Home › Amsterdam › Document
Conceptverslag commissie Ruimte van 16 september 2026
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Amsterdam |
| Datum | 2026-10-21 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Gemeente Amsterdam
Raadscommissie Ruimte
CONCEPT Raadscommissieverslag
Vergaderdatum 16 september 2026
Verslag vast te stellen op: 21 oktober 2026
OPENBARE VERGADERING OP WOENSDAG 16 SEPTEMBER 2026
Aanwezige commissieleden: Veenhoff (PRO Amsterdam), Minderhoud (PRO Amsterdam),
Van Hilten (D66), Von Gerhardt (VVD), Karadarević (Partij voor de Dieren), Bzim (DENK),
Havelaar (CDA), Snijders (Forum voor Democratie), Ruijter (SP), Meiland (BIJ1), Weenk
(Volt)
Afwezige commissieleden: -
Afwezige portefeuillehouder: -
Overige aanwezigen: -
Voorzitter: Wijnants
Plaatsvervangend voorzitters: -
Commissiegriffier: Diemont, Struijk
Commissieondersteuner: Bakkali
Verslaglegging: Draaijer, Notuleerservice Nederland
1. Algemeen deel
1a.
Opening procedureel gedeelte
De VOORZITTER opent de vergadering om xx:xx uur en heet iedereen welkom.
1b.
Mededelingen
De VOORZITTER deelt mede dat het college nog niet aanwezig is.
1c.
Vaststellen agenda
Op verzoek van het lid Havelaar wordt agendapunt 8 doorgeschoven naar de
volgende commissievergadering. De VOORZITTER geeft aan dat het de laatste keer is
dat dit gebeurt.
De agenda wordt aldus vastgesteld.
1d.
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie van 19
augustus 2026
Er zijn geen op- of aanmerkingen en het verslag van de openbare vergadering
van de raadscommissie van 19 augustus 2026 wordt vastgesteld.
1e.
Actielijsten en termijnagendas, per portefeuille
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VEENHOFF merkt op dat een toezegging om te kijken naar de
publicatieteksten van vergunningen en over bezwaartermijnen, die gedaan is in de TAR
van 17 juni jongstleden, niet in de actielijsten staat.
De VOORZITTER geeft aan dat dit indien nodig wordt rechtgezet.
Het lid KARADAREVIĆ stelt vast dat van veel acties de termijn verstreken is en
verzoekt het college om een stand van zaken. Het lid vraagt om met name haast te
maken met de acties op de moties die door de PvdD zijn ingediend.
Wethouder SCHOLTES geeft aan hiernaar te zullen kijken.
1f.
TKN-lijst
Op verzoek van het lid Veenhoff wordt TKN-stuk 6 geagendeerd voor de volgende
commissievergadering.
1g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies
Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies.
2. Inhoudelijk deel
2a.
Opening inhoudelijk gedeelte
De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering en vertelt dat
vanaf nu de spreektijden gaan lopen.
2b.
Inspreekmoment Publiek
Inspreker WEVE spreekt op persoonlijke titel in over agendapunt 9. Kennisnemen
van de informatiebrief inzake Resultaten Vervolgaanpak Bouwdynamiek en afdoening
motie383 van de leden Van Munster, Aslami en Minderhoud inzake bescherming
omwonenden bij kelderbouw. Inspreker vertelt in een straat in West te wonen, waarvan de
binnentuinen benoemd zijn als een extreem waterprobleemgebied en de binnentuin van
inspreker bovendien een polderriool bevat. In februari van dit jaar is er namens
buurtgenoten inspraak gepleegd bij stadsdeel West vanwege een aanvraag voor een
keldervergunning in de straat. Hierop is een aantal zienswijzen en toezeggingen ten
aanzien van het polderriool gedaan, maar de toezeggingen zijn niet opgevolgd. Inspreker
citeert uit een onderzoeksrapport uit 2022, waarin staat dat er bij extreme neerslag veel
kans is op schade door wateroverlast. Ook memoreert inspreker dat er in 2004 een
vergunning is afgegeven om de helft van de binnentuin te be- en onderbouwen, waarna
het polderriool verstoord is geraakt. Inspreker schetst diverse soorten wateroverlast die de
buurt ervaart en noemt kelder waarvoor nu een vergunning is verleend niet geschikt voor
deze locatie. Ook staat er een damwand van 35 meter haaks op de grondwaterstromen
en deze damwand is in het geohydrologische rapport genegeerd.
Het lid VEENHOFF vraagt of het klopt dat de gemeente niet op de hoogte was
van de bebouwing in de buurt en de genoemde damwand en hoe er is gereageerd nadat
de buurt dit meldde. Daarnaast is het lid benieuwd of inspreker wat meer kan vertellen
over de reactie van stadsdeel West op de inspraak in februari.
2
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
INSPREKER antwoordt dat er na de inspraak gesprekken met een specialist zijn
gevolgd en dat de bestuurder schriftelijk heeft laten weten dat er een onderzoek moest
plaatsvinden. Hier is geen opvolging op geweest. De reactie van de specialist op de klacht
dat er een vergunning is gegeven in de wetenschap dat er een grote kans op schade was,
was dat de bewoners dat zelf moesten uitzoeken.
De VOORZITTER geeft aan dat er later nog gelegenheid is om commissieleden te
spreken.
2c.
Actualiteiten
De VOORZITTER deelt mede dat er geen actualiteiten zijn aangemeld.
2d.
Rondvraag
Het lid VEENHOFF refereert aan een schriftelijke inspraak, waarin de vraag wordt
gesteld of het huisvesten van studenten en promovendi in sociale huurwoningen en
woningen voor ouderen conform de door het Rijk verleende subsidie voor deze woningen
is. Het lid zou op deze vraag graag een antwoord van de wethouder ontvangen.
Wethouder SCHOLTES geeft aan hier niet direct antwoord op te kunnen geven
en dit samen met wethouder Pels uit te gaan zoeken. De wethouder zegt toe dat hier van
een van beide portefeuillehouders schriftelijk op wordt teruggekomen.
Bespreekpunten
Ruimtelijke ordening (incl VTH, coördinatie, recreatie)
3.
Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de beantwoording van de motie
298.24 d.d. 17 juli 2024 van raadslid Van Munster inzake groene en gezonde hoogbouw
(VN2026-009833)
Het lid VEENHOFF vertelt dat de fractie van PRO blij is met de opname in de
Monitor, maar merkt op dat er weliswaar wordt verwezen naar het beleid op
natuurinclusief bouwen, maar dat navraag heeft geleerd dat hiervoor geen plannen zijn.
Het lid refereert aan onderzoek waaruit blijkt dat alleen al het kijken naar groen gunstige
psychische effecten heeft en merkt op dat mensen die in hoogbouw wonen hier geen
toegang toe hebben. Het lid is van mening dat hier, naast aandacht voor zaken als
klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook aandacht voor moet zijn.
Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie of het de bedoeling is dat dit bij
bestaande projecten al gebeurt, of dat het moet gaan gelden voor toekomstige projecten.
Het lid VEENHOFF stelt dat het maar één keer goed kan worden gedaan, dus dat
er bij de planning al rekening mee moet worden gehouden.
Het lid VON GERHARDT herhaalt de vraag of dit ook voor lopende projecten
moet gaan gelden.
Het lid VEENHOFF antwoordt dat ingrijpen bij lopende projecten niet mogelijk lijkt
en dat er bij de planvorming aandacht voor moet zijn.
3
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VON GERHARDT vraagt hoe het lid Veenhoff dit rijmt met het programma
Gewoon Goed en het streven om kosten te drukken en projecten door te laten gaan. Het
lid voorziet dat dit extra geld gaat kosten.
Het lid VEENHOFF verwijst naar het rapport van de Rekenkamer uit 2025 en de
reactie van het college hierop en concludeert daaruit dat er ruimte is, ook binnen de tijd
waarin tenders lopen. Het lid stelt dat de kosten niet per se omhoog gaan als er ook
aandacht komt voor uitzicht op groen en noemt Singapore en Berlijn als voorbeelden van
steden waarbij dit succesvol is geïmplementeerd. Het lid is benieuwd hoe de wethouder
hierover denkt. Daarnaast stelt het lid vast dat er geen onderzoek bekend is naar de
brandveiligheid van groene gevels, maar benoemt wel een aankomend onderzoek in Delft
over de hittereductie ervan.
Het lid KARADAREVIĆ gaat, gezien de uitingen over het vergroenen van gevels
op de website van de gemeente, ervan uit dat de wethouder geen obstakels ziet om
vergroening expliciet op te nemen in beleid rond het ontwerpen van hoogbouw. Het lid
vraagt of de wethouder voornemens is om aanvullend beleid voor groene en gezonde
hoogbouw mee te nemen in de verdere beleidsvorming rondom natuurinclusief bouwen en
wanneer de raad daarover een update kan ontvangen.
Wethouder SCHOLTES vertelt als wethouder voor zowel gezondheid als
bouwstimulering af en toe met zichzelf te debatteren. Enerzijds wil de wethouder vanuit
gezondheid veel eisen, vragen en sturen en anderzijds vragen ontwikkelaars of het wat
minder kan met de eisen, zodat projecten sneller van start kunnen. De wethouder denkt
dat de gemeente niet alles tot op de vierkante meter moet willen sturen.
De wethouder beaamt dat er geen onderzoek bekend is naar de brandveiligheid
van groene gevels en is benieuwd naar het komende onderzoek. Daarnaast stelt de
wethouder dat er bij tenders veel eisen zijn op het gebied van duurzaamheid, maar dat er
geen aanvulling van deze eisen gepland staat. De wethouder is wel bereid te praten over
de eventuele wenselijkheid hiervan, maar wil daar vanuit het oogpunt van bouwstimulering
wel terughoudend in zijn.
Tweede termijn
Het lid VEENHOFF begrijpt de huiverigheid voor teveel regels, maar denkt dat het
soms toch goed is om in te zoomen. Het lid refereert aan de wens die de
woningcorporaties hiertoe hebben geuit om meer aandacht aan dit groen te besteden. Het
lid stelt dat het belangrijk om de vraag goed te definiëren en overweegt hierover
binnenkort iets op papier te zetten.
Wethouder SCHOLTES voorziet problemen als op gebouwniveau aan ieder
gebouw altijd dezelfde eisen worden gesteld. De wethouder voelt meer voor flexibiliteit,
die de corporaties de mogelijkheid geeft om per locatie een afweging te kunnen maken.
4.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de tweede Monitor Omgevingsvisie
Amsterdam 2025 (VN2026-009837)
Het lid KARADAREVIĆ stelt dat bij nieuwbouwprojecten de normen voor
vierkante meters groen en sport keer op keer niet worden gehaald en benadrukt dat hier
voldoende ruimte voor moet blijven. Het lid noemt de tussenstand van de Monitor met
betrekking tot groen zorgelijk en wijst erop dat, ondanks de ambitie om Amsterdam
groener te maken, het oppervlak aan groen sinds 2020 met 4,9 procent is afgenomen. Het
lid constateert dat de groennorm voor nieuwbouwwijken niet wordt gehaald en wijst erop
dat er volgens adviesbureau Arcadis 24.000 nieuwe bomen nodig zijn in Amsterdam. Het
lid wijst op de ambities in de Omgevingsvisie en de aanbevelingen van burgerberaad
4
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Groene Stad en is benieuwd of de wethouder voornemens is om samen met de rest van
het college de omgevingsvisie aan te scherpen met concrete doelen met betrekking tot
het aantal bomen en het oppervlak groen in nieuwe en bestaande buurten. Het lid vraagt
wat het college gaat doen om de groennorm voor nieuwbouw te halen en om in bestaande
wijken meer groen te realiseren.
Het lid VAN HILTEN vraagt of het lid Karadarević bedoelt dat er geen huizen
meer moeten worden gebouwd voor mensen die in Amsterdam willen komen wonen en
werken.
Het lid KARADAREVIĆ ontkent dit en geeft aan dat de streefcijfers losgelaten
moeten worden, omdat ze toch niet worden gehaald.
Het lid VAN HILTEN is van mening dat de gemeente alles op alles moet zetten
om elke woning te bouwen die gebouwd kan worden, gezien het tekort. Het lid erkent dat
er minder groen is, maar wijst erop dat de stad enorm is gegroeid en dat er belangrijke
dossiers liggen, zoals de energietransitie. Het lid vraagt of het lid Karadarević ook niet
vindt dat dat een compliment aan het college waard is.
Het lid KARADAREVIĆ ontkent dit en wijst op de ambitie van het college voor
veel meer, en kwalitatief goed, groen. Het lid stelt dat mensen die in Amsterdam wonen
dat graag in een prettige omgeving doen.
Het lid VAN HILTEN vindt dat het college wel een compliment verdient en denkt
dat er woningen kunnen worden gebouwd en tegelijkertijd aandacht kan zijn voor groen.
Het lid wijst op de vele bomen die gepland zijn en roept op om samen te onderzoeken hoe
de ambities gerealiseerd kunnen worden.
Het lid KARADAREVIĆ wijst op een motie van de PvdD uit 2021, waarin het
college is gevraagd te onderzoeken wat de verschillende klimaatscenario's van het IPCC
betekenen voor de omgevingsvisie en de uitkomsten daarvan te betrekken bij de
tweejaarlijkse monitoring en herijking. Het lid stelt vast dat hierover niets te lezen valt in de
Monitor en vraagt of de wethouder kan vertellen hoe de voortgang van de doelen van de
omgevingsvisie zich verhoudt tot de IPCC-klimaatdoelen.
Het lid RUIJTER is blij met het inzicht dat het stuk verschaft en vindt het logisch
dat er wordt gekeken hoe kan worden bijgestuurd op de doelen die niet gehaald worden.
Het lid wijst er in dit opzicht op dat het stuk geen inzicht geeft in oorzaken en dus geen
aanknopingspunten biedt voor bijsturing. Het lid wil van de wethouder weten wat de
oorzaak is van het ontbreken van verbetering op het gebied van CO2-uitstoot voor
geconsumeerde producten, alsmede het stagneren van de daling van fijnstofuitstoot.
Daarnaast wijst het lid op de kaart die is bijgevoegd, waarop de beoordeling door
bewoners van het OV in hun buurt is aangegeven. Het lid stelt vast dat het een
momentopname betreft en vraagt of de wethouder kan aangeven wat de trend is en wat
de eventuele oorzaken zijn als bewoners minder tevreden zijn dan eerst. Tot slot wil het
lid graag van de wethouder weten of het tegengaan van vervoersarmoede lukt of niet en
wat in het laatste geval daarvan de reden is.
Het lid HAVELAAR stelt dat de menselijke metropool, zoals de ondertitel van de
Omgevingsvisie luidt, voor het CDA inhoudt dat de metropool gemeenschapszin heeft,
schoon en leefbaar is, ruimte biedt om zich te verplaatsen, ruimte geeft voor zingeving en
van stedenbouwkundige kwaliteit en architectonische schoonheid is. Wat betreft
gemeenschapszin stelt het lid vast dat het niet goed gaat met de buitensport en dat er
geen makkelijk bruikbare data zijn die inzichtelijk maken hoe het met de maatschappelijke
voorzieningen gaat. Het lid vraagt of het college ervoor kan zorgen dat dit over drie jaar in
de volgende Monitor wel zichtbaar is. Ook is het lid benieuwd hoe het college gaat
bijsturen, omdat voor veel aspecten de ontwikkeling de verkeerde kant op gaat. Omdat de
5
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
verwachting is dat het autoverkeer gaat groeien, vraagt het lid of de doelen uit de
Omgevingsvisie gerealiseerd gaan worden, of dat de visie wordt aangepast op deze
verwachting. Wat betreft zingeving stelt het lid vast dat culturele instellingen per stadsdeel
in kaart zijn gebracht, maar dat gebedshuizen in het hele document ontbreken. Het lid wil
weten wat de visie van de wethouder is op ruimte voor religie en de rol daarvan in de
Omgevingsvisie. Tot slot refereert het lid aan een motie uit 2021 over het verwerken van
de schoonheid van de stad als prominente doelstelling in de Omgevingsvisie. Het lid stelt
vast dat dit in het stuk niet terug te vinden is en verzoekt de wethouder om dit verder uit te
werken.
Het lid WEENK schetst dat achter ieder cijfer in het stuk een gezin staat dat moet
wachten op een netaansluiting, een stad die harder opwarmt, of een groep mensen die
niet de ruimte krijgt om voor elkaar te zorgen. Het lid wijst erop dat er in Amsterdam meer
dan 60 energieintiatieven van bewoners zijn en dat bedrijven stroom zijn gaan delen
middels energiehubs. Het lid vraagt of de wethouder actief bedrijven onderling en
bewoners onderling bij elkaar gaat brengen om stroom te delen, zodat er ruimte ontstaat
op het energienet. Het lid constateert tevens dat er van de ambitie voor 32.000
zonnepanelen op corporatiedaken 20.000 zijn gerealiseerd en stelt dat het overgebleven
budget dat is teruggevloeid geen meevaller is, maar een dak dat leeg is gebleven. Het lid
denkt dat er veel moet gebeuren om de geplande zonnepanelen op parkeerterreinen en
geluidsschermen gerealiseerd te krijgen en vraagt of de wethouder kan vertellen of er
voldoende ruimte is gereserveerd om de beoogde 550 megawatt te halen en hoe erop de
geserveerde plaatsen daadwerkelijk zonne-energie wordt gerealiseerd. Het lid vertelt dat
er in drie jaar tijd 87 woningen zijn opgeleverd via wooncoöperaties en rekent voor dat dat
er in 2040 ongeveer 2200 zullen zijn, terwijl het doel is om dat dan 10 procent te laten zijn
van alle woningen in Amsterdam. Het lid vindt dat de gemeente niet genoeg doet om de
bijdrage vanuit het Rijk aan te vullen met gelden die hiervoor beschikbaar zijn,
bijvoorbeeld bij de Europese Investeringsbank, en wijst op de beperkte ruimte die voor
coöperatief wonen wordt vrijgemaakt, zowel fysiek als bij het ambtelijk apparaat. Het lid is
benieuwd wat de wethouder gaat doen om samen met het college te zorgen dat de 10
procent wooncorporatiewoningen er in 2040 zullen zijn.
Het lid VAN HILTEN is om te beginnen benieuwd wat bij aanvang van zijn termijn
de persoonlijke visie van de wethouder is op ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling
en wat hij de stad zou willen nalaten. Met betrekking tot de ambities in het stuk wijst het lid
op de tekst dat er een groeiende noodzaak is om op stedelijke schaal keuzes te maken
om versnipperde besluitvorming tegen te gaan. Het lid vraagt of de wethouder kan
toelichten wat er wordt gedaan om meer op stedelijk niveau en minder op projectniveau
keuzes te maken over voorzieningen, groen en woningbouw. Tot slot vraagt het lid de
toezegging van de wethouder dat er in de volgende voortgangsrapportage nadrukkelijker
op dit thema zal worden ingegaan.
Het lid HAVELAAR is benieuwd of D66 de verwachting dat het aantal
autokilometers fors boven die in de Omgevingsvisie zal uitvallen als feit accepteert, of dat
de fractie vindt dat het beleid hierop moet aangescherpt.
Het lid VAN HILTEN geeft aan dat D66 zoekt naar een goede mobiliteitsmix,
waarbij openbaar vervoer, voetgangers en fietsers de meeste ruimte moeten hebben
omdat de auto teveel plaats in beslag neemt. Het lid denkt dat de groei van het aantal
autokilometers in belangrijke mate afhankelijk is van het Rijk en denkt dat betalen voor
gebruik een positieve maatregel kan zijn.
Het lid HAVELAAR vindt dat het lid Van Hilten de vraag ontwijkt en wijst erop dat
in het stuk de verwachte groei benoemd staat. Het lid herhaalt de vraag of D66 deze groei
accepteert of aanvullend dingen wil doen om autogebruik te ontmoedigen.
6
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VAN HILTEN wijst erop dat in het coalitieakkoord keuzes zijn gemaakt,
bijvoorbeeld het terugbrengen van het aantal parkeerplekken.
Het lid HAVELAAR merkt op dat het terugbrengen van het aantal parkeerplekken
niet gaat zorgen dat er minder autokilometers worden gemaakt, maar hooguit filevorming
in de hand werkt.
Het lid VAN HILTEN herhaalt dat de partijen met elkaar moeten zoeken naar
gezonde mobiliteitsfuncties. Het lid benadrukt dat niet iedereen zonder auto kan en denkt
dat het in de eerste plaats aan de wethouder mobiliteit is om hiernaar te kijken.
Het lid VON GERHARDT is het met het lid Havelaar eens dat er iets gedaan moet
worden met de constatering dat er meer auto's blijven rijden dan gedacht en sluit zich aan
bij de vraag van het CDA of D66 de ruimtelijke opgaven gaat aanpassen.
Het lid VAN HILTEN bestrijdt dat D66 niets doet om het autogebruik in betere
banen te leiden, en wijst op het invoeren van een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur
in de stad. Deze maatregel is echter kostbaar en het hierop herinrichten van straten tijd
zal tijd kosten.
Het lid VON GERHARDT merkt op dat de genoemde maatregelen niet leiden tot
vermindering van het autogebruik en herhaalt de vraag of het lid Van Hilten het ermee
eens is dat ook de omgeving en de fysieke ruimte moeten worden aangepast.
Het lid VAN HILTEN noemt de snelheidslimiet een ruimtelijke aanpassing en stelt
dat D66 geen voorstander is van het alternatief van de VVD om weer 50 kilometer per uur
te rijden en extra parkeerplekken te bouwen.
Het lid VON GERHARDT vindt dat het lid Van Hilten aan wensdenken doet omdat
er straks meer auto's zijn dan de stad aankan.
Het lid VAN HILTEN hoopt dat de VVD wil samenwerken om te kijken hoe de stad
en het parkeerbeleid kunnen worden ingericht opdat er ook plaats blijft voor woningen, de
energietransitie, groen en andere ambities.
Het lid HAVELAAR vraagt of D66 mogelijkheden ziet om mensen uit de auto te
krijgen.
Het lid VAN HILTEN antwoordt te hopen dat de maatregelen mensen aan het
denken zetten of ze de auto echt nodig hebben.
Het lid HAVELAAR vraagt of het klopt dat D66 zegt dat de Omgevingsvisie
leidend is en dat er meer en strengere maatregelen moeten komen om mensen uit de
auto te krijgen.
Het lid VAN HILTEN antwoordt dat er verschillende ambities in de
Omgevingsvisie staan en dat wordt benoemd dat deze ambities met elkaar kunnen
schuren. Het is niet de bedoeling van D66 de ambities naar beneden bij te stellen, noch
om meer asfalt en parkeerplekken te realiseren. Het lid meent dat de gehele puzzel groter
is dan autorijden en parkeerplekken.
Het lid VEENHOFF stelt vast dat er over deze monitor vooraf en in andere
commissies al vragen zijn gesteld en dat de vragen die vandaag aan de wethouder
worden gesteld veelal gaan over de beleidsterreinen van andere portefeuillehouders. Het
lid vraagt zich af of dit dossier op deze manier besproken moet worden en oppert eerst
een ronde te doen in alle commissies en vervolgens te bespreken wat er ruimtelijk is
overgebleven. Verder denkt het lid dat het niet gebruikelijk is dat een visie aangepast
7
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
wordt, maar dat een visie na geruime tijd wordt herzien. Ten aanzien van de termijn
daarvoor stelt het lid vast dat er wordt voorgesteld om de termijn te verruimen van twee
naar drie jaar, maar dat de Monitor Groen onlangs naar vier jaar is gezet. Aangezien de
Monitor Groen integraal is opgenomen in de Omgevingsvisie, stelt het lid voor om deze
termijnen gelijk te trekken.
Het lid HAVELAAR deelt mede dat het CDA een voorstel om de Monitor iedere
vier jaar aan het begin van de raadsperiode uit te brengen zal steunen.
Het lid VEENHOFF denkt dat gezamenlijk moet worden besproken wat de beste
termijn zou zijn en staat open voor suggesties.
Het lid VON GERHARDT vindt de suggestie van het lid Veenhoff om dit dossier
op onderwerp in de vakcommissies te bespreken verstandig en is ook voorstander van het
idee om dit eens in de vier jaar aan het begin van de raadsperiode te doen.
Het lid VEENHOFF vraagt zich af of het begin van de raadsperiode hiervoor het
beste moment is omdat er dan veel onervaren raadsleden zijn en kan zich voorstellen dat
drie jaar beter zou zijn.
De VOORZITTER merkt op dat er altijd de mogelijk is tot een uitgebreide
commissiebehandeling en zal met de raadsgriffier en de commissiegriffier nadenken over
een goede manier om dit te doen.
Wethouder SCHOLTES kan zich vinden in de suggestie om deze Monitor eerst in
de vakcommissies te bespreken, omdat de Monitor over alles gaat en veel vragen bij
andere portefeuilles moeten landen. De wethouder zal met de portefeuillehouder Groen
overleggen over het gelijktrekken van de termijnen.
Ten aanzien van het aantal te bouwen woningen geeft de wethouder aan dat het
in ieder geval echt nodig is dat er meer passende en toegankelijke woningen voor
senioren worden gebouwd, dat er een bouwagenda is en een planvoorraad van 68.000
woningen.
Wat betreft het aanscherpen van de Omgevingsvisie stelt de wethouder vast dat
deze het afgelopen jaar nog vernieuwd is en dat in de visie wordt gesproken over
rigoureus vergroenen. De wethouder vindt dat een prima kader om, mede naar aanleiding
van het Burgerberaad Groene Stad verdere afspraken te maken rondom het groenbeleid.
Daarnaast wijst de wethouder op het aangenomen plan Rigoureus Vergroenen, waar nog
een uitvoeringsagenda op zal volgen. Met betrekking tot bomen verwijst de wethouder
naar de portefeuillehouder Groen.
De scenario's van het IPCC, waar de PvdD naar vroeg, zijn volgens de wethouder
via de nationale vertalingen van het KNMI wel in de Omgevingsvisie geland en hebben
geleid tot aangescherpte doelen voor klimaatadaptatie en -ambities. In de Monitor zijn ze
te vinden in de grafieken over boomkruinvolumes en de energietransitie.
Voor de vragen van de SP over de oorzaken van het niet halen van diverse
doelen verwijst de wethouder door naar de betreffende vakwethouders.
In antwoord op de vraag van D66 vertelt de wethouder een stad met zorgzame en
gezonde buurten te willen achterlaten, waar mensen fijn oud kunnen worden en waar
gemeenschappen zich kunnen vormen. Om dat te bereiken hoopt de wethouder dat er
samen met ontwikkelaars en corporaties de urgentie en de drive wordt gevoeld om het
bouwen wat sneller te laten gaan. Wat betreft het betoog van het CDA over de menselijke
metropool denkt de wethouder in dat opzicht best een CDA'er te kunnen zijn.
Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder het ermee eens is dat mensen
niet alleen fijn oud kunnen worden, maar ook fijn jong moeten kunnen zijn in de stad.
Wethouder SCHOLTES bevestigt dit en vervolgt met de stelling dat er in iedere
stad ruimte moet zijn voor religie. De wethouder geeft aan dat in de referentienormen
8
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
gebedshuizen niet zijn opgenomen, maar dat het college wel heeft uitgesproken dat er in
de stad ruimte voor moet worden gemaakt.
Het lid HAVELAAR mist na deze constatering actie en vraagt wat de wethouder
gaat doen rondom het opnemen van referentienormen, het erop rapporteren en laten zien
dat het belangrijk wordt gevonden.
Wethouder SCHOLTES wil daarover nadenken en weet niet of er opgelegd moet
worden dat er in ieder gebied een gebedshuis moet zijn. De wethouder nodigt het lid
Havelaar uit om van gedachten te wisselen over wat de rol van de overheid daarin zou
moeten zijn. Over het opnemen van maatschappelijke voorzieningen zegt de wethouder
toe dat daar in de volgende Monitor uitgebreider op kan worden ingegaan. Daarbij merkt
de wethouder op dat ook gebedshuizen vallen onder de bestemming Maatschappelijk.
Wethouder Scholtes verwijst Volt voor de vragen over netcongestie door naar de
wethouder Ruimtelijke Ordening, die in deze raadsperiode daartoe expliciet is
aangewezen. De wethouder legt uit dat bekend is waar er elektriciteitsstations nodig zijn
en dat het vooral een kwestie is van inpassen. Daarnaast wordt er ook gekeken naar
innovatieve oplossingen, zoals het delen van netcapaciteit.
De wethouder verwijst voor vragen over zonne-energie naar wethouder Heinhuis,
en voor vragen over wooncoöperaties kunnen raadsleden terecht bij wethouder Pels.
Het lid WEENK merkt in een interruptie op dat het voor wooncoöperaties
belangrijk is om ruimte te hebben om te bouwen, maar dat het erop lijkt dat er de
komende vier jaar maar 600 wooncoöparatiewoningen gerealiseerd worden. Het lid vraagt
of er voldoende ruimte is ingecalculeerd om te komen tot 10 procent in 2040.
Wethouder SCHOLTES heeft het antwoord hierop niet paraat en zegt toe dat
hierover een brief komt, mogelijk van wethouder Pels.
In antwoord op de vraag van D66 over het maken van keuzes op stedelijke schaal
betoogt de wethouder dat er ook nu stedelijke regie is, bijvoorbeeld in de vorm van
strategische huisvestingsplannen voor maatschappelijke voorzieningen of stedelijke
plannen voor energieinfrastructuur. In het kader van woningbouwversnelling wil de
wethouder juist de hoofdlijnen op gebiedsniveau vaststellen in plaats van op project- of
kavelniveau.
Desgevraagd herhaalt het lid VAN HILTEN de vraag om een aantal ambities
nadrukkelijker in de voortgangsrapportage op te nemen.
Wethouder SCHOLTES vraagt zich af of de Monitor daar het juiste moment voor
is en gaat hierover nadenken.
Tweede termijn
Het lid HAVELAAR refereert aan de opmerking dat de wethouder best een
CDA'er zou kunnen zijn en vraagt hoe de wethouder mooi bouwen wil gaan
bewerkstelligen in financiële zin en in ruimtelijke plannen.
Het lid RUIJTER wacht nog op een uitspraak van de wethouder over fijnstof.
Het lid WEENK denkt dat het belangrijk is dat de commissie gaat nadenken over
hoe er natuurlijk gebouwd kan worden en hoe er omgegaan kan worden met de schaarse
ruimte. Het lid benoemt nogmaals datadelen en roept de wethouder op om hier als
tussenpartij te gaan optreden en zich actief in te zetten om de electriciteitsinfrastructuur te
verminderen. Het lid verwijst in dit opzicht naar het Starlings-project in Rotterdam.
Wethouder SCHOLTES geeft dat er vaak goede ideeën uit Rotterdam komen,
maar stelt dat in Amsterdam al een vergelijkbaar initiatief is in de have n.
9
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Wat betreft fijnstof vertelt de wethouder dat wethouder Moeskops en Heinhuis
werken aan een nieuw uitvoeringsplan luchtkwaliteit. Wat fijnstof betreft denkt de
wethouder dat het nog niet genoeg is, maar wel de goede kant op gaat en Amsterdam
voldoet aan de wettelijk vastgelegde Europese grenswaarden. De niet-bindende WHO-
advieswaarden worden nog niet gehaald, maar in de Omgevingsvisie is de ambitie
opgenomen om daar in 2030 aan te voldoen.
De wethouder vindt mooi bouwen een goede ambitie, maar vraagt zich af hoe dat
meet- en werkbaar is. Daarnaast zou het kunnen leiden tot meer regelgeving en controles.
Het lid HAVELAAR weet dat de kosten een probleem kunnen zijn en oppert een
lagere grondprijs.
Wethouder SCHOLTES neemt dit mee.
De VOORZITTER sluit het agendapunt en zal met de griffie bespreken of het stuk
langs alle commissies moet, zoals is voorgesteld. Op verzoek van het lid Havelaar wordt
het kort besproken in de raadsvergadering van 11 november.
5.
Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de uitspraak van de Raad van
State over de intrekking van de 1e herziening van het exploitatieplan Bloemendalerpolder
(VN2026-009836)
Het lid MINDERHOUD schetst dat in de aanloop naar deze brief een terugkerend
debat is gevoerd over achterblijvende voorzieningen bij de nieuwbouw in Weespersluis.
De gemeente heeft in afwachting van het omgevingsplan het exploitatieplan ingetrokken
met de bedoeling een privaatrechtelijke verbintenis aan te gaan met de GEM om
voorzieningen te kunnen realiseren. De bewoners zijn in bezwaar gegaan tegen het
intrekken van het exploitatieplan en de Raad van State heeft nu uitgesproken dat het
gehandhaafd moet worden. Momenteel is er 30 hectare groen tekort in vergelijking met de
oorspronkelijke plannen en met de bouwambities in Weespersluis is het onwaarschijnlijk
dat deze 30 hectare gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is er een tekort aan
voorzieningen, dat gedeeltelijk is opgelost met tijdelijke voorzieningen als een school en
kinderopvang, maar er is een grote wens om met groen en voorzieningen in te spelen op
de behoefte van huidige en toekomstige bewoners. Het lid wijst op het risico dat de
bewoners opnieuw in beroep kunnen gaan omdat bijvoorbeeld de 30 hectare groen er niet
komen en stelt dat de gemeente een juridisch stevigere positie kan innemen door te
wijzen op de voorzieningen die wel gerealiseerd gaan worden.
Het lid VON GERHARDT merkt in een interruptie op dat de omgevingsvergunning
al twee keer niet verleend, of teruggedraaid, is en vraagt hoe het lid Minderhoud kijkt naar
de stappen die op korte termijn gezet kunnen worden om de bouw weer vlot te trekken.
Het lid MINDERHOUD denkt dat de gemeente te afwachtend is geweest in de
relatie met de GEM en dat de regie weer moet worden teruggepakt. Dat het college
aangeeft dat er gesprekken worden gevoerd, betekent volgens het lid niet dat er
overeenstemming bereikt is of wordt over wat er moet gebeuren. Het lid denkt dat
overeenstemming met de bewoners een betere juridische basis legt voor eventuele
nieuwe rechtszaken.
Het lid VON GERHARDT heeft geluiden gehoord dat de GEM bepaalde
voorzieningen die zijn afgesproken niet meer gaat bouwen als moet worden voorzien in de
30 hectare groen. Het lid is benieuwd of het lid Minderhoud dat zou steunen of toch zal
kiezen voor een basisschool, mocht die keuze er liggen.
10
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid MINDERHOUD stelt dat voor scholen referentienormen zijn en dat die
basisschool er echt wel zal komen. Over voorzieningen voor oudere kinderen en
trapveldjes maakt het lid zich wel druk en het lid merkt op dat bewoners hebben geuit dat
er behoefte is aan deze voorzieningen en dat er wellicht een compromis bereikt kan
worden.
Het lid VON GERHARDT vraagt of het lid Minderhoud er dan ook open voor zou
staan om als onderdeel van het compromis minder woningen te bouwen.
Het lid MINDERHOUD denkt dat het nog niet zover is en dat de woningen
uiteindelijk hard nodig zijn. Het lid is van mening dat de GEM eerst de beloofde
voorzieningen zo snel mogelijk moet realiseren en dat de gemeente vervolgens de regie
pakt als blijkt dat de 30 hectare groen en blauw er niet meer kunnen komen.
Het lid HAVELAAR sluit zich aan bij het betoog van PRO en voegt daaraan toe
spijt te hebben dat de raad met grote meerderheid heeft gestemd voor het intrekken van
het exploitatieplan, vanuit de gedachte dat dit niets zou veranderen. Het lid noemt het heel
erg dat de Raad van State nodig is om tot de conclusie te komen dat de gemeente, met
name de raad, de bewoners tekort heeft gedaan in hun juridische positie. Het lid denkt dat
excuses op hun plaats zijn.
Het lid VON GERHARDT sluit zich aan bij het betoog van PRO en vindt het
belangrijk dat er nu een duidelijke visie en regie komen over wat te doen met het tekort
van blauw en groen. Het lid merkt op dat het nog onduidelijk is om hoeveel oppervlak het
gaat en wie dat moet gaan bepalen, maar is van mening dat het college de regie moet
nemen om dit goed uit te zoeken. Het lid is zelfs bereid te kijken naar het aantal
woningen, als blijkt dat het verminderen hiervan de enige manier is om dit proces weer
vlot te trekke, en wil dat graag bij de wethouder neerleggen.
Het lid VAN HILTEN sluit zich aan bij de vorige sprekers en vraagt wat de
wethouder gaat doen om het vertrouwen bij de bewoners te herstellen, en wat er gedaan
moet worden om de schop de grond in te krijgen. Het lid vind het belangrijk dat er
vervolgens een balans wordt opgemaakt om weer door te kunnen. Tot slot wijst het lid op
de beantwoording door het college van vragen van het lid Havelaar, waarin staat dat met
GEM wordt overlegd over het afmaken van de Korte Muiderweg. Het lid vraagt wat
daarmee wordt bedoeld.
Wethouder SCHOLTES schetst de regels voor een exploitatieplan en de reden
waarom de Raad van State meent dat het exploitatieplan niet is uitgewerkt. De wethouder
stelt dat het college heeft aangegeven dit in de toekomst anders te gaan doen, maar geeft
tegelijkertijd aan dat dat er in de Omgevingswet meer publiekrechtelijk moet worden
geregeld dan voorheen en dat destijds met de kennis van toen een besluit genomen is
waarvan de gemeente dacht dat het juridisch uitlegbaar was.
De wethouder wil heel snel in gesprek met de GEM en met bewoners en op basis
daarvan kan een balans worden opgemaakt en een plan om verder te gaan. Daarbij wijst
de wethouder erop dat bij deelplan 6 afgelopen jaar het stedenbouwkundig plan is
vastgesteld, waarin veel voorzieningen zijn opgenomen. Als deze voorzieningen
gerealiseerd worden, denkt de wethouder een heel eind te kunnen komen.
Het lid VON GERHARDT vraagt wat de wethouder bedoelt met 'heel snel'.
Wethouder SCHOLTES antwoordt op zeer korte termijn een gesprek met de GEM
te hebben en verwacht op zeer korte termijn helderheid te hebben over de groen-
blauwafrekening. Wel is er afhankelijkheid van andere partijen, maar de wethouder deelt
mede er bovenop te zitten.
11
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder de verkregen informatie zo snel
mogelijk met de raad en het stadsdeelgebied wil delen.
Wethouder SCHOLTES zegt toe zo snel als mogelijk met een update te komen
over het dossier Weespersluis.
Het lid MINDERHOUD deduceert dat het meteen duidelijk is of er in beroep kan
worden gegaan tegen het nieuwe omgevingsplan als er uitsluitsel is over de groen-
blauwafrekening. Het lid wil weten wat de strategie van de gemeente wordt als blijkt dat
volgens GEM groen en blauw niet gerealiseerd kunnen worden, of de gemeente in
overleg gaat met het buurtplatform of gaat kijken naar andere mogelijkheden om juridisch
sterker te kunnen staan in een eventuele bezwaarprocedure. Het lid geeft aan dat de
wethouder hier niet meteen op hoeft te antwoorden, maar het mee mag nemen in de
beantwoording van de vragen van de VVD.
Wethouder SCHOLTES begrijpt de vraag, maar denkt dat het lid Minderhoud
ermee vooruitloopt op de fase waarin de gesprekken nu verkeren. De wethouder
realiseert zich dat er meerdere groepen zijn die bezwaar kunnen aantekenen, maar wil
eerst wachten op de afrekening.
Het lid MINDERHOUD verduidelijkt het eens te zijn met dit tijdspad, maar graag
controle en inzicht heeft op de mogelijkheden als de duidelijkheid er is.
Wethouder SCHOLTES begrijpt dit maar wil de onderhandeling niet compliceren
door dit op voorhand te bespreken.
Wat betreft de Korte Muiderweg geeft de wethouder aan dat deze zich in de
laatste fase van het besluitvormingstraject bevindt en dat er in deze fase geen
duidelijkheid kan worden gegeven over eventuele voorwaarden voor de
vergunningverlening.
De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte bestaat dit punt verder in de
raad te bespreken en sluit het agendapunt.
6.
Bespreken van de beantwoording van de motie 551.24 van de leden Minderhoud
en van Pijpen “Maak ruimte voor placemaking en experimenteer met eigen invulling door
buurtbewoners” (VN2026-009835)
Het lid MINDERHOUD betoogt dat er veel plekken zijn met een grote
maatschappelijke meerwaarde en aantoonbare lokale binding, die bij gebiedsontwikkeling
moeten wijken. Het lid stelt dat iedere keer hetzelfde gesprek wordt gevoerd over het
mogelijk behouden van zo'n waardevol initiatief in de permanente gebiedsontwikkeling.
Het lid heeft zich gerealiseerd dat er, naast de nu ingediende motie, drieënhalf jaar
geleden met veel partijen een initiatiefvoorstel is ingediend om dit soort initiatieven en
andere maatschappelijke organisaties die een tijdelijke plek hebben meer ruimte te geven
en te kunnen behouden. Het lid vraagt of dat initiatiefvoorstel en de motie gekoppeld
kunnen worden en vraagt specifiek aan de wethouder of de raad, voordat
gebiedsontwikkeling begint, op de hoogte kan worden gebracht van de risico's kansen en
randvoorwaarden voor het permanent inpassen van een tijdelijke plek. Het lid denkt dat de
gemeente in dit opzicht regelmatig te risicomijdend is en noemt Hotel Buiten in Nieuw-
West als geslaagd voorbeeld van de toepassing van het Didam-arrest. Daarnaast betoogt
het lid dat uit de beantwoording van Kamervragen is gebleken dat gemeenten nog
voldoende beleidsruimte hebben om een-op-een te gunnen. Het lid zou graag zien dat de
raad de keuzevrijheid en het inzicht heeft om, voordat de formele gebiedsontwikkeling
begint, te kijken of een tijdelijke plek permanent kan worden behouden.
12
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VAN HILTEN memoreert dat vijf jaar geleden de Expeditie Vrije Ruimte is
ondernomen, dat vervolgens is geëvalueerd door de Hogeschool van Amsterdam en
waarvoor Space of Urgency aanbevelingen heeft gedaan. Het lid stelt vast dat het
sindsdien wat stil is geweest en wil weten of de wethouder de raad schriftelijk wil
informeren hoe opvolging is gegeven aan deze aanbevelingen. Verder wijst het lid op de
bijna 545 vrije initiatieven die er destijds zijn geïdentificeerd en het lid is benieuwd of de
gemeente over data beschikt over hoe het met deze initiatieven gaat. Mocht dat niet het
geval zijn, dan vraagt het lid of de wethouder daar achteraan wil gaan. Tot slot memoreert
het lid dat in de genoemde Expeditie het Havengebied en het Hamerkwartier zijn
genoemd als kansrijke locaties. Het lid wil graag weten of dat nu nog steeds kansrijke
gebieden zijn.
Het lid MEILAND vertelt dat Placemaking meestal als een participatie wordt
omschreven, waarbij bewoners, gebruikers en andere lokale betrokkenen samen de
fysieke, sociale en culturele invulling van een plek vormgeven, met ruimte voor eigen
initiatief en invloed. Het lid stelt vast dat het college concludeert dat het bestaande beleid
en instrumentarium voldoende kaders bieden om placemaking mogelijk te maken en te
borgen. Het lid vraagt of het college concreet kan aangeven welke voorwaarden volgens
het onderzoek nodig zijn om placemaking toe te passen. Ook vraagt het lid of het college
per voorwaarde kan aangeven hoe het huidige beleid en instrumentarium voorziet en
welke ruimte dit biedt voor initiatieven van bewoners.
Wethouder SCHOLTES noemt dit onderwerp mooi en belangrijk, maar ook
ingewikkeld en geeft aan dat in sommige gevallen een-op-een gunnen niet mogelijk is,
hoe sympathiek een initiatief ook is. De wethouder beaamt dat er nog wordt gewerkt aan
de vervolgstappen na het initiatiefvoorstel en denkt dat deze motie hierin kan worden
meegenomen. De wethouder staat open voor een verder gesprek met betrokken partijen
en kan zich goed voorstellen dat lokale kennis hiervoor nodig is.
De wethouder zegt toe met een schriftelijk antwoord te komen op de vragen van
D66 over de Vrije Ruimte.
Op de vragen van BIJ1 antwoordt de wethouder dat nieuwe instrumenten in
Amsterdam niet per se nodig zijn om placemaking mogelijk te maken, omdat er al veel
initiatieven zijn die hieronder kunnen worden geschaard en er veel mogelijkheden zijn om
bijvoorbeeld structureel leegstaande kantoren te matchen met initiatieven.
De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte bestaat dit punt verder in de
raad te bespreken en sluit het agendapunt.
7.
Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake het jaarverslag en beleidsevaluatie
VTH Bouw & Gebruik 2025 (VN2026-009838)
Het lid VON GERHARDT stelt vast dat VTH lange tijd verdeeld is geweest over
alle stadsdelen, met weinig grip op de uitvoering tot gevolg. Het stelt dat VTH ontzettend
veel te doen heeft en hoop dat de harmonisatie zorgt voor betere grip, sturing en
prioritering. Het lid vertelt zich zorgen te maken over de aangekondigde inkrimping van 50
fte bij VTH en vraagt aan de wethouder waar de besparing gaat terechtkomen en of de
wethouder kan toezeggen deze inkrimping zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast vraagt
het lid in dit licht een reflectie van de wethouder op de prioritering van VTH.
Wethouder SCHOLTES erkent dat de reorganisatie om flinke aantallen gaat en
geeft aan dat hij de komende tijd zorgvuldig wordt uitgewerkt. Hierbij worden mogelijke
keuzes in beeld gebracht, maar de opgave blijft wel staan. Over de prioritering wil de
wethouder graag in gesprek en de prioriteiten van VTH worden in het beleid en in het
13
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
jaarplan van VTH voor 2027 vastgesteld. De wethouder zegt toe met een voorstel voor
werkbare gesprekken hierover.
Tweede termijn
Het lid VON GERHARDT is blij met de toezegging van de wethouder en denkt dat
een beleidsplan goed kan werken. Het lid denkt dat het goed is dat de raad zelf ook gaat
prioriteren en nadenkt over goede manieren om bepaalde zaken uit te kunnen werken en
hoeveel capaciteit daarvoor kan worden vrijgemaakt. Het lid vraagt of die meegenomen
kan worden.
Wethouder SCHOLTES wijst erop dat de VTH zich ook over andere
beleidsterreinen uitstrekt en vindt dat er ruimte moet zijn voor, maar zegt nogmaals te
zullen komen met een voorstel.
De VOORZITTER sluit het agendapunt.
Grond en Ontwikkeling
8.
Bespreken van de bestuurlijke reactie op de brief van de Ombudsman van 19
maart 2026 over de berekening van erfpachtkosten (VN2026-009832)
Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
Toegevoegd agendapunt
Ruimtelijke ordening (incl VTH, coördinatie, recreatie)
9.
Kennisnemen van de informatiebrief inzake Resultaten Vervolgaanpak
Bouwdynamiek en afdoening motie 383 van de leden Van Munster, Aslami en Minderhoud
inzake bescherming omwonenden bij kelderbouw
Het is het lid VEENHOFF niet helemaal duidelijk of de brief betekent dat de
bestuursopdracht stopt en het lid vraagt wat er gebeurt met de geleerde lessen.
Daarnaast is het lid benieuwd wat er gedaan wordt met de problemen die nog steeds
bestaan, met name in het centrum tussen VNOR en Bouwtoezicht. Het lid is niet blij met
de afdoening van de motie en had liever altijd een brief gehad waarin staat dat het zeker
is dat de grondwaterneutrale maatregelen zijn uitgevoerd. Het lid brengt de zorgen van de
inspreker onder de aandacht en wil ook weten wat er gebeurt met de aanbevelingen van
Waternet. Het lid vindt het noodzakelijk dat kelders, funderingen en paalhoogtes worden
geregistreerd en stelt vast dat deze praktijk in 2013 is gestopt. Ook de kwetsbare situatie
rondom het Vondelpark dient volgens het lid in beeld te worden gebracht, omdat nu
onbekend is wat er waar aanwezig is en het cumulatieve effect daarvan.
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er een aantal zaken doorloopt, zoals meer
toezicht in de openbare ruimte en een scherpe toetsing in de vergunningverlening voor
objecten in de openbare ruimte. Ook de extra noodzakelijkheidstoets loopt nog door tot
het einde van het jaar, net als de pilot bouwschade in de openbare ruimte. Daarnaast
geeft de wethouder aan dat er gesprekken lopen met VNOR over een betere
samenwerking en daar zal de wethouder op terugkomen als er meer te melden is. De
wethouder vertelt dat de aanbevelingen van Waternet worden opgevolgd en wat er mee
gebeurt zal in een brief worden gezet.
14
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
Tweede termijn
Het lid VEENHOFF vraagt of andere stadsdelen dan Zuid en West ook een
beroep kunnen doen op de maatregelen die doorlopen.
Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de behoefte vanuit de stadsdelen is
gekomen en dat deze dat kunnen aangeven.
De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte
bespreking tijdens de raadsvergadering van 11november.
Sluiting
De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare
commissievergadering om xx:xx uur.
15
Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Ruimte
Concept-Raadscommissieverslag
16
Tekst uit PDF geëxtraheerd