Home › Vlaardingen › Document

Presentatie

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteVlaardingen
Datum2026-10-08
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

ACHTERGROND INFORMATIE VOOR HET GESPREK OVER DE GRIP OP JEUGDHULP WERKGROEP SOCIAAL DOMEIN 8 OKTOBER 2026 ORGANISATORISCHE CONTEXT INKOOP EN CONTRACTMANAGEMENT Gemeente is opdrachtgever en samenwerkingspartner voor jeugdhulp. IGJ: landelijk toezichthouder GI’s + VTRR + jeugdhulpaanbieders VNG: vertegenwoordiger gemeenten+ accounthouder landelijkwerkende GI’s (William SchrikkerStichting en het Leger des Heils) GRJR: regionaal accounthouder GI’s, Crisis InterventieTeam en VTRR Rogplus: overige jeugdhulp, zoals ambulante hulp, residentiële hulp, daghulp en JeugdzorgPlus. Mevis:koopt namens de gemeenten jeugdhulp in en voert contractmanagement uit op onderaannemers. ROGplus:voert contractmanagement op Mevis. VERANTWOORDELIJKHEIDSVERDELING IGJ, Gemeente, jeugdhulporganisaties, Mevis, Rogplus Wie is verantwoordelijk waarvoor? IGJ In artikel 9.1 van de Jeugdwet is de expliciete taak om toezicht te houden op de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en justitiële jeugdinstellingen belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De gemeente heeft geen wettelijke taak om toezicht te houden op de kwaliteit. Gemeente De gemeente houdt toezicht op de rechtmatigheid van de geleverde jeugdhulp. In artikel 2.9 van de Jeugdwet is de verplichting opgenomen dat gemeenteraad bij verordening regels moet opstellen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Dit is nader uitgewerkt in de Regeling Jeugdwet. De gemeente waarborgt de kwaliteit en veiligheid van de jeugdhulp door kwaliteitseisen op te nemen in de overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders. Aanbieders moeten aantoonbaar voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, zoals het werken met geregistreerde professionals, de verplichte aanwezigheid van een actuele Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en calamiteitenprotocol. Door middel van contractmanagement wordt dit gecontroleerd. Jeugdhulporganisaties • Jeugdhulporganisaties worden middels hun raad van bestuur en raad van toezicht ook gecontroleerd op kwaliteit en veiligheid van dienstverlening. • Op grond van de Jeugdwet een eigen verantwoordelijkheid voor het leveren van verantwoorde, veilige en kwalitatief goede jeugdhulp. • Bij een calamiteit of geweldsincident gelden aanvullende wettelijke verplichtingen.Direct de veiligheid herstellen.Intern melden en onderzoeken.Onderzoeken van oorzaken en verbetermaatregelen formuleren. Melden aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Incidentloket. Mevis • Uitvoering jeugdhulp MVS - Hulp en ondersteuning vanuit de wijkteams - Gecontracteerd hulp: coöperatie Mevis én gecontracteerde zorgaanbieders • Organiseren dekkend jeugdhulpaanbod • Contracteren zorgaanbieders als onderaannemers - Meerjarige, jaar of maatwerk contracten - Contractvoorwaarden en afspraken - Monitoring en toetsing: contractgesprekken, audits en locatiebezoek Rogplus • Contractgesprekken met Mevis op strategisch en tactisch/uitvoerend niveau • Onderzoek bij stakeholders; • Client ervaringsonderzoek • Audits op uitvoering contractmanagement (kwaliteit toetsing onderaannemers) door Mevis op onderaannemers. • Rechtmatigheidstoetsing compleetheid ondersteuningsplannen • Doelmatigheidstoetsing inzet jeugdhulp • Toezichthouder PGB (toetsing PGB aanbieders bij signalen van misstanden) CONTRACTMANAGEMENT GRJR, Mevis en Rogplus Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de inzet én betaling van jeugdhulp. Sinds 1 januari 2022 is in de meeste situaties de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige stond ingeschreven in de BRP direct vóór de start van de jeugdhulp. Bij een incident is dit dan ook van belang voor de contractmanager om te achterhalen wie ingeschakeld moet worden. Voorbeeld: Een Vlaardingse jongere verblijft in een instelling in Groningen. Er vindt daar een ernstig veiligheidsincident plaats.De aanbieder is verantwoordelijk voor het handelen, onderzoeken en eventueel melden van het incident. De gemeente die volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is (bijvoorbeeld Vlaardingen) moet vervolgens beoordelen of de aanbieder voldoende maatregelen neemt en of vervolgacties nodig zijn vanuit contractmanagement Het contractmanagement bestaat onder meer uit: ➢ periodieke contractgesprekken met de aanbieder; ➢ beoordeling van management- en kwaliteitsrapportages; ➢ monitoring van productie-, kwaliteits- en prestatiegegevens; ➢bespreking van signalen afkomstig van gemeenten, Veilig Thuis, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en andere ketenpartners; ➢ beoordeling van inspectierapporten; ➢ toezicht op de uitvoering van verbetermaatregelen; ➢ indien noodzakelijk aanvullende gesprekken of verdiepende onderzoeken. Afhankelijk van de aard van de signalen kunnen locatiebezoeken of aanvullende controles plaatsvinden. Deze worden, afhankelijk van de gecontracteerde organisatie uitgevoerd door de contractmanager van de GRJR, Rogplus of Mevis. Sturing op (subsidie)accounts GI’s en VTRR door ambtelijke en bestuurlijke gesprekken o.b.v. subsidieafspraken/voorwaarden. • Monitors van GI’s en VTRR • Kwaliteit bij GI’s: KMI en IGJ • Kwaliteit bij VTRR: IGJ MELDINGEN VAN INCIDENTEN, CALAMITEITEN EN VEILIGHEIDSRISICO'S Het Incidentenloket is voor de gemeenten in de jeugdhulpregio Rijnmond het centrale punt waar alle incidenten en calamiteiten rondom jeugdhulp (zowel specialistisch als lokaal) moeten worden gemeld. Het komt incidenteel voor dat we door een zorgaanbieder of andere partij worden geïnformeerd over een heftig voorval betreffende een kind uit een regiogemeente, waarover we ‘zsm’ willen afstemmen met de betrokken gemeente (bijvoorbeeld vanwege verwachte media- aandacht). INCIDENTENLOKET Voor de 13 gemeentes van Jeugdhulp Rijnmond → . INFORMEREN VANUIT HET INCIDENTENPROTOCOL VAN GEMEENTE ROTTERDAM WORDT DE RAAD GEÏNFORMEERD ALS ER SPRAKE IS VAN EEN CALAMITEIT OF INCIDENT DIE VOLDOET AAN (ÉÉN VAN) ONDERSTAANDE CRITERIA: 1. Het overlijden van een minderjarige waarbij er mogelijk sprake is van een relatie tussen het overlijden en de geboden zorg. 2. Het overlijden van een Rotterdamse burger waarbij mogelijk sprake is van een relatie tussen het overlijden en ontbreken van zorg indien o zorg (Jeugdwet en/of Wmo) geïndiceerd maar niet gegeven; o zorgsignalen bekend bij andere professionals maar geen vervolgactie terwijl dit wel verwacht had mogen worden (Jeugdwet en Wmo). 3. Calamiteiten en incidenten die breed in de samenleving bekend zijn waarbij er sprake is van een mogelijke relatie tussen het incident en de geboden zorg 4. Calamiteiten en incidenten die breed in de samenleving bekend zijn waarbij sprake is van een mogelijke relatie tussen het incident en het ontbreken van zorg indien o zorg (Jeugdwet en/of Wmo) geïndiceerd maar niet gegeven; o zorgsignalen bekend bij andere professionals maar geen vervolgactie terwijl dit wel verwacht had mogen worden (Jeugdwet en Wmo). 5. Onderzoeken ten aanzien van een Rotterdamse casus, uitgevoerd door inspectie(s) die te zijner tijd gepubliceerd zullen worden en onderzoeken verricht door het Zorgconsulaat 8 en/of het regionaal toezicht Wmo. Zowel bij het moment dat het onderzoek aanvangt als op het moment dat het onderzoek afgerond is. . WAT MAG WORDEN GEDEELD MET DE GEMEENTERAAD Bij de verwerking van persoonsgegevens bij incidenten en calamiteiten moeten de principes van de AVG worden toegepast, waaronder het principe van doelbinding, subsidiariteit en proportionaliteit. Bij incidenten en calamiteiten is ook van belang dat hulpverleners en ambtenaren zijn gehouden aan hun beroepsgeheim dan wel geheimhoudingsplicht ambtenaren. Dit brengt mee dat zeer terughoudend en prudent moet worden omgegaan met het delen van informatie bij calamiteiten en incidenten. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: 1. Deel geen identificerende gegevens zoals bijvoorbeeld namen, geboortedata en adressen of gezondheidsgegevens. Dit geldt voor de gemeente onverkort, dus ook als persoonsgegevens bijvoorbeeld wel in de media bekend zijn gemaakt. Deel geen persoonsgegevens, direct herleidbare informatie en andere privacygevoelige informatie. 2. Maak bij een calamiteit of incident alleen procesinformatie openbaar. Denk hierbij aan procedures en/of inrichting van het zorgstelsel die raakvlakken hebben met de casus; 3. Indien strafrechtelijk onderzoek plaatsvindt bij een calamiteit of incident, is het Openbaar Ministerie verantwoordelijk voor de informatiedeling met betrekking tot dit onderzoek en de afweging die hiermee samenhangt. 4. De gemeente kan alleen binnen de uitoefening van haar wettelijke taak (Jeugdwet, Wmo), en met inachtneming van de privacywetgeving, informatie delen. De gemeente heeft dus geen toegang tot informatie over zorg die op grond van een andere wet wordt geboden (zoals de Zorgverzekeringswet). . IN GESPREK Signalen van onveiligheid Praktijkvoorbeelden Signalen Komen vanuit gemeenten, Mevis en/of via toezichthouders Signalen worden besproken in contractgesprekken Signalen worden gedeeld met wethouders op proces.

Tekst uit PDF geëxtraheerd