Home › Bunschoten › Document

Ingekomen stuk B8, begroting 2027 Eemkracht en reactie op zienswijze, op verzoek van de SGP

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteBunschoten
Datum2026-10-15
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Postbus 2000 3760 CA Soest Bezoekadres Raadhuisplein 1 Telefoon (035) 609 34 11 Internet www.eemkracht.nl Email [email protected] IBAN NL72 BNGH 0285 1706 19 Soest, 15 juli 2026 Betreft: Begroting 2027 Eemkracht & reactie op zienswijzen Geachte leden van de raden van Baarn, Bunschoten en Soest, Hierbij bieden wij u de Begroting Eemkracht 2027 aan, zoals het bestuur van Eemkracht deze op 8 juli 2026 heeft vastgesteld. De begroting geeft inzicht in de verwachte ontwikkelingen, activiteiten en financiële kaders voor het begrotingsjaar 2027. Het bestuur heeft de zienswijzen van de gemeenteraden en de bestuurlijke reactie daarop betrokken bij de vaststelling. Hieronder geven wij onze reactie op de zienswijzen van uw raden. Reactie op de zienswijzen van Baarn, Bunschoten en Soest Het bestuur dankt de raden van Baarn, Bunschoten en Soest voor hun waardering voor de tijdige aanlevering van de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 en voor de constructieve zienswijzen. De aandachtspunten passen bij de fase waarin Eemkracht zich bevindt: het versterken van de organisatie, het verbeteren van de sturingsinformatie, het beheersen van risico’s en het samen met de gemeenten uitwerken van afspraken voor de komende jaren. Veel punten raken aan de behoefte aan meer inzicht in voortgang, ontwikkeling, risico’s en de praktijk van de uitvoering. Wij vinden het belangrijk om de positieve betrokkenheid van de raden vast te houden en de raden meer gevoel te geven bij het werk van Eemkracht, de dilemma’s die daarbij spelen en de impact op inwoners. Daarom willen wij na de zomer raadsbijeenkomsten en kennismakingsmomenten organiseren tussen de raden en Eemkracht. Daarbij denken wij allereerst aan informatiebijeenkomsten per raad, bij voorkeur in het vierde kwartaal, en waar mogelijk aansluitend bij bestaande raadsvergaderdata. Wij stemmen hierover verder af met de griffies en de regionale raadsadviseur. In het licht van de gezamenlijke betrokkenheid van de drie raden bij Eemkracht, onder meer via het Raadsplatform, reageert het bestuur waar mogelijk gezamenlijk op de zienswijzen. Daarna gaan wij in op enkele specifieke punten per gemeente. 1. Gemeenschappelijke onderwerpen 1.1 Prestatie-indicatoren en sturingsinformatie De raden vragen op verschillende manieren om betere sturingsinformatie. Soest vraagt om inzicht in de voortgang op de programma’s Wmo, Jeugd, Leerlingenvervoer en Leerplicht en om betrokkenheid bij de vaststelling van prestatie-indicatoren. Baarn vraagt om concrete KPI’s binnen de DVO en de P&C-cyclus en om data over de inzet van Eemkracht. Bunschoten vraagt om uiterlijk bij de begroting 2028 data en meetbare prestatie-indicatoren te delen en om tussentijds inzicht in onder meer volumes en wachttijden. Wij onderschrijven het belang van goede sturingsinformatie. In 2026 en 2027 werken wij met de gemeenten aan passende prestatie-indicatoren en verdere opbouw van de informatievoorziening. Deze indicatoren krijgen een plek in de nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO), die wij in een project met de drie gemeenten uitwerken. Dit sluit aan bij het project Data & Monitoring, waarin wij werken aan beter vergelijkbare en betrouwbare managementinformatie, sturingsrapportages en een gezamenlijk datadashboard. Deze informatie ondersteunt zowel de interne sturing van Eemkracht als het gesprek met de gemeenten en de raden. Vooruitlopend daarop blijven wij de raden informeren over de voortgang van uitvoering en dienstverlening. De reguliere P&C-cyclus vormt hiervoor de basis. Wij delen de eerste tussenrapportage over januari tot en met april 2026 met de raden nadat het bestuur deze heeft vastgesteld. Hierin hebben we nog beperkt inhoudelijke cijfers kunnen opnemen, doordat een deel van de data nog niet volledig beschikbaar is en beschikbare gegevens niet altijd eenduidig of goed vergelijkbaar zijn tussen vakgebieden en gemeenten. Later dit jaar volgt de tweede tussenrapportage over mei tot en met augustus 2026. Daarin verwachten we meer inhoudelijke data met u te kunnen delen, vanuit het streven dat we de benodigde en beschikbare data (en het verschil daartussen) inclusief eenduidige definities dan beter inzichtelijk gemaakt hebben. Daarnaast ontvangen de raden uiterlijk 1 januari 2027 de kaderbrief 2028. Zo ontstaat stap voor stap een vaste lijn voor informatie over voortgang, ontwikkelingen, kansen en risico’s binnen Eemkracht. 1.2 Ziekteverzuim en externe inhuur Alle drie de raden vragen aandacht voor het ziekteverzuim. Soest vraagt om blijvende aandacht en periodieke informatie, Baarn om informatie over de verzuimaanpak en Bunschoten benoemt naast de vraag om structurele informatie ook de relatie met continuïteit, kosten en externe inhuur. Het ziekteverzuim heeft blijvend onze aandacht. Wij hebben een verzuimstrategie opgesteld en sturen actief op de uitvoering daarvan. Daarbij kijken wij naar verzuim, continuïteit, kwaliteit van dienstverlening en beheersing van kosten en externe inhuur. Wij informeren de raden hierover via de reguliere P&C-cyclus. Daarnaast kan dit onderwerp, waar passend, worden meegenomen in de voortgangspresentatie zoals beschreven onder punt 2.6. 1.3 ICT-transitie De raden vragen om inzicht in de verdere uitwerking van de ICT-transitie, inclusief planning, beheersbaarheid en eventuele financiële consequenties. In 2026 zetten wij stappen richting een zelfstandige ICT-omgeving voor Eemkracht. Daarbij werken wij onder meer aan het verminderen van dubbele accounts en licentiekosten, standaardisatie van het instroomproces en een analyse van kernapplicaties. Voor de verdere ICT-transitie werken wij samen met de gemeenten aan een visie en actieplan. Zodra dit voldoende is uitgewerkt, informeren wij de raden via de reguliere P&C-cyclus. Daarnaast kan dit onderwerp, waar passend, worden meegenomen in de voortgangspresentatie zoals beschreven onder punt 2.6. 1.4 Risicobeheersing De raden vragen wanneer de nog niet gekwantificeerde risico’s nader worden uitgewerkt en hoe wij de raden daarover informeren. Wij werken de risico-informatie verder uit, waaronder de nadere duiding van risico’s, mogelijke beheersmaatregelen en de plek hiervan in de P&C-cyclus. Een aantal risico’s kan pas concreter in beeld worden gebracht wanneer hierover meer duidelijkheid bestaat. Het moment waarop dit kan, verschilt per onderwerp. Bij onderwerpen als het functiewaarderingsonderzoek en de aanbesteding Wmo is dit mede afhankelijk van gemeentelijke en landelijke besluitvorming. Zodra de financiële of organisatorische gevolgen beter kunnen worden ingeschat, nemen wij deze mee in de reguliere P&C-cyclus en informeren wij de raden hierover. Zo voorkomen wij dat risicobeheersing een losstaand onderwerp wordt en nemen wij de raden hierover mee via de reguliere informatievoorziening. 1.5 Doorontwikkeling van Eemkracht en dienstverlening De raden vragen aandacht voor de verdere ontwikkeling van Eemkracht als startende organisatie. Soest vraagt specifiek om inzicht in de DVO en de samenwerking in de keten. Bunschoten steunt de koers gericht op integrale dienstverlening, laagdrempelige toegang en verdere professionalisering van bedrijfsvoering en ICT. Wij herkennen deze aandachtspunten. De doorontwikkeling krijgt onder meer vorm via het ontwikkelplan, de samenwerking in de keten en de nadere uitwerking van de dienstverleningsovereenkomsten. Wij nemen de behoefte aan inzicht hierin mee in de verdere planning en informatievoorziening. 2. Specifieke aanvullende punten per zienswijze 2.1 Soest: kwartaalrapportage De raad van Soest vraagt wanneer de informatie over de eerste periode van 2026 beschikbaar komt, omdat deze belangrijke sturingsinformatie biedt. Deze informatie nemen wij op in de eerste tussenrapportage over januari tot en met april 2026. Wij delen deze tussenrapportage met de raden nadat het bestuur deze heeft vastgesteld. Daarmee informeren wij de raden via de reguliere P&C-cyclus over de financiële en inhoudelijke voortgang in de eerste periode van 2026. 2.2 Soest: planning inzake nieuwe verdeelsystematiek Met de nieuwe samenstelling van het bestuur bespreken wij de nieuwe verdeelsystematiek verkennend in de volgende bestuursvergadering in het najaar. Het bestuur legt de verdeelsleutel vast in een bijdragebesluit, dat bij unanimiteit wordt genomen. Voorafgaand daaraan krijgen de raden gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Een eventuele aanpassing vraagt daarom om een zorgvuldig bestuurlijk en financieel proces. Na deze eerste verkenning werken Eemkracht en de drie deelnemende gemeenten gezamenlijk uit welke processtappen nodig zijn en op welke momenten de raden worden geïnformeerd en betrokken. 2.3 Soest: cliëntenparticipatie Voor cliëntenparticipatie ligt de formele verantwoordelijkheid bij de deelnemende gemeenten. Tegelijk heeft Eemkracht als uitvoeringsorganisatie een rol in het ophalen van ervaringen uit de praktijk en het benutten daarvan voor betere dienstverlening. Met de nieuwe samenstelling van het bestuur bespreken wij welke vormen van cliëntenparticipatie passend kunnen zijn. Daarna werken wij dit, afhankelijk van de uitkomst, verder uit samen met de drie gemeenten. 2.4 Baarn: leerplicht Wij delen het belang van een zorgvuldige uitvoering van leerplicht. In de eerste maanden van 2026 hebben wij gewerkt aan de randvoorwaarden voor de uitvoering na de overgang naar Eemkracht, zoals het opnieuw beëdigen van leerplichtambtenaren en het inrichten van licenties en autorisaties. De uitvoering blijft kwetsbaar door beperkte bezetting, werkdruk en verzuim. Daarom hebben wij tijdelijk extra capaciteit ingezet. Ook werken wij aan meer eenduidigheid in processen en systemen, omdat nu nog met verschillende gemeentelijke systemen wordt gewerkt. Daarnaast vraagt de voorbereiding op ondersteuning rond de AMV-locatie in Baarn aandacht. Via de reguliere P&C-cyclus informeren wij de raden over de verdere ontwikkeling van dit programma. 2.5 Baarn: inburgering Wij begrijpen de zorgen over de kwaliteit van begeleiding richting inburgeraars. Eemkracht heeft sinds 1 januari 2026 een regierol in de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Samen met de gemeenten werken wij projectmatig aan het verder op orde brengen van deze regierol. Daarbij kijken wij onder meer naar casusregie, werkprocessen, werkinstructies, afstemming met ketenpartners en passende capaciteit. Het doel is dat inburgeraars tijdig, passend en kwalitatief goede begeleiding ontvangen en dat verbeteringen structureel worden geborgd. 2.6 Baarn: presentatie aan de gemeenteraad Zoals in de inleiding aangegeven, willen wij na de zomer raadsbijeenkomsten en kennismakingsmomenten organiseren tussen de raden en Eemkracht. Doel hiervan is om de raden meer gevoel te geven bij de praktijk van Eemkracht: het werk dat wij doen voor inwoners, de dilemma’s die daarbij spelen en de ontwikkeling van de organisatie. Daarbij denken wij allereerst aan informatiebijeenkomsten per raad, op locatie en waar mogelijk aansluitend bij bestaande raadsvergaderdata. Inhoudelijk kunnen wij tijdens deze momenten ook ingaan op onderwerpen uit de zienswijzen, zoals sturingsinformatie, ziekteverzuim, externe inhuur, ICT, risicobeheersing en de verdere doorontwikkeling van de dienstverlening. Wij stemmen de vorm, planning en inhoud verder af met de griffies en de regionale raadsadviseur. 2.7 Baarn: indexering conform Gemeentefonds Het bestuur neemt het verzoek mee om vanaf 2028 de indexeringsmethodiek van het gemeentefonds als uitgangspunt te hanteren. Dit betrekken wij bij het opstellen van de kaderbrief 2028 en vervolgens bij de begroting 2028, nadat de financiële effecten hiervan gezamenlijk zijn besproken in een bestuursvergadering. Daarbij blijven financiële voorspelbaarheid, doelmatige inzet van middelen en een zorgvuldige balans tussen taken, ambities en beschikbare middelen leidend. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uit naar de verdere samenwerking met uw raden. Met vriendelijke groet, Het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Eemkracht, namens deze, G. Overeem, directeur

Tekst uit PDF geëxtraheerd