Home › Amsterdam › Document

Conceptverslag 17 september 2026

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteAmsterdam
Datum2026-10-22
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Leefomgeving CONCEPT Raadscommissieverslag Vergaderdatum 17 september 2026 Verslag vast te stellen op: OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 17 SEPTEMBER 2026 Aanwezige commissieleden: Bentoumya (PRO Amsterdam), De Jong (PRO Amsterdam), Van Munster (PRO Amsterdam), Abdillahi (PRO Amsterdam), Veenhoff (PRO Amsterdam), Van Hilten (D66), Schmit (D66), Breure-Kirmiziyüz (D66), Deterink (VVD), Kok (VVD), Blaauw (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Akkermans (Partij voor de Dieren), McDonnell (Partij voor de Dieren), Havelaar (CDA), Delsen (SP), Van den Bosch (JA21), Keij (JA21), Abdoelrahman (DENK), Benjamins (Volt), Weenk (Volt) en Otte (BIJ1) Afwezig commissielid: Harris (SP) Aanwezige portefeuillehouders: wethouders Heinhuis en Van der Horst Overige aanwezigen: Janssen (Sportraad Amsterdam) Voorzitter: Meiland Plaatsvervangend voorzitter: Aslami Commissiegriffier: Vos Commissieondersteuner: Van Haastrecht Verslaglegging: Post (Notuleerservice Nederland) 1. Algemeen deel 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. 1b. Mededelingen De VOORZITTER heeft de volgende mededelingen. Het lid Harris wordt vervangen door het lid Reijnaers. Waternet biedt op verzoek van commissielid Van Hilten van D66 een werkbezoek aan. Het bezoek gaat naar drinkwaterproductielocatie Weesperkarspel en bevat een inhoudelijke toelichting op het meerjarig beeld rond uitbreidingen, vervangingen en onderhoud van productievoorzieningen en leidingen en een rondleiding op de bouwlocatie voor de uitbreiding van de langzame zandfilters. Het werkbezoek vindt plaats op donderdagochtend 19 november, het vervoer van en naar de productielocatie vanaf het stadhuis wordt verzorgd en commissieleden kunnen hun aanwezigheid aangeven op de intekenlijst. Het lid VAN HILTEN stelt voor om de behandeling van de voortgangsrapportage over duurzaam opwekken in de stad twee sessies op te schuiven. Dat geeft het college de gelegenheid antwoord te geven op de schriftelijke vragen van D66 en de VVD en tussentijds een expertsessie te organiseren over de energietransitie en netcongestie. Daarbij vraagt hij de wethouder of zij de commissie een brief kan doen toekomen waarin wordt toegelicht welke impact het nieuwe rijksbeleid op het schrappen van vergunningen en versnellen van procedures in de energietransitie heeft. Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Wethouder HEINHUIS staat positief tegenover dat verzoek en vindt het een mooi onderwerp voor een expertsessie. Wethouder VAN DER HORST heeft de volgende mededelingen. Tijdens de commissie van 2 juli 2025 is toegezegd te onderzoeken of de leegstandsverordening kan worden uitgebreid met leegstand van winkelpanden. Juridisch is dit mogelijk, maar uitbreiding is alleen op zijn plaats bij problematische leegstand van winkelvastgoed en daarvan is in Amsterdam geen sprake. De leegstand lag in 2025 rond de 4 tot 5 procent en dan komt overeen met het frictieleegstandsniveau dat nodig is voor een goed functionerende markt. Het college zet in op een gebieds- en straatgerichte aanpak waarin samen met ondernemers en pandeigenaren gewerkt wordt aan aantrekkelijke en vitale winkelstraten en -gebieden en het beperken van plaatselijke winkelleegstand. Hoewel het coalitieakkoord uitbreiding van de leegstandsverordening naar commercieel vastgoed voorziet, is er geen reden dit nu apart voor winkelpanden te doen. Voor commercieel vastgoed zoals kantoren of bedrijfsruimte wordt nog onderzocht of dit mogelijk is. De wethouder Economische Zaken heeft tijdens de bespreking van de raadsinformatie Sociale Economie in de commissie van 17 februari toegezegd om in de doorontwikkeling van sociale economie ook voedselinitiatieven een plek te geven. Sociale economie is een belangrijke pijler voor het nieuwe college en daarom biedt het college de commissie begin volgend jaar bij het voorleggen van de nieuwe beleidsplannen ook een doorontwikkeling van het huidige beleid op sociale economie aan, waarin voedselinitiatieven een plek krijgen. In de commissie SO van 5 maart 2025 is toegezegd te reageren op de overlast door TikTok-rijen. Deze rijen zijn voor veel Amsterdammers een bron van ergernis. Eerder is onderzocht of de rijvorming kan worden aangepakt via de APV, maar de conclusie was dat maatwerkafspraken met ondernemers om excessen tegen te gaan het best werken. Een verbod om te eten op straat voorkomt geen rijen, het beperkt alleen directe consumptie. De handhaving van afval wordt geïntensiveerd en daarbij wordt ingezet op naleving van de 25-meterregel. Er is geen generieke maatregel die het probleem oplost. Op dit moment wordt in de binnenstad het probleem rondom rijen beter in kaart gebracht, waarna de mogelijkheden zoals toepassing van de woon- en leefklimaattoets in vergunningsprocedures of aanvullende sturing via het omgevingsplan worden verkend. Daarbij wordt ook gekeken naar de behandeling van de rechtszaak omtrent de vergunningsvoorwaarden van Fabel Friet door de rechtbank eind september. Op donderdag 19 november is er een technische sessie over noodzaak, kansen en uitdagingen van ruimte voor economie. Tijdens de sessie wordt de commissie meegenomen in de noodzaak om meer te sturen op behoud en realisatie van het economisch programma, met betrekking tot transformatiegebieden, gebiedsontwikkeling, bedrijventerreinen en de balans tussen woon-, werk- en voorzieningenfuncties in wijken en buurten. Naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld over de toeristenbelasting is het van toegevoegde waarde om hierover een technische sessie te organiseren. Op 7 oktober vindt het Positive Tourism Festival plaats in Pakhuis De Zwijger over een nieuw narratief over toerisme dat is opgesteld door onder andere Inholland en waarover in gesprek gegaan wordt met de sector. De commissie wordt hiervoor van harte uitgenodigd. Wethouder HEINHUIS heeft de volgende mededelingen. De werksessie Schoon staat gepland op 5 november van drie tot halfzes in Zuidoost. Zij zal zelf ook aanwezig zijn omdat zij graag direct de input van de commissie 2 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag hoort. Ze hoopt dat nog meer commissieleden zich aanmelden voor deze sessie. Bewoners en agrariërs in Landelijk Noord hebben veel zorgen gehad over het rioollek. Zij heeft de afgelopen twee weken veel contact gehad met zowel de stadsdeelbestuurder als de dijkgraaf van het waterschap. Er is een bewonersavond georganiseerd en daar heeft ze onder meer teruggehoord dat mensen zorgen hadden over de gebrekkige communicatie in het begin en dat de inzet van lokale kennis onvoldoende is benut. Vrijdag wordt opnieuw een klankbordsessie georganiseerd, waarna ze op de hoogte wordt gesteld van de wenselijkheid van verdere bestuurlijke betrokkenheid. Zij houdt de zaak nauw in de gaten. 1c. Vaststellen agenda 7. Bespreken van de Voortgangsrapportage Energie voor de Stad juli-december 2025 en Monitor Energietransitie 2026 VN2026-010053 Dit agendapunt wordt op verzoek van het lid Van Hilten doorgeschoven. De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Leefomgeving van 20 augustus 2026 Het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Leefomgeving van 20 augustus 2026 wordt ongewijzigd definitief vastgesteld. 1e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Het lid VEENHOFF meldt dat bij de portefeuille Groen en Buitenspelen wel de toezegging over Landelijk Noord wordt vermeld, maar dat de tonnages daarin niet terugkomen. Zij verzoekt dit toe te voegen. Daarnaast is de formulering om te kijken naar de weigeringsgronden van de bomenverordening niet wat is afgesproken. Er zou gecontroleerd worden of de werkinstructie die nu wordt gehanteerd wel in lijn is met de bomenverordening. Verder vindt ze het relevant dat de aanpassing van de bomenverordening en het plan voor de Hoofdgroenstructuur op te nemen in de langetermijnagenda, zodat bewoners hiervan op de hoogte zijn. Tot slot vraagt ze of de raadsadressen over bomen, de herplantregeling of herinrichting die onder Groen vallen, maar die nu nog op de actielijsten van Mobiliteit staan, verplaatst kunnen worden naar de actielijst van de commissie Leefomgeving. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat TKN 5, kennisnemen van de raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Q1 en Q2 2026 Programma Windenergie Amsterdam 2030 VN2026-010895 wordt besproken bij agendapunt 16. De volgende TKN-stukken worden geagendeerd voor de commissie Leefomgeving op 22 oktober 2026. TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Intentieovereenkomst aquathermie VN2026-009370, op verzoek van het lid Van Munster 3 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag TKN 2 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Monitor Internationals 2010- 2024 MRA en de voortgang uitvoering van het initiatiefvoorstel Maak van Amsterdam je thuis VN2026-009567, op verzoek van het lid Weenk 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn voor deze vergadering geen ingekomen stukken van stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijk deel 2a. Opening inhoudelijk deel De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. 2b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Westendorp die namens Netwerk Oranje Energie inspreekt inzake duurzaamheid en energietransitie. INSPREKER WESTENDORP constateert dat de stad een enorme opgave heeft met extreme hitte, energieafhankelijkheid, hoge variabele kosten, maar ook steeds hogere vaste kosten, met energiearmoede als gevolg. Een belangrijk deel van de oplossing zit in de buurten zelf. Alle Amsterdammers kunnen meedoen om grip te krijgen op de energierekening door samen op te wekken en te besparen. Inmiddels zijn er ruim honderd initiatieven actief of in ontwikkeling. APEC en Netwerk Oranje Energie vormen daarbij een brug tussen de Amsterdammers en de gemeente, maar ze krijgen elk jaar pas in december zekerheid of zij in januari kunnen doorgaan. Vanaf oktober kunnen zij hun mensen en partners niet meer zeggen dat ze op 1 januari nog bestaan en dat betekent dat de opgebouwde kennis en de mensen in hun organisatie elke keer drie maanden in onzekerheid zitten. Over veertien dagen is het 1 oktober en ze zijn nu al acht en een halve maand bezig om het dit jaar anders te doen zodat het partnerschap dit jaar eerder kan worden voortgezet. De gemeenteraad heeft in 2024 besloten dat energiegemeenschappen een volwassen rol krijgen in de stad, maar het budget is steeds maar voor één jaar. In het coalitieakkoord staat een enorme ambitie op het gebied van CO2, waarbij ook een grote rol is toebedeeld aan gemeenschappen. In maart hebben bijna alle partijen hun handtekening gezet onder het Amsterdams Coöperatief Verbond om te zorgen voor meerjarige integrale financiering. Het gaat hierbij om het opbouwen van een basisinfrastructuur voor energiegemeenschappen en het bijbehorende kader. Zo'n basisinfrastructuur geeft hen ruimte en rust en de gemeente continuïteit en focus op het echte werk. Daarom vragen ze om voor 1 december een vijfjarig uitvoeringsplan op te stellen, inclusief structurele financiering voor het hele veld, en een overbrugging tot 1 juli van 4,5 ton voor APEC en 6 ton voor Oranje Energie. Het lid VAN MUNSTER vraagt of het jaarlijks opnieuw aanvragen van financiering ook veel capaciteit kost aan de kant van de gemeente. INSPREKER kan dat alleen maar beamen. Ze hebben een goede relatie met de gemeenteambtenaren, wethouders en de raadsleden, maar toch wordt pas in november een besluit hierover genomen. Ze vermoedt dat de gemeenteraad invloed kan uitoefenen op dat slopende proces. Het lid WEENK vraagt of er de komende jaren voldoende ruimte is om de energiegemeenschappen te kunnen realiseren. 4 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag INSPREKER merkt op dat het gaat om het gunnen van ruimtes, kavels en gebouwen om bijvoorbeeld de groene hub te kunnen onderbrengen. Daarnaast gaat het ook om met elkaar als bondgenoten te opereren en dat zit ook in de financiering. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER MÜLLER die namens APEC inspreekt bij agendapunt 6, vaststellen van de Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam. INSPREKER wil de commissie in overweging geven een aantal wijzigingen aan te brengen in de Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. Het gaat over grootschalige opwek waarbij Amsterdam ervoor heeft gekozen lokaal eigendom te bevorderen. De energietransitie brengt kosten en lasten met zich mee, maar ook verdiensten. Het ligt voor de hand om degenen die meer lasten dragen van bijvoorbeeld windmolens ook meer lusten te geven ter compensatie. Andere lasten van de energietransitie zijn de stijgende kosten van energie en daar heeft iedereen in de stad last van. Die kosten kunnen worden gecompenseerd met rendabele duurzame opwek. De verordening, zoals die er nu ligt, is eenzijdig gericht op compensatie in de directe omgeving. Dat is een onnodig beperkte keuze die in het nadeel van de meeste bewoners van Amsterdam uitpakt, omdat de locaties voor grote opwekprojecten aan de randen van de stad liggen. Het voorstel is om de verordening zo aan te passen dat alle Amsterdammers in aanmerking kunnen komen voor participatie in duurzame opwekprojecten, met daarbij een speciale regeling voor mensen die in de nabije omgeving wonen en meer lasten dragen van die projecten. Het lid VAN MUNSTER vraagt of de verordening de energietransitie bemoeilijkt. INSPREKER denkt dat het makkelijker kan als meer mensen toegang krijgen tot participatie in dit soort projecten. Het lid VAN HILTEN vraagt welke problemen de verordening kent als het gaat om zonnepanelen en de postcodes. INSPREKER legt uit dat de meeste energiegemeenschappen coöperaties zijn waarbij ieder lid één stem heeft. Dat verhoudt zich slecht tot het runnen van projecten waarin een beperkt aantal leden de zeggenschap heeft. De praktijk is dat coöperaties met zijn allen beslissen en het is lastig als dat wordt uitgezonderd. Dit is eerder met de gemeente uitgezocht rond een project van een solar carport, maar het voorstel dat er nu ligt doet daarin weer een stap terug. Het lid MCDONNELL vraagt hoe de APEC beoordeelt dat met hun voorstel de meer kapitaalkrachtige mensen in Amsterdam eerder aan de beurt komen en dat mensen die lokaal wonen er minder van zullen profiteren. INSPREKER herhaalt dat het voorstel is om heel Amsterdam toegang te geven tot dit soort projecten, maar om daarnaast een speciale regeling te treffen voor de direct omwonenden en voor hen bijvoorbeeld 25 procent van de obligaties te reserveren of om een omgevingsfonds in te richten. Het lid BLAAUW vraagt hoe mensen die hinder ondervinden meer zeggenschap kunnen krijgen, zodat ze zich ook gehoord voelen, mee kunnen denken en hun zorgen kunnen uiten. INSPREKER legt uit dat inwoners van een gebied om een zwaarwegend advies gevraagd kunnen worden, waarvan het bestuur van een coöperatie en de ledenvergadering alleen gemotiveerd kunnen afwijken. 5 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid BENJAMINS vraagt hoe de inspreker kijkt naar lokaal eigendom in de context van de huidige uitdagende marktomstandigheden. INSPREKER antwoordt dat met name het lokale bezit van windmolens belangrijk is, omdat zonprojecten slechts ongeveer 30 procent van de tijd energie leveren. Als dat gecombineerd wordt met windprojecten, dan kan de vraag naar energie voor 70 procent worden voorzien. Dat is belangrijk voor zowel de betrouwbaarheid als de kosten van de energievoorziening. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER WALKER-KONNO die namens Adem vrij aan het IJ inspreekt bij agendapunt 8, bespreken van de GGD- jaarrapportage luchtmeetnet 2025 en bijbehorende raadsinformatiebrief. INSPREKER wijst op het coalitieakkoord, waarin staat dat iedereen recht heeft op schone lucht. Ze vindt dat dit ook geldt voor de bewoners die onder de rook leven van de industrie uit het Westelijk Havengebied. De gemeente monitort de luchtkwaliteit in Amsterdam met luchtmeetpunten, maar op de kaart van het GGD-jaarrapport Meetresultaten luchtkwaliteit Amsterdam 2025 wordt een deel van de stad niet weergegeven, laat staan dat daar een luchtmeetpunt is. Westelijk Amsterdam Noord is in dit rapport een blinde vlek. Heel Noord heeft slechts één luchtmeetpunt, terwijl de uitstoot van olieterminals en bedrijven als ICL, Bunge en Damen juist naar deze woonwijken waait. De GGD vindt een meetpunt hier niet nodig omdat berekend zou kunnen worden wat de fijnstof- en stikstofuitstoot hier is, maar vanwege die industrie en de omringende A10 zou een luchtmeetpunt in Tuindorp Oostzaan naast fijnstof en stikstof ook andere stoffen, zoals benzeen en tolueen, moeten meten. Maatwerk is hier mogelijk en luchtkwaliteitsexperts kunnen vaststellen welke stoffen zinvol zouden zijn om in dit deel van de stad te meten. Deze inwoners weten nu niet wat men inademt en het ontbreekt de gemeente en de provincie nu aan handvatten om het recht van Amsterdammers in Noord op schone en gezonde lucht te waarborgen. Ze maakt zich grote zorgen over de mogelijke gezondheidsrisico's die de luchtvervuiling hier met zich meebrengt voor haar buren en haar kinderen en ze roept de commissie daarom op om ervoor te zorgen dat het college een luchtmeetpunt met maatwerk neerzet in westelijk Noord en dat het college met een concreet stappenplan en tijdpad komt voor de realisering van dit luchtmeetpunt. Het lid VAN MUNSTER vraagt of de aanpassingen bij ICL iets aan de luchtkwaliteit in de buurt hebben gedaan. INSPREKER meldt dat bewoners in de periode dat ICL stillag vanwege achterstallig onderhoud, opeens andere geuren roken die normaal verbloemd werden door de stinkuitstoot van ICL, zoals de geur van verbrand plastic. Daarom vragen bewoners om een meetpunt in westelijk Amsterdam Noord, zodat ze weten wat zij inademen, ook als zij het niet kunnen ruiken. Daarnaast vragen ze ook om meer te meten aan de schoorsteen van de fabrieken zelf, want ze weten dat ICL meer zoutzuur uitstoot dan is toegestaan, maar ze weten dat niet van andere fabrieken. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER FOEST die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 11, bespreken van Het Grote Amsterdamse Buitenspeeladvies voor de kleine Amsterdammers van de Sportraad Amsterdam, de bestuurlijke reactie en de aanvullende reactie van de Sportraad. INSPREKER spreekt namens bewoners en betrokkenen rond het Vendelhof en de Vereniging Openbaar en Leefbaar Binnengasthuisterrein. Zij vragen de commissie het advies van de Sportraad te onderschrijven en de aanbevelingen onderdeel te maken van het nieuwe actieplan buitenspelen. De kleine groene speelplaats op het Binnengasthuisterrein is voor de kinderen uit de buurt een plek om buiten te spelen, maar ook een sociale ontmoetingsplek waar kinderen en ouders met verschillende nationaliteiten en achtergronden samenkomen. Juist deze plek dreigt te moeten wijken 6 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag vanwege toekomstige werkzaamheden van de UvA. Op dit moment moeten bewoners aantonen waarom de speelplaats niet verplaatst zou moeten worden, terwijl deze bewijslast andersom zou moeten liggen. Als een bestaande speelplek moet verdwijnen, dan zou de partij die dat wil moeten aantonen waarom dit noodzakelijk is. Daarom is aanbeveling 2 van de Sportraad belangrijk, geef bestaande speelplekken een beschermde positie. Ook aanbeveling 4 is belangrijk, zorg voor een duidelijk handelingskader wanneer buitenspelen botst met andere stedelijke belangen. Bewoners zouden dat gevecht niet telkens opnieuw zelf hoeven te voeren, want het actieplan buitenspelen gaat niet alleen om het creëren van nieuwe speelplekken, maar ook om het beschermen van wat er al is. Het lid VEENHOFF is benieuwd wat het plan is van de UvA en vraagt of de speeltuin niet als groen is bestemd en op die manier is beschermd. INSPREKER antwoordt dat de UvA bezig is met de bouwplannen om BG5 en de Oudemanhuispoort op te knappen. In oktober horen de bewoners daar meer over. Ze weet niet hoe het zit met de beschermstatus. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER HOOIJER die op persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 14, bespreken van het onderwerp Amsterdam verliest zakelijke hotelgasten. INSPREKER heeft een melkveehouderijbedrijf in het landelijk gebied van Weesp. De verhoging van de toeristenbelasting komt voor agrarische ondernemers in deze regio neer op tegenstrijdig overheidsbeleid en een verslechtering van hun concurrentiepositie ten opzichte van naburige ondernemers. De provincie stimuleert de ontwikkeling van recreatie en toerisme in de regio Gooi en Vechtstreek, om op die manier ruimte te geven aan de recreant en om bedrijven te versterken via de multifunctionele landbouw. Het beleid van de gemeente werkt deze door de provincie gestimuleerde ontwikkeling tegen. Het huidige tarief van 12,5 procent van de omzet wordt verhoogd naar 20 procent, terwijl bij de buurgemeenten de tarieven van geheel andere opbouw en van lagere orde zijn. Het huidige en toekomstige gemeentebeleid tast het concurrentievermogen van de ondernemers ernstig aan, waardoor de continuïteit van hun bedrijven met de neventak recreatie en toerisme in gevaar kan komen. Het lijkt hem logisch dat de tarieven in nauwe overeenstemming zijn met die van naastliggende gemeenten in de Gooi en Vechtstreek. Daarnaast is hij van mening dat de gemeente bij haar beleid ook de gevolgen voor de ondernemers moet inventariseren en meenemen in haar afwegingen. Daarom vraagt hij de gemeenteraad om maatwerk met betrekking tot de tarieven van de toeristenbelasting mogelijk te maken binnen de gemeente Amsterdam. Het lid HAVELAAR vraagt of de verhoging van de toeristenbelasting verhindert dat het bedrijfsmodel van de inspreker overgaat naar een minder intensief melkveebedrijf. INSPREKER legt uit dat het voor recreanten heel duur wordt in Weesp, terwijl ze 900 meter verderop goedkoper kunnen overnachten. Daarnaast benadrukt hij nogmaals dat de provincie agrariërs stimuleert om recreatie en overnachtingen als neventak te ontwikkelen. Het lid WEENK vraagt of de gemeente met ondernemers in Weesp heeft gesproken over mogelijkheden voor maatwerk. INSPREKER antwoordt dat ondernemers deze punten hebben aangekaart bij de bestuurscommissie van het stadsdeel Weesp. Het stadsdeel kijkt met de Stopera naar wat daar mogelijk is, maar dat heeft nog geen resultaat opgeleverd. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER DOORNHEGGE die namens Koninklijke Horeca Nederland inspreekt bij agendapunt 14, bespreken van het onderwerp 7 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Amsterdam verliest zakelijke hotelgasten en agendapunt 15, bespreken van de discussienota Welke bezoeker wil Amsterdam wel?' van het lid Havelaar (CDA). INSPREKER stelt dat Amsterdam wel spreekt over ongewenste bezoekers, maar daarbij juist de zakelijke bezoeker verliest die het meest uitgeeft, meerdere nachten blijft, doordeweeks komt en weinig overlast veroorzaakt. Sinds 2019 daalde dit segment met ruim 38 procent. Amsterdam wordt steeds duurder door de btw-verhoging naar 21 procent en de oplopende toeristenbelasting naar 16 en later 20 procent. Volgens ABN-AMRO kan bijna driekwart van de hotels die lasten niet doorberekenen en de omzet per kamer is met 7 tot 8 procent gedaald. Ook de grens van 20 miljoen overnachtingen is onrealistisch, gezien de vergunde capaciteit van 33,5 miljoen. Onderzoek van Inholland toont dat bewoners meer behoefte hebben aan spreiding en handhaving dan aan volumebeperking. Ze vraagt de raad de verhoging van de toeristenbelasting te beperken, geen nieuwe gedifferentieerde tarieven te onderzoeken, de grens van 20 miljoen overnachtingen te schrappen, het financiële risico voor de begrote opbrengst van 350 miljoen inzichtelijk te maken en met de sector te werken aan een gezonde, goed gespreide en duurzame bezoekerseconomie. Het lid KOK vraagt waaruit blijkt dat de marges van de ondernemers onder druk staan. INSPREKER legt uit dat de prijs die een gast wenst te betalen voor een hotelovernachting is gedaald. De gestegen kosten door inflatie en het verhogen van de btw en de toeristenbelasting zullen daarom grotendeels uit de portemonnee van de hotelier komen. Het lid HAVELAAR vraagt waarom Koninklijke Horeca Nederland verwacht dat de inkomsten uit de toeristenbelasting voor de gemeente Amsterdam in dit lopende kalenderjaar tegen zullen vallen. INSPREKER antwoordt dat uit de cijfers blijkt dat die inkomsten lager zijn dan de gemeente heeft begroot. Het lid HAVELAAR vraagt wat de voor- en nadelen zijn van differentiatie van de toeristenbelasting in verschillende gebieden. INSPREKER antwoordt dat eerdere differentiatie tussen stadsdelen niet heeft bijgedragen aan spreiding. Daar komt bij dat hotels in de regio goed bereikbaar zijn. Een ander nadeel van differentiatie is dat sommige tarieven nog hoger worden. Het lid SCHMIT vraagt hoe de inspreker kijkt naar de investeringen van vier keer 11 miljoen voor een schone stad die worden betaald door de hogere toeristenbelasting. INSPREKER tekent daarbij aan dat eerdere verhogingen van de toeristenbelasting niet echt hebben bijgedragen aan het schoonhouden van de stad. Ze vraagt zich af of er voldoende wordt geïnvesteerd in een schone stad. De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER VAN DER HEIJDEN die namens RAI Amsterdam inspreekt bij agendapunt 15, bespreken van de discussienota Welke bezoeker wil Amsterdam wel? van het lid Havelaar (CDA). INSPREKER maakt zich zorgen dat de verhoging van de toeristenbelasting juist de bezoekers raakt die bovengemiddeld bijdragen aan de economie, innovatie en internationale positie van de stad. De opbrengst op korte termijn gaat ten koste van de waarde op lange termijn. De gemeente is aandeelhouder van RAI Amsterdam en ondersteunt de strategie gericht op internationale meerdaagse congressen, die een breed ecosysteem verbinden en kennisuitwisseling, innovatie en economische en 8 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag maatschappelijke transities stimuleren. Het vertrouwen in Amsterdam als congresbestemming is historisch laag en Amsterdam is inmiddels teruggevallen naar de twintigste plek op de internationale congressenranglijst. Grote internationale congresorganisatoren uiten hun zorg vanwege de stijgende toeristenbelasting en vragen om contractuele bescherming tegen verdere kostenstijgingen, zodat zij gemaakte afspraken kunnen heroverwegen of zelfs ontbinden. Dat is zorgwekkend omdat grote internationale congressen drie tot vijf jaar vooruit worden gepland. Tegen de tijd dat de cijfers echt rood kleuren voor Amsterdam, zijn congressen al vertrokken en is herstel ingewikkeld en langdurig. De hele stad, universiteiten en medische centra worden hierdoor geraakt. Uit onderzoek blijkt dat de bedrijfsactiviteit van de RAI jaarlijks goed is voor 1,2 miljard economische spin-off en 6.300 arbeidsplaatsen in de stad. Hij vraagt de raad te kijken naar de opbrengst van volgend jaar en verdere verhoging vanaf 2028 te voorkomen. Tot slot vraagt hij de gemeente om samen met de sector te onderzoeken welke alternatieven er mogelijk zijn. Het lid HAVELAAR vraagt wat het betekent dat het GVB het congresproduct voor het openbaar vervoer heeft geschrapt. INSPREKER vraagt zich ook af of internationale congressen nog wel welkom zijn als verschillende partijen hun bijdrage daaraan terugtrekken. Het lid HAVELAAR vraagt wat de gevolgen zijn van het wegvallen van het cardiologencongres en is benieuwd of zo'n congres ook weer kan terugkeren naar de stad. INSPREKER herhaalt dat de cycli van congressen vier tot vijf jaar beslaan. Het cardiologencongres heeft aangegeven dat zij niet terugkomen zolang zij geen garantie krijgen van een stop op de kostenstijgingen voor deelnemers en bezoekers. Het lid KOK vraagt of de inspreker een toekomstbeeld kan schetsen van wat er gebeurt als de congressen in de stad afnemen. Ze is benieuwd wat dit allemaal gaat raken en welke gevolgen het heeft. INSPREKER herhaalt dat een congres een heel ecosysteem heeft van universiteiten, de medische centra en alles wat daaraan is gelieerd. Amsterdam was een populaire congresbestemming vanwege de actieve verbinding tussen die partijen en een congresorganisator. Het lid KOK vraagt wat de inspreker op korte termijn nodig heeft van de gemeente. INSPREKER voelt zich overvallen door de verhoging en wil graag het gesprek hierover aangaan. 2c. Actualiteiten Er zijn voor deze vergadering geen actualiteiten aangemeld. 2d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell voor een rondvraag. Het lid MCDONNELL wijst op de energiekosten die volgens de ACM het komend jaar met gemiddeld 140 euro per huishouden stijgen. Amsterdammers die al moeite hadden hun energierekening te betalen, krijgen daarmee nog eens een flinke tik van de 9 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag molen en de reden hiervoor is wat de Partij voor de Dieren betreft al lang en breed bekend, namelijk de ontembare datahonger van dit gemeentebestuur en de wens om van Amsterdam de techhoofdstad van Europa te maken. Het elektriciteitsnet moet aanzienlijk extra worden verzwaard door de komst van techgiganten en hun megalomane datacentra. Nu blijkt dat Amsterdammers de rekening gepresenteerd krijgen en mogen meebetalen aan de private woekerwinsten van databedrijven. Hij vraagt de wethouder of zij het ermee eens is dat door haar voorganger een inschattingsfout is gemaakt door te laat regels op te stellen om het aantal datacenters in de stad te beperken. Daarnaast wil hij weten of de wethouder van plan is om samen met de wethouder Ruimtelijke Ordening afspraken te maken met datacenterbedrijven over hun bijdrage aan de te maken maatschappelijke kosten voor verduurzaming en uitbreiding van het net. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS maakt zich ook zorgen over de stijgende kosten van het energienet, maar ze deelt de conclusie van Partij voor de Dieren niet dat dat direct aan datacentra gelinkt is. Bedrijven betalen voor hun aansluitingen, de netbeheerder bepaalt die kosten en die worden getoetst door de Autoriteit Consument & Markt. De wet laat niet toe dat daarover andere afspraken gemaakt worden. Het college voelt ook het ongemak over datacenters die drukken op het energienetwerk dat nodig is om de energietransitie te versnellen, maar die afspraken zijn nu eenmaal gemaakt. Het lid MCDONNELL wil graag weten waarom de wethouder niet in gesprek wil gaan met die datacenterbedrijven over een extra bijdrage. Als de maatschappelijke kosten bij de bewoners terechtkomen, dan wordt de hele energietransitie een asociale transitie en dat is niet wat de wethouder wil. Wethouder HEINHUIS is het met het lid McDonnell eens dat er goed moet worden nagedacht over wie voor de energietransitie betaalt en op welke manier. Datacenters zijn echter niet een-op-een te relateren aan de stijgende energiekosten. Dat heeft ook te maken met de netuitbreidingen die sowieso nodig zijn omdat de stad groeit en er meer energie wordt gebruikt. Het heeft ook te maken met de energietransitie zelf, aangezien er meer op elektriciteit wordt geleund dan op fossiele brandstoffen en dat heeft consequenties voor het stroomnet en de kosten. Ze herhaalt dat zij niet met datacenters in gesprek kan om hierover afspraken te maken omdat er wettelijke kaders zijn die dit beperken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk voor een rondvraag. Het lid WEENK meldt dat er een subsidieoproep is van de EU voor het ondersteunen van de implementatie van klimaatneutrale en slimme steden en van steden met ambities om klimaatneutraal te worden, gericht op hergebruik van bouwmateriaal en slimmer omgaan met sloopafval. Amsterdam is een van de steden die mag meedoen, maar de deadline nadert snel. Hij vraagt de wethouder of Amsterdam zich al heeft aangemeld voor dit project, en zo niet, of de wethouder wil onderzoeken of het mogelijk interessant is voor Amsterdam om hieraan mee te doen. Wethouder VAN DER HORST verzekert dat in Amsterdam al veel gebeurt op het gebied van circulair bouwen. Ze zal uitzoeken of deze subsidie is afgewogen en waarom ze de subsidie wel of niet aanvragen. Ze komt daar de volgende keer op terug. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit voor een rondvraag. Het lid SCHMIT ziet in de maatschappelijke bv een mooie erkenning van de status van impactondernemers die bijdragen aan een duurzame circulaire economie en die vaak mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek in hun bedrijf geven. De 10 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag maatschappelijke bv is in Europa allang goedgekeurd, maar het duurt lang voordat dit door de Tweede Kamer komt. Hij vraagt de wethouder of zij een signaal wil geven aan de minister van Economische Zaken dat men dit in Amsterdam heel graag wil, met het verzoek of de Tweede Kamer hier wat meer tempo in kan maken. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het wetsvoorstel klaarlag tijdens het vorige kabinet en dat in de internetconsultatie over de conceptregeling een reactie is gegeven vanuit de grote steden. De minister heeft aangegeven dat er dit najaar een brief komt over het rentmeestervennootschap, waarin ook de maatschappelijke bv aan bod komt. Ze wil graag met de minister in gesprek over het belang dat maatschappelijke ondernemers meer mogelijkheden krijgen om hun onderneming ook juridisch vorm te geven, omdat dat ook de basis is om hen weer breder te kunnen herkennen en waarderen. Ze gaat hiermee aan de slag en komt er nog op terug. Daarnaast is in april dit jaar samen met tientallen partners uit heel Nederland de Impactagenda 2030 overhandigd aan de nationale overheid, als oproep om samen door te pakken voor een toekomstbestendige en weerbare economie, inclusief de oproep voor een juridisch raamwerk voor impactondernemingen met een pleidooi voor de maatschappelijke bv. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten voor een rondvraag. Het lid VAN HILTEN kan zich vinden in de wijziging berekeningswijze vastrechttarief drinkwater, maar er is wel een kleine groep bedrijven waar dit leidt tot een explosie van kosten. Het gaat om bedragen van 90 euro die oplopen tot bijna 10.000 euro. Hij vraagt of de wethouder met deze beperkte groep bedrijven in gesprek kan gaan over wat er mogelijk is, aangezien dit een significante impact heeft op de businesscase van deze bedrijven. Wethouder HEINHUIS heeft deze week contact gehad met ORAM en daar werd aangegeven dat dit voor een klein groepje bedrijven een serieuze impact heeft. Aangezien bedrijven voorheen niet betaalden voor de aansluiting is het historisch zo gegroeid dat veel bedrijven een aansluiting hebben die niet past bij hun bedrijfsvoering. Tot 1 oktober kunnen bedrijven aangeven dat ze een andere aansluiting willen, maar die termijn wil ze verlengen tot het eind van het jaar. De paar bedrijven voor wie het echt heel moeilijk is, kunnen zeker met haar in gesprek. Het lid VAN HILTEN heeft begrepen dat een aantal van deze bedrijven hun aansluiting niet kunnen verkleinen omdat ze sprinklerinstallaties of blusinstallaties hebben. Hij vraagt of de wethouder deze veiligheidsoverwegingen bij de gesprekken kan betrekken. Wethouder HEINHUIS bevestigt dat een aantal bedrijven op last van de brandweer extra water moet hebben en dan wordt dat niet betrokken bij het vastrechttarief. Als bedrijven daar op eigen initiatief voor hebben gekozen, dan is het goed om te kijken wat mogelijk is zodat ze niet onnodig te veel betalen. De VOORZITTER schorst de vergadering voor tien minuten. 3. Bespreekstukken Water 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief Wijziging berekeningswijze vastrechttarief drinkwater VN2026-010057 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. 11 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Duurzaamheid en Energietransitie 6. Vaststellen van de Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek Amsterdam VN2026-009037 De VOORZITTER meldt dat de commissie bij dit agendapunt wordt gevraagd om de raad te adviseren over bijgevoegde verordening die producenten van grootschalige elektriciteitsopwekking met zon- of windenergie een inspanningsverplichting geeft om zorg te dragen voor lokaal mede-eigendom. Dit ligt in lijn met het Nederlandse klimaatakkoord, waarin het streven is uitgesproken dat wind- en zonprojecten voor 50 procent in mede- eigendom komen van inwoners en bedrijven in de nabije omgeving van deze projecten. De verordening legt hiertoe een inspanningsverplichting op aan de producent. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten. Het lid VAN HILTEN stelt voor om via de bestaande fondsen van de gemeente, zoals het Duurzaamheidsfonds of het Klimaat- en Energiefonds, al dan niet met een stichting als tussenpersoon, deel te nemen in nieuwe opwekprojecten. Op die manier kunnen de rendementen die voortvloeien uit deze grootschalige opwek met behulp van zo'n stichting ten goede komen aan initiatieven waarmee de netcongestie kan worden aangepakt, de Fixbrigade geholpen kan worden of de isolatie kan worden opgeschaald. Dat lijkt hem de meest pure vorm van lokaal eigendom. Hij hoort graag de reactie van de wethouder hoe zij dat ziet en of dat inderdaad mogelijk is. Hij heeft begrepen dat de wederzijdse verwachtingen van APEC en de gemeente niet goed gelijk oplopen en hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Tot slot vraagt hij of er nog mogelijkheden zijn om de manier van afbakenen van wat lokaal wordt genoemd verder aan te scherpen zodat dit beter aansluit bij het lidmaatschap van energiecoöperaties. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Blaauw. Het lid BLAAUW geeft aan dat de VVD niet kiest voor windturbines binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen, met uitzondering van een beperkt aantal in het Westelijk Havengebied. Op die manier wil de VVD hinder en overlast voor huidige en toekomstige bewoners beperken. Zij zien deze verordening niet als een steunbetuiging aan nieuwe windturbines buiten het Westelijk Havengebied. Wel vindt de VVD het belangrijk dat de positie van direct omwonenden en ondernemers zo goed mogelijk wordt geborgd. Ze kunnen zich vinden in het uitgangspunt dat een grotere groep mensen en ondernemers kan meedoen met lokaal eigendom, maar vinden tegelijkertijd dat de positie van de mensen die de meest directe gevolgen ondervinden ook goed moet worden geborgd. Hij hoort graag van de wethouder of er in de verordening ruimte is om de positie van direct omwonenden en ondernemers te versterken. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar een vorm van meer betrokkenheid en zeggenschap voor mensen die deze projecten in hun achtertuin krijgen, waarbij de suggesties van de inspreker namens APEC kunnen worden meegenomen. Het lid VAN HILTEN is benieuwd wat de VVD van zijn suggestie vindt dat de gemeente al dan niet via fondsen gaat deelnemen aan dit soort projecten, aangezien de VVD van oudsher wat sceptisch is over een overheidsrol bij dit soort projecten. Het lid BLAAUW wil daar graag meer over weten. Ondernemen is een mogelijkheid om winst te maken, maar het is ook een mogelijkheid om verlies te lijden en hij wil graag kijken hoe ze daarmee om zouden kunnen gaan. Het lid VAN MUNSTER hoort dat de VVD tegen windmolens is. 12 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid BLAAUW hoopt dat het lid Van Munster beter heeft geluisterd. Hij heeft gezegd dat ze niet op alle plekken voor windturbines zijn en dat is wat de VVD consequent al jarenlang zegt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER vraagt zich af of met de verordening geen beslissingen worden genomen waarvan later blijkt dat ze te veel beperkingen opleggen. Aan de randen van de stad wonen weinig mensen die mee kunnen doen. Tegelijkertijd zijn er wel veel inwoners die graag mee willen doen met dit soort projecten, maar grootschalige opwek in Amsterdam Centrum is niet mogelijk. Hij is benieuwd of er in de verordening ruimte is om dat goed te kunnen regelen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell. Het lid MCDONNELL concludeert dat in deze verordening het publiek eigendom niet voorop is komen te staan en dat Amsterdam niet verder gaat dan wat het neoliberale kabinet voorschotelt. Slechts 50 procent van de energieontwikkeling komt in lokale handen en mocht een ontwikkelaar het niet redden om in de nabije omgeving daaraan te voldoen, dan is dat na een aantal verplichte vervolgstappen simpelweg pech. In feite worden met deze verordening de publieke voorzieningen alvast in de uitverkoop gezet. Daarom moet deze ondoordachte verordening wat de Partij voor de Dieren betreft terug naar de tekentafel om te zorgen voor echte zeggenschap voor Amsterdammers. Hij is benieuwd naar de suggestie die het lid Van Hilten heeft gedaan en vindt dat een goed idee. Verder vraagt hij de wethouder te reflecteren op haar eerdere uitspraak over een sociale transitie. Hij is benieuwd of deze verordening daaraan voldoet. Daarnaast wil hij weten waarom Amsterdam geen strategie heeft om 100 procent lokaal eigendom mogelijk te maken en waarom een ontwikkelaar meteen mede-eigenaar van een publieke voorziening wordt om zijn risico te compenseren. Er zijn ook andere manieren te bedenken om een ontwikkelaar te compenseren zonder hem eigendom te geven. Hij begrijpt dat het voor de haalbaarheid in de haven goed is als lokale bedrijven deels eigenaar worden, maar hij mist de bewoners in het verhaal. Het haventerrein is gemeentegrond, er is ruim de mogelijkheid om ook bewoners eigenaar te maken en zijn voorstel is om dat te doen. Het lid BENJAMINS vraagt hoe Partij voor de Dieren kijkt naar het feit dat commerciële partijen bij 100 procent lokaal eigendom niets te zeggen hebben, maar wel alle risico's nemen en het merendeel van de opbrengsten aan sturing kwijt zijn. Als commerciële partijen daardoor geen projecten meer opzetten, dan betekent dat ook minder projecten en dus ook minder lokaal eigendom. Het lid MCDONNELL denkt dat er genoeg projecten in Nederland te vinden zijn die 100 procent lokaal eigendom hebben. Amsterdam moet ambitieuzer zijn dan wat het rijk voorschotelt en hij denkt dat ze kunnen streven naar 100 procent. Het lid VAN HILTEN vraagt welke suggesties de Partij voor de Dieren heeft om de verordening te verbeteren. Het lid MCDONNELL noemt ruimere afstandscriteria en hogere percentages in de haven. De raad kan suggesties doen, maar de ambtenaren kunnen daar ook mee aan de slag gaan. Het lid VAN HILTEN merkt op dat de consequentie kan zijn dat energieprojecten niet van de grond komen. 13 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid MCDONNELL gaat ervan uit dat de gemeente beleid kan maken waarmee ze kunnen sturen op zoveel mogelijk eigendom, het liefst 100 procent. Het lid VAN HILTEN acht de kans groot dat de energietransitie stokt als er te veel inspanningen gevraagd worden van energieopwekkende bedrijven. Hij is benieuwd waarom de Partij voor de Dieren tegen de windmolens bij de Noord IJplas is, aangezien dat 100 procent lokaal eigendom is. Het lid MCDONNELL antwoordt dat de Partij voor de Dieren in tegenstelling tot D66 er niet voor kiest om windmolens te plaatsen in een Noorder IJ-plas waar bewoners er last van hebben en het de natuur schaadt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van den Bosch. Het lid VAN DEN BOSCH is tevreden met deze verordening omdat het bouwen van windturbines met nog meer regels alleen maar moeilijker wordt. Hij benadrukt dat de klimaatdoelen niet bereikt worden en dat het niet goed gaat met de energietransitie. Er is nog geen enkel huis van het gas afgehaald, er wordt geen enkele windturbine bijgebouwd en er wordt ook geen enkel zonnepaneel aangelegd. Het lid VAN MUNSTER vraagt of JA21 wel gelooft dat er op dit moment een klimaatcrisis gaande is. Het lid VAN DEN BOSCH antwoordt dat JA21 niet ontkent dat klimaatverandering niet bestaat. Hij begrijpt niet dat het lid Van Munster de procedure nog moeilijker wil maken. De eisen die gesteld worden aan lokaal eigendom maken de transitie moeilijker. Het is logischer om voor grootschalige energieprojecten te werken met grote internationale bedrijven zoals Vattenfall of Shell die internationaal gespecialiseerd zijn in de bouw en aanleg van windturbines. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Benjamins. Het lid BENJAMINS geeft aan dat Volt het doel van deze verordening steunt en groot voorstander is van het idee dat mensen moeten kunnen meeprofiteren van de energietransitie. Wel willen ze het college een spiegel voorhouden over wat lokaal eigendom echt oplevert. Het draagvlak voor nieuwe wind- en zonneparken staat onder druk en lokaal eigendom wordt daarbij vaak gepresenteerd als middel om dat draagvlak te vergroten, omdat mensen zich minder tegen een project zouden keren als zij mede- eigenaar zijn. Die aanname zit ook in deze verordening, maar houdt geen stand. Want uit onderzoek blijkt dat lokaal eigendom weinig verschil maakt voor acceptatie bij direct omwonenden. Ook coöperaties die voor 100 procent eigenaar zijn, krijgen te maken met lokale weerstand. Wat wel het verschil maakt, is een zorgvuldig participatieproces dat begint voordat een project er ligt. Andere vormen van participatie, zoals een omwonendenregeling, een omgevingsfonds en financiële deelname via obligaties, vormen minder risico voor bewoners en laten ook mensen die geen geld hebben om te investeren meeprofiteren. Ze vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken hoe deze andere vormen van participatie kunnen worden gestimuleerd en of zij bereid is bij de toegezegde evaluatie over twee jaar expliciet te toetsen of deze vormen ook daadwerkelijk van de grond zijn gekomen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS deelt het streven naar 100 procent lokaal eigendom met de Partij voor de Dieren. De verordening is een lokale uitwerking van de landelijke wetgeving die de gemeente de ruimte geeft om in ieder geval 50 procent lokaal eigendom als vereiste op te nemen. Als het meer kan, dan wil het college graag meer. Daarbij komt dat 14 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag het huidige landschap voor ondernemers in de energietransitie niet makkelijk is. Het voorstel van Volt om andere vormen van participatie te onderzoeken vindt ze interessant en ook de opmerking dat alleen lokaal eigenaar zijn van een project niet meteen betekent dat er meer draagvlak is, neemt ze ter harte. Deze verordening maakt het mogelijk om mensen die dichtbij wonen te vragen of zij mee willen doen. Dat is belangrijk, omdat de energietransitie inderdaad vooral een sociale transitie is. Daarom is het belangrijk oog te hebben voor mensen die niet dagelijks hiermee bezig zijn, die misschien geen tijd hebben om de krant te lezen en heel andere zorgen hebben. Die inwoners moeten beter worden betrokken en ze moeten de gelegenheid krijgen om mee te doen als er in hun buurt lokale, groene, duurzame energie wordt opgewekt. Dat betekent niet dat het daarmee stopt. In eerste instantie wordt dichtbij gekeken en als dat niet kan, wordt er verder gekeken. De VVD wil alleen windmolens in de haven, maar daar wonen geen mensen en dan maakt het niet zoveel uit wie de eigenaar is. Het lid BLAAUW brengt naar voren dat ondernemers in het havengebied ook onder de doelgroep vallen. Het klopt dat de VVD een andere mening heeft over de Noorder IJ-plas, maar dan nog kunnen ze opkomen voor die mensen die daar wonen. Bewoners die hinder ervaren zouden voorrang moeten krijgen om betrokken te worden. Hij is benieuwd of daar ruimte voor is in de verordening. Wethouder HEINHUIS bevestigt dat met de verordening bewoners in de directe omgeving als eerste aan bod komen. Als zij dat aanbod afslaan, dan wordt vervolgens verder gekeken naar de stad. In het centrum zijn ook veel bewoners die graag willen meedoen en die komen in de tweede slag aan de orde. Het lid MCDONNELL is verheugd dat de wethouder nog achter de sociale transitie staat. Hij wil de wethouder uitdagen om wat creatiever te zijn en niet meteen eigenaarschap af te staan aan private ontwikkelaars. Er zijn ook manieren om vooraf het risico dat deze ontwikkelaars nemen te dekken. Hij vraagt de wethouder na te denken over andere vormen om dit risico te dekken, in plaats van het eigenaarschap af te staan. Wethouder HEINHUIS gaat daar nu niet over nadenken, want ze heeft haast met de energietransitie. Ze maakt zich zorgen over voorstellen van de Partij voor de Dieren die het proces vertragen. Het lid MCDONNELL bestrijdt dat de Partij voor de Dieren het proces wil vertragen. Ze kijken naar verstandige keuzes en de Noorder IJ-plas is geen verstandige keuze. Nadenken over zoveel mogelijk lokaal en publiek eigendom is wel een verstandige keuze en hij betreurt het dat de wethouder daarin geen stappen wil zetten. Wethouder HEINHUIS vindt lokaal en publiek eigendom belangrijk en ze benadrukt dat dit met deze verordening wordt verankerd in de lokale wetgeving. Het is geen probleem als een lid buiten de postcoderoos valt en de verordening schept verplichtingen aan producenten van grootschalige en duurzame opwek, waarbij het mogelijk is dat een energiegemeenschap een producent is. Op deze manier kunnen ook andere mensen meedoen dan alleen degenen die direct in de omgeving wonen. Het voorstel van D66 om als gemeente zelf deel te nemen wordt niet belemmerd door deze verordening en ze vindt het een interessant idee. Wel heeft ze iets meer kleur en uitwerking nodig om dit goed te kunnen beoordelen. Het lid VAN HILTEN hoopt dat hij bij die uitwerking kan rekenen op de medewerkers van de wethouder. Vooruitlopend daarop stelt hij voor om in de verordening een zin op te nemen over deze invulling van lokaal eigendom. Wethouder HEINHUIS herhaalt dat de verordening deze mogelijkheid niet belemmert. De verordening regelt wie dat kan oprichten en dat zou dus ook de gemeente 15 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag zelf kunnen zijn. Ze ziet geen aanleiding om dat nu aan te passen. Er is veel animo bij ondernemers en bewoners om aan de slag te gaan met de energietransitie, maar een voorstel met meer overheidsbemoeienis zal ze niet op voorhand afwijzen. Ze stelt voor om dit op een later moment inhoudelijk te bespreken. Het lid VAN DEN BOSCH vraagt waarom de wethouder de energietransitie met de verordening bemoeilijkt, terwijl ze zegt dat ze haast heeft en meer prestaties wil. Wethouder HEINHUIS ziet niet dat de verordening de energietransitie vertraagt. Ze wijst op gevolgen van de eerdere liberalisering van de energiemarkt en vindt het daarom belangrijk dat lokaal eigenaarschap van het begin af aan goed verankerd wordt met deze verordening. Het lid VAN DEN BOSCH legt de vraag voor welke partij beter en efficiënter is in het bouwen van grootschalige energieprojecten. Zijn dat energiebedrijven zoals Shell en Vattenfall die gespecialiseerd zijn om dit op een hoog tempo te produceren, of is dat een klein clubje inwoners? Wethouder HEINHUIS deelt die tegenstelling niet. Ze ziet veel bewoners die voortvarend aan de slag gaan. De vertraging zit in de landelijke processen en niet zozeer in of het een grote club is of een kleine club. Het lid VAN DEN BOSCH verwijst naar de Monitor Energietransitie 2026 waaruit blijkt dat resultaten uitblijven. Wethouder HEINHUIS beaamt dat er te weinig is gebeurd. Het is niet alleen aan dit college om dat op te lossen. Er zijn heel veel verschillende partijen nodig om de energietransitie te realiseren en JA21 kan erop rekenen dat zij alles op alles zal zetten binnen haar mogelijkheden om die transitie waar mogelijk te versnellen. Het lid BLAAUW is voornemens om een voorstel te doen waarmee de positie van ondernemers die dichtbij zitten beter wordt geborgd. Wethouder HEINHUIS is van mening dat aan die wens van de VVD al tegemoet wordt gekomen met deze verordening die bijdraagt aan 50 procent in die nabije omgeving. Het lid MCDONNELL vindt het bezwaarlijk dat met deze verordening het eigendom van de windmolens in de haven in handen komt van de bedrijven in de haven. Hij vraagt of de wethouder nog wil kijken hoe bewoners in Noord of Geuzenveld daar ook deel van kunnen uitmaken. Wethouder HEINHUIS erkent dat in eerste instantie gekeken wordt naar de directe omgeving. Als er niet voldoende bedrijven zijn die willen meedoen, dan wordt breder in Amsterdam gezocht. De bedrijven in de haven zijn nodig bij de transitie en er zijn al bedrijven die grote stappen nemen. Als bedrijven daarvoor windturbines plaatsen op hun eigen terrein, dan is het logisch dat zij daarvan profiteren. Het lid BENJAMINS vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er andere vormen van participatie worden onderzocht en dat deze worden meegenomen in de evaluatie over twee jaar. Wethouder HEINHUIS kan dat toezeggen. Als commissieleden verdere suggesties of ideeën hebben voor het verbreden van het draagvlak, dan hoort ze dat graag. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 30 september en 1 16 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag oktober 2026. Duurzaamheid en Energietransitie 8. Bespreken van de GGD-jaarrapportage luchtmeetnet 2025 en bijbehorende raadsinformatiebrief VN2026-010050 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Akkermans. Het lid AKKERMANS constateert dat sinds 2010 een halvering te zien is van vervuilende stoffen zoals stikstof en fijnstof. De fractie van de Partij voor de Dieren is blij dat er nu wordt getoetst aan de hand van de nieuwste wetenschappelijk onderbouwde WHO-normen, maar het verdrietige nieuws is dat nog geen enkele norm wordt gehaald. Bij deze onderzoeken is de vraag wat er wel en wat er niet wordt gemeten en het gaat in dit geval specifiek om Schiphol en het Westelijk Havengebied met onder andere ICL. Wat de Partij voor de Dieren betreft hebben bewoners het recht om te weten wat industrie met de luchtkwaliteit doet en heeft de gemeente de plicht zich in te spannen dat ook rondom zware industrie de luchtkwaliteit in de gaten wordt gehouden. De meting van ultrafijnstof rondom Schiphol is per 2026 gestopt, terwijl het juist in deze omgeving belangrijk is om te weten hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is en hoe dit in de loop der tijd verandert. Wat de Partij voor de Dieren betreft moet dit worden voortgezet. Daarnaast ondersteunt de Partij voor de Dieren het verzoek van de inspreker om ook in westelijk Amsterdam Noord een meetpunt te plaatsen, want ook de omwonenden van het Westelijk Havengebied hebben het recht om te weten hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit. Ze vraagt of de wethouder bereid is deze metingen uit te voeren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER is al jaren bezig met de strijd tegen ICL voor de bewoners van Noord. Het was een beetje een déjà vu, want twee jaar geleden heeft hij een motie ingediend voor een luchtmeetpunt in Noord. Destijds werd er gezegd het niet nodig was, maar toen ICL dicht was, bleek dat de bewoners nog meer stankoverlast hadden. Hij wil weten waarom er niet wordt gemeten op de plek waar zware industrie zit, waar Schiphol vlakbij is en waar de ring A10 nabij is. Hij vindt dat een slecht signaal naar de bewoners in Noord. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS begrijpt dat mensen in Noord zorgen hebben. Ze vindt het belangrijk om te melden dat de Omgevingsdienst bij de bron meet en dat uit het gezondheidskundig advies blijkt dat er voor westelijk Noord binnen een straal van 5 kilometer vijf meetstations staan, waarvan vier in Amsterdam en één in Zaanstad. Dat is meer dan in andere gebieden en het is dus niet zo dat er in dit gebied veel minder bekend is dan op andere plekken in de stad. Het kost publiek geld om een meetstation te plaatsen en voordat daartoe wordt besloten is het van belang te onderzoeken of die informatie op een andere manier gemeten kan worden. Dat geldt ook voor Schiphol. Het is goed om te weten wat de luchtkwaliteit is en daarom stelt ze voor om in een gesprek met ambtenaren die hier veel kennis van hebben secuur te kijken naar welke maatregelen bijdragen aan een betere informatiepositie van de bewoners en de gemeenteraad. Het lid VAN MUNSTER is verheugd dat de wethouder inziet hoe zorgelijk de situatie is en bereid is om de situatie in kaart te brengen. Hij wil de handreiking van de wethouder aangrijpen om intern en samen met Adem vrij aan het IJ te bespreken of dit het juiste middel is voor het probleem. 17 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Wethouder HEINHUIS stelt voor om dat gesprek te organiseren, waarbij andere raadsleden uiteraard ook welkom zijn om daarbij aan te sluiten. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026. Duurzaamheid en Energietransitie 16. Bespreken van het voorgenomen besluit van de provinciale staten Noord-Holland een streep te zetten door drie windturbines bij de Noorder IJ-plas VN2026-010777 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van den Bosch. Het lid VAN DEN BOSCH constateert dat er alweer wordt gesproken over deze windturbines. Het is een onderwerp waar geen voortgang in zit en het is inmiddels wel duidelijk dat niemand staat te wachten op de windturbines. De omwonenden, de buurgemeenten en de provincie willen deze windturbines niet, maar het lijkt alsof de wethouder niet begrijpt dat de gemeente pas iets te zeggen heeft nadat het Rijk en de provincie zich hebben uitgesproken. Het lid VAN HILTEN is van mening dat de windmolens van toegevoegde waarde zijn voor de 18.000 woningen in Amsterdam die daarmee van elektriciteit kunnen worden voorzien. Het gaat over het verlichten van het stroomnet en hij begrijpt niet waarom JA21 hier zo moeilijk over doet. Het lid VAN DEN BOSCH zou hier graag op willen reageren, maar het is niet aan de commissie om hier iets over te zeggen omdat in de provincie Noord-Holland een meerderheid tegen is. Het lid VAN HILTEN merkt op dat dit besluit nog voorligt bij de rechter. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het besluit die Provinciale Staten hier genomen hebben politiek gemotiveerd is en niet gaat over verkeersveiligheid. De provincie zou in plaats daarvan de ambitie voor 18.000 woningen en het ontlasten van het stroomnet moeten delen. Het lid VAN DEN BOSCH herhaalt dat de provincie het democratisch recht heeft om die windturbines niet te willen. Dat is een bestuurlijke realiteit die niet doordringt tot in de Stopera. Het lid VAN HILTEN merkt op dat de gemeente het recht heeft om te procederen tegen het besluit van de provincie. Er wordt al meer dan tien jaar door bewoners getrokken aan dit project en het is een mooi voorbeeld van lokaal eigendom. JA21 heeft geen oplossing om de energietransitie verder te helpen en dat is nadelig voor Amsterdam. Het lid VAN DEN BOSCH erkent dat de gemeente hier een rechtszaak over kan starten. Dat doet ze al twaalf jaar lang met keer op keer hetzelfde resultaat. De provincie houdt vol dat ze de windmolens daar niet wil hebben en ze staat daarmee volledig in haar recht, want ze heeft daarvoor een democratische meerderheid. Het lid VAN MUNSTER tekent daarbij aan dat een grote minderheid van partijen in de provincie voor de windmolens is, dat een meerderheid van de Amsterdammers ervoor is en dat er duizenden leden en ondernemers zijn aangesloten bij Amsterdam Wind dat de windmolens wil bouwen. Het is dus niet alsof iedereen tegen windmolens is. Hij vindt het een wonderlijke constatering dat JA21 voortdurend verwijt dat de doelen niet worden gehaald, terwijl ze een van de onderdelen zijn die achter de wagen 18 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag hangen. Deze windturbines zijn een perfect voorbeeld van de sociale energietransitie waarmee de netcongestie wordt aangepakt zodat er woningen en scholen gebouwd kunnen worden. Hij hoopt dat ook de Partij voor de Dieren haar partijgenoten in de provincie erop wijst dat de klimaatcrisis moet worden aangepakt en dat het belangrijk is dat mensen hun energierekening kunnen betalen. Het lid VAN DEN BOSCH kan daar wel inhoudelijk op ingaan, maar dat is zinloos, want aan het eind van de dag zegt de provincie dat ze het niet willen. De wethouder gaat door met haar getouwtrek, maar dat heeft helemaal geen zin. Ondertussen presteert het college bijster weinig, want er wordt geen huis van het gas afgehaald, er wordt geen windturbine gebouwd en er wordt geen enkel zonnepaneel aangelegd. Hij vraagt wanneer deze wethouder en dit college gaan inzien dat de windturbines er ondanks de juridische procedures niet komen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten. Het lid VAN HILTEN hoopt dat de wethouder de rechtsgang rond de procedures kan uitleggen aan het lid Van den Bosch. Daarnaast hoopt hij dat de wethouder kan bevestigen dat zij tot het gaatje gaat om de windturbines te realiseren aan de Noorder IJ- plas. Het gaat om 18.000 woningen en verlichting van het stroomnet. Daar komt bij dat windenergie een noodzakelijke aanvulling is op zonnepanelen. Het lid BLAAUW merkt op dat het aantal van 18.000 woningen een indicatie is en geen vaststaand feit. Daarnaast is het eerlijke verhaal dat buurgemeenten tegen zijn omdat er dan geen woningen kunnen worden gebouwd net over de gemeentegrens. Het lid VAN HILTEN baseert zich op de cijfers die het lid Blaauw ook heeft gezien. Op het elektriciteitsnet werkt het niet zo dat de invoering een-op-een gekoppeld kan worden aan huizen. Het aantal is een indicatie en daar komen nog duizend andere voordelen bij. De planeet wordt gered, het stroomnet wordt beter en het is een aanvulling op zonnepanelen. Dat is wat D66 betreft genoeg om hier mee door te gaan. Het lid BLAAUW vraagt wanneer het lid Van Hilten voor het laatst op de locatie bij de Noorder IJ-plas is geweest. Het lid VAN HILTEN is er recentelijk tijdens een werkbezoek bij de Omgevingsdienst langs gevaren en daarbij heeft hij een uitleg gekregen over het gebied. Het lid BLAAUW heeft de bewoners bij de locatie gesproken en die hebben aangegeven dat de afgelopen drie jaar niemand van de coalitie daar is geweest om met bewoners het gesprek aan te gaan. Er zijn wel degelijk ook bewoners die niet voor windturbines zijn. Hij weet dat de wethouder in haar vorige rol daar is geweest, maar hij is benieuwd wanneer het lid Van Hilten het gesprek heeft gehad met de bewoners en hij hun zorgen heeft meegenomen. Het lid VAN HILTEN heeft geprobeerd in contact te komen met de energiecoöperatie, maar hij is pas net uit de startblokken en zal het gesprek met bewoners zeker aangaan. Hij begrijpt dat het niet fijn is om een windmolen in je gezichtsveld te hebben, maar het is wel heel erg makkelijk om de oren te laten hangen als het ingewikkeld wordt. De aarde warmt op, het stroomnet zit vol, bedrijven staan in de wachtrij. Hij vindt het jammer dat de VVD wegloopt als zich een oplossing aandient. Het lid BLAAUW deelt de zorgen over de opwarming van de aarde en de VVD heeft zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen. Hij zou het waarderen als dat wordt erkend. Daarnaast heeft de VVD eerder al concrete voorstellen gedaan voor meer zon op dak en meer inzetten op isolatie. De VVD loopt dus niet weg. 19 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid VAN HILTEN merkt op dat de landelijke VVD in de vorige kabinetsperiode niet veel stappen heeft gezet tegen de klimaatcrisis. De energietransitie schuurt en vraagt veel van inwoners en dan is het heel makkelijk om te zeggen dat alles maar in de haven moet gebeuren. Tot slot is hij benieuwd of de wethouder het met D66 eens is dat het erg lastig wordt om de doelstelling van 127 megawatt voor windenergie te halen. De Diemerscheg en Weesperkarspel worden ingewikkeld vanwege het plaatsen van een onderstation van TenneT en de locatie Holendrecht wordt ingewikkeld omdat de grondeigenaren niet willen meewerken. Hij vraagt welke actie de wethouder neemt om de doelstelling te halen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER benadrukt dat al decennialang wordt gevraagd om een energietransitie, maar er zijn ook partijen die achter de wagen blijven hangen en geen onderdeel wensen te zijn van de oplossing. Er staan langs de snelweg duizenden billboards van commerciële bedrijven, maar daar hoort hij nooit iemand over. Hij roept de partijen op samen de moeilijke stappen voor de energietransitie te zetten. Het lid BLAAUW herhaalt dat de VVD eerder al de handreiking heeft gedaan met alternatieve oplossingen. Hij vraagt of het lid Van Munster bereid is om te kijken of de windturbines in de haven kunnen komen, of op een andere plek dan de Noorder IJ-plas. Het lid VAN MUNSTER herinnert eraan dat de VVD is gevraagd om in Den Haag aan te dringen op een Luchthavenindelingbesluit, zodat de windturbines in de haven geplaatst kunnen worden. Dat is niet gebeurd. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS verbaast zich over hoe vaak JA21 nee zegt. Ze roept deze partij op om onderdeel te worden van de oplossing. Er is door de provincie een verklaring van geen bezwaar geweigerd. De weigeringsgrond was de verkeerssituatie bij het Coenplein. De weigeringsgrond was niet de woningbouw, zoals gesuggereerd werd, en er zijn zelfs allerlei rapporten die aantonen dat woningbouw versneld kan worden omdat het stroomnet wordt verlicht. Naast het advies van Rijkswaterstaat over de verkeerssituatie zijn er ook twee andere adviezen waarin heel duidelijk wordt gemaakt dat met een aantal simpele maatregelen de verkeersrisico's gemitigeerd kunnen worden. Dat is waarom ze de weigeringsgrond die de provincie heeft gekozen onbegrijpelijk heeft genoemd. Het college procedeert alleen na een zorgvuldige overweging. Ze betwijfelt of de grond die de provincie deze keer aanvoert wel standhoudt en dat is waarom de gemeente een uitspraak vraagt bij de hoogste rechter. Ze vindt 18.000 huishoudens die voorzien kunnen worden van groene en betaalbare energie een logische oplossing en ze vindt het zonde dat zoveel partijen ervoor kiezen om die oplossing te blokkeren. Het lid VAN DEN BOSCH herinnert de wethouder aan haar uitspraak over politieke spelletjes van de provincie. Hij vindt dat de provincie gebruikmaakt van haar democratische recht om ergens tegen te zijn. Hij is benieuwd of een wethouder die meermaals het volledige juridische apparaat uit de kast heeft getrokken ten koste van duizenden euro's gemeenschapsgeld om het democratische recht van de provincie te omzeilen, een politiek spelletje speelt. Wethouder HEINHUIS herhaalt dat de gemeente door de rechter in het gelijk is gesteld en dat de provincie daar hoger beroep tegen heeft aangetekend. De gemeente gaat de nieuwe weigering van de provincie betrekken bij die volgende hogere beroepszaak omdat zij duidelijkheid wil. 20 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid VAN DEN BOSCH vraagt of de wethouder verwacht dat de provincie, die keer op keer nee heeft gezegd en die motivering steeds heeft aangepast, nu ineens wel voor de windturbines zal zijn. Wethouder HEINHUIS antwoordt dat het voor de voortgang van dit project belangrijk is om bij de rechter te toetsen of de weigeringsgronden van de provincie standhouden. Als die geen standhouden, dan kunnen ze verder met dit project. Daar komt bij dat voor één windturbine een andere route geldt en die kan ongeacht de uitspraak van de rechter hierover doorgang vinden. Het lid VAN HILTEN herhaalt zijn vraag aan de wethouder over hoe de ambitie van 127 megawatt in 2030 gehaald kan worden. Wethouder HEINHUIS erkent dat het een uitdaging is om die 127 megawatt te halen. Er wordt druk gekeken wat er mogelijk is bij verschillende locaties. Er wordt maximaal ingezet op het halen van de ambitie en de raad wordt hiervan op de hoogte gehouden. Het lid VAN HILTEN vraagt of de wethouder in aanloop naar de behandeling in november inzichtelijk kan maken bij welke zoekgebieden er marges zijn, waar de risico's zitten en hoe het gat gedicht kan worden. Wethouder HEINHUIS begrijpt die behoefte, maar er is nog sprake van onzekerheden, zoals bijvoorbeeld het Luchthavenindelingbesluit. Ze zal de raad meenemen in de inschatting die ze kan maken. De discussie wordt gesloten. Groen en Buitenspelen 11. Bespreken van Het Grote Amsterdamse Buitenspeeladvies voor de kleine Amsterdammers van de Sportraad Amsterdam, de bestuurlijke reactie en de aanvullende reactie van de Sportraad VN2026-010054 De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Janssen van de Sportraad Amsterdam om het advies toe te lichten. Mevrouw JANSSEN geeft aan dat het advies dat de Sportraad Amsterdam ruim een jaar geleden aan de raad heeft aangeboden, een advies is dat vooral gaat over de toekomst van de stad. Voor kinderen is het essentieel om te bewegen, vaardigheden te ontwikkelen, samen te spelen en zelfstandig hun omgeving te ontdekken. Buitenspelen is meer dan alleen een leuke middag in de speeltuin en ieder kind heeft recht op buitenspelen, zoals vastgelegd in artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag. Kinderen spelen echter steeds minder buiten en dat geldt nog sterker voor stedelijke gebieden zoals Amsterdam. De komende jaren groeit en verdicht de stad in hoog tempo door en daarom is het des te belangrijker dat speelruimte niet bij iedere ruimtelijke ontwikkeling opnieuw ter discussie staat. In nieuwbouwwijken zoals Amstel III in Zuidoost, de NDSM- werf in Noord en Weespersluis in Weesp worden bestaande normen niet altijd nageleefd en speelruimte wordt bij bezuinigingen of ruimtegebrek vaak als eerste geschrapt. Ook bestaande speelplekken zijn momenteel niet gevrijwaard van andere ruimteclaims of van gevreesde klachten over het geluid van spelende kinderen. De rekenkamer en de kinderombudsman wezen de raad vorig jaar ook op de knelpunten rond het buitenspelen en het belang om kinderen beter te betrekken en tegelijkertijd trokken bewoners bij de Sportraad aan de bel over speelplekken die dreigden te verdwijnen. Die signalen zijn samengebracht in dit advies dat naast veel positieve reacties ook landelijke en zelfs internationale media-aandacht kreeg. Ze is verheugd dat 21 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag het nieuwe college buitenspelen zo nadrukkelijk op de agenda heeft gezet. Een wethouder Buitenspelen en de ambitie voor een stedelijk actieplan zijn belangrijke stappen. Het advies bevat twaalf aanbevelingen die een eerste basis leggen voor een ambitieus speelbeleid dat aansluit bij de behoeften van kinderen en bij een stad als Amsterdam. Voor het actieplan licht ze daar drie zaken uit die wat de Sportraad betreft in ieder geval moeten worden meegenomen. Ten eerste mogen bestaande speelplekken in een verdichtende stad niet steeds opnieuw ter discussie staan. Het belang van spelende kinderen moet daadwerkelijk worden meegewogen en speelruimte moet waar nodig juridisch worden beschermd. Ten tweede moet buitenspelen vanaf het begin onderdeel zijn van de ruimtelijke ontwikkeling, niet door achteraf een speeltoestel te plaatsen op het stukje ruimte dat overblijft, maar door vanaf de tekentafel te zorgen voor voldoende kwalitatief goede en bereikbare speelruimte. Ten derde moet de verantwoordelijkheid ook ambtelijk goed worden georganiseerd. Buitenspelen raakt veel verschillende beleidsterreinen en als verantwoordelijkheden versnipperd blijven, kan de nieuwe ambitie alsnog vastlopen in de uitvoering. Er is daarom ook een herkenbare plek nodig in de ambtelijke organisatie, met expertise en mandaat om deze beleidsterreinen te verbinden. Over twintig jaar zullen kinderen zich niet herinneren welke besluiten deze raad heeft genomen, maar de gevolgen ervan wel. Ze vraagt de raad om zich de komende jaren onverminderd hiervoor te blijven inzetten. De Sportraad denkt graag mee over de verdere uitwerking van het actieplan en stelt daarvoor ook graag haar kennis, advies en netwerk beschikbaar. Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ vraagt in hoeverre de Sportraad heeft gekeken naar kinderen met een beperking en of ze daar nog kansen ziet, met wellicht voorbeelden uit het buitenland of andere steden. Mevrouw JANSSEN antwoordt dat er in het advies van de Sportraad niet alleen een kwantitatieve norm moet zijn, maar ook een kwalitatieve norm die breder is dan alleen kinderen met een beperking. In de basis is er meer nodig om ervoor te zorgen dat een speelplek een plek is waar alle kinderen kunnen meedoen. Dat heeft te maken met de inrichting, de omgeving en de programmering daaromheen. In die norm moet ook rekening worden gehouden met inclusiviteit, ook als het gaat om kinderen met een beperking. Ze is daarom verheugd dat Amsterdam samen met Jantje Beton werkt aan de SamenSpeelBelofte. Het is daarbij belangrijk om aan te sluiten bij de infrastructuur en de kennis die er al in de stad is, bijvoorbeeld bij scholen voor speciaal onderwijs, en dat dit soort plekken in de omgeving van die scholen wordt gerealiseerd, zodat die kinderen over de dag heen voldoende tot buitenspelen kunnen komen. Het lid VEENHOFF vraagt of mevrouw Janssen nog iets meer kan uitweiden over informele speelplekken. Mevrouw JANSSEN legt uit dat informele speelplekken belangrijk zijn omdat kinderen naarmate ze ouder worden meer ruimte krijgen om op pad te gaan in de wijk. Dat hangt samen met het veiligheidsgevoel van de ouders en daarom is het voor jonge kinderen belangrijk dat zij kunnen spelen in een informele ruimte waar zicht op is, zoals een stoep of een grasveld. Dat kan bijvoorbeeld door straten tijdens bepaalde periodes af te sluiten. Het gaat erom dat de omgeving op die manier wordt ingericht en dat vraagt ook om verbinding in de ambtelijke organisatie. De VOORZITTER bedankt mevrouw Janssen voor de toelichting op het advies en haar komst naar de commissie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Breure-Kirmiziyüz. Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ is verheugd dat er een wethouder Buitenspelen is. Als er wordt nagedacht over buitenspelen en daar een actieplan voor wordt opgesteld, 22 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag dan moet dat voor alle kinderen gelden. In de brief van de wethouder wordt gerefereerd aan de SamenSpeelBelofte, maar ze vraagt zich af hoe serieus de gemeente hierin is. Buitenspelen werkt voor alle kinderen en ook voor kinderen met een beperking is het enorm belangrijk en juist ook in de eigen buurt. De inclusieve samenleving moet terugkomen in het onderwijs en in de samenleving en dat begint met spelen. Ze vraagt hoe de wethouder inclusiviteit meeneemt in het actieplan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF vindt het een serieus onderwerp en ze hoopt op de interesse en inspanning van alle raadsleden. Ze is het grotendeels eens met de reactie van het college, maar wat mist vragen over de bestaande schoolpleinen, want daar is nog wel een wereld te winnen. Dat geldt ook voor binnentuinen bij woningcorporaties en allerlei braakliggende terreinen waar nog niet gebouwd wordt. Ze is benieuwd of de wethouder daar nog mogelijkheden ziet. Het lid DETERINK vraagt hoe de inbreng van het lid Veenhoff zich verhoudt tot het standpunt van PRO dat een voetbalkooi en een jeu-de-boulesbaan in West weg moesten vanwege overlast. Het lid VEENHOFF heeft nooit gezegd dat de voetbalkooi weg moest en die situatie was iets gecompliceerder dan het lijkt. Het lid DETERINK is voorstander van speelgelegenheden, maar dat komt ook met overlast. Hij is benieuwd naar het standpunt van PRO daarin als zo'n vraag op tafel komt bij een stadsdeelcommissie. Het lid VEENHOFF vindt dat geluid van spelende kinderen erbij hoort. Het lid DETERINK weet dat nog veel binnentuinen toegankelijk gemaakt kunnen worden voor vergroening en speelterreinen voor kinderen. Hij kijkt uit naar de samenwerking daarbij met het lid Veenhoff. Het lid VEENHOFF heeft nog wel zorgen over het onderhoud en ze vraagt of de staat van sommige speelplekken valt onder het beleid sober. Daarnaast wil ze graag geïnformeerd worden over de speeltuin van het Vendelhof waar de inspreker aandacht voor heeft gevraagd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Benjamins. Het lid BENJAMINS benadrukt dat buitenspelen waardevol is voor kinderen die thuis geen ruimte hebben om te spelen, kinderen die geen toegang hebben tot een sportvereniging omdat de contributie te hoog is, of kinderen die in de zomer niet op vakantie kunnen gaan. De ruimte in Amsterdam staat onder druk, maar in dichtbevolkte wijken is informele speelruimte belangrijk en dat draagt ook bij aan kansengelijkheid. Als Europese partij onderschrijft Volt de aanbeveling om te leren van andere steden en voorbeelden zoals de speelstraat vindt ze inspirerend. Ze vraagt of de wethouder bereid is om met een samenhangende aanpak te komen voor informele speelruimte in het aangekondigde stedelijke actieplan. Daarnaast blijft het onduidelijk hoe de positie van spelende kinderen wordt geborgd bij conflicten over geluidsoverlast en dat doet haar denken aan het agent-of- change-principe. Als er iets nieuws wordt toegevoegd aan een omgeving, moet de initiatiefnemer rekening houden met wat er al is. De initiatiefnemer van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om mogelijke hinder voor de bestaande omgeving te beperken, in plaats van dat de bestaande omgeving zich moet aanpassen. Ze vraagt of de wethouder bereid is om in het actieplan ook te onderzoeken hoe de positie van bestaande speelplekken beter kan worden 23 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag geborgd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en daarbij ook het agent-of-change-principe als mogelijke inspiratie mee te nemen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS heeft grote ambities om de stad veiliger voor kinderen te maken. De schaarse ruimte moet verdeeld worden met oog voor iedereen in deze stad. Er zijn 1.800 speelplekken en ze kan het lid Breure-Kirmiziyüz niet beloven dat die over vier jaar allemaal inclusief zijn. De ambitie heeft ze wel en sinds ze is aangetreden als wethouder heeft ze een aantal goede gesprekken gevoerd met betrokken mensen die speeltuinen hebben opgericht en waarvan ze de komende jaren verder wil leren. Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ vraagt of inclusiviteit wel een basisuitgangspunt van het actieplan wordt. Ze wijst daarbij op het handvest van de VNG. Wethouder HEINHUIS ziet het advies van de Sportraad als een uitnodiging om de aanbevelingen te verwerken in de Agenda Buitenspelen. Als inclusiviteit vanaf het begin wordt meegenomen, dan voorkomt dat hoge kosten achteraf, dus dat uitgangspunt neemt ze mee. Hetzelfde geldt voor schoolpleinen en binnenruimtes waar het lid Veenhoff naar verwees en voor voorbeelden uit het buitenland waar Volt over sprak. Ze ziet deze opdracht als een hele serieuze zaak en de aanbevelingen die ze vandaag heeft gehoord neemt ze mee, met dank aan de Sportraad. Het lid BENJAMINS vraagt of haar vragen nog beantwoord kunnen worden. Wethouder HEINHUIS geeft aan dat ze de informele ruimte in haar plan betrekt. Het lid VEENHOFF herhaalt haar vragen over onderhoud en ongelijk investeren. Wethouder HEINHUIS vraagt zich ook af of het onderhoud van sommige speelplekken valt onder sober. Ze kan het onderhoudsniveau nu niet verhogen, maar ze wil onderzoeken of een speeltuinbrigade, zoals die in Nieuw-West is gestart, ingezet kan worden om bij kleine vragen sneller te kunnen reageren. Het kan niet zo zijn dat de buurt waar je woont impact heeft op hoe mooi de speeltuin eruitziet. Dat vraagt om ongelijk investeren en dat neemt ze verder mee in de uitwerking. De discussie wordt gesloten. Water 9. Bespreken van de Rapportage beheer en telling damherten 2024-2025 VN2026- 009282 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Akkermans. Het lid AKKERMANS constateert dat er in totaal 20.969 damherten zijn afgeschoten in de Waterleidingduinen sinds het actieve beheer is gestart in 2015. Dat zijn onvoorstelbaar veel dieren die een kogel kregen, vaak ook expres zwangere hindes zodat de jager er twee voor de prijs van één kreeg. Dit afschot is pijnlijk omdat onderlinge relaties worden verscheurd en omdat er nauwelijks natuurlijke selectie plaatsvindt. Binnen het huidige faunabeheerplan betekent het halen van de gewenste groepsgrootte nog steeds niet het einde van het afschot. Het afgelopen jaar zijn bijna 2.000 damherten afgeschoten. Oorspronkelijk zou er in 2027 een nieuw faunabeheerplan komen voor de Waterleidingduinen en dat was een mooie kans om als gemeente diervriendelijker te handelen. De resultaten van de onderzoeken naar alternatieven voor 24 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag afschot zijn veelbelovend en daarmee lijkt een faunabeheerplan zonder afschot binnen handbereik te komen. Het huidige faunabeheerplan blijft echter langer geldig, in afwachting van de benodigde ontheffingen om ook in het nieuwe plan afschot voor deze beschermde dieren mogelijk te maken. De Partij voor de Dieren vindt het onbegrijpelijk dat een college dat zegt een diervriendelijke stad te willen zijn en in de Agenda Dieren afschot als laatste redmiddel beschrijft, niet alles op alles zet voor een toekomst zonder slachtoffers. Ze vraagt of de wethouder bereid is bezwaar te maken tegen de aanvraag van deze ontheffingen. Het goede nieuws is dat de wolf steeds verder naar het westen trekt en inmiddels gespot is in het Gooi. De uitnodiging aan de wolf van wethouder Van der Horst is al ruimschoots in de kranten geciteerd, maar de vraag is wat dit college concreet gaat doen om de wolf ook daadwerkelijk een warm welkom te heten in de Waterleidingduinen. Ze is benieuwd hoe de voorbereiding van Waternet er precies uitziet en vraagt of de wethouder een lobby kan starten voor het snel verbinden van natuurgebieden om een groene loper voor de wolf uit te rollen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Jong. Het lid DE JONG merkt op dat er al bijna 30 jaar wordt gediscussieerd over de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. In 2025 zijn 987 damherten geteld, waarmee de totale afgesproken streefstand vrijwel is bereikt, de landbouwschade is verdwenen en het aantal aanrijdingen sterk is afgenomen. Dit zijn wat PRO betreft relevante resultaten van het gevoerde beleid en beheer, maar het herstel van hoge kruiden, bosverjonging en insecten is nog niet voldoende. Daarnaast ligt het aantal damherten in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland nog boven het streefgetal en wordt er voor Boswachterij De Noordwijk nog een beheeropgave berekend. Ze vraagt of die resterende opgave voortkomt uit een onzekerheidsmarge in de telling, uit het voortzetten van bestaand beleid, of uit een harde ecologische noodzaak. Ze begrijpt de principiële positie van de Partij voor de Dieren dat het doden van individuele dieren niet zomaar kan worden geaccepteerd, maar de raad moet tegelijk ook verantwoordelijkheid nemen voor het hele ecosysteem. Als overbegrazing aantoonbaar natuurherstel belemmert, dan kan dat wat PRO betreft niet worden genegeerd. PRO Amsterdam geeft uit principe geen blanco cheque voor afschot, maar geeft ook geen automatische afwijzing van de voorgestelde voortzetting van het huidige beleid. Het lid AKKERMANS vraagt of PRO Amsterdam het met de Partij voor de Dieren eens is dat in het nieuwe faunabeheerplan afschot niet meer mogelijk moet zijn. Het lid DE JONG antwoordt dat voor PRO afschot afhangt van ecologische noodzakelijkheid. Het lid AKKERMANS concludeert dat wat PRO Amsterdam betreft ook de komende jaren er geschoten wordt in de Waterleidingduinen. Het lid DE JONG antwoordt dat PRO Amsterdam vindt dat er aanleiding is om te herzien of afschot nodig is en dat de partij daar alleen voor is als het absoluut ecologisch noodzakelijk is. Nu de streefstand nagenoeg is bereikt, moet er worden toegewerkt naar minimaal noodzakelijk beheer met een duidelijk afbouwplan en criteria voor vermindering of gehele beëindiging van afschot. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar het aantal damherten, maar ook naar dierenwelzijn, valwild, aanrijdingen en bovenal biodiversiteit en natuurherstel. Het college stelt voor om niet langer jaarlijks aan de raad te rapporteren, tenzij zich grote veranderingen voordoen, maar dat is juist nu niet vanzelfsprekend. De beheerperiode wordt mogelijk verlengd en er wordt gewerkt aan een nieuw faunabeheerplan en dan is het belangrijk dat de raad kan volgen wat er gebeurt en op welke basis deze keuzes worden gemaakt. Ze vraagt de wethouder de plannen voor de resterende beheeropgave en de onzekerheidsmarge daarbinnen nader toe te lichten. 25 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Daarnaast is ze benieuwd of het onderzoek naar alternatieven waarom in 2023 is gevraagd, inmiddels is uitgevoerd en is betrokken bij de voorbereiding van het nieuwe faunabeheerplan. Tot slot vraagt ze of het college bereid is de raad de komende jaren periodiek te blijven informeren over tellingen, afschot, valwild, natuurherstel en dierenwelzijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de beantwoording. Wethouder HEINHUIS legt uit dat de rapportage beheer en telling damherten is opgesteld vanwege een ecologische noodzaak. Daaruit blijkt dat ook na het bereiken van de streefstand populatiebeheer noodzakelijk zal blijven. De alternatieven worden betrokken bij het nieuwe plan, maar die voorstellen zijn vaak geen reële alternatieven. Er zijn indicaties dat de wolf mogelijk naar dit gebied komt, maar ook daarvan is het nog onzeker wat de gevolgen zullen zijn. Het is niet gezegd dat daarmee alles meteen in orde komt. Waarschijnlijk blijft faunabeheer ook dan nog noodzakelijk. Het lid AKKERMANS merkt op dat met dat faunabeheer geen robuust systeem wordt gecreëerd waarin het ecosysteem zichzelf in stand kan houden. Wethouder HEINHUIS antwoordt dat in dit gebied de populatie zo groot is dat zonder ingrijpen geen evenwichtig systeem bereikt kan worden. Populatiebeheer zal ook na het bereiken van de streefstand noodzakelijk zijn. Het effect van de begrazing op de biodiversiteit wordt doorlopend onderzocht met de betrokken partijen en de uitkomst daarvan wordt door de provincie meegenomen bij het vaststellen van het plan vanaf 2027. De raad ontvangt hierover jaarlijks een rapportage die ook geplaatst op de website van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Het lid DE JONG vraagt of daarmee de rapportage aan de raad hetzelfde blijft. Wethouder HEINHUIS antwoordt dat de raad jaarlijks de raadsinformatiebrief ontvangt, waarbij de telling en de informatie die op die website staan worden betrokken. Het lid AKKERMANS vraagt of het mogelijk is om in aanloop naar het nieuwe faunabeheerplan een scenario uit te werken waarin afschot niet wordt meegenomen en waarin gekeken wordt naar welke maatregelen mogelijk zijn om de natuur te beschermen zonder onnodig dierenleed te veroorzaken. Wethouder HEINHUIS antwoordt dat de maatregelen een positief effect hebben op de biodiversiteit in het gebied en dat betekent dat faunabeheer noodzakelijk blijft. Het lid AKKERMANS merkt op dat een gezonde biodiversiteit ook behaald kan worden met damherten in het gebied. Wethouder HEINHUIS legt uit dat het beheerplan wordt opgesteld door Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. De alternatieven worden onderzocht maar die bieden vooralsnog geen voldoende mogelijkheden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026. Afval en Reiniging 12. Bespreken van de jaarlijkse rapportage voortgang aanpak overlast ratten VN2026-010046 26 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. 13. Bespreken van de afdoening toezegging fixbrigades voor ratten VN2026-010047 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. De VOORZITTER schorst de vergadering to 19.30 uur. Voorzitter: het lid Aslami De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.30 uur. Economische Zaken (incl. Circulaire Economie) 3. Vaststellen van 29 verordeningen voor bedrijveninvesteringszones 2027 (VN2026- 008837) De VOORZITTER meldt dat de raad wordt gevraagd om acht nieuwe bedrijveninvesteringszones (BIZ) in te stellen en 21 bestaande BIZ’en te verlengen. In een BIZ bepalen ondernemers samen wat de ambities en doelstellingen binnen de zone zijn, welke financiële bijdrage de ondernemers hiervoor leveren en hoe dit geld besteed wordt. De raad is bevoegd om BIZ’en in te stellen en in te trekken. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk. Het lid WEENK constateert dat Amsterdam bijna honderd BIZ'en heeft. Dat zijn groepen ondernemers die zien wanneer een lantaarnpaal het al weken niet doet, wie er 's nachts rondhangt bij een leegstaand pand en waar het vuilnis zich opstapelt. Het zijn onmisbare ogen en oren in de stad. Het college geeft aan dat het met BIZ'en samenwerkt, maar hij hoort andere geluiden. BIZ'en worden niet betrokken bij de stukken die over hun gebied gaan, niet bij het beleid dat over ondernemers wordt geschreven en niet bij het benoemen van uitdagingen en kansen in hun straat. BIZ’en zitten ook niet aan tafel als het gaat over de koers van hun buurt. Daarnaast vertellen ondernemers dat zij inmiddels een groot deel van hun tijd besteden aan werk dat de gemeente eigenlijk zou moeten doen. In de uitvoeringsovereenkomst belooft de gemeente iedere BIZ een schone, hele en groene straat op niveau B. Als BIZ'en dat gat nu zelf opvullen, dan betalen zij eigenlijk een heffing voor een belofte die de gemeente niet nakomt. Ondernemers organiseren zich, nemen verantwoordelijkheid en vragen daar weinig voor terug. Het minste wat het bestuur voor hen kan doen is met elkaar overleggen hoe ze de stad nog mooier. Hij vraagt de wethouder of zij het geluid van BIZ-managers herkent dat zij niet worden betrokken bij het beleid over hun eigen gebied. Daarnaast wil hij weten of de wethouder bereid is een structureel overleg op te zetten met de verschillende BIZ'en in de stad om te praten over beleid dat hen zelf daadwerkelijk raakt. Hij is benieuwd of de gemeente niveau B op dit moment haalt, of dat hulp van de BIZ'en hierbij onvermijdelijk is. Gezien het feit dat BIZ'en qua aantallen achterlopen in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord, vraagt hij hoe de wethouder ervoor kan zorgen dat ook hier genoeg BIZ'en komen, inclusief een beeld en tijdpad daarvoor. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT stelt dat hoe meer ondernemers verenigd zijn, hoe meer zij een gesprekspartner kunnen zijn voor de overheid en hoe beter de overheid een bondgenoot kan zijn voor de ondernemers en ondernemersverenigingen. Tijdens een bijeenkomst met BIZ'en en winkelstraatmanagers raakte hij geïnspireerd door de passie voor de 27 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag winkelstraat, de kennis en de wil om samen te werken. Het is goed dat er meer BIZ'en komen, maar het budget voor de ondersteuning van de BIZ'en blijft gelijk, waardoor de bijdrage per BIZ omlaag gaat. Hij is benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. De gemeente int de BIZ-bijdrage van 2,5 procent bij de ondernemersverenigingen en dat komt voor een gemiddelde ondernemersvereniging neer op 7.500 euro. Hij is benieuwd of die bijdrage kostendekkend is, of dat daar nog ruimte in zit. De winkelstraatmanagers hebben aangeboden mee te denken met de Aanpak Binnenstad en het zou goed zijn als winkelstraatmanagers daar proactief bij worden betrokken, zodat hun ideeën kunnen worden meegenomen. Ondernemersverenigingen zetten zich vaak in voor schone straten en werken mee aan circulaire afvalinzameling. Het college moet daarom voordat het zelf iets gaat doen, kijken wat het samen met de ondernemersverenigingen kan doen, want die staan te trappelen om met de gemeente samen te werken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat in het coalitieakkoord extra aandacht wordt besteed aan BIZ'en en dat hiervoor extra geld is gereserveerd omdat het aantal BIZ'en groeit. Ze is voornemens stadsdeelbestuurders te vragen om op een structurele manier beter invulling te geven aan het overleg met BIZ'en, zodat signalen nog beter kunnen worden opgehaald. Eind oktober gaat ze met de BIZ'en in gesprek om allerlei zaken te bespreken en te horen wat er speelt. Soms willen BIZ'en meepraten over beleidskeuzes, maar heel vaak gaat het over praktische zaken. Ze wil het gesprek wel intensiveren, maar ze wil niet onnodig veel gesprekken optuigen. Het lid WEENK is het met de wethouder eens dat het overleg zowel over praktische zaken als over beleidszaken gaat. Wethouder VAN DER HORST gaat ervan uit dat stadsdeelbestuurders bij projecten met ondernemers moeten overleggen. Op dit moment wordt niveau B met 80 procent schoon gehaald en daar wordt door de gemeente op ingezet. Daarbij is samenwerking van belang omdat ondernemers zelf soms een business hebben die vervuiling veroorzaakt. Dan is het belangrijk de 25-meterregel uit te voeren en daarop te handhaven. De vraag over schone straten neemt ze mee in het gesprek met de BIZ'en. Er is veel inzet gepleegd om de organisatiegraad in Nieuw-West, Noord en Zuidoost te verhogen en dat heeft vruchten afgeworpen. In Noord starten nu de eerste twee BIZ'en, maar het is een kwestie van de lange adem en de vraag moet van de ondernemers zelf komen. Er is 300.000 euro beschikbaar en daarnaast is er ook nog 2,3 miljoen euro van de subsidieregeling Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken waar BIZ'en ook aanspraak op kunnen maken. De 300.000 euro is bedoeld om de groei van het collectief ondernemen te stimuleren. Dit budget is voldoende, mede vanwege de andere regelingen voor concretere zaken. De 2,5 procent vindt ze een redelijk bedrag omdat de gemeente de BIZ-plannen toetst, de bezwaar- en beroepsprocedures behandelt, de invordering afhandelt en belastingaanslagen en WOZ- beschikkingen verstuurt. Winkelstraatmanagers en BIZ-managers worden zeker betrokken bij de nieuwe Aanpak Binnenstad. Om de ondernemers te informeren over de 25-meterregel zijn er activatieteams die in gesprek gaan met ondernemers en folders en grijpers uitdelen. Voor het handhaven op die regel wordt THOR ingeschakeld. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gehamerd kan worden in de gemeenteraad van 30 september en 1 oktober 2026. Economische Zaken (incl. Circulaire Economie) 4. 28 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Bespreken van de raadsinformatiebrief over de resultaten van Amsterdam Trade en Invest en IN Amsterdam 2025 VN2026-010052 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN wil bespreken hoe Amsterdammers kunnen profiteren van de economie. In de brief staat veel over het aantrekken van internationaal talent en hij denkt dat dat op zichzelf best belangrijk kan zijn, maar hij ziet ook veel nadelen. Internationale talent heeft belastingvoordelen en dat leidt tot steeds meer druk op de woningmarkt, waardoor de stad nog veel duurder wordt voor Amsterdammers. Hij vraagt de wethouder welke maatregelen worden en kunnen worden genomen om deze nadelen te mitigeren. Amsterdam is aantrekkelijk voor internationale bedrijven en het college zegt niet de middelen te hebben om te kiezen welk soort bedrijf zich hier vestigt. Daarom wil hij weten welke voorwaarden aan deze bedrijven gesteld kunnen worden en welke middelen er zijn om die voorwaarden uiteindelijk af te dwingen. Specialistisch talent is nodig, maar het talent dat in Nederland al aanwezig is, mag niet worden miskend. Nederland heeft de beste universiteiten, goede hogescholen en veel mensen die graag een bijdrage willen leveren aan de economie, zelfs als minister Brekelmans daar soms anders over denkt. De vraag is hoe er kan worden geïnvesteerd in het Amsterdamse talent. Daarvoor komt de SP met een motie en op basis van de antwoorden van de wethouder wordt bekeken hoeveel ruimte daarvoor is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk. Het lid WEENK stelt dat er gigantisch veel talent uit Europa en van ver daarbuiten naar Amsterdam komt en hij vindt dat dat actief gestimuleerd moet worden. De brief citeert uit het rapport Wennink als het gaat over sterke ecosystemen en toegang tot talent. Datzelfde rapport beveelt ook een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) aan en sinds deze week is bekend dat het NADI start met 500 miljoen euro en dat de overheid de rol kan pakken als launching customer voor innovatieve bedrijven. Amsterdam met bedrijven als Norrsken House, De Steck en Mindbase en een bestaand ecosysteem van kennisinstellingen zou een goede locatie zijn voor dit agentschap. Hij is benieuwd of het college het NADI naar Amsterdam wil halen. Daarnaast wil hij weten of de wethouder de lijn van het NADI wil oppakken en Amsterdam zelf als launching customer voor innovatieve bedrijven wil neerzetten. Hij vraagt wat de stad bereid is neer te leggen om het NADI hier te krijgen, niet per se in geld, maar ook in ruimte en kansen, zoals een proeftuin op het Marineterrein of de mogelijkheid om te experimenteren met een autonome boot van het Centraal Station naar het Marineterrein. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat internationaal talent via de bedrijven naar de stad komt. Het aantal is de afgelopen jaren afgenomen, maar ze blijven wel langer. IN Amsterdam richt zich op het laten thuis voelen van internationals in de stad, waarbij nu ook meer wordt ingezet om partners van deze mensen te begeleiden naar werk in sectoren met tekorten, bijvoorbeeld de zorg. Bedrijven die passen in de stad en die een maatschappelijke waarde toevoegen aan de stad worden geholpen als zij zich willen vestigen in Amsterdam. Het lid DELSEN herhaalt dat hij met name benieuwd is welke betekenis de economie heeft voor Amsterdammers. Daarnaast heeft hij gevraagd hoe ervoor gezorgd kan worden dat internationale bedrijven meer kiezen voor Amsterdams talent. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij geen voorwaarden kan stellen aan welke mensen de bedrijven aannemen. Als ze ervoor zorgen dat er voldoende talent in Amsterdam is, dan hoeven de bedrijven niet naar het buitenland te kijken. Daarom 29 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag wordt door het college ingezet op het laten ontwikkelen van eigen talent door opleidingen, maar ook door stages bij die internationale bedrijven. Het lid DELSEN vraagt of de wethouder een voorbeeld kan noemen van hoe die stimulans werkt. Wethouder VAN DER HORST zegt dat de gemeente ervoor kan zorgen dat de bedrijven en kennisinstellingen goed met elkaar in verbinding staan, zodat het logischer is om daar de stages aan te bieden. Jongeren zien waar ze terechtkunnen en Amsterdams talent krijgt makkelijker een plek bij die internationale bedrijven. Voor meer informatie daarover kan het lid Delsen terecht bij wethouder Mbarki. Het is een expliciete ambitie van het college om het kernteam van NADI in Amsterdam te laten landen. Zowel het Rijk als Amsterdam herziet het inkoopbeleid om het eenvoudiger te maken om op te kunnen treden als launching customer. Innovatieve producten en diensten die gebouwd zijn op disruptieve innovaties zijn een speerpunt van het actieprogramma innovatie economie 2030 waaraan op dit moment wordt gewerkt en het college zal zich hiervoor inzetten richting Den Haag. Het lid KROM merkt op dat in het coalitieakkoord staat dat Amsterdam verantwoorde tech naar Amsterdam wil halen, maar die classificatie zou ze niet aan het NADI willen geven. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat dit gaat over interessante technologie die in de toekomst een toepassing kan zijn voor maatschappelijke waarden in de stad en in het land. Het lid KROM stelt dat het nog niet vaststaat dat het NADI verantwoorde tech voor de maatschappij gaat ontwikkelen en dat is ook niet het doel waarvoor het is opgericht. Wethouder VAN DER HORST vindt dat de stad moet inzetten op een vernieuwende en innovatieve economie waarbij disruptieve innovaties uiteindelijk van veel maatschappelijke meerwaarde kunnen zijn. Het NADI past bij de inzet van het college op life sciences, health en klimaat met daaromheen een ecosysteem. Het lid WEENK is benieuwd wat de stad bereid is om neer te leggen om het NADI naar Amsterdam te krijgen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat Amsterdam ruimte en experimenteerruimte kan bieden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026. Economische Zaken (incl. Circulaire Economie) 5. Bespreken van het onderwerp Komst van wapenfabrikant Thales naar Amsterdam en de beantwoording schriftelijke vragen van het lid Delsen (SP) over dit onderwerp VN2026-010048 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen. Het lid DELSEN geeft aan dat dit onderwerp hem persoonlijk aan het hart gaat. Op zijn negentiende is hij begonnen bij Defensie, met de idealen die daarbij horen en de gedachte dat je de wereld rondgaat en mensen redt. De realiteit is echter dat oorlog verschrikkelijk is en dat je in een oorlog in een toestand komt waarbij je andere mensen 30 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag mag doden, alleen omdat zij een andere kleur shirt aanhebben. Dat getuigt van een waanzin die je normaal gesproken alleen ziet bij voetbalhooligans. Hij is niet de enige die er zo over denkt en hij verwijst naar de voormalige CPN en PSP en naar GroenLinks, dat nu is opgegaan in PRO. Het verbaast hem dat daar niet veel meer mensen kramp voelen nu de samenleving verandert en de partij die oorspronkelijk tot in de kern pacifistisch is en ook zo is opgericht, nu meewerkt aan een wapenfabriek in de hoofdstad. Hij kan niet anders dan aankondigen dat de SP alles zal doen om die traditie voort te zetten, omdat zij nu een van de weinigen zijn die deze pacifistische traditie nog in zich hebben. De SP wil met een motie uitzoeken wat er kan worden gedaan om die wapenfabriek in Amsterdam te weren. Het lid KOK vraagt of de SP met Thales heeft gesproken voordat ze de conclusie heeft getrokken dat het om een wapenfabriek gaat. Het lid DELSEN hoeft niet met de mensen van Thales te spreken om hem te laten inwrijven dat het een vredelievend bedrijf is. Het is een bedrijf met een winstoogmerk dat banden heeft met Saudi-Arabië en het Israëlische defensieapparaat. Hij zou niet weten wat die mensen hem kunnen vertellen waardoor hij van mening zou veranderen. Het lid KOK vraagt of de SP erkent dat een geloofwaardige defensie niet vrijblijvend is, maar dat het voortvloeit uit zowel de geopolitieke dreigingen als uit de NAVO-verplichtingen. Het lid DELSEN denkt dat er een goede reden is om defensie te hebben en de SP is daar ook nooit tegen geweest. Als het over internationale politiek gaat, dan maakt de SP daarin een zelfstandige en verstandige keuze. Hij wil het echter graag over Amsterdam hebben en op dit moment gaat het over een fabriek die in de stad wordt geplaatst, terwijl de stad meermaals heeft uitgesproken niet te willen meewerken aan de oorlogsindustrie. Bij die traditie wil hij zich graag aansluiten. De SP zal alles doen om te kijken wat er kan worden gedaan om die fabriek hier weg te houden, omdat ze geloven dat er hard verzet moet worden geboden op het moment dat wapens worden gemaakt in een van de meest vredelievende steden van de wereld. Het lid KOK vraagt of het lid Delsen weet dat er helemaal geen fabriek komt en dat er in Nederland geen munitie wordt gemaakt. Het lid DELSEN heeft begrepen dat de fabriek waar het om gaat een onderdeel is van een groter systeem waarin onder andere counterdrones worden gebouwd. Hij begrijpt niet waar het lid Kok het over heeft. Het lid KOK komt daarop terug in haar eigen bijdrage. Het lid DELSEN vindt dat PRO trots mag zijn op het sterke profiel van schaamteloos links dat ze voor zichzelf heeft gecreëerd. Maar op het moment dat die partij een bedrijf verwelkomt dat bijdraagt aan oorlog, dat winst maakt op oorlog en winst maakt door moord, dan is er heel weinig over van het schaamteloze links. Hij wil er nog een keer op wijzen dat de gemeenteraad zich in het verleden in zijn geheel heeft uitgesproken tegen oorlogsindustrie in deze stad en tegen het investeren in wapens. Het lid ABDILLAHI vraagt hoe het lid Delsen erbij komt dat PRO dit bedrijf heeft uitgenodigd. Het lid DELSEN antwoordt dat hij het woord verwelkomt heeft gebruikt. Hij ziet PRO als onderdeel van het college dat de wapenindustrie van Thales verwelkomt als onderdeel van de veiligheidsstrategie van Nederland. Het lid ABDILLAHI vraagt of het lid Delsen ervan op de hoogte is dat bedrijven 31 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag zich vrij kunnen vestigen in elke stad in dit land. Het lid DELSEN is daarvan op de hoogte. Hij is van mening dat in de raad moet worden besproken dat het college zonder discussie een draai maakt in de stad die zich heeft uitgesproken tegen de wapenindustrie en tegen oorlog. Daar komt nog bij dat het de zoveelste keer is dat Zuidoost de locatie is van de dingen die de stad eigenlijk niet wil. Eerst waren het de datacentra en nu zijn het de moordfabrieken. Hij vraagt zich af op welke manier wordt voorkomen dat Zuidoost straks het afvoerputje van de stad wordt. Het lid ABDILLAHI schrikt van de woordkeus van het lid Delsen. Ze vraagt of hij het gepast vindt om woorden als moordfabrieken te gebruiken. Het lid DELSEN antwoordt dat het gaat om een fabriek die wapens levert aan de staat Israël. Hij kan het verbloemen en andere woorden gebruiken, maar dat is wat deze fabriek maakt. Moord is ongepast, het feit dat hij het benoemt, is niet ongepast. Dat het land in deze oorlogsgekte zit en dat de stad hierin meegaat, zou moeten leiden tot een collectieve kramp. Slechts een klein gedeelte van de politieke partijen houdt zich hiermee bezig, terwijl veel Amsterdammers aanvoelen dat wat hier gebeurt, niet is wat de stad zou moeten willen. Daarom zal de SP op alle fronten strijden. Jimmy Dijk heeft in de Tweede Kamer het anti-oorlogsgeluid laten horen en hij zal hier samen met andere linkse partijen het tegengeluid vormen. Tot slot roept hij Amsterdammers op om op 27 september naar de Dam te komen om te protesteren tegen de oorlogsgekte in het land. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kok. Het lid KOK roept iedereen op om niet te komen en thuis te blijven. Ze stelt dat Europa fors investeert in de eigen defensie-industrie omdat dit noodzakelijk is. Er is jarenlang weinig geïnvesteerd in defensiecapaciteit, terwijl de wereld instabieler wordt, er oorlog is op het continent, geopolitieke spanningen oplopen en Europa met nieuwe afhankelijkheden en dreigingen wordt geconfronteerd. Daarom hebben NAVO-landen gezamenlijk afgesproken meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen veiligheid. Veiligheid is een van de fundamentele taken van de staat, omdat zonder veiligheid vrijheid, de rechtsstaat en welvaart niet mogelijk zijn. Ze noemt de vragen en bijdrage van de SP daarom bijzonder verontrustend, omdat de SP zich keert tegen een bedrijf dat technologie ontwikkelt die nodig is voor sterkere defensie en meer strategische soevereiniteit. De indruk wordt gewekt dat er een bedrijf naar Amsterdam komt dat een risico vormt voor de stad, terwijl het niet gaat om een fabriek die explosieven of munitie maakt. Het lid DELSEN vraagt of de VVD, als deze partij zo bezorgd is over de veiligheid van Amsterdam, niet ook denkt dat het onhandig is om een strategisch doelwit binnen de muren van de stad te plaatsen. Het lid KOK denkt dat het ontzettend handig is om een hoogwaardig technologiebedrijf dat zich inzet voor het maken van radarsystemen in de stad te verwelkomen, zodat ze überhaupt veilig kunnen blijven. Het lid DELSEN concludeert dat de VVD geen antwoord wil geven op zijn vraag. Op het moment dat er een wapenfabriek geplaatst wordt in de stad, wordt de stad een legitiem militair doelwit en het is pijnlijk dat het weer in Zuidoost is. Het lid KOK ontkent dat het gaat om een wapenfabriek en daarom hoeft ze er verder niet inhoudelijk op in te gaan. Het lijkt alsof er explosieven in elkaar worden gezet en munitie wordt gemaakt, maar dat is niet waar. Het gaat om een hoogtechnologisch bedrijf dat communicatiesystemen maakt, radar- en sensorbeveiligingstechnologie ontwikkelt en bijdraagt aan de veiligheid van de stad en van de bondgenoten. 32 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid DELSEN vraagt of de VVD kan uitleggen wat het morele verschil is tussen de verrekijker die het doelwit aanwijst en de bom die vervolgens op het doelwit valt. Het lid KOK vindt dit geen realistische vraag. Ze vindt het onverantwoordelijk hoe er nu gesproken wordt. Er is een vijand op ons continent en ze vraagt zich af of het lid Delsen begrijpt wat er gaat gebeuren als Oekraïne zichzelf niet meer kan verdedigen en Nederland zich niet meer kan verdedigen. Het lid DELSEN vindt het bijzonder dat een partij die eerder het defensieapparaat van het land heeft uitgekleed, nu spreekt over de noodzaak tot bewapening. Een wapensysteem bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een radarsysteem waarmee een doelwit wordt aangewezen waar vervolgens een bom op wordt afgeworpen. Thales is met deze hoogtechnologische middelen onderdeel van de kill chain. Hij denkt dat het lid Kok van de defensiepartij dat zou moeten weten. Het lid KOK antwoordt dat de geopolitieke verhoudingen drastisch zijn veranderd. Jarenlang werd gedacht dat oorlog niet meer op dit continent zou plaatsvinden, maar de realiteit is veranderd en daarop moet nu worden geacteerd. Het lid OTTE vraagt of het lid Kok zich ervan bewust is dat de communicatiesystemen die waarschijnlijk in Zuidoost geproduceerd gaan worden, bedoeld zijn voor gevechtsvliegtuigen. De systemen van Thales worden ook gebruikt in onder andere Israël en dat heeft niets te maken met de nationale veiligheid. Het lid KOK benadrukt dat het gaat over de veiligheid van Amsterdam en stelt dat er een groter probleem ontstaat als de stad zich straks niet kan verdedigen omdat de benodigde technologie niet beschikbaar is. Er wordt een frame neergezet waarin Amsterdam initiatiefnemer zou zijn van een omvangrijk defensieproject, terwijl er slechts één ambtenaar heeft meegedacht tijdens een werksessie. Dit wordt vervolgens opgeblazen tot het verhaal dat de gemeente actief een wapenindustrie naar Amsterdam haalt, terwijl dat niet waar is. De SP gaat voorbij aan het feit dat de staat aandeelhouder is van Thales en dat er jaarlijks verslag wordt gedaan van de activiteiten van staatsdeelnemingen. Ze vindt dit geen debat op basis van feiten, maar stemmingmakerij waarbij angst wordt georganiseerd. Het weren van Europese defensiebedrijven leidt tot meer afhankelijkheid van technologie uit andere landen. Strategische soevereiniteit betekent dat ze kennis, technologie en productiecapaciteit zelf in huis hebben. De oorlog in Oekraïne laat zien dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn en dat achter verdediging technologie, innovatie, kennisontwikkeling, bedrijven, ingenieurs, onderzoekers en investeringen zitten. Daarom is de VVD blij dat het college Thales welkom heet in Amsterdam. In de MRA is er behoefte aan innovatie door bedrijven die investeren in hoogwaardige technologie, waardoor het ecosysteem van onderzoekers, talent, start-ups en toeleveranciers wordt uitgebreid en het innovatieve vestigingsklimaat van de regio wordt versterkt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Otte. Het lid OTTE constateert dat de gemeente wil bijdragen aan de veiligheid van Nederland en dat Thales daarom wordt verwelkomd in Amsterdam. Soms leest hij de krant en dan denkt hij dat hij De Speld leest, want een wapenfabriek in Amsterdam voor de vrede lijkt enen satire. De radars van Thales worden straks in Amsterdam verhandeld aan regimes die mensenrechten schenden, zoals Saudi-Arabië en Israël. De vliegtuigonderdelen die Thales samen met Elbit produceert, zijn getest op Palestijnen. De techniek van Thales wordt gebruikt door Frontex, de Europese grensbewakingsknokploeg die door illegale pushbacks en geweld tegen vluchtelingen mede heeft gezorgd voor het bloedbad en het massagraf dat de Middellandse Zee nu is geworden. Thales is geen vrede- en 33 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag veiligheidsvereniging, het is een bloedbadbende die door het college welkom wordt geheten om de lokale techsector te bevorderen. Veel partijen hebben tijdens de campagne benadrukt dat mensenrechten moeten worden hooggehouden en dat er een vuist moet worden gemaakt tegen foute bedrijven. Nu rennen ze in de armen van de oorlogsindustrie die gespekt wordt op de wenken van een Amerikaanse tiran en een NAVO-leider die waarschijnlijk ook geen actieve herinneringen meer heeft aan de bloedbaden die met hulp van bedrijven als Thales zijn veroorzaakt. Daar komt bij dat het een industrie is die doordrenkt is met corruptie. Thales was betrokken bij schandalen in Frankrijk, Engeland, Australië, Taiwan en Zuid-Afrika. Het lid ABDILLAHI merkt op dat het bedrijf er zelf voor heeft gekozen om naar Amsterdam te komen. Ze vraagt het lid Otte hoe de gemeente dat had kunnen weren. Het lid OTTE antwoordt dat in de beantwoording van de schriftelijke vragen letterlijk staat dat Thales welkom is en is gevraagd om een actieve rol te spelen als werkgever en partner in het Amsterdamse tech-ecosysteem. Dat is niet de toon van iemand die er niet blij mee is. De gemeente streeft met het Nieuw Economisch Peil naar bedrijvigheid die zich verantwoordelijk voelt voor de impact van het gedrag op de stad en de samenleving als geheel. Hij vraagt hoe dit te rijmen is met Thales en hoe ervoor wordt gezorgd dat de inzet van Amsterdammers niet wordt gebruikt voor de wanpraktijken van Thales, wetende dat de wapenindustrie een door en door ondoorzichtige sector is. Tot slot hoopt hij dat de wethouder haar standpunt wil heroverwegen en probeert de komst van Thales te verhinderen, of er in ieder geval voor zorgt dat werk van Amsterdammers niet bijdraagt aan mensenrechtenschendingen. Het lid KOK vraagt of het lid Delsen en het lid Otte in staat willen zijn om zichzelf te verdedigen als ze worden aangevallen. Het lid OTTE vindt het prima om een gesprek te voeren over de nationale veiligheid en daar heeft BIJ1 ook een mening over. Maar dit bedrijf is er niet voor de nationale veiligheid, als je kijkt naar de praktijken die het uitvoert. Er zijn veel andere manieren waarop nationale veiligheid met hightech kan worden bevorderd, bijvoorbeeld door te kijken naar digitale soevereiniteit. Dat is een belangrijk veiligheidsvraagstuk, maar dat is niet wat er straks in Zuidoost wordt gebouwd. Het lid KOK stelt dat de handel in defensietechnologie wordt gecontroleerd door het ministerie. Alles wordt gecontroleerd en er is niets dat buiten de regels om gaat. Alles is vastgelegd en er worden totaal geen grenzen overschreden. Het lid OTTE wijst op het feit dat veel bedrijven in de wapenindustrie grote spelers zijn als het gaat om chantage en omkoping, waardoor wapens toch in de handen van een regime vallen wat niet de bedoeling was. Dat gebeurt vaak en het is niet zo dat daar volledige controle over is. Hij hoopt dat dit nog kan worden voorkomen, of dat er in ieder geval wordt gekeken hoe ervoor kan worden gezorgd dat de technologie niet wordt gebruikt voor mensenrechtenschendingen als het bedrijf er toch komt. Hij roept op om niet de rode loper uit te rollen voor dit soort bedrijven en alles op alles te zetten om dit bedrijf uit Amsterdam weg te houden. Tot slot roept hij op om de oorlogskoorts te stoppen en de wapenfabriek te weren uit de stad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell. Het lid MCDONNELL ziet dat de komst van Thales perfect past in het streven van Amsterdam om een leidende Europese techhub te worden. Het standpunt van de Partij voor de Dieren hierover is bekend. Hij vraagt of dit streven zo heilig is dat wordt geaccepteerd dat er serieuze mensenrechtenschendingen worden gepleegd door een techbedrijf dat zich hier vestigt en dat wapens levert aan autoritaire regimes in Israël en Saudi-Arabië. Hij is benieuwd hoe de wethouder dit rijmt met het aangenomen 34 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag initiatiefvoorstel Amsterdam mensenrechtenstad in woord en daad. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat het de taak van het college is om te kijken of conflicten kunnen worden gede-escaleerd en dat ze alles op alles moeten zetten om waar mogelijk vrede te krijgen. De wereld is op dit moment niet zo vredelievend en in Oekraïne woedt een heftige oorlog. Het feit dat Oekraïne niet onder de voet is gelopen door Rusland, komt mede doordat het land sterk heeft geïnnoveerd op het gebied van technologie. Ze vindt dat er niet naïef moet worden gedacht en niet alles wat zich richt op defensie en oorlog is per definitie verkeerd. Thales is een producent van onder andere radar- en sensortechnologie en raketgeleidingssystemen die door defensieorganisaties in Nederland en bondgenoten kunnen worden ingezet. De Nederlandse defensie is een grote klant van Thales. Het college maakt zich zorgen over internationale veiligheidsdreigingen en Thales is een internationaal hightechbedrijf dat actief is op het gebied van lucht- en ruimtevaart, cybersecurity, digitale identiteit en defensie. Voor de export van vergunningsplichtige defensiesystemen geldt vanuit Nederland een strikt wettelijk kader en export is alleen mogelijk na een vergunning van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze vergunningen worden getoetst aan nationale, Europese en internationale regelgeving, waarbij informatie uit het ambassadenetwerk, internationale afspraken en rapportages van mensenrechtenorganisaties wordt betrokken. Deze toetsing heeft niet alleen betrekking op complete systemen, maar ook op kennisoverdracht, documentatie en reserveonderdelen. De beoordeling van individuele exportvergunningen ligt bij het Rijk en in het bijzonder bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Verleende exportvergunningen worden jaarlijks gepubliceerd en zijn openbaar toegankelijk. Nederland beschikt over een van de meest stringente exportcontroleregimes binnen de Europese Unie en export naar specifieke landen vindt plaats binnen de geldende nationale en internationale kaders. Het lid OTTE vraagt zich af wat het bewapenen van Israël, Saudi-Arabië en Frontex te maken heeft met de nationale veiligheid. Hij hoopt dat de wethouder het met hem eens is dat er problemen zijn als het gaat om de integriteit van de wapensector en hij is benieuwd waarom dit soort bedrijven welkom zijn in Amsterdam. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat er streng wordt gecontroleerd en dat mensenrechtenorganisaties en verdragen worden betrokken voordat een vergunning wordt afgegeven om iets te exporteren. Er is een verschil tussen het leveren van communicatiesystemen aan Israël van voor 7 oktober 2023 en daarna. Bovendien heeft de Nederlandse overheid vanuit veiligheidsoverwegingen een aandeel in Thales. De gemeente Amsterdam kan niet zeggen dat het bedrijf niet mag komen. En als het bedrijf komt, dan vindt ze het belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van het talent in de stad. Dual-use technologie kan ook iets voor de maatschappij betekenen en dat is wat het college heeft bedoeld met de beantwoording van de schriftelijke vragen. Er is strenge regelgeving waaraan wordt getoetst en onder die voorwaarden is Thales welkom. Het lid DELSEN vindt dat de wethouder een rookgordijn optrekt met de regelgeving in Nederland die ervoor zorgt dat er geen wapens worden geleverd aan regimes waar men het niet mee eens is. Hij denkt dat Amsterdam een beter moreel kompas heeft dan de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken omdat er ondanks de strenge regels nog steeds korvetten naar Indonesië gaan waar Papoea's onderdrukt worden en er nog steeds wapens naar Israël gaan waar Palestijnen mee onderdrukt worden. Hij is het eens met de wethouder dat er regels zijn, maar ze moeten zich afvragen of deze regels voldoen aan wat men in Amsterdam wenselijk vindt. Wethouder VAN DER HORST denkt dat de SP in Den Haag het gesprek moet voeren als ze de regels niet streng genoeg vinden. Ze noemt de oorlog in Oekraïne een 35 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag grote dreiging op het continent en vindt het daarom niet gek dat er bedrijven zijn die zich hiermee bezighouden en Defensie is een grote afnemer van Thales om Nederland te beschermen. Het lid DELSEN vindt dat er nu gebagatelliseerd wordt waar ze feitelijk mee te maken hebben, omdat er veel wapens worden geleverd aan staten waarvan men dat niet wenselijk vindt. Hij verwijst naar een motie van de SP en GroenLinks uit 2016 die door een raadsmeerderheid is aangenomen tegen een wapenbeurs in Amsterdam. Het toejuichen van de komst van Thales is het tegenovergestelde van die motie in het kwadraat. Hij vraagt de wethouder waar deze draai vandaan komt en hij is benieuwd of zij daarmee de motie die destijds is aangenomen niet met de voeten treedt. Wethouder VAN DER HORST bestrijdt dat ze in dit debat iets heeft gebagatelliseerd. Er zijn dingen waar het college invloed op heeft en andere dingen waar ze geen invloed op hebben. Er worden woorden aan het college toegedicht die onjuist zijn. Ze kunnen geen hek om de stad zetten, het bedrijf is welkom en vervolgens is het verstandig om de aanwezigheid ervan voor de stad te gebruiken. Een wapenbeurs is geen bedrijf dat zich hier vestigt en de motie was in een heel ander tijdsgewricht. Het gaat nu om iets anders en dit bedrijf is in deze geopolitieke situatie welkom. Het lid ABDILLAHI benoemt dat er zorgen zijn in de gemeenteraad over de wetgeving en hoe er met deze bedrijven wordt omgegaan. Ze vraagt of de wethouder bereid is om deze zorgen met Thales te delen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er altijd over gesproken kan worden, maar dat er op dit moment geen concrete gesprekken hierover gepland staan. Ze weet dat er zorgen zijn geuit over wat er aan de hand is en dat kan ze zeker ter harte nemen, mocht de situatie zich voordoen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026. De VOORZITTER schorst de vergadering voor vijf minuten. Economische Zaken (incl. Circulaire Economie) 14. Bespreken van het onderwerp Amsterdam verliest zakelijke hotelgasten VN2026- 010627 Gevoegd behandeld met: 15. Bespreken van de discussienota Welke bezoeker wil Amsterdam wel? van het lid Havelaar (CDA) VN2026-010782 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kok. Het lid KOK wijst op het belang van toerisme voor Amsterdam, voor de winkels, bedrijven, musea en voor duizenden Amsterdammers die daar hun geld aan verdienen. Te veel toerisme zorgt voor overlast en daarom moet niet alleen worden gesproken over het aantal toeristen, maar ook over welke toerist. Ze wil dat Amsterdam weer meeprofiteert van toerisme, terwijl tegelijkertijd de overlast moet worden verminderd. Het college gaat daarbij de verkeerde kant op door de toeristenbelasting te verhogen, cruises te weren en de vermakelijkheidsretributie steeds verder te laten stijgen. Ze vraagt zich af welke toerist hiermee wordt weggejaagd. 36 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag ABN-AMRO laat zien dat het aantal zakelijke overnachtingen in Amsterdam sinds 2019 met 38 procent is gedaald. De zakelijke bezoeker geeft veel geld uit, komt vaker doordeweeks en buiten de vakantieperiodes en veroorzaakt minder overlast. Als de zakelijke bezoeker wordt weggejaagd, maar het totale aantal bezoekers niet vermindert, dan blijft de toerist over die zo goedkoop mogelijk naar Amsterdam komt, geen kaartje koopt voor een museum, zijn biertje bij de supermarkt haalt en vervolgens ergens gaat hangen. Dat is het type toerist waar Amsterdammers wel veel last van hebben. De fundamentele vraag is of het gaat om het verminderen van overlast door toerisme of om het binnenhalen van zoveel mogelijk belastinggeld. De VVD wil dit omdraaien en wil toeristen bewegen naar de musea, restaurants, theaters, winkels en attracties. Amsterdam heeft geen last van een toerist die twee uur in het Rijksmuseum zit of in een congreszaal zit, maar wel van iemand die twee uur met een krat bier aan de gracht zit. Daarom wil ze gerichter gaan sturen met financiële prikkels en differentiatie in toeristenbelasting, zodat zakelijke bezoekers weer naar Amsterdam worden verleid. Ze benadrukt dat niet de belastingopbrengst centraal moet staan, maar wat toerisme de stad oplevert. Het lid SCHMIT merkt op dat Koninklijke Horeca Nederland heeft afgeraden om te kijken naar differentiatie omdat dit complex en bureaucratisch is en niet helpt. Het lid KOK antwoordt dat er heel veel knoppen zijn waaraan gedraaid kan worden. De VVD heeft eerder gepleit voor een ambassadeur om de zakelijke toeristen naar Amsterdam te krijgen en meer congressen binnen te halen. Ze is vooral benieuwd wat de opties zijn in de breedte. Het lid SCHMIT vraagt welke opties de VVD voorstelt. Het lid KOK antwoordt dat de VVD de toeristenbelasting niet wil verhogen omdat dat ervoor zorgt dat de zakelijke toerist überhaupt niet meer komt. Het lid ABDILLAHI vraagt hoe de VVD kijkt naar de overlast die blijkt uit de verordening Toerisme in Balans. Het lid KOK antwoordt dat er concrete maatregelen zijn, zoals veel meer handhaving. Daarnaast is een flat tax een optie waarbij hotels in de hele stad hetzelfde bedrag betalen. Het lid ABDILLAHI vraagt of de VVD het met haar eens is dat vooral het aantal toeristen in de stad de oorzaak is van de overlast. Het lid KOK is van mening dat zakelijke toeristen geen overlast veroorzaken. Het lid ABDILLAHI benadrukt dat de overlast wordt veroorzaakt door de drukte in de stad en het afval dat wordt achtergelaten door alle mensen die de stad bezoeken. Het lid KOK antwoordt dat een zakelijke toerist veel meer in het centrum komt. Ze zou daarom willen inzetten op spreiding door ervoor te zorgen dat de congressen in ieder geval behouden blijven. Het lid SCHMIT beaamt dat congresbezoekers belangrijk zijn voor de stad. Hij nodigt de VVD uit om breder te kijken dan alleen de toeristenbelasting. Hij wil samen met de sector kijken naar welke factoren meespelen om de congresganger in Amsterdam te behouden en hij vraagt of de VVD bereid is om samen met de sector te kijken hoe dit kan worden gedaan. Het lid KOK is bereid om daarnaar te kijken. Ze wil dat er meer congressen naar Amsterdam komen en de zakelijke bezoeker blijft. 37 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR constateert dat de begroting voor een derde bestaat uit toeristenbelasting, terwijl Koninklijke Horeca Nederland ziet dat de hotelbezetting en de gemiddelde kamerprijs momenteel te laag zijn om het begrote bedrag voor het lopende kalenderjaar uit de lokale heffingen op te brengen. Hij vraagt of het stadsbestuur erkent dat de toeristenbelasting, net als vorig jaar, onder druk staat door onder andere de kamerprijzen. Hij is benieuwd of er al een winstwaarschuwing uit moet voor de toeristenbelasting van dit jaar. De begroting leunt zwaar op de bezoekerseconomie, maar de RAI staat inmiddels op de twintigste plaats als congreslocatie. Daarnaast blijkt dat het eigen vervoersbedrijf de RAI tegenwerkt door het congresproduct uit te faseren. Hij nodigt het lid Schmit van D66 uit om ervoor te zorgen dat het GVB dat besluit terugdraait, zodat congresgangers op kosten van de RAI weer gratis met het openbaar vervoer kunnen reizen. Het lastige aan het toerismedebat is dat niet altijd dezelfde taal wordt gesproken. In het debat lopen dagbezoekers, internationale bezoekers, de hoogte van de toeristenbelasting en het aanbod in de stad door elkaar. Het stadsbestuur kan niet vrijblijvend belastingen verhogen en denken dat alles goedkomt en het kan ook niet vrijblijvend een risicovol bedrag inboeken zonder beleid te voeren. Hij vindt het belangrijk om aan het begin van de bestuursperiode na te denken over welke toerist en welke bezoeker de stad wil aantrekken, omdat daarin keuzes kunnen worden gemaakt. Zo leiden de hoge parkeerkosten tot minder binnenlands bezoek en het aantal Nederlandse dagjesmensen daalt al jaren. Hij vraagt of de wethouder bereid is de raad te faciliteren met een strategiesessie waarin aanbod, gedrag, aantal bezoekers en inkomsten aan elkaar worden gekoppeld, zodat beslissingen in samenhang kunnen worden genomen. Het lid ABDILLAHI merkt op dat de raad een verordening heeft vastgesteld waarin iedereen dezelfde taal spreekt en waarmee de cijfers worden gemonitord op basis waarvan er keuzes worden gemaakt. Het lid HAVELAAR vindt dat een wassen neus en hij vindt het ook een wassen neus dat deze coalitie zich daaraan houdt. Als er twee partijen zijn die deze verordening geen dag serieus nemen, dan zijn dat PRO en D66, want zij begroten niet met 20 miljoen bezoekers, ze begroten met 25 tot 30 miljoen bezoekers en veel meer toeristenbelasting dan bij die 20 miljoen bezoekers hoort. Het lid ABDILLAHI vraagt of het niet zo kan zijn dat de stad zich wil houden aan het verminderen van het aantal toeristen en tegelijkertijd realistisch begroot met prognoses die de eigen organisatie heeft opgesteld en die worden gebruikt om de stad in te richten naar de bezoekerseconomie van de toekomst. Het lid HAVELAAR gelooft niet dat het allebei waar kan zijn. Hij denkt dat het deze coalitie buitengewoon goed uitkomt dat er veel meer toeristen zijn en dat ze zichzelf daar rijk mee rekent. Het blijft te vrijblijvend als er geen i-criterium wordt ingevoerd en als er geen citymarketing meer wordt gedaan. Deze coalitie wil alleen maar de lusten en de begroting netjes op orde krijgen. Het lid ABDILLAHI vraagt of het lid Havelaar het met haar eens is dat het bestuur aan alle knoppen draait die het heeft en alles eraan doet om de stad leefbaar te houden. Het lid HAVELAAR vindt dat het bestuur veel meer kan doen, zoals bijvoorbeeld het invoeren van het i-criterium. Het lid SCHMIT vraagt of het lid Havelaar het bedrijfsleven wil betrekken bij de vraag welke bezoekers de stad wil aantrekken. 38 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid HAVELAAR gaat ervan uit dat ze dat samen doen, maar hij wil de discussie breder voeren en daarom heeft hij die discussienota geschreven. Het is geweldig dat de stad zoveel mogelijkheden heeft om toeristenbelasting te kunnen heffen, maar ze moeten daar slimmer over nadenken en dat is zijn oproep aan de commissie en het college. Het CDA zoekt toeristen die voor het congres, cultuur, het culinaire aanbod en de cruises naar Amsterdam komen. Het lid SCHMIT merkt op dat dit een wensenlijst is van het CDA, terwijl hij dit vooral samen met de markt zou willen bespreken. Het lid HAVELAAR wijst op de melkveebedrijven in Landelijk Noord en Weesp die hun verdienmodel proberen om te draaien naar een bed and breakfast en last hebben van dit duurzame stadsbestuur omdat ze niet kunnen concurreren. Hij heeft de indruk dat het CDA de markt beter begrijpt dan D66 en PRO bij elkaar. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit. Het lid SCHMIT beschouwt Amsterdam als van oudsher een internationale gastvrije stad die veel toeristen aantrekt, maar de toeristische druk wordt te hoog. Bewoners moeten prettig kunnen wonen en ondernemers moeten een goede boterham kunnen verdienen. Amsterdam moet een leefbare stad zijn voor bewoners, bezoekers en ondernemers, zonder uitgeperste toeristische monocultuur. Deze discussie moet niet versmald worden tot de vraag welke groepen bezoekers vanuit de Stopera wel of niet welkom zijn. Het stadsbestuur heeft de taak om samen met ondernemers effectief beleid te maken. Top-down lijstjes van mensen die wel of niet welkom zijn, passen niet bij een open en inclusieve stad. Hij roept op om samen met de branche, kennisinstellingen en amsterdam&partners te bepalen waar de kansen liggen en welke maatregelen effectief zijn. Hij vraagt of de wethouder het ermee eens is dat ze moeten komen tot een nieuwe strategie voor de bezoekerseconomie en dat samen met het bedrijfsleven een menukaart moet worden gemaakt voor acties voor de nieuwe bezoekerseconomie. Het lid HAVELAAR vraagt wat het lid Schmit vindt van zijn voorstel dat het GVB het congresproduct behoudt voor onder andere de RAI, zodat zij daarmee kunnen blijven concurreren. Het lid SCHMIT wil ook graag de congresbezoekers voor de stad behouden en daarom denkt hij dat ze veel breder moeten kijken dan de toeristenbelasting en het GVB en daarom wil hij met de congresbranche aan tafel. Hij benadrukt dat er wordt geïnvesteerd in de AI Capital van Europa en dat er 40 miljoen euro wordt geïnvesteerd in een nieuwe economie en dat maakt Amsterdam sterk als congresstad. Hij wil zich niet beperken tot de toeristenbelasting of een GVB-ticket, maar kijken naar alle factoren die ze kunnen inzetten om de congresbezoekers naar Amsterdam te halen. Het lid HAVELAAR vindt dat totale kolder. Als het lid Schmit geluisterd had naar de inspreker van de RAI, die aangeeft dat het schadelijk is dat het GVB stopt met dat product, dan had het lid Schmit direct moeten uitspreken dat dat geregeld zou moeten worden. Het lid SCHMIT herhaalt dat ze samen met de branche moeten bekijken wat er moet gebeuren om die congresbezoekers binnen te halen. Het lid HAVELAAR wijst nogmaals op het belang van het GVB-reisproduct voor het binnenhalen van belangrijke congressen. Hij begrijpt niet dat het lid Schmit de RAI niet wil helpen. Het lid SCHMIT herhaalt dat hij met de branche in de breedte wil bespreken wat 39 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag ze kunnen doen om de congresbezoeker binnen te halen. Deze coalitieperiode wordt er 40 miljoen euro geïnvesteerd in een schone stad en 30 miljoen in de aankoop van vastgoed om de monocultuur tegen te gaan. Daarnaast wordt er vier keer 1,8 miljoen geïnvesteerd tegen de ondermijning van illegaal ondernemerschap en wordt er 40 miljoen euro geïnvesteerd in de nieuwe economie. Deze investeringen helpen het midden- en kleinbedrijf aan een goed verdienvermogen. De verhoging van de toeristenbelasting heeft impact op de bedrijfsvoering van de hotels, maar bedrijven hebben vooral baat bij een betrouwbare overheid die voorspelbaar is. Het bestuur moet daarom niet in de val stappen van differentiatie of een korting hier en een korting daar. Dat is een bureaucratisch systeem waar de markt niets aan heeft en waar fouten worden gemaakt. Het college gaat de komende tijd aan de slag met de nieuwe agenda voor de bezoekerseconomie en voor D66 is het belangrijk dat ze dat samen doet met de bedrijven en de kennisinstellingen. Hij hoopt dat straks terug te zien in de nieuwe aanpak van de bezoekerseconomie. Het lid KOK vraagt het lid Schmit of het niet beter is om ervoor te zorgen dat de overlastgevende toerist niet meer komt, in plaats van 40 miljoen te besteden aan het opruimen van het afval dat deze toeristen achterlaten. Het lid SCHMIT antwoordt dat hij met het bedrijfsleven wil kijken wat ze samen kunnen doen om te zorgen dat er een balans komt van een schone, respectvolle en open stad. Het lid KOK merkt op dat het bedrijfsleven gevolgen ondervindt van het teruglopende aantal zakelijke bezoekers. Ze vraagt wat het lid Schmit samen met het bedrijfsleven wil doen om dat tij te keren. Het lid SCHMIT wil de congresbezoekers voor de stad behouden en dat kan door te kijken naar alle factoren. Met sterke sectoren in AI, tech en bio-life en een duurzame maakindustrie heeft Amsterdam een aanbod waarvoor de zakelijke toeristen graag naar Amsterdam komen. Het lid MCDONNELL vindt het totaal van investeringen die het lid Schmit noemt een schijntje ten opzichte van de 1,5 miljard toeristenbelasting die in vier jaar wordt opgehaald. Hij vraagt of het lid Schmit dit voldoende vindt. Het lid SCHMIT vindt het een goed begin dat het college vier keer 11 miljoen euro investeert in het schoonmaken van de stad. Het lid MCDONNELL constateert dat dat nog geen 10 procent is. Hij vraagt of dat voldoende is voor het aanpakken van overtoerisme. Het lid SCHMIT herhaalt de investeringen van 30 miljoen voor de aankoop van vastgoed, vier keer 1,8 miljoen voor de aanpak ondermijning en 40 miljoen euro voor de nieuwe economie waarvan het bedrijfsleven kan profiteren. Er zijn ook ondernemers die het een goed plan vinden dat de toeristenbelasting wordt gebruikt voor het schoonmaken van de stad. Het lid MCDONNELL constateert dat D66 niet voldoende geld uittrekt voor het tegengaan van overtoerisme. Het lid WEENK vraagt of D66 minder toeristen wil, of meer geld wil binnenhalen voor kennisinstellingen en bedrijven. Het lid SCHMIT wil geen overlast in de binnenstad en dat betekent minder toeristen die overlast veroorzaken. Hij werkt graag samen met het bedrijfsleven en 40 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag kennisinstellingen en hij zou meer maatregelen willen nemen op basis van datagedreven onderzoeken. Hij verwacht dat ze daarmee een betere balans voor de binnenstad kunnen creëren. Het lid WEENK vraagt hoe D66 het afvalprobleem wil oplossen met 40 miljoen. Het lid SCHMIT antwoordt dat dit bovenop de inzet is die er al is voor de brede aanpak van het afvalprobleem. Het lid HAVELAAR vraagt hoe het lid Schmit kijkt naar het rekenmodel dat hij heeft rondgestuurd. Het lid SCHMIT antwoordt dat hij is gestopt toen hij moest kiezen welke bewoner wel of niet mocht komen. Het lid HAVELAAR vindt dat de bedragen al zijn doorgedrukt in de begroting zonder dat daar samen met het bedrijfsleven naar is gekeken. Het lid SCHMIT antwoordt dat het gaat om een betrouwbare overheid die voorspelbaar is en die niet elk jaar de toeristenbelasting verhoogt of verlaagt. Het klopt dat dit impact heeft op de ondernemers in de stad, maar de stevige maatregelen zijn nodig vanwege de overlast in de stad. Vervolgens kan met het bedrijfsleven bekeken worden hoe ze samen aan de nieuwe bezoekerseconomie kunnen bouwen. Het lid HAVELAAR vraagt welke maatregelen er worden genomen om te voorkomen dat overlastgevende toeristen naar Amsterdam komen. Het lid SCHMIT wil daarvoor met de branche samenwerken aan een nieuwe positionering van Amsterdam, zodat er mensen komen die de stad respecteren en die een open, vrije en culturele stad waarderen. Het lid KOK vraagt welke concrete ideeën het lid Schmit heeft om dat met het bedrijfsleven te gaan doen. Het lid SCHMIT zou graag met kennisinstellingen en het bedrijfsleven datagedreven onderzoek willen doen naar de factoren die spelen bij het binnenhalen van bepaalde bezoekersgroepen. Op 7 oktober is het Positive Tourism Festival met onder andere een sessie met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen. Het lid KOK vindt dat er op korte termijn iets moet gebeuren. Het lid SCHMIT weet dat de bezoekersagenda in januari in de raad wordt behandeld en stelt voor om voor die tijd samen aan de slag te gaan. Het lid HAVELAAR vraagt hoe het merk Amsterdam uitgedragen kan worden als er wordt gestopt met citymarketing en amsterdam&partners. Het lid SCHMIT verwacht dat ze Amsterdam kunnen positioneren met de nieuwe duurzame, innovatieve en digitale economie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keij. Het lid KEIJ ziet dat de economische zelfsabotage van de stad voorspoedig verloopt. Amsterdam heeft sinds 2019 38 procent van zijn zakelijke hotelovernachtingen verloren, van 5,8 naar 3,6 miljoen, terwijl dat juist de bezoekers zijn waarvan het college jarenlang heeft gezegd dat ze die wel willen. Dat zijn de mensen die voor zaken of een congres komen, veel besteden, relatief weinig druk leggen op de stad en bijdragen aan 41 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag een beter investeringsklimaat. Amsterdam wordt voor deze groep steeds duurder en onaantrekkelijker. Hotelkamers worden ondertussen gevuld door overlastgevende toeristen en als overnachten in Amsterdam te duur wordt, slapen toeristen buiten de stad en komen ze overdag alsnog naar Amsterdam. Dat leidt tot meer dagjesmensen, terwijl die groep relatief veel druk legt op de openbare ruimte en minder bijdraagt aan hotels en de lokale economie. Amsterdam kan zich deze economische zelfkastijding niet permitteren. De regio was jarenlang een van de groeimotoren van Nederland en was goed voor ruim 21 procent van het Nederlandse bbp. De economische groei is inmiddels teruggezakt tot rond het landelijk gemiddelde. Ondernemers kunnen zich deze grilligheid niet veroorloven omdat zij investeringsplannen maken voor tien of vijftien jaar. Zij nemen met eigen vermogen risico's die de meeste politici nooit zouden durven nemen. Hij vraagt hoe de verhoging van de btw op hotelovernachtingen van 9 naar 21 procent en de verhoging van de toeristenbelasting naar 20 procent zich verhouden tot de investeringsplannen die ondernemers jaren geleden hebben gemaakt. Hij is benieuwd of de wethouder begrijpt dat ondernemers hierdoor voor immense risico's worden geplaatst. Een college kan na vier jaar vertrekken en de rekening achterlaten, terwijl een ondernemer nog jarenlang vastzit aan een investering. Deze lasten worden niet alleen door toeristen betaald en ondernemers moeten een deel zelf betalen om concurrerend te blijven. Het beleid raakt daarmee ook werknemers en toeleveranciers. Het lid ABDILLAHI vraagt wat het voorstel van JA21 is om die problemen op te lossen. Het lid KEIJ is benieuwd of de wethouder bereid is de verhogingen te overwegen. Andere voorstellen zijn om de procentuele toeristenbelasting budgetneutraal te vervangen door een vast bedrag per overnachting of een combinatiesysteem met een kleiner percentage en een vast flat tarief. Het lid ABDILLAHI wijst erop dat er ook ondernemers zijn die last hebben van toeristen in de stad. Het lid KEIJ is benieuwd welke ondernemers dat zijn, in welke buurt en welke branches. Het lid ABDILLAHI wijst op de lokale ondernemers in de binnenstad die te maken hebben met steeds hogere huren. Het lid KEIJ noemt dat marktwerking. De monocultuur is een direct gevolg van wegkijkbeleid van linkse colleges die dit hebben gefaciliteerd en toegestaan. Het lid ABDILLAHI denkt dat de marktwerking een doorslaggevend effect heeft op het type klant dat naar de binnenstad komt. Het lid KEIJ begrijpt de vraag niet goed, maar hij denkt dat de toerist niet komt voor de visboer of de groenteman. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk. Het lid WEENK merkt op dat uit de cijfers in de nota blijkt dat het beleid al iets doet. De dronken feestganger komt minder vaak naar Amsterdam en toeristen die voor cultuur komen, blijven langer en geven veel geld uit. Bezoekers van bijvoorbeeld het concert van Harry Styles brengen veel reuring naar de stad. Hij vindt het nu te vroeg om weer aan de knoppen van het beleid te draaien omdat het nu eenmaal te druk is in de stad. Het is wel zorgelijk dat er zoveel geld teruggaat naar de algemene middelen. Dit geld zou besteed moeten worden aan de Amsterdammer, bijvoorbeeld aan de transformatie van het centrum en de afvalproblematiek. Hij zal de 42 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Amsterdammers over vier jaar vragen of die 40 miljoen genoeg is geweest om het afvalprobleem op te lossen. Het lid ABDILLAHI wijst erop dat de transformatie van de binnenstad en de aanpak voor de afvalproblematiek betaald worden uit de algemene middelen. Het lid WEENK vindt wel dat er een discrepantie zit tussen de hoeveelheid toeristenbelasting die wordt opgehaald en de hoeveelheid geld die wordt uitgegeven om de problematiek van overtoerisme op te lossen. Het lid ABDILLAHI wijst erop dat de problematiek verder gaat dan de binnenstad, aangezien toeristen ook uitwijken naar andere wijken. Het lid WEENK is het daarmee eens. Het lid ABDILLAHI vraagt of er dan niet verder gekeken moet worden dan alleen de binnenstad. De toeristenbelasting kan ingezet worden om de hele stad te transformeren. Het lid WEENK zou graag zien dat de inkomsten van de toeristenbelasting teruggaan naar de Amsterdammer. Volt staat open voor maatwerk op specifieke plekken, zoals kleine B&B's of Weesp, waar de situatie anders is dan in het centrum van Amsterdam. Hij vraagt welke mogelijkheden de wethouder ziet voor maatwerk. En als de bezoeker moet bijdragen aan een fijne, groene en leefbare stad, dan moet er ook worden gekeken naar wat iemand doet, zoals in Kopenhagen. Een ander idee is toeristenbelasting voor een maximumaantal dagen, zoals nu in Londen wordt besproken. Daarmee blijven mensen langer en zijn er evenveel overnachtingen met minder mensen op dezelfde plekken. Hij vraagt hoe de wethouder kijkt naar deze mogelijkheden van differentiatie in de toeristenbelasting. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell. Het lid MCDONNELL bedankt lid Havelaar en zijn ondersteuning voor de omvangrijke discussienota. In tegenstelling tot de opstellers van de discussienota is hij verheugd dat Amsterdam een vooruitstrevende rol pakt met de toeristenbelasting en hij verwacht dat andere Europese steden de komende jaren dit voorbeeld zullen volgen. De overlast van overtoerisme en de fossiele uitstoot daarvan zal de komende jaren niet minder zal worden. Een hoge proportionele toeristenbelasting in algemene zin ontmoedigt toerisme en kan de Partij voor de Dieren alleen maar voorstander van zijn. Zij zouden de toeristenbelasting nog sneller willen verhogen met een nog hoger tarief om daadwerkelijk te streven naar 20 miljoen bezoekers. Het lid HAVELAAR merkt op dat hogere toeristenbelasting niet zozeer tot minder toeristen leidt of minder overnachtingen, maar wel tot een hele andere samenstelling van de mensen die komen. De gemiddelde kamerprijs in Amsterdam daalt, waardoor juist het budgettoerisme toe zou kunnen nemen vanwege de hoge toeristenbelasting. Het lid MCDONNELL herhaalt dat de Partij voor de Dieren een nog hoger tarief zou willen om richting 20 miljoen bezoekers te gaan. Het lid HAVELAAR denkt niet dat het zo werkt omdat met elke verhoging van de toeristenbelasting in Amsterdam, 50 procent van de mensen buiten Amsterdam gaat overnachten en als dagbezoeker in de binnenstad terugkomt. Het lid MCDONNELL merkt op dat Koninklijke Horeca Nederland heeft aangegeven dat er minder toeristen komen dit jaar en dat er minder hotelovernachtingen zijn. 43 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid HAVELAAR weet niet waarom er gezegd wordt dat er minder bezoekers in Amsterdam zijn. Het kan zijn dat ontbijtprijs uit de overnachtingsprijs wordt gehaald, waardoor de gemiddelde kamerprijs in Amsterdam daalt. Het lid MCDONNELL zou in lijn met Europese steden graag zien dat een groter deel van het opgehaalde geld daadwerkelijk wordt ingezet voor de aanpak van overtoerisme en dat dit wordt geoormerkt in een toerismefonds. Daarmee kunnen panden in de binnenstad worden opgekocht, kan de pretparkfunctie van de binnenstad serieus worden aangepakt en kan er flink kan worden geïnvesteerd in de afvalproblematiek. Momenteel wordt nog geen 3 procent van het opgehaalde geld van de toeristenbelasting uitgegeven aan maatregelen tegen toerisme. Hij vraagt of de wethouder het met de Partij voor de Dieren eens is dat dit een serieus gebrek is en dat dit de komende jaren fors moet worden uitgebreid. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdillahi. Het lid ABDILLAHI luistert met stijgende verbazing naar dit debat, want de kern van de overlast is het hoge aantal toeristen in de stad en niet het soort bezoekers. Er zijn 23 miljoen overnachtingen en 22 miljoen bezoekers op een binnenstad van 80.000 inwoners. Ze wil niet kiezen voor alleen de bezoeker met een goedgevulde portemonnee, want dat past niet bij de identiteit van Amsterdam. Het lid HAVELAAR vraagt waarom PRO de overnachtingen steeds duurder maakt als ze een kleine portemonnee zo belangrijk vindt. Het lid ABDILLAHI verwijst naar de vraag van de bewoners van de stad die te veel overlast ervaren van te veel toeristen. Het lid HAVELAAR begrijpt daarom niet dat het i-criterium niet wordt ingevoerd. Het lid ABDILLAHI legt uit dat de ondernemers in de binnenstad niet enthousiast zijn over het invoeren van het i-criterium. Dat zorgt voor meer overlast en vraagt meer handhaving en daarom is PRO daar geen voorstander van. Het lid HAVELAAR constateert dat dit PvdA-plan gesneuveld is in de coalitieonderhandelingen. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze luisteren naar de partners in de stad. Het lid MCDONNELL ziet dat PRO instemt met de begroting waarin staat dat de stad afstevent op 26,5 miljoen bezoekers in 2028. Hij vraagt of PRO nog wel de 20 miljoen wil handhaven. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze alles op alles zetten om naar de 20 miljoen te gaan. Daar heeft PRO zich aan verbonden middels de verordening. Tegelijkertijd is het omvormen van de bezoekerseconomie er een van een lange adem. Het antwoord op de cijfers is proberen om de binnenstad te transformeren en samen met de partners ervoor te zorgen dat het geen holle en lege binnenstad wordt. Het lid MCDONNELL vraagt waarom PRO dan niet kiest voor een echt hoge toeristenbelasting die de overlast serieus aanpakt en waarmee er geld binnenkomt om het toerisme in te dammen. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat er nu gekozen is voor de hoogste toeristenbelasting en ze verwacht dat daarmee de goede stappen worden genomen. 44 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid MCDONNELL vindt niet dat PRO de verantwoordelijkheid neemt om alles te doen en dat zij daarmee Amsterdammers aan hun lot overlaat. Het lid WEENK vraagt of PRO gelooft dat de acties die nu worden ondernomen zullen leiden tot 20 miljoen bezoekers. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat het vraagt om een lange adem. Ze doen alles met de middelen die ze hebben. Wat nog wel zou helpen, is een gesprek met Schiphol over minder vluchten. Het lid KOK denkt niet dat er minder toeristen komen als gevolg van een nog hogere toeristenbelasting, want die belasting is eerde ook al verhoogd. Het lid ABDILLAHI hoort aan de ene kant dat het aantal zakelijke toeristen daalt vanwege de hoge toeristenbelasting en aan de andere kant wordt gezegd dat het weinig effect heeft. Er zal een kantelpunt komen, maar het is onduidelijk wanneer dat gebeurt. Het lid KOK denkt dat het kantelpunt de andere toerist is die komt. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat de horeca en bedrijven in de stad veel inkomsten missen die deze toerist met zich meebrengt. Het gaat volgens haar niet om minder toeristen, maar om minder overlast. Het lid ABDILLAHI ziet dat anders. Minder toeristen betekent ook minder overlast. De ondernemers en bewoners zijn de partners in de stad die meebepalen hoe er een robuuste bezoekerseconomie gecreëerd kan worden. Het lid MCDONNELL vraagt of het een eerlijke besteding is dat van de 275 miljoen opgehaalde toeristenbelasting in 2025 slechts 6,3 miljoen expliciet is besteed aan bestrijding van de overlast door toerisme. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat in het nieuwe coalitieakkoord forse investeringen zijn afgesproken om de overlast tegen te gaan. Het lid MCDONNELL vindt minder dan 10 procent van wat er is opgehaald aan toeristenbelasting te weinig. Hij vraagt of PRO zich deze periode gaat inzetten om meer geld van die toeristenbelasting in te zetten voor maatregelen tegen overtoerisme. Het lid ABDILLAHI vindt dat PRO zich daar al voor heeft ingezet. Ze kijken verder dan alleen het centrum en ze kijken ook naar de stadsdelen waar de toeristische druk toeneemt. Dus een deel van de toeristenbelasting gaat ook naar wijken buiten de ring. Het lid MCDONNELL vraagt hoeveel van de extra 75 miljoen die wordt opgehaald, wordt ingezet voor de aanpak van overtoerisme. Het lid ABDILLAHI herhaalt dat er 40 miljoen extra is voor de aanpak van afval. Daarnaast wordt er extra ingezet op handhaving om ondermijning tegen te gaan en met NV Zeedijk wordt straat voor straat bekeken wat er nodig is om daadwerkelijk een andere soort economie in de stad te hebben. Het lid HAVELAAR vindt het betoog van PRO leeg en hol. De Partij voor de Dieren heeft volledig gelijk dat de begroting op dit moment een perverse prikkel is. Vorig jaar was nog 50 miljoen minder begroot dan de stad nu ontvangt uit de toeristenbelasting. Hij verwijst naar het voorstel van het CDA om dat geld gericht uit te geven, maar nu blijkt dat die perverse prikkel voor de komende jaren volledig is begroot. Hij vraagt aan PRO of de 350 miljoen, oplopend naar 390 miljoen aan toeristenbelasting het doel is. Daarnaast is hij benieuwd wat PRO gaat doen als het beleid succesvol is en de toeristen inderdaad wegblijven. Want dan heeft de stad een enorm financieel probleem. 45 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze terug willen naar 20 miljoen. Toeristen brengen de stad veel, maar ze kosten ook veel. De huizenprijzen worden opgedreven en de inwonersaantallen in de binnenstad nemen af, terwijl de stad groeit. Het lid HAVELAAR vraagt of de fractie van PRO nastreeft dat er minder overnachtingen zijn en dat uiteindelijk 50 procent van de buitenlandse bezoekers als dagtoerist naar de stad komt. Want dat zou betekenen dat een lager aantal overnachtingen tot meer druk op de binnenstad leidt. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat het ook gaat om het terugdringen van het aantal dagbezoekers en dat daarom ook wordt gekeken naar de vermakelijkheidsretributie. Het lid HAVELAAR vindt het onverstandig om Nederlandse dagbezoekers die niet naar de binnenstad gaan nog verder terug te dringen. Het lid ABDILLAHI vraagt zich nu af of het CDA meer of minder bezoekers in de stad wil. Het lid HAVELAAR vindt dat de stad zich moet richten op al die groepen die hij net noemde. Zijn oproep aan deze commissie is om wat gerichter beleid te gaan voeren, omdat er met het aanbod in de stad wel gestuurd kan worden op doelgroepen. Daarom heeft hij de wethouder gevraagd of zij de commissie daarin wil faciliteren, zodat er scherpere politieke keuzes gemaakt kunnen worden. Het lid ABDILLAHI herhaalt dat de bewoners hebben gezegd dat ze minder bezoekers willen in de stad, of dat nu overnachtingen zijn of dagbezoekers, en daarop moet worden ingezet. Het sturen op een type bezoeker is een maakbaarheidswens waar ze niet mee uit de voeten kan. Het lid KOK vraagt hoe PRO bij het idee komt dat Amsterdammers minder toeristen willen, in plaats van dat ze minder overlast willen. Het lid ABDILLAHI wijst naar het burgerinitiatief Amsterdam heeft een keuze, waarmee er 30.000 handtekeningen zijn verzameld en waarna de verordening Toerisme in Balans is aangenomen. Het lid KOK denkt dat door het verhogen van de vermakelijkheidsretributie meer mensen op straat belanden, omdat attracties duurder worden. Dat zorgt ook voor meer overlast. Het lid ABDILLAHI antwoordt dat dat des te meer een reden is om een duurzame bezoekerseconomie in te richten. De hoge aantallen bezoekers veroorzaken overlast en veranderen het DNA van de stad. Het sturen op een gezonde bezoekerseconomie is iets van de lange adem, maar met de verordening in de hand worden de aantallen gemonitord en het college rapporteert hierover. De raad heeft de mogelijkheid om voorstellen in te dienen en het college heeft de verplichting om hierop te handelen. De toeristenbelasting en het onderzoek naar de vermakelijkheidsretributie worden ingezet, zodat bezoekers meebetalen aan de transformatie van de bezoekerseconomie. Een stad die goed is voor Amsterdammers, is ook aangenamer voor bezoekers en het is daarom belangrijk om met partners, ondernemers en kennisinstellingen samen te bouwen aan een duurzame bezoekerseconomie. Tegelijkertijd blijft het lastig om te sturen op toerisme. De maatregelen hebben effect, maar het aantal bezoekers wordt uiteindelijk ook bepaald door een wereldwijd opkomende middenklasse en goedkope budgetvluchten. Daarom is het goed om te kijken naar het effect van de maatregelen en dit nauw te volgen en goed te monitoren. Ze is benieuwd wanneer de wethouder meer kan vertellen over de verdere onderzoeken naar de vermakelijkheidsretributie. 46 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de beantwoording. Wethouder VAN DER HORST heeft vandaag gesproken met Koninklijke Horeca Nederland. Het gaat om een branche die uitgaat van gastvrijheid en waar ze veel waardering voor heeft. Wat nu voorligt is heftig voor deze sector, maar aan de andere kant is de toeristenbranche de afgelopen twee decennia enorm is gegroeid en is de overlast enorm toegenomen. Het college heeft er bewust voor gekozen om niet de ozb en de afvalstoffenheffing te verhogen, maar wel de toeristenbelasting te verhogen. Het lid HAVELAAR merkt op dat het college er wel voor gekozen heeft om de parkeerbelasting heel fors te verhogen. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat parkeerbelasting een beleidsmaatregel is en niet bedoeld is om de begroting te vullen. Het lid HAVELAAR is van mening dat de verhoging van de parkeerbelasting niets met parkeerdruk te maken heeft. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat het verhogen van de kosten van een parkeervergunning wel degelijk een beleidsmaatregel is. De toeristenbelasting is gericht op het mitigeren van de kosten van het toerisme en tegelijkertijd op het kunnen betalen van de kosten van de aanpak tegen overlast. Het is geen doelbelasting en het gaat naar de algemene middelen. Vervolgens wordt er vanuit die algemene middelen heel veel betaald, alleen al aan de openbare ruimte in het centrum die onevenredig belast wordt door toerisme. Daarnaast worden het vastgoedfonds, de vergunningplicht, handhaving en buurtboa's ook uit de algemene middelen betaald. Het lid MCDONNELL vraagt of de raad een overzicht kan krijgen van waaraan het geld van de toeristenbelasting wordt besteed. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat zo'n overzicht ingewikkeld is, maar er zal in de toekomst meer aandacht besteed worden om dat inzichtelijker te maken. Het lid HAVELAAR vraagt of het bedrag dat de stad te veel ontvangt, gelabeld kan worden voor overtoerisme. Wethouder VAN DER HORST wil dat niet een-op-een koppelen, want dat maakt het complexer. Daarnaast staat het de raad altijd vrij om te kiezen voor een bepaald bedrag aan overlastbestrijding en vindt ze dat de raad zichzelf niet op die manier moet vastzetten. Bovendien kan het ook zo zijn dat het bedrag tegenvalt. Het lid HAVELAAR pleit er nogmaals voor om het teveel aan inkomsten te labelen en versneld in te zetten om overtoerisme tegen te gaan. Wethouder VAN DER HORST is bezig met een soort tussenvorm waarbij het niet wordt vastgezet, maar wel beter zichtbaar wordt gemaakt wat er wordt gedaan. Dat is belangrijk voor de Amsterdammers en de branche, mede omdat daarmee de scherpe tegenstellingen in het debat kunnen worden weggenomen. Met het Positive Tourism Festival wordt geprobeerd om samen met andere partijen een ander verhaal over toerisme neer te zetten en het imago van Amsterdam te veranderen. De branche heeft aangegeven dat er behoefte is om regelmatig een overleg te hebben en daarvoor heeft ze een voorstel gedaan. Het lid KOK vraagt hoe de verhoging van de toeristenbelasting ervoor gaat zorgen dat de overlast die bepaalde toeristen veroorzaken minder wordt. Daarnaast wil ze 47 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag weten wat het college gaat doen om die overlastgevende toerist aan te pakken en te weren. Wethouder VAN DER HORST wijst erop dat de 38 procent minder zakelijke bezoekers geldt ten opzichte van 2019. Dat was voor corona en dat geeft een vertekend beeld. Door corona is in de zakelijke markt ook een andere manier van reizen ontstaan. In 2025 waren er 4 procent minder zakelijke gasten ten opzichte van 2024 en uit de CBS- cijfers blijkt dat er het afgelopen halfjaar weer een toename van zakelijke reizigers is. Dit betekent niet dat de toeristenbelasting geen impact zal hebben op congressen. De zorgen van de RAI worden serieus genomen en ze wil met de RAI en anderen in gesprek om te kijken wat mogelijk is om hen tegemoet te komen. Het differentiëren tussen zakelijke en niet-zakelijke bezoekers is geen optie en de branche heeft aangegeven dat zij daar zelf ook niet op zit te wachten. Weesp vindt ze inderdaad een ingewikkelde kwestie, maar verschillende tarieven raken aan het gelijkheidsbeginsel. Het lid HAVELAAR heeft vernomen dat de branche geen voorstander is van differentiatie omdat dat kan leiden tot nog hogere tarieven in het centrum. Hij vraagt of de wethouder een lans wil breken voor het GVB-congresticket. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ze die vraag al heeft genoteerd en dat ze het zal uitzoeken. Bij congressen was er de afgelopen tijd een ander beleid. Het ging niet meer om zoveel mogelijk van alles, maar meer om wat een bijdrage levert voor de stad. Dat heeft geleid tot meer congressen die iets toevoegden aan de ecosystemen in de stad. Er zijn meer congressen, maar niet per se meer gasten, want gasten van kleinere congressen blijven wat korter. Het gaat er ook niet om, om boven aan de lijst te staan. Het gaat om congressen die iets te bieden hebben en daarvan hebben ze het afgelopen jaar een aantal congressen met subsidies of andere hulp georganiseerd. Ze is bereid met het lid Havelaar te praten over zijn voorstel voor een strategiesessie. Ze heeft twijfels over hoever de toeristische sector gestuurd kan worden, maar het is wel goed om het gesprek daarover te hebben. Het lid ABDILLAHI vraagt of de wethouder voor Weesp en Landelijk Noord kan onderzoeken of er andere criteria zijn voor boerderijen. Wethouder VAN DER HORST heeft daar weinig hoop op, maar wil het wel proberen. Ze heeft de vraag goed gehoord en wil er serieus naar kijken. Het lid HAVELAAR vindt de uitgestoken hand van de wethouder naar zijn voorstel fijn en hij stelt voor om met de wethouder om tafel te gaan om te kijken wat er maakbaar is. Wethouder VAN DER HORST neemt aan dat er begrotingstechnisch iets moet worden gedaan als de inkomsten uit de toeristenbelasting tegenvallen. Ze begrijpt dat de Partij voor de Dieren nog hogere tarieven wil, maar de coalitie heeft met deze verhoging al een behoorlijke stap voorwaarts gezet. Uit eerder onderzoek is gebleken dat het langer laten verblijven door het verlagen van de toeristenbelasting in beginsel mogelijk is, maar dat dit dan met de hele MRA moet worden afgesproken. Het is niet gezegd dat dit per se de druk op de binnenstad oplost en het is ingewikkeld qua uitvoering. De vermakelijkheidsretributie vloeit voort uit het coalitieakkoord en wordt nog verder uitgewerkt. Het lid WEENK vraagt of de wethouder gaat onderzoeken of het langer laten verblijven door het verlagen van de toeristenbelasting mogelijk is. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ze dat voor nu niet gaat doen. 48 Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam m 2026 Raadscommissie Leefomgeving Concept-Raadscommissieverslag Het lid WEENK vraagt waarom de wethouder het niet wil onderzoeken. Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat het uitvoeringstechnisch ingewikkeld is en de sector heeft ook aangegeven dat ze niet zitten te wachten op allerlei verschillende tarieven. Daarnaast wil ze vooral naar een simpel systeem om het voor de ondernemers en het eigen apparaat makkelijker te maken. Het lid KOK herhaalt haar vraag hoe de wethouder weet dat de verhoging van de toeristenbelasting de overlast op de stad en op de binnenstad daadwerkelijk gaat verminderen. Ze heeft nog steeds het idee dat door het verhogen van de vermakelijkheidsretributie, die 300 procent gestegen is sinds 2018, er meer mensen op straat gaan hangen omdat het veel duurder wordt om bepaalde attracties of musea te bezoeken. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat een hogere vermakelijkheidsretributie ook kan betekenen dat bepaalde dagtoeristen niet komen. De hotelbranche vindt het niet eerlijk dat alleen zij een verhoging voor haar kiezen krijgt. Daar komt bij dat het niet alleen gaat om de hoogte, maar ook om verbreding. Ze kan niet garanderen dat overlast vermindert, maar minder drukte zal wel invloed hebben op de leefbaarheid. Het lid KOK vraagt of de maatregelen tegen overlast worden geëvalueerd. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat er naast de maatregelen meer factoren zijn die invloed hebben op het aantal bezoekers en de overlast, maar er wordt ieder jaar wel gekeken hoe het ervoor staat. Het lid KOK vraagt of de verhoging van de toeristenbelasting in beton gegoten is. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er gekeken zal worden naar de effecten en de cijfers zullen worden gemonitord, maar het voorstel voor de verhoging ligt vast, mede omdat ze een voorspelbare overheid willen zijn die ondernemers duidelijkheid biedt. De VOORZITTER concludeert dat de onderwerpen voldoende zijn behandeld. Beide agendapunten zijn gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026. Sluiting De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare commissievergadering om 22.32 uur. De volgende vergadering is op donderdag 22 oktober 2026. 49

Tekst uit PDF geëxtraheerd