Home › Amsterdam › Document

Conceptverslag commissie Ruimte van 16 september 2026

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteAmsterdam
Datum2026-10-21
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Ruimte CONCEPT Raadscommissieverslag Vergaderdatum 16 september 2026 Verslag vast te stellen op: 21 oktober 2026 OPENBARE VERGADERING OP WOENSDAG 16 SEPTEMBER 2026 Aanwezige commissieleden: Veenhoff (PRO Amsterdam), Minderhoud (PRO Amsterdam), Van Hilten (D66), Von Gerhardt (VVD), Karadarević (Partij voor de Dieren), Bzim (DENK), Havelaar (CDA), Snijders (Forum voor Democratie), Ruijter (SP), Meiland (BIJ1), Weenk (Volt) Afwezige commissieleden: - Afwezige portefeuillehouder: - Overige aanwezigen: - Voorzitter: Wijnants Plaatsvervangend voorzitters: - Commissiegriffier: Diemont, Struijk Commissieondersteuner: Bakkali Verslaglegging: Draaijer, Notuleerservice Nederland 1. Algemeen deel 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om xx:xx uur en heet iedereen welkom. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat het college nog niet aanwezig is. 1c. Vaststellen agenda Op verzoek van het lid Havelaar wordt agendapunt 8 doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. De VOORZITTER geeft aan dat het de laatste keer is dat dit gebeurt. De agenda wordt aldus vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie van 19 augustus 2026 Er zijn geen op- of aanmerkingen en het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie van 19 augustus 2026 wordt vastgesteld. 1e. Actielijsten en termijnagendas, per portefeuille Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid VEENHOFF merkt op dat een toezegging om te kijken naar de publicatieteksten van vergunningen en over bezwaartermijnen, die gedaan is in de TAR van 17 juni jongstleden, niet in de actielijsten staat. De VOORZITTER geeft aan dat dit indien nodig wordt rechtgezet. Het lid KARADAREVIĆ stelt vast dat van veel acties de termijn verstreken is en verzoekt het college om een stand van zaken. Het lid vraagt om met name haast te maken met de acties op de moties die door de PvdD zijn ingediend. Wethouder SCHOLTES geeft aan hiernaar te zullen kijken. 1f. TKN-lijst Op verzoek van het lid Veenhoff wordt TKN-stuk 6 geagendeerd voor de volgende commissievergadering. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van de stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijk deel 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering en vertelt dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. 2b. Inspreekmoment Publiek Inspreker WEVE spreekt op persoonlijke titel in over agendapunt 9. Kennisnemen van de informatiebrief inzake Resultaten Vervolgaanpak Bouwdynamiek en afdoening motie383 van de leden Van Munster, Aslami en Minderhoud inzake bescherming omwonenden bij kelderbouw. Inspreker vertelt in een straat in West te wonen, waarvan de binnentuinen benoemd zijn als een extreem waterprobleemgebied en de binnentuin van inspreker bovendien een polderriool bevat. In februari van dit jaar is er namens buurtgenoten inspraak gepleegd bij stadsdeel West vanwege een aanvraag voor een keldervergunning in de straat. Hierop is een aantal zienswijzen en toezeggingen ten aanzien van het polderriool gedaan, maar de toezeggingen zijn niet opgevolgd. Inspreker citeert uit een onderzoeksrapport uit 2022, waarin staat dat er bij extreme neerslag veel kans is op schade door wateroverlast. Ook memoreert inspreker dat er in 2004 een vergunning is afgegeven om de helft van de binnentuin te be- en onderbouwen, waarna het polderriool verstoord is geraakt. Inspreker schetst diverse soorten wateroverlast die de buurt ervaart en noemt kelder waarvoor nu een vergunning is verleend niet geschikt voor deze locatie. Ook staat er een damwand van 35 meter haaks op de grondwaterstromen en deze damwand is in het geohydrologische rapport genegeerd. Het lid VEENHOFF vraagt of het klopt dat de gemeente niet op de hoogte was van de bebouwing in de buurt en de genoemde damwand en hoe er is gereageerd nadat de buurt dit meldde. Daarnaast is het lid benieuwd of inspreker wat meer kan vertellen over de reactie van stadsdeel West op de inspraak in februari. 2 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag INSPREKER antwoordt dat er na de inspraak gesprekken met een specialist zijn gevolgd en dat de bestuurder schriftelijk heeft laten weten dat er een onderzoek moest plaatsvinden. Hier is geen opvolging op geweest. De reactie van de specialist op de klacht dat er een vergunning is gegeven in de wetenschap dat er een grote kans op schade was, was dat de bewoners dat zelf moesten uitzoeken. De VOORZITTER geeft aan dat er later nog gelegenheid is om commissieleden te spreken. 2c. Actualiteiten De VOORZITTER deelt mede dat er geen actualiteiten zijn aangemeld. 2d. Rondvraag Het lid VEENHOFF refereert aan een schriftelijke inspraak, waarin de vraag wordt gesteld of het huisvesten van studenten en promovendi in sociale huurwoningen en woningen voor ouderen conform de door het Rijk verleende subsidie voor deze woningen is. Het lid zou op deze vraag graag een antwoord van de wethouder ontvangen. Wethouder SCHOLTES geeft aan hier niet direct antwoord op te kunnen geven en dit samen met wethouder Pels uit te gaan zoeken. De wethouder zegt toe dat hier van een van beide portefeuillehouders schriftelijk op wordt teruggekomen. Bespreekpunten Ruimtelijke ordening (incl VTH, coördinatie, recreatie) 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de beantwoording van de motie 298.24 d.d. 17 juli 2024 van raadslid Van Munster inzake groene en gezonde hoogbouw (VN2026-009833) Het lid VEENHOFF vertelt dat de fractie van PRO blij is met de opname in de Monitor, maar merkt op dat er weliswaar wordt verwezen naar het beleid op natuurinclusief bouwen, maar dat navraag heeft geleerd dat hiervoor geen plannen zijn. Het lid refereert aan onderzoek waaruit blijkt dat alleen al het kijken naar groen gunstige psychische effecten heeft en merkt op dat mensen die in hoogbouw wonen hier geen toegang toe hebben. Het lid is van mening dat hier, naast aandacht voor zaken als klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook aandacht voor moet zijn. Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie of het de bedoeling is dat dit bij bestaande projecten al gebeurt, of dat het moet gaan gelden voor toekomstige projecten. Het lid VEENHOFF stelt dat het maar één keer goed kan worden gedaan, dus dat er bij de planning al rekening mee moet worden gehouden. Het lid VON GERHARDT herhaalt de vraag of dit ook voor lopende projecten moet gaan gelden. Het lid VEENHOFF antwoordt dat ingrijpen bij lopende projecten niet mogelijk lijkt en dat er bij de planvorming aandacht voor moet zijn. 3 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid VON GERHARDT vraagt hoe het lid Veenhoff dit rijmt met het programma Gewoon Goed en het streven om kosten te drukken en projecten door te laten gaan. Het lid voorziet dat dit extra geld gaat kosten. Het lid VEENHOFF verwijst naar het rapport van de Rekenkamer uit 2025 en de reactie van het college hierop en concludeert daaruit dat er ruimte is, ook binnen de tijd waarin tenders lopen. Het lid stelt dat de kosten niet per se omhoog gaan als er ook aandacht komt voor uitzicht op groen en noemt Singapore en Berlijn als voorbeelden van steden waarbij dit succesvol is geïmplementeerd. Het lid is benieuwd hoe de wethouder hierover denkt. Daarnaast stelt het lid vast dat er geen onderzoek bekend is naar de brandveiligheid van groene gevels, maar benoemt wel een aankomend onderzoek in Delft over de hittereductie ervan. Het lid KARADAREVIĆ gaat, gezien de uitingen over het vergroenen van gevels op de website van de gemeente, ervan uit dat de wethouder geen obstakels ziet om vergroening expliciet op te nemen in beleid rond het ontwerpen van hoogbouw. Het lid vraagt of de wethouder voornemens is om aanvullend beleid voor groene en gezonde hoogbouw mee te nemen in de verdere beleidsvorming rondom natuurinclusief bouwen en wanneer de raad daarover een update kan ontvangen. Wethouder SCHOLTES vertelt als wethouder voor zowel gezondheid als bouwstimulering af en toe met zichzelf te debatteren. Enerzijds wil de wethouder vanuit gezondheid veel eisen, vragen en sturen en anderzijds vragen ontwikkelaars of het wat minder kan met de eisen, zodat projecten sneller van start kunnen. De wethouder denkt dat de gemeente niet alles tot op de vierkante meter moet willen sturen. De wethouder beaamt dat er geen onderzoek bekend is naar de brandveiligheid van groene gevels en is benieuwd naar het komende onderzoek. Daarnaast stelt de wethouder dat er bij tenders veel eisen zijn op het gebied van duurzaamheid, maar dat er geen aanvulling van deze eisen gepland staat. De wethouder is wel bereid te praten over de eventuele wenselijkheid hiervan, maar wil daar vanuit het oogpunt van bouwstimulering wel terughoudend in zijn. Tweede termijn Het lid VEENHOFF begrijpt de huiverigheid voor teveel regels, maar denkt dat het soms toch goed is om in te zoomen. Het lid refereert aan de wens die de woningcorporaties hiertoe hebben geuit om meer aandacht aan dit groen te besteden. Het lid stelt dat het belangrijk om de vraag goed te definiëren en overweegt hierover binnenkort iets op papier te zetten. Wethouder SCHOLTES voorziet problemen als op gebouwniveau aan ieder gebouw altijd dezelfde eisen worden gesteld. De wethouder voelt meer voor flexibiliteit, die de corporaties de mogelijkheid geeft om per locatie een afweging te kunnen maken. 4. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de tweede Monitor Omgevingsvisie Amsterdam 2025 (VN2026-009837) Het lid KARADAREVIĆ stelt dat bij nieuwbouwprojecten de normen voor vierkante meters groen en sport keer op keer niet worden gehaald en benadrukt dat hier voldoende ruimte voor moet blijven. Het lid noemt de tussenstand van de Monitor met betrekking tot groen zorgelijk en wijst erop dat, ondanks de ambitie om Amsterdam groener te maken, het oppervlak aan groen sinds 2020 met 4,9 procent is afgenomen. Het lid constateert dat de groennorm voor nieuwbouwwijken niet wordt gehaald en wijst erop dat er volgens adviesbureau Arcadis 24.000 nieuwe bomen nodig zijn in Amsterdam. Het lid wijst op de ambities in de Omgevingsvisie en de aanbevelingen van burgerberaad 4 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Groene Stad en is benieuwd of de wethouder voornemens is om samen met de rest van het college de omgevingsvisie aan te scherpen met concrete doelen met betrekking tot het aantal bomen en het oppervlak groen in nieuwe en bestaande buurten. Het lid vraagt wat het college gaat doen om de groennorm voor nieuwbouw te halen en om in bestaande wijken meer groen te realiseren. Het lid VAN HILTEN vraagt of het lid Karadarević bedoelt dat er geen huizen meer moeten worden gebouwd voor mensen die in Amsterdam willen komen wonen en werken. Het lid KARADAREVIĆ ontkent dit en geeft aan dat de streefcijfers losgelaten moeten worden, omdat ze toch niet worden gehaald. Het lid VAN HILTEN is van mening dat de gemeente alles op alles moet zetten om elke woning te bouwen die gebouwd kan worden, gezien het tekort. Het lid erkent dat er minder groen is, maar wijst erop dat de stad enorm is gegroeid en dat er belangrijke dossiers liggen, zoals de energietransitie. Het lid vraagt of het lid Karadarević ook niet vindt dat dat een compliment aan het college waard is. Het lid KARADAREVIĆ ontkent dit en wijst op de ambitie van het college voor veel meer, en kwalitatief goed, groen. Het lid stelt dat mensen die in Amsterdam wonen dat graag in een prettige omgeving doen. Het lid VAN HILTEN vindt dat het college wel een compliment verdient en denkt dat er woningen kunnen worden gebouwd en tegelijkertijd aandacht kan zijn voor groen. Het lid wijst op de vele bomen die gepland zijn en roept op om samen te onderzoeken hoe de ambities gerealiseerd kunnen worden. Het lid KARADAREVIĆ wijst op een motie van de PvdD uit 2021, waarin het college is gevraagd te onderzoeken wat de verschillende klimaatscenario's van het IPCC betekenen voor de omgevingsvisie en de uitkomsten daarvan te betrekken bij de tweejaarlijkse monitoring en herijking. Het lid stelt vast dat hierover niets te lezen valt in de Monitor en vraagt of de wethouder kan vertellen hoe de voortgang van de doelen van de omgevingsvisie zich verhoudt tot de IPCC-klimaatdoelen. Het lid RUIJTER is blij met het inzicht dat het stuk verschaft en vindt het logisch dat er wordt gekeken hoe kan worden bijgestuurd op de doelen die niet gehaald worden. Het lid wijst er in dit opzicht op dat het stuk geen inzicht geeft in oorzaken en dus geen aanknopingspunten biedt voor bijsturing. Het lid wil van de wethouder weten wat de oorzaak is van het ontbreken van verbetering op het gebied van CO2-uitstoot voor geconsumeerde producten, alsmede het stagneren van de daling van fijnstofuitstoot. Daarnaast wijst het lid op de kaart die is bijgevoegd, waarop de beoordeling door bewoners van het OV in hun buurt is aangegeven. Het lid stelt vast dat het een momentopname betreft en vraagt of de wethouder kan aangeven wat de trend is en wat de eventuele oorzaken zijn als bewoners minder tevreden zijn dan eerst. Tot slot wil het lid graag van de wethouder weten of het tegengaan van vervoersarmoede lukt of niet en wat in het laatste geval daarvan de reden is. Het lid HAVELAAR stelt dat de menselijke metropool, zoals de ondertitel van de Omgevingsvisie luidt, voor het CDA inhoudt dat de metropool gemeenschapszin heeft, schoon en leefbaar is, ruimte biedt om zich te verplaatsen, ruimte geeft voor zingeving en van stedenbouwkundige kwaliteit en architectonische schoonheid is. Wat betreft gemeenschapszin stelt het lid vast dat het niet goed gaat met de buitensport en dat er geen makkelijk bruikbare data zijn die inzichtelijk maken hoe het met de maatschappelijke voorzieningen gaat. Het lid vraagt of het college ervoor kan zorgen dat dit over drie jaar in de volgende Monitor wel zichtbaar is. Ook is het lid benieuwd hoe het college gaat bijsturen, omdat voor veel aspecten de ontwikkeling de verkeerde kant op gaat. Omdat de 5 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag verwachting is dat het autoverkeer gaat groeien, vraagt het lid of de doelen uit de Omgevingsvisie gerealiseerd gaan worden, of dat de visie wordt aangepast op deze verwachting. Wat betreft zingeving stelt het lid vast dat culturele instellingen per stadsdeel in kaart zijn gebracht, maar dat gebedshuizen in het hele document ontbreken. Het lid wil weten wat de visie van de wethouder is op ruimte voor religie en de rol daarvan in de Omgevingsvisie. Tot slot refereert het lid aan een motie uit 2021 over het verwerken van de schoonheid van de stad als prominente doelstelling in de Omgevingsvisie. Het lid stelt vast dat dit in het stuk niet terug te vinden is en verzoekt de wethouder om dit verder uit te werken. Het lid WEENK schetst dat achter ieder cijfer in het stuk een gezin staat dat moet wachten op een netaansluiting, een stad die harder opwarmt, of een groep mensen die niet de ruimte krijgt om voor elkaar te zorgen. Het lid wijst erop dat er in Amsterdam meer dan 60 energieintiatieven van bewoners zijn en dat bedrijven stroom zijn gaan delen middels energiehubs. Het lid vraagt of de wethouder actief bedrijven onderling en bewoners onderling bij elkaar gaat brengen om stroom te delen, zodat er ruimte ontstaat op het energienet. Het lid constateert tevens dat er van de ambitie voor 32.000 zonnepanelen op corporatiedaken 20.000 zijn gerealiseerd en stelt dat het overgebleven budget dat is teruggevloeid geen meevaller is, maar een dak dat leeg is gebleven. Het lid denkt dat er veel moet gebeuren om de geplande zonnepanelen op parkeerterreinen en geluidsschermen gerealiseerd te krijgen en vraagt of de wethouder kan vertellen of er voldoende ruimte is gereserveerd om de beoogde 550 megawatt te halen en hoe erop de geserveerde plaatsen daadwerkelijk zonne-energie wordt gerealiseerd. Het lid vertelt dat er in drie jaar tijd 87 woningen zijn opgeleverd via wooncoöperaties en rekent voor dat dat er in 2040 ongeveer 2200 zullen zijn, terwijl het doel is om dat dan 10 procent te laten zijn van alle woningen in Amsterdam. Het lid vindt dat de gemeente niet genoeg doet om de bijdrage vanuit het Rijk aan te vullen met gelden die hiervoor beschikbaar zijn, bijvoorbeeld bij de Europese Investeringsbank, en wijst op de beperkte ruimte die voor coöperatief wonen wordt vrijgemaakt, zowel fysiek als bij het ambtelijk apparaat. Het lid is benieuwd wat de wethouder gaat doen om samen met het college te zorgen dat de 10 procent wooncorporatiewoningen er in 2040 zullen zijn. Het lid VAN HILTEN is om te beginnen benieuwd wat bij aanvang van zijn termijn de persoonlijke visie van de wethouder is op ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling en wat hij de stad zou willen nalaten. Met betrekking tot de ambities in het stuk wijst het lid op de tekst dat er een groeiende noodzaak is om op stedelijke schaal keuzes te maken om versnipperde besluitvorming tegen te gaan. Het lid vraagt of de wethouder kan toelichten wat er wordt gedaan om meer op stedelijk niveau en minder op projectniveau keuzes te maken over voorzieningen, groen en woningbouw. Tot slot vraagt het lid de toezegging van de wethouder dat er in de volgende voortgangsrapportage nadrukkelijker op dit thema zal worden ingegaan. Het lid HAVELAAR is benieuwd of D66 de verwachting dat het aantal autokilometers fors boven die in de Omgevingsvisie zal uitvallen als feit accepteert, of dat de fractie vindt dat het beleid hierop moet aangescherpt. Het lid VAN HILTEN geeft aan dat D66 zoekt naar een goede mobiliteitsmix, waarbij openbaar vervoer, voetgangers en fietsers de meeste ruimte moeten hebben omdat de auto teveel plaats in beslag neemt. Het lid denkt dat de groei van het aantal autokilometers in belangrijke mate afhankelijk is van het Rijk en denkt dat betalen voor gebruik een positieve maatregel kan zijn. Het lid HAVELAAR vindt dat het lid Van Hilten de vraag ontwijkt en wijst erop dat in het stuk de verwachte groei benoemd staat. Het lid herhaalt de vraag of D66 deze groei accepteert of aanvullend dingen wil doen om autogebruik te ontmoedigen. 6 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid VAN HILTEN wijst erop dat in het coalitieakkoord keuzes zijn gemaakt, bijvoorbeeld het terugbrengen van het aantal parkeerplekken. Het lid HAVELAAR merkt op dat het terugbrengen van het aantal parkeerplekken niet gaat zorgen dat er minder autokilometers worden gemaakt, maar hooguit filevorming in de hand werkt. Het lid VAN HILTEN herhaalt dat de partijen met elkaar moeten zoeken naar gezonde mobiliteitsfuncties. Het lid benadrukt dat niet iedereen zonder auto kan en denkt dat het in de eerste plaats aan de wethouder mobiliteit is om hiernaar te kijken. Het lid VON GERHARDT is het met het lid Havelaar eens dat er iets gedaan moet worden met de constatering dat er meer auto's blijven rijden dan gedacht en sluit zich aan bij de vraag van het CDA of D66 de ruimtelijke opgaven gaat aanpassen. Het lid VAN HILTEN bestrijdt dat D66 niets doet om het autogebruik in betere banen te leiden, en wijst op het invoeren van een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur in de stad. Deze maatregel is echter kostbaar en het hierop herinrichten van straten tijd zal tijd kosten. Het lid VON GERHARDT merkt op dat de genoemde maatregelen niet leiden tot vermindering van het autogebruik en herhaalt de vraag of het lid Van Hilten het ermee eens is dat ook de omgeving en de fysieke ruimte moeten worden aangepast. Het lid VAN HILTEN noemt de snelheidslimiet een ruimtelijke aanpassing en stelt dat D66 geen voorstander is van het alternatief van de VVD om weer 50 kilometer per uur te rijden en extra parkeerplekken te bouwen. Het lid VON GERHARDT vindt dat het lid Van Hilten aan wensdenken doet omdat er straks meer auto's zijn dan de stad aankan. Het lid VAN HILTEN hoopt dat de VVD wil samenwerken om te kijken hoe de stad en het parkeerbeleid kunnen worden ingericht opdat er ook plaats blijft voor woningen, de energietransitie, groen en andere ambities. Het lid HAVELAAR vraagt of D66 mogelijkheden ziet om mensen uit de auto te krijgen. Het lid VAN HILTEN antwoordt te hopen dat de maatregelen mensen aan het denken zetten of ze de auto echt nodig hebben. Het lid HAVELAAR vraagt of het klopt dat D66 zegt dat de Omgevingsvisie leidend is en dat er meer en strengere maatregelen moeten komen om mensen uit de auto te krijgen. Het lid VAN HILTEN antwoordt dat er verschillende ambities in de Omgevingsvisie staan en dat wordt benoemd dat deze ambities met elkaar kunnen schuren. Het is niet de bedoeling van D66 de ambities naar beneden bij te stellen, noch om meer asfalt en parkeerplekken te realiseren. Het lid meent dat de gehele puzzel groter is dan autorijden en parkeerplekken. Het lid VEENHOFF stelt vast dat er over deze monitor vooraf en in andere commissies al vragen zijn gesteld en dat de vragen die vandaag aan de wethouder worden gesteld veelal gaan over de beleidsterreinen van andere portefeuillehouders. Het lid vraagt zich af of dit dossier op deze manier besproken moet worden en oppert eerst een ronde te doen in alle commissies en vervolgens te bespreken wat er ruimtelijk is overgebleven. Verder denkt het lid dat het niet gebruikelijk is dat een visie aangepast 7 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag wordt, maar dat een visie na geruime tijd wordt herzien. Ten aanzien van de termijn daarvoor stelt het lid vast dat er wordt voorgesteld om de termijn te verruimen van twee naar drie jaar, maar dat de Monitor Groen onlangs naar vier jaar is gezet. Aangezien de Monitor Groen integraal is opgenomen in de Omgevingsvisie, stelt het lid voor om deze termijnen gelijk te trekken. Het lid HAVELAAR deelt mede dat het CDA een voorstel om de Monitor iedere vier jaar aan het begin van de raadsperiode uit te brengen zal steunen. Het lid VEENHOFF denkt dat gezamenlijk moet worden besproken wat de beste termijn zou zijn en staat open voor suggesties. Het lid VON GERHARDT vindt de suggestie van het lid Veenhoff om dit dossier op onderwerp in de vakcommissies te bespreken verstandig en is ook voorstander van het idee om dit eens in de vier jaar aan het begin van de raadsperiode te doen. Het lid VEENHOFF vraagt zich af of het begin van de raadsperiode hiervoor het beste moment is omdat er dan veel onervaren raadsleden zijn en kan zich voorstellen dat drie jaar beter zou zijn. De VOORZITTER merkt op dat er altijd de mogelijk is tot een uitgebreide commissiebehandeling en zal met de raadsgriffier en de commissiegriffier nadenken over een goede manier om dit te doen. Wethouder SCHOLTES kan zich vinden in de suggestie om deze Monitor eerst in de vakcommissies te bespreken, omdat de Monitor over alles gaat en veel vragen bij andere portefeuilles moeten landen. De wethouder zal met de portefeuillehouder Groen overleggen over het gelijktrekken van de termijnen. Ten aanzien van het aantal te bouwen woningen geeft de wethouder aan dat het in ieder geval echt nodig is dat er meer passende en toegankelijke woningen voor senioren worden gebouwd, dat er een bouwagenda is en een planvoorraad van 68.000 woningen. Wat betreft het aanscherpen van de Omgevingsvisie stelt de wethouder vast dat deze het afgelopen jaar nog vernieuwd is en dat in de visie wordt gesproken over rigoureus vergroenen. De wethouder vindt dat een prima kader om, mede naar aanleiding van het Burgerberaad Groene Stad verdere afspraken te maken rondom het groenbeleid. Daarnaast wijst de wethouder op het aangenomen plan Rigoureus Vergroenen, waar nog een uitvoeringsagenda op zal volgen. Met betrekking tot bomen verwijst de wethouder naar de portefeuillehouder Groen. De scenario's van het IPCC, waar de PvdD naar vroeg, zijn volgens de wethouder via de nationale vertalingen van het KNMI wel in de Omgevingsvisie geland en hebben geleid tot aangescherpte doelen voor klimaatadaptatie en -ambities. In de Monitor zijn ze te vinden in de grafieken over boomkruinvolumes en de energietransitie. Voor de vragen van de SP over de oorzaken van het niet halen van diverse doelen verwijst de wethouder door naar de betreffende vakwethouders. In antwoord op de vraag van D66 vertelt de wethouder een stad met zorgzame en gezonde buurten te willen achterlaten, waar mensen fijn oud kunnen worden en waar gemeenschappen zich kunnen vormen. Om dat te bereiken hoopt de wethouder dat er samen met ontwikkelaars en corporaties de urgentie en de drive wordt gevoeld om het bouwen wat sneller te laten gaan. Wat betreft het betoog van het CDA over de menselijke metropool denkt de wethouder in dat opzicht best een CDA'er te kunnen zijn. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder het ermee eens is dat mensen niet alleen fijn oud kunnen worden, maar ook fijn jong moeten kunnen zijn in de stad. Wethouder SCHOLTES bevestigt dit en vervolgt met de stelling dat er in iedere stad ruimte moet zijn voor religie. De wethouder geeft aan dat in de referentienormen 8 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag gebedshuizen niet zijn opgenomen, maar dat het college wel heeft uitgesproken dat er in de stad ruimte voor moet worden gemaakt. Het lid HAVELAAR mist na deze constatering actie en vraagt wat de wethouder gaat doen rondom het opnemen van referentienormen, het erop rapporteren en laten zien dat het belangrijk wordt gevonden. Wethouder SCHOLTES wil daarover nadenken en weet niet of er opgelegd moet worden dat er in ieder gebied een gebedshuis moet zijn. De wethouder nodigt het lid Havelaar uit om van gedachten te wisselen over wat de rol van de overheid daarin zou moeten zijn. Over het opnemen van maatschappelijke voorzieningen zegt de wethouder toe dat daar in de volgende Monitor uitgebreider op kan worden ingegaan. Daarbij merkt de wethouder op dat ook gebedshuizen vallen onder de bestemming Maatschappelijk. Wethouder Scholtes verwijst Volt voor de vragen over netcongestie door naar de wethouder Ruimtelijke Ordening, die in deze raadsperiode daartoe expliciet is aangewezen. De wethouder legt uit dat bekend is waar er elektriciteitsstations nodig zijn en dat het vooral een kwestie is van inpassen. Daarnaast wordt er ook gekeken naar innovatieve oplossingen, zoals het delen van netcapaciteit. De wethouder verwijst voor vragen over zonne-energie naar wethouder Heinhuis, en voor vragen over wooncoöperaties kunnen raadsleden terecht bij wethouder Pels. Het lid WEENK merkt in een interruptie op dat het voor wooncoöperaties belangrijk is om ruimte te hebben om te bouwen, maar dat het erop lijkt dat er de komende vier jaar maar 600 wooncoöparatiewoningen gerealiseerd worden. Het lid vraagt of er voldoende ruimte is ingecalculeerd om te komen tot 10 procent in 2040. Wethouder SCHOLTES heeft het antwoord hierop niet paraat en zegt toe dat hierover een brief komt, mogelijk van wethouder Pels. In antwoord op de vraag van D66 over het maken van keuzes op stedelijke schaal betoogt de wethouder dat er ook nu stedelijke regie is, bijvoorbeeld in de vorm van strategische huisvestingsplannen voor maatschappelijke voorzieningen of stedelijke plannen voor energieinfrastructuur. In het kader van woningbouwversnelling wil de wethouder juist de hoofdlijnen op gebiedsniveau vaststellen in plaats van op project- of kavelniveau. Desgevraagd herhaalt het lid VAN HILTEN de vraag om een aantal ambities nadrukkelijker in de voortgangsrapportage op te nemen. Wethouder SCHOLTES vraagt zich af of de Monitor daar het juiste moment voor is en gaat hierover nadenken. Tweede termijn Het lid HAVELAAR refereert aan de opmerking dat de wethouder best een CDA'er zou kunnen zijn en vraagt hoe de wethouder mooi bouwen wil gaan bewerkstelligen in financiële zin en in ruimtelijke plannen. Het lid RUIJTER wacht nog op een uitspraak van de wethouder over fijnstof. Het lid WEENK denkt dat het belangrijk is dat de commissie gaat nadenken over hoe er natuurlijk gebouwd kan worden en hoe er omgegaan kan worden met de schaarse ruimte. Het lid benoemt nogmaals datadelen en roept de wethouder op om hier als tussenpartij te gaan optreden en zich actief in te zetten om de electriciteitsinfrastructuur te verminderen. Het lid verwijst in dit opzicht naar het Starlings-project in Rotterdam. Wethouder SCHOLTES geeft dat er vaak goede ideeën uit Rotterdam komen, maar stelt dat in Amsterdam al een vergelijkbaar initiatief is in de have n. 9 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Wat betreft fijnstof vertelt de wethouder dat wethouder Moeskops en Heinhuis werken aan een nieuw uitvoeringsplan luchtkwaliteit. Wat fijnstof betreft denkt de wethouder dat het nog niet genoeg is, maar wel de goede kant op gaat en Amsterdam voldoet aan de wettelijk vastgelegde Europese grenswaarden. De niet-bindende WHO- advieswaarden worden nog niet gehaald, maar in de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om daar in 2030 aan te voldoen. De wethouder vindt mooi bouwen een goede ambitie, maar vraagt zich af hoe dat meet- en werkbaar is. Daarnaast zou het kunnen leiden tot meer regelgeving en controles. Het lid HAVELAAR weet dat de kosten een probleem kunnen zijn en oppert een lagere grondprijs. Wethouder SCHOLTES neemt dit mee. De VOORZITTER sluit het agendapunt en zal met de griffie bespreken of het stuk langs alle commissies moet, zoals is voorgesteld. Op verzoek van het lid Havelaar wordt het kort besproken in de raadsvergadering van 11 november. 5. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de uitspraak van de Raad van State over de intrekking van de 1e herziening van het exploitatieplan Bloemendalerpolder (VN2026-009836) Het lid MINDERHOUD schetst dat in de aanloop naar deze brief een terugkerend debat is gevoerd over achterblijvende voorzieningen bij de nieuwbouw in Weespersluis. De gemeente heeft in afwachting van het omgevingsplan het exploitatieplan ingetrokken met de bedoeling een privaatrechtelijke verbintenis aan te gaan met de GEM om voorzieningen te kunnen realiseren. De bewoners zijn in bezwaar gegaan tegen het intrekken van het exploitatieplan en de Raad van State heeft nu uitgesproken dat het gehandhaafd moet worden. Momenteel is er 30 hectare groen tekort in vergelijking met de oorspronkelijke plannen en met de bouwambities in Weespersluis is het onwaarschijnlijk dat deze 30 hectare gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is er een tekort aan voorzieningen, dat gedeeltelijk is opgelost met tijdelijke voorzieningen als een school en kinderopvang, maar er is een grote wens om met groen en voorzieningen in te spelen op de behoefte van huidige en toekomstige bewoners. Het lid wijst op het risico dat de bewoners opnieuw in beroep kunnen gaan omdat bijvoorbeeld de 30 hectare groen er niet komen en stelt dat de gemeente een juridisch stevigere positie kan innemen door te wijzen op de voorzieningen die wel gerealiseerd gaan worden. Het lid VON GERHARDT merkt in een interruptie op dat de omgevingsvergunning al twee keer niet verleend, of teruggedraaid, is en vraagt hoe het lid Minderhoud kijkt naar de stappen die op korte termijn gezet kunnen worden om de bouw weer vlot te trekken. Het lid MINDERHOUD denkt dat de gemeente te afwachtend is geweest in de relatie met de GEM en dat de regie weer moet worden teruggepakt. Dat het college aangeeft dat er gesprekken worden gevoerd, betekent volgens het lid niet dat er overeenstemming bereikt is of wordt over wat er moet gebeuren. Het lid denkt dat overeenstemming met de bewoners een betere juridische basis legt voor eventuele nieuwe rechtszaken. Het lid VON GERHARDT heeft geluiden gehoord dat de GEM bepaalde voorzieningen die zijn afgesproken niet meer gaat bouwen als moet worden voorzien in de 30 hectare groen. Het lid is benieuwd of het lid Minderhoud dat zou steunen of toch zal kiezen voor een basisschool, mocht die keuze er liggen. 10 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid MINDERHOUD stelt dat voor scholen referentienormen zijn en dat die basisschool er echt wel zal komen. Over voorzieningen voor oudere kinderen en trapveldjes maakt het lid zich wel druk en het lid merkt op dat bewoners hebben geuit dat er behoefte is aan deze voorzieningen en dat er wellicht een compromis bereikt kan worden. Het lid VON GERHARDT vraagt of het lid Minderhoud er dan ook open voor zou staan om als onderdeel van het compromis minder woningen te bouwen. Het lid MINDERHOUD denkt dat het nog niet zover is en dat de woningen uiteindelijk hard nodig zijn. Het lid is van mening dat de GEM eerst de beloofde voorzieningen zo snel mogelijk moet realiseren en dat de gemeente vervolgens de regie pakt als blijkt dat de 30 hectare groen en blauw er niet meer kunnen komen. Het lid HAVELAAR sluit zich aan bij het betoog van PRO en voegt daaraan toe spijt te hebben dat de raad met grote meerderheid heeft gestemd voor het intrekken van het exploitatieplan, vanuit de gedachte dat dit niets zou veranderen. Het lid noemt het heel erg dat de Raad van State nodig is om tot de conclusie te komen dat de gemeente, met name de raad, de bewoners tekort heeft gedaan in hun juridische positie. Het lid denkt dat excuses op hun plaats zijn. Het lid VON GERHARDT sluit zich aan bij het betoog van PRO en vindt het belangrijk dat er nu een duidelijke visie en regie komen over wat te doen met het tekort van blauw en groen. Het lid merkt op dat het nog onduidelijk is om hoeveel oppervlak het gaat en wie dat moet gaan bepalen, maar is van mening dat het college de regie moet nemen om dit goed uit te zoeken. Het lid is zelfs bereid te kijken naar het aantal woningen, als blijkt dat het verminderen hiervan de enige manier is om dit proces weer vlot te trekke, en wil dat graag bij de wethouder neerleggen. Het lid VAN HILTEN sluit zich aan bij de vorige sprekers en vraagt wat de wethouder gaat doen om het vertrouwen bij de bewoners te herstellen, en wat er gedaan moet worden om de schop de grond in te krijgen. Het lid vind het belangrijk dat er vervolgens een balans wordt opgemaakt om weer door te kunnen. Tot slot wijst het lid op de beantwoording door het college van vragen van het lid Havelaar, waarin staat dat met GEM wordt overlegd over het afmaken van de Korte Muiderweg. Het lid vraagt wat daarmee wordt bedoeld. Wethouder SCHOLTES schetst de regels voor een exploitatieplan en de reden waarom de Raad van State meent dat het exploitatieplan niet is uitgewerkt. De wethouder stelt dat het college heeft aangegeven dit in de toekomst anders te gaan doen, maar geeft tegelijkertijd aan dat dat er in de Omgevingswet meer publiekrechtelijk moet worden geregeld dan voorheen en dat destijds met de kennis van toen een besluit genomen is waarvan de gemeente dacht dat het juridisch uitlegbaar was. De wethouder wil heel snel in gesprek met de GEM en met bewoners en op basis daarvan kan een balans worden opgemaakt en een plan om verder te gaan. Daarbij wijst de wethouder erop dat bij deelplan 6 afgelopen jaar het stedenbouwkundig plan is vastgesteld, waarin veel voorzieningen zijn opgenomen. Als deze voorzieningen gerealiseerd worden, denkt de wethouder een heel eind te kunnen komen. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de wethouder bedoelt met 'heel snel'. Wethouder SCHOLTES antwoordt op zeer korte termijn een gesprek met de GEM te hebben en verwacht op zeer korte termijn helderheid te hebben over de groen- blauwafrekening. Wel is er afhankelijkheid van andere partijen, maar de wethouder deelt mede er bovenop te zitten. 11 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder de verkregen informatie zo snel mogelijk met de raad en het stadsdeelgebied wil delen. Wethouder SCHOLTES zegt toe zo snel als mogelijk met een update te komen over het dossier Weespersluis. Het lid MINDERHOUD deduceert dat het meteen duidelijk is of er in beroep kan worden gegaan tegen het nieuwe omgevingsplan als er uitsluitsel is over de groen- blauwafrekening. Het lid wil weten wat de strategie van de gemeente wordt als blijkt dat volgens GEM groen en blauw niet gerealiseerd kunnen worden, of de gemeente in overleg gaat met het buurtplatform of gaat kijken naar andere mogelijkheden om juridisch sterker te kunnen staan in een eventuele bezwaarprocedure. Het lid geeft aan dat de wethouder hier niet meteen op hoeft te antwoorden, maar het mee mag nemen in de beantwoording van de vragen van de VVD. Wethouder SCHOLTES begrijpt de vraag, maar denkt dat het lid Minderhoud ermee vooruitloopt op de fase waarin de gesprekken nu verkeren. De wethouder realiseert zich dat er meerdere groepen zijn die bezwaar kunnen aantekenen, maar wil eerst wachten op de afrekening. Het lid MINDERHOUD verduidelijkt het eens te zijn met dit tijdspad, maar graag controle en inzicht heeft op de mogelijkheden als de duidelijkheid er is. Wethouder SCHOLTES begrijpt dit maar wil de onderhandeling niet compliceren door dit op voorhand te bespreken. Wat betreft de Korte Muiderweg geeft de wethouder aan dat deze zich in de laatste fase van het besluitvormingstraject bevindt en dat er in deze fase geen duidelijkheid kan worden gegeven over eventuele voorwaarden voor de vergunningverlening. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte bestaat dit punt verder in de raad te bespreken en sluit het agendapunt. 6. Bespreken van de beantwoording van de motie 551.24 van de leden Minderhoud en van Pijpen “Maak ruimte voor placemaking en experimenteer met eigen invulling door buurtbewoners” (VN2026-009835) Het lid MINDERHOUD betoogt dat er veel plekken zijn met een grote maatschappelijke meerwaarde en aantoonbare lokale binding, die bij gebiedsontwikkeling moeten wijken. Het lid stelt dat iedere keer hetzelfde gesprek wordt gevoerd over het mogelijk behouden van zo'n waardevol initiatief in de permanente gebiedsontwikkeling. Het lid heeft zich gerealiseerd dat er, naast de nu ingediende motie, drieënhalf jaar geleden met veel partijen een initiatiefvoorstel is ingediend om dit soort initiatieven en andere maatschappelijke organisaties die een tijdelijke plek hebben meer ruimte te geven en te kunnen behouden. Het lid vraagt of dat initiatiefvoorstel en de motie gekoppeld kunnen worden en vraagt specifiek aan de wethouder of de raad, voordat gebiedsontwikkeling begint, op de hoogte kan worden gebracht van de risico's kansen en randvoorwaarden voor het permanent inpassen van een tijdelijke plek. Het lid denkt dat de gemeente in dit opzicht regelmatig te risicomijdend is en noemt Hotel Buiten in Nieuw- West als geslaagd voorbeeld van de toepassing van het Didam-arrest. Daarnaast betoogt het lid dat uit de beantwoording van Kamervragen is gebleken dat gemeenten nog voldoende beleidsruimte hebben om een-op-een te gunnen. Het lid zou graag zien dat de raad de keuzevrijheid en het inzicht heeft om, voordat de formele gebiedsontwikkeling begint, te kijken of een tijdelijke plek permanent kan worden behouden. 12 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Het lid VAN HILTEN memoreert dat vijf jaar geleden de Expeditie Vrije Ruimte is ondernomen, dat vervolgens is geëvalueerd door de Hogeschool van Amsterdam en waarvoor Space of Urgency aanbevelingen heeft gedaan. Het lid stelt vast dat het sindsdien wat stil is geweest en wil weten of de wethouder de raad schriftelijk wil informeren hoe opvolging is gegeven aan deze aanbevelingen. Verder wijst het lid op de bijna 545 vrije initiatieven die er destijds zijn geïdentificeerd en het lid is benieuwd of de gemeente over data beschikt over hoe het met deze initiatieven gaat. Mocht dat niet het geval zijn, dan vraagt het lid of de wethouder daar achteraan wil gaan. Tot slot memoreert het lid dat in de genoemde Expeditie het Havengebied en het Hamerkwartier zijn genoemd als kansrijke locaties. Het lid wil graag weten of dat nu nog steeds kansrijke gebieden zijn. Het lid MEILAND vertelt dat Placemaking meestal als een participatie wordt omschreven, waarbij bewoners, gebruikers en andere lokale betrokkenen samen de fysieke, sociale en culturele invulling van een plek vormgeven, met ruimte voor eigen initiatief en invloed. Het lid stelt vast dat het college concludeert dat het bestaande beleid en instrumentarium voldoende kaders bieden om placemaking mogelijk te maken en te borgen. Het lid vraagt of het college concreet kan aangeven welke voorwaarden volgens het onderzoek nodig zijn om placemaking toe te passen. Ook vraagt het lid of het college per voorwaarde kan aangeven hoe het huidige beleid en instrumentarium voorziet en welke ruimte dit biedt voor initiatieven van bewoners. Wethouder SCHOLTES noemt dit onderwerp mooi en belangrijk, maar ook ingewikkeld en geeft aan dat in sommige gevallen een-op-een gunnen niet mogelijk is, hoe sympathiek een initiatief ook is. De wethouder beaamt dat er nog wordt gewerkt aan de vervolgstappen na het initiatiefvoorstel en denkt dat deze motie hierin kan worden meegenomen. De wethouder staat open voor een verder gesprek met betrokken partijen en kan zich goed voorstellen dat lokale kennis hiervoor nodig is. De wethouder zegt toe met een schriftelijk antwoord te komen op de vragen van D66 over de Vrije Ruimte. Op de vragen van BIJ1 antwoordt de wethouder dat nieuwe instrumenten in Amsterdam niet per se nodig zijn om placemaking mogelijk te maken, omdat er al veel initiatieven zijn die hieronder kunnen worden geschaard en er veel mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld structureel leegstaande kantoren te matchen met initiatieven. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte bestaat dit punt verder in de raad te bespreken en sluit het agendapunt. 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake het jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2025 (VN2026-009838) Het lid VON GERHARDT stelt vast dat VTH lange tijd verdeeld is geweest over alle stadsdelen, met weinig grip op de uitvoering tot gevolg. Het stelt dat VTH ontzettend veel te doen heeft en hoop dat de harmonisatie zorgt voor betere grip, sturing en prioritering. Het lid vertelt zich zorgen te maken over de aangekondigde inkrimping van 50 fte bij VTH en vraagt aan de wethouder waar de besparing gaat terechtkomen en of de wethouder kan toezeggen deze inkrimping zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast vraagt het lid in dit licht een reflectie van de wethouder op de prioritering van VTH. Wethouder SCHOLTES erkent dat de reorganisatie om flinke aantallen gaat en geeft aan dat hij de komende tijd zorgvuldig wordt uitgewerkt. Hierbij worden mogelijke keuzes in beeld gebracht, maar de opgave blijft wel staan. Over de prioritering wil de wethouder graag in gesprek en de prioriteiten van VTH worden in het beleid en in het 13 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag jaarplan van VTH voor 2027 vastgesteld. De wethouder zegt toe met een voorstel voor werkbare gesprekken hierover. Tweede termijn Het lid VON GERHARDT is blij met de toezegging van de wethouder en denkt dat een beleidsplan goed kan werken. Het lid denkt dat het goed is dat de raad zelf ook gaat prioriteren en nadenkt over goede manieren om bepaalde zaken uit te kunnen werken en hoeveel capaciteit daarvoor kan worden vrijgemaakt. Het lid vraagt of die meegenomen kan worden. Wethouder SCHOLTES wijst erop dat de VTH zich ook over andere beleidsterreinen uitstrekt en vindt dat er ruimte moet zijn voor, maar zegt nogmaals te zullen komen met een voorstel. De VOORZITTER sluit het agendapunt. Grond en Ontwikkeling 8. Bespreken van de bestuurlijke reactie op de brief van de Ombudsman van 19 maart 2026 over de berekening van erfpachtkosten (VN2026-009832) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. Toegevoegd agendapunt Ruimtelijke ordening (incl VTH, coördinatie, recreatie) 9. Kennisnemen van de informatiebrief inzake Resultaten Vervolgaanpak Bouwdynamiek en afdoening motie 383 van de leden Van Munster, Aslami en Minderhoud inzake bescherming omwonenden bij kelderbouw Het is het lid VEENHOFF niet helemaal duidelijk of de brief betekent dat de bestuursopdracht stopt en het lid vraagt wat er gebeurt met de geleerde lessen. Daarnaast is het lid benieuwd wat er gedaan wordt met de problemen die nog steeds bestaan, met name in het centrum tussen VNOR en Bouwtoezicht. Het lid is niet blij met de afdoening van de motie en had liever altijd een brief gehad waarin staat dat het zeker is dat de grondwaterneutrale maatregelen zijn uitgevoerd. Het lid brengt de zorgen van de inspreker onder de aandacht en wil ook weten wat er gebeurt met de aanbevelingen van Waternet. Het lid vindt het noodzakelijk dat kelders, funderingen en paalhoogtes worden geregistreerd en stelt vast dat deze praktijk in 2013 is gestopt. Ook de kwetsbare situatie rondom het Vondelpark dient volgens het lid in beeld te worden gebracht, omdat nu onbekend is wat er waar aanwezig is en het cumulatieve effect daarvan. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er een aantal zaken doorloopt, zoals meer toezicht in de openbare ruimte en een scherpe toetsing in de vergunningverlening voor objecten in de openbare ruimte. Ook de extra noodzakelijkheidstoets loopt nog door tot het einde van het jaar, net als de pilot bouwschade in de openbare ruimte. Daarnaast geeft de wethouder aan dat er gesprekken lopen met VNOR over een betere samenwerking en daar zal de wethouder op terugkomen als er meer te melden is. De wethouder vertelt dat de aanbevelingen van Waternet worden opgevolgd en wat er mee gebeurt zal in een brief worden gezet. 14 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag Tweede termijn Het lid VEENHOFF vraagt of andere stadsdelen dan Zuid en West ook een beroep kunnen doen op de maatregelen die doorlopen. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de behoefte vanuit de stadsdelen is gekomen en dat deze dat kunnen aangeven. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor korte bespreking tijdens de raadsvergadering van 11november. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare commissievergadering om xx:xx uur. 15 Vergaderdatu 16 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Ruimte Concept-Raadscommissieverslag 16

Tekst uit PDF geëxtraheerd