Home › Haarlem › Document
Transcript commissie d.d. 3 september 2026 (alleen naar aanleiding van)
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Haarlem |
| Datum | 2026-10-08 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BEHEER VAN GEMEENTE HAARLEM
d.d. 3 september 2026
1. Opening en mededelingen voorzitter
De voorzitter: Welkom iedereen. Hierbij open ik de vergadering van de Commissie Beheer van 3 september
2026. Mijn naam is Joris Krouwels, uw voorzitter. En speciaal welkom aan de heer Hendriks, die voor het eerst
hier het woord mag voeren namens Trots, welkom. U heeft het vaak genoeg gezien, denk ik, dus u weet hoe
het werkt. Leuk dat u er bent. Volgens mij heb ik geen berichten van verhindering ontvangen. Ik zie ook
volgens mij iedereen, in ieder geval de usual suspects. Heel erg fijn. Zijn er nog andere berichten van de
commissie? Nee, heel fijn. Kijk, SP is er ook. Dank u wel. De heer Koning, neemt u plaats. Op 17 september is
er geen Commissie Beheer. Dat heeft u ook via de mail ontvangen. Mochten wij door deze agenda komen,
maar ik denk dat dat prima lukt. Naast de presentielijst gaat er ook een lijst rond voor de raadsbijeenkomst
Programma’s, doelen en indicatoren van 7 september. Daar gaat een aanmeldlijst voor rond. Een aantal
fracties hebben hier gebruik van gemaakt. En u krijgt de mogelijkheid om input te geven en te leveren. Tijdens
deze bijeenkomst is er ook gelegenheid om de voorstellen te verduidelijken, in gesprek met elkaar te gaan
over de voorstellen van de doelenboom en concern control zal er ook zijn om uw vragen te beantwoorden. U
krijgt verder nog informatie over hoe dat in zijn werk gaat, want u heeft veel wijzigingsvoorstellen geleverd.
Hoe dat precies in zijn werk gaat, heeft het presidium vanmiddag goed besproken. En daar wordt u morgen
verder over geïnformeerd. U merkt het. Ik ben daar zelf ook weer voorzitter, dus ik vind het vrij spannend.
2. Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dan wil ik door naar het vaststellen van de agenda voor vanavond. Kunnen we dat conform
doen? Ja, fantastisch. Ik wil door naar de agenda van de volgende keer, maar die gaat dus niet door.
3. Mededelingen commissieleden en wethouder(s)
De voorzitter: Zijn er mededelingen vanuit de commissie? Mededelingen vanuit het college? Ditmaal niet. Dan
kunnen we rap verder.
4. Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden
De voorzitter: Ook niet over gemeenschappelijke regelingen, agendapunt 4? Nee, te gek.
5. Agenda komende vergadering(en), Bestuurlijke Agenda en overzicht moties en toezeggingen
De voorzitter: Agendapunt 5 hebben we het net over gehad.
6. Transcript commissie d.d. 20 augustus
De voorzitter: Agendapunt 6 is het transcript van de commissie van 20 augustus 2026. Daar nog opmerkingen
over? Nee, heel erg goed.
TER ADVISERING AAN DE RAAD
1
7. Toestemming vaststelling 9e wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond
De voorzitter: Dan gaan we rap door naar het eerste inhoudelijke agendapunt. Voordat ik daar verder over ga,
we hebben vier agendapunten vandaag. Drie daarvan zijn ter bespreking geagendeerd door deze commissie. U
heeft een agenderingsverzoek daarover gehad van de partij of partijen die dat graag willen agenderen. Ik wil u
vragen om wel het beperkt te houden tot het antwoord op die vraag, wat u met deze commissie wil
bespreken. U gaat over uw eigen spreektijd, maar het hoeft dus niet, uw partij hoeft niet het hele punt te
evalueren. Het is vaak een collegevoorstel of een Raadsinformatiebrief. Het stuk zelf kunt u niet meer wijzigen
in deze vergadering. Ik hoop dat u dat u dat weet. Dat geldt niet over het eerste agendapunt, agendapunt 7,
toestemming vaststelling van een 9e wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond, want de
gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond, oftewel ODIJ, zet zich in opdracht van veertien
gemeentes in en de provincie voor het in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving. En
eind vorig jaar heeft ODIJ besloten om deze wijziging en zienswijze aan te bieden aan de gemeenteraad en
Provinciale Staten. De zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van de GR en nu moeten de raden en de
Provinciale Staten toestemming verlenen aan het college en Gedeputeerde Staten. En dat is de reden waarom
we hier zitten. Het college vraagt aan u toestemming te geven voor de 9e wijziging gemeenschappelijke
regeling ODIJ. En de commissie wordt verzocht om aan de raad advies te geven of u nog opmerkingen heeft,
bedenkingen heeft. En als u dat niet heeft hoe dit dan naar de raad kan gaan van 24 september aankomend. Ik
ben lang genoeg aan het woord geweest. Wie wil over dit onderwerp als eerste het woord? Kunnen we hem
dan hameren? Ah, kijk. Mensen thuis zien dat niet, maar mensen moeten even hun handje opsteken.
Mevrouw Barten van PRO. Dank u wel.
Mevrouw Barten: Ik dacht: heel even kijken of er nog iemand een wat spannender bijdrage heeft dan wat ik
zelf van plan was. We zien dat de zienswijze die Haarlem heeft voorgesteld dat die niet is overgenomen, maar
er zijn meerdere gemeenten die ook een eigen zienswijze hebben ingediend. Dus we hebben hiermee wel een
signaal af kunnen geven, maar verder gaan we akkoord met het voorstel dat er nu ligt.
De voorzitter: Mevrouw Moedt, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is er van geen één gemeente iets meegenomen. Haarlem
ook niet. Dat is jammer. We krijgen minder te zeggen. De taart wordt groter. We gaan waarschijnlijk wel meer
betalen, maar is daar wel een mogelijkheid om te zeggen: we gaan hier niet mee akkoord? Dan loopt dat hele
proces vast. Wethouder, vraag aan u: wat nou als we er niet mee akkoord zouden gaan?
De voorzitter: Goede vraag. De heer Mohr, Hart voor Haarlem.
De heer Mohr: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Moedt zei het al: we krijgen minder te zeggen en dat is met
deze coalitie alleen maar goed. Dan kunnen we ook niets verkeerd gaan doen. Dus wij steunen dit voorstel.
De voorzitter: Ja, zo kan het ook. De heer Kroon, Forum voor Democratie.
De heer Kroon: Dank u wel, voorzitter. Dit is ondertussen de negende keer dat wij de gemeenschappelijke
regeling Omgevingsdienst IJmond moeten aanpassen. Dit feit alleen al roept de vraag op: hoe duurzaam en
hoe houdbaar is zo'n GR nog als we het om de twee jaar moeten aanpassen? En verder zijn we sowieso tegen
gemeenschappelijke regelingen, dus ook tegen deze. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem. Ga uw gang.
2
Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. De ODIJ stelt dat bewust de stemverhouding beïnvloeden sowieso
al niet kan, omdat projecten korter dan twee jaar niet meetellen. Kan de wethouder daar misschien een kleine
toelichting op geven van wat betekent dat dan? En zouden we nog steeds dan het risico lopen op rare
beïnvloeding op een of andere manier? En inderdaad, wij vroegen ons ook een beetje af waarom je
zienswijzen in zou dienen als er vervolgens helemaal niets mee wordt gedaan. Maar dat is geen vraag aan de
wethouder, denk ik.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meij, Actiepartij.
De heer Van der Meij: Dank u wel, voorzitter. De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing.
Meer woorden wenst het college van B&W hierover niet vuil te maken. Ze spreekt haar teleurstelling daarover
niet uit en geeft geen advies aan onze raad hoe wij met deze afwijzing om moeten gaan. Voor Actiepartij is de
reactie vanuit ODIJ op onze zienswijze volstrekt ondermaats. Dat wil zeggen: er wordt alleen maar uitgelegd
dat men dat anders wil en niet waarom. Met wat nu voorligt, loopt Haarlem daarom meer risico's dan op basis
van de door haar afgenomen wettelijke taak redelijkerwijs mag worden verwacht. Daarom gingen wij er niet
mee akkoord, vandaar onze zienswijze. En daar kunnen we nu ook niet zomaar mee instemmen. Dank u.
De voorzitter: Dank u wel. De heer IJsbrandy, Volt.
De heer IJsbrandy: Dank u wel. Volt gaat akkoord met de huidige gemeenschappelijke regeling zoals die
voorligt. Wat ons betreft een hamerstuk.
De voorzitter: Dat is lekker rap. Dat was hem? Ja. Ik heb een paar vragen gehoord van Partij voor de Dieren,
Actiepartij, Jouw Haarlem. Wethouder Berkhout, ga uw gang.
Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Zoals u denk ik ook weet, is dit een onderdeel van een proces
om te komen tot een Omgevingsdienst, waarbij de basis weer op orde is. Zowel de financiële onderdelen als
de structurering van de governance. En dat is een proces waar we al enige jaren geleden mee van start zijn
gegaan, met een paar incidentele bijdragen om de organisatie op orde te krijgen. En nu ook steeds meer
structurele wijzigingen. Nogmaals, dit is een negende wijziging, omdat er nog één grote opgave ligt en dat is
het toekomstscenario voor de Omgevingsdienst IJmond. Blijft het een zelfstandige dienst of gaat deze fuseren
met andere diensten? Daarom, ook in reactie op Forum, nu een negende wijziging en niet een hele
aanpassing. Want tegelijkertijd zie je wel dat een aantal regelingen gedateerd zijn. Het delegaat of mandaat
bijvoorbeeld of de enorme versplintering van het aantal afspraken wat de Omgevingsdienst de afgelopen jaar
aan is gegaan met zijn partners, terug te brengen naar één dienstverleningsovereenkomst per deelnemer. Een
hoge mate van no regret, om uiteindelijk de basis op orde ook echt te kunnen effectueren en de efficiëntie
van de Omgevingsdienst beter te kunnen maken. In reactie op de vraag van de Partij voor de Dieren, iedereen
moet instemmen, dus het proces zou vastlopen als Haarlem tegen zou stemmen. Dat is de invloed die u heeft.
En in reactie op Jouw Haarlem en ik denk Actiepartij, want Actiepartij, dan wil ik u wel verwijzen naar de
zienswijze. De beantwoording is heel uitvoerig. Dat heeft u denk ik kunnen lezen, hoop ik. Want daar wordt
uitdrukkelijk, dat bevreemdt me enigszins in uw reactie, want er wordt uitdrukkelijk ingegaan op de
argumenten, zoals uw fractievoorzitter ze ook heeft ingediend bij de zienswijze. Het is niet van wij krijgen
minder te zeggen, dat willen we niet. Daar zat een onderlegger onder. Wij vinden het kwetsbaar dat de
wettelijke taken en de kwaliteitsnorm die we daarbij hanteren als Haarlem, een minimaal aantal keer toezicht
voor een hoge categorie milieubedrijf, dat daar niet aan gedraaid kan worden door andere deelnemers door
middel van hun invloed met de niet-verplichte taken. Volgens mij zat daar de onderliggende zorg van de
Actiepartij en daarmee ook van de raad in haar zienswijze. En ik denk dat juist de Omgevingsdienst in haar
3
reactie daar heel uitvoerig op ingaat, dat daar drie beschermingsregimes bovenop zitten, nog los van het feit
dat ze zeggen: voor de harmonisatie en de stabilisatie van de Omgevingsdienst hebben we deze stap nodig.
Dat vrijwillige, implicerend misschien wel vrijblijvende taken, niet langer vrijblijvend zijn. Dat heeft ook ... Dat
is, denk ik, een enorme versteviging van de Omgevingsdienst. Daar huur je mensen voor in. Dat is één stap die
ze zetten. Maar onze zorg wordt drieledig geborgd, waardoor deze keuze die wij voorstellen, doe die
percentageregeling op basis van wettelijke taken, niet op basis van alle inbreng van de middelen, niet nodig is.
Dus maar dit wordt heel technisch. Ik denk dat het wel goed om dat even uit te leggen, want ik vond dat ook
vanuit mijn andere pet op als AB-lid wel legitiem. We hebben daar een uitvoerig gesprek ook over gehad. Kunt
u ook lezen in de algemene vergadering, dat dat wel degelijk echt een punt is wat Haarlem heeft gemaakt.
Deze basistaken, we moeten niet ons ambitieniveau, het toezicht wat we hebben, verder omlaag gaan
schalen. Het Rijk heeft daar criteria voor. Het is in ... Het bestuur heeft dit in juli voor dit minimale niveau voor
minimaal vier jaar vastgelegd. Het zijn landelijke kwaliteitscriteria en ook door de borging van niet-verplichte
taken, zoals adviestaken, wordt de basis voor de uitvoering van de wettelijke taken verder versterkt. Daarmee
hoop ik toch wel te laten zien dat dit niet zomaar is genegeerd deze zienswijze, maar uitvoerig is beantwoord.
Heeft ook geleid tot bevestiging, denk ik, van de borging van die minimale kwaliteitscriteria. En daarmee, een
lang verhaal, voorzitter, hoop ik te zeggen dat er wel definitief gehoor is gegeven aan de zorg die onder de
zienswijze van Haarlem lag. En in reactie op de laatste vraag van Jouw Haarlem, volgens mij moet er wel een
bepaalde speelruimte zijn voor ... Je hebt dus facultatief is niet langer vrijblijvend, maar die onder de twee jaar
zijn echt wel tijdelijke opdrachten. Dus daar kan je dan niet je governance op baseren. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn alle vragen van de commissieleden daarmee beantwoord? Als het antwoord ja
is, dan wil ik graag de bijdrage van mevrouw Barten volgen en kunnen we het dan als hamerstuk op de
raadsagenda zetten? Ja. Ik denk dat er genoeg bespreekpunten komen uit de Commissie Ontwikkeling
vanavond. Dank u wel.
OVERIGE PUNTEN TER BESPREKING
8. Programmering bruggen en kades
De voorzitter: Ik wil door naar agendapunt 8. Dan sluiten we agendapunt 7. En dat is de programmering
bruggen en kades. Want de gemeente Haarlem staat voor een toenemende opgave in het beheer, onderhoud
en vervanging van bruggen en kades. En in de huidige begroting zijn er onderhouds- en vervangingsprojecten
opgenomen, maar tegelijkertijd wordt duidelijk dat een deel van die bruggen en kades is verouderd en de
komende tijd, komende jaren, het eind aan de technische levensduur zal bereiken. En dat hebben we ook
gezien in de krant bij recente ontwikkelingen en dat onderstreept die urgentie. De technische staat van de
bruggen en kades is niet volledig voorspelbaar. De werkelijkheid wordt pas zichtbaar bij de uitvoering van die
werkzaamheden en dat brengt onzekerheid met zich mee. Waarom zitten we hier? We zitten hier, omdat de
Partij voor de Dieren dit heeft geagendeerd en graag met het college en u als commissie wil bespreken. Dus ik
geef mevrouw Moedt dan ook als eerste het woord. Ga uw gang.
Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren wil zich even beperken tot de kades. Dat is
inderdaad een flinke opgave. De kades storten soms spontaan bijna in. Dus werk aan de winkel. En nu is het zo
dat je vrij kostenneutraal of zelfs kostenpositief die kades natuurinclusief kan maken. Dat betekent dat je
holtes inmetselt, als je toch aan de gang bent, waar dieren in kunnen wonen. Dat je bijvoorbeeld kalkrijke
voegen gebruikt, waar varens makkelijk in kunnen wortelen. En sterker nog, er zijn aanwijzingen dat dat voor
de lange termijn zelfs voordeliger is qua kosten, omdat door die begroeiing de erosie, de slijtage minder is.
Dus lijkt het de Partij voor de Dieren een goed idee als we dat standaard gaan doen. Dat we dat standaard
4
gaan meenemen in de te vervangen kades. En dan heb je ook nog fauna uittreedplaatsen, trappetjes en
drijfeilanden waar vissen kunnen wonen die de waterkwaliteit verbeteren. We hebben een opgave voor de
Kaderrichtlijn water. Dus alleen maar win-win-win. Nu begreep ik dat de beheerkosten voor die drijfeilanden,
dat dat wel een onzekere factor is, dat Spaarnelanden daar niet al te gelukkig van wordt. Maar ik zou toch
willen vragen, via de voorzitter aan de wethouder, of we toch in gesprek kunnen gaan, misschien met andere
gemeentes die daar al wat verder in zijn. Amsterdam, Utrecht. We hebben daar wat contacten. Ik zou u
kunnen uitnodigen voor een werkbezoek. Dat we toch gaan kijken van: wat is er mogelijk? Wellicht dat de
stadsarchitect er ook nog iets over te zeggen heeft, zodat we toch kunnen kijken wat wel kan. Dat was voor nu
mijn eerste termijn. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Mohr, Hart voor Haarlem.
De heer Mohr: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het voordeel als je al wat langer in deze zaal rondloopt, is
dat je op dit punt een geheugen hebt opgebouwd. En ik wil de collega's die wat langer al in deze zaal
rondlopen, maar ook de collega's die hier nog maar kort zijn, herinneren aan de uitspraak van toenmalig
wethouder Snoek. Periode, ik geloof tot 2021. Die zei: er is geen achterstallig onderhoud. En er is geen gevaar,
niet voor de kades, waar mevrouw Moedt zojuist al iets over heeft gezegd en niet voor de bruggen. En een
aantal jaar later is er een toenemende opgave en luidt het college de alarmbel. Mijn vraag aan de wethouder
is: waar is dit misgegaan? Hoe kan een toenemende opgave in slechts een aantal jaar ontstaan? Waar heeft
het college zitten slapen en welke conclusies trekt het college uit die constatering? En ten tweede, ik vind het
een zwaktebod om in een notitie te verwijzen naar een landelijke trend. Dat ook andere overheden kampen
met dergelijke problemen. Want wat heeft de Haarlemmer eraan, als de wethouder zegt: de Merwedebrug is
ingestort, dus u mag het mij niet kwalijk nemen als het in Haarlem ook gebeurt? Dat is verantwoordelijkheid
afschuiven. Ik vind dat de wethouder met veel minder woorden dan in die notitie staat, moet zeggen: onder
mijn verantwoordelijkheid is Haarlem veilig. Zijn de bruggen veilig, zijn de kades veilig en is de infrastructuur
veilig. En zo niet, dan treed ik vandaag nog af. Dank u.
De voorzitter: Dat vind ik een vrij heftige, maar dat mag u vragen. Het collectief geheugen van Hart voor
Haarlem dat waarderen we wel.
De heer Mohr: Voorzitter, van de orde. U zegt: ik vind dat een vrij harde vraag. A, is het niet aan een voorzitter
om daar een oordeel over te hebben, maar ik vergeef het u. Het gaat hier om de veiligheid van Haarlemmers.
Dat is nooit een onderwerp van ondergeschikt belang. En u doet het lijken alsof het dat wel is en ik maak daar
bezwaar tegen.
De voorzitter: Dat bedoelde ik helemaal niet, maar zoals ik ook aan het begin van deze vergadering zei: het
agenderingsverzoek kwam van Partij voor de Dieren. Die had een vraag aan u en aan de wethouder. U doet
daar een schepje bovenop. Dat vind ik vrij heftig. U heeft gelijk, u mag die vraag stellen. Daar heeft u helemaal
gelijk in. Zijn er verder nog commissieleden die een vraag aan de wethouder hebben of aan elkaar? Dat vind ik
nog veel leuker. De heer Kornet, VVD. Ga uw gang.
De heer Kornet: Dank u wel, voorzitter. In toenemende mate worden we geconfronteerd met bruggen die niet
meer openen of niet meer dichtgaan, kades die instorten, sinkholes in onze straten. Dat is allemaal uitermate
onwenselijk. En daarom is het ook goed dat er een plan ligt om die bruggen en kades aan te gaan pakken, dat
onderhoud verder te verstevigen. Dat ondersteunen we uiteraard ook. En we zien dat ook in de notitie
terugkomen. Volgens mij hebben we vervolgens dan ook wel behoefte aan een gedetailleerde planning en
wanneer en hoe wordt nou geprioriteerd welke kade aangepakt wordt en welke brug als eerste aangepakt
5
wordt? Dus deel een van mijn vraag is dan ook, voorzitter, aan de wethouder: kunnen wij een gedetailleerder
plan hiervoor krijgen, zodat we dit ook als commissie hier kunnen gaan overwegen? Het tweede deel van mijn
betoog is richting Partij voor de Dieren. Het plan van Partij voor de Dieren dat dat klinkt sympathiek,
voorzitter. Groene kades, nestelgaten die kunnen een goede impuls geven aan de uitstraling van onze stad en
aan de biodiversiteit. Partij voor de Dieren die stelt voor gaten in onze kades te maken waar we ze willen gaan
verstevigen. Dat klinkt mij wat tegenstrijdig, eerlijk gezegd, maar ik hoor heel graag wat meer inhoud in de
tweede termijn of dat dat inderdaad juist is. Samengevat mogen onze groene kades en nestelgaten wat mij
betreft niet ten koste gaan van versneld onderhoud, dat echt nu nodig is aan onze bruggen en kades. Om te
overwegen om het plan van Partij voor de Dieren dan ook te kunnen steunen, zou ik graag van zowel Partij
voor de Dieren als van de wethouder horen, de drie volgende vragen beantwoord te krijgen. Een is: kunnen
die groene kades en nestelgaten inderdaad zonder vertraging op het onderhoud worden meegenomen in de
planning? Wat zijn vervolgens dan de financiële consequenties van het meenemen van die groene kades en
nestelgaten in de programmering? En wat zijn de gevolgen van groene kades en nestelgaten voor het
toekomstig onderhoud? Want ik kan me namelijk wel voorstellen dat wortels, planten, dierresten, et cetera,
extra onderhoud en daarmee extra kosten met zich meebrengen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. En dit was inderdaad iets meer een antwoord op de vraag van het
agenderingsverzoek. De heer Bakker D66.
De heer Bakker: Dank u wel, voorzitter. Naar aanhaling van het agenderingsverzoek van de Partij voor de
Dieren en de toelichting die we zojuist krijgen, zijn ook wij wel benieuwd naar de mogelijkheden als het gaat
om het vergroenen van de kades. Wat ik begrijp, is kan dat, tenminste wat ik zojuist begrijp, kan dat
budgetneutraal, worden de kades er ook nog steviger van en geeft het een impuls aan de biodiversiteit. Het
klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar als het echt waar is, dan zouden we dat denk ik zeker moeten doen.
We zijn vooral even benieuwd van de wethouder wat er mogelijk is, wat dat impliceert, maar met een
positieve grondhouding wat ons betreft.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Stoevelaar, u had uw knop al ingedrukt. Ga uw gang, Jouw Haarlem.
De heer Stoevelaar: Ik wilde zo graag wat zeggen. Nee, hoor. Wij steunen het plan heel graag van Partij voor
de Dieren. Maar sluiten ons aan bij de VVD en bij de andere partijen. Het mag niet te veel geld gaan kosten en
niet veel meer geld gaan kosten. En ook, het mag absoluut niet ophouden, want soms lijkt het wel een
pretpark met al die gaten en die watervalletjes zo hier en daar. Dus wij willen dat graag voorkomen, zo snel
mogelijk verholpen hebben. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Kroon, Forum voor Democratie.
De heer Kroon: Dank u wel, voorzitter. Het verzoek van de Partij voor de Dieren om de kademuren te
vergroenen en te voorzien van nestelgaten klinkt wellicht sympathiek, maar het gaat voorbij aan de harde
realiteit in Haarlem. We beheren ruim 100 kilometer aan kades, meerdere bruggen en andere cruciale
infrastructuur. Gebouwd in de wederopbouwperiode, met een technische levensduur van meestal 80 jaar,
waardoor veel infrastructuur het einde van hun levensduur zal bereiken komende jaren. Denk aan problemen
met sinkholes aan het Spaarne of de Kleverparkbuurt waar het riool dringend aan vervanging toe is. De basis is
simpelweg nog niet op orde. Deelt de wethouder onze visie van eerst de cruciale infrastructuur die op orde
moet zijn, voordat we dit soort extra, toch wel ideologische projecten, gaan faciliteren? Dus eerst de basis op
orde, stevige kades, veilige bruggen en een werkend riool. Laten we onze schaarse middelen steken in de
veiligheid van onze infrastructuur, zonder daarbij extra uitdagingen aan te gaan.
6
De voorzitter: Houdt uw aandacht er nog even bij de heer Kroon, want u heeft een interruptie van mevrouw
Moedt, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. Ik ga toch even een antwoord meepakken in een interruptie richting
Forum. Forum zou ik willen vragen via de voorzitter: als je als je huizen gaat bouwen en dan over de veiligheid
en over de stevigheid, daar zitten van die zwaluwopeningen soms in. Dat is een fractie van het budget, vaak is
het kostenneutraal. Voegen moet je toch, zou ik zeggen. Maar je gaat daar kosten ook mee besparen en je
gaat er de stad mee vergroenen. Hoe ziet u dat? Als je kijkt naar een huis, vindt u dat dat dan ook allemaal
maar zonder enig nestkastje of dergelijke moet worden aangelegd? Maakt u zich dan ook zorgen over de
veiligheid van de constructie?
De voorzitter: Maakt mevrouw ... Maakt mijnheer Kroon zich ook zorgen?
De heer Kroon: Ik maak me zeker zorgen. Iedereen maakt zich hier zorgen, denk ik. Maar goed, het is nog
helemaal niet duidelijk of dit wel zo rooskleurig allemaal is. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de
wethouder, die zojuist zijn gesteld door iemand aan de overkant, over de kosten en de risico's over uw plan.
De voorzitter: Dat antwoord krijgt u zo meteen van wethouder Berkhout. Maar niet voordat we hebben
geluisterd naar PRO, de heer De Boer.
De heer Van de Boer: Nog steeds Van de Boer.
De voorzitter: Sorry, ook voor de mensen thuis, dit heb ik nog geen enkele keer goed gedaan in een keer,
excuus. De heer Van de Boer, PRO.
De heer Van de Boer: Dank u wel, voorzitter. Mocht een kade vervangen moeten worden, dan pleiten we
uiteraard voor klimaatbestendige kaders, die een fijne groene omgeving creëren voor omwonenden en die
ook de biodiversiteit bevorderen. Maar het lijkt ons wel verstandig om per vervangen kade te bepalen hoe we
dat het beste kunnen doen, zodat we daar ook andere factoren in kunnen meenemen, zoals eerder werd
gezegd. Dank u wel.
De voorzitter: U heeft nog wel, houd hem even vast, een interruptie van de heer Mohr.
De heer Mohr: Dank u wel. Mijnheer Van de Boer, zeg ik via de voorzitter, uw partij heeft de voorbije ach,
negen, tien jaar verantwoordelijkheid gedragen voor de veiligheid van kades, bruggen en andere kunstwerken
in Haarlem. Hoe kwalificeert u uw wethouder op dit punt? Heeft hij dat goed gedaan of zegt u: dat heeft hij
niet goed gedaan?
De voorzitter: Was niet zo erg via de voorzitter, maar mijnheer Van de Boer.
De heer Van de Boer: Het is nog steeds Van de Boer. Onze partij heeft samen met andere coalitiepartijen daar
verantwoordelijkheid voor gedragen. En als onderhoud gedaan moet worden, dan wordt er onderhoud
gedaan. Makkelijker kan ik het niet maken.
De voorzitter: De heer Mohr vroeg om een kwalificering, denk ik.
7
De heer Mohr: Dat is juist, maar ik kan het misschien makkelijker maken. Dat onderhoud heeft niet of in zeer
beperkte mate plaatsgevonden. En dat brengt ons bij de situatie van vandaag, een zeer gevaarlijke situatie.
Vindt u dat uw partij, die daar verantwoordelijkheid voor heeft gedragen, ook verantwoordelijk voor is?
De voorzitter: U ben ik en ik ben de voorzitter, maar ik denk dat de heer Van de Boer graag antwoord wil
geven.
De heer Van de Boer: Dit frame ga ik niet in mee, dat het een gevaarlijke situatie zou hebben gecreëerd. Het
onderhoud wordt gedaan wanneer het gedaan wordt en wanneer het nodig is, punt.
De voorzitter: U gaat het nog een keer proberen? Dat mag. De heer Mohr.
De heer Mohr: Voorzitter, dat frame, zoals u het noemt, komt niet van mij, maar komt van de voorzitter. Die
leidde het onderwerp in door te verwijzen naar wat we in kranten hebben kunnen lezen. En ik zal u de
Merwedebrug als voorbeeld geven. Daar mogen geen vrachtwagens meer op, want als dat wel het geval is,
dan dondert die brug in elkaar. Dan kunt u toch niet volhouden, zeg ik via de voorzitter.
De voorzitter: Dan kan PRO toch niet volhouden.
De heer Mohr: Dat er in Haarlem sprake is van een veilige situatie, als ook in de nota zelf de vergelijking met
dat wat in omliggende gemeenten gebeurt, wordt gemaakt?
De voorzitter: De heer Van de Boer.
De heer Van de Boer: Hoe de voorzitter kwalificeert, ga ik niet over. Dus dat zal u met hem moeten opnemen,
zeg ik via de voorzitter.
De voorzitter: Die vind ik nog wel geestig. De heer Aerssens, ga uw gang.
De heer Aerssens: Dank u, voorzitter. De programmering bruggen en kades en dan specifiek waarom de Partij
voor de Dieren dit punt geagendeerd heeft, om te kijken of we kades verder kunnen vergroenen. Op zich een
heel erg sympathiek idee. Sympathieke ideeën zijn vaak prachtig mooi, maar de vraag of het uitvoerbaar is, die
vraag komt nu bij de wethouder te liggen. En is het inderdaad zo dat het zo groen is zoals de Partij voor de
Dieren stelt, dat het ook nog eens kan, zonder dat het per se extra geld gaat kosten? En dat het tempo van het
onderhoud vooral niet achter komt lopen. Want op het moment dat we tempo verliezen in het onderhoud van
onze kades en bruggen, dan hebben we nog een groter risico en dan krijgen we misschien wel meer situaties
zoals we die nu zien, situaties die we overigens op een goede manier oppakken.
De voorzitter: Houd hem even vast, de heer Aerssens. U heeft een interruptie van de heer Amand van Trots.
De heer Amand: Dank u, voorzitter. De vraag aan mijnheer van OPH, VVD, o nee, OPH. Het is zo, Haarlem lijdt
aan de bruggenziekte al jaren. En als je die gaat vergroenen, ik weet niet of iemand weleens met een bootje
onder de brug doorvaart, dan zie je allemaal varens ook, die kan je rustig laten zitten. Maar het
bruggenonderhoud is erbarmelijk slecht. En ik vind het ook een beetje gevaarlijk. En daar zijn we van Trots ook
tegen. We krijgen nu al camera's die ook gaan bewaken.
De voorzitter: Heeft u een vraag voor OPH? Uw termijn mag zo meteen.
8
De heer Amand: Dat is een vraag aan OPH. Ben je nou voor camera's bewaking op die bruggen? Dat is mijn
vraag. En waarom? Het onderhoud is punt een en dat gebeurt dus niet. Dank u.
De voorzitter: Is OPH voor camera's bij de desbetreffende ...
De heer Aerssens: Ik heb een andere vraag gehoord, voorzitter, namelijk of ik weleens op het water vaar. En ik
zal u vertellen, dat is toevallig deze week gebeurd en toen ben ik onder een aantal bruggen doorgevaren. En
het zal u misschien verbazen, maar zelfs aan die brug, aan van die bruggen werd onderhoud uitgevoerd. En dat
vond ik goed om te zien. Dat is erg fijn dat wij in Haarlem onze bruggen goed onderhouden.
De voorzitter: Heeft u dat ook gefilmd?
De heer Aerssens: Ik heb er foto’s van, zeker. Dat zal ik strakjes in privé delen, voorzitter. Maar dat brengt mij
dan wel bij een heel mooi bruggetje, namelijk, ja check. Ik ga nog verder. Bij kades en oevers, want voorzitter,
het is ook belangrijk dat wij onze oevers op een goede manier onderhouden. En op het moment dat ik dan
met dat bootje vaar, overigens een hele goede boot was dat, en ik zie daar zo bootjes die in een volledige
oever liggen, waar je niet eens meer bij het bootje kan komen, zoveel groen is daar. Of dat je ongeveer
gehoekt wordt door overhangende bomen. Dan vind ik op zich dat we daar als gemeente ook wel wat mee
mogen. En dan een vraag aan de wethouder, los van dat ik het op zich een praktisch idee vind dat we kades
vergroenen. Betrekken we ook die oevers wel goed bij het onderhoud en zorgen we er ook wel voor dat die
oeverwanden op een goede manier onderhouden worden, dat ook die niet zomaar verzakkingen van grond en
dergelijke kunnen veroorzaken en dat dat zomaar ons prachtige water kan vervuilen? Dank u.
De voorzitter: Dank u wel. Mocht u meekijken, er wordt een beetje gegeind hier. We proberen hard te zijn op
de inhoud, zacht te zijn op de persoon. Daar hoort af en toe een ontspannen grapje bij, maar we nemen deze
onderwerpen hartstikke serieus. Ik zag de Amand, zeker Trots, ga uw gang. U was al een beetje begonnen.
De heer Amand: Fijn, voorzitter. Het is zo als je door Haarlem vaart, zie wat er allemaal gebeurt. Het is heel
erbarmelijk slecht. Als we nagaan dat de Prinsenbrug weer geld moet hebben, wethouder, en die brug moet
weer geld hebben. Het is een puinhoop. En als bruggen, u zit wel te knikken, maar u moet maar toch eens
gaan kijken op uw fietsje, hoe het er allemaal bij staat. En dan hebben we het over de kades, dat is ook
erbarmelijk slecht. De stoepen zijn al slecht overal en dat is ook allemaal slecht. Dus wij willen toch weleens
dat u eventjes op de trom slaat.
De voorzitter: Dat mag u voor mij doen, de heer Amand. We horen zo de antwoorden van de wethouder. De
heer Van der Meij, Actiepartij.
De heer Van der Meij: Dank u wel. Ik heb een beetje het gevoel ... Wij hebben een beetje het gevoel dat af en
toe de kap wordt geopend om te kijken wat eronder zit. En we hopen dat er een goed plan wordt gemaakt en
daar middelen voor worden vrijgemaakt, want er is behoefte aan een goed statusoverzicht. Voor de rest Partij
voor de Dieren, fantastisch plan en dat gaat zeker werken ook, qua kosten zelfs besparend. VVD had al gezegd
van er moet ook een onderhoudstechnisch plan komen, dat dat goed gebudgetteerd kan worden. Dank je wel,
u ook.
De voorzitter: Dank u wel. En ook fijn dat u antwoord geeft op de vraag die Partij voor de Dieren had gesteld.
Dan kunnen wij ook een beetje peilen of we daarmee verdergaan of niet. Ik zag de heer Dreijer nog van het
CDA. Ga uw gang.
9
De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter. Het CDA sluit zich aan bij het eerste deel van de bijdrage van de VVD.
En ook bij tweede deel overigens, daar sluiten we ook bij aan. We zijn ook benieuwd naar de reactie van het
college. Ik heb overigens wel het idee dat er wel wellicht iets meer gedaan kan worden dan dat we nu doen
aan voorzieningen voor dieren en planten. Ik weet dat we volgens mij wel regelmatig kalkmortel toepassen
om bijvoorbeeld de varens ook een kans te geven en de kademuren. Maar misschien kan er iets meer
gebeuren. Maar ook zou het CDA graag van de Partij voor de Dieren willen horen op welke manier het
kostenpositief kan zijn, zowel in aanleg als in beheer. Tot zover. Dank u, voorzitter.
De voorzitter: Dan zijn we er, denk ik. O, de heer IJsbrandy nog, Volt. Ga uw gang.
De heer IJsbrandy: Volt sluit zich aan bij de oproep van de Partij voor de Dieren om te kijken waar vergroening
mogelijk is uiteraard. Er zijn goede mogelijkheden voor. Waar we ons wel een beetje zorgen over maken, is de
hele omvang van dit hele programma. Dat is ook een programma wat aan uitdijing lijdt. Want er zijn
onderhoudsproblemen die tevoorschijn komen, waar we dachten dat er nog niets aan de hand was. In de
situatie dat we ook heel veel andere investeringsprojecten op dit moment in de stad hebben lopen en dat de
investeringsmiddelen het einde, de bodem van de schatkist wat dat betreft wel in zicht begint te komen. Dus
een vraag aan de wethouder is: hoe gaan we dit soort zaken, alles is urgent, alles is om veiligheid en moet het
allemaal met bloedspoed uitgevoerd worden, prioriteren tussen al dit soort projecten? We moeten grijstinten
gaan ontwikkelen tussen urgent, minder urgent, matig urgent, super urgent. Want maar roepen dat alles moet
en dat alles nu moet en dat alles onveilig is en dat alles urgent is, ik denk dat we daarmee vast gaan lopen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan is het agenderingsverzoek van de Partij voor de Dieren uitgebreid besproken,
denk ik. En de wethouder heb ik hiermee zien schrijven. Genoeg vragen. Ga uw gang, wethouder Berkhout.
Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst beginnen met het verzoek van de Partij voor de
Dieren en dan even wat context schetsen op de vragen die zijn gesteld, ook bijvoorbeeld als het gaat om de
programmering of hoe nu verder. In eerste reactie op het verzoek van de Partij voor de Dieren. Dat lijkt het
college ook heel logisch om te kijken, dat is ook de geest van de hier bekende term, het beheerterrein. Als
onze onderhoudswerkzaamheden langskomen, kunnen we dat opgavegericht doen, toekomstbestendig.
Daarvoor willen we ook gaan kijken hoe we dat kunnen toepassen bij de meerjarenprogrammering voor
bruggen en kades hoogover. Dan, denk ik, in de Kadernota heeft u dit verzoek ook ingediend. Daar hebben we
ook een reactie op gegeven dat de basis, door verschillende partijen ook al gezegd, het kalkhoudende mortel
is al een hele goede basis in je kademuur om ook muurplanten en varens te realiseren. En kan budgetneutraal
en heeft zelfs voordelen. Het wordt al enige tijd toegepast, maar is een soort van minimum om in de geest van
deze kansen voor groen te gaan werken. Wij zijn niet uniek als Haarlem, dat zei volgens mij de Partij voor de
Dieren ook al van als we om ons heen gaan kijken wat er mogelijk is of al plaatsvindt, ik denk dat er veel
mogelijkheden zijn. Die uiteraard de zorgen moeten wegnemen dat dat niet de structuur van de kademuur
verslechtert of het onderhoud disproportioneel doet toenemen. Maar wel een kans kan zijn en een win-win
om ook de ecologie of de biodiversiteit boven of onder water te versterken. Het lijkt het college heel goed om
vanuit deze natuurinclusieve gedachte dit te betrekken bij de meerjarenprogrammering, die we hier nog
vooruitlopend op de Kadernota, het tweede deel van mijn reactie, in de Commissie Beheer willen gaan
bespreken in het eerste kwartaal, eind eerste kwartaal van volgend jaar. Om even te kijken wat daar mogelijk
is. Ik denk wel dat dat een hele terechte opmerking is van een aantal partijen van: wilt u dan ook de financiële
consequenties meewegen? Dat is of het kan budgetneutraal, dan hebben we het nergens over of dat kan
meerwerk zijn, maar dat kennen we ook voor andere opgaven in de openbare ruimte, moeten we die
afweging maken. We willen in ieder geval wel zo gaan werken dat als die kans zich voordoet, dat we die
10
opgave en die kansen inzichtelijk hebben. Maar ik denk om daar meer gevoel bij te krijgen voor vissenhotels
en gaten is het denk ik goed om ook even, kom ik zo nog even op of we daar misschien nog wel een
werkbezoek aan wijden. Dat zou ook kunnen gezien als we de opgave voor het overall-programma ook zo
belangrijk vinden dat we daar ook een werkbezoek van willen wijden. Dan kunnen we dat misschien
combineren. Hoe dan ook, het komt wat het college betreft terug bij de meerjarenprogrammering begin
volgend jaar. Dan denk ik even in algemene zin, begin ik even, dat laat de nota ook zien. Laat vooropstaan, ik
begrijp een deel ook de zorgen van de raad over de staat van onze bruggen en kades en de veiligheid en de
betrouwbaarheid hiervan hebben de volle aandacht van het college. Dit is geen unieke Haarlemse situatie. Dat
zien we op veel plekken in het land en dat komt ook door de tijdsperiode waarin veel van de bruggen en kades
en deze kunstwerken zijn gebouwd. En ik kan straks eventjes, want ik denk, ik heb de eerste termijn echt wel
gehoord. Ik denk dat ik even het verhaal opbouw.
De voorzitter: U moet toch even wachten, want u heeft een interruptie van de heer Mohr.
De heer Mohr: Ja, want ik waardeer de eerlijkheid van de wethouder. Die zegt: ik erken de slechte situatie en
de slechte staat van die kunstwerken. Nu zit u, zeg ik via de voorzitter, al een aantal jaar in deze coalitie en uw
partij nog langer. Erkent u dan ook de directe verantwoordelijkheid van u en uw partij aangaande die slechte
staat? Want een en een moet toch twee zijn? U kunt toch niet zeggen: ik zie dat het gebeurt, ik draag acht jaar
coalitieverantwoordelijkheid, maar ik schuif de verantwoordelijkheid voor de slechte staat van me af?
Wethouder Berkhout: Nee, nu begon ik aan de reactie op uw eerste termijn. Wacht dat eventjes af. De aanpak
die we hier voor ons hebben, is een overgang van de aanpak zoals we hem de afgelopen jaren hebben
gehanteerd en ook mijn voorgangers hebben gehanteerd. Dat is een aanpak waarbij je vaak een paar jaar
vooruit in de tijd kijkt en daar plan je werkzaamheden voor. Dat hebben we ook naar behoren gedaan. Er zijn
veel bruggen en kades de afgelopen jaren in die tijdspanne van een scope van vijf jaar geprogrammeerd en
uitgevoerd. Dat is hier ook uitvoerig in de raad langs geweest. Tegelijkertijd zeg ik u en dat ziet u ook in de
nota, komt er nu, hoe zeg je dat? Een boeggolf aan van een behoorlijke hoeveelheid
onderhoudswerkzaamheden, omdat die assets in onze openbare ruimte toe zijn aan groot onderhoud. We
kunnen heel lang stappen zetten met dagelijks onderhoud. Op een gegeven moment komen deze langs voor
groot onderhoud. Dan volstaat de huidige werkwijze van even vijf jaar vooruitkijken niet meer. Dat is denk ik
ook in lijn met wat Volt ook zegt. Hoe gaan we dan prioriteren? Hoe gaan we programmeren? Wij kunnen dit
voorzien. En het klopt, sommigen hebben nu al ingrepen nodig. U ziet ook een hele droge zomer zoals
afgelopen zomer, doet iets met het zand in de kades. Daar ontstaan, dat kent u denk ik allemaal. We hebben
daar extra opgaves in het dagelijks onderhoud, vooruitlopend op het groot onderhoud voorzien. Een grotere
opgave voor groot onderhoud, omdat veel van deze kunstwerken hun tijdspad naderen dat ze
ingeprogrammeerd moeten gaan worden. Dat is het voorstel van het college. Bij de Kadernota hebben we een
grote keuze te maken, want het verhaal van onze programmabegroting is dat wij in het kader van het
strategisch beheer en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte onze budgetten in het
investeringsprogramma hebben staan, maar voor deze onderhoudswerkzaamheden ze niet in het
investeringsprogramma staan. Dus dit wordt een keuze en een afweging in prioritering, noodzakelijke
prioritering, bij de Kadernota volgend jaar. Dan gaan wij van vijf tot zes jaar programmeren, dat is niet meer
toereikend die werkwijze, naar tienjarig programmeren en prioriteren van de grote kunstwerken. En dat is de
opgave die hier voorligt. Vooruitlopend, maar dat kunt u in de nota zien, werken we bijvoorbeeld bij het
Donkere Spaarne direct aan een investeringskrediet voor deze programmabegroting, om daaraan te gaan
werken. Maar ik wil wel even waken, we hebben daar oog voor. We zien dat dit op ons afkomt. We gaan dus
een andere werkwijze in. We gaan proberen deze programmering die de komende tien jaar op ons afkomt, de
11
komende vijftien jaar in de tijd neer te zetten, te programmeren op prioriteit, maar het zal ook financiële
consequenties vragen. En ik denk dat dat goed is ook om in dat licht, je zou kunnen kijken, het is nog steeds
een kans in het licht van het verzoek van de Partij voor de Dieren om dan groen en natuurinclusief te gaan
bouwen. Maar deze grote opgave heeft ook nog geen financiering op dit moment.
De voorzitter: De heer Mohr.
De heer Mohr: Dank. Ik geloof niet dat de wethouder antwoord heeft gegeven op mijn vraag, dus ik probeer
het in tweede instantie. De wethouder begon zijn termijn met te zeggen: ik erken de slechte staat van de
kunstwerken. De wethouder zegt dat daarmee dus ook: er is een veiligheidsprobleem. Ik constateer dat de
wethouder en zijn partij de afgelopen jaren verantwoordelijkheid gedragen hebben voor de wijze waarop
onderhoud is gepleegd aan die kunstwerken. Als dat zo is, als de wethouder dat met mij eens is, dan moet de
wethouder toch ook zeggen: ik ben daarvoor verantwoordelijk geweest, bestuurlijk verantwoordelijk geweest
voor de grote onveilige situatie die nu is ontstaan? Erkent de wethouder dat?
De voorzitter: Goed de vraag gesteld in ieder geval. Dank u wel.
Wethouder Berkhout: Ik ga nogmaals het verhaal vertellen van de programmering van het onderhoud in onze
stad als het om bruggen en kades gaat. Daar is Haarlem niet uniek in. Wat Haarlem, denk ik, wel heel goed
gaat doen, is nu dit meerjarig programmeren met alle opgaven die op ons afkomen. Wij kunnen voorzien, als
wij dit over de komende jaren niet gaan doen, ik denk dat u dan een punt gaat hebben, want dan komen we
echt in een kritieke situatie. We hebben met elkaar een keuze te maken. Hoe gaan we deze kunstwerken die in
de jaren 50 tot de jaren 80 zijn aangelegd de komende jaren van groot onderhoud voorzien? De bruggen en de
Nieuwe Gracht, de kades op het Donkere Spaarne. De afgelopen jaren hebben we gewerkt aan als het
onderhoud van de kades langskwam. In de Nieuwe Gracht. U kent ze allemaal, zijn hier in de commissie langs
geweest. Tegelijkertijd werken we tussen die periode van aanleg tot periode van groot onderhoud aan
dagelijks onderhoud en dat doen we dagdagelijks. En dat is hoe wij onze stad en ook nu en dat wil ik u ook
zeggen, als er extra ingrepen zijn in het dagelijks onderhoud vooruitlopend op de programmering van het
groot onderhoud, dan zullen we die moeten gaan nemen. Dat ziet u al in de stad bij de Leidsevaart of bij de
brug op de Nieuwe Gracht.
De voorzitter: Ik wil toch heel even in herinnering brengen en dat zeg ik ook expliciet, omdat er ook opstappen
wordt gesuggereerd in deze commissie. Als u zegt, dan gaat het naar mij. Dus ik wil ook de wethouder vragen:
als u zegt bedoelt u de commissie, net deed mijnheer Mohr dat wel goed, maar ik wil die afstand toch wel
houden. Dat lijkt me het prettigste voor het debat, om in ieder geval via de voorzitter te spreken. Ik zag ook
een handje van ...
De heer Mohr: Voorzitter, van de orde misschien dan toch.
De voorzitter: Ga uw gang.
De heer Mohr: Ik heb niet aangedrongen op uw opstappen. Ik heb aangedrongen op het opstappen van de
wethouder.
De voorzitter: Precies, maar daarom, maar dat vind ik wel gevoelige onderwerpen en dan is het wel gezond
om via de voorzitter spreken, om het niet te persoonlijk te maken, naar elkaar te wijzen. Dus daarom wil ik die
cultuur graag vasthouden. Het gaat over het algemeen heel erg goed. En een interruptie op een interruptie
12
gaat niet. Daarom heb ik dat net niet toegelaten. Als het een interruptie is op de wethouder, dan moet de
wethouder antwoorden. Gaat u verder met uw betoog.
Wethouder Berkhout: Dus het voorstel is om de meerjarige programmering in de nieuwe werkwijze zoals we
hem voorstellen in het voorjaar aan u voor te leggen in de commissie. Het voorstel is vanuit het college om dat
minimaal gepaard te laten gaan van een technische sessie. Maar ik denk dat het verstandig is of een voorstel
om tegen die tijd ook dit ter plekke te gaan bekijken, waar hoe ziet de situatie er in de stad uit? En dat kan
door middel van een boottocht, waar we ook onze adviseurs en ambtelijke delegaties bij kunnen betrekken.
Sommigen kijken daar nu al naar uit zie ik. Ik denk dat dat heel erg nuttig kan zijn, gezien de opgave waar we
voor staan om inzicht te krijgen. Dus dat zou het voorstel vanuit college zijn tegen die tijd, technische sessie, al
dan niet gecombineerd met een werkbezoek vanaf het water.
De voorzitter: Zeg ik er wel bij, ook als presidiumlid van de fysieke woordvoerders, om het zo maar te zeggen,
die agenda zit wel goed vol, maar het is denk ik heel erg prettig. En de heer Aerssens ging al helemaal aan op
een boottocht, dus te gek. Ik heb voor de tweede termijn, ik denk dat in ieder geval het verzoek van Partij voor
de Dieren goed is beantwoord door het college. Ik kan me voorstellen dat u daar nog een reactie op wil geven.
Zijn er verder nog mensen die in tweede termijn reactie willen geven? Daar zou ik even een handje van willen
zien. Die weet ik. Dan begin ik bij de heer Dreijer en daarna u, mevrouw Moedt.
De heer Dreijer: Ik wil ingaan op de uitnodiging van de wethouder om mee te gaan op werkbezoek, et cetera.
Ik wil ook pleiten voor een beetje terughoudendheid in beschuldigingen richting het college. Het is verdomd
lastig om kademuren te beoordelen vanaf de waterkant, terwijl er aan achterkant onder de grond misschien
iets gebeurt. Ik ben heel benieuwd of er nieuwe technieken voorhanden zijn om door de grond, ik weet dat er
een soort rare systemen zijn, maar of we dat kunnen toepassen. Ik vind het wel erg als het verwijtbaar is. Dus
stel dat wij iets zien in de kademuur en het wordt gerapporteerd en vervolgens wordt er niets mee gedaan.
Dan vind ik dat we het college mogen oproepen en aanspreken op verwijtbaar handelen. Maar ik denk dat in
deze casus, de wethouder heeft ook niet gesproken over gevaarlijke situaties. Er zijn zaken die risicovol zijn.
We zien ook dat zand weglekt en daardoor sinkholes kunnen komen, maar dat gebeurt opeens. Ik wil toch
klein beetje het college in bescherming nemen. Dat bent u misschien niet gewend van mij, maar ik weet hoe
ingewikkeld het is. En ik wil het college de kans geven om uit te leggen hoe het geïnspecteerd wordt en wat
we daaraan kunnen gaan doen om zaken te kunnen voorkomen.
De voorzitter: Duidelijk. Dank u wel voor uw tweede termijn. U heeft wel nog een interruptie van de heer
Mohr.
De heer Mohr: Dank. Ik ben het met het CDA eens. Je moet voorzichtig zijn met verwijten, maar het is een
groot onderwerp. Ik heb het gehad over het verleden. Waarin verkeerde keuzes zijn gemaakt ten aanzien van
het onderhoud, die hebben geleid tot een onveilige situatie. De wethouder is daarmee begonnen. Dan is het
toch niet raar om te zeggen: wie is hier nalatig geweest? En mijn conclusie is dat dat degenen zijn geweest die
daarvoor verantwoordelijk zijn geweest. En daar zitten ze. Is dat ook uw conclusie?
De voorzitter: Is dat ook de conclusie van het CDA?
De heer Dreijer: Nee, ik ben heel benieuwd naar welke zaak u het college wil verwijten in onderhoud. We
weten allemaal, Spaarne kademuur is hersteld, was slecht. Nieuwe Gracht is hersteld, Leidsevaart is hersteld.
We hebben al die jaren waar geconstateerd is dat het slecht is, zijn er acties ondernomen om het te gaan
doen. Het Donkere Spaarne komt er nu aan. Daar hebben we gezien, daar is een sinkhole en dat moeten we
13
echt ook snel aanpakken. Daar moeten we echt niet jaren mee gaan wachten. Maar ik denk dat het college
best wel heeft uitgepakt en de zaken aangepakt om te zorgen dat de kademuren veilig zijn. Het zal niet overal,
de hele Zomervaart is helemaal gedaan. Misschien dat ik nog wel een paar voorbeelden naar binnen schiet,
maar ik denk niet dat het college het heeft laten liggen, ook niet het vorige college.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Moedt.
Mevrouw Moedt: Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren sluit zich graag aan bij het verhaal van de
heer Dreijer van het CDA. Dank daarvoor. Dank aan de wethouder ook voor de positieve reactie. Nog even een
reactie op de vragen over onderhoud en levensduur. Kijk zo'n kade gaat langer mee, omdat je bescherming
biedt tegen golfslag, het slijt minder. En ook kan het zijn dat die onderhoudskosten minder zijn, omdat je
bijvoorbeeld in een natuurlijk evenwicht veel minder algengroei hebt, wat je dan ook niet hoeft te
verwijderen. Dat doen de beestjes dan voor je. Dat is top. En als je het breder bekijkt, dan heb je het ook over
de waterkwaliteit die verbetert, waardoor we minder kosten maken voor de Kaderrichtlijn water. Dat hangt
als een molensteen boven onze nek. En ook de stad wordt verkoeld. Dus win-win-win. Ik denk dat dat echt
allemaal kan. Dus laten we ervoor gaan.
De voorzitter: Dank u wel. Ook fijn dat die aansluit bij een vorige spreker. Dat is prettig. Dan weet het college
ook waar het aan toe is. Ik zag nog wel een interruptie van de heer Amand, dus houd uw aandacht erbij.
De heer Amand: Dank u, voorzitter. Ik wilde even de Partij voor de Dieren even een reactie geven. Kijk, er
wordt veel te hard gevaren in Haarlem, onder andere ook door Smidtje, de bekende met al zijn boten. En daar
wordt niet op gelet. Het wordt weleens gehandhaafd, maar veel te kort. Dat wil ik meegeven. En we hebben
als het mooi weer is lalalala onder de bruggen door, hijsen en zuipen, wel bekend. En dat gebeurt veel te veel.
De voorzitter: Wat is uw vraag aan mevrouw Moedt?
De heer Amand: U weet het en daar moet meer toezicht op komen. Dus dan weet u dat ook.
De voorzitter: Maar mijnheer Amand, de interrupties zijn bedoeld voor een korte vraag aan degene die een
betoog houdt.
De heer Amand: Het is ook een vraag aan dinges, aan mevrouw van de Dieren.
De voorzitter: Aan mevrouw Moedt.
De heer Amand: Daar hoor ik niemand over. Er is te weinig toezicht. En bent u het daarmee eens? Want dat is
het.
De voorzitter: Mijnheer Amand, als het gaat om het water is portefeuillehouder Jos Wienen, onze
burgemeester. En dat horen we ook vaak in de Commissie Bestuur. Volgens mij is een paar maanden geleden
dit onderwerp ook aan bod geweest. Maar mevrouw Moedt, als u nog wilt reageren, kan dat. Maar ik zou het
graag aan de Commissie Bestuur willen overlaten.
Mevrouw Moedt: Dank, voorzitter. Dat lijkt me een goed voorstel.
De voorzitter: Kijk, kippenvel. Verder nog mensen in tweede termijn? Nee. Dit was ook een beetje de tweede
termijn van mijnheer Amand, denk ik. Mijnheer Stoevelaar, excuus, Jouw Haarlem. Ga uw gang.
14
De heer Stoevelaar: Het is meer een toevoeging aan de vraag van de Partij voor de Dieren, dat er een petitie in
de rondte gaat voor die hulplijntjes voor dieren, dat ze uit het water kunnen komen en zo. Die hebben we in
de rondte zien gaan. Voor meer informatie kunnen jullie hiervoor terecht.
De voorzitter: En waar kunnen we dan terecht, de heer Stoevelaar, voor meer informatie?
De heer Stoevelaar: Ik moet mijn collega even raadplegen daarover, want die is helemaal daarin de diertjes.
De voorzitter: Mensen die thuis meekijken. Hij gaat in de raad, het spijt me. Ik ga door naar wethouder
Berkhout voor de laatste vragen, denk ik. Ga uw gang.
Wethouder Berkhout: Voorzitter, ik denk dat ik geen vragen heb gehoord in de tweede termijn. Ik dank CDA
voor de toelichting op de complexiteit van de opgave, maar tegelijkertijd ook hoe we de afgelopen jaren
hebben gewerkt. Dus ik denk dat het heel erg gaat helpen als ook de heer Mohr deelneemt aan de boottocht,
om een gevoel te krijgen bij hoe we dit precies doen, hoe we programmeren en naar voren halen en keuzes
maken. En ook in de dagdagelijkse praktijk behoorlijk wat onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Ik kijk
ernaar uit hoe u dit gesprek voert met onze ambtenaren en uw inzicht verbreedt, om dan die afweging te
kunnen maken die u net ook over tafel liet gaan. Voorzitter, via de voorzitter, maar dus volgens mij, de
boottocht wordt breed omarmd. Dat lijkt me een heel goed voorstel. Dan gaan we dat proberen in te plannen.
En we komen bij u terug met een uitgebreid voorstel. Ik denk een goede technische sessie en een goede
afweging bij de Kadernota volgend jaar voor deze opgave.
De voorzitter: Lijkt me echt een fantastische afsluiting van dit agendapunt. En ik zie instemmende gezichten.
Dank u wel allemaal.
Pauze
De voorzitter: Laten wij een hapje eten. Ik wil u terugzien, we starten echt om 18.30 uur. Dank u wel, tot zo
meteen. Welkom terug allemaal bij de Commissie Beheer. Gaat u ook zitten de heer Bakker, ondanks dat u
jarig bent? Gefeliciteerd.
9. Voortgang inkoop van gifvrije en biologische beplanting
De voorzitter: Wij kunnen door met agendapunt 9. Overigens, ik moet erbij zeggen: de heer Mohr niet uit
desinteresse, maar die vertrekt zo meteen even. Dus ik zal u snel het woord geven. Maar niet voordat we ...
Welkom wethouder. Agendapunt 9, voortgang inkoop van gifvrije en biologische beplanting. Want de
gemeente heeft de ambitie om vanaf 2028 uitsluitend gifvrij en biologische zaden bollen en plantmateriaal in
te kopen, omdat dit bijdraagt aan de biodiversiteit, een gezonde leefomgeving en een betere bodem- en
waterkwaliteit. Het college heeft afgelopen jaren grote stappen gezet binnen het dagelijks onderhoud van die
openbare ruimte. En deze informatienota gaat in de huidige stand van zaken in op de stappen die zijn gezet en
de activiteiten die nodig zijn voor verdere opschaling. Waarom zitten we hier? Waarom staat dit op de
agenda? Dat komt omdat de Partij voor de Dieren dit met het college en u wilde bespreken. Dus wederom, net
als het vorige agendapunt, mevrouw Moedt, u mag het helemaal introduceren. The floor is yours.
Mevrouw Moedt: Wat fijn, voorzitter. Dank u wel. Ik wil graag beginnen met een compliment, want we zien
echt een duidelijk stijgende lijn wat betreft de inkoop van gifvrij en biologische groen door Spaarnelanden. Dat
is hartstikke mooi. En voor een aantal dingen lijkt het erop dat we nu al aan die ambitie van 100 procent gifvrij
15
en biologisch inkopen zitten. De bollen en waarschijnlijk dit jaar ook de zaden. De bomen en de heesters die
blijven wat achter. Dat ligt blijkbaar aan dat er meerdere kleine kwekers zijn die gebruikmaken van veelal
tijdelijke percelen en dat maakt het lastig om ook op de lange termijn die garanties te kunnen leveren. En ook
lezen we, zijn er zorgen over de variatie die er kan worden geboden voor biologische bomen en heesters. In
het stuk staat dat er nog niet duidelijk is wat er binnen de projecten, de ruimtelijke en civiele projecten, aan
percentage biologisch wordt ingekocht. De technische vragen die onlangs zijn toegevoegd aan de agenda,
laten zien dat er inmiddels wel eisen worden gesteld, maar dat de lat nog best wel een beetje laag ligt, in ieder
geval veel lager dan Spaarnelanden presteert. Namelijk de eis is 15 procent voor heesters en 5 procent voor
bomen. En Spaarnelanden zit inmiddels op 38,8 procent voor heesters, vorig jaar al en 16 procent voor
bomen. Dus wat ik aan wilde kaarten, is tweeledig. Hoe gaan we zorgen dat we ook voor die bomen en
heesters zo snel mogelijk en het liefst al per 2028 aan die 100 procent biologische inkoop gaan voldoen?
Amsterdam bijvoorbeeld is een aanbesteding gaan doen, waarbij telers, kwekers konden inschrijven. Ik heb
geprobeerd te achterhalen hoe de stand van zaken daar is. Dat is me nog niet gelukt. Misschien dat de
wethouder het weet, maar wat ik ook van kwekers zelf hoor, is: ga met ons in gesprek, want er is meer
mogelijk dan je denkt. Qua variatie, qua leveringsgarantie. Dus college, ga alsjeblieft met de grotere kwekers
in gesprek en ga onderzoeken of zo'n aanbesteding ook wat voor Haarlem zou zijn. En verder een verzoek om
aan de projectontwikkelaars te eisen dat ze hetzelfde presteren als Spaarnelanden weet te presteren, zodat
we ook daar stappen gaan nemen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Mocht u nou meekijken en vragen: bomen en heesters, wat zijn heesters? Ik wist
het ook niet voordat ik in de raad kwam. Dat zijn struiken. Zeg ik dat goed? Ik moet toch altijd even checken bij
de Partij voor de Dieren. Verder nog commissieleden die het woord willen? De heer Amand, Trots.
De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Het wordt tijd dat we er aandacht aan gaan besteden en daar hebben
we jaren te kort aan gedaan. En het is allang bekend dat er bomen en heesters, wat u al zegt, en ook de bollen,
want daar kom ik ook een beetje uit. Dus dat is wel belangrijk dat we dat een beetje allemaal gifvrij gaan
maken. Maar wij hebben van Trots wel een beetje een bezwaar. Wij willen toch dat we een erkend bedrijf die
dat gaat testen, dat we wel de goede bomen krijgen en de goede heesters en de goede bollen. Niet dat we nu,
net als de import uit Afrika en Rhodesië vandaan, dat we dingen krijgen die bespoten zijn. En dat moet je juist
proberen te voorkomen. Wij hebben, wij zijn een beetje een handelsland, dat zijn we ook, maar we moeten
wel proberen dat we dat in de hand houden. Dus ik zou wel aan de wethouder willen vragen en verzoeken
namens Trots en ik denk namens Haarlemmers, dat we gifvrije bomen en heesters gaan krijgen en
tulpenbollen. En de zaden is Van der Sluis, dat zegt voor de meesten toch niets, maar dat is een van de ... En
de firma Loef in Santpoort is ook een hele goede. Gaat u uw licht eens opsteken, wethouder. En ik hoop
positief antwoord van u.
De voorzitter: Dank u wel. U stelt de vraag netjes via de voorzitter, dat waardeer ik. Mijnheer Van de Boer,
PRO.
De heer Van de Boer: Lukt het toch nog wel een keertje. Wij steunen de ambitie van de gemeente om per
2028 volledig gifvrij en biologisch in te kopen. Mocht er een manier zijn dat dat sneller kan dan het nu gaat,
dan horen we graag hoe, maar wij zijn blij met de vooruitgang die nu al wordt geboekt.
De voorzitter: Kort en krachtig, duidelijk. Verder nog? De heer Scholten, Jouw Haarlem. Mevrouw, excuses.
Mevrouw Scholten: Dat gebeurt, in de klas word ik ook weleens oma genoemd.
16
De voorzitter: Pijnlijk, excuses. Gaat het een keer goed bij de heer Van de Boer, gaat het mis bij u.
Mevrouw Scholten: Ik vind het niet zo mis hoor. Ik doe niet zo moeilijk. Voor wat betreft mevrouwen en
meneren dan, bedoel ik, verder wel. Wij hebben de wethouder vaak horen zeggen, voorzitter, dat voor bomen
en heesters het aanbod gifvrij en biologisch nog best wel beperkt is. We zijn zeer geneigd om het idee van de
Partij voor de Dieren van harte te onderschrijven. Maar we zouden wel graag van de wethouder horen,
voorzitter, klopt het dat het college wat inkoop betreft het maximaal haalbare doet op dit moment of is hier
nog winst te behalen, zoals de Partij voor de Dieren ook voorstelt? En zouden wij voor heesters bijvoorbeeld
misschien niet ook zelf meer kunnen doen? Ik bedoel, een inheemse heester groeit ook nog weleens uit
zichzelf ergens, wordt dan weggehaald. Kunnen we die niet ook eens gaan herplanten, als ze toch opkomen?
De voorzitter: Dank u wel. Ik zag ook mevrouw Hollenberg, D66. Ga uw gang.
Mevrouw Hollenberg: Dank u wel, voorzitter. D66 sluit zich ook aan bij de heer Van de Boer. De ambitie voor
2028 is volgens mij best hoog, maar laten we tegen die tijd ook kijken wat er nog meer mogelijk is. Daar zijn
wij voor open. Maar we zien ook wel dat de huidige ... De ambitie is hoog en we behalen volgens mij meer dan
we hadden gesteld. De doelstellingen zijn vrij laag namelijk. Het is ook makkelijk dan meer te halen. Dus als er
mogelijkheden zijn om in de tussentijd voor 2028 toch hogere percentages te bereiken, dan zijn wij daar voor.
De voorzitter: Duidelijk. De heer IJsbrandy, Volt. Vergeet uw microfoon niet uit zetten, mevrouw Hollenberg, u
bent nog in beeld.
De heer IJsbrandy: Wij sluiten ons daarbij aan, maar op de vraag wat om te keren, wat origineler te stellen
misschien. Wat gaat er nou echt mis als we vanaf morgen zouden besluiten om niet meer ... Bij gifvrije bureaus
in te kopen, wat gaat er dan concreet mis?
De voorzitter: Een concrete vraag, dank u wel. Dan kan ik naar wethouder van ... Nee, de heer Van der Meij,
Actiepartij. Ga uw gang.
De heer Van der Meij: Dank u wel, voorzitter. Al zo vaak op de agenda gestaan dit onderwerp, bij meerdere
commissies en ook in de raad besproken. Ik heb als voorbereiding gezocht op NotuBiz. Ik kreeg 143 hits op
gifvrij en bij duurzaam meer als 18.000. Ik verwijs daarom even naar twee moties, Op naar een gifvrij Haarlem
van 8 juli 2024 en een van 3 juli 2025, Op naar 100 procent gifvrije en biologische inkoop van nieuw Haarlems
stadsgroen. Kortom, er worden al voortvarende stappen gezet en elke snellere pas vooruit is te prijzen. Dank
u.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu echt naar wethouder Berkhout. Bent u daar klaar voor? Dan wij ook.
Wethouder Berkhout: Dank, voorzitter. Goed om even de voortgang van de gifvrije inkoop te bespreken. Dank
ook voor het compliment. Er wordt hard aan gewerkt om aan deze ambitie te voldoen. Dus u ziet ook dat we
de stappen daarin zetten. En die stappen gaan ook hand in hand samen met wat de markt kan bieden en dat
doen we niet als Haarlem alleen. Je ziet, u gaf zelf ook het voorbeeld van Amsterdam. Hoe meer vraag, hoe
meer aanbod. Dat gaat hand in hand samen. En wij proberen ook onze eigen vraag te vergroten. Dat heeft u
ook technisch uitgevraagd. Als wij de technische eis gaan inzetten, niet alleen ... Bij Spaarnelanden is al direct
deze, kunnen we deze inkooppercentages hanteren. Wat we nu ook doen, is in de openbare ruimte projecten
en in de ontwikkelprojecten ook deze technische eisen meegeven. Het idee is dat we daarmee en de vraag
vergroten en idealiter is het idee ook om de komende jaren dat gestaag op te laten gaan, als we zien dat die
17
inkooppercentages bijvoorbeeld bij Spaarnelanden omhoog kunnen gaan. En dan kunnen we ook weer naar
een hoger percentage uitvragen voor de openbare ruimte bij een ontwikkelproject of een
herinrichtingsproject. Ik denk dat het heel goed is om, we kijken uit naar de inkooppercentages van dit jaar,
eind van het jaar, om die te betrekken bij het Meerjarenuitvoeringsplan Groen. Te kijken waar we staan,
kunnen we die lat weer een stap hoger zetten? Met name dus voor bomen en heesters. En kunnen we dat ook
laten doorwerken de komende jaren in de technische eisen? We zijn ook continu in gesprek, al dan niet via
Spaarnelanden, met de kwekers, om hier te kijken hoe we die stappen kunnen zetten. Dat is nog wel even hoe
we daar nu naar kijken. We zijn ook wel in gesprek en we leren ook van Amsterdam en kijken ook hoe zij die
aanbesteding hebben vormgegeven. Dat vraagt nog wel wat meer dan. Dat vraagt dan ook nog wel ... Maar ik
denk dat we die afweging misschien wel met bij het Meerjarenuitvoeringsplan kunnen maken, als we dit echt
op grotere schaal zelf zouden willen doen en zeggen: we moeten nu naar 100 procent, vraagt dat ook op
allerlei aspecten meer van de organisatie, zeg ik eventjes. Dan moeten we daar echt iemand voor toewijzen.
Dan moeten we een aanbesteding doen. Maar hebben we ook bijvoorbeeld wel misschien een ruimte nodig of
een eigen kweeklocatie waar we dit kunnen laten plaatsvinden. Ik denk dat we echt wel zonder die stap te
hoeven zetten, hele stappen de komende jaren kunnen gaan zetten, ook voor bomen en heesters. Maar ik wil
dit betrekken bij waar staan we aan het eind van het jaar bij het Meerjarenuitvoeringsplan Groen? Om te
kijken hoe dat perspectief er richting 2028 uitziet. En dan denk ik dat ook goed is om even richting de vraag
van Volt aan te geven, wat gaat er missen als we nu al die stap zouden zetten? We hebben vorige Commissie
Beheer ook hier het Programma Bomen besproken uiteraard. En we hebben een enorme mix nodig van
verschillende typen bomen om een klimaatbestendige en ook ziekteresistente bomenmix in de stad te
hebben, ook naar de toekomst toe. Dat zijn bijvoorbeeld 30 verschillende bomen die we inkopen voor onze
stad. Op dit moment kunnen de biologisch gecertificeerde of Skal-gecertificeerde bomen, dat zijn er nog maar
enkele soorten. Dus als we nu ... Die zouden we op 100 procent kunnen inkopen, maar dan kopen we dus een
paar type bomen in en dat is niet, denk ik, het gewenste eindplaatje wat wij nodig hebben voor een divers
bomenbeeld, wat klimaatbestendig is, biologisch verantwoord, wat we in deze stad met elkaar willen. Dat is
echt wel een risico en dat lijkt ons niet verantwoord om dat nu te doen. Dan krijg je te eenzijdig alleen maar
dat je enkele typen inkoopt. Tegelijkertijd, ik denk dus echt dat dat er een enorme stijgende lijn ook in aanbod
en vraag zit. Dat gaat soms wel met sprongen. Het duurt ook even voor een kweker heesters of bomen heeft
opgekweekt. Maar als wij die vraag gaan vergroten en met ook ons ook andere gemeentes, dan gaat dat
aanbod vergroten. En ik wil u op de hoogte houden eind van het jaar bij het Meerjarenuitvoeringsplan Groen.
De voorzitter: Dank u wel. Verder nog een tweede termijn? Nee, mevrouw Moedt niet? Dan wil ik u hartelijk
danken voor dit agendapunt en uw toelichting. En inderdaad we zien elkaar zeker bij het meerjarenplan Groen
en dan zullen we mevrouw Moedt misschien ook wel weer als eerste horen.
10. Warmteoplossing buurtinitiatief Ramplaankwartier
De voorzitter: Dan gaan wij naar het laatste agendapunt van vanavond. Dat is warmteoplossing buurtinitiatief
Ramplaankwartier. Agendapunt 10, voor de mensen die meekijken. Want buurtinitiatief Ramplaankwartier en
de gemeente Haarlem hebben de afgelopen tijd intensief samengewerkt om een nieuwe manier van
aardgasvrij te verwarmen in de wijk. En het buurtinitiatief heeft gekozen voor twee voorkeursoplossingen. Het
proces Samen doen, ontzorgen, draagvlak is collectief de warmteoplossing, niet altijd. Het college ondersteunt
deze keuze. De strategie van de inzet van de subsidie is erop gericht om bewoners direct mee te laten doen en
de subsidie wordt vooral ingezet om bewoners te ontzorgen. Waarom zitten we hier? Waarom is dit op de
agenda gezet? Omdat de VVD dat graag wilde, met een verzoek aan het college en aan u. Daarom geef ik de
heer Kornet van de VVD ook als eerste het woord. Ga uw gang.
18
De heer Kornet: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de kernvraag die hier op tafel ligt wat mij betreft, is: laat de
coalitie met de warmtetransitie de Haarlemmers in de kou staan? Het Ramplaankwartier laat namelijk zien
hoe de warmtetransitie wel kan werken met bewoners en niet voor bewoners. In de informatienota staat
helder dat het proces collectief is, maar dat de warmteoplossing dat niet altijd is. Dat past perfect bij onze
liberale waarden van keuzevrijheid, betrokkenheid en betaalbaarheid. In het Ramplaankwartier kiezen
bewoners voor bodemlussen, PVT-panelen of een andere individuele oplossing. Het buurtinitiatief organiseert
en ontzorgt, maar dwingt niet. Bewoners houden zeggenschap over hun eigen woning en hun eigen
energierekening. En dat is precies, voorzitter, waarom deze aanpak werkt. In Meerwijk zien we echter het
tegenovergestelde. Daar is weerstand ontstaan, omdat bewoners het gevoel hebben geen keuze te hebben en
dat gevoel is terecht. Collectieve warmtenetten leveren structureel hogere energietarieven op. Bewoners
zitten vast aan één leverancier en aan een tarief. Marktwerking verdwijnt en daarmee de prikkel om
betaalbaar te blijven. Dat is geen toekomstbestendige oplossing en zeker geen oplossing die draagvlak creëert.
Het coalitieakkoord is hier duidelijk over. De warmtetransitie moet haalbaar zijn voor iedereen en haalbaar
betekent betaalbaar. Betaalbaar betekent dat we geen systemen moeten optuigen die duurder zijn en die
daarna met subsidies kunstmatig betaalbaar moeten maken. Want als de coalitie hogere warmtetarieven gaat
compenseren vanuit gemeenschapsgelden, zoals PRO recentelijk voorstelde, dan is dat misschien wel sociaal
voor de afnemers van het warmtenet, maar asociaal voor alle andere Haarlemmers. De inwoners van
Duinwijk, het Houtvaartkwartier, het Te Zaanenkwartier en Spaarndam betalen dan namelijk mee aan een
warmtenet waar ze zelf nooit op zullen worden aangesloten. Dat is niet eerlijk en dat is ook niet houdbaar. Het
Ramplaankwartier, voorzitter, bewijst dat dit anders kan. Door inwoners vanaf het begin te betrekken, door
samen te organiseren en te ontzorgen. Niet duwen, maar faciliteren. En precies zoals het coalitieakkoord zegt:
co-creatie wanneer het meerwaarde heeft. En die co-creatie heeft ook of misschien wel juist meerwaarde in
die wijken waar het warmtenet gepland staat. En daarom bespreken we dit stuk, om te bepalen hoe we deze
aanpak kunnen verbreden. Hoe maken we tempo zonder draagvlak te verliezen? Hoe ontzorgen we, zonder te
overvallen? En hoe zetten we de publieke middelen verstandig in? Voorzitter, VVD Haarlem ondersteunt de
energietransitie, maar we verzetten ons tegen het verplichte warmtenet en kiezen voor betaalbare, vrijwillige
en individuele oplossingen, met maximale keuzevrijheid. En daarom de volgende drie vragen aan de
wethouder, andermaal drie vragen. Hoe wil de wethouder omgaan met weerstand in wijken waar een
warmtenet gepland staat? Hoe verhoudt zich dit tot het coalitieakkoord, waar letterlijk gesteld wordt: de
warmtetransitie kan niet zonder draagvlak en betrokkenheid van bewoners en is daarmee niet alleen een
technische, maar een sociale opgave? En ten slotte vraag ik het college te reflecteren op de faciliterende rol
van de gemeente. Om af te sluiten, wil ik andere fracties oproepen mee te denken hoe we de succesfactoren
van het Ramplaankwartier ook kunnen toepassen in Meerwijk en andere wijken. Dank u wel.
De voorzitter: Ik wilde u uw vraag even laten afmaken. Ik heb de wethouder zien meeschrijven, maar u heeft
nog wel een interruptie van de heer Aerssens, OPH.
De heer Aerssens: Dank u, voorzitter. Ik vroeg me af hoe de VVD denkt over de warmtenetten die aangesloten
zijn op de datacenter in Haarlem. Want ik hoor de VVD ineens zeggen dat ze tegen gemeenschappelijke
warmtenetten zijn. Dit is er eentje waar de VVD in ieder geval vorige periode, kan ik toch met enige zekerheid
zeggen voor was, dus ik ben wel benieuwd waar die draai vandaan komt.
De heer Kornet: Voorzitter, dank u wel. Dat is een interessante vraag. De crux in deze vraag is: hoe gaan we
om met de keuzevrijheid van de inwoners zelf? En als er alternatieven zijn die haalbaar, toekomstbestendig en
financieel goedkoper zijn dan andere alternatieven, dan zijn wij daar voorstander van. De dwang dat is iets
waar we ons tegen verzetten. Dank u wel.
19
De voorzitter: Dat is voldoende? Heel goed. Ik zag de heer IJsbrandy, Volt. Ga uw gang. Pardon, nog een
interruptie. Excuses, dat had ik niet gezien. Mevrouw Barten nog een interruptie op de heer Kornet. Bent u er
nog bij? Heel goed.
Mevrouw Barten: Dank u wel. Ik dacht: ik wacht heel even tot mijnheer Kornet zijn verhaal heeft afgemaakt. Ik
heb twee vragen aan de VVD. Ten eerste, de nieuwe aanpak in het Ramplaankwartier die is nog maar net van
start of is nog niet van start. Waarin ze zijn overgegaan op collectieve inkoop en kleinschalige samenwerking.
Waarom heeft u dit stuk dan nu al geagendeerd om de les te kunnen gaan leren?
De heer Kornet: Dank, voor deze vraag. Wat mij betreft dat is dat heel duidelijk. Als gemeente, lokale
overheid, zijn we er om onze burgers en inwoners te ontzorgen en te faciliteren. We zien dat het
enthousiasme in Ramplaan hoog is om een energietransitie in te gaan, wat we allemaal ondersteunen. We
zien ook dat er een enorme sociale onzekerheid en weerstand ontstaat in Meerwijk. En volgens mij zijn we het
aan al onze inwoners verplicht om ze te faciliteren en te helpen.
De voorzitter: En u heeft nog een vraag, mevrouw Barten.
Mevrouw Barten: U wilt lessen leren uit het enthousiasme?
De voorzitter: Ik wil helemaal niets. De VVD wil misschien wat.
Mevrouw Barten: Excuses. De VVD wil lessen leren uit het enthousiasme vooraf, maar nog niet uit de uitvoer.
En verder vergelijkt u het Ramplaankwartier met Meerwijk. Nu zie ik dat daar een groot verschil is tussen
individuele koophuizen, die allemaal een eigen beslissing kunnen nemen of een appartementencomplex met
de woningbouwcorporatie met één grote verwarmingsketel. Hoe denkt u dat het een kan leren van het ander?
De voorzitter: Hoe denkt de VVD dat de een ... Dank u wel. Let u wel op uw spreektijd, als u nog iets wilt
zeggen in de tweede termijn, moet u het kort houden. Dat wil ik erbij zeggen.
De heer Kornet: Jazeker, voorzitter. Het lijkt mij altijd onverstandig om rechtszaken te hebben met onze
inwoners en ook met woningcorporaties die huisvesting veroorzaken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Nog een nabrander van de heer Aerssens?
De heer Aerssens: Nee, een nieuw punt, voorzitter. Want de heer Kornet die spreekt over het artikel wat in
het Haarlems Dagblad verscheen over het complex wat tegenover Ymere staat. En weet de heer Kornet de
oorsprong waarom dat complex tegenstemde?
De voorzitter: De heer Kornet.
De heer Kornet: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij zijn de oorzaken meerledig. Onder andere is er een erg
lage opkomst geweest en zijn de deuren niet geopend. Maar ik hoor graag in de termijn van de heer Aerssens
van OPH wat zijn visie hierop is. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Misschien redt u dat ook helemaal niet binnen een minuut. Mevrouw Roon, ga uw
gang, Partij voor de Dieren. Excuses, blijft u er even bij. Toch nog een interruptie. Ja, zo'n debatje laat ... Een
interruptie is bedoeld als interruptie, geen betoog, maar laten we dit debatje even toestaan. Dat vind ik wel
leuk.
20
De heer Aerssens: Heel fijn. De heer Kornet heeft het niet aan het juiste eind, want het gaat helemaal niet
over wat men vond van dat warmtenet. Het gaat namelijk over een onderliggend geschil van de uitvoering van
onderhoud van Ymere, waardoor men daar de deur niet open deed. Dus dat heeft helemaal niet per se te
maken met wat de bewoners van dat complex vonden of vinden van het warmtenet, maar het heeft te maken
met een onderliggend geschil met hun huisbaas. Maakt dat voor de heer Kornet verschil?
De voorzitter: De heer Kornet.
De heer Kornet: Volgens mij is het succes van het Ramplaankwartier prematuur. Het succes van het
Ramplaankwartier is dat we dit in samenspraak in overleg met de inwoners doen, ongeacht wat het conflict is
met huisbazen.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Roon, nu echt. Partij voor de Dieren, ga uw gang.
Mevrouw Roon: Een korte reactie noodgedwongen. Ik weet niet, misschien was het wel een interruptie
geweest. Ik hoor over dat het past bij het liberale plaatje, het samendoen, het gelijk optrekken, vanaf het
begin betrekken. Ik ben het helemaal met de ... Wij zijn het helemaal met de VVD eens, dat we van die lessen
kunnen leren. Ik wil nog wel benadrukken, ik neem aan dat VVD zich daar wel van bewust is. Mevrouw Bartens
noemde het net ook. Dat het een heel verschillende situatie is in Meerwijk of in Ramplaan. We hebben hier
niet altijd met keuzevrijheid te maken. Er is een enorme tijdsdruk. Het warmtenet moet een oplossing bieden
voor sterk verouderde warmtevoorzieningen. Mensen kunnen niet zomaar een warmtecollectiefje gaan
oprichten. Staat ook vaak helemaal niet op de agenda bij deze mensen die daar wonen, omdat ze wel andere
dingen aan hun hoofd hebben. Ik wil daar ... Wij willen daar zeker over meedenken, want ik denk dat het heel
nuttig is om hier gezamenlijk naar te kijken. Ik denk wel dat een heel andere aanpak behoeft, met name door
gespreksvoering in Meerwijk, omdat het een heel andere situatie is. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn ook de laatste woorden van Partij voor de Dieren. Het is prettig om te zien
dat u elkaars vragen ook beantwoordt. Dan hoeft de wethouder misschien zo meteen niet zoveel meer te
doen. De heer IJsbrandy zag ik, Volt. Ga uw gang.
De heer IJsbrandy: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden het ook best wel voorbarig om het Ramplaankwartier
een succes en een voorbeeld te noemen. Het eerste plan wat ze hadden, is mislukt. Het is fantastisch dat er
een grote groep vrijwilligers is die zich inzetten vanuit hun eigen kennis en ambitie en ervaring om daar
oplossingen voor te verzinnen, maar zo simpel is het allemaal niet gebleken. En nu liggen er twee alternatieve
voorstellen op tafel en ook die tenminste, ik heb daar nog geen businesscases van gezien, in de zin van hoe
concreet is nou wat we bewoners straks daar gaan voorleggen? Want daar zit namelijk nog best wat aan vast.
Het lijkt leuk. We gaan een paar huizen één boring doen voor een bodemwarmtepomp, maar uiteindelijk
zullen toch al die huizen dan toch een eigen warmtepomp moeten hebben. Dat is ongeveer een installatie van
een wasmachine en droger op elkaar. Dat is ongeveer wat je dan in huis krijgt. Bovendien moet je een
afgiftesysteem in je huis hebben wat daarmee om kan gaan. Dat is lagetemperatuurverwarming. Dat betekent
een enorme verbouwing van je woning. Dus als straks mensen moeten gaan tekenen bij het kruisje en de
kosten en implicaties daarvan allemaal duidelijk worden, dan moet ik nog zien hoe hard dat gaat. Wij twijfelen
als Volt heel erg eraan of dit soort collectieve aanpakken, ook in wijken waar veel eigen woningen zijn, of dat
überhaupt gaat werken. Uiteindelijk is het moment om zo een beslissing te nemen en om ook het huis dan
echt te verduurzamen, is als het verkocht wordt, dan is het leeg. Dan kan je veel makkelijker verbouwen. Kan
je het ook meefinancieren. Dan zijn er hele andere uitgangsvoorwaarden. En als je dit soort dingen moet doen
als woningen bewoond zijn, met mensen in allerlei verschillende levensfases, dan wens ik degene die het
21
organiseert veel succes. En dat brengt me ook trouwens op nog een vraag rond het hele verhaal, want wie
organiseert het? Zijn dat de vrijwilligers in de wijk? Is dat een professionele projectorganisatie? Is dat de
gemeente? Wie is de systeemleverancier van de oplossing die daar straks komt? Waar kunnen de bewoners
uiteindelijk terecht als er iets fout gaat? Wie maakt de garanties, stelt die zeker? Et cetera. Dus er zijn nog een
hoop haken en ogen ook bij deze oplossing. Dus victorie kraaien lijkt me buitengewoon voorbarig.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Hendriks, Trots, voor het eerst. Ik ben blij dat ik u het woord mag geven. Ga
uw gang. U moet de microfoon nog even aanzetten en opnieuw beginnen.
De heer Hendriks: Ik heb wat gelobbyd in het Ramplaankwartier en daar ben ik te weten gekomen dat een
heleboel mensen ook niet mee willen. Wat er wel mee wil, is vooral de import. De mensen die vanuit
Amsterdam met heel veel geld achter de hand een huis gekocht hebben. Die kunnen dat makkelijk dragen.
Daarom kom ik dus ook terug op het feit dat het niet te kopiëren valt, omdat in Meerwijk of in andere wijken
heb je een andere samenstelling van woningen, inkomen, bevolking. En de draagkracht is in Meerwijk vooral
klein, omdat de woningcorporaties zich niet aan beloften houden en dat de gemeente het idee geeft dat dat
doorgedrukt wordt, net zoals alle andere plannen doorgedrukt zijn. Het is namelijk een kwestie van
vertrouwen. Als je vertrouwen hebt, heb je een groter draagvlak.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hollenberg, ga uw gang, D66.
Mevrouw Hollenberg: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ben ik het met de heer Kornet eens dat het
Ramplaankwartier wel een interessant voorbeeld is. Dus dat we daar zeker van kunnen leren. En dan wel met
name met het gebied van de participatie. Hoe er met bewoners participatie is geweest samen met de
gemeente. Volgens mij is dat een hele positieve ervaring geweest, ook in het creëren van draagvlak. Bewoners
zijn echt in bewonersgroepen of miniburgerberaad bij elkaar gekomen en hebben ook van bewoner naar
bewoner mensen overtuigd om ook mee te doen. Dat is volgens mij heel positief. Dat werkt, denk ik, beter
dan als communicatie vanuit de gemeente komt van: u moet meedoen. Of in ieder geval die samenspraak. We
kunnen de benadering gebruiken, de participatie. Ik denk ook dat we heel erg behoefte hebben aan ... Wij zijn
voorstander van het uitrollen van de warmteoplossingen. En waar we echt behoefte aan hebben, is een
succesverhaal ergens. Want nu hoor je toch vooral negatieve verhalen. Het kan niet, maar er zijn ook best wel
veel dingen niet goed gegaan. Weerstand bij de bewoners. Als we op een gegeven moment een succesverhaal
kunnen krijgen en daar is het Ramplaankwartier ook mee bezig, want die hebben een soort modelblokken nu
om die bodemlussen te gaan testen in die modelblokken. Dat zijn vier tot zes, acht woningen bij elkaar. En als
dat werkt, dan kunnen buren zien van dat werkt, dan gaan wij dat ook doen. En dat kunnen we ook buiten het
Ramplaankwartier gebruiken dat soort modelblokken, maar wel in wijken waar die geschikt zijn. Daar hoorde
ik collega's ook al over. Dat kan niet in wijken waar grote woningcorporaties complexen hebben, daar kan je
dit niet doen. Maar ik denk dan aan wijken bijvoorbeeld Bloemenbuurt of Zeeheldenbuurt, die staan volgens
mij op hetzelfde lijstje als Ramplaankwartier. Daar is wel ruimte voor dit soort oplossingen. Eens,
Ramplaankwartier kan werken als een interessant voorbeeld, maar wel voor een beperkt aantal wijken. Dank
u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Scholten, Jouw Haarlem.
Mevrouw Scholten: Dank u wel, voorzitter. De wat ons betreft meeste punten zijn gemaakt over misschien wel
appels en peren van Ramplaan en Meerwijk. In Ramplaan gaat het vooral over individuele huizen of kleinere
collectieve oplossingen. Dat maakt het altijd lastig, maar dat is wel voldoende genoemd. Hoewel wij op zich
wel benieuwd zijn hoe de wethouder kijkt naar welke lessen kunnen we leren uit Ramplaan? Want lessen
22
leren is altijd belangrijk, maar we zouden het verder graag omdraaien. Welke lessen kunnen we leren uit
Meerwijk? Want daar loopt het niet zo lekker. Misschien kunnen we daar beter ons in verdiepen, denk ik dan.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Barten, PRO.
Mevrouw Barten: Dank u wel. De VVD vraagt om te reflecteren hoe we lessen uit het Ramplaankwartier voor
energietransitie ook in andere wijken kunnen gebruiken. En vervolgens gaat het om Meerwijk. Ik vind het ook,
net als Jouw Haarlem heel interessant om het over Meerwijk te hebben, maar daar hebben we nu geen
verdere informatie over. Daar hebben we geen stukken over. Dus dat vind ik moeilijk om dat er dan te veel bij
te betrekken. En dan vraag ik toch aan de VVD, excuus het is geen directe vraag. Dan vraag ik me af: is
agendering dan een trucje om het vooral over Meerwijk te kunnen hebben? Even goed bedankt voor de
agendering, want het is een van mijn favoriete onderwerpen. Het is goed om in de commissie aandacht te
besteden aan de energietransitie en om het Ramplaankwartier als voorbeeld te gebruiken. We hebben enorm
veel waardering voor bewoners die zich al jarenlang tot het uiterste inspannen om in hun eigen wijk een
voorbeeld te laten zien van hoe je die energietransitie kan aanpakken. En we hebben ook gemerkt hoe
ongelooflijk ingewikkeld dat is, hoeveel tegenslag ze ook hebben gehad. En dat ze nu klaar zijn voor een
volgende stap om het weer over een heel andere boeg te gaan gooien. Niet alle wijken laten zich met elkaar
vergelijken. Dat is net al gezegd. En ook wat betreft de timing. Het Ramplaankwartier is pas net gestart met
deze nieuwe aanpak. We weten op dit moment nog niet welke lessen we uit deze aanpak kunnen trekken en
de VVD is ook een beetje aan de vroege kant met agendering van dit stuk. Maar toch zou ik wel een aantal
algemene lessen willen noemen, omdat het Ramplaankwartier al jaren hiermee bezig is. Wat ons betreft het
eerste is: je hebt voorlopers nodig. Dat geldt zowel binnen een wijk als tussen verschillende wijken. Je hebt
mensen nodig die eerder beginnen, die kunnen laten zien: hoe ziet die energietransitie er nu uit, wat zijn de
voordelen? Die andere bewoners kunnen laten zien hoe het bevalt. En ook tussen wijken. Het
Ramplaankwartier, wat zo voortvarend aan de slag is, kan ook een inspiratie zijn voor andere wijken. Er wordt
al heel veel kennis gedeeld. Die voorlopers die meer in investeren en dat ook doen in samenwerking met de
gemeenten, die heb je ongelooflijk hard nodig om vervolgens andere situaties, waar het allemaal moeilijker is
en complexer is, om die ook mee te kunnen nemen. En inderdaad die lessen te kunnen gebruiken. Een andere
les is, misschien iets breder bedacht, dat duurzame projecten in een wijk die helpen heel erg voor het
draagvlak en ook voor het verder brengen van dit soort initiatieven. Dus bijvoorbeeld, ik weet dat de
bewoners in het Ramplaankwartier die aan de wieg hebben gestaan hiervan, kenden elkaar al. Ze zijn
begonnen ooit met het zonnedak. Gezamenlijk waar ze zonnepanelen hebben gelegd. Sommige kenden elkaar
van de buurttuin en dat smeedt heel veel sociale connectie in de wijk, waardoor bewoners elkaar makkelijker
weten te vinden om samen die stappen te kunnen zetten. En vervolgens wat ook heel belangrijk is, is dat de
gemeente dat soort duurzame initiatieven volop steunt. Er is al jarenlang een heel goede samenwerking
tussen de gemeente en de voorlopers uit het Ramplaankwartier. Dat hoor je ook terug van die bewoners. En
dat heeft ons echt geholpen om nu te zijn waar we zijn en daar verdere lessen uit te kunnen trekken. Ook de
financiële kant is belangrijk. Dat merken ze ook nu bij het Ramplaankwartier. Is het niet alleen haalbaar, is het
ook betaalbaar voor iedereen? Is het toegankelijk voor iedereen? Ik hoop dat we dat soort lessen kunnen
gebruiken en ook mee kunnen nemen in de verdere uitvoering in andere wijken. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. We zijn nu echt een beetje alle warmteoplossingen aan het afpellen, die volgens mij
regelmatig in deze commissie langskomen. Volgens mij is dat niet nodig. Meerwijk en het Ramplaankwartier
zijn in ieder geval niet vergelijkbaar. Wie wil dat nog zeggen? De heer Kroon, Forum voor Democratie.
23
De heer Kroon: Dank u wel, voorzitter. Er wordt in deze raad vaak gesproken over de energietransitie alsof het
een voldongen feit is, waar iedere Haarlemmer om staat te springen. Maar laten we eerlijk zijn en kijken naar
wat er nu echt voorligt over het Ramplaankwartier. Vorig jaar zagen we al dat het grootschalige openbare
warmtenet in het Ramplaankwartier kwam te stranden, omdat het simpelweg te duur, te ingewikkeld en te
risicovol bleek. Nu presenteert het college een nieuw plan onder de vlag keuzevrijheid en vrijwilligheid, maar
wie de stukken leest, ziet dat die keuzevrijheid een wassen neus is. Inwoners mogen straks misschien kiezen
hoe ze van het gas af gaan, maar de keuze om betrouwbaar en betaalbaar aardgas te blijven gebruiken, wordt
hen stap voor stap ontnomen. Het college kondigt immers al openlijk aan dat de zogeheten bezemwagen
klaarstaat en dat de wettelijke aanwijsbevoegdheid kan worden ingezet om de laatste groep bewoners te
dwingen. Voorzitter, dat noemen wij geen draagvlak, dat noemen wij geen keuzevrijheid. Dit is gewoon
dwang. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Is keuzevrijheid niet een leuk verkooppraatje voor dit plan, zonder
dat er echte keuzevrijheid is? Echt luisteren naar de mensen in de wijk betekent dat je de zorg van de
bewoners serieus neemt. We zien in Meerwijk al hoe groot het verzet is tegen dwingende warmteplannen.
Ook in het Ramplaankwartier jaag je inwoners op enorme gesubsidieerde kosten en mogelijk overlast. Tuinen
moeten worden opengebroken voor boormachines, daken vol gelegd met panelen en installaties moeten
worden aangepast. Waarom zadelen we onze inwoners op met al deze moeite en kosten, in een tijd waarin
het leven al zo duur is? Voorzitter, draagvlak creëer je niet door mensen onder tijdsdruk te zetten of door te
dreigen met afsluiting. Stop met het doordrukken van deze aardgasvrije ambities en geef Haarlemmers echte
keuzevrijheid. Laat mensen die willen verduurzamen hun gang gaan, maar dwing niemand van het aardgas af
en respecteer het eigendomsrecht en de portemonnee van onze inwoners. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Verder nog commissieleden? De heer Dreijer, CDA.
De heer Dreijer: Dank u wel, voorzitter. Het CDA volgt het project in de Ramplaan al enige jaren met
belangstelling. De warmtetransitie is ingewikkeld. Het is iets technisch, het is iets sociaals en ook vooral iets
juridisch nog. We zijn wel blij dat ze gekozen hebben voor een techniek die ook echt wel bewezen is.
Bodemenergiesystemen zijn bewezen technieken. Ze zijn allemaal duur als je voor jezelf en bodemlus wil
boren, maar door die kleine mini warmtenetjes te gaan toepassen, kan het financieel gunstig uitpakken. Daar
zit wel een juridische component aan vast, die ook misschien nog ingewikkeld ... Maar we weten de ins en
outs nog niet van dit project. Hoe het precies eruitziet om daar echt iets van te kunnen vinden. Maar het
uitgangspunt lijkt ons wel goed. Een bodemlus door de voortuin en daar boren, dat zien we wel zitten. Dat is
allemaal privaat, et cetera. Maar hoe ziet de wethouder de slagingskans om een bodemlus in de openbare
ruimte te gaan boren en daar een klein warmtenetje aan te gaan sluiten en dan een vermenging gaan krijgen
met andere infrastructuur die in de ruimte zitten, in de ondergrond? Want als het wel makkelijk is en al
uitgezocht is, dan ben ik dus heel benieuwd hoe snel we dat kunnen gaan uitrollen naar de andere wijken in
Haarlem. Want als dat kan, dan is dat, ik denk zelfs bij ons in de straat, een heel erg gunstige oplossing. Ik ben
overigens niet helemaal van PVT-panelen, maar dat is ook iets technisch. Maar wellicht kan het college me
ooit een keer uitleggen en overtuigen dat het wel uit kan met PVT-panelen. En ik ben ook benieuwd, maar dat
is ook weer iets technisch, hoe de regeneratie gaat gebeuren van de bodemwarmte, want je moet ook warmte
toe gaan voegen. En dat deden ze dus met het zonnewarmteproject, door zonnewarmte terug te voeren in de
zomer. En dat zie ik in dit project ook weer niet. Dus ik heb nog wel een hoop vragen, maar dat is allemaal
technisch. Maar ik wacht ... Ik heb hoge verwachtingen dat er iets uit gaat komen dat we ook kunnen
kopiëren. Want lukt het in de Ramplaan met grondgebonden woningen, dan lukt het volgens mij overal. Dank
u wel.
24
De voorzitter: Dank u wel. U zei zelf al technisch. Het is geagendeerd door de VVD. U bent vrij om alle vragen
aan het college te stellen, maar u praat wel een beetje langs elkaar heen, want het ging echt om de vragen van
de heer Kornet. Maar ik heb de wethouder zien meeschrijven, dus misschien krijgt u antwoord op uw
technische vragen. Een interruptie, de heer Hendriks? Aan toevoegen, maar u heeft al een eerste termijn
gehad. Is het goed als we eerst even de wethouder laten spreken en in tweede termijn geef ik u als eerste het
woord? Afgesproken. Maar is er nog iemand in eerste termijn? Volgens mij is iedereen geweest? Ja, zo goed
als. Helemaal goed. Wethouder Berkhout, tot slot.
Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Mooi, er komt veel langs. Ook wat onderling debat. Echt alles
van de warmtetransitie komt langs. Ik denk wel goed om ook weer even te compartimenteren. In principe
heeft u inderdaad het voorstel van het bewonersinitiatief woningwarmte in het Ramplaan geagendeerd, om te
kijken hoe we daar lessen uit kunnen trekken voor bijvoorbeeld het warmteprogramma of de
wijkwarmteplannen, waar we voor aan de vooravond staan de komende jaren. En ik denk: klopt, de
uitgangspunten zijn heel verschillend. Is hier ook over tafel gegaan. Koop- of huurwoningen, een individuele
warmteoplossing waar kleinschalig collectieve oplossingen zijn of een grootschalige collectieve
warmteoplossing met veel, met de woningcorporaties en huurders daaronder. Ook de sociale cohesie in de
buurt is volgens mij aangegeven. En daarin verschillen ze, denk ik, allemaal qua uitgangspunten. Tegelijkertijd
is ... Het is trouwens ook goed om te zeggen: we kunnen het een tegen het ander afzetten. Hoe we ooit
begonnen zijn een aantal jaar geleden is met drie initiatieven. Het bewonersinitiatief zijn wij niet mee
begonnen. Er zitten hele slimme bewoners in het Ramplaankwartier. Die zeiden: wij willen wat en we zijn dat
gaan faciliteren. Daarnaast hebben we het warmtenet Meerwijk gehad. Dat is de woningcorporaties, de
appartementen daar waren op leeftijd. Hoe kunnen we deze groep in de samenleving ook van een duurzame
warmteoplossing voorzien? Dat was echt het collectieve warmtenet. En we hebben de Waarderpolder gehad,
ook net langs gehad. Waar we een aanbesteding op de markt hebben gezet, om te kijken: hoe kunnen we daar
een heel bedrijventerrein voorzien? Ik kan u zeggen: alle drie kennen hun ups en downs. Dat weet u ook als
geen ander in deze commissie. De warmtetransitie is weerbarstig. We hebben met wet- en regelgeving te
maken, technieken die niet blijken te werken. Al dat soort meer. Maar dat is denk ik wel even, zo zijn we ook
ooit begonnen, om te leren. En we betalen ook leergeld, ook de mensen, de initiatiefnemers van het
Ramplaankwartier van het zonnewarmtenet betalen leergeld en komen nu tot een haalbaarder alternatief.
Hebben wel altijd dat draagvlak kunnen vasthouden, omdat ze in de buurt wonen, omdat ze altijd transparant
zijn geweest over waar ze tegenaan lopen. En ik denk dat dat heel waardevol is. Tegelijkertijd, anderen zeggen
het ook al: ze zijn er ook nog niet. Goede hoop. Vandaag heeft u denk ik in de besluitenlijst kunnen zien dat we
ook een subsidieregeling hebben opgestart voor het Ramplaankwartier. Niet met ons eigen geld, maar om te
faciliteren hoe de proeftuin aardgasvrije wijkensubsidie van het Rijk goed gedistribueerd kan worden in de
buurt. En dat is denk ik ook het spanningsveld waar Volt het net eventjes over had. Wat kan je in deze opgave
overlaten aan vrijwilligers en waar heb je een structuur nodig? Omdat het ook uiteindelijk een infrastructuur is
die ook onderhoud vraagt en dan moet je bij professionele partijen terecht. Wij zijn als overheid een rol die
bijvoorbeeld dit soort instrumenten als subsidies kunnen optuigen. Goed om te weten dat in dit geval van de
nieuwe oplossing die gekozen is door woningwarmte, dit echt professionele leveranciers worden van of de
bodemlussentechniek, dan wel de individuele warmteoplossingstechniek en daar gaan ze een contract bij aan.
Dan is het meer, zeg ik oneerbiedig ongetwijfeld, een soort van inkoopplatform wat de woningwarmte nu
wordt, maar dan wel eentje die heel benaderbaar is en toegankelijk in de buurt. Ik denk het een belangrijke les
is wel rolverhoudingen. Daarmee bedoel ik te zeggen: rolverhoudingen is een heel belangrijk punt. Wie doet
wat en hoe houden we elkaar aanspreekbaar? Hoe maken we dat ook duidelijk naar bewoners toe? Een
andere is ook betrokkenheid in de buurt en ook mensen meenemen. En ik denk dat een interessante kans gaat
zijn als we het toch eventjes over Meerwijk hebben, maar we komen ongetwijfeld in deze commissie,
25
voorzitter, nog over meer wijken te spreken of het vervolg van de uitvoering van onze warmteplannen in de
stad, is bijvoorbeeld een voorbeeld van onze eigen Fixbrigade, de woonbrigade. Waar de mensen van Hattrick,
die komen uit Meerwijk, die kennen de buurt en die kunnen als energiecoaches achter de voordeur komen.
Want de heer Aerssens zei het ook al: het probleem bij het warmtenet Meerwijk is nu de situatie in het
complex Jan van Zutphenstraat. Waar een behoorlijk aantal mensen, ik ga dit niet ... Er is een uitvoerige
beantwoording van artikel 32-vragen ook verschenen. Maar daar, die complexe situaties komen nog achter de
voordeur. Voeren we nog het goede gesprek. En ik denk als wij instituties gaan inrichten, zoals woonbrigades
met mensen uit de buurt die de betrouwbaarheid hebben, dat dat een hele goede kans is om dit gesprek met
elkaar te gaan voeren. Maar het mooie nieuws voor het woningwarmtenet is volgende week gaan ze volgens
mij los. De flyers liggen klaar, de website wordt gelanceerd. En zij hopen echt op de eerste 40 mensen in de
buurt om dan de tweede helft van september een bijeenkomst te organiseren, om hopelijk nog voor het eind
van het jaar echt mensen te hebben die misschien wel lang genoeg hebben gewacht, om meteen aan de slag
te gaan met zo'n boring in de buurt. Want ik ben het helemaal eens ook met D66. We snakken naar
voorbeelden. We snakken naar dat er echt wat ... Dat we aan de slag gaan. En ik heb goede hoop ook dat
woningwarmte nu een modus heeft gevonden die werkbaar is. Maar ze gaan volgende week van start en dan
gaan we het meemaken. Voorzitter, ik ga daar nog eventjes langs. Ik denk in algemene, we moeten met elkaar
het gesprek in. U kent het, ik ga niet het hele warmteprogramma overdoen. Dat hebben we begin van het jaar
met elkaar besproken en vastgesteld.
De voorzitter: Dank u wel.
Wethouder Berkhout: Daar hebben we ook de wijkwarmteplannen, de tienjaarstermijn die daarvoor loopt,
twee jaar met elkaar de gesprekken voeren, de buurt in. Daar moeten we echt een vorm gaan zoeken in de
communicatie, in de avonden, in de participatie. Bij Meerwijk, met de woonbrigades bijvoorbeeld op andere
plekken, met het platform duurzame buurtinitiatieven. Ik heb gehoord dat de mensen van woningwarmte
volgende week hun ervaringen gaan delen met alle twaalf andere buurtinitiatieven in alle andere buurten. En
dat is de essentie. De ambassadeurs die in andere buurten het voorwerk verrichten, die de buren zijn van de
mensen die met vragen zitten. Deze kennisdeling dat gaan we losmaken. Dat hebben we in Haarlem in ieder
geval van de kant gekregen. Daar heb ik goede hoop in dat we daar die lessen meteen kunnen incorporeren in
een groot deel van de rest van de stad. Ik heb heel veel gezegd, voorzitter. Ik voel aan uw beweging dat ik
moet gaan afronden.
De voorzitter: Nee, hoor. U heeft nog wat vragen gehad van de partijen, maar gaat u die rustig af.
Wethouder Berkhout: Ik denk dat ik hiermee, dan hoor ik het ook wel in tweede termijn, het verhaal heb
neergezet hoe we omgaan met de lessen en de opgaven die we sowieso hebben. Ik denk niet dat ik hier de
hele discussie over dat we van het aardgas af moeten, ga overdoen. Daar is een opgave in 2050 in het Rijk. Het
gas is eindig en we hopen een proces met elkaar in te gaan hoe we mensen faciliteren. Ik weet niet of u de
actuele gasprijzen heeft gezien. We moeten op zoek naar een schoner alternatief. Beter beginnen we daar op
tijd mee. Beter doen we dat op deze manier. En dat is ook conform het warmteprogramma. Tot slot, CDA. Wat
ik meekrijg, is in principe het uitgangspunt. En voor die andere technische vragen heb ik niet allemaal een
antwoord. De bodemlus op eigen terrein, dat is denk ik nu nog het insteek van woningwarmte. Tot zover,
voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Hendriks, ik heb u gezien. Ik hoop dat dat voor u duidelijk is. Ik wilde u niet
het woord ontnemen, maar in de eerste termijn krijgt u één keer het woord. Dan is de wethouder aan het
woord. In de tweede termijn geef ik nog een keer iemand het woord. Want als we met dertien partijen nog
26
een keer door elkaar heen gaan praten, dan zitten we hier morgen nog. Maar neemt u uw tijd, u heeft nog
spreektijd. Ga uw gang. De heer Hendriks, Trots.
De heer Hendriks: Wij maken ons als Trots zorgen om de kosten, want bij een warmtenet zijn de vaste kosten
ongelooflijk hoog. Zomaar 700 euro in de maand. Dat zijn mensen die stoken dat niet eens aan gas. En daar
komen nog bij de kilojoules die ze gaan verstoken. Daarbij is het lastig om te gaan besparen. Dus je krijgt een
groep mensen die vooral klein woont, die de dupe worden van de warmtenetten. En die mensen die hebben
als ze net boven het minimum zitten geen subsidies hebben, die vallen dus overal buiten het net. Daar maken
wij ons zorgen om.
De voorzitter: Goed dat u die zorgen nog even uit. Wie zag ik nog? Nog even in tweede termijn. Wie wil er nog
in tweede termijn wat zeggen? Ik zag de heer Kroon, ik zag de heer Kornet. Laat ik bij ... Nee, niet? Ja, de heer
Dreijer wel. Ik vind het leuk om met u te sluiten, de heer Kornet. Vindt u dat goed? Ja, mooi. De heer Dreijer
dan eerst.
De heer Dreijer: Het is een verzoek aan de wethouder om het te onderzoeken of een keer, als het onderwerp
weer zich aandient, te komen met de mogelijkheid om boringen in de openbare ruimte te gaan doen. In
hoeverre we dat gaan toestaan of niet, want dat is, niet iedereen heeft een voortuintje. Dat is wel iets waar de
meesten ... Als een boormachine over het dak heen moet in de achtertuin, dan gaat niet werken. Een verzoek
om een keer daar iets over te kunnen zeggen. Kijken wat we kunnen aanzien komen en ik hoop dat het kan.
De voorzitter: En of we er een keer bij kunnen zijn. Verder niet meer? Dan ga ik naar de heer Kornet. Ga uw
gang?
De heer Kornet: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat de wethouder wel wil leren van het Ramplaankwartier.
Is de technische oplossing dan overal hetzelfde? Nee, ongetwijfeld niet, maar het proces kan dat wel zijn. En in
het kort. Ik neem met klem afstand van het statement van PRO dat agendering een trucje is. Blijkbaar mogen
we alleen over succesverhalen in de dop spreken hier. Dus als het volgens PRO taboe is om over weerstand te
spreken, dan roep ik iedereen hier op om trucjes te gebruiken. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Kornet, volgens mij en ik was voorzitter toen het agenderingsverzoek kwam, heeft u
een hele ruime meerderheid van deze commissie gekregen, volgens mij ook van PRO. Maar uiteraard wil
mevrouw Barten daar even op reageren en dat kan.
Mevrouw Barten: Daar wil ik zeker even op reageren. Nee, het ging mij absoluut niet erom of het een positief
of een negatief verhaal is. Maar wel of we het nou over het Ramplaankwartier hebben of over Meerwijk, want
aangezien we geen stukken hebben gekregen voor Meerwijk, is dat lastig om daar nu een inhoudelijk gesprek
over te voeren. Dank u wel.
De voorzitter: Dat hebben we toch volgens mij heel aardig gedaan. Tot slot, wethouder Berkhout als laatste
van deze Commissie Beheer.
Wethouder Berkhout: De zorgen van Trots om de kosten. Die zorgen delen, denk ik ... De betaalbaarheid, laat
ik het zo maar zeggen, die zorgen heb ik al vele jaren geleden gekregen. Dat is een van de uitgangspunten van
het warmteprogrammabeleid zoals we het voorzien. Dat is ook de reden waarom we een publiek
warmtebedrijf hebben opgericht. Dat is ook de opgave waarmee uiteindelijk per warmtenetproject, zoals in
Meerwijk, uiteindelijk het aanbod aan de deuren is geweest, om een betaalbaar alternatief aan te bieden. U
27
moet weten dat dat de insteek is van alles en iedereen aan tafel, om een betaalbaar warmtenet aan te bieden
aan de huurders. Dus als u zegt: het is onbetaalbaar, et cetera, dan haalt u dat denk ik uit andere verhalen in
het land, maar dit is waarmee wij werken in het warmtenet Meerwijk. Een publiek warmtebedrijf waarmee we
regie houden op de betaalbaarheid en dat is, er zit een kortingstarief op het ACM in de tarieven die we voor
30 jaar verstrekken aan de huurders. We werken in alles in de geest van dit moet niet een marktpartij zijn die
opeens het vastrecht kan verdubbelen, zoals in Amsterdam of in andere plekken is geweest. U moet ter harte
nemen dat dat het uitgangspunt is wat ik mij als opdracht, voorzitter, Trots, dat dat het uitgangspunt is dat ik
me zeer terdege van bewust ben en dat dat een opgave is ook voor het warmtebedrijf voor ons om op te
blijven sturen. En daarom doen we langjarige contracten, hebben we regie en een aandeelhouderschap in het
warmtebedrijf, sturen we op de betaalbaarheid. Dus dat. En het CDA, we gaan het meenemen. Dus volgens
mij is dat goed om ook weer te blijven leren van de technische ontwikkelingen van het woningwarmteplan,
waarbij we gaan zien of in eerste instantie de mensen die de ruimte hebben voor de bodemlus in de voortuin
gebruik van kunnen maken. Dan komen we denk ik zelf te spreken of dat en hoe dat in de openbare ruimte
ook een mogelijkheid is. Dus komen we mee terug. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. En daarmee wil ik graag twee dingen sluiten, namelijk dit agendapunt.
Sluiting
De voorzitter: En de Commissie Beheer. Ik zie niet in deze hoedanigheid op 17 september, maar 1 oktober wel
weer. Dank u wel. Heel goed.
28
Tekst uit PDF geëxtraheerd