Home › Amsterdam › Document
Conceptverslag 17 september 2026
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Amsterdam |
| Datum | 2026-10-22 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Gemeente Amsterdam
Raadscommissie Leefomgeving
CONCEPT Raadscommissieverslag
Vergaderdatum 17 september 2026
Verslag vast te stellen op:
OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 17 SEPTEMBER 2026
Aanwezige commissieleden: Bentoumya (PRO Amsterdam), De Jong (PRO Amsterdam),
Van Munster (PRO Amsterdam), Abdillahi (PRO Amsterdam), Veenhoff (PRO
Amsterdam), Van Hilten (D66), Schmit (D66), Breure-Kirmiziyüz (D66), Deterink (VVD),
Kok (VVD), Blaauw (VVD), Krom (Partij voor de Dieren), Akkermans (Partij voor de
Dieren), McDonnell (Partij voor de Dieren), Havelaar (CDA), Delsen (SP), Van den Bosch
(JA21), Keij (JA21), Abdoelrahman (DENK), Benjamins (Volt), Weenk (Volt) en Otte (BIJ1)
Afwezig commissielid: Harris (SP)
Aanwezige portefeuillehouders: wethouders Heinhuis en Van der Horst
Overige aanwezigen: Janssen (Sportraad Amsterdam)
Voorzitter: Meiland
Plaatsvervangend voorzitter: Aslami
Commissiegriffier: Vos
Commissieondersteuner: Van Haastrecht
Verslaglegging: Post (Notuleerservice Nederland)
1. Algemeen deel
1a.
Opening procedureel gedeelte
De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom.
1b.
Mededelingen
De VOORZITTER heeft de volgende mededelingen.
Het lid Harris wordt vervangen door het lid Reijnaers.
Waternet biedt op verzoek van commissielid Van Hilten van D66 een werkbezoek
aan. Het bezoek gaat naar drinkwaterproductielocatie Weesperkarspel en bevat een
inhoudelijke toelichting op het meerjarig beeld rond uitbreidingen, vervangingen en
onderhoud van productievoorzieningen en leidingen en een rondleiding op de bouwlocatie
voor de uitbreiding van de langzame zandfilters. Het werkbezoek vindt plaats op
donderdagochtend 19 november, het vervoer van en naar de productielocatie vanaf het
stadhuis wordt verzorgd en commissieleden kunnen hun aanwezigheid aangeven op de
intekenlijst.
Het lid VAN HILTEN stelt voor om de behandeling van de voortgangsrapportage
over duurzaam opwekken in de stad twee sessies op te schuiven. Dat geeft het college de
gelegenheid antwoord te geven op de schriftelijke vragen van D66 en de VVD en
tussentijds een expertsessie te organiseren over de energietransitie en netcongestie.
Daarbij vraagt hij de wethouder of zij de commissie een brief kan doen toekomen waarin
wordt toegelicht welke impact het nieuwe rijksbeleid op het schrappen van vergunningen
en versnellen van procedures in de energietransitie heeft.
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Wethouder HEINHUIS staat positief tegenover dat verzoek en vindt het een mooi
onderwerp voor een expertsessie.
Wethouder VAN DER HORST heeft de volgende mededelingen.
Tijdens de commissie van 2 juli 2025 is toegezegd te onderzoeken of de
leegstandsverordening kan worden uitgebreid met leegstand van winkelpanden. Juridisch
is dit mogelijk, maar uitbreiding is alleen op zijn plaats bij problematische leegstand van
winkelvastgoed en daarvan is in Amsterdam geen sprake. De leegstand lag in 2025 rond
de 4 tot 5 procent en dan komt overeen met het frictieleegstandsniveau dat nodig is voor
een goed functionerende markt. Het college zet in op een gebieds- en straatgerichte
aanpak waarin samen met ondernemers en pandeigenaren gewerkt wordt aan
aantrekkelijke en vitale winkelstraten en -gebieden en het beperken van plaatselijke
winkelleegstand. Hoewel het coalitieakkoord uitbreiding van de leegstandsverordening
naar commercieel vastgoed voorziet, is er geen reden dit nu apart voor winkelpanden te
doen. Voor commercieel vastgoed zoals kantoren of bedrijfsruimte wordt nog onderzocht
of dit mogelijk is.
De wethouder Economische Zaken heeft tijdens de bespreking van de
raadsinformatie Sociale Economie in de commissie van 17 februari toegezegd om in de
doorontwikkeling van sociale economie ook voedselinitiatieven een plek te geven. Sociale
economie is een belangrijke pijler voor het nieuwe college en daarom biedt het college de
commissie begin volgend jaar bij het voorleggen van de nieuwe beleidsplannen ook een
doorontwikkeling van het huidige beleid op sociale economie aan, waarin
voedselinitiatieven een plek krijgen.
In de commissie SO van 5 maart 2025 is toegezegd te reageren op de overlast
door TikTok-rijen. Deze rijen zijn voor veel Amsterdammers een bron van ergernis. Eerder
is onderzocht of de rijvorming kan worden aangepakt via de APV, maar de conclusie was
dat maatwerkafspraken met ondernemers om excessen tegen te gaan het best werken.
Een verbod om te eten op straat voorkomt geen rijen, het beperkt alleen directe
consumptie. De handhaving van afval wordt geïntensiveerd en daarbij wordt ingezet op
naleving van de 25-meterregel. Er is geen generieke maatregel die het probleem oplost.
Op dit moment wordt in de binnenstad het probleem rondom rijen beter in kaart gebracht,
waarna de mogelijkheden zoals toepassing van de woon- en leefklimaattoets in
vergunningsprocedures of aanvullende sturing via het omgevingsplan worden verkend.
Daarbij wordt ook gekeken naar de behandeling van de rechtszaak omtrent de
vergunningsvoorwaarden van Fabel Friet door de rechtbank eind september.
Op donderdag 19 november is er een technische sessie over noodzaak, kansen
en uitdagingen van ruimte voor economie. Tijdens de sessie wordt de commissie
meegenomen in de noodzaak om meer te sturen op behoud en realisatie van het
economisch programma, met betrekking tot transformatiegebieden, gebiedsontwikkeling,
bedrijventerreinen en de balans tussen woon-, werk- en voorzieningenfuncties in wijken
en buurten.
Naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld over de toeristenbelasting is het
van toegevoegde waarde om hierover een technische sessie te organiseren.
Op 7 oktober vindt het Positive Tourism Festival plaats in Pakhuis De Zwijger over
een nieuw narratief over toerisme dat is opgesteld door onder andere Inholland en
waarover in gesprek gegaan wordt met de sector. De commissie wordt hiervoor van harte
uitgenodigd.
Wethouder HEINHUIS heeft de volgende mededelingen.
De werksessie Schoon staat gepland op 5 november van drie tot halfzes in
Zuidoost. Zij zal zelf ook aanwezig zijn omdat zij graag direct de input van de commissie
2
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
hoort. Ze hoopt dat nog meer commissieleden zich aanmelden voor deze sessie.
Bewoners en agrariërs in Landelijk Noord hebben veel zorgen gehad over het
rioollek. Zij heeft de afgelopen twee weken veel contact gehad met zowel de
stadsdeelbestuurder als de dijkgraaf van het waterschap. Er is een bewonersavond
georganiseerd en daar heeft ze onder meer teruggehoord dat mensen zorgen hadden
over de gebrekkige communicatie in het begin en dat de inzet van lokale kennis
onvoldoende is benut. Vrijdag wordt opnieuw een klankbordsessie georganiseerd, waarna
ze op de hoogte wordt gesteld van de wenselijkheid van verdere bestuurlijke
betrokkenheid. Zij houdt de zaak nauw in de gaten.
1c.
Vaststellen agenda
7. Bespreken van de Voortgangsrapportage Energie voor de Stad juli-december
2025 en Monitor Energietransitie 2026 VN2026-010053
Dit agendapunt wordt op verzoek van het lid Van Hilten doorgeschoven.
De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld.
1d.
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie
Leefomgeving van 20 augustus 2026
Het verslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Leefomgeving
van 20 augustus 2026 wordt ongewijzigd definitief vastgesteld.
1e.
Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille
Het lid VEENHOFF meldt dat bij de portefeuille Groen en Buitenspelen wel de
toezegging over Landelijk Noord wordt vermeld, maar dat de tonnages daarin niet
terugkomen. Zij verzoekt dit toe te voegen.
Daarnaast is de formulering om te kijken naar de weigeringsgronden van de
bomenverordening niet wat is afgesproken. Er zou gecontroleerd worden of de
werkinstructie die nu wordt gehanteerd wel in lijn is met de bomenverordening. Verder
vindt ze het relevant dat de aanpassing van de bomenverordening en het plan voor de
Hoofdgroenstructuur op te nemen in de langetermijnagenda, zodat bewoners hiervan op
de hoogte zijn.
Tot slot vraagt ze of de raadsadressen over bomen, de herplantregeling of
herinrichting die onder Groen vallen, maar die nu nog op de actielijsten van Mobiliteit
staan, verplaatst kunnen worden naar de actielijst van de commissie Leefomgeving.
1f.
TKN-lijst
De VOORZITTER meldt dat TKN 5, kennisnemen van de raadsinformatiebrief
Voortgangsrapportage Q1 en Q2 2026 Programma Windenergie Amsterdam 2030
VN2026-010895 wordt besproken bij agendapunt 16.
De volgende TKN-stukken worden geagendeerd voor de commissie
Leefomgeving op 22 oktober 2026.
TKN 1 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Intentieovereenkomst
aquathermie VN2026-009370, op verzoek van het lid Van Munster
3
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
TKN 2 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Monitor Internationals 2010-
2024 MRA en de voortgang uitvoering van het initiatiefvoorstel Maak van Amsterdam je
thuis VN2026-009567, op verzoek van het lid Weenk
1g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies
Er zijn voor deze vergadering geen ingekomen stukken van stadsdeelcommissies.
2. Inhoudelijk deel
2a.
Opening inhoudelijk deel
De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering.
2b.
Inspreekmoment publiek
De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Westendorp die namens
Netwerk Oranje Energie inspreekt inzake duurzaamheid en energietransitie.
INSPREKER WESTENDORP constateert dat de stad een enorme opgave heeft
met extreme hitte, energieafhankelijkheid, hoge variabele kosten, maar ook steeds hogere
vaste kosten, met energiearmoede als gevolg. Een belangrijk deel van de oplossing zit in
de buurten zelf. Alle Amsterdammers kunnen meedoen om grip te krijgen op de
energierekening door samen op te wekken en te besparen. Inmiddels zijn er ruim honderd
initiatieven actief of in ontwikkeling. APEC en Netwerk Oranje Energie vormen daarbij een
brug tussen de Amsterdammers en de gemeente, maar ze krijgen elk jaar pas in
december zekerheid of zij in januari kunnen doorgaan. Vanaf oktober kunnen zij hun
mensen en partners niet meer zeggen dat ze op 1 januari nog bestaan en dat betekent
dat de opgebouwde kennis en de mensen in hun organisatie elke keer drie maanden in
onzekerheid zitten.
Over veertien dagen is het 1 oktober en ze zijn nu al acht en een halve maand
bezig om het dit jaar anders te doen zodat het partnerschap dit jaar eerder kan worden
voortgezet. De gemeenteraad heeft in 2024 besloten dat energiegemeenschappen een
volwassen rol krijgen in de stad, maar het budget is steeds maar voor één jaar. In het
coalitieakkoord staat een enorme ambitie op het gebied van CO2, waarbij ook een grote
rol is toebedeeld aan gemeenschappen. In maart hebben bijna alle partijen hun
handtekening gezet onder het Amsterdams Coöperatief Verbond om te zorgen voor
meerjarige integrale financiering. Het gaat hierbij om het opbouwen van een
basisinfrastructuur voor energiegemeenschappen en het bijbehorende kader. Zo'n
basisinfrastructuur geeft hen ruimte en rust en de gemeente continuïteit en focus op het
echte werk. Daarom vragen ze om voor 1 december een vijfjarig uitvoeringsplan op te
stellen, inclusief structurele financiering voor het hele veld, en een overbrugging tot 1 juli
van 4,5 ton voor APEC en 6 ton voor Oranje Energie.
Het lid VAN MUNSTER vraagt of het jaarlijks opnieuw aanvragen van financiering
ook veel capaciteit kost aan de kant van de gemeente.
INSPREKER kan dat alleen maar beamen. Ze hebben een goede relatie met de
gemeenteambtenaren, wethouders en de raadsleden, maar toch wordt pas in november
een besluit hierover genomen. Ze vermoedt dat de gemeenteraad invloed kan uitoefenen
op dat slopende proces.
Het lid WEENK vraagt of er de komende jaren voldoende ruimte is om de
energiegemeenschappen te kunnen realiseren.
4
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
INSPREKER merkt op dat het gaat om het gunnen van ruimtes, kavels en
gebouwen om bijvoorbeeld de groene hub te kunnen onderbrengen. Daarnaast gaat het
ook om met elkaar als bondgenoten te opereren en dat zit ook in de financiering.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER MÜLLER die namens APEC
inspreekt bij agendapunt 6, vaststellen van de Verordening lokaal eigendom grootschalige
elektriciteitsopwek Amsterdam.
INSPREKER wil de commissie in overweging geven een aantal wijzigingen aan te
brengen in de Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. Het gaat
over grootschalige opwek waarbij Amsterdam ervoor heeft gekozen lokaal eigendom te
bevorderen. De energietransitie brengt kosten en lasten met zich mee, maar ook
verdiensten. Het ligt voor de hand om degenen die meer lasten dragen van bijvoorbeeld
windmolens ook meer lusten te geven ter compensatie. Andere lasten van de
energietransitie zijn de stijgende kosten van energie en daar heeft iedereen in de stad last
van. Die kosten kunnen worden gecompenseerd met rendabele duurzame opwek. De
verordening, zoals die er nu ligt, is eenzijdig gericht op compensatie in de directe
omgeving. Dat is een onnodig beperkte keuze die in het nadeel van de meeste bewoners
van Amsterdam uitpakt, omdat de locaties voor grote opwekprojecten aan de randen van
de stad liggen. Het voorstel is om de verordening zo aan te passen dat alle
Amsterdammers in aanmerking kunnen komen voor participatie in duurzame
opwekprojecten, met daarbij een speciale regeling voor mensen die in de nabije omgeving
wonen en meer lasten dragen van die projecten.
Het lid VAN MUNSTER vraagt of de verordening de energietransitie bemoeilijkt.
INSPREKER denkt dat het makkelijker kan als meer mensen toegang krijgen tot
participatie in dit soort projecten.
Het lid VAN HILTEN vraagt welke problemen de verordening kent als het gaat om
zonnepanelen en de postcodes.
INSPREKER legt uit dat de meeste energiegemeenschappen coöperaties zijn
waarbij ieder lid één stem heeft. Dat verhoudt zich slecht tot het runnen van projecten
waarin een beperkt aantal leden de zeggenschap heeft. De praktijk is dat coöperaties met
zijn allen beslissen en het is lastig als dat wordt uitgezonderd. Dit is eerder met de
gemeente uitgezocht rond een project van een solar carport, maar het voorstel dat er nu
ligt doet daarin weer een stap terug.
Het lid MCDONNELL vraagt hoe de APEC beoordeelt dat met hun voorstel de
meer kapitaalkrachtige mensen in Amsterdam eerder aan de beurt komen en dat mensen
die lokaal wonen er minder van zullen profiteren.
INSPREKER herhaalt dat het voorstel is om heel Amsterdam toegang te geven tot
dit soort projecten, maar om daarnaast een speciale regeling te treffen voor de direct
omwonenden en voor hen bijvoorbeeld 25 procent van de obligaties te reserveren of om
een omgevingsfonds in te richten.
Het lid BLAAUW vraagt hoe mensen die hinder ondervinden meer zeggenschap
kunnen krijgen, zodat ze zich ook gehoord voelen, mee kunnen denken en hun zorgen
kunnen uiten.
INSPREKER legt uit dat inwoners van een gebied om een zwaarwegend advies
gevraagd kunnen worden, waarvan het bestuur van een coöperatie en de
ledenvergadering alleen gemotiveerd kunnen afwijken.
5
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid BENJAMINS vraagt hoe de inspreker kijkt naar lokaal eigendom in de
context van de huidige uitdagende marktomstandigheden.
INSPREKER antwoordt dat met name het lokale bezit van windmolens belangrijk
is, omdat zonprojecten slechts ongeveer 30 procent van de tijd energie leveren. Als dat
gecombineerd wordt met windprojecten, dan kan de vraag naar energie voor 70 procent
worden voorzien. Dat is belangrijk voor zowel de betrouwbaarheid als de kosten van de
energievoorziening.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER WALKER-KONNO die
namens Adem vrij aan het IJ inspreekt bij agendapunt 8, bespreken van de GGD-
jaarrapportage luchtmeetnet 2025 en bijbehorende raadsinformatiebrief.
INSPREKER wijst op het coalitieakkoord, waarin staat dat iedereen recht heeft op
schone lucht. Ze vindt dat dit ook geldt voor de bewoners die onder de rook leven van de
industrie uit het Westelijk Havengebied. De gemeente monitort de luchtkwaliteit in
Amsterdam met luchtmeetpunten, maar op de kaart van het GGD-jaarrapport
Meetresultaten luchtkwaliteit Amsterdam 2025 wordt een deel van de stad niet
weergegeven, laat staan dat daar een luchtmeetpunt is. Westelijk Amsterdam Noord is in
dit rapport een blinde vlek. Heel Noord heeft slechts één luchtmeetpunt, terwijl de uitstoot
van olieterminals en bedrijven als ICL, Bunge en Damen juist naar deze woonwijken
waait. De GGD vindt een meetpunt hier niet nodig omdat berekend zou kunnen worden
wat de fijnstof- en stikstofuitstoot hier is, maar vanwege die industrie en de omringende
A10 zou een luchtmeetpunt in Tuindorp Oostzaan naast fijnstof en stikstof ook andere
stoffen, zoals benzeen en tolueen, moeten meten. Maatwerk is hier mogelijk en
luchtkwaliteitsexperts kunnen vaststellen welke stoffen zinvol zouden zijn om in dit deel
van de stad te meten. Deze inwoners weten nu niet wat men inademt en het ontbreekt de
gemeente en de provincie nu aan handvatten om het recht van Amsterdammers in Noord
op schone en gezonde lucht te waarborgen. Ze maakt zich grote zorgen over de mogelijke
gezondheidsrisico's die de luchtvervuiling hier met zich meebrengt voor haar buren en
haar kinderen en ze roept de commissie daarom op om ervoor te zorgen dat het college
een luchtmeetpunt met maatwerk neerzet in westelijk Noord en dat het college met een
concreet stappenplan en tijdpad komt voor de realisering van dit luchtmeetpunt.
Het lid VAN MUNSTER vraagt of de aanpassingen bij ICL iets aan de
luchtkwaliteit in de buurt hebben gedaan.
INSPREKER meldt dat bewoners in de periode dat ICL stillag vanwege
achterstallig onderhoud, opeens andere geuren roken die normaal verbloemd werden
door de stinkuitstoot van ICL, zoals de geur van verbrand plastic. Daarom vragen
bewoners om een meetpunt in westelijk Amsterdam Noord, zodat ze weten wat zij
inademen, ook als zij het niet kunnen ruiken. Daarnaast vragen ze ook om meer te meten
aan de schoorsteen van de fabrieken zelf, want ze weten dat ICL meer zoutzuur uitstoot
dan is toegestaan, maar ze weten dat niet van andere fabrieken.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER FOEST die op persoonlijke
titel inspreekt bij agendapunt 11, bespreken van Het Grote Amsterdamse
Buitenspeeladvies voor de kleine Amsterdammers van de Sportraad Amsterdam, de
bestuurlijke reactie en de aanvullende reactie van de Sportraad.
INSPREKER spreekt namens bewoners en betrokkenen rond het Vendelhof en
de Vereniging Openbaar en Leefbaar Binnengasthuisterrein. Zij vragen de commissie het
advies van de Sportraad te onderschrijven en de aanbevelingen onderdeel te maken van
het nieuwe actieplan buitenspelen. De kleine groene speelplaats op het
Binnengasthuisterrein is voor de kinderen uit de buurt een plek om buiten te spelen, maar
ook een sociale ontmoetingsplek waar kinderen en ouders met verschillende
nationaliteiten en achtergronden samenkomen. Juist deze plek dreigt te moeten wijken
6
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
vanwege toekomstige werkzaamheden van de UvA. Op dit moment moeten bewoners
aantonen waarom de speelplaats niet verplaatst zou moeten worden, terwijl deze
bewijslast andersom zou moeten liggen. Als een bestaande speelplek moet verdwijnen,
dan zou de partij die dat wil moeten aantonen waarom dit noodzakelijk is. Daarom is
aanbeveling 2 van de Sportraad belangrijk, geef bestaande speelplekken een
beschermde positie. Ook aanbeveling 4 is belangrijk, zorg voor een duidelijk
handelingskader wanneer buitenspelen botst met andere stedelijke belangen. Bewoners
zouden dat gevecht niet telkens opnieuw zelf hoeven te voeren, want het actieplan
buitenspelen gaat niet alleen om het creëren van nieuwe speelplekken, maar ook om het
beschermen van wat er al is.
Het lid VEENHOFF is benieuwd wat het plan is van de UvA en vraagt of de
speeltuin niet als groen is bestemd en op die manier is beschermd.
INSPREKER antwoordt dat de UvA bezig is met de bouwplannen om BG5 en de
Oudemanhuispoort op te knappen. In oktober horen de bewoners daar meer over. Ze
weet niet hoe het zit met de beschermstatus.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER HOOIJER die op
persoonlijke titel inspreekt bij agendapunt 14, bespreken van het onderwerp Amsterdam
verliest zakelijke hotelgasten.
INSPREKER heeft een melkveehouderijbedrijf in het landelijk gebied van Weesp.
De verhoging van de toeristenbelasting komt voor agrarische ondernemers in deze regio
neer op tegenstrijdig overheidsbeleid en een verslechtering van hun concurrentiepositie
ten opzichte van naburige ondernemers. De provincie stimuleert de ontwikkeling van
recreatie en toerisme in de regio Gooi en Vechtstreek, om op die manier ruimte te geven
aan de recreant en om bedrijven te versterken via de multifunctionele landbouw. Het
beleid van de gemeente werkt deze door de provincie gestimuleerde ontwikkeling tegen.
Het huidige tarief van 12,5 procent van de omzet wordt verhoogd naar 20 procent, terwijl
bij de buurgemeenten de tarieven van geheel andere opbouw en van lagere orde zijn. Het
huidige en toekomstige gemeentebeleid tast het concurrentievermogen van de
ondernemers ernstig aan, waardoor de continuïteit van hun bedrijven met de neventak
recreatie en toerisme in gevaar kan komen. Het lijkt hem logisch dat de tarieven in nauwe
overeenstemming zijn met die van naastliggende gemeenten in de Gooi en Vechtstreek.
Daarnaast is hij van mening dat de gemeente bij haar beleid ook de gevolgen voor de
ondernemers moet inventariseren en meenemen in haar afwegingen. Daarom vraagt hij
de gemeenteraad om maatwerk met betrekking tot de tarieven van de toeristenbelasting
mogelijk te maken binnen de gemeente Amsterdam.
Het lid HAVELAAR vraagt of de verhoging van de toeristenbelasting verhindert
dat het bedrijfsmodel van de inspreker overgaat naar een minder intensief melkveebedrijf.
INSPREKER legt uit dat het voor recreanten heel duur wordt in Weesp, terwijl ze
900 meter verderop goedkoper kunnen overnachten. Daarnaast benadrukt hij nogmaals
dat de provincie agrariërs stimuleert om recreatie en overnachtingen als neventak te
ontwikkelen.
Het lid WEENK vraagt of de gemeente met ondernemers in Weesp heeft
gesproken over mogelijkheden voor maatwerk.
INSPREKER antwoordt dat ondernemers deze punten hebben aangekaart bij de
bestuurscommissie van het stadsdeel Weesp. Het stadsdeel kijkt met de Stopera naar wat
daar mogelijk is, maar dat heeft nog geen resultaat opgeleverd.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER DOORNHEGGE die namens
Koninklijke Horeca Nederland inspreekt bij agendapunt 14, bespreken van het onderwerp
7
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Amsterdam verliest zakelijke hotelgasten en agendapunt 15, bespreken van de
discussienota Welke bezoeker wil Amsterdam wel?' van het lid Havelaar (CDA).
INSPREKER stelt dat Amsterdam wel spreekt over ongewenste bezoekers, maar
daarbij juist de zakelijke bezoeker verliest die het meest uitgeeft, meerdere nachten blijft,
doordeweeks komt en weinig overlast veroorzaakt. Sinds 2019 daalde dit segment met
ruim 38 procent. Amsterdam wordt steeds duurder door de btw-verhoging naar 21 procent
en de oplopende toeristenbelasting naar 16 en later 20 procent. Volgens ABN-AMRO kan
bijna driekwart van de hotels die lasten niet doorberekenen en de omzet per kamer is met
7 tot 8 procent gedaald. Ook de grens van 20 miljoen overnachtingen is onrealistisch,
gezien de vergunde capaciteit van 33,5 miljoen. Onderzoek van Inholland toont dat
bewoners meer behoefte hebben aan spreiding en handhaving dan aan volumebeperking.
Ze vraagt de raad de verhoging van de toeristenbelasting te beperken, geen nieuwe
gedifferentieerde tarieven te onderzoeken, de grens van 20 miljoen overnachtingen te
schrappen, het financiële risico voor de begrote opbrengst van 350 miljoen inzichtelijk te
maken en met de sector te werken aan een gezonde, goed gespreide en duurzame
bezoekerseconomie.
Het lid KOK vraagt waaruit blijkt dat de marges van de ondernemers onder druk
staan.
INSPREKER legt uit dat de prijs die een gast wenst te betalen voor een
hotelovernachting is gedaald. De gestegen kosten door inflatie en het verhogen van de
btw en de toeristenbelasting zullen daarom grotendeels uit de portemonnee van de
hotelier komen.
Het lid HAVELAAR vraagt waarom Koninklijke Horeca Nederland verwacht dat de
inkomsten uit de toeristenbelasting voor de gemeente Amsterdam in dit lopende
kalenderjaar tegen zullen vallen.
INSPREKER antwoordt dat uit de cijfers blijkt dat die inkomsten lager zijn dan de
gemeente heeft begroot.
Het lid HAVELAAR vraagt wat de voor- en nadelen zijn van differentiatie van de
toeristenbelasting in verschillende gebieden.
INSPREKER antwoordt dat eerdere differentiatie tussen stadsdelen niet heeft
bijgedragen aan spreiding. Daar komt bij dat hotels in de regio goed bereikbaar zijn. Een
ander nadeel van differentiatie is dat sommige tarieven nog hoger worden.
Het lid SCHMIT vraagt hoe de inspreker kijkt naar de investeringen van vier keer
11 miljoen voor een schone stad die worden betaald door de hogere toeristenbelasting.
INSPREKER tekent daarbij aan dat eerdere verhogingen van de
toeristenbelasting niet echt hebben bijgedragen aan het schoonhouden van de stad. Ze
vraagt zich af of er voldoende wordt geïnvesteerd in een schone stad.
De VOORZITTER geeft het woord aan INSPREKER VAN DER HEIJDEN die
namens RAI Amsterdam inspreekt bij agendapunt 15, bespreken van de discussienota
Welke bezoeker wil Amsterdam wel? van het lid Havelaar (CDA).
INSPREKER maakt zich zorgen dat de verhoging van de toeristenbelasting juist
de bezoekers raakt die bovengemiddeld bijdragen aan de economie, innovatie en
internationale positie van de stad. De opbrengst op korte termijn gaat ten koste van de
waarde op lange termijn. De gemeente is aandeelhouder van RAI Amsterdam en
ondersteunt de strategie gericht op internationale meerdaagse congressen, die een breed
ecosysteem verbinden en kennisuitwisseling, innovatie en economische en
8
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
maatschappelijke transities stimuleren. Het vertrouwen in Amsterdam als
congresbestemming is historisch laag en Amsterdam is inmiddels teruggevallen naar de
twintigste plek op de internationale congressenranglijst. Grote internationale
congresorganisatoren uiten hun zorg vanwege de stijgende toeristenbelasting en vragen
om contractuele bescherming tegen verdere kostenstijgingen, zodat zij gemaakte
afspraken kunnen heroverwegen of zelfs ontbinden. Dat is zorgwekkend omdat grote
internationale congressen drie tot vijf jaar vooruit worden gepland. Tegen de tijd dat de
cijfers echt rood kleuren voor Amsterdam, zijn congressen al vertrokken en is herstel
ingewikkeld en langdurig. De hele stad, universiteiten en medische centra worden
hierdoor geraakt. Uit onderzoek blijkt dat de bedrijfsactiviteit van de RAI jaarlijks goed is
voor 1,2 miljard economische spin-off en 6.300 arbeidsplaatsen in de stad. Hij vraagt de
raad te kijken naar de opbrengst van volgend jaar en verdere verhoging vanaf 2028 te
voorkomen. Tot slot vraagt hij de gemeente om samen met de sector te onderzoeken
welke alternatieven er mogelijk zijn.
Het lid HAVELAAR vraagt wat het betekent dat het GVB het congresproduct voor
het openbaar vervoer heeft geschrapt.
INSPREKER vraagt zich ook af of internationale congressen nog wel welkom zijn
als verschillende partijen hun bijdrage daaraan terugtrekken.
Het lid HAVELAAR vraagt wat de gevolgen zijn van het wegvallen van het
cardiologencongres en is benieuwd of zo'n congres ook weer kan terugkeren naar de
stad.
INSPREKER herhaalt dat de cycli van congressen vier tot vijf jaar beslaan. Het
cardiologencongres heeft aangegeven dat zij niet terugkomen zolang zij geen garantie
krijgen van een stop op de kostenstijgingen voor deelnemers en bezoekers.
Het lid KOK vraagt of de inspreker een toekomstbeeld kan schetsen van wat er
gebeurt als de congressen in de stad afnemen. Ze is benieuwd wat dit allemaal gaat
raken en welke gevolgen het heeft.
INSPREKER herhaalt dat een congres een heel ecosysteem heeft van
universiteiten, de medische centra en alles wat daaraan is gelieerd. Amsterdam was een
populaire congresbestemming vanwege de actieve verbinding tussen die partijen en een
congresorganisator.
Het lid KOK vraagt wat de inspreker op korte termijn nodig heeft van de
gemeente.
INSPREKER voelt zich overvallen door de verhoging en wil graag het gesprek
hierover aangaan.
2c.
Actualiteiten
Er zijn voor deze vergadering geen actualiteiten aangemeld.
2d.
Rondvraag
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell voor een rondvraag.
Het lid MCDONNELL wijst op de energiekosten die volgens de ACM het komend
jaar met gemiddeld 140 euro per huishouden stijgen. Amsterdammers die al moeite
hadden hun energierekening te betalen, krijgen daarmee nog eens een flinke tik van de
9
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
molen en de reden hiervoor is wat de Partij voor de Dieren betreft al lang en breed
bekend, namelijk de ontembare datahonger van dit gemeentebestuur en de wens om van
Amsterdam de techhoofdstad van Europa te maken. Het elektriciteitsnet moet aanzienlijk
extra worden verzwaard door de komst van techgiganten en hun megalomane datacentra.
Nu blijkt dat Amsterdammers de rekening gepresenteerd krijgen en mogen meebetalen
aan de private woekerwinsten van databedrijven. Hij vraagt de wethouder of zij het ermee
eens is dat door haar voorganger een inschattingsfout is gemaakt door te laat regels op te
stellen om het aantal datacenters in de stad te beperken. Daarnaast wil hij weten of de
wethouder van plan is om samen met de wethouder Ruimtelijke Ordening afspraken te
maken met datacenterbedrijven over hun bijdrage aan de te maken maatschappelijke
kosten voor verduurzaming en uitbreiding van het net.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS maakt zich ook zorgen over de stijgende kosten van het
energienet, maar ze deelt de conclusie van Partij voor de Dieren niet dat dat direct aan
datacentra gelinkt is. Bedrijven betalen voor hun aansluitingen, de netbeheerder bepaalt
die kosten en die worden getoetst door de Autoriteit Consument & Markt. De wet laat niet
toe dat daarover andere afspraken gemaakt worden. Het college voelt ook het ongemak
over datacenters die drukken op het energienetwerk dat nodig is om de energietransitie te
versnellen, maar die afspraken zijn nu eenmaal gemaakt.
Het lid MCDONNELL wil graag weten waarom de wethouder niet in gesprek wil
gaan met die datacenterbedrijven over een extra bijdrage. Als de maatschappelijke kosten
bij de bewoners terechtkomen, dan wordt de hele energietransitie een asociale transitie
en dat is niet wat de wethouder wil.
Wethouder HEINHUIS is het met het lid McDonnell eens dat er goed moet worden
nagedacht over wie voor de energietransitie betaalt en op welke manier. Datacenters zijn
echter niet een-op-een te relateren aan de stijgende energiekosten. Dat heeft ook te
maken met de netuitbreidingen die sowieso nodig zijn omdat de stad groeit en er meer
energie wordt gebruikt. Het heeft ook te maken met de energietransitie zelf, aangezien er
meer op elektriciteit wordt geleund dan op fossiele brandstoffen en dat heeft
consequenties voor het stroomnet en de kosten. Ze herhaalt dat zij niet met datacenters in
gesprek kan om hierover afspraken te maken omdat er wettelijke kaders zijn die dit
beperken.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk voor een rondvraag.
Het lid WEENK meldt dat er een subsidieoproep is van de EU voor het
ondersteunen van de implementatie van klimaatneutrale en slimme steden en van steden
met ambities om klimaatneutraal te worden, gericht op hergebruik van bouwmateriaal en
slimmer omgaan met sloopafval. Amsterdam is een van de steden die mag meedoen,
maar de deadline nadert snel. Hij vraagt de wethouder of Amsterdam zich al heeft
aangemeld voor dit project, en zo niet, of de wethouder wil onderzoeken of het mogelijk
interessant is voor Amsterdam om hieraan mee te doen.
Wethouder VAN DER HORST verzekert dat in Amsterdam al veel gebeurt op het
gebied van circulair bouwen. Ze zal uitzoeken of deze subsidie is afgewogen en waarom
ze de subsidie wel of niet aanvragen. Ze komt daar de volgende keer op terug.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit voor een rondvraag.
Het lid SCHMIT ziet in de maatschappelijke bv een mooie erkenning van de status
van impactondernemers die bijdragen aan een duurzame circulaire economie en die vaak
mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek in hun bedrijf geven. De
10
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
maatschappelijke bv is in Europa allang goedgekeurd, maar het duurt lang voordat dit
door de Tweede Kamer komt. Hij vraagt de wethouder of zij een signaal wil geven aan de
minister van Economische Zaken dat men dit in Amsterdam heel graag wil, met het
verzoek of de Tweede Kamer hier wat meer tempo in kan maken.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het wetsvoorstel klaarlag tijdens het
vorige kabinet en dat in de internetconsultatie over de conceptregeling een reactie is
gegeven vanuit de grote steden. De minister heeft aangegeven dat er dit najaar een brief
komt over het rentmeestervennootschap, waarin ook de maatschappelijke bv aan bod
komt. Ze wil graag met de minister in gesprek over het belang dat maatschappelijke
ondernemers meer mogelijkheden krijgen om hun onderneming ook juridisch vorm te
geven, omdat dat ook de basis is om hen weer breder te kunnen herkennen en
waarderen. Ze gaat hiermee aan de slag en komt er nog op terug.
Daarnaast is in april dit jaar samen met tientallen partners uit heel Nederland de
Impactagenda 2030 overhandigd aan de nationale overheid, als oproep om samen door te
pakken voor een toekomstbestendige en weerbare economie, inclusief de oproep voor
een juridisch raamwerk voor impactondernemingen met een pleidooi voor de
maatschappelijke bv.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten voor een rondvraag.
Het lid VAN HILTEN kan zich vinden in de wijziging berekeningswijze
vastrechttarief drinkwater, maar er is wel een kleine groep bedrijven waar dit leidt tot een
explosie van kosten. Het gaat om bedragen van 90 euro die oplopen tot bijna 10.000 euro.
Hij vraagt of de wethouder met deze beperkte groep bedrijven in gesprek kan gaan over
wat er mogelijk is, aangezien dit een significante impact heeft op de businesscase van
deze bedrijven.
Wethouder HEINHUIS heeft deze week contact gehad met ORAM en daar werd
aangegeven dat dit voor een klein groepje bedrijven een serieuze impact heeft. Aangezien
bedrijven voorheen niet betaalden voor de aansluiting is het historisch zo gegroeid dat
veel bedrijven een aansluiting hebben die niet past bij hun bedrijfsvoering. Tot 1 oktober
kunnen bedrijven aangeven dat ze een andere aansluiting willen, maar die termijn wil ze
verlengen tot het eind van het jaar. De paar bedrijven voor wie het echt heel moeilijk is,
kunnen zeker met haar in gesprek.
Het lid VAN HILTEN heeft begrepen dat een aantal van deze bedrijven hun
aansluiting niet kunnen verkleinen omdat ze sprinklerinstallaties of blusinstallaties hebben.
Hij vraagt of de wethouder deze veiligheidsoverwegingen bij de gesprekken kan
betrekken.
Wethouder HEINHUIS bevestigt dat een aantal bedrijven op last van de
brandweer extra water moet hebben en dan wordt dat niet betrokken bij het
vastrechttarief. Als bedrijven daar op eigen initiatief voor hebben gekozen, dan is het goed
om te kijken wat mogelijk is zodat ze niet onnodig te veel betalen.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor tien minuten.
3. Bespreekstukken
Water
10.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Wijziging berekeningswijze vastrechttarief
drinkwater VN2026-010057
Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
11
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Duurzaamheid en Energietransitie
6.
Vaststellen van de Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Amsterdam VN2026-009037
De VOORZITTER meldt dat de commissie bij dit agendapunt wordt gevraagd om
de raad te adviseren over bijgevoegde verordening die producenten van grootschalige
elektriciteitsopwekking met zon- of windenergie een inspanningsverplichting geeft om zorg
te dragen voor lokaal mede-eigendom. Dit ligt in lijn met het Nederlandse klimaatakkoord,
waarin het streven is uitgesproken dat wind- en zonprojecten voor 50 procent in mede-
eigendom komen van inwoners en bedrijven in de nabije omgeving van deze projecten.
De verordening legt hiertoe een inspanningsverplichting op aan de producent.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten.
Het lid VAN HILTEN stelt voor om via de bestaande fondsen van de gemeente,
zoals het Duurzaamheidsfonds of het Klimaat- en Energiefonds, al dan niet met een
stichting als tussenpersoon, deel te nemen in nieuwe opwekprojecten. Op die manier
kunnen de rendementen die voortvloeien uit deze grootschalige opwek met behulp van
zo'n stichting ten goede komen aan initiatieven waarmee de netcongestie kan worden
aangepakt, de Fixbrigade geholpen kan worden of de isolatie kan worden opgeschaald.
Dat lijkt hem de meest pure vorm van lokaal eigendom. Hij hoort graag de reactie van de
wethouder hoe zij dat ziet en of dat inderdaad mogelijk is.
Hij heeft begrepen dat de wederzijdse verwachtingen van APEC en de gemeente
niet goed gelijk oplopen en hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Tot slot vraagt hij
of er nog mogelijkheden zijn om de manier van afbakenen van wat lokaal wordt genoemd
verder aan te scherpen zodat dit beter aansluit bij het lidmaatschap van
energiecoöperaties.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Blaauw.
Het lid BLAAUW geeft aan dat de VVD niet kiest voor windturbines binnen de
Amsterdamse gemeentegrenzen, met uitzondering van een beperkt aantal in het Westelijk
Havengebied. Op die manier wil de VVD hinder en overlast voor huidige en toekomstige
bewoners beperken. Zij zien deze verordening niet als een steunbetuiging aan nieuwe
windturbines buiten het Westelijk Havengebied. Wel vindt de VVD het belangrijk dat de
positie van direct omwonenden en ondernemers zo goed mogelijk wordt geborgd. Ze
kunnen zich vinden in het uitgangspunt dat een grotere groep mensen en ondernemers
kan meedoen met lokaal eigendom, maar vinden tegelijkertijd dat de positie van de
mensen die de meest directe gevolgen ondervinden ook goed moet worden geborgd. Hij
hoort graag van de wethouder of er in de verordening ruimte is om de positie van direct
omwonenden en ondernemers te versterken. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar
een vorm van meer betrokkenheid en zeggenschap voor mensen die deze projecten in
hun achtertuin krijgen, waarbij de suggesties van de inspreker namens APEC kunnen
worden meegenomen.
Het lid VAN HILTEN is benieuwd wat de VVD van zijn suggestie vindt dat de
gemeente al dan niet via fondsen gaat deelnemen aan dit soort projecten, aangezien de
VVD van oudsher wat sceptisch is over een overheidsrol bij dit soort projecten.
Het lid BLAAUW wil daar graag meer over weten. Ondernemen is een
mogelijkheid om winst te maken, maar het is ook een mogelijkheid om verlies te lijden en
hij wil graag kijken hoe ze daarmee om zouden kunnen gaan.
Het lid VAN MUNSTER hoort dat de VVD tegen windmolens is.
12
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid BLAAUW hoopt dat het lid Van Munster beter heeft geluisterd. Hij heeft
gezegd dat ze niet op alle plekken voor windturbines zijn en dat is wat de VVD
consequent al jarenlang zegt.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster.
Het lid VAN MUNSTER vraagt zich af of met de verordening geen beslissingen
worden genomen waarvan later blijkt dat ze te veel beperkingen opleggen. Aan de randen
van de stad wonen weinig mensen die mee kunnen doen. Tegelijkertijd zijn er wel veel
inwoners die graag mee willen doen met dit soort projecten, maar grootschalige opwek in
Amsterdam Centrum is niet mogelijk. Hij is benieuwd of er in de verordening ruimte is om
dat goed te kunnen regelen.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell.
Het lid MCDONNELL concludeert dat in deze verordening het publiek eigendom
niet voorop is komen te staan en dat Amsterdam niet verder gaat dan wat het neoliberale
kabinet voorschotelt. Slechts 50 procent van de energieontwikkeling komt in lokale
handen en mocht een ontwikkelaar het niet redden om in de nabije omgeving daaraan te
voldoen, dan is dat na een aantal verplichte vervolgstappen simpelweg pech. In feite
worden met deze verordening de publieke voorzieningen alvast in de uitverkoop gezet.
Daarom moet deze ondoordachte verordening wat de Partij voor de Dieren betreft terug
naar de tekentafel om te zorgen voor echte zeggenschap voor Amsterdammers.
Hij is benieuwd naar de suggestie die het lid Van Hilten heeft gedaan en vindt dat
een goed idee. Verder vraagt hij de wethouder te reflecteren op haar eerdere uitspraak
over een sociale transitie. Hij is benieuwd of deze verordening daaraan voldoet.
Daarnaast wil hij weten waarom Amsterdam geen strategie heeft om 100 procent
lokaal eigendom mogelijk te maken en waarom een ontwikkelaar meteen mede-eigenaar
van een publieke voorziening wordt om zijn risico te compenseren. Er zijn ook andere
manieren te bedenken om een ontwikkelaar te compenseren zonder hem eigendom te
geven.
Hij begrijpt dat het voor de haalbaarheid in de haven goed is als lokale bedrijven
deels eigenaar worden, maar hij mist de bewoners in het verhaal. Het haventerrein is
gemeentegrond, er is ruim de mogelijkheid om ook bewoners eigenaar te maken en zijn
voorstel is om dat te doen.
Het lid BENJAMINS vraagt hoe Partij voor de Dieren kijkt naar het feit dat
commerciële partijen bij 100 procent lokaal eigendom niets te zeggen hebben, maar wel
alle risico's nemen en het merendeel van de opbrengsten aan sturing kwijt zijn. Als
commerciële partijen daardoor geen projecten meer opzetten, dan betekent dat ook
minder projecten en dus ook minder lokaal eigendom.
Het lid MCDONNELL denkt dat er genoeg projecten in Nederland te vinden zijn
die 100 procent lokaal eigendom hebben. Amsterdam moet ambitieuzer zijn dan wat het
rijk voorschotelt en hij denkt dat ze kunnen streven naar 100 procent.
Het lid VAN HILTEN vraagt welke suggesties de Partij voor de Dieren heeft om de
verordening te verbeteren.
Het lid MCDONNELL noemt ruimere afstandscriteria en hogere percentages in de
haven. De raad kan suggesties doen, maar de ambtenaren kunnen daar ook mee aan de
slag gaan.
Het lid VAN HILTEN merkt op dat de consequentie kan zijn dat energieprojecten
niet van de grond komen.
13
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid MCDONNELL gaat ervan uit dat de gemeente beleid kan maken waarmee
ze kunnen sturen op zoveel mogelijk eigendom, het liefst 100 procent.
Het lid VAN HILTEN acht de kans groot dat de energietransitie stokt als er te veel
inspanningen gevraagd worden van energieopwekkende bedrijven. Hij is benieuwd
waarom de Partij voor de Dieren tegen de windmolens bij de Noord IJplas is, aangezien
dat 100 procent lokaal eigendom is.
Het lid MCDONNELL antwoordt dat de Partij voor de Dieren in tegenstelling tot
D66 er niet voor kiest om windmolens te plaatsen in een Noorder IJ-plas waar bewoners
er last van hebben en het de natuur schaadt.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van den Bosch.
Het lid VAN DEN BOSCH is tevreden met deze verordening omdat het bouwen
van windturbines met nog meer regels alleen maar moeilijker wordt. Hij benadrukt dat de
klimaatdoelen niet bereikt worden en dat het niet goed gaat met de energietransitie. Er is
nog geen enkel huis van het gas afgehaald, er wordt geen enkele windturbine bijgebouwd
en er wordt ook geen enkel zonnepaneel aangelegd.
Het lid VAN MUNSTER vraagt of JA21 wel gelooft dat er op dit moment een
klimaatcrisis gaande is.
Het lid VAN DEN BOSCH antwoordt dat JA21 niet ontkent dat klimaatverandering
niet bestaat. Hij begrijpt niet dat het lid Van Munster de procedure nog moeilijker wil
maken. De eisen die gesteld worden aan lokaal eigendom maken de transitie moeilijker.
Het is logischer om voor grootschalige energieprojecten te werken met grote
internationale bedrijven zoals Vattenfall of Shell die internationaal gespecialiseerd zijn in
de bouw en aanleg van windturbines.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Benjamins.
Het lid BENJAMINS geeft aan dat Volt het doel van deze verordening steunt en
groot voorstander is van het idee dat mensen moeten kunnen meeprofiteren van de
energietransitie. Wel willen ze het college een spiegel voorhouden over wat lokaal
eigendom echt oplevert. Het draagvlak voor nieuwe wind- en zonneparken staat onder
druk en lokaal eigendom wordt daarbij vaak gepresenteerd als middel om dat draagvlak te
vergroten, omdat mensen zich minder tegen een project zouden keren als zij mede-
eigenaar zijn. Die aanname zit ook in deze verordening, maar houdt geen stand. Want uit
onderzoek blijkt dat lokaal eigendom weinig verschil maakt voor acceptatie bij direct
omwonenden. Ook coöperaties die voor 100 procent eigenaar zijn, krijgen te maken met
lokale weerstand. Wat wel het verschil maakt, is een zorgvuldig participatieproces dat
begint voordat een project er ligt. Andere vormen van participatie, zoals een
omwonendenregeling, een omgevingsfonds en financiële deelname via obligaties, vormen
minder risico voor bewoners en laten ook mensen die geen geld hebben om te investeren
meeprofiteren. Ze vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken hoe deze andere
vormen van participatie kunnen worden gestimuleerd en of zij bereid is bij de toegezegde
evaluatie over twee jaar expliciet te toetsen of deze vormen ook daadwerkelijk van de
grond zijn gekomen.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS deelt het streven naar 100 procent lokaal eigendom met de
Partij voor de Dieren. De verordening is een lokale uitwerking van de landelijke wetgeving
die de gemeente de ruimte geeft om in ieder geval 50 procent lokaal eigendom als
vereiste op te nemen. Als het meer kan, dan wil het college graag meer. Daarbij komt dat
14
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
het huidige landschap voor ondernemers in de energietransitie niet makkelijk is.
Het voorstel van Volt om andere vormen van participatie te onderzoeken vindt ze
interessant en ook de opmerking dat alleen lokaal eigenaar zijn van een project niet
meteen betekent dat er meer draagvlak is, neemt ze ter harte. Deze verordening maakt
het mogelijk om mensen die dichtbij wonen te vragen of zij mee willen doen. Dat is
belangrijk, omdat de energietransitie inderdaad vooral een sociale transitie is. Daarom is
het belangrijk oog te hebben voor mensen die niet dagelijks hiermee bezig zijn, die
misschien geen tijd hebben om de krant te lezen en heel andere zorgen hebben. Die
inwoners moeten beter worden betrokken en ze moeten de gelegenheid krijgen om mee
te doen als er in hun buurt lokale, groene, duurzame energie wordt opgewekt. Dat
betekent niet dat het daarmee stopt. In eerste instantie wordt dichtbij gekeken en als dat
niet kan, wordt er verder gekeken.
De VVD wil alleen windmolens in de haven, maar daar wonen geen mensen en
dan maakt het niet zoveel uit wie de eigenaar is.
Het lid BLAAUW brengt naar voren dat ondernemers in het havengebied ook
onder de doelgroep vallen. Het klopt dat de VVD een andere mening heeft over de
Noorder IJ-plas, maar dan nog kunnen ze opkomen voor die mensen die daar wonen.
Bewoners die hinder ervaren zouden voorrang moeten krijgen om betrokken te worden.
Hij is benieuwd of daar ruimte voor is in de verordening.
Wethouder HEINHUIS bevestigt dat met de verordening bewoners in de directe
omgeving als eerste aan bod komen. Als zij dat aanbod afslaan, dan wordt vervolgens
verder gekeken naar de stad. In het centrum zijn ook veel bewoners die graag willen
meedoen en die komen in de tweede slag aan de orde.
Het lid MCDONNELL is verheugd dat de wethouder nog achter de sociale
transitie staat. Hij wil de wethouder uitdagen om wat creatiever te zijn en niet meteen
eigenaarschap af te staan aan private ontwikkelaars. Er zijn ook manieren om vooraf het
risico dat deze ontwikkelaars nemen te dekken. Hij vraagt de wethouder na te denken
over andere vormen om dit risico te dekken, in plaats van het eigenaarschap af te staan.
Wethouder HEINHUIS gaat daar nu niet over nadenken, want ze heeft haast met
de energietransitie. Ze maakt zich zorgen over voorstellen van de Partij voor de Dieren die
het proces vertragen.
Het lid MCDONNELL bestrijdt dat de Partij voor de Dieren het proces wil
vertragen. Ze kijken naar verstandige keuzes en de Noorder IJ-plas is geen verstandige
keuze. Nadenken over zoveel mogelijk lokaal en publiek eigendom is wel een verstandige
keuze en hij betreurt het dat de wethouder daarin geen stappen wil zetten.
Wethouder HEINHUIS vindt lokaal en publiek eigendom belangrijk en ze
benadrukt dat dit met deze verordening wordt verankerd in de lokale wetgeving. Het is
geen probleem als een lid buiten de postcoderoos valt en de verordening schept
verplichtingen aan producenten van grootschalige en duurzame opwek, waarbij het
mogelijk is dat een energiegemeenschap een producent is. Op deze manier kunnen ook
andere mensen meedoen dan alleen degenen die direct in de omgeving wonen.
Het voorstel van D66 om als gemeente zelf deel te nemen wordt niet belemmerd
door deze verordening en ze vindt het een interessant idee. Wel heeft ze iets meer kleur
en uitwerking nodig om dit goed te kunnen beoordelen.
Het lid VAN HILTEN hoopt dat hij bij die uitwerking kan rekenen op de
medewerkers van de wethouder. Vooruitlopend daarop stelt hij voor om in de verordening
een zin op te nemen over deze invulling van lokaal eigendom.
Wethouder HEINHUIS herhaalt dat de verordening deze mogelijkheid niet
belemmert. De verordening regelt wie dat kan oprichten en dat zou dus ook de gemeente
15
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
zelf kunnen zijn. Ze ziet geen aanleiding om dat nu aan te passen. Er is veel animo bij
ondernemers en bewoners om aan de slag te gaan met de energietransitie, maar een
voorstel met meer overheidsbemoeienis zal ze niet op voorhand afwijzen. Ze stelt voor om
dit op een later moment inhoudelijk te bespreken.
Het lid VAN DEN BOSCH vraagt waarom de wethouder de energietransitie met
de verordening bemoeilijkt, terwijl ze zegt dat ze haast heeft en meer prestaties wil.
Wethouder HEINHUIS ziet niet dat de verordening de energietransitie vertraagt.
Ze wijst op gevolgen van de eerdere liberalisering van de energiemarkt en vindt het
daarom belangrijk dat lokaal eigenaarschap van het begin af aan goed verankerd wordt
met deze verordening.
Het lid VAN DEN BOSCH legt de vraag voor welke partij beter en efficiënter is in
het bouwen van grootschalige energieprojecten. Zijn dat energiebedrijven zoals Shell en
Vattenfall die gespecialiseerd zijn om dit op een hoog tempo te produceren, of is dat een
klein clubje inwoners?
Wethouder HEINHUIS deelt die tegenstelling niet. Ze ziet veel bewoners die
voortvarend aan de slag gaan. De vertraging zit in de landelijke processen en niet zozeer
in of het een grote club is of een kleine club.
Het lid VAN DEN BOSCH verwijst naar de Monitor Energietransitie 2026 waaruit
blijkt dat resultaten uitblijven.
Wethouder HEINHUIS beaamt dat er te weinig is gebeurd. Het is niet alleen aan
dit college om dat op te lossen. Er zijn heel veel verschillende partijen nodig om de
energietransitie te realiseren en JA21 kan erop rekenen dat zij alles op alles zal zetten
binnen haar mogelijkheden om die transitie waar mogelijk te versnellen.
Het lid BLAAUW is voornemens om een voorstel te doen waarmee de positie van
ondernemers die dichtbij zitten beter wordt geborgd.
Wethouder HEINHUIS is van mening dat aan die wens van de VVD al tegemoet
wordt gekomen met deze verordening die bijdraagt aan 50 procent in die nabije omgeving.
Het lid MCDONNELL vindt het bezwaarlijk dat met deze verordening het
eigendom van de windmolens in de haven in handen komt van de bedrijven in de haven.
Hij vraagt of de wethouder nog wil kijken hoe bewoners in Noord of Geuzenveld daar ook
deel van kunnen uitmaken.
Wethouder HEINHUIS erkent dat in eerste instantie gekeken wordt naar de
directe omgeving. Als er niet voldoende bedrijven zijn die willen meedoen, dan wordt
breder in Amsterdam gezocht. De bedrijven in de haven zijn nodig bij de transitie en er zijn
al bedrijven die grote stappen nemen. Als bedrijven daarvoor windturbines plaatsen op
hun eigen terrein, dan is het logisch dat zij daarvan profiteren.
Het lid BENJAMINS vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er andere vormen
van participatie worden onderzocht en dat deze worden meegenomen in de evaluatie over
twee jaar.
Wethouder HEINHUIS kan dat toezeggen. Als commissieleden verdere
suggesties of ideeën hebben voor het verbreden van het draagvlak, dan hoort ze dat
graag.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 30 september en 1
16
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
oktober 2026.
Duurzaamheid en Energietransitie
8.
Bespreken van de GGD-jaarrapportage luchtmeetnet 2025 en bijbehorende
raadsinformatiebrief VN2026-010050
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Akkermans.
Het lid AKKERMANS constateert dat sinds 2010 een halvering te zien is van
vervuilende stoffen zoals stikstof en fijnstof. De fractie van de Partij voor de Dieren is blij
dat er nu wordt getoetst aan de hand van de nieuwste wetenschappelijk onderbouwde
WHO-normen, maar het verdrietige nieuws is dat nog geen enkele norm wordt gehaald.
Bij deze onderzoeken is de vraag wat er wel en wat er niet wordt gemeten en het gaat in
dit geval specifiek om Schiphol en het Westelijk Havengebied met onder andere ICL.
Wat de Partij voor de Dieren betreft hebben bewoners het recht om te weten wat
industrie met de luchtkwaliteit doet en heeft de gemeente de plicht zich in te spannen dat
ook rondom zware industrie de luchtkwaliteit in de gaten wordt gehouden. De meting van
ultrafijnstof rondom Schiphol is per 2026 gestopt, terwijl het juist in deze omgeving
belangrijk is om te weten hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is en hoe dit in de loop der
tijd verandert. Wat de Partij voor de Dieren betreft moet dit worden voortgezet. Daarnaast
ondersteunt de Partij voor de Dieren het verzoek van de inspreker om ook in westelijk
Amsterdam Noord een meetpunt te plaatsen, want ook de omwonenden van het Westelijk
Havengebied hebben het recht om te weten hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit. Ze
vraagt of de wethouder bereid is deze metingen uit te voeren.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster.
Het lid VAN MUNSTER is al jaren bezig met de strijd tegen ICL voor de bewoners
van Noord. Het was een beetje een déjà vu, want twee jaar geleden heeft hij een motie
ingediend voor een luchtmeetpunt in Noord. Destijds werd er gezegd het niet nodig was,
maar toen ICL dicht was, bleek dat de bewoners nog meer stankoverlast hadden. Hij wil
weten waarom er niet wordt gemeten op de plek waar zware industrie zit, waar Schiphol
vlakbij is en waar de ring A10 nabij is. Hij vindt dat een slecht signaal naar de bewoners in
Noord.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS begrijpt dat mensen in Noord zorgen hebben. Ze vindt het
belangrijk om te melden dat de Omgevingsdienst bij de bron meet en dat uit het
gezondheidskundig advies blijkt dat er voor westelijk Noord binnen een straal van 5
kilometer vijf meetstations staan, waarvan vier in Amsterdam en één in Zaanstad. Dat is
meer dan in andere gebieden en het is dus niet zo dat er in dit gebied veel minder bekend
is dan op andere plekken in de stad.
Het kost publiek geld om een meetstation te plaatsen en voordat daartoe wordt
besloten is het van belang te onderzoeken of die informatie op een andere manier
gemeten kan worden. Dat geldt ook voor Schiphol. Het is goed om te weten wat de
luchtkwaliteit is en daarom stelt ze voor om in een gesprek met ambtenaren die hier veel
kennis van hebben secuur te kijken naar welke maatregelen bijdragen aan een betere
informatiepositie van de bewoners en de gemeenteraad.
Het lid VAN MUNSTER is verheugd dat de wethouder inziet hoe zorgelijk de
situatie is en bereid is om de situatie in kaart te brengen. Hij wil de handreiking van de
wethouder aangrijpen om intern en samen met Adem vrij aan het IJ te bespreken of dit het
juiste middel is voor het probleem.
17
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Wethouder HEINHUIS stelt voor om dat gesprek te organiseren, waarbij andere
raadsleden uiteraard ook welkom zijn om daarbij aan te sluiten.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026.
Duurzaamheid en Energietransitie
16.
Bespreken van het voorgenomen besluit van de provinciale staten Noord-Holland
een streep te zetten door drie windturbines bij de Noorder IJ-plas VN2026-010777
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van den Bosch.
Het lid VAN DEN BOSCH constateert dat er alweer wordt gesproken over deze
windturbines. Het is een onderwerp waar geen voortgang in zit en het is inmiddels wel
duidelijk dat niemand staat te wachten op de windturbines. De omwonenden, de
buurgemeenten en de provincie willen deze windturbines niet, maar het lijkt alsof de
wethouder niet begrijpt dat de gemeente pas iets te zeggen heeft nadat het Rijk en de
provincie zich hebben uitgesproken.
Het lid VAN HILTEN is van mening dat de windmolens van toegevoegde waarde
zijn voor de 18.000 woningen in Amsterdam die daarmee van elektriciteit kunnen worden
voorzien. Het gaat over het verlichten van het stroomnet en hij begrijpt niet waarom JA21
hier zo moeilijk over doet.
Het lid VAN DEN BOSCH zou hier graag op willen reageren, maar het is niet aan
de commissie om hier iets over te zeggen omdat in de provincie Noord-Holland een
meerderheid tegen is.
Het lid VAN HILTEN merkt op dat dit besluit nog voorligt bij de rechter. Hij kan zich
niet aan de indruk onttrekken dat het besluit die Provinciale Staten hier genomen hebben
politiek gemotiveerd is en niet gaat over verkeersveiligheid. De provincie zou in plaats
daarvan de ambitie voor 18.000 woningen en het ontlasten van het stroomnet moeten
delen.
Het lid VAN DEN BOSCH herhaalt dat de provincie het democratisch recht heeft
om die windturbines niet te willen. Dat is een bestuurlijke realiteit die niet doordringt tot in
de Stopera.
Het lid VAN HILTEN merkt op dat de gemeente het recht heeft om te procederen
tegen het besluit van de provincie. Er wordt al meer dan tien jaar door bewoners
getrokken aan dit project en het is een mooi voorbeeld van lokaal eigendom. JA21 heeft
geen oplossing om de energietransitie verder te helpen en dat is nadelig voor Amsterdam.
Het lid VAN DEN BOSCH erkent dat de gemeente hier een rechtszaak over kan
starten. Dat doet ze al twaalf jaar lang met keer op keer hetzelfde resultaat. De provincie
houdt vol dat ze de windmolens daar niet wil hebben en ze staat daarmee volledig in haar
recht, want ze heeft daarvoor een democratische meerderheid.
Het lid VAN MUNSTER tekent daarbij aan dat een grote minderheid van partijen
in de provincie voor de windmolens is, dat een meerderheid van de Amsterdammers
ervoor is en dat er duizenden leden en ondernemers zijn aangesloten bij Amsterdam Wind
dat de windmolens wil bouwen. Het is dus niet alsof iedereen tegen windmolens is.
Hij vindt het een wonderlijke constatering dat JA21 voortdurend verwijt dat de
doelen niet worden gehaald, terwijl ze een van de onderdelen zijn die achter de wagen
18
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
hangen. Deze windturbines zijn een perfect voorbeeld van de sociale energietransitie
waarmee de netcongestie wordt aangepakt zodat er woningen en scholen gebouwd
kunnen worden. Hij hoopt dat ook de Partij voor de Dieren haar partijgenoten in de
provincie erop wijst dat de klimaatcrisis moet worden aangepakt en dat het belangrijk is
dat mensen hun energierekening kunnen betalen.
Het lid VAN DEN BOSCH kan daar wel inhoudelijk op ingaan, maar dat is zinloos,
want aan het eind van de dag zegt de provincie dat ze het niet willen. De wethouder gaat
door met haar getouwtrek, maar dat heeft helemaal geen zin. Ondertussen presteert het
college bijster weinig, want er wordt geen huis van het gas afgehaald, er wordt geen
windturbine gebouwd en er wordt geen enkel zonnepaneel aangelegd. Hij vraagt wanneer
deze wethouder en dit college gaan inzien dat de windturbines er ondanks de juridische
procedures niet komen.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Hilten.
Het lid VAN HILTEN hoopt dat de wethouder de rechtsgang rond de procedures
kan uitleggen aan het lid Van den Bosch. Daarnaast hoopt hij dat de wethouder kan
bevestigen dat zij tot het gaatje gaat om de windturbines te realiseren aan de Noorder IJ-
plas. Het gaat om 18.000 woningen en verlichting van het stroomnet. Daar komt bij dat
windenergie een noodzakelijke aanvulling is op zonnepanelen.
Het lid BLAAUW merkt op dat het aantal van 18.000 woningen een indicatie is en
geen vaststaand feit. Daarnaast is het eerlijke verhaal dat buurgemeenten tegen zijn
omdat er dan geen woningen kunnen worden gebouwd net over de gemeentegrens.
Het lid VAN HILTEN baseert zich op de cijfers die het lid Blaauw ook heeft gezien.
Op het elektriciteitsnet werkt het niet zo dat de invoering een-op-een gekoppeld kan
worden aan huizen. Het aantal is een indicatie en daar komen nog duizend andere
voordelen bij. De planeet wordt gered, het stroomnet wordt beter en het is een aanvulling
op zonnepanelen. Dat is wat D66 betreft genoeg om hier mee door te gaan.
Het lid BLAAUW vraagt wanneer het lid Van Hilten voor het laatst op de locatie bij
de Noorder IJ-plas is geweest.
Het lid VAN HILTEN is er recentelijk tijdens een werkbezoek bij de
Omgevingsdienst langs gevaren en daarbij heeft hij een uitleg gekregen over het gebied.
Het lid BLAAUW heeft de bewoners bij de locatie gesproken en die hebben
aangegeven dat de afgelopen drie jaar niemand van de coalitie daar is geweest om met
bewoners het gesprek aan te gaan. Er zijn wel degelijk ook bewoners die niet voor
windturbines zijn. Hij weet dat de wethouder in haar vorige rol daar is geweest, maar hij is
benieuwd wanneer het lid Van Hilten het gesprek heeft gehad met de bewoners en hij hun
zorgen heeft meegenomen.
Het lid VAN HILTEN heeft geprobeerd in contact te komen met de
energiecoöperatie, maar hij is pas net uit de startblokken en zal het gesprek met
bewoners zeker aangaan. Hij begrijpt dat het niet fijn is om een windmolen in je
gezichtsveld te hebben, maar het is wel heel erg makkelijk om de oren te laten hangen als
het ingewikkeld wordt. De aarde warmt op, het stroomnet zit vol, bedrijven staan in de
wachtrij. Hij vindt het jammer dat de VVD wegloopt als zich een oplossing aandient.
Het lid BLAAUW deelt de zorgen over de opwarming van de aarde en de VVD
heeft zich gecommitteerd aan de klimaatdoelen. Hij zou het waarderen als dat wordt
erkend. Daarnaast heeft de VVD eerder al concrete voorstellen gedaan voor meer zon op
dak en meer inzetten op isolatie. De VVD loopt dus niet weg.
19
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VAN HILTEN merkt op dat de landelijke VVD in de vorige kabinetsperiode
niet veel stappen heeft gezet tegen de klimaatcrisis. De energietransitie schuurt en vraagt
veel van inwoners en dan is het heel makkelijk om te zeggen dat alles maar in de haven
moet gebeuren.
Tot slot is hij benieuwd of de wethouder het met D66 eens is dat het erg lastig
wordt om de doelstelling van 127 megawatt voor windenergie te halen. De Diemerscheg
en Weesperkarspel worden ingewikkeld vanwege het plaatsen van een onderstation van
TenneT en de locatie Holendrecht wordt ingewikkeld omdat de grondeigenaren niet willen
meewerken. Hij vraagt welke actie de wethouder neemt om de doelstelling te halen.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster.
Het lid VAN MUNSTER benadrukt dat al decennialang wordt gevraagd om een
energietransitie, maar er zijn ook partijen die achter de wagen blijven hangen en geen
onderdeel wensen te zijn van de oplossing. Er staan langs de snelweg duizenden
billboards van commerciële bedrijven, maar daar hoort hij nooit iemand over. Hij roept de
partijen op samen de moeilijke stappen voor de energietransitie te zetten.
Het lid BLAAUW herhaalt dat de VVD eerder al de handreiking heeft gedaan met
alternatieve oplossingen. Hij vraagt of het lid Van Munster bereid is om te kijken of de
windturbines in de haven kunnen komen, of op een andere plek dan de Noorder IJ-plas.
Het lid VAN MUNSTER herinnert eraan dat de VVD is gevraagd om in Den Haag
aan te dringen op een Luchthavenindelingbesluit, zodat de windturbines in de haven
geplaatst kunnen worden. Dat is niet gebeurd.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS verbaast zich over hoe vaak JA21 nee zegt. Ze roept deze
partij op om onderdeel te worden van de oplossing.
Er is door de provincie een verklaring van geen bezwaar geweigerd. De
weigeringsgrond was de verkeerssituatie bij het Coenplein. De weigeringsgrond was niet
de woningbouw, zoals gesuggereerd werd, en er zijn zelfs allerlei rapporten die aantonen
dat woningbouw versneld kan worden omdat het stroomnet wordt verlicht. Naast het
advies van Rijkswaterstaat over de verkeerssituatie zijn er ook twee andere adviezen
waarin heel duidelijk wordt gemaakt dat met een aantal simpele maatregelen de
verkeersrisico's gemitigeerd kunnen worden. Dat is waarom ze de weigeringsgrond die de
provincie heeft gekozen onbegrijpelijk heeft genoemd. Het college procedeert alleen na
een zorgvuldige overweging. Ze betwijfelt of de grond die de provincie deze keer aanvoert
wel standhoudt en dat is waarom de gemeente een uitspraak vraagt bij de hoogste
rechter. Ze vindt 18.000 huishoudens die voorzien kunnen worden van groene en
betaalbare energie een logische oplossing en ze vindt het zonde dat zoveel partijen
ervoor kiezen om die oplossing te blokkeren.
Het lid VAN DEN BOSCH herinnert de wethouder aan haar uitspraak over
politieke spelletjes van de provincie. Hij vindt dat de provincie gebruikmaakt van haar
democratische recht om ergens tegen te zijn. Hij is benieuwd of een wethouder die
meermaals het volledige juridische apparaat uit de kast heeft getrokken ten koste van
duizenden euro's gemeenschapsgeld om het democratische recht van de provincie te
omzeilen, een politiek spelletje speelt.
Wethouder HEINHUIS herhaalt dat de gemeente door de rechter in het gelijk is
gesteld en dat de provincie daar hoger beroep tegen heeft aangetekend. De gemeente
gaat de nieuwe weigering van de provincie betrekken bij die volgende hogere
beroepszaak omdat zij duidelijkheid wil.
20
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid VAN DEN BOSCH vraagt of de wethouder verwacht dat de provincie, die
keer op keer nee heeft gezegd en die motivering steeds heeft aangepast, nu ineens wel
voor de windturbines zal zijn.
Wethouder HEINHUIS antwoordt dat het voor de voortgang van dit project
belangrijk is om bij de rechter te toetsen of de weigeringsgronden van de provincie
standhouden. Als die geen standhouden, dan kunnen ze verder met dit project. Daar komt
bij dat voor één windturbine een andere route geldt en die kan ongeacht de uitspraak van
de rechter hierover doorgang vinden.
Het lid VAN HILTEN herhaalt zijn vraag aan de wethouder over hoe de ambitie
van 127 megawatt in 2030 gehaald kan worden.
Wethouder HEINHUIS erkent dat het een uitdaging is om die 127 megawatt te
halen. Er wordt druk gekeken wat er mogelijk is bij verschillende locaties. Er wordt
maximaal ingezet op het halen van de ambitie en de raad wordt hiervan op de hoogte
gehouden.
Het lid VAN HILTEN vraagt of de wethouder in aanloop naar de behandeling in
november inzichtelijk kan maken bij welke zoekgebieden er marges zijn, waar de risico's
zitten en hoe het gat gedicht kan worden.
Wethouder HEINHUIS begrijpt die behoefte, maar er is nog sprake van
onzekerheden, zoals bijvoorbeeld het Luchthavenindelingbesluit. Ze zal de raad
meenemen in de inschatting die ze kan maken.
De discussie wordt gesloten.
Groen en Buitenspelen
11.
Bespreken van Het Grote Amsterdamse Buitenspeeladvies voor de kleine
Amsterdammers van de Sportraad Amsterdam, de bestuurlijke reactie en de aanvullende
reactie van de Sportraad VN2026-010054
De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Janssen van de Sportraad
Amsterdam om het advies toe te lichten.
Mevrouw JANSSEN geeft aan dat het advies dat de Sportraad Amsterdam ruim
een jaar geleden aan de raad heeft aangeboden, een advies is dat vooral gaat over de
toekomst van de stad. Voor kinderen is het essentieel om te bewegen, vaardigheden te
ontwikkelen, samen te spelen en zelfstandig hun omgeving te ontdekken. Buitenspelen is
meer dan alleen een leuke middag in de speeltuin en ieder kind heeft recht op
buitenspelen, zoals vastgelegd in artikel 31 van het Kinderrechtenverdrag. Kinderen
spelen echter steeds minder buiten en dat geldt nog sterker voor stedelijke gebieden
zoals Amsterdam. De komende jaren groeit en verdicht de stad in hoog tempo door en
daarom is het des te belangrijker dat speelruimte niet bij iedere ruimtelijke ontwikkeling
opnieuw ter discussie staat. In nieuwbouwwijken zoals Amstel III in Zuidoost, de NDSM-
werf in Noord en Weespersluis in Weesp worden bestaande normen niet altijd nageleefd
en speelruimte wordt bij bezuinigingen of ruimtegebrek vaak als eerste geschrapt. Ook
bestaande speelplekken zijn momenteel niet gevrijwaard van andere ruimteclaims of van
gevreesde klachten over het geluid van spelende kinderen.
De rekenkamer en de kinderombudsman wezen de raad vorig jaar ook op de
knelpunten rond het buitenspelen en het belang om kinderen beter te betrekken en
tegelijkertijd trokken bewoners bij de Sportraad aan de bel over speelplekken die dreigden
te verdwijnen. Die signalen zijn samengebracht in dit advies dat naast veel positieve
reacties ook landelijke en zelfs internationale media-aandacht kreeg. Ze is verheugd dat
21
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
het nieuwe college buitenspelen zo nadrukkelijk op de agenda heeft gezet. Een
wethouder Buitenspelen en de ambitie voor een stedelijk actieplan zijn belangrijke
stappen.
Het advies bevat twaalf aanbevelingen die een eerste basis leggen voor een
ambitieus speelbeleid dat aansluit bij de behoeften van kinderen en bij een stad als
Amsterdam. Voor het actieplan licht ze daar drie zaken uit die wat de Sportraad betreft in
ieder geval moeten worden meegenomen. Ten eerste mogen bestaande speelplekken in
een verdichtende stad niet steeds opnieuw ter discussie staan. Het belang van spelende
kinderen moet daadwerkelijk worden meegewogen en speelruimte moet waar nodig
juridisch worden beschermd. Ten tweede moet buitenspelen vanaf het begin onderdeel
zijn van de ruimtelijke ontwikkeling, niet door achteraf een speeltoestel te plaatsen op het
stukje ruimte dat overblijft, maar door vanaf de tekentafel te zorgen voor voldoende
kwalitatief goede en bereikbare speelruimte. Ten derde moet de verantwoordelijkheid ook
ambtelijk goed worden georganiseerd. Buitenspelen raakt veel verschillende
beleidsterreinen en als verantwoordelijkheden versnipperd blijven, kan de nieuwe ambitie
alsnog vastlopen in de uitvoering. Er is daarom ook een herkenbare plek nodig in de
ambtelijke organisatie, met expertise en mandaat om deze beleidsterreinen te verbinden.
Over twintig jaar zullen kinderen zich niet herinneren welke besluiten deze raad
heeft genomen, maar de gevolgen ervan wel. Ze vraagt de raad om zich de komende
jaren onverminderd hiervoor te blijven inzetten. De Sportraad denkt graag mee over de
verdere uitwerking van het actieplan en stelt daarvoor ook graag haar kennis, advies en
netwerk beschikbaar.
Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ vraagt in hoeverre de Sportraad heeft gekeken
naar kinderen met een beperking en of ze daar nog kansen ziet, met wellicht voorbeelden
uit het buitenland of andere steden.
Mevrouw JANSSEN antwoordt dat er in het advies van de Sportraad niet alleen
een kwantitatieve norm moet zijn, maar ook een kwalitatieve norm die breder is dan alleen
kinderen met een beperking. In de basis is er meer nodig om ervoor te zorgen dat een
speelplek een plek is waar alle kinderen kunnen meedoen. Dat heeft te maken met de
inrichting, de omgeving en de programmering daaromheen. In die norm moet ook
rekening worden gehouden met inclusiviteit, ook als het gaat om kinderen met een
beperking. Ze is daarom verheugd dat Amsterdam samen met Jantje Beton werkt aan de
SamenSpeelBelofte. Het is daarbij belangrijk om aan te sluiten bij de infrastructuur en de
kennis die er al in de stad is, bijvoorbeeld bij scholen voor speciaal onderwijs, en dat dit
soort plekken in de omgeving van die scholen wordt gerealiseerd, zodat die kinderen over
de dag heen voldoende tot buitenspelen kunnen komen.
Het lid VEENHOFF vraagt of mevrouw Janssen nog iets meer kan uitweiden over
informele speelplekken.
Mevrouw JANSSEN legt uit dat informele speelplekken belangrijk zijn omdat
kinderen naarmate ze ouder worden meer ruimte krijgen om op pad te gaan in de wijk.
Dat hangt samen met het veiligheidsgevoel van de ouders en daarom is het voor jonge
kinderen belangrijk dat zij kunnen spelen in een informele ruimte waar zicht op is, zoals
een stoep of een grasveld. Dat kan bijvoorbeeld door straten tijdens bepaalde periodes af
te sluiten. Het gaat erom dat de omgeving op die manier wordt ingericht en dat vraagt ook
om verbinding in de ambtelijke organisatie.
De VOORZITTER bedankt mevrouw Janssen voor de toelichting op het advies en
haar komst naar de commissie.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Breure-Kirmiziyüz.
Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ is verheugd dat er een wethouder Buitenspelen is.
Als er wordt nagedacht over buitenspelen en daar een actieplan voor wordt opgesteld,
22
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
dan moet dat voor alle kinderen gelden. In de brief van de wethouder wordt gerefereerd
aan de SamenSpeelBelofte, maar ze vraagt zich af hoe serieus de gemeente hierin is.
Buitenspelen werkt voor alle kinderen en ook voor kinderen met een beperking is het
enorm belangrijk en juist ook in de eigen buurt. De inclusieve samenleving moet
terugkomen in het onderwijs en in de samenleving en dat begint met spelen. Ze vraagt
hoe de wethouder inclusiviteit meeneemt in het actieplan.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veenhoff.
Het lid VEENHOFF vindt het een serieus onderwerp en ze hoopt op de interesse
en inspanning van alle raadsleden. Ze is het grotendeels eens met de reactie van het
college, maar wat mist vragen over de bestaande schoolpleinen, want daar is nog wel een
wereld te winnen. Dat geldt ook voor binnentuinen bij woningcorporaties en allerlei
braakliggende terreinen waar nog niet gebouwd wordt. Ze is benieuwd of de wethouder
daar nog mogelijkheden ziet.
Het lid DETERINK vraagt hoe de inbreng van het lid Veenhoff zich verhoudt tot
het standpunt van PRO dat een voetbalkooi en een jeu-de-boulesbaan in West weg
moesten vanwege overlast.
Het lid VEENHOFF heeft nooit gezegd dat de voetbalkooi weg moest en die
situatie was iets gecompliceerder dan het lijkt.
Het lid DETERINK is voorstander van speelgelegenheden, maar dat komt ook
met overlast. Hij is benieuwd naar het standpunt van PRO daarin als zo'n vraag op tafel
komt bij een stadsdeelcommissie.
Het lid VEENHOFF vindt dat geluid van spelende kinderen erbij hoort.
Het lid DETERINK weet dat nog veel binnentuinen toegankelijk gemaakt kunnen
worden voor vergroening en speelterreinen voor kinderen. Hij kijkt uit naar de
samenwerking daarbij met het lid Veenhoff.
Het lid VEENHOFF heeft nog wel zorgen over het onderhoud en ze vraagt of de
staat van sommige speelplekken valt onder het beleid sober. Daarnaast wil ze graag
geïnformeerd worden over de speeltuin van het Vendelhof waar de inspreker aandacht
voor heeft gevraagd.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Benjamins.
Het lid BENJAMINS benadrukt dat buitenspelen waardevol is voor kinderen die
thuis geen ruimte hebben om te spelen, kinderen die geen toegang hebben tot een
sportvereniging omdat de contributie te hoog is, of kinderen die in de zomer niet op
vakantie kunnen gaan. De ruimte in Amsterdam staat onder druk, maar in dichtbevolkte
wijken is informele speelruimte belangrijk en dat draagt ook bij aan kansengelijkheid. Als
Europese partij onderschrijft Volt de aanbeveling om te leren van andere steden en
voorbeelden zoals de speelstraat vindt ze inspirerend. Ze vraagt of de wethouder bereid is
om met een samenhangende aanpak te komen voor informele speelruimte in het
aangekondigde stedelijke actieplan.
Daarnaast blijft het onduidelijk hoe de positie van spelende kinderen wordt
geborgd bij conflicten over geluidsoverlast en dat doet haar denken aan het agent-of-
change-principe. Als er iets nieuws wordt toegevoegd aan een omgeving, moet de
initiatiefnemer rekening houden met wat er al is. De initiatiefnemer van een nieuwe
ruimtelijke ontwikkeling is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen om mogelijke
hinder voor de bestaande omgeving te beperken, in plaats van dat de bestaande
omgeving zich moet aanpassen. Ze vraagt of de wethouder bereid is om in het actieplan
ook te onderzoeken hoe de positie van bestaande speelplekken beter kan worden
23
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
geborgd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en daarbij ook het agent-of-change-principe
als mogelijke inspiratie mee te nemen.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS heeft grote ambities om de stad veiliger voor kinderen te
maken. De schaarse ruimte moet verdeeld worden met oog voor iedereen in deze stad. Er
zijn 1.800 speelplekken en ze kan het lid Breure-Kirmiziyüz niet beloven dat die over vier
jaar allemaal inclusief zijn. De ambitie heeft ze wel en sinds ze is aangetreden als
wethouder heeft ze een aantal goede gesprekken gevoerd met betrokken mensen die
speeltuinen hebben opgericht en waarvan ze de komende jaren verder wil leren.
Het lid BREURE-KIRMIZIYÜZ vraagt of inclusiviteit wel een basisuitgangspunt
van het actieplan wordt. Ze wijst daarbij op het handvest van de VNG.
Wethouder HEINHUIS ziet het advies van de Sportraad als een uitnodiging om de
aanbevelingen te verwerken in de Agenda Buitenspelen. Als inclusiviteit vanaf het begin
wordt meegenomen, dan voorkomt dat hoge kosten achteraf, dus dat uitgangspunt neemt
ze mee. Hetzelfde geldt voor schoolpleinen en binnenruimtes waar het lid Veenhoff naar
verwees en voor voorbeelden uit het buitenland waar Volt over sprak. Ze ziet deze
opdracht als een hele serieuze zaak en de aanbevelingen die ze vandaag heeft gehoord
neemt ze mee, met dank aan de Sportraad.
Het lid BENJAMINS vraagt of haar vragen nog beantwoord kunnen worden.
Wethouder HEINHUIS geeft aan dat ze de informele ruimte in haar plan betrekt.
Het lid VEENHOFF herhaalt haar vragen over onderhoud en ongelijk investeren.
Wethouder HEINHUIS vraagt zich ook af of het onderhoud van sommige
speelplekken valt onder sober. Ze kan het onderhoudsniveau nu niet verhogen, maar ze
wil onderzoeken of een speeltuinbrigade, zoals die in Nieuw-West is gestart, ingezet kan
worden om bij kleine vragen sneller te kunnen reageren. Het kan niet zo zijn dat de buurt
waar je woont impact heeft op hoe mooi de speeltuin eruitziet. Dat vraagt om ongelijk
investeren en dat neemt ze verder mee in de uitwerking.
De discussie wordt gesloten.
Water
9.
Bespreken van de Rapportage beheer en telling damherten 2024-2025 VN2026-
009282
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Akkermans.
Het lid AKKERMANS constateert dat er in totaal 20.969 damherten zijn
afgeschoten in de Waterleidingduinen sinds het actieve beheer is gestart in 2015. Dat zijn
onvoorstelbaar veel dieren die een kogel kregen, vaak ook expres zwangere hindes zodat
de jager er twee voor de prijs van één kreeg. Dit afschot is pijnlijk omdat onderlinge
relaties worden verscheurd en omdat er nauwelijks natuurlijke selectie plaatsvindt.
Binnen het huidige faunabeheerplan betekent het halen van de gewenste
groepsgrootte nog steeds niet het einde van het afschot. Het afgelopen jaar zijn bijna
2.000 damherten afgeschoten. Oorspronkelijk zou er in 2027 een nieuw faunabeheerplan
komen voor de Waterleidingduinen en dat was een mooie kans om als gemeente
diervriendelijker te handelen. De resultaten van de onderzoeken naar alternatieven voor
24
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
afschot zijn veelbelovend en daarmee lijkt een faunabeheerplan zonder afschot binnen
handbereik te komen. Het huidige faunabeheerplan blijft echter langer geldig, in
afwachting van de benodigde ontheffingen om ook in het nieuwe plan afschot voor deze
beschermde dieren mogelijk te maken. De Partij voor de Dieren vindt het onbegrijpelijk dat
een college dat zegt een diervriendelijke stad te willen zijn en in de Agenda Dieren afschot
als laatste redmiddel beschrijft, niet alles op alles zet voor een toekomst zonder
slachtoffers. Ze vraagt of de wethouder bereid is bezwaar te maken tegen de aanvraag
van deze ontheffingen.
Het goede nieuws is dat de wolf steeds verder naar het westen trekt en inmiddels
gespot is in het Gooi. De uitnodiging aan de wolf van wethouder Van der Horst is al
ruimschoots in de kranten geciteerd, maar de vraag is wat dit college concreet gaat doen
om de wolf ook daadwerkelijk een warm welkom te heten in de Waterleidingduinen. Ze is
benieuwd hoe de voorbereiding van Waternet er precies uitziet en vraagt of de wethouder
een lobby kan starten voor het snel verbinden van natuurgebieden om een groene loper
voor de wolf uit te rollen.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid De Jong.
Het lid DE JONG merkt op dat er al bijna 30 jaar wordt gediscussieerd over de
damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. In 2025 zijn 987 damherten geteld,
waarmee de totale afgesproken streefstand vrijwel is bereikt, de landbouwschade is
verdwenen en het aantal aanrijdingen sterk is afgenomen. Dit zijn wat PRO betreft
relevante resultaten van het gevoerde beleid en beheer, maar het herstel van hoge
kruiden, bosverjonging en insecten is nog niet voldoende. Daarnaast ligt het aantal
damherten in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland nog boven het streefgetal en wordt
er voor Boswachterij De Noordwijk nog een beheeropgave berekend. Ze vraagt of die
resterende opgave voortkomt uit een onzekerheidsmarge in de telling, uit het voortzetten
van bestaand beleid, of uit een harde ecologische noodzaak.
Ze begrijpt de principiële positie van de Partij voor de Dieren dat het doden van
individuele dieren niet zomaar kan worden geaccepteerd, maar de raad moet tegelijk ook
verantwoordelijkheid nemen voor het hele ecosysteem. Als overbegrazing aantoonbaar
natuurherstel belemmert, dan kan dat wat PRO betreft niet worden genegeerd. PRO
Amsterdam geeft uit principe geen blanco cheque voor afschot, maar geeft ook geen
automatische afwijzing van de voorgestelde voortzetting van het huidige beleid.
Het lid AKKERMANS vraagt of PRO Amsterdam het met de Partij voor de Dieren
eens is dat in het nieuwe faunabeheerplan afschot niet meer mogelijk moet zijn.
Het lid DE JONG antwoordt dat voor PRO afschot afhangt van ecologische
noodzakelijkheid.
Het lid AKKERMANS concludeert dat wat PRO Amsterdam betreft ook de
komende jaren er geschoten wordt in de Waterleidingduinen.
Het lid DE JONG antwoordt dat PRO Amsterdam vindt dat er aanleiding is om te
herzien of afschot nodig is en dat de partij daar alleen voor is als het absoluut ecologisch
noodzakelijk is.
Nu de streefstand nagenoeg is bereikt, moet er worden toegewerkt naar minimaal
noodzakelijk beheer met een duidelijk afbouwplan en criteria voor vermindering of gehele
beëindiging van afschot. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar het aantal
damherten, maar ook naar dierenwelzijn, valwild, aanrijdingen en bovenal biodiversiteit en
natuurherstel. Het college stelt voor om niet langer jaarlijks aan de raad te rapporteren,
tenzij zich grote veranderingen voordoen, maar dat is juist nu niet vanzelfsprekend. De
beheerperiode wordt mogelijk verlengd en er wordt gewerkt aan een nieuw
faunabeheerplan en dan is het belangrijk dat de raad kan volgen wat er gebeurt en op
welke basis deze keuzes worden gemaakt. Ze vraagt de wethouder de plannen voor de
resterende beheeropgave en de onzekerheidsmarge daarbinnen nader toe te lichten.
25
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Daarnaast is ze benieuwd of het onderzoek naar alternatieven waarom in 2023 is
gevraagd, inmiddels is uitgevoerd en is betrokken bij de voorbereiding van het nieuwe
faunabeheerplan. Tot slot vraagt ze of het college bereid is de raad de komende jaren
periodiek te blijven informeren over tellingen, afschot, valwild, natuurherstel en
dierenwelzijn.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Heinhuis voor de
beantwoording.
Wethouder HEINHUIS legt uit dat de rapportage beheer en telling damherten is
opgesteld vanwege een ecologische noodzaak. Daaruit blijkt dat ook na het bereiken van
de streefstand populatiebeheer noodzakelijk zal blijven. De alternatieven worden
betrokken bij het nieuwe plan, maar die voorstellen zijn vaak geen reële alternatieven. Er
zijn indicaties dat de wolf mogelijk naar dit gebied komt, maar ook daarvan is het nog
onzeker wat de gevolgen zullen zijn. Het is niet gezegd dat daarmee alles meteen in orde
komt. Waarschijnlijk blijft faunabeheer ook dan nog noodzakelijk.
Het lid AKKERMANS merkt op dat met dat faunabeheer geen robuust systeem
wordt gecreëerd waarin het ecosysteem zichzelf in stand kan houden.
Wethouder HEINHUIS antwoordt dat in dit gebied de populatie zo groot is dat
zonder ingrijpen geen evenwichtig systeem bereikt kan worden. Populatiebeheer zal ook
na het bereiken van de streefstand noodzakelijk zijn. Het effect van de begrazing op de
biodiversiteit wordt doorlopend onderzocht met de betrokken partijen en de uitkomst
daarvan wordt door de provincie meegenomen bij het vaststellen van het plan vanaf 2027.
De raad ontvangt hierover jaarlijks een rapportage die ook geplaatst op de website van de
Amsterdamse Waterleidingduinen.
Het lid DE JONG vraagt of daarmee de rapportage aan de raad hetzelfde blijft.
Wethouder HEINHUIS antwoordt dat de raad jaarlijks de raadsinformatiebrief
ontvangt, waarbij de telling en de informatie die op die website staan worden betrokken.
Het lid AKKERMANS vraagt of het mogelijk is om in aanloop naar het nieuwe
faunabeheerplan een scenario uit te werken waarin afschot niet wordt meegenomen en
waarin gekeken wordt naar welke maatregelen mogelijk zijn om de natuur te beschermen
zonder onnodig dierenleed te veroorzaken.
Wethouder HEINHUIS antwoordt dat de maatregelen een positief effect hebben
op de biodiversiteit in het gebied en dat betekent dat faunabeheer noodzakelijk blijft.
Het lid AKKERMANS merkt op dat een gezonde biodiversiteit ook behaald kan
worden met damherten in het gebied.
Wethouder HEINHUIS legt uit dat het beheerplan wordt opgesteld door
Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. De alternatieven worden onderzocht maar die
bieden vooralsnog geen voldoende mogelijkheden.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026.
Afval en Reiniging
12.
Bespreken van de jaarlijkse rapportage voortgang aanpak overlast ratten
VN2026-010046
26
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
13.
Bespreken van de afdoening toezegging fixbrigades voor ratten VN2026-010047
Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
De VOORZITTER schorst de vergadering to 19.30 uur.
Voorzitter: het lid Aslami
De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.30 uur.
Economische Zaken (incl. Circulaire Economie)
3.
Vaststellen van 29 verordeningen voor bedrijveninvesteringszones 2027 (VN2026-
008837)
De VOORZITTER meldt dat de raad wordt gevraagd om acht nieuwe
bedrijveninvesteringszones (BIZ) in te stellen en 21 bestaande BIZ’en te verlengen. In een
BIZ bepalen ondernemers samen wat de ambities en doelstellingen binnen de zone zijn,
welke financiële bijdrage de ondernemers hiervoor leveren en hoe dit geld besteed wordt.
De raad is bevoegd om BIZ’en in te stellen en in te trekken.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk.
Het lid WEENK constateert dat Amsterdam bijna honderd BIZ'en heeft. Dat zijn
groepen ondernemers die zien wanneer een lantaarnpaal het al weken niet doet, wie er 's
nachts rondhangt bij een leegstaand pand en waar het vuilnis zich opstapelt. Het zijn
onmisbare ogen en oren in de stad.
Het college geeft aan dat het met BIZ'en samenwerkt, maar hij hoort andere
geluiden. BIZ'en worden niet betrokken bij de stukken die over hun gebied gaan, niet bij
het beleid dat over ondernemers wordt geschreven en niet bij het benoemen van
uitdagingen en kansen in hun straat. BIZ’en zitten ook niet aan tafel als het gaat over de
koers van hun buurt. Daarnaast vertellen ondernemers dat zij inmiddels een groot deel
van hun tijd besteden aan werk dat de gemeente eigenlijk zou moeten doen. In de
uitvoeringsovereenkomst belooft de gemeente iedere BIZ een schone, hele en groene
straat op niveau B. Als BIZ'en dat gat nu zelf opvullen, dan betalen zij eigenlijk een heffing
voor een belofte die de gemeente niet nakomt.
Ondernemers organiseren zich, nemen verantwoordelijkheid en vragen daar
weinig voor terug. Het minste wat het bestuur voor hen kan doen is met elkaar overleggen
hoe ze de stad nog mooier. Hij vraagt de wethouder of zij het geluid van BIZ-managers
herkent dat zij niet worden betrokken bij het beleid over hun eigen gebied. Daarnaast wil
hij weten of de wethouder bereid is een structureel overleg op te zetten met de
verschillende BIZ'en in de stad om te praten over beleid dat hen zelf daadwerkelijk raakt.
Hij is benieuwd of de gemeente niveau B op dit moment haalt, of dat hulp van de BIZ'en
hierbij onvermijdelijk is. Gezien het feit dat BIZ'en qua aantallen achterlopen in de
stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord, vraagt hij hoe de wethouder ervoor kan
zorgen dat ook hier genoeg BIZ'en komen, inclusief een beeld en tijdpad daarvoor.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit.
Het lid SCHMIT stelt dat hoe meer ondernemers verenigd zijn, hoe meer zij een
gesprekspartner kunnen zijn voor de overheid en hoe beter de overheid een bondgenoot
kan zijn voor de ondernemers en ondernemersverenigingen. Tijdens een bijeenkomst met
BIZ'en en winkelstraatmanagers raakte hij geïnspireerd door de passie voor de
27
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
winkelstraat, de kennis en de wil om samen te werken.
Het is goed dat er meer BIZ'en komen, maar het budget voor de ondersteuning
van de BIZ'en blijft gelijk, waardoor de bijdrage per BIZ omlaag gaat. Hij is benieuwd hoe
de wethouder daarnaar kijkt. De gemeente int de BIZ-bijdrage van 2,5 procent bij de
ondernemersverenigingen en dat komt voor een gemiddelde ondernemersvereniging neer
op 7.500 euro. Hij is benieuwd of die bijdrage kostendekkend is, of dat daar nog ruimte in
zit. De winkelstraatmanagers hebben aangeboden mee te denken met de Aanpak
Binnenstad en het zou goed zijn als winkelstraatmanagers daar proactief bij worden
betrokken, zodat hun ideeën kunnen worden meegenomen. Ondernemersverenigingen
zetten zich vaak in voor schone straten en werken mee aan circulaire afvalinzameling. Het
college moet daarom voordat het zelf iets gaat doen, kijken wat het samen met de
ondernemersverenigingen kan doen, want die staan te trappelen om met de gemeente
samen te werken.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de
beantwoording.
Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat in het coalitieakkoord extra aandacht
wordt besteed aan BIZ'en en dat hiervoor extra geld is gereserveerd omdat het aantal
BIZ'en groeit. Ze is voornemens stadsdeelbestuurders te vragen om op een structurele
manier beter invulling te geven aan het overleg met BIZ'en, zodat signalen nog beter
kunnen worden opgehaald. Eind oktober gaat ze met de BIZ'en in gesprek om allerlei
zaken te bespreken en te horen wat er speelt. Soms willen BIZ'en meepraten over
beleidskeuzes, maar heel vaak gaat het over praktische zaken. Ze wil het gesprek wel
intensiveren, maar ze wil niet onnodig veel gesprekken optuigen.
Het lid WEENK is het met de wethouder eens dat het overleg zowel over
praktische zaken als over beleidszaken gaat.
Wethouder VAN DER HORST gaat ervan uit dat stadsdeelbestuurders bij
projecten met ondernemers moeten overleggen. Op dit moment wordt niveau B met 80
procent schoon gehaald en daar wordt door de gemeente op ingezet. Daarbij is
samenwerking van belang omdat ondernemers zelf soms een business hebben die
vervuiling veroorzaakt. Dan is het belangrijk de 25-meterregel uit te voeren en daarop te
handhaven. De vraag over schone straten neemt ze mee in het gesprek met de BIZ'en.
Er is veel inzet gepleegd om de organisatiegraad in Nieuw-West, Noord en
Zuidoost te verhogen en dat heeft vruchten afgeworpen. In Noord starten nu de eerste
twee BIZ'en, maar het is een kwestie van de lange adem en de vraag moet van de
ondernemers zelf komen. Er is 300.000 euro beschikbaar en daarnaast is er ook nog 2,3
miljoen euro van de subsidieregeling Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte
werken waar BIZ'en ook aanspraak op kunnen maken. De 300.000 euro is bedoeld om de
groei van het collectief ondernemen te stimuleren. Dit budget is voldoende, mede
vanwege de andere regelingen voor concretere zaken. De 2,5 procent vindt ze een
redelijk bedrag omdat de gemeente de BIZ-plannen toetst, de bezwaar- en
beroepsprocedures behandelt, de invordering afhandelt en belastingaanslagen en WOZ-
beschikkingen verstuurt.
Winkelstraatmanagers en BIZ-managers worden zeker betrokken bij de nieuwe
Aanpak Binnenstad. Om de ondernemers te informeren over de 25-meterregel zijn er
activatieteams die in gesprek gaan met ondernemers en folders en grijpers uitdelen. Voor
het handhaven op die regel wordt THOR ingeschakeld.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gehamerd kan worden in de gemeenteraad van 30 september en 1 oktober 2026.
Economische Zaken (incl. Circulaire Economie)
4.
28
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de resultaten van Amsterdam Trade
en Invest en IN Amsterdam 2025 VN2026-010052
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen.
Het lid DELSEN wil bespreken hoe Amsterdammers kunnen profiteren van de
economie. In de brief staat veel over het aantrekken van internationaal talent en hij denkt
dat dat op zichzelf best belangrijk kan zijn, maar hij ziet ook veel nadelen. Internationale
talent heeft belastingvoordelen en dat leidt tot steeds meer druk op de woningmarkt,
waardoor de stad nog veel duurder wordt voor Amsterdammers. Hij vraagt de wethouder
welke maatregelen worden en kunnen worden genomen om deze nadelen te mitigeren.
Amsterdam is aantrekkelijk voor internationale bedrijven en het college zegt niet
de middelen te hebben om te kiezen welk soort bedrijf zich hier vestigt. Daarom wil hij
weten welke voorwaarden aan deze bedrijven gesteld kunnen worden en welke middelen
er zijn om die voorwaarden uiteindelijk af te dwingen.
Specialistisch talent is nodig, maar het talent dat in Nederland al aanwezig is, mag
niet worden miskend. Nederland heeft de beste universiteiten, goede hogescholen en veel
mensen die graag een bijdrage willen leveren aan de economie, zelfs als minister
Brekelmans daar soms anders over denkt. De vraag is hoe er kan worden geïnvesteerd in
het Amsterdamse talent. Daarvoor komt de SP met een motie en op basis van de
antwoorden van de wethouder wordt bekeken hoeveel ruimte daarvoor is.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk.
Het lid WEENK stelt dat er gigantisch veel talent uit Europa en van ver daarbuiten
naar Amsterdam komt en hij vindt dat dat actief gestimuleerd moet worden. De brief citeert
uit het rapport Wennink als het gaat over sterke ecosystemen en toegang tot talent.
Datzelfde rapport beveelt ook een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie
(NADI) aan en sinds deze week is bekend dat het NADI start met 500 miljoen euro en dat
de overheid de rol kan pakken als launching customer voor innovatieve bedrijven.
Amsterdam met bedrijven als Norrsken House, De Steck en Mindbase en een bestaand
ecosysteem van kennisinstellingen zou een goede locatie zijn voor dit agentschap. Hij is
benieuwd of het college het NADI naar Amsterdam wil halen. Daarnaast wil hij weten of de
wethouder de lijn van het NADI wil oppakken en Amsterdam zelf als launching customer
voor innovatieve bedrijven wil neerzetten. Hij vraagt wat de stad bereid is neer te leggen
om het NADI hier te krijgen, niet per se in geld, maar ook in ruimte en kansen, zoals een
proeftuin op het Marineterrein of de mogelijkheid om te experimenteren met een
autonome boot van het Centraal Station naar het Marineterrein.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de
beantwoording.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat internationaal talent via de bedrijven
naar de stad komt. Het aantal is de afgelopen jaren afgenomen, maar ze blijven wel
langer. IN Amsterdam richt zich op het laten thuis voelen van internationals in de stad,
waarbij nu ook meer wordt ingezet om partners van deze mensen te begeleiden naar werk
in sectoren met tekorten, bijvoorbeeld de zorg.
Bedrijven die passen in de stad en die een maatschappelijke waarde toevoegen
aan de stad worden geholpen als zij zich willen vestigen in Amsterdam.
Het lid DELSEN herhaalt dat hij met name benieuwd is welke betekenis de
economie heeft voor Amsterdammers. Daarnaast heeft hij gevraagd hoe ervoor gezorgd
kan worden dat internationale bedrijven meer kiezen voor Amsterdams talent.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij geen voorwaarden kan stellen
aan welke mensen de bedrijven aannemen. Als ze ervoor zorgen dat er voldoende talent
in Amsterdam is, dan hoeven de bedrijven niet naar het buitenland te kijken. Daarom
29
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
wordt door het college ingezet op het laten ontwikkelen van eigen talent door opleidingen,
maar ook door stages bij die internationale bedrijven.
Het lid DELSEN vraagt of de wethouder een voorbeeld kan noemen van hoe die
stimulans werkt.
Wethouder VAN DER HORST zegt dat de gemeente ervoor kan zorgen dat de
bedrijven en kennisinstellingen goed met elkaar in verbinding staan, zodat het logischer is
om daar de stages aan te bieden. Jongeren zien waar ze terechtkunnen en Amsterdams
talent krijgt makkelijker een plek bij die internationale bedrijven. Voor meer informatie
daarover kan het lid Delsen terecht bij wethouder Mbarki.
Het is een expliciete ambitie van het college om het kernteam van NADI in
Amsterdam te laten landen. Zowel het Rijk als Amsterdam herziet het inkoopbeleid om het
eenvoudiger te maken om op te kunnen treden als launching customer. Innovatieve
producten en diensten die gebouwd zijn op disruptieve innovaties zijn een speerpunt van
het actieprogramma innovatie economie 2030 waaraan op dit moment wordt gewerkt en
het college zal zich hiervoor inzetten richting Den Haag.
Het lid KROM merkt op dat in het coalitieakkoord staat dat Amsterdam
verantwoorde tech naar Amsterdam wil halen, maar die classificatie zou ze niet aan het
NADI willen geven.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat dit gaat over interessante technologie
die in de toekomst een toepassing kan zijn voor maatschappelijke waarden in de stad en
in het land.
Het lid KROM stelt dat het nog niet vaststaat dat het NADI verantwoorde tech
voor de maatschappij gaat ontwikkelen en dat is ook niet het doel waarvoor het is
opgericht.
Wethouder VAN DER HORST vindt dat de stad moet inzetten op een
vernieuwende en innovatieve economie waarbij disruptieve innovaties uiteindelijk van veel
maatschappelijke meerwaarde kunnen zijn. Het NADI past bij de inzet van het college op
life sciences, health en klimaat met daaromheen een ecosysteem.
Het lid WEENK is benieuwd wat de stad bereid is om neer te leggen om het NADI
naar Amsterdam te krijgen.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat Amsterdam ruimte en
experimenteerruimte kan bieden.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gereed is voor een korte bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november 2026.
Economische Zaken (incl. Circulaire Economie)
5.
Bespreken van het onderwerp Komst van wapenfabrikant Thales naar Amsterdam
en de beantwoording schriftelijke vragen van het lid Delsen (SP) over dit onderwerp
VN2026-010048
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Delsen.
Het lid DELSEN geeft aan dat dit onderwerp hem persoonlijk aan het hart gaat.
Op zijn negentiende is hij begonnen bij Defensie, met de idealen die daarbij horen en de
gedachte dat je de wereld rondgaat en mensen redt. De realiteit is echter dat oorlog
verschrikkelijk is en dat je in een oorlog in een toestand komt waarbij je andere mensen
30
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
mag doden, alleen omdat zij een andere kleur shirt aanhebben. Dat getuigt van een
waanzin die je normaal gesproken alleen ziet bij voetbalhooligans. Hij is niet de enige die
er zo over denkt en hij verwijst naar de voormalige CPN en PSP en naar GroenLinks, dat
nu is opgegaan in PRO. Het verbaast hem dat daar niet veel meer mensen kramp voelen
nu de samenleving verandert en de partij die oorspronkelijk tot in de kern pacifistisch is en
ook zo is opgericht, nu meewerkt aan een wapenfabriek in de hoofdstad. Hij kan niet
anders dan aankondigen dat de SP alles zal doen om die traditie voort te zetten, omdat zij
nu een van de weinigen zijn die deze pacifistische traditie nog in zich hebben. De SP wil
met een motie uitzoeken wat er kan worden gedaan om die wapenfabriek in Amsterdam te
weren.
Het lid KOK vraagt of de SP met Thales heeft gesproken voordat ze de conclusie
heeft getrokken dat het om een wapenfabriek gaat.
Het lid DELSEN hoeft niet met de mensen van Thales te spreken om hem te laten
inwrijven dat het een vredelievend bedrijf is. Het is een bedrijf met een winstoogmerk dat
banden heeft met Saudi-Arabië en het Israëlische defensieapparaat. Hij zou niet weten
wat die mensen hem kunnen vertellen waardoor hij van mening zou veranderen.
Het lid KOK vraagt of de SP erkent dat een geloofwaardige defensie niet
vrijblijvend is, maar dat het voortvloeit uit zowel de geopolitieke dreigingen als uit de
NAVO-verplichtingen.
Het lid DELSEN denkt dat er een goede reden is om defensie te hebben en de SP
is daar ook nooit tegen geweest. Als het over internationale politiek gaat, dan maakt de
SP daarin een zelfstandige en verstandige keuze. Hij wil het echter graag over
Amsterdam hebben en op dit moment gaat het over een fabriek die in de stad wordt
geplaatst, terwijl de stad meermaals heeft uitgesproken niet te willen meewerken aan de
oorlogsindustrie. Bij die traditie wil hij zich graag aansluiten. De SP zal alles doen om te
kijken wat er kan worden gedaan om die fabriek hier weg te houden, omdat ze geloven
dat er hard verzet moet worden geboden op het moment dat wapens worden gemaakt in
een van de meest vredelievende steden van de wereld.
Het lid KOK vraagt of het lid Delsen weet dat er helemaal geen fabriek komt en
dat er in Nederland geen munitie wordt gemaakt.
Het lid DELSEN heeft begrepen dat de fabriek waar het om gaat een onderdeel is
van een groter systeem waarin onder andere counterdrones worden gebouwd. Hij begrijpt
niet waar het lid Kok het over heeft.
Het lid KOK komt daarop terug in haar eigen bijdrage.
Het lid DELSEN vindt dat PRO trots mag zijn op het sterke profiel van
schaamteloos links dat ze voor zichzelf heeft gecreëerd. Maar op het moment dat die
partij een bedrijf verwelkomt dat bijdraagt aan oorlog, dat winst maakt op oorlog en winst
maakt door moord, dan is er heel weinig over van het schaamteloze links. Hij wil er nog
een keer op wijzen dat de gemeenteraad zich in het verleden in zijn geheel heeft
uitgesproken tegen oorlogsindustrie in deze stad en tegen het investeren in wapens.
Het lid ABDILLAHI vraagt hoe het lid Delsen erbij komt dat PRO dit bedrijf heeft
uitgenodigd.
Het lid DELSEN antwoordt dat hij het woord verwelkomt heeft gebruikt. Hij ziet
PRO als onderdeel van het college dat de wapenindustrie van Thales verwelkomt als
onderdeel van de veiligheidsstrategie van Nederland.
Het lid ABDILLAHI vraagt of het lid Delsen ervan op de hoogte is dat bedrijven
31
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
zich vrij kunnen vestigen in elke stad in dit land.
Het lid DELSEN is daarvan op de hoogte. Hij is van mening dat in de raad moet
worden besproken dat het college zonder discussie een draai maakt in de stad die zich
heeft uitgesproken tegen de wapenindustrie en tegen oorlog. Daar komt nog bij dat het de
zoveelste keer is dat Zuidoost de locatie is van de dingen die de stad eigenlijk niet wil.
Eerst waren het de datacentra en nu zijn het de moordfabrieken. Hij vraagt zich af op
welke manier wordt voorkomen dat Zuidoost straks het afvoerputje van de stad wordt.
Het lid ABDILLAHI schrikt van de woordkeus van het lid Delsen. Ze vraagt of hij
het gepast vindt om woorden als moordfabrieken te gebruiken.
Het lid DELSEN antwoordt dat het gaat om een fabriek die wapens levert aan de
staat Israël. Hij kan het verbloemen en andere woorden gebruiken, maar dat is wat deze
fabriek maakt. Moord is ongepast, het feit dat hij het benoemt, is niet ongepast.
Dat het land in deze oorlogsgekte zit en dat de stad hierin meegaat, zou moeten
leiden tot een collectieve kramp. Slechts een klein gedeelte van de politieke partijen houdt
zich hiermee bezig, terwijl veel Amsterdammers aanvoelen dat wat hier gebeurt, niet is
wat de stad zou moeten willen. Daarom zal de SP op alle fronten strijden. Jimmy Dijk
heeft in de Tweede Kamer het anti-oorlogsgeluid laten horen en hij zal hier samen met
andere linkse partijen het tegengeluid vormen. Tot slot roept hij Amsterdammers op om op
27 september naar de Dam te komen om te protesteren tegen de oorlogsgekte in het
land.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kok.
Het lid KOK roept iedereen op om niet te komen en thuis te blijven. Ze stelt dat
Europa fors investeert in de eigen defensie-industrie omdat dit noodzakelijk is. Er is
jarenlang weinig geïnvesteerd in defensiecapaciteit, terwijl de wereld instabieler wordt, er
oorlog is op het continent, geopolitieke spanningen oplopen en Europa met nieuwe
afhankelijkheden en dreigingen wordt geconfronteerd. Daarom hebben NAVO-landen
gezamenlijk afgesproken meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen veiligheid.
Veiligheid is een van de fundamentele taken van de staat, omdat zonder veiligheid
vrijheid, de rechtsstaat en welvaart niet mogelijk zijn. Ze noemt de vragen en bijdrage van
de SP daarom bijzonder verontrustend, omdat de SP zich keert tegen een bedrijf dat
technologie ontwikkelt die nodig is voor sterkere defensie en meer strategische
soevereiniteit. De indruk wordt gewekt dat er een bedrijf naar Amsterdam komt dat een
risico vormt voor de stad, terwijl het niet gaat om een fabriek die explosieven of munitie
maakt.
Het lid DELSEN vraagt of de VVD, als deze partij zo bezorgd is over de veiligheid
van Amsterdam, niet ook denkt dat het onhandig is om een strategisch doelwit binnen de
muren van de stad te plaatsen.
Het lid KOK denkt dat het ontzettend handig is om een hoogwaardig
technologiebedrijf dat zich inzet voor het maken van radarsystemen in de stad te
verwelkomen, zodat ze überhaupt veilig kunnen blijven.
Het lid DELSEN concludeert dat de VVD geen antwoord wil geven op zijn vraag.
Op het moment dat er een wapenfabriek geplaatst wordt in de stad, wordt de stad een
legitiem militair doelwit en het is pijnlijk dat het weer in Zuidoost is.
Het lid KOK ontkent dat het gaat om een wapenfabriek en daarom hoeft ze er
verder niet inhoudelijk op in te gaan. Het lijkt alsof er explosieven in elkaar worden gezet
en munitie wordt gemaakt, maar dat is niet waar. Het gaat om een hoogtechnologisch
bedrijf dat communicatiesystemen maakt, radar- en sensorbeveiligingstechnologie
ontwikkelt en bijdraagt aan de veiligheid van de stad en van de bondgenoten.
32
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid DELSEN vraagt of de VVD kan uitleggen wat het morele verschil is tussen
de verrekijker die het doelwit aanwijst en de bom die vervolgens op het doelwit valt.
Het lid KOK vindt dit geen realistische vraag. Ze vindt het onverantwoordelijk hoe
er nu gesproken wordt. Er is een vijand op ons continent en ze vraagt zich af of het lid
Delsen begrijpt wat er gaat gebeuren als Oekraïne zichzelf niet meer kan verdedigen en
Nederland zich niet meer kan verdedigen.
Het lid DELSEN vindt het bijzonder dat een partij die eerder het defensieapparaat
van het land heeft uitgekleed, nu spreekt over de noodzaak tot bewapening. Een
wapensysteem bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een radarsysteem
waarmee een doelwit wordt aangewezen waar vervolgens een bom op wordt afgeworpen.
Thales is met deze hoogtechnologische middelen onderdeel van de kill chain. Hij denkt
dat het lid Kok van de defensiepartij dat zou moeten weten.
Het lid KOK antwoordt dat de geopolitieke verhoudingen drastisch zijn veranderd.
Jarenlang werd gedacht dat oorlog niet meer op dit continent zou plaatsvinden, maar de
realiteit is veranderd en daarop moet nu worden geacteerd.
Het lid OTTE vraagt of het lid Kok zich ervan bewust is dat de
communicatiesystemen die waarschijnlijk in Zuidoost geproduceerd gaan worden,
bedoeld zijn voor gevechtsvliegtuigen. De systemen van Thales worden ook gebruikt in
onder andere Israël en dat heeft niets te maken met de nationale veiligheid.
Het lid KOK benadrukt dat het gaat over de veiligheid van Amsterdam en stelt dat
er een groter probleem ontstaat als de stad zich straks niet kan verdedigen omdat de
benodigde technologie niet beschikbaar is. Er wordt een frame neergezet waarin
Amsterdam initiatiefnemer zou zijn van een omvangrijk defensieproject, terwijl er slechts
één ambtenaar heeft meegedacht tijdens een werksessie. Dit wordt vervolgens
opgeblazen tot het verhaal dat de gemeente actief een wapenindustrie naar Amsterdam
haalt, terwijl dat niet waar is.
De SP gaat voorbij aan het feit dat de staat aandeelhouder is van Thales en dat er
jaarlijks verslag wordt gedaan van de activiteiten van staatsdeelnemingen. Ze vindt dit
geen debat op basis van feiten, maar stemmingmakerij waarbij angst wordt
georganiseerd. Het weren van Europese defensiebedrijven leidt tot meer afhankelijkheid
van technologie uit andere landen. Strategische soevereiniteit betekent dat ze kennis,
technologie en productiecapaciteit zelf in huis hebben. De oorlog in Oekraïne laat zien dat
vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn en dat achter verdediging technologie,
innovatie, kennisontwikkeling, bedrijven, ingenieurs, onderzoekers en investeringen zitten.
Daarom is de VVD blij dat het college Thales welkom heet in Amsterdam. In de MRA is er
behoefte aan innovatie door bedrijven die investeren in hoogwaardige technologie,
waardoor het ecosysteem van onderzoekers, talent, start-ups en toeleveranciers wordt
uitgebreid en het innovatieve vestigingsklimaat van de regio wordt versterkt.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Otte.
Het lid OTTE constateert dat de gemeente wil bijdragen aan de veiligheid van
Nederland en dat Thales daarom wordt verwelkomd in Amsterdam. Soms leest hij de
krant en dan denkt hij dat hij De Speld leest, want een wapenfabriek in Amsterdam voor
de vrede lijkt enen satire.
De radars van Thales worden straks in Amsterdam verhandeld aan regimes die
mensenrechten schenden, zoals Saudi-Arabië en Israël. De vliegtuigonderdelen die
Thales samen met Elbit produceert, zijn getest op Palestijnen. De techniek van Thales
wordt gebruikt door Frontex, de Europese grensbewakingsknokploeg die door illegale
pushbacks en geweld tegen vluchtelingen mede heeft gezorgd voor het bloedbad en het
massagraf dat de Middellandse Zee nu is geworden. Thales is geen vrede- en
33
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
veiligheidsvereniging, het is een bloedbadbende die door het college welkom wordt
geheten om de lokale techsector te bevorderen.
Veel partijen hebben tijdens de campagne benadrukt dat mensenrechten moeten
worden hooggehouden en dat er een vuist moet worden gemaakt tegen foute bedrijven.
Nu rennen ze in de armen van de oorlogsindustrie die gespekt wordt op de wenken van
een Amerikaanse tiran en een NAVO-leider die waarschijnlijk ook geen actieve
herinneringen meer heeft aan de bloedbaden die met hulp van bedrijven als Thales zijn
veroorzaakt. Daar komt bij dat het een industrie is die doordrenkt is met corruptie. Thales
was betrokken bij schandalen in Frankrijk, Engeland, Australië, Taiwan en Zuid-Afrika.
Het lid ABDILLAHI merkt op dat het bedrijf er zelf voor heeft gekozen om naar
Amsterdam te komen. Ze vraagt het lid Otte hoe de gemeente dat had kunnen weren.
Het lid OTTE antwoordt dat in de beantwoording van de schriftelijke vragen
letterlijk staat dat Thales welkom is en is gevraagd om een actieve rol te spelen als
werkgever en partner in het Amsterdamse tech-ecosysteem. Dat is niet de toon van
iemand die er niet blij mee is. De gemeente streeft met het Nieuw Economisch Peil naar
bedrijvigheid die zich verantwoordelijk voelt voor de impact van het gedrag op de stad en
de samenleving als geheel. Hij vraagt hoe dit te rijmen is met Thales en hoe ervoor wordt
gezorgd dat de inzet van Amsterdammers niet wordt gebruikt voor de wanpraktijken van
Thales, wetende dat de wapenindustrie een door en door ondoorzichtige sector is.
Tot slot hoopt hij dat de wethouder haar standpunt wil heroverwegen en probeert
de komst van Thales te verhinderen, of er in ieder geval voor zorgt dat werk van
Amsterdammers niet bijdraagt aan mensenrechtenschendingen.
Het lid KOK vraagt of het lid Delsen en het lid Otte in staat willen zijn om zichzelf
te verdedigen als ze worden aangevallen.
Het lid OTTE vindt het prima om een gesprek te voeren over de nationale
veiligheid en daar heeft BIJ1 ook een mening over. Maar dit bedrijf is er niet voor de
nationale veiligheid, als je kijkt naar de praktijken die het uitvoert. Er zijn veel andere
manieren waarop nationale veiligheid met hightech kan worden bevorderd, bijvoorbeeld
door te kijken naar digitale soevereiniteit. Dat is een belangrijk veiligheidsvraagstuk, maar
dat is niet wat er straks in Zuidoost wordt gebouwd.
Het lid KOK stelt dat de handel in defensietechnologie wordt gecontroleerd door
het ministerie. Alles wordt gecontroleerd en er is niets dat buiten de regels om gaat. Alles
is vastgelegd en er worden totaal geen grenzen overschreden.
Het lid OTTE wijst op het feit dat veel bedrijven in de wapenindustrie grote spelers
zijn als het gaat om chantage en omkoping, waardoor wapens toch in de handen van een
regime vallen wat niet de bedoeling was. Dat gebeurt vaak en het is niet zo dat daar
volledige controle over is. Hij hoopt dat dit nog kan worden voorkomen, of dat er in ieder
geval wordt gekeken hoe ervoor kan worden gezorgd dat de technologie niet wordt
gebruikt voor mensenrechtenschendingen als het bedrijf er toch komt. Hij roept op om niet
de rode loper uit te rollen voor dit soort bedrijven en alles op alles te zetten om dit bedrijf
uit Amsterdam weg te houden. Tot slot roept hij op om de oorlogskoorts te stoppen en de
wapenfabriek te weren uit de stad.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell.
Het lid MCDONNELL ziet dat de komst van Thales perfect past in het streven van
Amsterdam om een leidende Europese techhub te worden. Het standpunt van de Partij
voor de Dieren hierover is bekend. Hij vraagt of dit streven zo heilig is dat wordt
geaccepteerd dat er serieuze mensenrechtenschendingen worden gepleegd door een
techbedrijf dat zich hier vestigt en dat wapens levert aan autoritaire regimes in Israël en
Saudi-Arabië. Hij is benieuwd hoe de wethouder dit rijmt met het aangenomen
34
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
initiatiefvoorstel Amsterdam mensenrechtenstad in woord en daad.
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de
beantwoording.
Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat het de taak van het college is om te
kijken of conflicten kunnen worden gede-escaleerd en dat ze alles op alles moeten zetten
om waar mogelijk vrede te krijgen. De wereld is op dit moment niet zo vredelievend en in
Oekraïne woedt een heftige oorlog. Het feit dat Oekraïne niet onder de voet is gelopen
door Rusland, komt mede doordat het land sterk heeft geïnnoveerd op het gebied van
technologie. Ze vindt dat er niet naïef moet worden gedacht en niet alles wat zich richt op
defensie en oorlog is per definitie verkeerd.
Thales is een producent van onder andere radar- en sensortechnologie en
raketgeleidingssystemen die door defensieorganisaties in Nederland en bondgenoten
kunnen worden ingezet. De Nederlandse defensie is een grote klant van Thales. Het
college maakt zich zorgen over internationale veiligheidsdreigingen en Thales is een
internationaal hightechbedrijf dat actief is op het gebied van lucht- en ruimtevaart,
cybersecurity, digitale identiteit en defensie. Voor de export van vergunningsplichtige
defensiesystemen geldt vanuit Nederland een strikt wettelijk kader en export is alleen
mogelijk na een vergunning van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze
vergunningen worden getoetst aan nationale, Europese en internationale regelgeving,
waarbij informatie uit het ambassadenetwerk, internationale afspraken en rapportages van
mensenrechtenorganisaties wordt betrokken. Deze toetsing heeft niet alleen betrekking op
complete systemen, maar ook op kennisoverdracht, documentatie en reserveonderdelen.
De beoordeling van individuele exportvergunningen ligt bij het Rijk en in het bijzonder bij
het ministerie van Buitenlandse Zaken. Verleende exportvergunningen worden jaarlijks
gepubliceerd en zijn openbaar toegankelijk. Nederland beschikt over een van de meest
stringente exportcontroleregimes binnen de Europese Unie en export naar specifieke
landen vindt plaats binnen de geldende nationale en internationale kaders.
Het lid OTTE vraagt zich af wat het bewapenen van Israël, Saudi-Arabië en
Frontex te maken heeft met de nationale veiligheid. Hij hoopt dat de wethouder het met
hem eens is dat er problemen zijn als het gaat om de integriteit van de wapensector en hij
is benieuwd waarom dit soort bedrijven welkom zijn in Amsterdam.
Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat er streng wordt gecontroleerd en dat
mensenrechtenorganisaties en verdragen worden betrokken voordat een vergunning
wordt afgegeven om iets te exporteren. Er is een verschil tussen het leveren van
communicatiesystemen aan Israël van voor 7 oktober 2023 en daarna. Bovendien heeft
de Nederlandse overheid vanuit veiligheidsoverwegingen een aandeel in Thales.
De gemeente Amsterdam kan niet zeggen dat het bedrijf niet mag komen. En als
het bedrijf komt, dan vindt ze het belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van het talent in
de stad. Dual-use technologie kan ook iets voor de maatschappij betekenen en dat is wat
het college heeft bedoeld met de beantwoording van de schriftelijke vragen. Er is strenge
regelgeving waaraan wordt getoetst en onder die voorwaarden is Thales welkom.
Het lid DELSEN vindt dat de wethouder een rookgordijn optrekt met de
regelgeving in Nederland die ervoor zorgt dat er geen wapens worden geleverd aan
regimes waar men het niet mee eens is. Hij denkt dat Amsterdam een beter moreel
kompas heeft dan de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken omdat er ondanks
de strenge regels nog steeds korvetten naar Indonesië gaan waar Papoea's onderdrukt
worden en er nog steeds wapens naar Israël gaan waar Palestijnen mee onderdrukt
worden. Hij is het eens met de wethouder dat er regels zijn, maar ze moeten zich
afvragen of deze regels voldoen aan wat men in Amsterdam wenselijk vindt.
Wethouder VAN DER HORST denkt dat de SP in Den Haag het gesprek moet
voeren als ze de regels niet streng genoeg vinden. Ze noemt de oorlog in Oekraïne een
35
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
grote dreiging op het continent en vindt het daarom niet gek dat er bedrijven zijn die zich
hiermee bezighouden en Defensie is een grote afnemer van Thales om Nederland te
beschermen.
Het lid DELSEN vindt dat er nu gebagatelliseerd wordt waar ze feitelijk mee te
maken hebben, omdat er veel wapens worden geleverd aan staten waarvan men dat niet
wenselijk vindt. Hij verwijst naar een motie van de SP en GroenLinks uit 2016 die door
een raadsmeerderheid is aangenomen tegen een wapenbeurs in Amsterdam. Het
toejuichen van de komst van Thales is het tegenovergestelde van die motie in het
kwadraat. Hij vraagt de wethouder waar deze draai vandaan komt en hij is benieuwd of zij
daarmee de motie die destijds is aangenomen niet met de voeten treedt.
Wethouder VAN DER HORST bestrijdt dat ze in dit debat iets heeft
gebagatelliseerd. Er zijn dingen waar het college invloed op heeft en andere dingen waar
ze geen invloed op hebben. Er worden woorden aan het college toegedicht die onjuist
zijn. Ze kunnen geen hek om de stad zetten, het bedrijf is welkom en vervolgens is het
verstandig om de aanwezigheid ervan voor de stad te gebruiken. Een wapenbeurs is geen
bedrijf dat zich hier vestigt en de motie was in een heel ander tijdsgewricht. Het gaat nu
om iets anders en dit bedrijf is in deze geopolitieke situatie welkom.
Het lid ABDILLAHI benoemt dat er zorgen zijn in de gemeenteraad over de
wetgeving en hoe er met deze bedrijven wordt omgegaan. Ze vraagt of de wethouder
bereid is om deze zorgen met Thales te delen.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er altijd over gesproken kan worden,
maar dat er op dit moment geen concrete gesprekken hierover gepland staan. Ze weet
dat er zorgen zijn geuit over wat er aan de hand is en dat kan ze zeker ter harte nemen,
mocht de situatie zich voordoen.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en
gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad van 11 en 12 november
2026.
De VOORZITTER schorst de vergadering voor vijf minuten.
Economische Zaken (incl. Circulaire Economie)
14.
Bespreken van het onderwerp Amsterdam verliest zakelijke hotelgasten VN2026-
010627
Gevoegd behandeld met:
15.
Bespreken van de discussienota Welke bezoeker wil Amsterdam wel? van het lid
Havelaar (CDA) VN2026-010782
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kok.
Het lid KOK wijst op het belang van toerisme voor Amsterdam, voor de winkels,
bedrijven, musea en voor duizenden Amsterdammers die daar hun geld aan verdienen. Te
veel toerisme zorgt voor overlast en daarom moet niet alleen worden gesproken over het
aantal toeristen, maar ook over welke toerist. Ze wil dat Amsterdam weer meeprofiteert
van toerisme, terwijl tegelijkertijd de overlast moet worden verminderd. Het college gaat
daarbij de verkeerde kant op door de toeristenbelasting te verhogen, cruises te weren en
de vermakelijkheidsretributie steeds verder te laten stijgen. Ze vraagt zich af welke toerist
hiermee wordt weggejaagd.
36
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
ABN-AMRO laat zien dat het aantal zakelijke overnachtingen in Amsterdam sinds
2019 met 38 procent is gedaald. De zakelijke bezoeker geeft veel geld uit, komt vaker
doordeweeks en buiten de vakantieperiodes en veroorzaakt minder overlast. Als de
zakelijke bezoeker wordt weggejaagd, maar het totale aantal bezoekers niet vermindert,
dan blijft de toerist over die zo goedkoop mogelijk naar Amsterdam komt, geen kaartje
koopt voor een museum, zijn biertje bij de supermarkt haalt en vervolgens ergens gaat
hangen. Dat is het type toerist waar Amsterdammers wel veel last van hebben. De
fundamentele vraag is of het gaat om het verminderen van overlast door toerisme of om
het binnenhalen van zoveel mogelijk belastinggeld.
De VVD wil dit omdraaien en wil toeristen bewegen naar de musea, restaurants,
theaters, winkels en attracties. Amsterdam heeft geen last van een toerist die twee uur in
het Rijksmuseum zit of in een congreszaal zit, maar wel van iemand die twee uur met een
krat bier aan de gracht zit. Daarom wil ze gerichter gaan sturen met financiële prikkels en
differentiatie in toeristenbelasting, zodat zakelijke bezoekers weer naar Amsterdam
worden verleid. Ze benadrukt dat niet de belastingopbrengst centraal moet staan, maar
wat toerisme de stad oplevert.
Het lid SCHMIT merkt op dat Koninklijke Horeca Nederland heeft afgeraden om te
kijken naar differentiatie omdat dit complex en bureaucratisch is en niet helpt.
Het lid KOK antwoordt dat er heel veel knoppen zijn waaraan gedraaid kan
worden. De VVD heeft eerder gepleit voor een ambassadeur om de zakelijke toeristen
naar Amsterdam te krijgen en meer congressen binnen te halen. Ze is vooral benieuwd
wat de opties zijn in de breedte.
Het lid SCHMIT vraagt welke opties de VVD voorstelt.
Het lid KOK antwoordt dat de VVD de toeristenbelasting niet wil verhogen omdat
dat ervoor zorgt dat de zakelijke toerist überhaupt niet meer komt.
Het lid ABDILLAHI vraagt hoe de VVD kijkt naar de overlast die blijkt uit de
verordening Toerisme in Balans.
Het lid KOK antwoordt dat er concrete maatregelen zijn, zoals veel meer
handhaving. Daarnaast is een flat tax een optie waarbij hotels in de hele stad hetzelfde
bedrag betalen.
Het lid ABDILLAHI vraagt of de VVD het met haar eens is dat vooral het aantal
toeristen in de stad de oorzaak is van de overlast.
Het lid KOK is van mening dat zakelijke toeristen geen overlast veroorzaken.
Het lid ABDILLAHI benadrukt dat de overlast wordt veroorzaakt door de drukte in
de stad en het afval dat wordt achtergelaten door alle mensen die de stad bezoeken.
Het lid KOK antwoordt dat een zakelijke toerist veel meer in het centrum komt. Ze
zou daarom willen inzetten op spreiding door ervoor te zorgen dat de congressen in ieder
geval behouden blijven.
Het lid SCHMIT beaamt dat congresbezoekers belangrijk zijn voor de stad. Hij
nodigt de VVD uit om breder te kijken dan alleen de toeristenbelasting. Hij wil samen met
de sector kijken naar welke factoren meespelen om de congresganger in Amsterdam te
behouden en hij vraagt of de VVD bereid is om samen met de sector te kijken hoe dit kan
worden gedaan.
Het lid KOK is bereid om daarnaar te kijken. Ze wil dat er meer congressen naar
Amsterdam komen en de zakelijke bezoeker blijft.
37
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar.
Het lid HAVELAAR constateert dat de begroting voor een derde bestaat uit
toeristenbelasting, terwijl Koninklijke Horeca Nederland ziet dat de hotelbezetting en de
gemiddelde kamerprijs momenteel te laag zijn om het begrote bedrag voor het lopende
kalenderjaar uit de lokale heffingen op te brengen. Hij vraagt of het stadsbestuur erkent
dat de toeristenbelasting, net als vorig jaar, onder druk staat door onder andere de
kamerprijzen. Hij is benieuwd of er al een winstwaarschuwing uit moet voor de
toeristenbelasting van dit jaar.
De begroting leunt zwaar op de bezoekerseconomie, maar de RAI staat inmiddels
op de twintigste plaats als congreslocatie. Daarnaast blijkt dat het eigen vervoersbedrijf de
RAI tegenwerkt door het congresproduct uit te faseren. Hij nodigt het lid Schmit van D66
uit om ervoor te zorgen dat het GVB dat besluit terugdraait, zodat congresgangers op
kosten van de RAI weer gratis met het openbaar vervoer kunnen reizen.
Het lastige aan het toerismedebat is dat niet altijd dezelfde taal wordt gesproken.
In het debat lopen dagbezoekers, internationale bezoekers, de hoogte van de
toeristenbelasting en het aanbod in de stad door elkaar. Het stadsbestuur kan niet
vrijblijvend belastingen verhogen en denken dat alles goedkomt en het kan ook niet
vrijblijvend een risicovol bedrag inboeken zonder beleid te voeren. Hij vindt het belangrijk
om aan het begin van de bestuursperiode na te denken over welke toerist en welke
bezoeker de stad wil aantrekken, omdat daarin keuzes kunnen worden gemaakt. Zo
leiden de hoge parkeerkosten tot minder binnenlands bezoek en het aantal Nederlandse
dagjesmensen daalt al jaren. Hij vraagt of de wethouder bereid is de raad te faciliteren
met een strategiesessie waarin aanbod, gedrag, aantal bezoekers en inkomsten aan
elkaar worden gekoppeld, zodat beslissingen in samenhang kunnen worden genomen.
Het lid ABDILLAHI merkt op dat de raad een verordening heeft vastgesteld
waarin iedereen dezelfde taal spreekt en waarmee de cijfers worden gemonitord op basis
waarvan er keuzes worden gemaakt.
Het lid HAVELAAR vindt dat een wassen neus en hij vindt het ook een wassen
neus dat deze coalitie zich daaraan houdt. Als er twee partijen zijn die deze verordening
geen dag serieus nemen, dan zijn dat PRO en D66, want zij begroten niet met 20 miljoen
bezoekers, ze begroten met 25 tot 30 miljoen bezoekers en veel meer toeristenbelasting
dan bij die 20 miljoen bezoekers hoort.
Het lid ABDILLAHI vraagt of het niet zo kan zijn dat de stad zich wil houden aan
het verminderen van het aantal toeristen en tegelijkertijd realistisch begroot met
prognoses die de eigen organisatie heeft opgesteld en die worden gebruikt om de stad in
te richten naar de bezoekerseconomie van de toekomst.
Het lid HAVELAAR gelooft niet dat het allebei waar kan zijn. Hij denkt dat het
deze coalitie buitengewoon goed uitkomt dat er veel meer toeristen zijn en dat ze zichzelf
daar rijk mee rekent. Het blijft te vrijblijvend als er geen i-criterium wordt ingevoerd en als
er geen citymarketing meer wordt gedaan. Deze coalitie wil alleen maar de lusten en de
begroting netjes op orde krijgen.
Het lid ABDILLAHI vraagt of het lid Havelaar het met haar eens is dat het bestuur
aan alle knoppen draait die het heeft en alles eraan doet om de stad leefbaar te houden.
Het lid HAVELAAR vindt dat het bestuur veel meer kan doen, zoals bijvoorbeeld
het invoeren van het i-criterium.
Het lid SCHMIT vraagt of het lid Havelaar het bedrijfsleven wil betrekken bij de
vraag welke bezoekers de stad wil aantrekken.
38
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid HAVELAAR gaat ervan uit dat ze dat samen doen, maar hij wil de
discussie breder voeren en daarom heeft hij die discussienota geschreven. Het is
geweldig dat de stad zoveel mogelijkheden heeft om toeristenbelasting te kunnen heffen,
maar ze moeten daar slimmer over nadenken en dat is zijn oproep aan de commissie en
het college. Het CDA zoekt toeristen die voor het congres, cultuur, het culinaire aanbod en
de cruises naar Amsterdam komen.
Het lid SCHMIT merkt op dat dit een wensenlijst is van het CDA, terwijl hij dit
vooral samen met de markt zou willen bespreken.
Het lid HAVELAAR wijst op de melkveebedrijven in Landelijk Noord en Weesp die
hun verdienmodel proberen om te draaien naar een bed and breakfast en last hebben van
dit duurzame stadsbestuur omdat ze niet kunnen concurreren. Hij heeft de indruk dat het
CDA de markt beter begrijpt dan D66 en PRO bij elkaar.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Schmit.
Het lid SCHMIT beschouwt Amsterdam als van oudsher een internationale
gastvrije stad die veel toeristen aantrekt, maar de toeristische druk wordt te hoog.
Bewoners moeten prettig kunnen wonen en ondernemers moeten een goede boterham
kunnen verdienen. Amsterdam moet een leefbare stad zijn voor bewoners, bezoekers en
ondernemers, zonder uitgeperste toeristische monocultuur. Deze discussie moet niet
versmald worden tot de vraag welke groepen bezoekers vanuit de Stopera wel of niet
welkom zijn. Het stadsbestuur heeft de taak om samen met ondernemers effectief beleid
te maken.
Top-down lijstjes van mensen die wel of niet welkom zijn, passen niet bij een open
en inclusieve stad. Hij roept op om samen met de branche, kennisinstellingen en
amsterdam&partners te bepalen waar de kansen liggen en welke maatregelen effectief
zijn. Hij vraagt of de wethouder het ermee eens is dat ze moeten komen tot een nieuwe
strategie voor de bezoekerseconomie en dat samen met het bedrijfsleven een menukaart
moet worden gemaakt voor acties voor de nieuwe bezoekerseconomie.
Het lid HAVELAAR vraagt wat het lid Schmit vindt van zijn voorstel dat het GVB
het congresproduct behoudt voor onder andere de RAI, zodat zij daarmee kunnen blijven
concurreren.
Het lid SCHMIT wil ook graag de congresbezoekers voor de stad behouden en
daarom denkt hij dat ze veel breder moeten kijken dan de toeristenbelasting en het GVB
en daarom wil hij met de congresbranche aan tafel. Hij benadrukt dat er wordt
geïnvesteerd in de AI Capital van Europa en dat er 40 miljoen euro wordt geïnvesteerd in
een nieuwe economie en dat maakt Amsterdam sterk als congresstad. Hij wil zich niet
beperken tot de toeristenbelasting of een GVB-ticket, maar kijken naar alle factoren die ze
kunnen inzetten om de congresbezoekers naar Amsterdam te halen.
Het lid HAVELAAR vindt dat totale kolder. Als het lid Schmit geluisterd had naar
de inspreker van de RAI, die aangeeft dat het schadelijk is dat het GVB stopt met dat
product, dan had het lid Schmit direct moeten uitspreken dat dat geregeld zou moeten
worden.
Het lid SCHMIT herhaalt dat ze samen met de branche moeten bekijken wat er
moet gebeuren om die congresbezoekers binnen te halen.
Het lid HAVELAAR wijst nogmaals op het belang van het GVB-reisproduct voor
het binnenhalen van belangrijke congressen. Hij begrijpt niet dat het lid Schmit de RAI niet
wil helpen.
Het lid SCHMIT herhaalt dat hij met de branche in de breedte wil bespreken wat
39
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
ze kunnen doen om de congresbezoeker binnen te halen.
Deze coalitieperiode wordt er 40 miljoen euro geïnvesteerd in een schone stad en
30 miljoen in de aankoop van vastgoed om de monocultuur tegen te gaan. Daarnaast
wordt er vier keer 1,8 miljoen geïnvesteerd tegen de ondermijning van illegaal
ondernemerschap en wordt er 40 miljoen euro geïnvesteerd in de nieuwe economie. Deze
investeringen helpen het midden- en kleinbedrijf aan een goed verdienvermogen.
De verhoging van de toeristenbelasting heeft impact op de bedrijfsvoering van de
hotels, maar bedrijven hebben vooral baat bij een betrouwbare overheid die voorspelbaar
is. Het bestuur moet daarom niet in de val stappen van differentiatie of een korting hier en
een korting daar. Dat is een bureaucratisch systeem waar de markt niets aan heeft en
waar fouten worden gemaakt.
Het college gaat de komende tijd aan de slag met de nieuwe agenda voor de
bezoekerseconomie en voor D66 is het belangrijk dat ze dat samen doet met de bedrijven
en de kennisinstellingen. Hij hoopt dat straks terug te zien in de nieuwe aanpak van de
bezoekerseconomie.
Het lid KOK vraagt het lid Schmit of het niet beter is om ervoor te zorgen dat de
overlastgevende toerist niet meer komt, in plaats van 40 miljoen te besteden aan het
opruimen van het afval dat deze toeristen achterlaten.
Het lid SCHMIT antwoordt dat hij met het bedrijfsleven wil kijken wat ze samen
kunnen doen om te zorgen dat er een balans komt van een schone, respectvolle en open
stad.
Het lid KOK merkt op dat het bedrijfsleven gevolgen ondervindt van het
teruglopende aantal zakelijke bezoekers. Ze vraagt wat het lid Schmit samen met het
bedrijfsleven wil doen om dat tij te keren.
Het lid SCHMIT wil de congresbezoekers voor de stad behouden en dat kan door
te kijken naar alle factoren. Met sterke sectoren in AI, tech en bio-life en een duurzame
maakindustrie heeft Amsterdam een aanbod waarvoor de zakelijke toeristen graag naar
Amsterdam komen.
Het lid MCDONNELL vindt het totaal van investeringen die het lid Schmit noemt
een schijntje ten opzichte van de 1,5 miljard toeristenbelasting die in vier jaar wordt
opgehaald. Hij vraagt of het lid Schmit dit voldoende vindt.
Het lid SCHMIT vindt het een goed begin dat het college vier keer 11 miljoen euro
investeert in het schoonmaken van de stad.
Het lid MCDONNELL constateert dat dat nog geen 10 procent is. Hij vraagt of dat
voldoende is voor het aanpakken van overtoerisme.
Het lid SCHMIT herhaalt de investeringen van 30 miljoen voor de aankoop van
vastgoed, vier keer 1,8 miljoen voor de aanpak ondermijning en 40 miljoen euro voor de
nieuwe economie waarvan het bedrijfsleven kan profiteren. Er zijn ook ondernemers die
het een goed plan vinden dat de toeristenbelasting wordt gebruikt voor het schoonmaken
van de stad.
Het lid MCDONNELL constateert dat D66 niet voldoende geld uittrekt voor het
tegengaan van overtoerisme.
Het lid WEENK vraagt of D66 minder toeristen wil, of meer geld wil binnenhalen
voor kennisinstellingen en bedrijven.
Het lid SCHMIT wil geen overlast in de binnenstad en dat betekent minder
toeristen die overlast veroorzaken. Hij werkt graag samen met het bedrijfsleven en
40
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
kennisinstellingen en hij zou meer maatregelen willen nemen op basis van datagedreven
onderzoeken. Hij verwacht dat ze daarmee een betere balans voor de binnenstad kunnen
creëren.
Het lid WEENK vraagt hoe D66 het afvalprobleem wil oplossen met 40 miljoen.
Het lid SCHMIT antwoordt dat dit bovenop de inzet is die er al is voor de brede
aanpak van het afvalprobleem.
Het lid HAVELAAR vraagt hoe het lid Schmit kijkt naar het rekenmodel dat hij
heeft rondgestuurd.
Het lid SCHMIT antwoordt dat hij is gestopt toen hij moest kiezen welke bewoner
wel of niet mocht komen.
Het lid HAVELAAR vindt dat de bedragen al zijn doorgedrukt in de begroting
zonder dat daar samen met het bedrijfsleven naar is gekeken.
Het lid SCHMIT antwoordt dat het gaat om een betrouwbare overheid die
voorspelbaar is en die niet elk jaar de toeristenbelasting verhoogt of verlaagt. Het klopt dat
dit impact heeft op de ondernemers in de stad, maar de stevige maatregelen zijn nodig
vanwege de overlast in de stad. Vervolgens kan met het bedrijfsleven bekeken worden
hoe ze samen aan de nieuwe bezoekerseconomie kunnen bouwen.
Het lid HAVELAAR vraagt welke maatregelen er worden genomen om te
voorkomen dat overlastgevende toeristen naar Amsterdam komen.
Het lid SCHMIT wil daarvoor met de branche samenwerken aan een nieuwe
positionering van Amsterdam, zodat er mensen komen die de stad respecteren en die een
open, vrije en culturele stad waarderen.
Het lid KOK vraagt welke concrete ideeën het lid Schmit heeft om dat met het
bedrijfsleven te gaan doen.
Het lid SCHMIT zou graag met kennisinstellingen en het bedrijfsleven
datagedreven onderzoek willen doen naar de factoren die spelen bij het binnenhalen van
bepaalde bezoekersgroepen. Op 7 oktober is het Positive Tourism Festival met onder
andere een sessie met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen.
Het lid KOK vindt dat er op korte termijn iets moet gebeuren.
Het lid SCHMIT weet dat de bezoekersagenda in januari in de raad wordt
behandeld en stelt voor om voor die tijd samen aan de slag te gaan.
Het lid HAVELAAR vraagt hoe het merk Amsterdam uitgedragen kan worden als
er wordt gestopt met citymarketing en amsterdam&partners.
Het lid SCHMIT verwacht dat ze Amsterdam kunnen positioneren met de nieuwe
duurzame, innovatieve en digitale economie.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Keij.
Het lid KEIJ ziet dat de economische zelfsabotage van de stad voorspoedig
verloopt. Amsterdam heeft sinds 2019 38 procent van zijn zakelijke hotelovernachtingen
verloren, van 5,8 naar 3,6 miljoen, terwijl dat juist de bezoekers zijn waarvan het college
jarenlang heeft gezegd dat ze die wel willen. Dat zijn de mensen die voor zaken of een
congres komen, veel besteden, relatief weinig druk leggen op de stad en bijdragen aan
41
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
een beter investeringsklimaat. Amsterdam wordt voor deze groep steeds duurder en
onaantrekkelijker. Hotelkamers worden ondertussen gevuld door overlastgevende
toeristen en als overnachten in Amsterdam te duur wordt, slapen toeristen buiten de stad
en komen ze overdag alsnog naar Amsterdam. Dat leidt tot meer dagjesmensen, terwijl
die groep relatief veel druk legt op de openbare ruimte en minder bijdraagt aan hotels en
de lokale economie.
Amsterdam kan zich deze economische zelfkastijding niet permitteren. De regio
was jarenlang een van de groeimotoren van Nederland en was goed voor ruim 21 procent
van het Nederlandse bbp. De economische groei is inmiddels teruggezakt tot rond het
landelijk gemiddelde. Ondernemers kunnen zich deze grilligheid niet veroorloven omdat zij
investeringsplannen maken voor tien of vijftien jaar. Zij nemen met eigen vermogen
risico's die de meeste politici nooit zouden durven nemen. Hij vraagt hoe de verhoging
van de btw op hotelovernachtingen van 9 naar 21 procent en de verhoging van de
toeristenbelasting naar 20 procent zich verhouden tot de investeringsplannen die
ondernemers jaren geleden hebben gemaakt. Hij is benieuwd of de wethouder begrijpt dat
ondernemers hierdoor voor immense risico's worden geplaatst. Een college kan na vier
jaar vertrekken en de rekening achterlaten, terwijl een ondernemer nog jarenlang vastzit
aan een investering. Deze lasten worden niet alleen door toeristen betaald en
ondernemers moeten een deel zelf betalen om concurrerend te blijven. Het beleid raakt
daarmee ook werknemers en toeleveranciers.
Het lid ABDILLAHI vraagt wat het voorstel van JA21 is om die problemen op te
lossen.
Het lid KEIJ is benieuwd of de wethouder bereid is de verhogingen te overwegen.
Andere voorstellen zijn om de procentuele toeristenbelasting budgetneutraal te vervangen
door een vast bedrag per overnachting of een combinatiesysteem met een kleiner
percentage en een vast flat tarief.
Het lid ABDILLAHI wijst erop dat er ook ondernemers zijn die last hebben van
toeristen in de stad.
Het lid KEIJ is benieuwd welke ondernemers dat zijn, in welke buurt en welke
branches.
Het lid ABDILLAHI wijst op de lokale ondernemers in de binnenstad die te maken
hebben met steeds hogere huren.
Het lid KEIJ noemt dat marktwerking. De monocultuur is een direct gevolg van
wegkijkbeleid van linkse colleges die dit hebben gefaciliteerd en toegestaan.
Het lid ABDILLAHI denkt dat de marktwerking een doorslaggevend effect heeft
op het type klant dat naar de binnenstad komt.
Het lid KEIJ begrijpt de vraag niet goed, maar hij denkt dat de toerist niet komt
voor de visboer of de groenteman.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Weenk.
Het lid WEENK merkt op dat uit de cijfers in de nota blijkt dat het beleid al iets
doet. De dronken feestganger komt minder vaak naar Amsterdam en toeristen die voor
cultuur komen, blijven langer en geven veel geld uit. Bezoekers van bijvoorbeeld het
concert van Harry Styles brengen veel reuring naar de stad.
Hij vindt het nu te vroeg om weer aan de knoppen van het beleid te draaien omdat
het nu eenmaal te druk is in de stad. Het is wel zorgelijk dat er zoveel geld teruggaat naar
de algemene middelen. Dit geld zou besteed moeten worden aan de Amsterdammer,
bijvoorbeeld aan de transformatie van het centrum en de afvalproblematiek. Hij zal de
42
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Amsterdammers over vier jaar vragen of die 40 miljoen genoeg is geweest om het
afvalprobleem op te lossen.
Het lid ABDILLAHI wijst erop dat de transformatie van de binnenstad en de
aanpak voor de afvalproblematiek betaald worden uit de algemene middelen.
Het lid WEENK vindt wel dat er een discrepantie zit tussen de hoeveelheid
toeristenbelasting die wordt opgehaald en de hoeveelheid geld die wordt uitgegeven om
de problematiek van overtoerisme op te lossen.
Het lid ABDILLAHI wijst erop dat de problematiek verder gaat dan de binnenstad,
aangezien toeristen ook uitwijken naar andere wijken.
Het lid WEENK is het daarmee eens.
Het lid ABDILLAHI vraagt of er dan niet verder gekeken moet worden dan alleen
de binnenstad. De toeristenbelasting kan ingezet worden om de hele stad te
transformeren.
Het lid WEENK zou graag zien dat de inkomsten van de toeristenbelasting
teruggaan naar de Amsterdammer.
Volt staat open voor maatwerk op specifieke plekken, zoals kleine B&B's of
Weesp, waar de situatie anders is dan in het centrum van Amsterdam. Hij vraagt welke
mogelijkheden de wethouder ziet voor maatwerk. En als de bezoeker moet bijdragen aan
een fijne, groene en leefbare stad, dan moet er ook worden gekeken naar wat iemand
doet, zoals in Kopenhagen. Een ander idee is toeristenbelasting voor een maximumaantal
dagen, zoals nu in Londen wordt besproken. Daarmee blijven mensen langer en zijn er
evenveel overnachtingen met minder mensen op dezelfde plekken. Hij vraagt hoe de
wethouder kijkt naar deze mogelijkheden van differentiatie in de toeristenbelasting.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid McDonnell.
Het lid MCDONNELL bedankt lid Havelaar en zijn ondersteuning voor de
omvangrijke discussienota. In tegenstelling tot de opstellers van de discussienota is hij
verheugd dat Amsterdam een vooruitstrevende rol pakt met de toeristenbelasting en hij
verwacht dat andere Europese steden de komende jaren dit voorbeeld zullen volgen. De
overlast van overtoerisme en de fossiele uitstoot daarvan zal de komende jaren niet
minder zal worden. Een hoge proportionele toeristenbelasting in algemene zin ontmoedigt
toerisme en kan de Partij voor de Dieren alleen maar voorstander van zijn. Zij zouden de
toeristenbelasting nog sneller willen verhogen met een nog hoger tarief om daadwerkelijk
te streven naar 20 miljoen bezoekers.
Het lid HAVELAAR merkt op dat hogere toeristenbelasting niet zozeer tot minder
toeristen leidt of minder overnachtingen, maar wel tot een hele andere samenstelling van
de mensen die komen. De gemiddelde kamerprijs in Amsterdam daalt, waardoor juist het
budgettoerisme toe zou kunnen nemen vanwege de hoge toeristenbelasting.
Het lid MCDONNELL herhaalt dat de Partij voor de Dieren een nog hoger tarief
zou willen om richting 20 miljoen bezoekers te gaan.
Het lid HAVELAAR denkt niet dat het zo werkt omdat met elke verhoging van de
toeristenbelasting in Amsterdam, 50 procent van de mensen buiten Amsterdam gaat
overnachten en als dagbezoeker in de binnenstad terugkomt.
Het lid MCDONNELL merkt op dat Koninklijke Horeca Nederland heeft
aangegeven dat er minder toeristen komen dit jaar en dat er minder hotelovernachtingen
zijn.
43
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid HAVELAAR weet niet waarom er gezegd wordt dat er minder bezoekers in
Amsterdam zijn. Het kan zijn dat ontbijtprijs uit de overnachtingsprijs wordt gehaald,
waardoor de gemiddelde kamerprijs in Amsterdam daalt.
Het lid MCDONNELL zou in lijn met Europese steden graag zien dat een groter
deel van het opgehaalde geld daadwerkelijk wordt ingezet voor de aanpak van
overtoerisme en dat dit wordt geoormerkt in een toerismefonds. Daarmee kunnen panden
in de binnenstad worden opgekocht, kan de pretparkfunctie van de binnenstad serieus
worden aangepakt en kan er flink kan worden geïnvesteerd in de afvalproblematiek.
Momenteel wordt nog geen 3 procent van het opgehaalde geld van de toeristenbelasting
uitgegeven aan maatregelen tegen toerisme. Hij vraagt of de wethouder het met de Partij
voor de Dieren eens is dat dit een serieus gebrek is en dat dit de komende jaren fors moet
worden uitgebreid.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdillahi.
Het lid ABDILLAHI luistert met stijgende verbazing naar dit debat, want de kern
van de overlast is het hoge aantal toeristen in de stad en niet het soort bezoekers. Er zijn
23 miljoen overnachtingen en 22 miljoen bezoekers op een binnenstad van 80.000
inwoners. Ze wil niet kiezen voor alleen de bezoeker met een goedgevulde portemonnee,
want dat past niet bij de identiteit van Amsterdam.
Het lid HAVELAAR vraagt waarom PRO de overnachtingen steeds duurder maakt
als ze een kleine portemonnee zo belangrijk vindt.
Het lid ABDILLAHI verwijst naar de vraag van de bewoners van de stad die te
veel overlast ervaren van te veel toeristen.
Het lid HAVELAAR begrijpt daarom niet dat het i-criterium niet wordt ingevoerd.
Het lid ABDILLAHI legt uit dat de ondernemers in de binnenstad niet enthousiast
zijn over het invoeren van het i-criterium. Dat zorgt voor meer overlast en vraagt meer
handhaving en daarom is PRO daar geen voorstander van.
Het lid HAVELAAR constateert dat dit PvdA-plan gesneuveld is in de
coalitieonderhandelingen.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze luisteren naar de partners in de stad.
Het lid MCDONNELL ziet dat PRO instemt met de begroting waarin staat dat de
stad afstevent op 26,5 miljoen bezoekers in 2028. Hij vraagt of PRO nog wel de 20
miljoen wil handhaven.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze alles op alles zetten om naar de 20 miljoen
te gaan. Daar heeft PRO zich aan verbonden middels de verordening. Tegelijkertijd is het
omvormen van de bezoekerseconomie er een van een lange adem. Het antwoord op de
cijfers is proberen om de binnenstad te transformeren en samen met de partners ervoor te
zorgen dat het geen holle en lege binnenstad wordt.
Het lid MCDONNELL vraagt waarom PRO dan niet kiest voor een echt hoge
toeristenbelasting die de overlast serieus aanpakt en waarmee er geld binnenkomt om het
toerisme in te dammen.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat er nu gekozen is voor de hoogste
toeristenbelasting en ze verwacht dat daarmee de goede stappen worden genomen.
44
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid MCDONNELL vindt niet dat PRO de verantwoordelijkheid neemt om alles
te doen en dat zij daarmee Amsterdammers aan hun lot overlaat.
Het lid WEENK vraagt of PRO gelooft dat de acties die nu worden ondernomen
zullen leiden tot 20 miljoen bezoekers.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat het vraagt om een lange adem. Ze doen alles
met de middelen die ze hebben. Wat nog wel zou helpen, is een gesprek met Schiphol
over minder vluchten.
Het lid KOK denkt niet dat er minder toeristen komen als gevolg van een nog
hogere toeristenbelasting, want die belasting is eerde ook al verhoogd.
Het lid ABDILLAHI hoort aan de ene kant dat het aantal zakelijke toeristen daalt
vanwege de hoge toeristenbelasting en aan de andere kant wordt gezegd dat het weinig
effect heeft. Er zal een kantelpunt komen, maar het is onduidelijk wanneer dat gebeurt.
Het lid KOK denkt dat het kantelpunt de andere toerist is die komt. Dat zorgt er
uiteindelijk voor dat de horeca en bedrijven in de stad veel inkomsten missen die deze
toerist met zich meebrengt. Het gaat volgens haar niet om minder toeristen, maar om
minder overlast.
Het lid ABDILLAHI ziet dat anders. Minder toeristen betekent ook minder
overlast. De ondernemers en bewoners zijn de partners in de stad die meebepalen hoe er
een robuuste bezoekerseconomie gecreëerd kan worden.
Het lid MCDONNELL vraagt of het een eerlijke besteding is dat van de 275
miljoen opgehaalde toeristenbelasting in 2025 slechts 6,3 miljoen expliciet is besteed aan
bestrijding van de overlast door toerisme.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat in het nieuwe coalitieakkoord forse
investeringen zijn afgesproken om de overlast tegen te gaan.
Het lid MCDONNELL vindt minder dan 10 procent van wat er is opgehaald aan
toeristenbelasting te weinig. Hij vraagt of PRO zich deze periode gaat inzetten om meer
geld van die toeristenbelasting in te zetten voor maatregelen tegen overtoerisme.
Het lid ABDILLAHI vindt dat PRO zich daar al voor heeft ingezet. Ze kijken verder
dan alleen het centrum en ze kijken ook naar de stadsdelen waar de toeristische druk
toeneemt. Dus een deel van de toeristenbelasting gaat ook naar wijken buiten de ring.
Het lid MCDONNELL vraagt hoeveel van de extra 75 miljoen die wordt
opgehaald, wordt ingezet voor de aanpak van overtoerisme.
Het lid ABDILLAHI herhaalt dat er 40 miljoen extra is voor de aanpak van afval.
Daarnaast wordt er extra ingezet op handhaving om ondermijning tegen te gaan en met
NV Zeedijk wordt straat voor straat bekeken wat er nodig is om daadwerkelijk een andere
soort economie in de stad te hebben.
Het lid HAVELAAR vindt het betoog van PRO leeg en hol. De Partij voor de
Dieren heeft volledig gelijk dat de begroting op dit moment een perverse prikkel is. Vorig
jaar was nog 50 miljoen minder begroot dan de stad nu ontvangt uit de toeristenbelasting.
Hij verwijst naar het voorstel van het CDA om dat geld gericht uit te geven, maar nu blijkt
dat die perverse prikkel voor de komende jaren volledig is begroot. Hij vraagt aan PRO of
de 350 miljoen, oplopend naar 390 miljoen aan toeristenbelasting het doel is. Daarnaast is
hij benieuwd wat PRO gaat doen als het beleid succesvol is en de toeristen inderdaad
wegblijven. Want dan heeft de stad een enorm financieel probleem.
45
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat ze terug willen naar 20 miljoen. Toeristen
brengen de stad veel, maar ze kosten ook veel. De huizenprijzen worden opgedreven en
de inwonersaantallen in de binnenstad nemen af, terwijl de stad groeit.
Het lid HAVELAAR vraagt of de fractie van PRO nastreeft dat er minder
overnachtingen zijn en dat uiteindelijk 50 procent van de buitenlandse bezoekers als
dagtoerist naar de stad komt. Want dat zou betekenen dat een lager aantal
overnachtingen tot meer druk op de binnenstad leidt.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat het ook gaat om het terugdringen van het aantal
dagbezoekers en dat daarom ook wordt gekeken naar de vermakelijkheidsretributie.
Het lid HAVELAAR vindt het onverstandig om Nederlandse dagbezoekers die niet
naar de binnenstad gaan nog verder terug te dringen.
Het lid ABDILLAHI vraagt zich nu af of het CDA meer of minder bezoekers in de
stad wil.
Het lid HAVELAAR vindt dat de stad zich moet richten op al die groepen die hij
net noemde. Zijn oproep aan deze commissie is om wat gerichter beleid te gaan voeren,
omdat er met het aanbod in de stad wel gestuurd kan worden op doelgroepen. Daarom
heeft hij de wethouder gevraagd of zij de commissie daarin wil faciliteren, zodat er
scherpere politieke keuzes gemaakt kunnen worden.
Het lid ABDILLAHI herhaalt dat de bewoners hebben gezegd dat ze minder
bezoekers willen in de stad, of dat nu overnachtingen zijn of dagbezoekers, en daarop
moet worden ingezet. Het sturen op een type bezoeker is een maakbaarheidswens waar
ze niet mee uit de voeten kan.
Het lid KOK vraagt hoe PRO bij het idee komt dat Amsterdammers minder
toeristen willen, in plaats van dat ze minder overlast willen.
Het lid ABDILLAHI wijst naar het burgerinitiatief Amsterdam heeft een keuze,
waarmee er 30.000 handtekeningen zijn verzameld en waarna de verordening Toerisme in
Balans is aangenomen.
Het lid KOK denkt dat door het verhogen van de vermakelijkheidsretributie meer
mensen op straat belanden, omdat attracties duurder worden. Dat zorgt ook voor meer
overlast.
Het lid ABDILLAHI antwoordt dat dat des te meer een reden is om een duurzame
bezoekerseconomie in te richten. De hoge aantallen bezoekers veroorzaken overlast en
veranderen het DNA van de stad. Het sturen op een gezonde bezoekerseconomie is iets
van de lange adem, maar met de verordening in de hand worden de aantallen gemonitord
en het college rapporteert hierover. De raad heeft de mogelijkheid om voorstellen in te
dienen en het college heeft de verplichting om hierop te handelen.
De toeristenbelasting en het onderzoek naar de vermakelijkheidsretributie worden
ingezet, zodat bezoekers meebetalen aan de transformatie van de bezoekerseconomie.
Een stad die goed is voor Amsterdammers, is ook aangenamer voor bezoekers en het is
daarom belangrijk om met partners, ondernemers en kennisinstellingen samen te bouwen
aan een duurzame bezoekerseconomie. Tegelijkertijd blijft het lastig om te sturen op
toerisme. De maatregelen hebben effect, maar het aantal bezoekers wordt uiteindelijk ook
bepaald door een wereldwijd opkomende middenklasse en goedkope budgetvluchten.
Daarom is het goed om te kijken naar het effect van de maatregelen en dit nauw te volgen
en goed te monitoren. Ze is benieuwd wanneer de wethouder meer kan vertellen over de
verdere onderzoeken naar de vermakelijkheidsretributie.
46
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst voor de
beantwoording.
Wethouder VAN DER HORST heeft vandaag gesproken met Koninklijke Horeca
Nederland. Het gaat om een branche die uitgaat van gastvrijheid en waar ze veel
waardering voor heeft. Wat nu voorligt is heftig voor deze sector, maar aan de andere kant
is de toeristenbranche de afgelopen twee decennia enorm is gegroeid en is de overlast
enorm toegenomen. Het college heeft er bewust voor gekozen om niet de ozb en de
afvalstoffenheffing te verhogen, maar wel de toeristenbelasting te verhogen.
Het lid HAVELAAR merkt op dat het college er wel voor gekozen heeft om de
parkeerbelasting heel fors te verhogen.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat parkeerbelasting een beleidsmaatregel
is en niet bedoeld is om de begroting te vullen.
Het lid HAVELAAR is van mening dat de verhoging van de parkeerbelasting niets
met parkeerdruk te maken heeft.
Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat het verhogen van de kosten van een
parkeervergunning wel degelijk een beleidsmaatregel is. De toeristenbelasting is gericht
op het mitigeren van de kosten van het toerisme en tegelijkertijd op het kunnen betalen
van de kosten van de aanpak tegen overlast. Het is geen doelbelasting en het gaat naar
de algemene middelen. Vervolgens wordt er vanuit die algemene middelen heel veel
betaald, alleen al aan de openbare ruimte in het centrum die onevenredig belast wordt
door toerisme. Daarnaast worden het vastgoedfonds, de vergunningplicht, handhaving en
buurtboa's ook uit de algemene middelen betaald.
Het lid MCDONNELL vraagt of de raad een overzicht kan krijgen van waaraan het
geld van de toeristenbelasting wordt besteed.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat zo'n overzicht ingewikkeld is, maar er
zal in de toekomst meer aandacht besteed worden om dat inzichtelijker te maken.
Het lid HAVELAAR vraagt of het bedrag dat de stad te veel ontvangt, gelabeld
kan worden voor overtoerisme.
Wethouder VAN DER HORST wil dat niet een-op-een koppelen, want dat maakt
het complexer. Daarnaast staat het de raad altijd vrij om te kiezen voor een bepaald
bedrag aan overlastbestrijding en vindt ze dat de raad zichzelf niet op die manier moet
vastzetten. Bovendien kan het ook zo zijn dat het bedrag tegenvalt.
Het lid HAVELAAR pleit er nogmaals voor om het teveel aan inkomsten te labelen
en versneld in te zetten om overtoerisme tegen te gaan.
Wethouder VAN DER HORST is bezig met een soort tussenvorm waarbij het niet
wordt vastgezet, maar wel beter zichtbaar wordt gemaakt wat er wordt gedaan. Dat is
belangrijk voor de Amsterdammers en de branche, mede omdat daarmee de scherpe
tegenstellingen in het debat kunnen worden weggenomen.
Met het Positive Tourism Festival wordt geprobeerd om samen met andere
partijen een ander verhaal over toerisme neer te zetten en het imago van Amsterdam te
veranderen. De branche heeft aangegeven dat er behoefte is om regelmatig een overleg
te hebben en daarvoor heeft ze een voorstel gedaan.
Het lid KOK vraagt hoe de verhoging van de toeristenbelasting ervoor gaat
zorgen dat de overlast die bepaalde toeristen veroorzaken minder wordt. Daarnaast wil ze
47
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
weten wat het college gaat doen om die overlastgevende toerist aan te pakken en te
weren.
Wethouder VAN DER HORST wijst erop dat de 38 procent minder zakelijke
bezoekers geldt ten opzichte van 2019. Dat was voor corona en dat geeft een vertekend
beeld. Door corona is in de zakelijke markt ook een andere manier van reizen ontstaan. In
2025 waren er 4 procent minder zakelijke gasten ten opzichte van 2024 en uit de CBS-
cijfers blijkt dat er het afgelopen halfjaar weer een toename van zakelijke reizigers is. Dit
betekent niet dat de toeristenbelasting geen impact zal hebben op congressen. De zorgen
van de RAI worden serieus genomen en ze wil met de RAI en anderen in gesprek om te
kijken wat mogelijk is om hen tegemoet te komen.
Het differentiëren tussen zakelijke en niet-zakelijke bezoekers is geen optie en de
branche heeft aangegeven dat zij daar zelf ook niet op zit te wachten. Weesp vindt ze
inderdaad een ingewikkelde kwestie, maar verschillende tarieven raken aan het
gelijkheidsbeginsel.
Het lid HAVELAAR heeft vernomen dat de branche geen voorstander is van
differentiatie omdat dat kan leiden tot nog hogere tarieven in het centrum. Hij vraagt of de
wethouder een lans wil breken voor het GVB-congresticket.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ze die vraag al heeft genoteerd en
dat ze het zal uitzoeken. Bij congressen was er de afgelopen tijd een ander beleid. Het
ging niet meer om zoveel mogelijk van alles, maar meer om wat een bijdrage levert voor
de stad. Dat heeft geleid tot meer congressen die iets toevoegden aan de ecosystemen in
de stad. Er zijn meer congressen, maar niet per se meer gasten, want gasten van kleinere
congressen blijven wat korter. Het gaat er ook niet om, om boven aan de lijst te staan. Het
gaat om congressen die iets te bieden hebben en daarvan hebben ze het afgelopen jaar
een aantal congressen met subsidies of andere hulp georganiseerd.
Ze is bereid met het lid Havelaar te praten over zijn voorstel voor een
strategiesessie. Ze heeft twijfels over hoever de toeristische sector gestuurd kan worden,
maar het is wel goed om het gesprek daarover te hebben.
Het lid ABDILLAHI vraagt of de wethouder voor Weesp en Landelijk Noord kan
onderzoeken of er andere criteria zijn voor boerderijen.
Wethouder VAN DER HORST heeft daar weinig hoop op, maar wil het wel
proberen. Ze heeft de vraag goed gehoord en wil er serieus naar kijken.
Het lid HAVELAAR vindt de uitgestoken hand van de wethouder naar zijn voorstel
fijn en hij stelt voor om met de wethouder om tafel te gaan om te kijken wat er maakbaar
is.
Wethouder VAN DER HORST neemt aan dat er begrotingstechnisch iets moet
worden gedaan als de inkomsten uit de toeristenbelasting tegenvallen.
Ze begrijpt dat de Partij voor de Dieren nog hogere tarieven wil, maar de coalitie
heeft met deze verhoging al een behoorlijke stap voorwaarts gezet.
Uit eerder onderzoek is gebleken dat het langer laten verblijven door het verlagen
van de toeristenbelasting in beginsel mogelijk is, maar dat dit dan met de hele MRA moet
worden afgesproken. Het is niet gezegd dat dit per se de druk op de binnenstad oplost en
het is ingewikkeld qua uitvoering.
De vermakelijkheidsretributie vloeit voort uit het coalitieakkoord en wordt nog
verder uitgewerkt.
Het lid WEENK vraagt of de wethouder gaat onderzoeken of het langer laten
verblijven door het verlagen van de toeristenbelasting mogelijk is.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ze dat voor nu niet gaat doen.
48
Vergaderdatu 17 september Gemeente Amsterdam
m 2026 Raadscommissie Leefomgeving
Concept-Raadscommissieverslag
Het lid WEENK vraagt waarom de wethouder het niet wil onderzoeken.
Wethouder VAN DER HORST herhaalt dat het uitvoeringstechnisch ingewikkeld is
en de sector heeft ook aangegeven dat ze niet zitten te wachten op allerlei verschillende
tarieven. Daarnaast wil ze vooral naar een simpel systeem om het voor de ondernemers
en het eigen apparaat makkelijker te maken.
Het lid KOK herhaalt haar vraag hoe de wethouder weet dat de verhoging van de
toeristenbelasting de overlast op de stad en op de binnenstad daadwerkelijk gaat
verminderen. Ze heeft nog steeds het idee dat door het verhogen van de
vermakelijkheidsretributie, die 300 procent gestegen is sinds 2018, er meer mensen op
straat gaan hangen omdat het veel duurder wordt om bepaalde attracties of musea te
bezoeken.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat een hogere vermakelijkheidsretributie
ook kan betekenen dat bepaalde dagtoeristen niet komen. De hotelbranche vindt het niet
eerlijk dat alleen zij een verhoging voor haar kiezen krijgt. Daar komt bij dat het niet alleen
gaat om de hoogte, maar ook om verbreding. Ze kan niet garanderen dat overlast
vermindert, maar minder drukte zal wel invloed hebben op de leefbaarheid.
Het lid KOK vraagt of de maatregelen tegen overlast worden geëvalueerd.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat er naast de maatregelen meer factoren
zijn die invloed hebben op het aantal bezoekers en de overlast, maar er wordt ieder jaar
wel gekeken hoe het ervoor staat.
Het lid KOK vraagt of de verhoging van de toeristenbelasting in beton gegoten is.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat er gekeken zal worden naar de
effecten en de cijfers zullen worden gemonitord, maar het voorstel voor de verhoging ligt
vast, mede omdat ze een voorspelbare overheid willen zijn die ondernemers duidelijkheid
biedt.
De VOORZITTER concludeert dat de onderwerpen voldoende zijn behandeld.
Beide agendapunten zijn gereed is voor een middellange bespreking in de gemeenteraad
van 11 en 12 november 2026.
Sluiting
De VOORZITTER dankt de aanwezigen en sluit de openbare
commissievergadering om 22.32 uur. De volgende vergadering is op donderdag 22
oktober 2026.
49
Tekst uit PDF geëxtraheerd