Home › Haaksbergen › Document
Raadsvoorstel Renovatie basisschool BS Buurse en vervangende nieuwbouw st. Bonifacius
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Haaksbergen |
| Datum | 2026-10-06 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Raadsvoorstel
Raadsvergadering van 28 oktober 2026 nr.
Onderwerp: Renovatie basisschool BS Buurse en vervangende nieuwbouw st. Bonifacius
Voorstel:
1. Voor renovatie van BS Buurse te Buurse een (voorbereidings)krediet ter hoogte van € 4.734.541
beschikbaar te stellen, bestaande uit:
a. € 4.453.486 aan krediet, waarvan € 341.301 aan voorbereidingskrediet;
b. € 281.055 aan investeringskrediet voor aanpassingen in de openbare ruimte en het realiseren
van waterberging;
c. € 356.320 aanvullende exploitatielast voor tijdelijke huisvesting;
d. € 132.506 aanvullende exploitatielast voor het afboeken van de resterende boekwaarde;
hiertoe bijgaande begrotingswijziging in bijlage 3 vast te stellen waarmee de kapitaallasten vanaf
2029 verhoogd worden met € 159.910;
en af te wijken van artikel 8 van de Financiële verordening Haaksbergen door uit te gaan van een
economische levensduur van 40 jaar en een restwaarde van 4% van de investeringssom en een
losmaakbaarheidspercentage van minimaal 55% als uitgangspunt voor de verdere planontwikkeling
en het definitieve ontwerp.
2. Voor renovatie van basisschool st. Bonifacius te St. Isidorushoeve een (voorbereidings)krediet ter
hoogte van € 4.583.989 beschikbaar te stellen, bestaande uit:
a. € 4.315.121 aan krediet, waarvan € 319.442 aan voorbereidingskrediet;
b. € 268.868 aan investeringskrediet voor aanpassingen in de openbare ruimte en het realiseren
van waterberging;
c. € 398.240 aanvullende exploitatielast voor tijdelijke huisvesting;
d. € 71.061 aanvullende exploitatielast voor het afboeken van de resterende boekwaarde;
hiertoe bijgaande begrotingswijziging in bijlage 4 vast te stellen waarmee de kapitaallasten vanaf
2030 verhoogd worden met € 161.326;
en af te wijken van artikel 8 van de Financiële verordening Haaksbergen door uit te gaan van een
economische levensduur van 40 jaar en een restwaarde van 10% van de investeringssom en een
losmaakbaarheidspercentage van minimaal 55% als uitgangspunt voor de verdere planontwikkeling
en het definitieve ontwerp.
Inleiding / aanleiding
De scholen in Buurse en St. Isidorushoeve zijn van grote betekenis voor de leefbaarheid en vitaliteit van
deze kernen. Goede en toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen dragen bij aan een aantrekkelijk
woon- en leefklimaat en zijn belangrijke ontmoetingsplekken voor kinderen, ouders en de
gemeenschap. Met de renovatie van de school in Buurse en de nieuwbouw van de school in St.
Isidorushoeve wordt geïnvesteerd in duurzame en toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen en
daarmee in de leefbaarheid van beide kernen.
Bij de ontwikkeling van deze onderwijsvoorzieningen hechten wij grote waarde aan een nauwe
samenwerking met de scholen en de betrokken belangengroeperingen. In Buurse werken wij hierbij
nauw samen met Stichting Keender en Stichting Belangengemeenschap Buurse (SBB) en betrekken wij
de stichtingen van de Trefkoel en ’t Meuken bij de verdere ontwikkeling. Zoals eerder met uw raad is
Pagina 1 van 11
gedeeld in de raadsinformatiebrief van 14 juli 2026, zetten wij deze samenwerking voort om waar
mogelijk gezamenlijk te komen tot voorzieningen die bijdragen aan goed onderwijs én aan de
leefbaarheid van de kern.
Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor passende huisvesting van primair en voortgezet
onderwijs. Zij dragen de kosten voor onder andere nieuwbouw, uitbreiding en renovatie. In onze
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Haaksbergen (5.2b) (hierna: verordening
onderwijshuisvesting) is geregeld hoe en onder welke voorwaarden schoolbesturen aanspraak kunnen
maken op huisvestingsvoorzieningen voor de onder hun bestuur staande scholen. Op grond hiervan zijn
alle schoolbesturen in de gemeente Haaksbergen op gelijke momenten schriftelijk geïnformeerd over de
ingediende aanvragen en of deze in behandeling zijn genomen
Voor de realisatie van onder andere nieuwbouw voor onderwijs en lokaal bewegingsonderwijs
(gymvoorziening) zijn in onze verordening onderwijshuisvesting normbedragen opgenomen voor een
normvergoeding.
St. Keender licht de prioritering voor deze scholen in een nadere verklarende motivatie toe:
"In Buurse en Isidorushoeve komen verschillende ontwikkelingen samen die aanleiding geven om prioriteit te
geven aan nieuwe huisvesting.
Het huidige gebouw in Buurse kent een overmaat aan vierkante meters in verhouding tot de huidige
leerlingaantallen en de actuele leerlingprognoses. Het in stand houden van deze overmaat is vanuit doelmatigheid
en toekomstbestendigheid niet wenselijk.
Daarnaast biedt nieuwbouw in Isidorushoeve en vernieuwbouw in Buurse de mogelijkheid om huisvesting
daadwerkelijk te laten aansluiten op de wijze waarop het onderwijs zich ontwikkelt. Flexibiliteit, samenwerking,
differentiatie, inclusie, ontmoeting en een gezonde en stimulerende leer- en werkomgeving kunnen vanaf de basis
worden meegenomen. Daarmee ondersteunen de gebouwen het onderwijs in plaats van dat het onderwijs zich
noodgedwongen moet aanpassen aan de beperkingen van bestaande gebouwen.
Een belangrijke meerwaarde is bovendien de mogelijkheid om de kindpartner integraal onderdeel te maken van
nieuwe voorzieningen. Hiermee kan concreet invulling worden gegeven aan de ambitie en opdracht om integrale
kindcentra te realiseren. Onderwijs en kinderopvang worden vanuit een gezamenlijke visie en binnen één
samenhangende voorziening georganiseerd. Dit biedt kansen voor een doorgaande ontwikkeling van kinderen,
betere samenwerking tussen professionals en een herkenbare en toegankelijke voorziening voor kinderen en
ouders." (p.1 bijlage 6)
In opdracht van de gemeente Haaksbergen heeft het bureau SBM een revitalisatiescan uitgevoerd en
op 16 januari 2026 het eindrapport aangeboden. SBM adviseert de school in Buurse te revitaliseren en
de school in St. Isidorushoeve nieuw te bouwen. Dit rapport (rapport) is met een raadsinformatiebrief
(Raadsinformatiebrief) ter kennis gebracht van de raad. Het kwaliteitskader dat hiervoor is gehanteerd,
is gebaseerd op de onderwijskundige visie van de school, het functionele programma van eisen (PvE)
en de normen uit het IHP (IHP 2022); energieneutraal gebouw en Frisse Scholen klasse B.
Bestuurlijk / wettelijk kader
Rijk
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV)
Gemeentewet
Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO)
Notitie Materiële Vaste Activa
Lokaal
Financiële verordening
Integraal Huisvesting Plan 2022 (hierna: IHP)
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Haaksbergen (5.2b) (hierna: verordening
onderwijshuisvesting)
Pagina 2 van 11
Argumenten
1.1 en 2.1 Met de realisatie van renovatie van BS Buurse en met de realisatie van vervangende
nieuwbouw (IKC) van basisschool st. Bonifacius, wordt uitvoering gegeven aan het door uw
raad vastgestelde IHP 2022 en realiseren het college goede en toekomstbestendige
onderwijshuisvesting.
Voor goed onderwijs is goede en toekomstbestendige huisvesting essentieel. In het Integraal
Huisvesting Plan (IHP) is toegelicht waarom de school is opgenomen in het uitvoeringsplan. Beide
schoolgebouwen zijn zowel technisch als functioneel gedateerd en de onderhouds- en exploitatiekosten
voor de instandhouding nemen toe. Met het vaststellen van het IHP is besloten de
levensduurverlenging/vervangende nieuwbouw van beide scholen op korte termijn (2024-2027) uit te
voeren.
1.2 en 2.2 Het opdelen van het budget in een voorbereidings- en restant krediet zorgt voor een
toetsingsmoment, alvorens een bouwopdracht kan worden verleend door de bouwheer.
Het college dient in te stemmen met het bouwplan, de begroting en het tijdstip van bekostiging alvorens
een bouwopdracht kan worden verstrekt. Hierdoor kan de gemeente nauwgezet de plannen volgen en
vindt er een toetsingsmoment plaats voor het toekennen van het restantkrediet.
In overleg met st. Keender is besloten dat st. Keender een startnotitie (Bijlage 1 en 2) opstelt in
samenwerking met de gemeente. Hierin zijn diverse factoren en mogelijkheden onderzocht en in kaart
gebracht als tijdelijke huisvestingsmogelijkheden, te doorlopen procedures, circulariteit,
energiehuishouding en planning. De startnotities waren noodzakelijk om de besluitvorming voor te
kunnen bereiden, de planning conform IHP 2022 te behalen en een inschatting te maken van de totale
kosten van de renovatie. De kosten voor deze startnotitie en de eerder uitgevoerde revitalisatiescan zijn
onderdeel van het voorbereidingskrediet en zijn, in afstemming met st. Keender, als voorschot reeds
toegekend. Hierdoor is de snelheid in het proces behouden en blijft realisatie voor 2028/2029 haalbaar.
De reeds als voorschot toegekende kosten worden niet nogmaals uitgekeerd.
1.3 en 2.3 Het beschikbaar te stellen krediet is naar verwachting toereikend voor de daadwerkelijke
realisatie van de renovatie van BS Buurse en vervangende nieuwbouw van st. Bonifacius.
SBM heeft in opdracht van de gemeente Haaksbergen en in goed overleg met st. Keender een
revitalisatiescan uitgevoerd. Dit rapport is eerder al met uw raad gedeeld. Uit dit onderzoek is naar
voren gekomen dat revitalisatie van het huidige schoolgebouw in Buurse en nieuwbouw in St.
Isidorushoeve het voorkeursscenario is. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
Haaksbergen maakt onderscheid tussen renovatie en nieuwbouw. De aanvraag in Buurse komt in
aanmerking voor renovatie en de aanvraag in St. Isidorushoeve voor nieuwbouw, overeenkomstig de
maatregelen beschreven in de revitalisatiescan. Vooruitlopend op de voorbereidingsfase, kwartaal 1 van
2027, heeft st. Keender een ‘startnotitie’ opgesteld en gedeeld met de gemeente. SBM heeft hiervoor, in
overleg met gemeente en st. Keender, een financiële vertaling gemaakt. Hierin zijn pro memorie posten
uit de revitalisatiescan ingevuld, zoals sloopkosten van de overmaat van het gebouw, en is een bedrag
geraamd om de volledige renovatie uit te voeren en het gewenste kwaliteitsniveau te behalen. Hierbij
zijn marktconforme bedragen en indexatie gehanteerd.
De ruimtebehoefte van BS Buurse en st. Bonifacius, meegenomen in de revitalisatiescan en startnotitie,
is gebaseerd op de leerlingenprognose, die begin 2026 is opgeleverd en reeds is gedeeld met uw raad.
In de startnotitie wordt de ruimtebehoefte nader gespecificeerd. Onderstaande tabel geeft de
belangrijkste kengetallen op het onderdeel ruimtebehoefte weer.
Tabel 1
Onderdeel BS Buurse Basisschool st.
Bonifacius
Ruimtebehoefte leerlingaantal 94 103
Ruimtebehoefte (Verordening) m² 673 718
BVO
Totale extra ruimtebehoefte m² BVO 112 50
Pagina 3 van 11
Ruimtebehoefte Kinderopvang m² 105 65
BVO
Totaal ruimtebehoefte m² BVO 890 m2 833 m²
Door een teruglopend leerlingaantal is er bij BS Buurse sprake van een grote overmaat in het pand.
Deze overmaat betreft ca. 150 m². In st. Isidorushoeve is geen sprake van een overmaat. Conform
aanbeveling in de revitalisatiescan is met belangenvereniging SBB in Buurse gesproken over de
mogelijke invulling van de overmaat. SBB heeft de gemeente en st. Keender te kennen gegeven deze
overmaat niet te willen huren. Daarnaast heeft st. Keender aangegeven deze overmaat niet te willen
exploiteren, waardoor het slopen van de overmaat resteert.
Om de benodigde investeringsmiddelen voor renovatie en vervangende nieuwbouw te bepalen, is
gebruikgemaakt van de HEVO-kostenconfigurator. Deze wordt landelijk door gemeenten,
schoolbesturen en adviseurs toegepast om een realistische raming van de stichtingskosten van
onderwijshuisvesting op te stellen.
Voor de totale renovatie in Buurse bestaat de mogelijkheid tot het aanvragen van een DUMAVA-
subsidie. Omdat op voorhand geen uitsluitsel kan worden gegeven over de uitkomst en omvang van de
aanvraag die wij gaan doen, is een eventuele subsidiebijdrage niet meegenomen in het voorstel.
Onderstaande tabellen geven een nadere specificatie van de verschillende kostenposten.
Tabel 2
BS Buurse Bedrag
Kosten renovatie onderwijsdeel HEVO-kostenconfigurator (785 m² BVO) € 3.590.590
Kosten renovatie kinderopvangdeel HEVO-kostenconfigurator 105 m² BVO) € 480.270
Totaal € 4.070.860*
Indexatie bbp kadernota 2027 (4.48%)* € 4.266.261
Tabel 3
Basisschool st. Bonifacius Bedrag
VNG-normvergoeding onderwijs (768 m² BVO) € 3.070.000
Uitbreiding kinderopvang (65 m² BVO) € 260.000
Totaal op basis van VNG-normvergoeding € 3.330.000
Schooldeel HEVO- kostenconfigurator € 3.512.832
Kinderopvangdeel (zelfde systematiek als schooldeel) € 297.310
Totaal € 3.810.142*
Verschil VNG-norm en HEVO-kostenconfigurator € 479.842
Incl. indexatie bbp kadernota 2027 (4,48%)* € 3.993.029
Het voorbereidingskrediet bedraagt, conform de verordening onderwijshuisvesting, max. 8% van het
totale krediet. Uitgaande van dit percentage leidt dit tot een voorbereidingskrediet van € 341.301 voor
BS Buurse en € 319.442 voor st. Bonifacius.
Stichting Keender heeft aangegeven voor BS Buurse en st. Bonifacius aanvullend € 116.780
respectievelijk € 114.244 te investeren in kwaliteit verhogende maatregelen die bijdragen aan een
lagere exploitatie, grotere flexibiliteit van het gebouw en een hogere gebruikskwaliteit. Deze investering
komt volledig voor rekening van Stichting Keender en maakt geen onderdeel uit van het door de
gemeente beschikbaar te stellen investeringskrediet van € 4.266.261 respectievelijk € 3.993.029.
Pagina 4 van 11
Tabel 4
Onderdeel (prijspeil 2027) BS Buurse Basisschool st. Bonifacius
Bouwkosten € 4.266.261 € 3.993.029
Sloopkosten € 104.800 € 239.667
Project leider € 82.425 € 82.425
Totaal krediet € 4.453.486 € 4.315.121
De renovatie wordt een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. De kwaliteitseisen zijn daarmee
vergelijkbaar en het eindresultaat kan worden beschouwd als ‘nieuwbouwniveau’. In onderstaand
schema worden enkele onderdelen nader toegelicht, die zowel bij renovatie als nieuwbouw van
toepassing zijn.
Tabel 5
Onderdeel Toelichting
Zero Emission Building De school wordt ontworpen in lijn met de duurzaamheidsambities
(ZEB) die vanaf 2028 voor nieuwbouw steeds nadrukkelijker worden
gevraagd. Dit vraagt aanvullende investeringen in gebouwschil,
installaties en energievoorzieningen.
Frisse Scholen klasse B Voor ventilatie, luchtkwaliteit, daglicht, temperatuur en akoestiek
wordt een hoger kwaliteitsniveau gerealiseerd dan wettelijk
minimaal vereist (bouwbesluit). Dit draagt aantoonbaar bij aan het
welzijn en de prestaties van leerlingen en medewerkers.
Circulaire bouwambities Het gebouw wordt ontworpen met aandacht voor
losmaakbaarheid, hergebruik van materialen en het beperken van
milieubelasting gedurende de levenscyclus van het gebouw.
Kwaliteitskader HEVO Het kwaliteitsniveau sluit aan bij de uitgangspunten uit het IHP
2022, de Omgevingsvisie en de duurzaamheidsambities van
zowel de gemeente als Stichting Keender.
1.4 en 2.4 De sloop- en terreinkosten (van en rondom het perceel) kunnen betrokken worden bij de
investeringen op terreinen.
Voor de sloop en het herstel van het terrein van het huidige schoolgebouw voor BS Buurse en st.
Bonifacius is een budget benodigd van € 104.800 respectievelijk € 239.667. Conform het Besluit
begroting en verantwoording (BBV) kunnen de sloopkosten betrokken worden bij de investering op
terreinen, mits de kosten de marktwaarde van de grond niet overstijgen. Aangezien terreinen niet
worden afgeschreven, leidt dit niet tot kapitaallasten. Hoewel er niet zozeer sprake is van sloopkosten
doordat het gebouw vernieuwd wordt, worden er wel kosten gemaakt in het noodzakelijke herstel van
het terrein na uitvoering van de renovatie. Met toepassing van de hardheidsclausule uit de verordening
onderwijshuisvesting, kunnen deze kosten derhalve ook betrokken worden bij renovatie.
1.5 en 2.5 De inzet van een interne projectleider is noodzakelijk om de gemeentelijke regie, coördinatie
en voortgang van het bouwproject gedurende de gehele realisatieperiode te waarborgen.
Voor de realisatie van de nieuwbouw en renovatie is gemeentelijke regie en coördinatie noodzakelijk.
De geschatte hoeveelheid benodigde uren projectleiding is vergelijkbaar voor beide projecten. De
interne projectleider bewaakt de voortgang, planning, financiën en samenhang tussen de verschillende
betrokken partijen. Daarnaast vormt de projectleider het centrale aanspreekpunt vanuit de gemeente
gedurende het gehele project.
De kosten van € 164.850 worden in gelijke delen aan de kredieten toegevoegd.
Pagina 5 van 11
1.6 en 2.6 De aanpassingen in de openbare ruimte vallen niet onder de normvergoeding
onderwijshuisvesting.
Voor kleine aanpassingen in de openbare ruimte, het realiseren van een bouwplaats toegangsweg
(specifiek voor locatie Buurse) en herstelwerkzaamheden wordt een investeringskrediet van € 36.680
gevraagd. Deze aanpassingen zijn nodig om de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren en de
bouwplaats te kunnen bereiken.
1.7 en 2.7 De aanpassingen in de waterberging vallen niet onder de normvergoeding
onderwijshuisvesting.
De normvergoeding onderwijshuisvesting is gebaseerd op de reguliere bouw- en inrichtingskosten van
een schoolgebouw en voorziet niet in de kosten voor waterberging op de locatie. Vanuit het
Waterrioleringsplan (WRP) geldt de verplichting om bij (her)ontwikkeling van de locatie te voorzien in
voldoende waterberging, om wateroverlast te voorkomen en te voldoen aan het gemeentelijk
waterbeleid.
De kosten voor het realiseren van de benodigde waterberging voor de BS Buurse worden geraamd op
circa € 254.855 en voor st. Bonifacius op circa € 258.388. Uitgangspunt voor deze raming is realiseren
van een ondergrondse waterberging op locatie. Het geraamde bedrag is opgebouwd uit de kosten voor
het opstellen van een waterhuishoudkundig plan, het uitwerken van een ontwerp en de realisatie
hiervan.
1.8 en 2.8 Op grond van de WPO is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van voldoende
adequate onderwijshuisvesting.
Ingevolge de WPO, heeft de gemeente een wettelijke plicht tot het verlenen van passende huisvesting
voor basisscholen, ook indien er behoefte is aan tijdelijke huisvesting. In de revitalisatiescan is daarom
onderzocht wat de capaciteitsbehoefte voor tijdelijke huisvesting voor beide scholen is en wat de te
verwachten kosten hiervoor zijn. Tijdelijke huisvesting bestaat in algemene zin uit lokalen, enkele
algemene ruimtes en toiletgroepen. In de startnotities is dit nader uitgewerkt.
Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met het bestuur van zowel t Meuken als de Trefkoel. Er
wordt getracht zoveel mogelijk tijdelijke huisvesting te realiseren in deze accommodaties en alleen
indien nodig aanvullende units te huren.
Tabel 4
Tijdelijke huisvesting 2027 2028 2029 Totaal
BS Buurse (prijspeil 2027) 178.160 178.160 340.000
Basisschool St. Bonifacius (prijspeil 2027) 199.120 199.120 398.240
1.9 De kapitaallasten renovatie van € 277.898 bestaan uit de bouwkosten, sloopkosten,
waterberging en projectleider.
Hiermee komt de totale begrotingswijziging zoals opgenomen in bijlage 3 er als volgt uit te zien:
Tabel 5
Renovatie BS Buurse 2027 2028 2029 2030 2031
Kapitaallasten nieuwbouw - - 277.898 273.622
269.347
Reeds begrote kapitaallasten 11.260 10.669 107.686 106.408 105.342
Bijdrage kinderopvang - - 32.786 32.281 31.777
Afschrijving boekwaarde 132.506 - - - -
Tijdelijke huisvesting 178.160 178.160 - - -
Kapitaallasten waterberging - - 20.388 19.981 19.573
Kapitaallasten openbare ruimte - - 2.096 2.054 2.012
Saldo begrotingswijziging 299.406 167.491 159.910 156.968 153.813
Pagina 6 van 11
2.9 De kapitaallasten nieuwbouw van € 252.435 bestaan uit de bouwkosten, sloopkosten,
waterberging en projectleider.
Hiermee komt de totale begrotingswijziging zoals opgenomen in bijlage 4 er als volgt uit te zien:
Tabel 6
Basisschool St. Bonifacius 2027 2028 2029 2030 2031
Kapitaallasten nieuwbouw - - - 252.435 248.551
Reeds begrote kapitaallasten - 13.311 94.016 92.920 92.050
Huurinkomsten kinderopvang deel - - - 19.698 19.395
Afschrijving boekwaarde - 71.061 - - -
Tijdelijke huisvesting - 199.120 199.120 - -
Kapitaallasten waterberging - - - 20.671 20.258
Kapitaallasten openbare ruimte - - - 838 822
Saldo begrotingswijziging - 256.870 105.104 161.326 158.185
1.10 en 2.10 Ingevolge de WPO en de verordening onderwijshuisvesting kan het bevoegd gezag een
gedeelte van het gebouw of terrein verhuren aan een derde.
Voor verhuur van een gedeelte van het gebouw is toestemming van het college vereist. Op grond van
art. 27 lid 3 van de verordening onderwijshuisvesting kan het college aan de toestemming de
voorwaarde verbinden dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een tweetal uitspraken1 bevestigd dat
het college onder voorwaarden een huurvergoeding mag vragen. De Afdeling heeft de volgende
voorwaarden geformuleerd:
• de bijdrage in de stichtingskosten, die het schoolbestuur op grond van de financiële voorwaarde aan
de gemeente moet betalen, komt ten goede aan onderwijshuisvesting;
• de hoogte van het gevraagde bedrag rechtstreeks gerelateerd te laten zijn aan de extra kosten of
het verlies van inkomsten voor de gemeente die de toestemming voor het verhuren van een deel
van het schoolgebouw aan een organisatie voor buitenschoolse opvang met zich meebrengt.
Op basis van de revitalisatiescan is duidelijk dat er ruimtebehoefte is van 105m² voor de voorziening
voor kinderopvang. Hiervoor is een investering nodig voor BS Buurse en basisschool st. Bonifacius van
€ 525.411 respectievelijk 336.714. Dit komt neer op een jaarlijkse kostendekkende kapitaallast van
€ 32.786 (1e jaar) respectievelijk € 19.698 (1e jaar dat in rekening zal worden gebracht bij de hurende
partij. De gemeente financiert in dit geval voor en de voorfinanciering moet kostendekkend worden
terugbetaald. Aan de eerste voorwaarde uit de jurisprudentie wordt voldaan, omdat de huuropbrengsten
ter dekking worden gebracht van de kapitaallasten die met de investering gepaard gaan. Voor wat
betreft de tweede voorwaarde, geldt dat geen richtlijnen voor het vaststellen van een redelijke
vergoeding voor de stichtingskosten zijn vastgelegd. Uitgangspunt bij verhuur is dat een zodanig tarief
wordt gehanteerd, dat geen sprake is van concurrentievervalsing.
De afspraken met st. Keender omtrent financiering en huur worden nader uitgewerkt in een
overeenkomst. Dit is een vergelijkbare situatie als de huurconstructie die is toegepast bij Het Palet.
1.11 Het toekennen van een restwaarde van 4% en een afschrijvingstermijn van 40 jaar sluit aan bij
circulair bouwen en leidt tot een meer realistische waardering van het schoolgebouw voor BS
Buurse.
Op grond van artikel 64, lid 3 BBV dient op vaste activa met een beperkte gebruiksduur (zoals
schoolgebouwen) jaarlijks afgeschreven te worden volgens een stelsel dat is afgestemd op de
verwachte toekomstige gebruiksduur. De gebruiksduur is gelijk aan de verwachte economische of
technische levensduur. Het BBV schrijft geen afschrijvingstermijnen voor, omdat de gebruiksduur
afhankelijk kan zijn van de lokale omstandigheden. In de notitie Materiële vaste activa van de
commissie BBV is opgenomen: De gemeente dient zelf de gebruiksduur per categorie van de
kapitaalgoederen vast te stellen. Er kan afgeschreven worden tot € 0 of er kan rekening worden
1 ‘Brunssum’, 21 oktober 2009, 200901067 en ‘Helmond’, 4 juni 2014, 2014201308827
Pagina 7 van 11
gehouden met een restwaarde. Er zijn provincies en gemeenten die in hun Financiële verordening de
mogelijkheid kennen om in voorkomende (individuele) gevallen afwijkende
afschrijvingstermijn/restwaarden te hanteren; andere gemeenten nemen daartoe separate
raadsbesluiten.
In de Financiële verordening Haaksbergen zijn overeenkomstig art. 212 Gemeentewet de
uitgangspunten voor het financiële beleid vastgelegd. Voor afwijking van die verordening is een besluit
van de raad benodigd. In de Financiële verordening Haaksbergen is opgenomen dat bij renovatie van
schoolgebouwen lineair in 25 jaar wordt afgeschreven. Voor de renovatie van BS Buurse wordt
voorgesteld af te wijken van de reguliere afschrijvingssystematiek uit de financiële verordening. De
afschrijvingstermijn wordt verlengd van 25 naar 40 jaar en er wordt een restwaarde van 4% van de
initiële investeringskosten gehanteerd. De renovatie wordt integraal uitgevoerd en sluit aan bij circulaire
ontwerpprincipes, zoals losmaakbaarheid, flexibiliteit, demontabiliteit en herbruikbaarheid van
materialen en bouwcomponenten. Hierdoor wordt verwacht dat delen van het gebouw na afloop van de
economische levensduur nog economische waarde hebben. Het niveau waarop de renovatie wordt
uitgevoerd maakt dat een economische levensduur van 40 jaar reëel is.
De voorgestelde systematiek is gebaseerd op de landelijke Rekenmethodiek Circulaire Restwaarde van
het Programma Onderwijshuisvesting (POHV) en past binnen de kaders van het BBV, mits de
restwaarde deugdelijk en objectief wordt onderbouwd. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke
ontwikkelingen op het gebied van circulaire onderwijshuisvesting. De afschrijvingstermijn van 40 jaar
sluit aan bij de verwachte economische levensduur van het gerenoveerde gebouw, waarin onder meer
gebouwschil, installaties, binnenklimaat en energievoorzieningen ingrijpend worden vernieuwd. De
keuze voor 4% is passend bij het karakter en de omvang van deze renovatie en de daarmee verwachte
resterende economische waarde. De toepassing wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat het definitieve
ontwerp invulling geeft aan de vastgestelde circulaire uitgangspunten.
Als onderdeel van de circulaire uitgangspunten wordt voor zowel de renovatie van BS Buurse als de
nieuwbouw van basisschool St. Bonifacius een losmaakbaarheidspercentage van minimaal 55%
gehanteerd. Dit draagt bij aan de mogelijkheid om bouwcomponenten en materialen bij toekomstige
aanpassingen of aan het einde van de gebruiksduur te demonteren en opnieuw te gebruiken, en
ondersteunt daarmee de verwachte resterende economische waarde van de gebouwen. Het percentage
wordt als uitgangspunt opgenomen in de afsprakenbrief en vervolgens uitgewerkt en aantoonbaar
gemaakt in het definitieve ontwerp. De afsprakenbrief wordt opgesteld en ondertekend door st. Keender
(bouwheer) en de gemeente.
De toepassing van een restwaarde en een aangepaste afschrijvingstermijn leidt tot lagere jaarlijkse
kapitaallasten. Dit is geen boekhoudkundige besparing, maar het gevolg van een betere aansluiting
tussen de afschrijving en de verwachte economische levensduur en resterende economische waarde
van het gebouw. De lagere kapitaallasten zijn het gecombineerde effect van zowel de voorgestelde
restwaarde als de gewijzigde afschrijvingstermijn. Beide effecten zijn in onderstaande vergelijking
opgenomen.
Tabel 7
BS Buurse Kapitaallasten Rente Afschrijving
40 jaar + 4% Restwaarde € 277.898 € 171.014 € 106.884
25 jaar+ 0% Restwaarde € 356.279 € 178.139 € 178.139
Impact € 78.381 € 7.126 € 71.256
Basisschool St. Bonifacius Kapitaallasten Rente Afschrijving
40 jaar + 10% Restwaarde € 252.435 € 155.344 € 97.090
40 jaar + 0% Restwaarde € 280.483 € 172.605 € 107.878
Impact € 28.048 € 17.260 € 10.788
Pagina 8 van 11
Totale impact € 106.430 € 24.386 € 82.044
De voorgestelde afwijkingen hebben uitsluitend betrekking op de in dit voorstel opgenomen
investeringen en hebben geen gevolgen voor bestaande activa van de gemeente. Conform artikel 64,
tweede lid, van het BBV worden wijzigingen in afschrijvingstermijnen en restwaarden toegekomstgericht
verwerkt. Dit betekent dat reeds geactiveerde investeringen niet opnieuw worden gewaardeerd en dat
bestaande boekwaarden en kapitaallasten ongewijzigd blijven. De voorgestelde restwaarden van 4%
voor BS Buurse en 10% voor basisschool St. Bonifacius gelden uitsluitend voor deze investeringen.
2.11 Het toekennen van een restwaarde van 10% sluit aan bij circulair bouwen en leidt tot een meer
realistische waardering van het schoolgebouw van basisschool st Bonifacius.
Voor de nieuwbouw van basisschool St. Bonifacius wordt voorgesteld eveneens af te wijken van de
reguliere afschrijvingssystematiek. De gebruikelijke afschrijvingstermijn van 40 jaar blijft gehandhaafd,
maar er wordt een restwaarde van 10% van de initiële investeringskosten gehanteerd.
Het hogere percentage ten opzichte van BS Buurse hangt samen met het verschil tussen beide
projecten. BS Buurse betreft een integrale renovatie van een bestaand gebouw, terwijl St. Bonifacius
volledig nieuw wordt gebouwd en vanaf de ontwerpfase circulair kan worden vormgegeven. Hierdoor
kan bij St. Bonifacius sterker worden gestuurd op losmaakbaarheid, demontabiliteit, herbruikbaarheid en
toekomstige flexibiliteit. Dit maakt een hogere resterende economische waarde aannemelijk.
De keuze voor 10% sluit aan bij het hogere circulaire ambitieniveau van de nieuwbouw en de verwachte
waarde van de toegepaste bouwcomponenten aan het einde van de gebruiksduur. Ook hier geldt dat de
restwaarde geen financieel doel op zichzelf is, maar voortvloeit uit de verwachte resterende
economische waarde. De financiële effecten van het toepassen van een restwaarde zijn opgenomen
onder argument 1.11.
Risico’s
1.1 en 2.1 Het beschikbaar gestelde krediet is mogelijk ontoereikend.
De bouwmarkt blijft onverminderd in beweging. Schommelingen in materiaalprijzen, loonkosten en
marktomstandigheden kunnen ertoe leiden dat de uiteindelijke aanbestedingsresultaten hoger uitvallen
dan vooraf geraamd.
1.2 en 2.2 Er bestaat onzekerheid door netcongestie.
Wegens netcongestie is het voor onderwijsprojecten niet altijd mogelijk de benodigde, of grotere,
stroomaansluiting(en) te verkrijgen. Bij dit bouwproject wordt zoveel mogelijk in de ontwerpfase
rekening gehouden met de bestaande en te handhaven aansluiting. Er bestaat een risico dat deze
aansluiting onvoldoende blijkt. Het toepassen van een batterij kan hiervoor oplossing bieden. Indien het
realiseren van een batterij noodzakelijk is, zal aanvullend krediet benodigd zijn, aangezien geen
rekening is gehouden met het toepassen van deze voorziening.
Gelet op de omvang van BS Buurse en basisschool st Bonifacius zal voor beide scholen een batterij
voorziening van circa € 78.000 toegepast dienen te worden als de benodigde aansluiting niet verkregen
wordt.
Vervolgproces
BS Buurse
De planning is gericht op ingebruikname van de renovatie in BS Buurse vanaf schooljaar 2028/2029.
De meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure (bouwheer) van de architect en overige
adviseurs vindt plaats begin 2027. Eind 2de kwartaal t/m begin 3de kwartaal van 2027 zal de
meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure plaatsvinden voor uitvoerende partijen. Realisatie
staat gepland tussen eind 2027 tot midden 2028.
Met dit voorstel wordt afgeweken van artikel 8 van de Financiële verordening Haaksbergen. Het college
zal in 2027 een voorstel aan de raad voorleggen voor actualisatie van de financiële verordening en
Pagina 9 van 11
afschrijvingstabel, waarin de uitgangspunten voor circulaire renovatie en (vervangende) nieuwbouw van
onderwijsgebouwen structureel worden verwerkt.
Figuur 1 Tijdslijn BS Buurse
st. Bonifacius
De planning is gericht op ingebruikname van de nieuwbouw van st. Bonifacius vanaf schooljaar
2029/2030. De meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure (bouwheer) voor een Design & Build
aannemer zal plaatsvinden begin 2027. Realisatie staat gepland tussen begin 2028 tot midden 2029.
Figuur 2 Tijdslijn st. Bonifacius
Enkele kritieke aspecten voor beide projecten om deze planning te handhaven, zijn onder andere de
voor de omgevingsvergunning (BOPA) benodigde onderzoek (o.m. bodemonderzoek, archeologie,
quickscan natuur en eventuele vervolgonderzoeken etc.). Op dit moment is voor beide scholen het
vooronderzoek (quickscan) natuur reeds uitgevoerd en het noodzakelijk gebleken vervolgonderzoek
natuur/ecologie vindt momenteel plaats. Dit onderzoek blijft drie jaar geldig.
Pagina 10 van 11
Bijlagen:
1. Startnotitie st. Keender – BS Buurse (incl. secundaire bijlagen 2.1 t/m 2.8)
2. Startnotitie st. Keender – st. Bonifacius (incl. secundaire bijlagen 2.1 t/m 2.8)
3. Begrotingswijziging – BS Buurse
4. Begrotingswijziging – st. Bonifacius
5. Verklarende motivatie st. Keender prioritering BS Buurse en st. Bonifacius
Burgemeester en wethouders
M. (Marcel) Broekhuis G.J. (Gerard) van den Hengel
gemeentesecretaris burgemeester
Aldus vastgesteld
tijdens de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2026
R. (Robin) Meinen G.J. (Gerard) van den Hengel
griffier voorzitter
Pagina 11 van 11
Tekst uit PDF geëxtraheerd