a n d e (g e v o rm d e )
e g a lis a tie re s e rv e .
N o o d z a k e lijk e (s p o e d e is e n d e ) a a n p a s s in g e n a a n g e b o u w e n / in s ta lla tie s (k a z e rn e s ) g e m e e n te n ,
v o o rtv lo e ie n d e u it (o n d u id e lijk h e id o v e r d e m a rc a tie ) a fs p ra k e n , (v o o rts c h rijd e n d e ) o n tw ik k e lin g e n e n
(w e tte lijk e ) e is e n (w .o . R I& E ).
E x tra -/ v e rv ro e g d e in v e s te rin g e n /k o s te n v e rv a n g in g P F A S -h o u d e n d e m a te ria le n /k le d in g . V a n u it
v o o rs c h rijd e n d e o n tw ik k e lin g e n e n - w e tg e v in g d ie n e n P F A S h o u d e n d e m a te ria le n (b lu s k le d in g /-
la a rz e n ), v e rs n e ld te w o rd e n v e rv a n g e n .
S tijg in g fin a n c ie rin g s k o s te n b ij a a n tre k k e n le n in g e n (v re e m d v e rm o g e n ), d o o r s tijg in g v a n h e t
re n te p e rc e n ta g e .
K a n s in
%
7 0 %
7 0 %
5 0 %
5 0 %
3 0 %
5 0 %
E ffe c t in
e u ro 's
b e d ra g
5 5 8 .0 0 0
8 4 0 .0 0 0
1 .2 0 0 .0 0 0
6 0 0 .0 0 0
9 0 0 .0 0 0
8 3 2 .5 0 0
W ec e r-s ta n d s
a p a c ite it
(e u ro 's )
3 9 1 .0 0 0
5 8 8 .0 0 0
6 0 0 .0 0 0
3 0 0 .0 0 0
2 7 0 .0 0 0
4 1 6 .0 0 0
-
Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan
te (kunnen) berekenen. Het meest actuele risico hierbij is: de onduidelijkheid voor VNOG als
‘weerbare organisatie’ met betrekking tot de daaraan gestelde eisen en de daarvoor beschik-
bare middelen.
In bijlage 4 worden in een uitgebreider overzicht de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde
risico’s beschreven waarbij ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsma-
tige onderbouwing, zijn opgenomen.
De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande
het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages.
De gevolgen van berekende risico’s voor de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstands-
ratio, komen hierna in deze paragraaf aan de orde.
Weerstandscapaciteit
De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle
risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatrege-
len nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit).
Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de
begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als
quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde
weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4
(“voldoende”).
Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvol-
gende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde
weer kan worden bereikt.
Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel ge-
kwantificeerde risico's.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om
de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door
de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot
de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is
al een bestedingsdoel aan verbonden.
De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (vastgestelde doel van de reserve, zie hoofd-
stuk 6 en vastgestelde begrotingsuitgangspunten in Kadernota en begroting, zie paragraaf
5.1) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals
daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioritei-
ten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen (zie hoofdstuk 6).
De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandsca-
paciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s.
Pagina 24 van 58
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2025 €
Saldo Algemene reserve 1.135.114
Stand bedrijfsvoeringsreserve per 31-12-2025 3.992.656
Onderdelen bedrijfsvoeringsreserve welke niet tot het weerstandsvermogen moeten worden gerekend:
Af: egalisatie tijdelijke huisvesting -210.343
Af: egalisatie inrichting kazernes -25.943
-236.286
Toekomstige onttrekkingen
Af: Personele knelpunten (t/m 2026) -295.000
Af: Uitbreiding 24-uursdienst (t/m 2028) -240.000
Af: Tijdelijke formatie VSP (t/m 2028) -105.000
Af: Versterking bedrijfsvoering -407.345
-1.047.345
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve onderdeel weerstandsvermogen 2.709.025
Post onvoorzien 250.000
Beschikbaar weerstandsvermogen 4.094.139
Berekening van de ratio weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen VNOG begroting 2027 €
Beschikbare weerstandscapaciteit 4.094.139
Benodigde weerstandscapaciteit 3.197.000
Ratio 1,3
Toelichting
De hoogte van de weerstandscapaciteit voor de begroting 2027-2030 komt uit op 1,3 en zit daar-
mee binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4.
Pagina 25 van 58
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen
Het (brandweer)materieel is eigendom van VNOG. De kazernes worden beschikbaar gesteld aan
VNOG. Over het gebruik ervan en de vergoeding ervoor zijn demarcatieafspraken gemaakt.
De roerende kapitaalgoederen bestaan uit materieel en materialen welke bij VNOG worden inge-
zet voor de verschillende afdelingen. Het grootste deel is repressief materieel/materiaal dat
wordt gebruik door de afdeling Brandweerzorg.
De afschrijvingslasten van deze kapitaalgoederen komen voor rekening van VNOG. Voor dit ma-
terieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud
vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
Er is nog één kazerne (Doetinchem) in eigendom van VNOG. Deze kazerne is door VNOG aange-
kocht in 2013. Vanaf eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, wordt met de ge-
meente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Bij de overige
3 kazernes heeft deze terug levering na 10 jaar plaatsgevonden. Er is echter bij Doetinchem nog
geen overeenstemming over het moment van de terug levering en de overdracht van de bijbeho-
rende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreini-
ging.
Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG
een voorziening gevormd voor rekening van de gemeente Doetinchem; dit op basis van een meer-
jarig onderhoudsplan (MJOP).
Voor Apeldoorn is de besluitvorming om drie brandweerposten samen te voegen tot één post
nagenoeg rond. Die nieuwe locatie wordt dan ook de (centrale) werkplek van het management,
de staf, ondersteunend personeel en bepaalde afdelingen van VNOG (kantoorlocatie), alsmede
de locatie van de crisisruimten en beoogd veiligheidscentrum. Deze locatie blijft eigendom van
de gemeente Apeldoorn.
Pagina 26 van 58
4.3 Financiering en Treasury
Inleiding
De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting.
Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoorne-
mens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille wor-
den beschreven.
Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido)
moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en
de treasuryparagraaf. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn.
De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor VNOG niet van toepas-
sing.
Algemene ontwikkelingen
De totale boekwaarde van de vaste activa bedroeg eind 2025 circa € 52,8 miljoen. De bezittin-
gen van VNOG bestaan voor een belangrijk deel uit repressief brandweermaterieel/-materiaal.
Het lopende vervangingsprogramma voor blus – en dienstvoertuigen vertegenwoordigd een be-
langrijk deel van dit bedrag.
De financieringsbehoefte kan worden gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en
bankkredieten en de inzet van reserves. In de afgelopen jaren is vooral gebruik gemaakt van
langlopende leningen en de inzet van reserves. VNOG zal in het komende jaar nog financiering
moeten aantrekken voor de verdere uitvoering van het (lopende) investeringsprogramma en de
herfinanciering van aflossingen, dit als vervolg op de aangetrokken financiering in 2024. In dat
jaar is, ter voorkoming van het risico op rentestijging van aan te trekken financiering, voor € 42
miljoen aan leningen vastgelegd met stortingen in de jaren 2024 t/m 2026. Deze financiering
was/is met name bedoeld voor de aanschaf van de 75 nieuwe blusvoertuigen. Voor het aan te
trekken deel van de financiering blijft VNOG een renterisico lopen.
Schatkistbankieren
Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële
middelen die door VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag
worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse
schatkist worden gebracht. Vanaf 2022/2023 wordt er weer meer rente vergoed voor de aange-
houden rekening-courant tegoeden waaronder ook de tegoeden in de schatkist. Voor 2026 zal
het drempelbedrag voor het aanhouden van tegoeden buiten de schatkist voor VNOG rond de €
1.600.000 bedragen.
Risicobeheer
Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerappor-
teerd moeten worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Kasgeldlimiet
Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt, waar dat mogelijk is, gebruik
gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen:
1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte en
2. het is een relatief goedkope financieringsvorm.
Pagina 27 van 58
Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om
dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlo-
pende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat
als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan
ontstaan.
Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden ge-
dwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De
kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde
netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van
de begroting van VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van VNOG bedraagt in
2027 bijna € 94 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond ruim € 7,7 miljoen. Door
tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de
kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt over-
schreden.
Renterisiconorm
De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat tot maxi-
maal 20% van het begrotingstotaal van het betreffende dienstjaar, aan leningen in aanmerking
mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit le-
ningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot
15 jaar. VNOG heeft ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel, materiaal en
apparatuur extra leningen aangetrokken in 2024. Verder zal, naar verwachting, opnieuw moeten
worden aangetrokken eind 2026/ begin 2027. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te
sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisico-
norm rekening worden gehouden.
Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B
van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat
blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft.
Jaar 2027 2028 2029 2030
Berekening norm
Begrotingstotaal 1) 93.700.000 94.500.000 94.000.000 94.000.000
Percentage 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm 18.740.000 18.900.000 18.800.000 18.800.000
Renteherzieningen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Aflossingen:
Lening BNG - 15 jaar - 40110312 166.667 166.667 166.667 166.667
Lening BNG - 10 jaar - 40111179 300.000 0 0 0
Lening BNG - 10 jaar - 40111678 600.000 600.000 0 0
Lening BNG - 10 jaar - 40111883 400.000 400.000 0 0
Lening BNG - 10 jaar - 40112457 400.000 400.000 0 0
Lening BNG - 15 jaar - 40117375 600.000 600.000 600.000 600.000
Lening BNG - 15 jaar - 40117376 800.000 800.000 800.000 800.000
Lening NWB - 15 jaar - 40426 600.000 600.000 600.000 600.000
Lening NWB - 15 jaar - 40427 (v.a. 2/1/26) 800000 800.000 800.000 800.000
Aan te trekken in 2026 - 15 jaar- € 35 miljoen 2.333.333 2.333.333 2.333.333 2.333.333
Aan te trekken in 2027 - 10 jaar- € 2,5 miljoen 250.000 250.000 250.000
Renterisico 7.000.000 6.950.000 5.550.000 5.550.000
Ruimte onder rente risiconorm 11.740.000 11.950.000 13.250.000 13.250.000
Pagina 28 van 58
Renteberekening begroting
Voor de kapitaalslasten wordt in de begroting 2027 voor alle investeringen een (omslag)rente-
percentage van 2,2% gehanteerd.
De geprognotiseerde boekwaarde van de activa die integraal wordt gefinancierd over 2027 be-
draagt circa € 105 mln. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 2,2% over ge-
noemde boekwaarde en komt uit op circa € 2.305.000.
Pagina 29 van 58
RDD
S
A
AR
eee
a
a
ae
n
e
e
ld
n
nn
t e to e re k e n in
x te rn e re n te la
x te rn e re n te b
o re n te la s te n
ta a k v e ld e n to
ta a k v e ld e n to
te re s u lta a t o p
g b e g ro tin g 2 0 2 7 * € 1 .0 0 0
s te n o v e r d e k o rte e n la n g e
a te n
e n re n te b a te n
e te re k e n e n e x te rn e re n te
e g e re k e n d e re n te , g e m m . 2
h e t ta a k v e ld T re a s u ry
fin
,2 %
a n c ie rin g 2 .3
2 .3
2 .3
2 .3
-
0
0
0
0
5
5
5
5
4.4 Bedrijfsvoering
Inleiding
De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoe-
ring toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgeno-
men, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de
afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere on-
derdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop.
Vastgoed en Facilitair
Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘de-
marcatieregeling’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De regeling geeft aan welke
partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verant-
woordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. De
kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten ver-
rekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten
gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten
(de facilitaire kosten) wordt per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening
plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen ef-
fect op de andere gemeenten. Het voornemen was om op termijn ook deze individuele verreke-
ning naar het verdeelmodel over te brengen. Maar de werkwijze wordt in samenwerking met de
22 gemeenten eerst geëvalueerd (evaluatie gestart in 2026, loopt door in 2027). Uitkomst hier-
van kan zijn dat de huidige werkwijze wordt gehandhaafd (afrekenen per gemeente) of dat de
kosten bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht gaat worden via het reguliere ver-
deelmodel.
De demarcatieregeling bevat naast de taakverdeling ook de afspraak dat de gemeenten de pan-
den uiterlijk 1 januari 2025 op orde zouden brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waar-
bij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en
eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Niet overal zijn als gevolg van deze
geplande / aanstaande verbouwingen de vereisten/voorzieningen voor 1-1-2025 gerealiseerd. In
2027 verwachten wij dat een groter aantal kazernes hierop aangepast zijn.
Conform de demarcatieregeling is er een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken
af te stemmen. Dit overleg gaat ook in 2027 weer door. Te bespreken punten zijn onder andere
de algehele stand van zaken, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw-
en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. VNOG is steeds nauw betrokken bij deze onder-
werpen die de gebouweigenaren (gemeenten) uitvoeren.
Een overzicht van de voornaamste nieuw- en verbouwprojecten in 2027:
Start/lopende nieuwbouwprojecten in 2027: Nieuwbouw Veiligheidscentrum Apeldoorn
N ieuwbouw kazerne Klarenbeek
Lopende verbouwprojecten die doorlopen in Verbouw kazerne Hattem
2027 en/of in 2027 worden afgerond: Verbouw kazerne Hierden
Verbouw kazerne Putten
Lopende nieuwbouwprojecten die doorlo- Nieuwbouw kazerne Terwolde
pen in 2027 en/of in 2027 worden afgerond: Nieuwbouw kazerne Oene
N ieuwbouw kazerne Voorst
Pagina 30 van 58
Eén van de lopende nieuwbouwtrajecten is de nieuwbouw van het veiligheidscentrum in Apel-
doorn. Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van
Apeldoorn en hier wordt ook een kantoorfunctie van VNOG in ondergebracht, als ook andere
functionaliteiten/gebruikers op het gebied van veiligheid , zodat een breed veiligheidscentrum
gaat ontstaan. Dit is een groot project dat qua voorbereidingen al enige jaren loopt. De inge-
bruikname van de nieuwbouw is voorzien in het eerste kwartaal van 2029. VNOG trekt samen op
met de gemeente Apeldoorn, die bouwheer is.
VNOG heeft in stappen in 2023/2024/2025 de voormalige kantoorlocatie aan de Europaweg in
Apeldoorn verlaten, omdat de eigenaar (politie) zelf de ruimtes nodig had. De teams/afdelingen
zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken), me-
dewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van ex-
terne locaties. Daarnaast zijn een paar teams en de crisisruimten van het multi-actiecentrum
(het centrale knooppunt bij het bestrijden van een crisis) begin 2025 verhuisd naar een tijdelijk
pand aan de Molenmakershoek 14 te Apeldoorn (in bezit van de gemeente Apeldoorn). Dit pand
is gelegen náást het toekomstige veiligheidscentrum van VNOG, dat de definitieve locatie zal
worden. De crisisruimten moeten beschikken over eigen (beveiligde) dataverbindingen en nood-
stroom, die hier zijn gerealiseerd voor de tijdelijke locatie. Door te verhuizen naar een pand
náást het toekomstige pand, kunnen deze verbindingen straks worden doorgetrokken naar het
nieuwe pand. Zo is een optimale inzet van middelen bereikt.
Deze tijdelijke situatie van verspreid werken is niet ideaal, maar voor een overzienbare periode
acceptabel, in afwachting op het nieuwe hoofdkantoor. Er is hierbij ook in 2027 net als in voor-
gaande jaren blijvende aandacht of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen pro-
blemen ondervindt, alsmede voor het sociale aspect, nu de medewerkers her en der verspreid
werken. Waar nodig worden maatregelen genomen als er zich problemen voordoen.
Duurzaamheid
De wereld staat voor een grote uitdaging om de leefbaarheid op onze planeet te behouden. In
december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld
die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie. De ambitie van VNOG is om de lande-
lijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de
(financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoe-
ren. De strategie en visie zijn uitgewerkt in een Klimaatplan dat het AB in november 2024 heeft
behandeld. Het plan is in uitvoering.
In het Klimaatplan staan de acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit, ge-
drag en VNOG specifieke activiteiten. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te be-
halen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’.
Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op
dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het ver-
duurzamen van gemeentelijke vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeen-
ten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een extra kans
om stappen te zetten.
Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o.a. om de elektrificatie van het wagenpark,
met op dit moment focus op de dienstauto’s en -bussen (inclusief laadpalen op de locaties),
omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de
grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet voorhanden is.
Pagina 31 van 58
In 2026 heeft VNOG de gestelde doelen uit het klimaatplan herijkt (neerwaarts). Reden hiervoor
is o.a. de focus op bedrijfscontinuïteit, weerbaarheid en de vertraging op het verduurzamen van
vastgoed bij gemeenten. Deze herijking is de basis voor de verdere plannen tot 2030. In 2026 is
gestart met bezoeken van alle gemeenten om de potentie voor verduurzaming van het vastgoed
verder te bespreken. Dit loopt door in 2027 e.v. Hier wordt de potentie tot energiebesparing nog
onvoldoende uitgenut. De ambitie is om in 2026/2027 een eerste duurzaamheidsverslag te kun-
nen presenteren. Daarnaast wordt in de reguliere P&C-documenten op de voortgang van het Kli-
maatplan op hoofdlijnen gerapporteerd.
Vennootschapsbelasting
Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het
accountantskantoor dat de jaarrekening voor VNOG controleert. Verwachting is dat de aangifte
voor 2027 nihil is.
Innovatie
Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ont-
wikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Nieuwe
risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om
flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. VNOG be-
reidt haar medewerkers hierop voor en investeert steeds in (nieuwe en bestaande) samenwer-
kingen, ook met private partijen in start-ups, nieuwe technische oplossingen en inzet van ICT.
Een paar innovaties op de Opgaven ter illustratie:
• Opgave 0. Het beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises: versterken van de
samenwerking met de Grensliaisons t.b.v. de grensoverstijgende coördinatie, starten met
de pilot “Progressive hose lay” voor natuurbrandbestrijding (een inzettactiek waarbij speci-
ale blusslangen onder waterdruk verlengd kunnen worden).
• Opgave 1. Zelfredzaam en risicobewust: uitvoeren van het excelleerplan ‘gedrag en veilige
leefomgeving 2025-2028’.
• Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig: meewerken aan de oprichting van een landelijk Ken-
nis- en Expertisecentrum Natuurbrand.
• Opgave 3. Sterke informatiepositie: bijdragen aan landelijke en (boven)regionale dooront-
wikkeling geneeskundig beeld (Veiligheids informatieknooppunt (VIK), witte informatiebron
Oost-5, KCR2), zodat o.a stapeling risico’s breed inzichtelijk is.
• Opgave 0, 2 en 3: Uitvoeren van project ‘Virtuele assistent (Co-commander)’ voor o.a. bevel-
voerders. VNOG investeert in het versterken van haar informatiepositie tijdens incident- en
crisisbestrijding. Door toenemende informatie en complexere incidenten is voor onze mede-
werkers situationele, direct toepasbare kennis essentieel. Steeds meer complexe informa-
tie moet onder hoge tijdsdruk snel, betrouwbaar en in de juiste context beschikbaar zijn. Tij-
dens incidenten is er geen tijd om gegevens te zoeken, terwijl het missen van cruciale infor-
matie achteraf maatschappelijk onacceptabel is. A.I. kan hierbij een ondersteunende rol
bieden. Met een start-up is een AI-proof of concept ontwikkeld die bevelvoerders proactief
waarschuwt voor risico’s op basis van context. Deze veelbelovende digitale assistent (Virtu-
ele Assistent – Co-commander) verbetert besluitvorming en veiligheid en stimuleert kennis-
opbouw binnen VNOG. De volgende stap is het bouwen van een prototype met aandacht
voor techniek, beleid en beheer. Tegelijkertijd worden andere regio’s betrokken voor toe-
komstige opschaling. Na testen en prototypefase, wordt bekeken of het project voldoende
biedt, om te worden doorgezet.
Pagina 32 van 58
Privacy en security
In 2027 zal VNOG stappen zetten in het verder verhogen van het volwassenheidsniveau voor zo-
wel gegevensbescherming (Privacy) als informatieveiligheid (Security). VNOG houdt hierbij reke-
ning met en geeft uitwerking aan landelijke ontwikkelingen op deze twee terreinen.
Het continu blijven investeren in Informatieveiligheid is van cruciaal belang voor de continuïteit
en betrouwbaarheid van onze organisatie. In een tijdperk waarin cyberdreigingen steeds ge-
avanceerder en frequenter worden en ontwrichtend kunnen werken voor de samenleving, met
grote gevolgen voor burgers en -de processen van- de eigen organisatie is het essentieel om
proactieve maatregelen te blijven nemen om onze gegevens en systemen te beschermen. Door
te investeren in digitale weerbaarheid -met geavanceerde beveiligingstechnologieën, het trai-
nen van personeel in best practices en het implementeren van robuuste beveiligingsprotocol-
len- kunnen we de risico’s aanzienlijk verminderen. Bovendien draagt het investeren in een
sterke Informatieveiligheid bij aan de algemene weerbaarheidsopgave van de organisatie en het
vertrouwen van onze burgers en ketenpartners. VNOG werkt ook op dit terrein in het Veiligheids-
beraad nauw samen met de andere veiligheidsregio’s.
VNOG draagt door kennis- en deskundigheidsdeling op zowel landelijk als Oost 5-niveau actief
bij aan de interregionale samenwerking ter versterking van de informatievoorziening en informa-
tieveiligheid. Intern vindt een verdere versterking van de informatievoorziening en
-veiligheid plaats door de instelling van de rol van Chief Information Officer (CIO), gekoppeld
aan de functie van afdelingshoofd Bedrijfsvoering, en samenwerking in het CIO Office van
VNOG. Binnen dit Office bundelt VNOG de binnen de organisatie aanwezige kennis en deskun-
digheid op genoemde terreinen, met name op strategisch niveau. Privacy en gegevensbescher-
ming maken hier onderdeel van uit.
De Europese regelgeving op securitygebied in de vorm van de richtlijnen NIS2 en CER is niet van
toepassing op overheidsinstanties, die in hoofdzaak activiteiten uitvoeren op het terrein van on-
dermeer openbare veiligheid, en gelden daarmee niet voor de veiligheidsregio’s. VNOG geeft in
samenwerking met de andere veiligheidsregio’s invulling aan een securityregime, dat past bij de
eisen die de landelijke vitaalverklaring van een aantal veiligheidsregio-processen aan de regio’s
stelt. Waar mogelijk sluiten maatregelen en voorzieningen aan op de weerbaarheidsopgave van
VNOG.
Voor de informatiebeveiliging wordt het steeds belangrijker om Security by Design toe te pas-
sen. Dit betekent dat bij de ontwikkeling en onboarding van nieuwe systemen in een vroeg sta-
dium met de security-eisen rekening wordt gehouden.
Voor het terrein van de gegevensbescherming wordt het steeds belangrijker om Privacy by De-
sign toe te passen, vergelijkbaar met Security by Design voor informatiebeveiliging. Privacy by
Design houdt in dat in een vroeg stadium, bij de ontwikkeling van producten en diensten, zowel
technisch als organisatorisch, een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens wordt afge-
dwongen. Dit brengt risico’s vooraf in beeld waardoor achteraf geen reparatie hoeft plaats te
vinden. De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) in samenhang met het beheer van
het verwerkingsregister hoort daarbij.
Pagina 33 van 58
4.5 Verbonden partijen
Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financi-
eel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprake-
lijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een be-
stuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggen-
schap daarin kan uitoefenen. Verder kan de situatie zich voordoen dat er òf bestuurlijke òf fi-
nanciële belangen zijn. Hieronder het overzicht van (semi)verbonden partijen:
Partij Beschrijving
Werkgeversvereniging Samen- De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de
werkende Veiligheidsregio’s veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. De WVSV onderhandelt namens
(WVSV) de besturen van de veiligheidsregio’s met de werknemersorganisaties om af-
spraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veilig-
heidsregio’s. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca.
28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel.
Stichting Risicobeheer Veilig- De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de vei-
heidsregio’s en Stichting Waar- ligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze
borgfonds Veiligheidsregio’s schades kunnen afwikkelen. Tevens kan het expertisebureau advies geven bij
(complexe) casussen. De Stichting Waarborgfonds van de 25 veiligheidsregio’s
is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s.
Nederlands Instituut Publieke Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie
Veiligheid (NIPV) van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de
veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het be-
stuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uit-
voert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s.
Stichting Brandweeropleidin- De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes vei-
gen Gelderland Overijssel ligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes
(BOGO) regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s.
Veluws Bosbrandweer Comité De stichting VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten en veilig-
(VBC) heidsregio’s op de Veluwe voor het voorkomen en beperken van bos- en natuur-
branden. Daarvoor organiseert en coördineert zij een systeem van detectie (o.a.
via vliegtuigen, drones en meetapparatuur). Deelnemers zijn: Veiligheids- en
Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG, gemeente Apeldoorn,
Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem,
Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scher-
penzeel, Voorst en Wageningen.
Samenwerkingsregeling Inci- De SAMIJ is een netwerk-samenwerking van diverse partijen voor bovenregio-
dentbestrijding IJsselmeerge- nale bestuurlijke- en operationele afstemming t.b.v. de incidentbestrijding in
bied (SAMIJ) het IJsselmeergebied (IJsselmeer, Markermeer, IJmeer, Gouwzee en de Rand-
meren, inclusief het Zwartemeer). Partijen zijn: veiligheidsregio’s, waterschap-
pen, Rijkswaterstaat, KNRM, Reddingsbrigade Nederland, Kustwacht en de Na-
tionale Politie.
Pagina 34 van 58
4.6 Openbaarheidsparagraaf
Inleiding
De Wet open overheid (Woo) verplicht overheidsinstanties om jaarlijks in de begroting en de
jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In
deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uit-
gevoerd in 2027 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de infor-
matiehuishouding.
Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo)
Onder actieve openbaarmaking vallen de activiteiten om de wettelijk verplichte informatie (ge-
bundeld in 17 categorieën, waarvan er 12 op VNOG van toepassing zijn) actief openbaar te ma-
ken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie buiten deze verplichte ca-
tegorieën op eigen initiatief openbaar te maken. De bepalingen uit de Woo die hierover gaan tre-
den over een periode van enkele jaren gefaseerd in werking. VNOG geeft invulling aan de open-
baarmaking van de categorieën, waarvoor de verplichting inmiddels geldt.
De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan verplicht
Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken
(art. 3.1 Woo) moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft en volgt VNOG de
landelijke ontwikkelingen rond de Woo-index.
Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo)
Dit platform is de Woo-index in het Register van Overheidsorganisaties. VNOG koppelt haar
openbare informatie via de eigen website aan dit platform, zodat iedere inwoner in de regio alle
relevante VNOG-informatie via die plek kan vinden.
Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo)
Passieve openbaarmaking is het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een Woo-
verzoek. Dergelijke verzoeken worden volgens de geldende regels uit de Woo afgehandeld.
De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo)
Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen
de VNG gevolgd. Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft voortdurend onze aan-
dacht. VNOG geeft uitvoering aan de bepaling uit de (huidige) Archiefwet dat overheidsorganisa-
ties documenten in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren, en
zorg moeten dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbe-
scheiden. Dit krijgt ondermeer vorm met het verder inrichten van het nieuwe Document Ma-
nagement Systeem (DMS) van VNOG. In het kader van de Woo ligt er nadruk op de digitale ar-
chiefbescheiden.
Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo)
VNOG beschikt, zoals de Woo dat voorschrijft over Woo-contactpersonen. Zij kunnen vragen
van burgers beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie.
Pagina 35 van 58
5. Financiële begroting
5.1 Kaders en uitgangspunten
Het algemeen bestuur heeft op 19 maart 2026 de Kadernota 2027-2030 vastgesteld. In de Ka-
dernota staan de financieel-technische uitgangspunten, die zijn toegepast voor de begroting
2027.
Kaders systematiek loon- en prijscompensatie
De systematiek voor de begroting 2027 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige be-
grotingen. Een onzekerheid bij het opstellen van de Kadernota 2027 - 2030 betrof het aflopen
van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 augustus 2025. Begin oktober, bij het opstellen van
de Kadernota 2027 – 2030, was er nog geen akkoord bereikt tussen de werkgevers en vakcentra-
les. Bij het opstellen van de begroting is een principe-akkoord bereikt waarmee in de voorlig-
gende begroting is gerekend voor de personeelslasten.
• Looncompensatie: De looncompensatie voor 2027 wordt berekend op basis van het percen-
tage (loonvoet sector overheid), dat wordt genoemd in de Septembercirculaire 2025 van het
Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande
jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoor-
waardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als
dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven
als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdra-
gen (correctie).
• Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de raming van de Brede Doeluitkering
Rampenbestrijding (BDuR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laat-
ste beschikking. Voor de begroting voor 2027 is dit de beschikking die de VNOG voor 2026
ontvangt in december 2025. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de
VNOG. Als de uitkering in 2026 en 2027 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie
van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onder-
deel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekening-
resultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd
voor bestemming.
• Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de
septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Hier vindt geen
verrekening met voorgaande jaren plaats.
Financiële kaders
1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2026. Uitbrei-
ding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de
begroting, via de Kadernota.
2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met:
a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit;
b. inhuur van derden, bij voorbeeld ter vervanging van ziekte, vacatureoverbrugging of knel-
punten wordt niet geraamd en wordt in principe opgevangen vanuit de kader-stellende
loonkosten;
Pagina 36 van 58
c. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt /
functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten wor-
den opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget;
d. het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord;
e. het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeente-
fonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027);
f. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pen-
sioenpremies) voor 2025. Voor 2026 en 2027 zijn de percentages voor de werkgeverslas-
ten nog niet bekend;
g. gedurende het begrotingsjaar 2027 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarreke-
ning een toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens
worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht;
h. het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom (minus €100.000 conform eerder op-
gevoerde besparing uit Kadernota 2024-2027);
i. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in ko-
mende circulaires.
3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen:
a. wordt het bedrag voor 2025 genomen;
b. het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeente-
fonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027);
c. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in ko-
mende circulaires.
4. Voor de exploitatielasten wordt:
a. de vastgestelde begroting (2026) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2025,
die nog niet in de primitieve begroting 2026 waren opgenomen;
b. autonome ontwikkelingen en ontwikkelrichtingen worden meegenomen voor zover op-
genomen in de Kadernota 2027;
c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2025 van het ge-
meentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2027: 2,2%;
d. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in vol-
gende circulaires.
5. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen die onderdeel uitmaken
van het dekkings- en spreidingsplan conform de vastgestelde Toekomstvisie (2020). Deze zijn
verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) evenals de verdere reguliere vervangin-
gen zoals bijvoorbeeld voor ICT-middelen. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten:
a. disagio wordt niet geactiveerd;
b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het ver-
vaardigingsproces;
c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven;
d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd;
e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten,
wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve afschrijvingen
gebracht;
f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren
daarna rente en afschrijving (100%).
Pagina 37 van 58
6. Het rente-omslagpercentage voor 2027 komt op basis van de meest recente berekeningen uit
op 2,2%.
7. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven.
8. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het
verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en
is per ingang van 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.
Pagina 38 van 58
5.2 Beleidsregels en uitgangspunten reserves
Inleiding
Deze paragraaf beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s,
de reserves, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit, zoals
opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2027-2030. De beleidsregels zetten eerdere lijnen
voort; ze zijn vastgelegd in de betreffende paragrafen van voorgaande begrotingen.
Risicomanagement
1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de
begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’.
2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich
kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich
mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren.
3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat
centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen);
het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellin-
gen) en het accepteren ervan.
4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT. De afdelingshoofden be-
trekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij
het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de
tussentijdse rapportages en de Jaarstukken.
5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de
kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70%
en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop
de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich
waarschijnlijk voordoet.
6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen
benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans
op het risico weergeven.
7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandsca-
paciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel
anderszins kunnen worden opgevangen.
8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatre-
gelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard.
Reserves
1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) be-
stemmingsreserves en egalisatiereserves.
2. De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en
heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat
bij besluit van het algemeen bestuur over de resultaatsbestemming, of anderszins door al-
gemeen bestuursbesluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve
c.q. het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelne-
mende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG.
3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vor-
men samen de weerstandscapaciteit (zie hierna).
4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een band-
breedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te
Pagina 39 van 58
raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of her-
steld wordt.
5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prio-
riteiten, knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfs-
voeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit
(telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is
5% van het begrotingstotaal.
6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel inge-
steld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel
uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves.
8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en
onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening.
9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestem-
mingsvoorstel saldo jaarrekening.
10. De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves
(door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking
worden aangegeven.
Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in hoofdstuk 6.
Weerstandscapaciteit
1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd
door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve1 en de post Onvoorzien.
2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de
(tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan
verbonden2.
3. De weerstandsratio = beschikbare weerstandscapaciteit
benodigde weerstandscapaciteit
4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)3.
5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weer-
standsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen.
6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de
eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze
waarde weer te bereiken.
1 Bij voorstellen waarbij aanspraak wordt gemaakt op de bedrijfsvoeringreserve zullen de effecten daarvan op de (mo-
gelijke daling van de) ratio worden beoordeeld en geduid. In voorkomende situaties kan worden overwogen een spe-
cifieke reserve te in te stellen voor een aangewezen bestemming (zoals bijv. voor de uitvoering van het klimaatplan).
2 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd
kán besluiten om de bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten
weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht.
Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader.
3 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse
deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van ri-
sico’s van VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de ge-
meenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én
gemeenten op enig moment.
Pagina 40 van 58
5.3 Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten
Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen:
• Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesterin-
gen.
• De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven).
• De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren.
• De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding.
• De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2027 tot en met 2030 is bepalend voor
het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar
stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van
een aanbestedingsprocedure).
• Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het
vastgestelde beleid.
• De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/mate-
riaal investeringen wordt lineair afgeschreven conform het beleid.
• Er wordt bij investeringen 2,2 % rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het
jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar.
• De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen ge-
nerieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekom-
stige) prijsontwikkelingen.
• De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uit-
gaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen.
In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat be-
treft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het
kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het in-
vesteringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende
tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer (bij de Kadernota 2028-2031
wordt de doorrekening (opnieuw) geactualiseerd):
Programma Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2026 2027 2028 2029 2030
Risico- en crisisbeheersing 2.000 2.000 0 0 0
Brandweerzorg 8.733.000 11.050.000 10.684.000 10.421.000 10.232.000
GHOR 16.000 40.000 39.000 38.000 53.000
Bedrijfsvoering 1.280.000 1.705.000 1.764.000 1.919.000 2.027.000
Totalen 10.031.000 12.797.000 12.487.000 12.378.000 12.312.000
Mutaties egalisatiereserve afschrijvingen
Toevoeging
Onttrekking* 3.962.140 6.640.700 6.274.700 6.135.700 6.069.700
Rente en afschrijving exclusief
6.068.860 6.156.300 6.212.300 6.242.300 6.242.300
MKON en kazerne
MKON 32.000 38.000 41.000 44.000 42.000
Bijdrage 4 veiligheidsregio's -23.900 -28.300 -30.600 -32.800 -31.300
Bijdrage VNOG 8.100 9.700 10.400 11.200 10.700
Kazerne Vosselmanstraat 49.000 48.000
Bijdrage gemeente Apeldoorn -49.000 -48.000 0 0 0
Kazerne Doetinchem 219.000 219.000 219.000 179.000 179.000
Bijdrage gemeente Doetinchem -219.000 -219.000 -219.000 -179.000 -179.000
Kazernes 0 0 0 0 0
* de begroting 2026 wordt bij de halfjaarrapportage aangepast aan de werkelijk te verwachten
kapitaallasten. Daarbij wordt ook de onttrekking aan de egalisatiereserve aangepast. Deze
onttrekking wordt naar verwachting € 1.000.000.
Pagina 41 van 58
5.4 Personeelslasten
In de begroting 2027 is voor de personeelslasten het voorlopig onderhandelingsresultaat mee-
genomen (schaalverhogingen) en gerekend met onderstaande formatie. Hierin zijn meegeno-
men de aanpassingen uit de Kadernota en de weerbaarheidsgelden.
Er is overeenstemming bereikt over een voorlopig onderhandelingsresultaat met een looptijd
van 2 jaar met de volgende loonmutaties:
1. 4,1% per 1 augustus 2025
2. 3,1% per 1 augustus 2026
3. 0,1% per 1 januari 2027
Deze percentages gelden ook voor de jaar- en uurvergoedingen van de brandweervrijwilligers.
Voor de begroting 2027 betekent dit, dat de stelpost looncompensatie is ingezet voor de hogere
personeelslasten. In deze stelpost resteert nog € 900.000. Dit bedrag is beschikbaar voor stij-
ging van loonkosten w.o. het volgende arbeidsvoorwaardenakkoord, dat moet ingaan per 1 au-
gustus 2027.
Formatie in fte's begroting 2027
Risico- en crisisbeheersing 86,02
Brandweerzorg 136,32
GHOR 15,97
MKON 47,3
Directie en control 4
Bedrijfsvoering 112,92
Totaal 402,53
Pagina 42 van 58
5.5 Overzicht van baten en lasten
Pagina 43 van 58
Program m a
(bedragen in €)
Risico- en crisisbeheersing
Brandweerzorg
GHOR
M KON
Directie en control
Bedrijfsvoering
Algem ene dekkingsm iddelen en onvoorzien
Kazernes en overgangsrecht
Onttrekking aan reserves
Toevoeging aan reserves
Totaal lasten en baten
Begroting 2026
lasten baten
struct. incid. struct. incid.
10.464.170 826.095 - -
36.975.855 492.140 84.000 -
2.384.700 - 48.000 -
5.728.340 - 4.310.920 -
841.700 - 2.000 -
19.351.486 673.500 327.000 -
3.979.711 - 71.285.142 -
3.671.500 - 3.671.500 -
83.397.462 1.991.735 79.728.562 -
- - 4.124.000 1.991.735
- 455.100 - -
83.397.462 2.446.835 83.852.562 1.991.735
85.844.297 85.844.297
Begroting 2027
lasten baten
struct. incid. struct. incid.
10.726.570 - - -
40.790.355 80.000 84.000 -
2.532.700 - 34.000 -
5.975.340 - 4.495.336 -
933.500 - 2.000 -
21.304.700 117.500 327.000 -
4.613.721 - 78.209.200 -
3.691.500 - 3.691.500 -
90.568.386 197.500 86.843.036 -
- - 6.640.700 197.500
2.500.000 415.350 - -
93.068.386 612.850 93.483.736 197.500
93.681.236 93.681.236
Begroting 2028
lasten baten
struct. incid. struct. incid.
10.721.270 - - -
40.273.755 - 84.000 -
2.531.700 - 34.000 -
5.978.340 - 4.498.336 -
1.078.500 - 2.000 -
21.776.800 100.000 327.000 -
4.330.371 - 79.559.200 -
3.585.500 - 3.585.500 -
90.276.236 100.000 88.090.036 -
- 6.274.700 100.000
4.000.000 88.500 - -
94.276.236 188.500 94.364.736 100.000
94.464.736 94.464.736
Begroting 2029
lasten baten
struct. incid. struct. incid.
10.641.270 - - -
39.880.355 - 84.000 -
2.530.700 - 34.000 -
5.981.340 - 4.501.336 -
1.138.500 - 2.000 -
22.095.300 26.500 327.000 -
4.243.771 - 79.427.200 -
3.644.500 - 3.644.500 -
90.155.736 26.500 88.020.036 -
- 6.135.700 26.500
4.000.000 -
94.155.736 26.500 94.155.736 26.500
94.182.236 94.182.236
Begroting 2030
lasten baten
struct. incid. struct. incid.
10.641.270 - - -
39.680.355 - 84.000 -
2.545.700 - 34.000 -
5.979.340 - 4.499.336 -
1.129.500 - 2.000 -
22.203.300 - 327.000 -
4.107.771 - 79.771.200 -
3.444.500 - 3.444.500 -
89.731.736 - 88.162.036 -
- - 6.069.700 -
4.500.000 - -
94.231.736 - 94.231.736 -
94.231.736 94.231.736
5.6 Overzicht taakvelden, beleidsindicatoren en financiële kengetallen
Taakvelden
uitgaven inkomsten
Begroting Begroting
Taakveld Omschrijving taakveld
2027 2027
0.1 Bestuur 20.000
0.4 Overhead 17.703.400 309.000
0.5 Treasury 2.306.000 2.306.000
0.8 Overige baten en lasten 1.106.521
0.10 Mutaties reserves 2.915.350 6.838.200
1.1 Crisisbeheersing en brandweer 69.629.965 84.228.036
TOTAAL 93.681.236 93.681.236
Voor dit overzicht zijn nog niet de nieuwe definities van het taakveld overhead gebruikt.
Beleidsindicatoren
Financiële kengetallen VNOG
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Netto schuldquote 32% 95% 85% 79% 73% 66%
Solvabiliteitsratio 33% 17% 17% 17% 16% 15%
Exploitatieruimte 1,23% 0,00% 0,32% 0,09% 0,00% 0,00%
Toelichting op de kengetallen
Algemeen
Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen
moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschap-
pelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de fi-
nanciële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in
onderstaande tabel weergegeven.
Categorie
A= minste risico B - gem. risico C = meeste risico
Netto schuldquote < 90% 90%-130% > 130%
Solvabiliteitsratio > 50% 20%- 50% < 20%
Structurele exploitatieruimte begr. > 0% begr. = 0 begr.< 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is
kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om
Pagina 44 van 58
In d ic a to r
F o rm a tie : a a n ta l F T E p e r 1 .0 0 0 in w o n e rs
B e z e ttin g : a a n ta l F T E p e r 1 .0 0 0 in w o n e rs
A p p a ra a ts k o s te n : k o s te n p e r in w o n e r
E x te rn e in h u u r: k o s te n a ls % v a n to ta le lo
O v e rh e a d : % v a n to ta le la s te n
o n s o m + to ta le k o s te n in h u u r e x te
b e g ro tin g 2 0 2 6
0 ,4 6
0 ,4 4
€ 2 0 ,7 0
rn e n 0 ,6 1 %
1 8 ,5 1 %
b e g ro tin g 2 0 2 7
0 ,4 8
0 ,4 7
€ 2 1 ,0 6
0 ,6 2 %
1 9 ,0 0 %
b e z e ttin g 3 1 -1 2 -2 0 2 5
deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te ma-
ken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2027-2030.
Netto schuldquote
Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen mid-
delen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse ba-
ten.
Bij de begrote cijfers voor 2027-2030 is uitgegaan van een toename van de investeringen op ba-
sis van meerjarenplanning (vervangings)investeringen. Ter financiering van deze investeringen is
in 2024 een deel van het benodigde vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen
met een looptijd van 15 jaar. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met nog meer
aan te trekken financiering.
De berekende netto schuldquote valt grotendeels in de categorie ‘minste risico’. In eerste in-
stantie loopt dit risico (tijdelijk) op door een hogere schuldenlast met bijbehorende aflossings-
verplichting en afname van liquide middelen. Daarbij is verder - op basis van de uitgangspunten
in de Kadernota 2027-2030 - vanaf 2027 gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de
gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten.
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen
kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale om-
vang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de sol-
vabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG.
De berekende ratio bedraagt over 2027: 17% en valt daarmee in de categorie: meeste risico. Dit
kengetal neemt verder af in de loop van de weergegeven jaren. De oorzaak daarvan is dezelfde
als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke re-
geling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bij-
voorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de
ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en las-
ten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.
Pagina 45 van 58
6. Uiteenzetting financiële positie
6.1 Geprognosticeerde balans
Begrotingsjaar T 2027
bedrag x 1000 T-2 T-1 T T+1 T+2 T+3
Activa 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030
(im) Materiële vaste activa 52.792 105.488 100.211 92.841 85.310 77.979
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen
Financiële vaste activa: Leningen
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar
Totaal Vaste Activa 52.792 105.488 100.211 92.841 85.310 77.979
Uitzettingen <1 jaar 17.940 4.656 1.736 95 138 575
Liquide middelen 199 199 199 199 199 199
Overlopende activa 4.028 4.028 4.028 4.028 4.028 4.028
Totaal Vlottende Activa 22.167 8.884 5.963 4.322 4.366 4.802
Totaal Activa 74.959 114.372 106.174 97.163 89.676 82.781
Passiva 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030
Eigen vermogen 25.061 22.365 18.442 16.156 13.994 12.424
Voorzieningen 1.833 2.058 2.283 2.508 2.733 2.958
Vaste schuld 36.283 78.167 73.667 66.717 61.167 55.617
Totaal Vaste Passiva 63.176 102.589 94.392 85.380 77.893 70.999
Vlottende schuld 5.728 5.728 5.728 5.728 5.728 5.728
Overlopende passiva 6.055 6.055 6.055 6.055 6.055 6.055
Totaal Vlottende Passiva 11.783 11.783 11.783 11.783 11.783 11.783
Totaal Passiva 74.959 114.372 106.174 97.163 89.676 82.781
Pagina 46 van 58
6.2 Overzicht reserves en voorzieningen
Pagina 47 van 58
V o o rlo p ig e
G e ra a m d e G e ra a m d e
s ta n d
O ve rzic h t re s e rve s e n vo o rzie n in g e n + o f -/- 2 0 2 6 s ta n d b e g ro tin g + o f -/- 2 0 2 7 s ta n d b e g ro tin g + o f -/- 2 0 2 8
ja a rre k e n in g
2 0 2 7 (1 -1 ) 2 0 2 8 (1 -1 )
2 0 2 5
V o o rlo p ig re ke n in gre su lta a t 2 0 2 5 1 .3 4 1 .5 9 5 -1 .3 4 1 .5 9 5 -
1 . A lge m e n e R e se rve 1 .1 3 5 .1 1 4 1 .1 3 5 .1 1 4 1 .1 3 5 .1 1 4
To ta a l a lge m e n e re se rve 1 .1 3 5 .1 1 4 - 1 .1 3 5 .1 1 4 - 1 .1 3 5 .1 1 4 -
B e ste m m in gsre se rve s
2 . Je u gd b ra n d w e e r O o st-G e lre 5 .4 3 6 - 5 .4 3 6 - 5 .4 3 6 -
3 . Tijd e lijke re se rve 6 9 9 .8 6 5 -6 9 9 .8 6 5 - - - -
4 . E ga lisa tie re se rve a fsc h rijvin ge n * 1 3 .3 1 1 .8 5 3 -1 .0 0 0 .0 0 0 1 2 .3 1 1 .8 5 3 -4 .1 4 0 .7 0 0 8 .1 7 1 .1 5 3 -2 .2 7 4 .7 0 0
5 . B e ste m m in gsre se rve F ric tie ko ste n LM O 4 6 0 .0 0 0 - 4 6 0 .0 0 0 - 4 6 0 .0 0 0 -
6 . R e se rve in c id e n te le ve ra n d e rko ste n 9 7 .9 2 9 - 9 7 .9 2 9 - - -
7 . R e se rve b ijko m e n d e ko ste n m a te rie e lsp re id in gsp la n 1 1 3 .6 6 9 - 1 1 3 .6 6 9 - 1 1 3 .6 6 9 -
8 . E ga lisa tie re se rve ‘in ze tte n (u itru k)’ 2 9 4 .7 5 1 -3 0 .0 0 0 2 6 4 .7 5 1 -3 0 .0 0 0 2 3 4 .7 5 1 -3 0 .0 0 0
9 . R e se rve d u u rza a m h e id sm a a tre ge le n 4 3 1 .8 8 6 -3 5 .0 0 0 3 9 6 .8 8 6 -3 5 .0 0 0 3 6 1 .8 8 6 -3 5 .0 0 0
1 0 . B e ste m m in gsre se rve S O S -to e ga n g e n h o ge d ru kle id in g 1 4 8 .7 7 0 -3 8 .0 0 0 1 1 0 .7 7 0 - 1 1 0 .7 7 0 -
1 1 . B e ste m .re s ge b ie d sge ric h te a a n p a k n a tu u rb ra n d b e h e e r -0 - -0 - -0 -
1 2 . E ga lisa tie re se rve M K O N 5 8 9 .9 6 5 - 5 8 9 .9 6 5 - 5 8 9 .9 6 5 -
1 3 . B e d rijfsvo e rin gre se rve ** 3 .9 9 2 .6 5 6 4 5 .1 0 0 4 .0 3 7 .7 5 6 3 0 0 .3 5 0 4 .3 3 8 .1 0 6 5 3 .5 0 0
1 4 . E ga lisa tie re se rve n o o d fo n d s c risisb e h e e rsin g 2 .4 3 7 .0 6 3 -9 3 7 .5 0 0 1 .4 9 9 .5 6 3 -1 7 .5 0 0 1 .4 8 2 .0 6 3 -
to ta a l b e ste m m in gsre se rve s 2 2 .5 8 3 .8 4 4 -2 .6 9 5 .2 6 5 1 9 .8 8 8 .5 7 9 -3 .9 2 2 .8 5 0 1 5 .8 6 7 .7 9 9 -2 .2 8 6 .2 0 0
T o ta a l re s e rve s 2 5 .0 6 0 .5 5 3 -4 .0 3 6 .8 6 0 2 1 .0 2 3 .6 9 3 -3 .9 2 2 .8 5 0 1 7 .0 0 2 .9 1 3 -2 .2 8 6 .2 0 0
V o o rzie n in ge n vo o r risic o 's e n ve rp lic h tin ge n
V o o rzie n in g sp a a rve rlo f 5 0 3 .7 7 8 5 0 3 .7 7 8 5 0 3 .7 7 8
V o o rzie n in g ve rlo fsp a re n M K O N 7 4 .2 9 0 7 4 .2 9 0 7 4 .2 9 0
V o o rzie n in g R e ge lin g V e rvro e gd e U ittre d in g 7 7 .6 6 8 7 7 .6 6 8 7 7 .6 6 8
V o o rzie n in g b in e n sc h ild e rw e rk ka ze rn e s 3 1 6 .7 8 3 1 5 0 .0 0 0 4 6 6 .7 8 3 1 5 0 .0 0 0 6 1 6 .7 8 3 1 5 0 .0 0 0
to ta a l vo o rzie n in ge n vo o r risic o 's e n ve rp lic h tin ge n 9 7 2 .5 2 0
V o o rzie n in ge n d o o r d e rd e n b e kle m d e m id d e le n
V o o rzie n in g o n d e rh o u d gro o t ka ze rn e D o e tin c h e m 8 5 9 .9 8 5 7 5 .0 0 0 9 3 4 .9 8 5 7 5 .0 0 0 1 .0 0 9 .9 8 5 7 5 .0 0 0
T o ta a l vo o rzie n in g e n 1 .8 3 2 .5 0 5 2 .0 5 7 .5 0 5 2 .2 8 2 .5 0 5
* vo o r 2 0 2 6 is a l re ke n in g ge h o u d e n m e t d e p ro gn o se va n e e n o n d e ru itp u ttin g va n d e ka p ita a lla ste n
vo o r 2 0 2 7 is re ke n in g ge h o u d e n m e t e e n stijgin g va n d e ge m e e n te lijke b ijd ra ge n m e t € 2 .5 0 0 .0 0 0 e n o p lo p e n d in 2 0 3 0 to t € 4 .5 0 0 .0 0 0
** in d e b e d rijfsvo e rin gsre se rve w o rd t in 2 0 2 6 e n 2 0 2 7 d e b e sp a a rd e h u u r va n d e E u ro p a w e g ge sto rt. D e ze b e d ra ge n te lle n n ie t m e e in d e b e p a lin g va n d e w e e rsta n d sra tio .
G e ra a m d e
s ta n d b e g ro tin g
2 0 2 9 (1 -1 )
1 .1 3 5 .1 1 4
1 .1 3 5 .1 1 4
5 .4 3 6
-
5 .8 9 6 .4 5 3
4 6 0 .0 0 0
-
1 1 3 .6 6 9
2 0 4 .7 5 1
3 2 6 .8 8 6
1 1 0 .7 7 0
-0
5 8 9 .9 6 5
4 .3 9 1 .6 0 6
1 .4 8 2 .0 6 3
1 3 .5 8 1 .5 9 9
1 4 .7 1 6 .7 1 3
5 0 3 .7 7 8
7 4 .2 9 0
7 6 6 .7 8 3
1 .0 8 4 .9 8 5
2 .4 2 9 .8 3 7
+ o f -/- 2 0 2 9
-
-
-
-2 .1 3 5 .7 0 0
-
-
-
-
-
-
-
-
-2 6 .5 0 0
-
-2 .1 6 2 .2 0 0
-2 .1 6 2 .2 0 0
1 5 0 .0 0 0
7 5 .0 0 0
G e ra a m d e
s ta n d b e g ro tin g
2 0 3 0 (1 -1 )
1 .1 3 5 .1 1 4
1 .1 3 5 .1 1 4
5 .4 3 6
-
3 .7 6 0 .7 5 3
4 6 0 .0 0 0
-
1 1 3 .6 6 9
2 0 4 .7 5 1
3 2 6 .8 8 6
1 1 0 .7 7 0
-0
5 8 9 .9 6 5
4 .3 6 5 .1 0 6
1 .4 8 2 .0 6 3
1 1 .4 1 9 .3 9 9
1 2 .5 5 4 .5 1 3
5 0 3 .7 7 8
7 4 .2 9 0
9 1 6 .7 8 3
1 .1 5 9 .9 8 5
2 .6 5 4 .8 3 7
+ o f -/- 2 0 3 0
-
-
-
-1 .5 6 9 .7 0 0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-1 .5 6 9 .7 0 0
-1 .5 6 9 .7 0 0
1 5 0 .0 0 0
7 5 .0 0 0
G e ra a m d e
s ta n d b e g ro tin g
2 0 3 1 (1 -1 )
1 .1 3 5 .1 1 4
1 .1 3 5 .1 1 4
5 .4 3 6
-
2 .1 9 1 .0 5 3
4 6 0 .0 0 0
-
1 1 3 .6 6 9
2 0 4 .7 5 1
3 2 6 .8 8 6
1 1 0 .7 7 0
-0
5 8 9 .9 6 5
4 .3 6 5 .1 0 6
1 .4 8 2 .0 6 3
9 .8 4 9 .6 9 9
1 0 .9 8 4 .8 1 3
5 0 3 .7 7 8
7 4 .2 9 0
1 .0 6 6 .7 8 3
1 .2 3 4 .9 8 5
2 .8 7 9 .8 3 7
1. Algemene Reserve
• Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen.
• Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de beno-
digde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4.
• Duur: geen einddatum
• Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de
gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd.
2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre
• Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG.
• Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre).
• Duur: geen einddatum
• Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
3. Tijdelijke reserve
• Doel overheveling budgetten naar het volgende dienstjaar door middel van een AB-besluit
4. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten)
• Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen als gevolg van afstoten van materi-
eel4 (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten.
• Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum.
• Duur: geen einddatum.
• Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling.
5. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO)
• Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019).
• Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). Elke veiligheidsregio heeft dit bedrag ontvangen.
• Duur: 2020-2026.
• Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
4 verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis
Pagina 48 van 58
6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling)
• Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020).
• Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000.
• Duur: tot eind 2026; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar.
• Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
7. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan
• Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020).
• Hoogte: € 360.000.
• Duur: tot eind 2028
• Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
8. Egalisatiereserve inzetten (uitruk)
• Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop ge-
meentelijke bijdrage (AB 25-6-2020).
• Hoogte: max. € 400.000.
• Duur: geen einddatum.
• Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbe-
paling.
9. Reserve duurzaamheid
• Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen
• Hoogte: max. € 600.000, AB-besluit 7 november 2024
• Duur: t/m eind 2030
• Mutaties: AB besluit
10. RCB SOS-toegang/hogedruk blusleiding
• Doel: dekking van de eenmalige opstartkosten voor SOS-toegang en eenmalige aanpassingen panden met hogedruk blusleiding
• Hoogte: € 235.000, vanuit de post Onvoorzien incidenteel hierin gestort, AB-besluit 14 december 2023
• Duur: looptijd van 5 jaar, t/m eind 2027
• Mutaties: AB-besluit
Pagina 49 van 58
11. Bijdrage VNOG gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandrisico
• Doel: dekking van de projectkosten spoor 1 van de interregionale gebiedsgerichte aanpak natuurbrandrisico, waaronder inhuur en vervanging van personele
capaciteit en hierbinnen € 50.000 te reserveren voor incidentele projectkosten waaronder ICT
• Hoogte: De maximale hoogte is € 780.000, vanuit de post prijscompensatie is incidenteel € 416.000 gestort, AB-besluit 14 december 2023
• Duur: t/m eind 2026
• Mutaties: AB besluit
12. Egalisatiereserve Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking
• Doel: met het afsluiten van het convenant tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel over de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (onderdeel:
Meldkamer Brandweer/Multi, MKON-MKBM) is besloten tot het instellen van een egalisatiereserve voor de gedeelde kosten. In het convenant is daarover het
volgende opgenomen: “Het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of
onttrokken aan de bestemde reserve MKON-MKBM.” Dit convenant is door alle vijf betrokken algemeen besturen in 2023 bekrachtigd. Deze egalisatiereserve
wordt gevormd uit de middelen die door de vijf veiligheidsregio’s worden ingezet ter dekking van de kosten van de MKON-MKBM.
• Hoogte: (nog) niet bepaald. Op termijn kan de werking van de reserve door de vijf veiligheidsregio’s worden geëvalueerd en kan er mogelijk een plafond
worden afgesproken. Het meerdere dat uitstijgt boven het plafond kan vervolgens terugvloeien naar de vijf regio’s conform de financiële verdeelsleutel
• Duur: geen einddatum
• Mutaties: het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken
13. Bedrijfsvoeringsreserve
• Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen.
Is onderdeel van de weerstandscapaciteit.
• Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal5 .
• Duur: geen einddatum
• Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten.
14. Egalisatiereserve noodfonds crisisbeheersing
• Doel: het versterken en flexibiliseren van crisisbeheersing, informatiepositie en informatie-uitwisseling om zo nog beter in staat te zijn toekomstige incidenten
of crises met impact op één of meer gemeenten het hoofd te bieden.
• Hoogte: maximale hoogte van € 2.500.000.
5 Ter overbrugging zijn de tijdelijk bespaarde (huur)lasten (v.a. eind 2023) toegevoegd aan deze reserve, de hierop betrekking hebbende kosten voor (tijdelijke) huisvesting zullen de
komende jaren (weer) uit deze reserve vloeien. Dit onderdeel verloopt budgettair neutraal en moet niet worden meegerekend bij de bepaling van de maximale hoogte van de be-
drijfsvoeringsreserve.
Pagina 50 van 58
• Duur: geen einddatum
• Mutaties: Incidentele onderschrijdingen van lasten kunnen in enig jaar worden toegevoegd aan de reserve als dotatie. Onttrekkingen uit de reserve zijn toege-
staan, mits deze passen binnen de kaders van het AB-besluit van 30 maart 2023. In dit besluit is vastgelegd dat de resterende middelen uit de extra-
BDuR 2023–2026, bestemd voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, in de reserve worden gestort. Deze middelen blijven geoormerkt
beschikbaar voor dit specifieke doel. Hierdoor kunnen ook eventuele meerkosten in een bepaald jaar worden opgevangen door middel van onttrekkingen aan
de reserve. Conform het AB-besluit geldt dat onttrekkingen zijn toegestaan tot een minimale stand van de reserve van € 454.200. Indien een voorgeno-
men onttrekking leidt tot het doorbreken van deze minimale stand, wordt hiervoor een separaat voorstel aan het algemeen bestuur voorgelegd.
Pagina 51 van 58
6.3 Overzicht kredieten
Pagina 52 van 58
S o o rt a c tiva
M a te rie e l
In ve n ta ris
P B M
C o m m .
W e rk p la a ts
C o m m . / IC T
H u is ve s tin g
F a c ilita ir
T o ta a l
P a ra a t
P ike t
D ie n st
Ta n ka u to sp u it H V
(H )O vD , C vD , A G S , F B O , TB O
W V D /V a kb e kw .h e id
P P M O b a a n
P e rso n e e l
W O /V B
C 2 0 0 0
A u to / te c h n ie k/ m e ta a l
P B M
W a te rvo e re n -d e a rm a tu re n
W e rksta t.
G is.c o m p .
In fra stru c ./ S e rve r/ N e tw e rk
A p p l.syst.
Te le fo n ie
G H O R C 2 0 0 0
B o u w /re n o va tie
D e m a rc a tie
Te c h .in sta ll.
A u d io .V .M .
M e u b ila ir
K re d ie to m s c h rijvin g
V o e rtu ige n , a a n h a n ge rs e n b o te n
V o e rtu ige n A C /O IV /A G S /F B O /TB O /(H )O vD /C vD
V o e rtu ige n e n a a n h a n ge rs (a ggre ga te n )
(R e d )ge re e d sc h a p p e n , a p p a ra tu u r, a rm a tu re n e .d .
In ve n ta ris A G S , a p p a ra tu u r
A p p a ra tu u r
P P M O
P a kke n , la a rze n , h e lm e n
D u iku itru stin g e n -a p p a ra tu u r
V e rb in d in gsa p p a ra tu u r, sc h e rm e n e .d .
C o m p re sso re n , h e fb ru g
A d e m lu c h t(a p p a ra tu u r), w a s-/d ro o ga p p a ra tu u r
S la n ge n (a p p a ra tu u r)
G e b ru ike rsm id d e le n IC T
A p p a ra tu u r
IC T: in fra stru c tu u r, a p p lic a tie so ftw a re e .d .
V o e rtu ige n
IC T S m a rtp h o n e s G B M
V e rb in d in gs(a p p a ra tu u r)
A a n p a ssin g ge b o u w e n , te rre in e n e n ze e c o n ta in e rs
In ric h tin g/m e u b ila ir ka za rn e s
A a n p a ssin g/u itb re id in g in sta lla tie s
K re d ie t ja a rlijkse ve rva n gin g
Ja a rlijkse ve rva n gin g e n o ve rig m e u b ile ir
ja a r 2 0 2 7
2 .2 6 7 .2 0 0
-
5 1 .0 0 0
1 2 5 .0 0 0
-
-
1 6 .5 0 0
4 3 .0 0 0
6 3 .0 0 0
2 7 .0 0 0
1 3 0 .0 0 0
3 1 5 .0 0 0
3 5 0 .0 0 0
5 8 7 .0 0 0
-
-
-
1 1 5 .0 0 0
-
1 8 4 .0 0 0
1 7 9 .0 0 0
8 3 2 .0 0 0
1 4 6 .0 0 0
4 9 2 .0 0 0
5 .9 2 2 .7 0 0
ja a r 2 0 2 8
-
-
1 .8 5 4 .0 0 0
2 2 .0 0 0
-
-
-
4 3 .0 0 0
3 9 .0 0 0
2 7 .0 0 0
4 5 .0 0 0
-
-
3 8 9 .0 0 0
-
1 8 4 .0 0 0
1 5 0 .0 0 0
1 2 0 .0 0 0
-
5 7 .0 0 0
1 2 1 .0 0 0
5 6 8 .0 0 0
4 6 .0 0 0
-
3 .6 6 5 .0 0 0
b e d ra g in €
ja a r 2 0 2 9
3 6 .0 0 0
-
-
-
-
-
-
1 3 0 .0 0 0
1 7 5 .0 0 0
6 2 7 .0 0 0
-
-
-
2 8 3 .0 0 0
-
4 8 7 .0 0 0
5 1 8 .0 0 0
1 5 5 .0 0 0
-
1 8 0 .0 0 0
2 2 6 .0 0 0
6 0 9 .0 0 0
8 4 .0 0 0
-
3 .5 1 0 .0 0 0
ja a r 2 0 3 0
8 4 .0 0 0
-
4 3 0 .0 0 0
8 5 7 .0 0 0
-
-
-
4 3 .0 0 0
-
2 7 .0 0 0
-
1 .9 3 5 .0 0 0
-
3 1 0 .0 0 0
-
8 9 0 .0 0 0
-
1 2 5 .0 0 0
-
1 0 4 .0 0 0
1 6 9 .0 0 0
2 8 4 .0 0 0
6 0 .0 0 0
-
5 .3 1 8 .0 0 0
T o ta a l
2 .3 8 7 .2 0 0
-
2 .3 3 5 .0 0 0
1 .0 0 4 .0 0 0
-
-
1 6 .5 0 0
2 5 9 .0 0 0
2 7 7 .0 0 0
7 0 8 .0 0 0
1 7 5 .0 0 0
2 .2 5 0 .0 0 0
3 5 0 .0 0 0
1 .5 6 9 .0 0 0
-
1 .5 6 1 .0 0 0
6 6 8 .0 0 0
5 1 5 .0 0 0
-
5 2 5 .0 0 0
6 9 5 .0 0 0
2 .2 9 3 .0 0 0
3 3 6 .0 0 0
4 9 2 .0 0 0
1 8 .4 1 5 .7 0 0
Bijlage 1 Kerngegevens
Aantal inwoners (per 1 januari 2026)
Gemeente Aantal inwoners
Aalten 27.608
Apeldoorn 169.212
Berkelland 43.986
Bronckhorst 35.983
Brummen 21.562
Doetinchem 60.466
Elburg 24.039
Epe 33.786
Ermelo 28.199
Harderwijk 50.655
Hattem 12.822
Heerde 19.325
Lochem 34.213
Montferland 37.014
Nunspeet 29.688
Oldebroek 24.535
Oost Gelre 29.868
Oude IJsselstreek 39.596
Putten 25.170
Voorst 25.569
Winterswijk 29.289
Zutphen 49.292
Totaal 851.877
Deze cijfers komen uit de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2026.
Pagina 53 van 58
Bijlage 2 Gemeentelijke bijdragen 2027 en prog-
nose 2028-2030
Het totaalbedrag aan gemeentelijke bijdrage voor 2027 is gebaseerd op de jaarschijf 2027 uit de
voorgaande programmabegroting (2026) met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2027.
Voor de verdeling van deze gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het
verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de GR VNOG. Als verdeelsleutel geldt
de procentuele verdeling tussen de gemeenten die gebaseerd is op de verhouding per gemeente
van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster
openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is in-
gegaan per 2017 en wordt éénmaal per vier jaar herijkt. In 2024 heeft dan ook een herijking
plaatsgevonden die is ingegaan vanaf 2025. De percentages van het verdeelmodel in navol-
gende tabel gelden dus tot en met 2028. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029
het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden.
In het meerjarenoverzicht is geen rekening gehouden met de effecten van de nog komende jaar-
lijkse Kadernota’s (dat kan ook niet, want ze zijn nog niet verschenen). Dus onder andere de ge-
bruikelijke nog komende jaarlijkse loon- en prijsindexen (die in de Kadernota’s staan) zijn niet
verwerkt in het meerjarenoverzicht. Ook niet verwerkt in het meerjarenoverzicht is het toevoe-
gen van de facilitaire kosten (demarcatie bijlage 3) aan het verdeelmodel in plaats van het af-
zonderlijk per gemeente te verrekenen, zoals nu gebeurt. Dit is onderdeel van de evaluatie van
de demarcatieregeling. Het meerjarenoverzicht toont niet de ontwikkeling van programma 8 (zie
bijlage 3); programma 8 komt nog separaat per betreffende gemeente erbij.
Percentage
Voorgestelde Prognose Prognose Prognose
Gemeente conform Kadernota 2027
bijdrage 2027 bijdrage 2028 bijdrage 2029 bijdrage 2030
verdeelmodel
Aalten 3,15% 84.750 2.009.200 2.057.800 2.058.300 2.074.100
Apeldoorn 20,91% 562.220 13.328.300 13.650.400 13.654.600 13.759.200
Berkelland 5,13% 137.780 3.266.200 3.345.100 3.346.100 3.371.700
Bronckhorst 4,46% 119.980 2.844.300 2.913.000 2.913.900 2.936.200
Brummen 2,49% 66.970 1.587.700 1.626.100 1.626.600 1.639.100
Doetinchem 6,89% 185.240 4.391.300 4.497.400 4.498.800 4.533.300
Elburg 2,68% 72.030 1.707.700 1.749.000 1.749.500 1.762.900
Epe 3,97% 106.850 2.533.100 2.594.300 2.595.100 2.615.000
Ermelo 3,35% 89.990 2.133.400 2.185.000 2.185.700 2.202.400
Harderwijk 5,73% 154.000 3.650.800 3.739.000 3.740.100 3.768.700
Hattem 1,38% 37.160 880.900 902.200 902.500 909.400
Heerde 2,07% 55.610 1.318.400 1.350.300 1.350.700 1.361.000
Lochem 4,51% 121.310 2.875.900 2.945.400 2.946.300 2.968.900
Montferland 4,33% 116.520 2.762.200 2.828.900 2.829.800 2.851.500
Nunspeet 3,26% 87.520 2.074.900 2.125.000 2.125.700 2.142.000
Oldebroek 2,65% 71.300 1.690.300 1.731.100 1.731.600 1.744.900
Oost Gelre 3,47% 93.310 2.212.100 2.265.600 2.266.300 2.283.700
Oude IJsselstreek 4,28% 115.180 2.730.500 2.796.500 2.797.400 2.818.800
Putten 2,89% 77.690 1.841.700 1.886.200 1.886.800 1.901.200
Voorst 2,82% 75.810 1.797.200 1.840.600 1.841.200 1.855.300
Winterswijk 3,41% 91.650 2.172.800 2.225.300 2.226.000 2.243.000
Zutphen 6,15% 165.320 3.919.300 4.014.000 4.015.200 4.045.900
Totaal 100% 2.688.200 63.728.200 65.268.200 65.288.200 65.788.200
Pagina 54 van 58
Bijlage 3 Overzicht programma 8
Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met
alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verre-
kend:
• Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf
5.5.) conform de demarcatieregeling.
• De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de demar-
catieregeling die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes
van Apeldoorn.
• De afwikkeling met de gemeente Apeldoorn van de financiële gevolgen van het FLO over-
gangsrecht.
• De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze
kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen.
Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij
de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend.
Facilitaire kosten Facilitaire kosten
Gemeente Overgangsrecht FLO Totaal
Demarcatie Aanvullend
Aalten 33.000 - - 33.000
Apeldoorn 569.700 1.048.000 482.800 2.100.500
Berkelland 56.000 - - 56.000
Bronckhorst 58.000 - - 58.000
Brummen 25.000 - - 25.000
Doetinchem 183.000 - 482.000 665.000
Elburg 41.000 - - 41.000
Epe 49.000 - - 49.000
Ermelo 20.000 - - 20.000
Harderwijk 125.000 - - 125.000
Hattem 14.000 - - 14.000
Heerde 27.000 - - 27.000
Lochem 65.000 - - 65.000
Montferland 30.000 - - 30.000
Nunspeet 34.000 - - 34.000
Oldebroek 33.000 - - 33.000
Oost Gelre 71.000 - - 71.000
Oude IJsselstreek 47.000 - - 47.000
Putten 19.000 - - 19.000
Voorst 33.000 - - 33.000
Winterswijk 21.000 - - 21.000
Zutphen 125.000 - - 125.000
Totaal: 1.678.700 1.048.000 964.800 3.691.500
Pagina 55 van 58
Bijlage 4 Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s (uitge-
breid)
Pagina 56 van 58
N
1
2
3
4
5
6
7
r.
G e k w a n tific e e rd e ris ic o 's
R is ic o 's e n o o rza k e n B e h e e rs m a a tre g e le n
(O n )vo ld o e n d e b e ze ttin g /in ze t vrijw illig e rs o p a lle k a ze rn e s V N O G w e rkt a a n e xtra w e rvin g e n o p le id in g va n vrijw illige rs. D e te
D o o r ve rgrijzin g is u itstro o m va n vrijw illige rs te ve rw a c h te n . D a a rn a a st is e r m e e r ve rlo o p o n d e r n e m e n m a a tre ge le n ve rsc h ille n p e r p o st e n vra ge n d a a ro m o m
b ra n d w e e rvrijw illige rs e n zijn zij d u s m in d e r la n g a a n e e n b ra n d w e e rko rp s ve rb o n d e n (d it is e e n m a a tw e rk n a a st h e t m e e r a lge m e e n o rga n ise re n e n p a rtic ip e re n in
m a a tsc h a p p e lijke tre n d b ij vrijw illige rs in h e t a lge m e e n ). O o k is e r sp ra ke va n sc h a a rste b ij h e t a c tivite ite n e n a c tie s d ie d e b in d in g va n vrijw illige rs b e vo rd e re n .
vin d e n va n n ie u w e vrijw illige rs d o o r (a lge h e le ) kra p te o p d e a rb e id sm a rkt, m e t a ls ge vo lg D a a rb ij is h e t ve rd e r va n b e la n g o m te o n d e rke n n e n d a t in e e n e n ke le
a lte rn a tie ve ke u ze m o ge lijkh e d e n e n - d ru k vo o r d e m e n se n . situ a tie d e sc h a a rste zic h m e t n a m e vo o rd o e t b ij sp e c ifie ke d ic ip lin e s
(m .n . b e ve lvo e rd e rs).
T e ve e l (ro o s te rin g ) u re n b e s ta a n d e (re p re s s ie ve ) b e ze ttin g b ra n d b e s trijd in g , g e e ft ris ic o o p B e w a kin g vo ld o e n d e in ze t re p re ssie ve c a p a c ite it (vrijw illige rs) d o o r
fo u te n , u itva l e n s a n c tie s (A rb e id s tijd e n ). stu rin g e n go e d e p la n n in g in sa m e n h a n g m e t d e n ie u w d o o rge vo e rd e
B ij e e n a a n ta l ka ze rn e s (w .o . b ij ka ze rn e rin g) is sp ra ke va n o n vo ld o e n d e p e rso n e le re p re ssie ve d a gd ie n stre ge lin g (b e ro e p s)m e d e w e rke rs. O n tw ikke lin g risic o h o u d t
c a p a c ite it (m .n .vrijw illige rs). ve rb a n d m e t u itw e rkin g b o u w ste e n V e rp lic h te n d K a ra kte r
(vrijw illige rs).
P rijs s tijg in g e n (b o ve n re g u lie re a a n p a s s in g ) o .a . vo o r b ra n d w e e rm a te rie e l e n -m a te ria a l. D o o rre ke n e n fin a n c ië le ge vo lge n (vo o r w e e rsta n d sc a p a c ite it) va n
W e re ld w ijd e o n tw ikke lin ge n va n e e n to e n e m e n d e vra a g in sa m e n h a n g m e t sc h a a rste va n a a n b o d , m o ge lijke p rijsstijgin ge n va n (ge b ru iks)go e d e re n (w .o . b ra n d sto f e n
d o e n d e (gro n d sto f)p rijze n w .o . d ie va n e n e rgie e n ka to e n , stijge n . D a a rn a a st w o rd e n IC T ko ste n kle d in g) e n IC T-d ie n stve rle n in g. M o ge lijke p rijsstijgin ge n va n te
h o ge r d o o r e e n ste e d s h o ge r ve re ist (in fo rm a tie ) ve iligh e id sn ive a u b ij V N O G e n w o rd e n d e IC T ve rva n ge n (b lu s)vo e rtu ige n zijn se p a ra a t o p ge n o m e n . B ij gro te re
in ve ste rin ge n m e e r e n m e e r ve rva n ge n d o o r (e xtra ) ja a rlijkse (lic e n tie ) ko ste n . D e p rijsstijgin ge n vo lu m e s e n e ige n e ise n , ka n d e V N O G ze lfsta n d ig a a n b e ste d e n i.p .v.
ku n n e n w o rd e n ve rste rkt d o o r e e n ge b re kkige m a rktw e rkin g o .a . vo o r (sp e c ifie k) in N IP V ve rb a n d .
b ra n d w e e rm a te rie e l e n -m a te ria a l e n o o k is e r h e t risic o va n e e n gro te re
le ve ra n c ie rsa fh a n ke lijkh e id .
N ie t tijd ig re a lis e re n b e s p a rin g e n T o e k o m s tvis ie 2 0 2 0 e .v. ja re n , o p d ra c h t M e t d e re a lisa tie va n e e n gro o t d e e l va n h e t M S P vo o r d e (b a sis)
m a te rie e ls p re id in g s p la n (M S P ) b ra n d b e s trijd in g t.a .v. m a te rië le k o s te n (s p e c ia lis tis c h e ) b lu svo e rtu ige n vo o r B ra n d w e e rzo rg, re ste e rt n o g h e t risic o o p u itste l
vo e rtu ig e n . va n b e sp a rin gsm o ge lijkh e d e n vo o r d e m a te rië le (o n d e rh o u d s)ko ste n
V e rtra gin g ve rva n gin gsin ve ste rin ge n d o o r p rijsstijgin ge n , sc h a a rste , vo o rtsc h rijd e n d e in zic h te n e n b ij ve rtra gin g va n d e ve rva n gin g va n m .n . d e sp e c ia listisc h e
e rva rin ge n b ij a a n b e ste d in ge n , le id e n to t la te re b e sp a rin ge n o p d e e xp lo ita tie ko ste n . vo e rtu ige n . D it risic o d o o rre ke n e n q u a ge vo lge n vo o r d e
w e e rsta n d sc a p a c ite it.
U itva l vo o r re p re s s ie ve in ze t in c id e n tb e s trijd in g d o o r d e fe c t m a te rie e l e n /o f g e b re k O p vo o rra a d ze tte n /h o u d e n e n a llo c e re n va n e xtra (ve rva n ge n d )
o n d e rd e le n vo e rtu ig e n /b ra n d w e e rm id d e le n . m a t e r i e e l ( w . o . o n d e r d e l e n ) v o o r r e p re ssie ve in ze t. B ij
D e fe c t m a te rie e l ka n n ie t tijd ig ge re p a re e rd w o rd e n , o m d a t o n d e rd e le n n ie t vo o rra d ig zijn . H e e ft ve rva n gin gsin ve ste rin ge n e n a fsto o t m a te rie e l: in te rn e b e o o rd e lin g e n
ve rb a n d m e t sc h a a rste gro n d sto ffe n e n e e n b e p e rkt a a n ta l (o ve rge b le ve n ) le ve ra n c ie rs va n h e ra llo c a tie va n 'b e ste ' m a te rie e l.
b ra n d w e e rm a te rie e l e n -m a te ria a l.
E xtra p rijs s tijg in g e n (e n ve rtra g in g ) b ij u itvo e rin g to e k o m s tig e in ve s te rin g e n V N O G -b re e d . N a a st d e fin a n c ië le ge vo lge n (vo o r d e e ga lisa tie re se rve ) va n d e
E xtra p rijsstijgin ge n n o g a a n te sc h a ffe n m a te ria a l/m a te rie e l le id e n to t h o ge re ka p ita a lsla ste n c .q . h u id ige (n a ja a r '2 5 ) b e ke n d e e n ve rw a c h te p rijsstijgin ge n - w e lke
e e rd e re u itp u ttin g va n d e (ge vo rm d e ) e ga lisa tie re se rve . zijn /w o rd e n ve rw e rkt in d e K a d e rn o ta -/ B e gro tin g 2 0 2 7 - e xtra
p rijstijgin ge n vo o r n o g a a n te sc h a ffe n m a te rie e l/m a te rie e l, a ls risic o
d o o rre ke n e n (vo o r w e e rsta n d sc a p a c ite it).
H o g e re k o s te n u itvo e rin g e le k trific a tie vo e rtu ig e n m o b ilite its p la n . D o o r f e ite lijk ge b ru ik za l p ro e fo n d e rvin d e lijk (m o e te n ) b lijke n h o e d e
E le ktrific a tie va n h e t w a ge n p a rk is e e n m a a tre ge l va n V N O G o m d u u rza a m m o b ie l te b lijve n . E e n le ve n sd u u r va n d e a c c u 's zic h ga a t ve rh o u d e n to t d e le ve n sd u u r va n
o n ze ke re fa c to r h ie rb ij is o f zic h e xtra o n d e rh o u d sko ste n zu lle n vo o rd o e n m e t n a m e w a n n e e r b lijkt h e t (b ijb e h o re n d e ) vo e rtu ig e n o f e r sp ra ke is va n o ve rige b ijko m e n d e
d a t d e le ve n sd u u r va n d e a c c u 's ko rte r is d a n d e a fsc h rijvin gste rm ijn va n d e vo e rtu ige n . D a a rn a a st ko ste n .
is e r risic o o p e xtra ko ste n d o o r a a n vu lle n d e e ise n /w e n se n (w .o . e ise n a n d e r rijb e w ijs).
K a n s in
7 0 %
1 0 %
7 0 %
5 0 %
3 0 %
5 0 %
3 0 %
% B e d ra g (€ )
5 5 8 .0 0 0
5 0 .0 0 0
8 4 0 .0 0 0
3 8 .0 0 0
9 0 .0 0 0
1 .2 0 0 .0 0 0
5 0 0 .0 0 0
to e lic h tin g b e re k e n in g
K o ste n o p le id e n 1 0 % m e e r te w e rve n
vrijw illige rs: 8 p e r ja a r. O p le id in gs- e n
b ijko m e n d e ko ste n € 1 7 .0 0 0 p e r ja a r, vo o r 3
ja a r. W e rvin g n ie u w e vrijw illige rs: € 5 0 .0 0 0
p .j. vo o r 3 ja a r.
M o ge lijke b o e te i.h .k.v. d e a rb e id stijd e n w e t.
B e re k.: m a x. 5 0 m e d e w ., b o e te € 2 0 0 p e r d a g
(m a x. 5 d a ge n ).
S tijgin g p rijze n go e d e re n e n m a te ria le n (w .o .
e n e rgie -, b ra n d sto fko ste n e n kle d in g) e n
(lic e n tie )ko ste n b o ve n re gu lie re in d e x.
K o ste n p e r ja a r € 1 3 ,2 m ln ., o n d e rsc h e id e n
n a a r stijgin gsp e rc . va n 1 2 ,5 % , 7 % , 5 % e n
2 ,5 % vo o r re sp . € 2 ,3 m ln ., € 2 ,6 m ln ., € 4 ,2
m ln . e n € 6 ,4 m ln .
B e sp a rin ge n o p m a te rië le ko ste n o n tsta a n
la te r b ij o p sc h u ivin g ve rva n gin gsp la n . N ie t
ge re a lise e rd e b e sp a rin g (o n d e rh o u d sko ste n
2 0 2 6 ) a a n d e e l (u itge ste ld e a a n sc h a f)
sp e c ia listisc h e vo e rtu ige n .
B e re ke n in g in h u u rko ste n (vo o r 3 ja a r)
b e n o d igd vo o r ve rva n ge n d m a te rie e l € .
3 0 .0 0 0 p e r ja a r.
B e re ke n in g ka p ita a lsla ste n vo o r 3 ja a r b ij
e e n (e xtra ) stijgin g va n 1 0 % va n d e p rijze n
vo o r d e ve rva n gin ge n (3 7 m ln .) va n n o g a a n
te sc h a ffe n m a te rie e l.
B e re ke n in g: ve rvro e gd ve rva n ge n a c c u 's/
a a n vu lle n d e ko ste n vo o r (e e rst) 4 0
vo e rtu ige n à € 1 2 ,5 K p e r vo e rtu ig (a c c u 's €
1 0 K e n a a n vu lle n d e ko ste n /e ise n € 2 ,5 K p e r
vo e rtu ig).
Wc e e rs ta n d s
a p a c ite it (€
3 9 1 .0 0 0
5 .0 0 0
5 8 8 .0 0 0
1 9 .0 0 0
2 7 .0 0 0
6 0 0 .0 0 0
1 5 0 .0 0 0
-)
Gekwantificeerde risico's
Nr. Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % Bedrag (€) toelichting berekening Weerstands-
capaciteit (€)
8 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties (kazernes) Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) over de 50% 600.000 Kosten spoedeisende 300.000
gemeenten; voortvloeiende uit (onduidelijkheid over) demarcatie afspraken, (voortschrijdende) demarcatie en de daarop gebaseerde verdere uitwerking (w.o. het verbouw/aanpassing/inrichting kazernes
ontwikkelingen en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). p r o j e c t T W I E L D ) a l s m e d e d e a fgesproken evaluatie. Voor mogelijke opnemen voor 5 kazernes à € 120.000
Naast mogelijke spoedeisende (wettelijk vereiste) aanpassingen voor gebouwen kunnen ook spoedeisende aanpassingen/ kosten, financiële middelen opnemen.
voortschrijdende ontwikkelingen op bijv. het terrein van ICT of duurzaamheid, extra kosten met zich
brengen waarvan nog onzeker is wie die gaat betalen.
9 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. B i j p e r i o d ieke aanbesteding voor vervanging van bluskleding en - 30% 900.000 Berekende investering vervanging kleding en 270.000
Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen laarzen (eens in de 7 jaar), stelt VNOG eisen omtrent het PFAS laarzen € 1.800.000 (per 7 jaar), bij afstoot
(bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. gehalte bij de te vervangen materialen/kleding en blijft de helft levensduur: desinvestering € 900.000.
ontwikkelingen/eisen volgen die hieromtrent worden gesteld.
10 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Vanuit het plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) en het 30% 500.000 Kosten opheffen gijzeling c.q. gevolgen 150.000
Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en continuïteitsplan (voor de primaire processen) wordt voorzien in hacks e.d. (o.b.v. cijfers hack 2020).
ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en uitwijkmogelijkheden voor uitvoering van kritische ICT processen en
telecommunicatietechnologie. ICT omgeving wordt geraakt door defecten in de infrastructuur of centralisatie van beheer bij de toegang van mensen en systemen tot
hardware en/of cybercrime waardoor leverancier niet kan leveren. faciliteiten. Voor externe ondersteuning bij monitoring en beveiliging
van ICT-systemen werkt VNOG landelijk samen met collega's.
Daarmee wordt invulling gegeven aan beveiliging en bescherming van
informatie (voorziening) en de continuïteit van de digitale (primaire -
en bedrijfsvoerings) processen. Het risico op digitale
inbreuk/verstoring blijft echter bestaan o.a. ook door de inzet van
Artificial Intelligence (AI).
11 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Doorvoeren interne controle -/beheersmaatregelen, procesbewaking, 10% 450.000 Berekening o.b.v. percentage personele 45.000
Door onjuiste (aansluiting) basisgegevens; onjuiste toepassing cao -/fiscale regelingen en procedurevastleggingen en kennisverbetering medewerkers. Voor de kosten 1% van € 45 mln. (beroeps +
onvoldoende controles/ - kennis, kunnen berekende salarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of verschillende risico zijn/worden maatregelen getroffen, waaronder vrijwilligers).
leiden tot boetes / eindheffing (ATW, WKR, Loonheffing, reiskosten, IKB). (externe) ondersteuning op specifieke onderwerpen (w.o. FLO-
uitvoering) en specifieke aandacht op onderdelen (w.o. uitvoering van
de (fiscale) Werkkostenregelingen en de aansluiting van
(basis)gegevens tussen systemen).
12 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. bij Beleid en (centrale) sturing op het inkoop(proces) resp. het 10% 150.000 Berekening o.b.v. percentage en volume 15.000
aanbestedingen). De inkoopdiscipline wordt niet altijd tijdig en juist betrokken in het verduidelijken en verbeteren ervan en het VNOG-breed inzichtelijk inkoop (w.o. investeringen) 0,5% van € 30
proces van inkoop en inhuur. De gevolgen hiervan zijn mogelijke claims van leveranciers. Ook is er maken bij welke inkopen er sprake is/kan zijn mogelijke mln.
risico op onrechtmatigheid bij mogelijke (niet juiste) aanbestedingen. aanbestedingsplicht. Mogelijke claims hebben zich in de afgelopen
jaren nauwelijks voorgedaan.
13 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging De personele aanspraken na een dienstongeval worden/zijn voor alle 10% 300.000 Voor het risico van premiestijging(en) voor 30.000
verzekeringspremie. veiligheidsregio's gelijk getrokken. Ter behartiging van de collectieve de sector en/of stijging van het eigen risico
Door veranderingen in de verzekeringsmarkt, wijzigen de mogelijkheden van dekking bij (personele) belangen is landelijke een expertise bureau en waarborgfonds (aandeel) van VNOG, € 100.000 p.j. opnemen
aanspraken/- schades. opgericht. Onderzocht wordt de mogelijkheid om minder te voor 3 jaar.
verzekeren en schades als collectief te dragen. Het eigen risico kan
dan meer gaan fluctueren.
14 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bv. nieuwe taken. Inbreng in begrotingsproces NIPV. 10% 112.500 Berekend risico: stijging 5% huidige bijdrage 11.000
€ 750.000, voor 3 jaar.
15 Stijging financieringskosten bij aantrekken financiering d.m.v. leningen (vreemd vermogen). I n d e b e r e k ende weerstandscapaciteit rekening houden met een 50% 832.500 Berekening: verwachte (her)financiering in 416.000
Door stijging van het rentepercentage kunnen de kosten voor (her)financiering toenemen. stijging van de rente. de periode 2026 t/m 2029: € 37 mln. Risico
stijging rentepercentage gemiddeld van
3,25% naar 4%, voor 3 jr.
16 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene Plan van aanpak AVG is uitgewerkt. Het bewustzijn voor privacy- 10% 300.000 Mogelijk bedrag boete per overtreding 3 0 .000
verordening gegevensbescherming (AVG)). s c h e n d i n g e n w o r d t s c h e r p g e h o u d e n o.a. door een awereness € 300.000. Kans relatief gering.
Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor programma en het üpdaten van het werwerkingsregister. De uitvoering
privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. - en vastlegging van processen (blijven) toetsen en waar nodig
verbeteren.
17 Extra inzet mensen en ICT-middelen t.b.v. eisen informatie'huishouding' en -beveiliging (mede) VNOG participeert in de landelijke - en regionale overleggen waarin de 50% 300.000 Voor de inzet van benodigde mensen en 150.000
door externe ontwikkelingen/eisen voor/aan VNOG. o n t w i k k e l i n g e n en de daaruit voortvloeiende eisen voor middelen wordt (vooreerst) uitgegaan van
Door (maatschappelijke) ontwikkelingen worden andere/aanvullende eisen gesteld aan de vitaliteit veiligheidsregio's worden besproken en oefent mede invloed uit op de resp. 2 maal € 150.000 (voor 1 jaar).
en weerbaarheid van de VNOG-organisatie. (landelijke) besluitvorming en daarvoor beschibaar gestelde middelen.
Totaal gekwantificeerde risico's 3.197.000
Pagina 57 van 58
Pagina 58 van 58
N
1
2
3
4
5
6
7
8
r.
N ie t g e k w a n tific e e rd e ris ic o 's
R is ic o 's e n o o rza k e n B e h e e rs m a a tre g e le n
H o g e re p e rs o n e le k o s te n (b e lo n in g /ve rg o e d in g ) -w .o . re la tie ve a a n d e e l V N O G - b ij re p re s s ie ve In e e n zgn . b o u w ste e n V e rp lic h te n d K a ra kte r w o rd e n d e a lte rn a tie ve n
in ze t va n p a rttim e b ra n d w e e rm e n s e n (i.p .v. vrijw illig e rs ). v o o r h e t a f s c h a f f e n v a n c o n s ign a tie e n ka ze rn e rin g b ij vrijw illige rs,
U itko m st va n h e t a fge ro n d e p ro je c t Ta a kd iffe re n tia tie -n .a .v. E u ro p e se e ise n o m tre n t u itge w e rkt. D e V N O G is n a u w b e tro kke n b ij h e t o p ste lle n va n e e n
ge lijksc h a ke lin g va n re c h tsp o sitie tu sse n b e ro e p s - e n vrijw illige b ra n d w e e r- is d a t c o n sign a tie e n im p le m e n ta tie p la n vo o r ge h e e l b ra n d w e e r N e d e rla n d . H e t o ve rle g
ka ze rn e rin g va n vrijw illige rs t.z.t. n ie t m e e r ka n e n m a g. A lte rn a tie ve n h ie rvo o r, zo a ls p a rttim e h ie ro ve r e n d e te n e m e n sta p p e n h ie rb ij, ko ste n ve e l tijd .
a a n ste llin ge n , zu lle n re su lte re n in h o ge re p e rso n e e lsko ste n .
T o e n a m e o n d e rh o u d s k o s te n m a te rie e l vo o r re p re s s ie ve in ze t b ra n d b e s trijd in g d o o r la n g e r V o o re e rst b e o o rd e le n o f d e fin a n c ië le ge vo lge n va n d e h o ge re
g e b ru ik b e s ta a n d m a te rie e l. o n d e r h o u d s k o s t e n b i j l a t e r e v e r v a n g i n g b lu svo e rtu ige n , ku n n e n
B ij h e t la te r ve rva n ge n va n (d e re ste re n d e ) b e sta a n d e b lu s- e n sp e c ia listisc h e w o rd e n o p ge va n ge n b in n e n d e b e sta a n d e b e gro tin g e n d a a rn a a st h e t
(b ra n d w e e r)vo e rtu ige n , a .g.v. la te re le ve rin g va n d e n ie u w e , n e e m t h e t risic o o p h o ge re se le c tie f b e o o rd e le n va n h e t in te ru ile n m a te rie e l, zo d a t h e t b e ste h e t
o n d e rh o u d sko ste n to e . la n gst ka n w o rd e n in ge ze t.
O n vo ld o e n d e fin a n c ië le m id d e le n vo o r (to e k o m s tig e ) c ris e s . M e t d e e e rd e re e rva rin ge n m e t C O V ID -1 9 e n d e o p va n g va n
O n ve rw a c h te situ a tie s/c rise s (m o ge lijk) i.c .m . h e t o n vo ld o e n d e b e sc h ikb a a r ste lle n /h e b b e n va n vlu c h te lin ge n , b lijft h e t e e n u itd a gin g vo o r o ve rh e d e n e n
fin a n c ië le m id d e le n b ij (d e c e n tra le ) o ve rh e d e n , ku n n e n le id e n to t o n to e re ike n d e d e kkin g va n ve iligh e id sre gio 's o m m e n se n e n m id d e le n b e sc h ikb a a r te
(stru c tu re le ) ko ste n vo o r (b ijv.) c o ö rd in a tie ta ke n d o o r V N O G (risic o in sa m e n h a n g m e t h e b b e n /h o u d e n vo o r to e ko m stige c rise s. D a a rb ij w e rke n d e e rva rin ge n
'W e e rb a a rh e id /vita lite it') va n h e t w e e r in tre kke n va n e e rd e r b e sc h ikb a a r ge ste ld e fin a n c ië le
(rijks)m id d e le n (B D u R ) n ie t m e e .
V e ro n tre in ig in g g ro n d /b o d e m k a ze rn e s e n o e fe n p le in e n d o o r P F A S . O p b e p a a ld e lo c a tie s d ie V N O G ge b ru ikt is sp ra ke va n P F A S -
M o ge lijke ko ste n sa n e rin g P F A S gro n d -/b o d e m ve ro n tre in igin g. ve ro n tre in igin g. D a a rb ij w o rd e n m a a tre ge le n o ve rw o ge n va rië re n d va n
m o n ito rin g to t sa n e rin g m e t e e n b ijb e h o re n d ve rsc h il in ko ste n q u a
o m va n g e n fre q u e n tie . V e rd e re a fste m m in g h ie ro ve r vin d t p la a ts m e t
b e tro kke n p a rtije n w .o . d e ge m e e n te (a ls e ige n a a r va n d e ka ze rn e s).
B e p e rk in g e n b e d rijfs vo e rin g d o o r s tik s to fre g e ls . I n o ve rle g m e t b e tro kke n p a rtije n /o ve rh e d e n za l (m o e te n ) w o rd e n
S tiksto fre ge ls b e p e rke n b e n o d igd e o n tw ikke lin ge n m .b .t. (ve r-/n ie u w )b o u w e n a a n p a ssin ge n (o e fe n ) ge ke ke n w a a r V N O G h in d e r ka n o n d e rvin d e n va n stiksto fre ge ls b ij d e
te rre in e n . u itvo e rin g va n d e re p re ssie ve -/o n d e rste u n e n d e ta ke n . D it ge ld t zo w e l
d e n ie u w -/ve rb o u w va n ka ze rn e s a ls h e t ge b ru ik va n o e fe n te rre in e n .
P o s ttra u m a tis c h e s tre s s s to o rn is s e n (P T S S ) a .g .v. u itvo e rin g va n (re p re s s ie ve ) ta k e n . P o s t t r a u m a tisc h e stre sssto o rn isse n ko m e n o o k vo o r b ij
La n d e lijk w o rd t (m e e r) a a n d a c h t ge vra a gd vo o r P TS S kla c h te n b ij u itvo e rin g va n (b ra n d w e e r)ta ke n b ij m e d e w e rke rs/vrijw illige rs va n ve iligh e id re gio 's d ie w e rkza a m zijn in
V e iligh e id sre gio 's. d e c risisb e h e e rsin g e n ra m p e n b e strijd in g. D it ge ld t m e t n a m e vo o r d e
re p re ssie ve ta ke n u itge vo e rd d o o r b ra n d w e e rzo rg.
O rg a n is a tie va n d e b ra n d w e e rzo rg in A p e ld o o rn b ij/n a re a lis a tie 1 -p o s t. M e d e i n h e t ka d e r va n d e n ie u w e é é n -p o st in A p e ld o o rn w o rd t b e zie n
D e ro o ste rin g e n h e t vo ld o e n d e b e sc h ikb a a r krijge n va n (b e ro e p s)m e d e w e rke rs m e t d e ve re iste h o e d e o rga n isa tie va n d e b ra n d w e e rzo rg in A p e ld o o rn vo rm ge ge ve n
(b ra n d w e e r)kw a lific a tie s is (n o g) e e n risic o c .q . u itd a gin g, n a re a lisa tie va n 1 -p o st in A p e ld o o rn ga a t w o rd e n . H ie rb ij w o rd e n b e sta a n d e vra a gstu kke n o ve r d e
ro o ste rin g e n e rzijd s e n h e t b e sc h ikb a a r h e b b e n va n vo ld o e n d e
b e ro e p sm e d e w e rke rs m e t d e ve re iste b ra n d w e e rkw a lific a tie s
a n d e rzijd s in e ve n w ic h t ge b ra c h t. In d ie n n o d ig ko m e n w ij h ie r in
to e ko m stige ka d e rn o ta ’s/b e gro tin ge n o p te ru g.
W e e rb a a rh e id /vita lite it: (n o g ) g e e n d u id e lijk h e id o ve r g e s te ld e e is e n / b e s c h ik b a re m id d e le n . V N O G b e stu d e e rt e n b e o o rd e e lt d e ve rd e re (la n d e lijke )
V N O G m o e t a ls vita a l ve rkla a rd e o rga n isa tie 'in p o sititie ko m e n ', d a a rn a a st m o e t d u id e lijk w o rd e n o n tw ikke lin ge n o m tre n t d e o n d e rsc h e id e lijke o n d e rw e rp e n 'vita lite it'
w e lke (fa c ilite re n d e ) ro l d e o rga n isa tie krijgt b ij h e t 'w e e rb a a rh e id svra a gstu k'. e n 'w e e rb a a rh e id ' e n m a a kt d e d a a rb ij b e h o re n d e e ige n
(b e le id s)p la n n e n .
K a n s in % B e d ra g (€ ) to e lic h tin g b e re k e n in g
V o o r ve rw a c h te h o ge re p e rso n e e lsko ste n (b ij
o ve rga n g va n vrijw illigh e id n a a r p a rttim e
d ie n stve rb a n d e n ) w o rd t vo o r h e t ge n e rie ke
la n d e lijke a a n d e e l va n vrijw illige rs, ge re ke n d
o p e e n c o m p e n sa tie va n u it rijks-/
ge m e e n te lijke m id d e le n .
M o ge lijke to e n a m e va n d e ko ste n , in e e rste
in sta n tie o p va n ge n b in n e n d e b e sta a n d e
b e gro tin g va n M & L e n d a a rn a a st kijke n n a a r
la n ge re in ze t va n h e t b e sta a n d e m a te rie e l.
V N O G za l a le rt (m o e te n ) b lijve n o p d e
b e sc h ikb a re e n b e n o d igd e m id d e le n vo o r
(to e ko m stige ) c risisb e strijd in g (zie o o k
to e lic h tin g b ij 'W e e rb a a rh e id /vita lite it')
V N O G vo lgt d e la n d e lijke o n tw ikke lin ge n
t.a .v. d e ve rw a c h te o n d e rzo e ke n n a a r h e t
ge b ru ik/a a n w e zigh e id va n P F A S /stiksto f b ij
(o ve rh e id s) ge b o u w e n .
V N O G kijkt w a t h ie rb ij q u a a a n p a k
(la n d e lijk) va n b e la n g w o rd t ge vo n d e n e n
w e lk a fw e gin gska d e r d a a rvo o r ga a t ge ld e n .
D e te m a ke n p la n n e n vo o r vita lite it e n
w e e rb a a rh e id va n d e V N O G o rga n isa tie
(m e d e ) a fh a n ke lijk la te n zijn va n d e d a a rvo o r
b e sc h ikb a a r te ste lle n o ve rh e id s-
/rijksm id d e le n .
Wc e e rs ta n d s
a p a c ite it (€
-)
Tekst uit PDF geëxtraheerd