Home › Epe › Document
Programmabegroting gemeente Epe 2027-2030
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Epe |
| Datum | 2026-10-29 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Programmabegroting 2027 - 2030
Meerjarenbegroting van de gemeente Epe
2
Inhoudsopgave
Vooraf ...................................................................................................................................................... 5
Inleiding ................................................................................................................................................ 6
Bestuurlijke en Financiële overwegingen ............................................................................................ 8
Toelichting en leeswijzer programmabegroting ................................................................................. 12
Programmaplan ..................................................................................................................................... 15
Pijler: Sociaal ..................................................................................................................................... 16
Programma 1 | Opgroeien in Epe ............................................................................................... 18
Programma 2 | Actief in Epe ....................................................................................................... 21
Programma 3 | Zorg en opvang .................................................................................................. 24
Programma 4 | Leefbaar en veilig ............................................................................................... 27
Pijler: Ruimte ...................................................................................................................................... 30
Programma 5 | Ruimte en wonen ............................................................................................... 31
Programma 6 | Epe op orde ........................................................................................................ 34
Programma 7 | Duurzaamheid .................................................................................................... 37
Programma 8 | Toezicht en handhaving ..................................................................................... 40
Pijler: Economie ................................................................................................................................. 42
Programma 9 | Bedrijvigheid ....................................................................................................... 43
Programma 10 | Weer aan het werk .............................................................................................. 46
Pijler: Bestuur ..................................................................................................................................... 48
Programma 11 | Bestuur en organisatie ........................................................................................ 49
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ................................................................................. 54
Overhead ........................................................................................................................................ 56
Paragrafen ............................................................................................................................................. 58
1 | Lokale heffingen ............................................................................................................................ 59
2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ................................................................................. 65
3 | Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................................... 72
4 | Financiering ................................................................................................................................... 75
5 | Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 77
6 | Verbonden partijen ........................................................................................................................ 85
7 | Grondbeleid ................................................................................................................................... 92
8 | Open Overheid .............................................................................................................................. 94
Financiële begroting .............................................................................................................................. 95
Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe ................................................................... 107
Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe ........................................................................... 108
Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang ...................................................................... 109
Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig ................................................................... 111
Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen ................................................................... 112
Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde ............................................................................ 113
Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid ........................................................................ 114
Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving ......................................................... 115
Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid ........................................................................... 116
Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk ............................................................... 117
Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie ......................................................... 118
Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien .................................. 119
Toelichting mutaties programma Overhead ..................................................................................... 120
Toelichting mutaties in de Reserves ................................................................................................ 121
Bijlagen ................................................................................................................................................ 123
1 | Toelichting autonome ontwikkeling bestaand beleid (budgetprognose) ..................................... 124
2 | Toelichting nieuw en geactualiseerd beleid ................................................................................ 131
3 | Investeringsplan .......................................................................................................................... 136
4 | Overzicht lasten en baten per taakveld ...................................................................................... 139
5 | Overzicht verloop reserves en voorzieningen ............................................................................. 142
3
6 | Bijlage bij paragraaf 4 Financiering............................................................................................. 144
7 | Kapitaallasten, personeelskosten, loon- en prijsstijgingen ......................................................... 145
8 | Verplichte indicatoren per programma (BBV) ............................................................................. 146
Verklaring van gebruikte afkortingen ............................................................................................... 149
4
Vooraf
5
Inleiding
1.1 Samen bouwen aan een toekomstbestendig gemeente Epe
Met het coalitieakkoord Samen Bouwen en het daarop gebaseerde collegeprogramma 2026-2030
hebben wij een duidelijke koers uitgezet voor de komende bestuursperiode. Deze programmabegroting
2027-2030 vormt de eerste vertaling van die koers. De begroting en het meerjarenperspectief laten zien
welke keuzes wij maken, welke middelen wij inzetten en hoe wij werken aan de ambities voor onze
gemeente.
Wij bouwen verder aan een gemeente die sociaal sterk, ruimtelijk aantrekkelijk, economisch vitaal en
bestuurlijk betrouwbaar is. Dat doen wij vanuit vertrouwen in de kracht van onze inwoners,
ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Zij vormen het fundament van de
gemeente Epe en zijn onmisbaar bij het realiseren van de opgaven waar wij voor staan.
Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen snel. Internationale spanningen, klimaatverandering,
digitalisering, cyberdreigingen, opvang van vluchtelingen, druk op de woningmarkt en toenemende
zorgvragen zorgen voor nieuwe uitdagingen. Ontwikkelingen die misschien ver weg lijken, zijn steeds
vaker ook lokaal voelbaar. Juist daarom investeren wij in een gemeente die veerkrachtig en weerbaar
is, zodat wij voorbereid zijn op de onzekerheden van vandaag en morgen.
1.2 Ambitie en realisme
De komende jaren investeren wij in onze samenleving, onze leefomgeving, onze economie en onze
organisatie. Tegelijkertijd staan gemeenten in heel Nederland voor grote financiële opgaven. Ook in de
gemeente Epe zien wij dat de beschikbare middelen onder druk staan, terwijl de kosten van
gemeentelijke taken toenemen en substantiële investeringen nodig zijn om onze sociale en
maatschappelijke voorzieningen, infrastructuur en gemeentelijke bezittingen toekomstbestendig te
houden.
Onze financiële startpositie is goed, maar binnen deze begrotingsperiode ontstaan tekorten die in de
jaren daarna verder sterk oplopen. In de afgelopen jaren zijn al belangrijke eenvoudige
besparingsmaatregelen doorgevoerd, waardoor de structurele financiële ruimte om tegenvallers op te
vangen heel klein is. Goed bestuur betekent voor ons dat wij tijdig anticiperen op ontwikkelingen die
zich op langere termijn aandienen. Dat vraagt nu om realisme, scherpe afwegingen en soms moeilijke
keuzes.
Verder bouwen aan bereikte resultaten
1.3 Accenten in deze begroting
De ambities uit het collegeprogramma vertalen wij in deze begroting naar concrete activiteiten en
investeringen. Binnen de vier pijlers leggen wij daarbij de volgende accenten.
1.3.1 Sociaal
Wij investeren in een sterke sociale basis waarin inwoners zoveel mogelijk zelfstandig kunnen
functioneren en naar elkaar omzien. We versterken preventie, mentale gezondheid en ondersteuning
dichtbij huis en werken aan toekomstbestendige oplossingen voor de jeugdzorg en de Wmo. Dat is
noodzakelijk omdat de houdbaarheid van zowel het huidige jeugdzorgstelsel als de Wet
maatschappelijke ondersteuning inhoudelijk en financieel steeds meer onder druk staat. Daarom zetten
we in op een beweging naar meer preventie en ondersteuning dichtbij, met passende jeugdhulp voor
kinderen en gezinnen die deze echt nodig hebben. Daarnaast investeren we in maatschappelijke
voorzieningen, sport, cultuur en ontmoetingsplekken die bijdragen aan een gezonde, inclusieve en
veerkrachtige samenleving.
1.3.2. Ruimte
We blijven werken aan voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen en zetten in op
het versnellen van woningbouw. Wij investeren in verkeersveiligheid, bereikbaarheid, klimaatadaptatie,
duurzaamheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarbij houden wij steeds oog voor het behoud
van het groene, dorpse en landschappelijke karakter dat Epe zo bijzonder maakt.
6
1.3.3. Economie
Wij versterken het ondernemers- en vestigingsklimaat en werken aan toekomstbestendige
bedrijventerreinen en recreatie en toerisme. Samen met ondernemers, onderwijs en regionale partners
investeren we in een sterke arbeidsmarkt, kijken we waar we regels kunnen verminderen en bieden we
ruimte aan innovatie en ondernemerschap. Ook zetten wij ons in voor toekomstperspectief voor de
agrarische sector en een vitaal buitengebied.
1.3.4. Bestuur
Wij bouwen aan een betrouwbare, toegankelijke en toekomstbestendige overheid. We investeren in
dienstverlening, inwonerparticipatie, digitale weerbaarheid en informatieveiligheid. Wij werken aan het
borgen van een financieel gezonde organisatie die in staat blijft om maatschappelijke opgaven,
investeringen en dienstverlening met elkaar in balans te houden. Daarbij kijken wij bewust verder dan
de huidige begrotingsperiode en nemen wij verantwoordelijkheid voor financiële houdbaarheid op de
lange termijn.
7
Bestuurlijke en Financiële overwegingen
Financiële hoofdlijnen meerjarenperspectief
1.4.1. Financiële startpositie
Voordat wij vooruitkijken naar de komende bestuursperiode, is het belangrijk inzicht te geven in de
financiële uitgangspositie van deze begroting. Bij het opstellen van de begroting zijn diverse autonome
ontwikkelingen verwerkt. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de beschikbare financiële ruimte en vormen
het vertrekpunt voor de keuzes die in deze begroting zijn gemaakt.
De grootste negatieve financiële effecten worden veroorzaakt door de ontwikkeling van de uitgaven
binnen het sociaal domein. Daarnaast hebben loon-, prijs- en renteontwikkelingen invloed op de
structurele financiële ruimte van de gemeente. Deze ontwikkelingen kunnen wij als gemeente niet direct
beïnvloeden en beperken de ruimte voor nieuw beleid. Tegenover deze negatieve financiële
ontwikkelingen staan echter ook voordelen. Een toenemende algemene uitkering uit het gemeentefonds
is daarvan de belangrijkste. Deze voordelen zorgen uiteindelijk voor een positief startsaldo in de
komende jaren, uitgezonderd 2027.
Verder stijgen de kosten voor de reiniging (ophalen afval) en is daar een extra tariefstijging van 10,7%
nodig om het uitgangspunt van 100% kostendekking te realiseren. We voeren deze stijging in twee
gelijke stappen in de jaren 2027 en 2028 door. Ook na deze extra stijging blijven de woonlasten in de
gemeente Epe onder het landelijk gemiddelde.
In de financiële startpositie is ook het effect van het in juli 2026 door de raad vastgestelde
geactualiseerde financiële beleid verwerkt. De in de begroting 2026-2029 opgenomen taakstelling is
daarmee volledig ingevuld. De uitwerking is onder andere zichtbaar in:
1. Paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen: andere presentatie van de risico’s en
gewijzigde berekening van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit;
2. Overzicht reserves en voorzieningen: een groot aantal bestemmingsreserves wordt
opgeheven en ondergebracht bij de algemene reserve.
1.4.2. Financiële ontwikkeling/financiële vertaling van het collegeprogramma
Voor 2027 is geen Kadernota opgesteld. Wel stelden wij een Kaderbrief op waarmee de raad voor de
zomer is geïnformeerd over het financiële beeld. De inhoudelijke koers voor deze bestuursperiode is
vastgelegd in het collegeprogramma 2026-2030. De afweging tussen ambities, investeringen en
beschikbare middelen vindt daarom integraal plaats bij het opstellen van deze begroting. Daarmee
vormt deze begroting zowel de financiële vertaling van het collegeprogramma als het uitvoeringskader
voor de komende jaren. De onderstaande tabel laat de meerjarige financiële effecten zien van de
belangrijkste besluiten die in deze begroting zijn verwerkt.
8
Een toelichting op deze mutaties is te vinden bij de diverse programma’s en bijlage 2 “toelichting nieuw
en geactualiseerd beleid". Overigens hebben wij het daadwerkelijke “nieuwe” beleid daarbij, gelet op de
financiële positie, sterk beperkt. De aanvullende budgetten komen veelal uit bestaand beleid voort zoals
de gewenste extra budgetten voor het beheer van de openbare ruimte (oplopend naar € 1,5 miljoen in
2030), de versterking van het toegangsteam jeugdzorg (€ 0,4 miljoen structureel) en oplopende
rentelasten (€ 0,3 mln.).
1.5 Financiële uitdagingen vragen om zorgvuldige keuzes
1.5.1. Vooruitblik na 2030
De grootste financiële uitdaging voor de gemeente Epe ligt niet binnen de huidige begrotingsperiode,
maar in de jaren daarna. Grote investeringen in onderwijshuisvesting, maatschappelijke
accommodaties, gemeentelijk vastgoed, de gemeentewerf, wegen, riolering en groen leiden tot een
verdere stijging van de structurele lasten. Op basis van de huidige inzichten kan het financiële tekort
hierdoor na 2030 oplopen met € 3 tot € 4 miljoen per jaar. Het vinden van dekking voor een structureel
bedrag van € 6 tot € 7 miljoen is een voor de gemeente Epe ongekende en grote opgave die niet zonder
structurele en ingrijpende keuzes kan worden opgevangen. Hoe wij deze keuzes voorbereiden en
welke rol de raad daarin heeft, lichten wij toe in paragraaf 1.5.3. Ons uitgangspunt is daarbij
verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat toekomstige generaties worden geconfronteerd met een
opgave waarop onvoldoende is geanticipeerd.
1.5.2. Omgaan met de financiële opgave
Wij bieden u een sluitende begroting 2027 aan. Daarbij maken wij gebruik van een onttrekking aan de
algemene reserve, passend binnen de financiële kaders en het toezichtbeleid van de provincie. Hiermee
creëren wij ruimte om de ambities uit het collegeprogramma voortvarend te starten en tegelijkertijd
zorgvuldig te werken aan oplossingen voor de financiële uitdagingen op langere termijn.
Voor de jaren 2028 tot en met 2030 laat de meerjarenraming tekorten zien van gemiddeld circa € 3
miljoen per jaar. Deze tekorten zijn het gevolg van een combinatie van factoren. De kosten van
gemeentelijke taken blijven stijgen, er zijn substantiële investeringen nodig om gemeentelijke
bezittingen en voorzieningen toekomstbestendig te houden en de kosten en de Jeugdzorg en de wet
maatschappelijke ondersteuning lopen verder op. Met name voor de jeugdzorg compenseert het Rijk
gemeenten nog altijd onvoldoende. In het voorjaar 2027 zal de deskundigencommissie die voor de
jeugdzorg is ingesteld hierover nieuwe uitspraken doen. Daarnaast wil het Rijk aanpassingen
doorvoeren in de wet maatschappelijke ondersteuning. Zo is er het voornemen om het
abonnementstarief af te schaffen. Dat geldt ook voor de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening.
Dit kan positieve financiële gevolgen voor onze begroting hebben. Het rijk moet hierover echter nog
definitieve besluiten nemen.
Met deze onzekerheden in beeld kiezen wij er bewust voor om de tekorten op dit moment nog niet op
te lossen met aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen. Daarvoor bestaan nog te veel
onzekerheden. De komende periode willen wij beter zicht krijgen op onder andere de toekomstige
rijksfinanciering van de jeugdzorg en willen we een realistische fasering van investeringen opstellen.
We willen kijken hoe we de beschikbare incidentele middelen zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Dit
geldt bijvoorbeeld voor de rijksbijdrage realisatiestimulans waarvoor wij de raad om kaders zullen
vragen.
Deze aanpak sluit aan bij de oproep van de VNG om de structurele tekorten in de jeugdzorg zichtbaar
te houden en deze niet zonder meer op te lossen door te bezuinigen op andere gemeentelijke taken.
Maar ons hiervan volledig afhankelijk maken vinden wij niet passen bij goed bestuur. Daarom nemen
wij zelf ook actie en brengen in beeld welke mogelijkheden we kunnen creëren om financiële ruimte te
vinden.
1.5.3. Financiële ruimte voor morgen: herijken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen
Dat vraagt om een kritische en toekomstgerichte blik op ons takenpakket, onze werkwijzen en onze
inzet van middelen. Welke activiteiten dragen aantoonbaar bij aan de maatschappelijke effecten die we
willen bereiken en/of aan wettelijke taken? Moeten we alles blijven doen? Wat kan slimmer, efficiënter
of soberder worden georganiseerd? Berekenen we overal de juiste kosten door? Dat vergt een
zorgvuldig proces met betrokkenheid van raad en samenleving.
9
Het coalitieakkoord geeft richting aan de manier waarop wij met deze financiële opgave willen omgaan.
Uitgangspunt is een structureel gezonde financiële positie, waarbij de lasten voor inwoners zo laag en
eerlijk mogelijk worden gehouden. Bij noodzakelijke ombuigingen kijken wij daarom eerst kritisch naar
bestaande uitgaven en naar mogelijkheden om werkzaamheden slimmer, efficiënter of anders te
organiseren. Nieuwe uitgaven worden in beginsel opgevangen volgens het principe ‘oud voor nieuw’ en
bezuinigingen binnen het sociaal domein willen wij zoveel mogelijk voorkomen. Ook kijken wij naar
mogelijkheden om de kostendekking van gemeentelijke dienstverlening te verhogen, met oog voor de
maatschappelijke effecten. Voor de OZB blijft het uitgangspunt dat een verhoging beperkt blijft tot de
inflatie.
Deze uitgangspunten geven richting aan de keuzes die wij uiteindelijk maken, maar beperken de
verkenning vooraf niet. De financiële opgave is daarvoor te omvangrijk en nog met onzekerheden
omgeven. Daarom brengen wij breed in beeld welke mogelijkheden er zijn om financiële ruimte te
creëren. Zo ontstaat voor college en raad een volledig beeld van de beïnvloedingsruimte en kunnen
uiteindelijk integrale en onderbouwde keuzes worden gemaakt binnen de richting van het
coalitieakkoord.
Daarom starten wij in het najaar van 2026 het traject ‘Financiële ruimte voor morgen: herijken,
kiezen en verantwoordelijkheid nemen’. In dit traject brengen wij mogelijke maatregelen, scenario's
en handelingsperspectieven in beeld. Daarbij gaat het zowel om de uitgavenkant als om investeringen,
inkomsten en de wijze waarop taken worden uitgevoerd.
De gemeenteraad heeft hierbij een centrale rol. De raad stelt de (financiële) kaders en maakt uiteindelijk
de politieke afwegingen. Wij stellen voor om de auditcommissie een rol te geven in de begeleiding van
dit proces. De auditcommissie kan vanuit haar rol met het college meedenken over de aanpak, de
financiële uitgangspunten, de informatie die de raad nodig heeft en de wijze waarop verschillende
scenario’s en keuzes inzichtelijk worden gemaakt. De politieke afweging en besluitvorming blijven
vanzelfsprekend bij de voltallige gemeenteraad.
Wij willen voorkomen dat de raad pas bij de Kadernota 2028-2031 wordt geconfronteerd met mogelijke
maatregelen. Daarom trekken wij gedurende het proces gezamenlijk op, onderzoeken wij alternatieven
en creëren wij ruimte voor politieke keuzes, waarbij ieders rol nadrukkelijk wordt gerespecteerd. Na de
Kadernota zullen wij ook inwoners, ondernemers, verenigingen en andere maatschappelijke partners
betrekken bij de verdere uitwerking van de gemaakte keuzes.
Dit traject moet leiden tot een samenhangend pakket van bouwstenen dat betrokken wordt bij de
Kadernota 2028-2031. Daarmee bereiden wij tijdig de keuzes voor die nodig kunnen zijn om ook op
langere termijn financieel gezond en toekomstbestendig te blijven.
Met deze keuze bieden wij u een begroting 2027-2030 aan die in 2027 sluitend is, maar waarvan de
meerjarenraming vanaf 2028 tekorten laat zien. De onderstaande tabel geeft de financiële uitkomst
weer:
Vermogenspositie en mogelijke vrijval algemene reserve
Per 31 december 2027 bedraagt het verwachte eigen vermogen (onze reservepositie) van de gemeente
bijna € 93 miljoen. Dit zijn incidentele middelen die beschikbaar zijn voor toekomstige uitgaven. Veelal
ligt er al een verplichting op deze reserves die onderscheiden worden in de algemene reserve en
bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een omvang van € 16,4 miljoen en heeft als
belangrijkste functie het opvangen van risico’s. Gebaseerd op de door de raad vastgestelde norm voor
het weerstandsvermogen (hoeveel budget is beschikbaar om risico’s op te vangen?) en de norm voor
de solvabiliteit (aandeel van ons eigen vermogen in het totale vermogen) is een bedrag van ruim € 10
miljoen vrij beschikbaar.
10
Gelet op de omvang van de algemene reserve en de financiële kengetallen is het zeker verantwoord
om in 2027 € 2,9 miljoen in te zetten voor begrotingsdekking. Ook na deze inzet blijft sprake van een
solide financiële positie, met een solvabiliteit van meer dan 50% en een weerstandsratio van > 1,0. Het
resterende vrije bedrag blijft daarmee beschikbaar in de algemene reserve en wordt betrokken bij de
keuzes die gemaakt worden bij de Kadernota 2028-2031.
1.5.4. Structureel begrotingssaldo
De begroting voor 2027 is structureel en reëel in evenwicht. Dat wil zeggen dat de structurele baten
hoger zijn dan de structurele lasten. Onderdeel van de structurele baten is een deel van de ingezette
middelen uit de algemene reserve (€ 0,8 miljoen) dat op grond van de provinciale beleidsregels een
structureel karakter heeft (10% van het surplus in de algemene reserve). Hierdoor komt het structurele
saldo van de begroting 2027 uit op € 537.000 positief. Een toelichting hierop is opgenomen in de
Financiële begroting (onderdeel B.4).
1.6 Samen verantwoordelijkheid nemen
De komende jaren zullen niet alle vraagstukken eenvoudig op te lossen zijn. Dat vraagt om bestuurlijke
moed, realistische afwegingen en een zorgvuldige inzet van publieke middelen. Politieke verschillen
over de te maken keuzes mogen en zullen er zijn. Maar de verantwoordelijkheid om de financiële
opgave van Epe onder ogen te zien en tijdig noodzakelijke bijstellingen voor te bereiden, zullen we met
elkaar moeten delen. Dat vraagt van allen in het bestuur een realistische blik, bestuurlijke
verantwoordelijkheid en de moed om keuzes te maken. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, de
weerbaarheid van onze gemeente te versterken en verstandig te investeren in onze toekomst, bouwen
wij verder aan een gemeente waar mensen prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren, nu en
voor toekomstige generaties.
11
Toelichting en leeswijzer programmabegroting
Opzet programmabegroting
De programmabegroting is het belangrijkste sturings- en verantwoordingsdocument van de gemeente.
Hierin legt de gemeenteraad vast welke maatschappelijke doelen in de komende jaren worden
nagestreefd, welke activiteiten daarvoor worden uitgevoerd en welke financiële middelen daarvoor
beschikbaar zijn. De begroting vormt daarmee het kader waarbinnen het college uitvoering geeft aan
het gemeentelijk beleid.
De raad autoriseert de begroting op programmaniveau. De opbouw van de programmabegroting
2027-2030 is gelijk aan die van voorgaande jaren, zodat de ontwikkelingen goed kunnen worden
gevolgd en vergeleken.
1.7 Opbouw van de begroting
Deel 1: Programmaplan Dit deel bevat de inhoudelijke beleidsagenda van de gemeente. De
programma's zijn gegroepeerd onder vier pijlers: sociaal, ruimte, economie en bestuur. Per
programma wordt antwoord gegeven op de volgende vragen:
· Wat willen we bereiken?
· Hoe meten we dat?
· Wat gaan we daarvoor doen?
· Welke risico's lopen we daarbij?
· Wat mag dat kosten?
Daarnaast bevat dit deel een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en de overhead.
Deel 2: Paragrafen De verplichte paragrafen geven inzicht in onderwerpen die doorwerken in
meerdere programma's, zoals weerstandsvermogen, bedrijfsvoering, kapitaalgoederen en verbonden
partijen. Deze paragrafen ondersteunen de raad bij het vaststellen van beleidskaders en het
uitoefenen van zijn controlerende taak.
Deel 3: Financiële begroting In dit deel wordt de financiële positie van de gemeente toegelicht. Ook
zijn hier de financiële overzichten, de baten en lasten per programma en de meerjarige financiële
ontwikkelingen opgenomen.
Deel 4: Bijlagen De bijlagen bevatten aanvullende informatie, specificaties en verdiepingen op
onderwerpen uit de voorgaande delen.
Inrichting deel 1: Programmaplan
Het programmaplan kent de volgende structuur:
De begroting is opgebouwd rond vier pijlers: sociaal, ruimte, economie en bestuur. Per
pijler wordt de ambitie beschreven en wordt de samenhang tussen de onderliggende
programma's toegelicht.
De vier pijlers zijn uitgewerkt in elf inhoudelijke programma's, aangevuld met twee financiële
onderdelen over de algemene dekkingsmiddelen, ‘onvoorzien’ en overhead.
Per programma worden de relevante beleidskaders en beleidsnota’s benoemd en
aangegeven wat het strategische doel is.
Vervolgens staat er welke activiteiten in het begrotingsjaar worden uitgevoerd en welke
resultaten daarmee worden beoogd.
In de onderstaande tabel is de hoofdindeling van het programmaplan weergegeven, inclusief de
bijbehorende programma's en de belangrijkste beleidsonderwerpen per programma.
Pijler Programma Hoofdonderwerpen
Sociaal 1. Opgroeien in Epe Onderwijs en jeugd.
12
2. Actief in Epe Welzijn, sport, cultuur en accommodaties.
WMO, gezondheid, maatschappelijke opvang, basismobiliteit, algemeen maatschappelijk
3. Zorg en Opvang
werk en integratie/inburgering.
4. Leefbaar en veilig Openbare orde en veiligheid, leefbare en veilige leefomgeving.
Ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en
5. Ruimte en Wonen
volkshuisvesting.
6. Epe op orde Beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
Ruimte
7. Duurzaamheid Milieu, transitie energie en warmte, riolering, waterbeheer en afvalverwijdering.
8. Toezicht en Controle op uitvoering en de handhaving van wet- en regelgeving en de algemeen
handhaving plaatselijke verordening.
Lokale economie (waaronder werkgelegenheid en bedrijfsterreinen), agrarische
9. Bedrijvigheid
aangelegenheden, recreatie en toerisme.
Economie
Uitvoering van de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, armoede- en
10. Weer aan het werk
minimabeleid.
11. Bestuur en Bestuur, dienstverlening, participatie, informatievoorziening, organisatie, bedrijfsvoering,
Bestuur
organisatie financiën.
Algemene
dekkingsmiddelen en Algemene uitkering uit het gemeentefonds en lokale heffingen.
onvoorzien
Overhead Sturing en ondersteuning van de primaire processen.
1.8 Wijzigingen t.o.v. de begroting 2026-2029
De programma-indeling van de begroting 2027-2030 is ongewijzigd ten opzichte van de begroting
2026-2029. Daarmee blijft de vergelijkbaarheid van beleid, prestaties en financiële ontwikkelingen
behouden. In aanloop naar de begroting 2028-2031 willen wij samen met de raad verkennen welke
mogelijkheden er zijn om de informatiewaarde van de begroting verder te versterken. Daarbij kijken
we onder meer naar:
de wijze waarop doelen, activiteiten en resultaten inzichtelijk worden gemaakt;
een eventuele herziening van de programma-indeling;
het beter zichtbaar maken van de rol van (maatschappelijke) partners die bijdragen aan het
realiseren van de gemeentelijke ambities.
Op basis van deze verkenning worden voorstellen gedaan voor eventuele aanpassingen in
toekomstige begrotingen.
Vooruitlopend op de verdere doorontwikkeling van de begroting hebben we in deze begroting al eerste
wijzigingen doorgevoerd. De verplichte BBV-indicatoren zijn niet langer opgenomen binnen de
afzonderlijke programma's, maar samengebracht in een bijlage. De reden hiervoor is dat de
informatiewaarde van een deel van deze indicatoren beperkt is en de beschikbare gegevens niet altijd
actueel zijn.
13
In de programma's is nu de set "kernindicatoren" opgenomen uit het collegeprogramma. Daarnaast
zijn per indicator de velden 'streefwaarde' en 'toelichting op de (gewenste) ontwikkeling'
toegevoegd. Deze velden worden in een volgende begroting ingevuld. In de doorontwikkeling van de
begroting krijgt ook de kwaliteitsslag rond de indicatoren een vervolg. Daarmee willen we de
informatiewaarde van de indicatoren verder vergroten en beter inzicht bieden in de voortgang van de
gemeentelijke ambities.
Verder zijn de risico's nu in de programma's opgenomen. Dit als stap in de uitwerking van de
geactualiseerde nota risicomanagement gemeente Epe 2027.
1.9 Verwerking collegeprogramma 2026-2030
Het collegeprogramma 2026-2030 is integraal verwerkt in de begroting 2027-2030. Dit is op de
volgende wijze vormgegeven:
Per programma zijn één of meer strategische doelen toegevoegd of geactualiseerd.
De kernindicatoren uit het collegeprogramma zijn opgenomen in de betreffende programma's.
De activiteiten die in 2027 uitvoering geven aan het collegeprogramma zijn opgenomen in de
activiteitentabellen. Daarbij is een verwijzing opgenomen naar het corresponderende
onderdeel van het collegeprogramma.
Hierdoor wordt de uitvoering van het collegeprogramma onderdeel van de reguliere planning- en
controlcyclus. De raad kan via de begroting, voortgangsrapportages en jaarrekening de afwijkingen
en/of voortgang op de doelstellingen, activiteiten en resultaten integraal volgen en monitoren.
14
Programmaplan
15
Pijler: Sociaal
Kenmerken Sociaal Beleid
In de Sociale Agenda (2021) hebben we opgenomen dat we het sociaal domein zien als een piramide
met drie lagen, waarbij de eerste twee lagen de sociale basis vormen. De sociale basis definiëren wij
als de initiatieven die ontstaan vanuit de eigen kracht van inwoners (samenredzaamheid) en de formeel
georganiseerde verbanden en basisvoorzieningen (de basisinfrastructuur). Een sterke sociale basis
zorgt ervoor dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen kunnen vinden die passen bij hun leven en
dat ze gemakkelijk ondersteuning kunnen krijgen in de buurt. Een sterke sociale basis helpt ook om
problemen sneller en vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat deze groter en complexer worden.
Dat is steeds belangrijker, omdat de huidige systemen van de Jeugdwet en de Wmo financieel en
organisatorisch onder grote druk staan en in hun huidige vorm op termijn niet houdbaar zijn. Dit vraagt
om een beweging waarin we meer inzetten op preventie, samenredzaamheid en ondersteuning dichtbij
inwoners. Soms hebben inwoners meer gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Dan komt de
derde laag van de piramide in beeld. Het kan dan gaan om lichte, kortdurende ondersteuning of
intensieve, langdurige ondersteuning of een combinatie hiervan. Met onze inwoners en onze (regionale)
partners stemmen we af welke (intensiteit van) zorg en ondersteuning nodig is.
Binnen Sociaal Beleid zien we de volgende maatschappelijke opgaven:
Vergroten Samenredzaamheid
Hoe versterken we de kracht van inwoners en buurten om samen verantwoordelijkheid te nemen voor
het welzijn, de leefbaarheid en het onderlinge helpen, met een ondersteunende rol van de gemeente
waar nodig?
Vergroten van samenredzaamheid is het creëren van een gemeenschap waarin mensen actief naar
elkaar omkijken en samen verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving en het welbevinden van
iedereen. Waarbij ruimte is voor het delen van tegenslagen en dit ook onderdeel is van het normale
leven (normaliseren van weerbaarheid).
Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in Programma 1 Opgroeien in Epe, Programma 2
Actief in Epe, Programma 3 Zorg en opvang, Programma 4 Leefbaar en veilig en Programma 10 Weer
aan het werk
Versterken Basisinfrastructuur
Hoe zorgen we dat basisvoorzieningen sterker, toegankelijker en breder beschikbaar zijn, zodat alle
inwoners ondersteuning, ontmoeting en ontwikkeling kunnen vinden?
De basisinfrastructuur in Epe is de manier waarop de gemeente Epe samen met organisaties, andere
overheden en inwoners, de basisvoorzieningen kunnen vormgeven om inwoners te steunen in het
dagelijks leven. Door de voorzieningen toegankelijk in te richten kunnen inwoners naar vermogen
deelnemen aan het (sociaal) maatschappelijk leven. De voorzieningen gericht op bewegen, ontmoeten
en preventieve zorg geven de mogelijkheid om in te zetten op ‘positieve gezondheid’.
16
Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in programma 1 Opgroeien in Epe, programma 2
Actief in Epe, Programma 5 Ruimte en wonen, Programma 6 Epe op orde, Programma 9 Bedrijvigheid
en Programma 10 Weer aan het werk.
Passende Zorg en Ondersteuning
Hoe zorgen we dat inwoners die hun problemen niet zelf of met hun omgeving kunnen oplossen, beter
en sneller passende zorg en ondersteuning ontvangen, zodat zij zo zelfstandig en veilig mogelijk kunnen
leven?
Om zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor inwoners die dat echt nodig hebben is een
tweetraps verschuiving nodig. Eerst nadrukkelijk inzetten op voorliggende/ preventieve voorzieningen,
waardoor de inzet van maatwerkvoorziening minder vaak nodig is. Daarnaast het activeren van de
samenleving: ‘Samen zorgen voor elkaar’. Dit maakt dat alle drie de opgaven nauw aan elkaar
verbonden zijn.
Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in Programma 1 Opgroeien in Epe, Programma 2
Actief in Epe, Programma 3 Zorg en opvang en Programma 10 Weer aan het werk
Ook is er een grote samenhang met de Pijler Economie en met name programma 10: Weer aan het
werk.
17
Programma 1 | Opgroeien in Epe
Omschrijving programma
Het programma gaat over jeugdigen in de gemeente Epe. Waaronder onderwijs,
onderwijsachterstanden, voor- en vroegschoolse educatie, jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en
Jeugdzorg.
De voorzieningen gericht op de jeugd maken ook deel uit van het basisaanbod aan voorzieningen
waar in programma 2 “Actief in Epe” aandacht aan wordt gegeven. Er bestaat een relatie met de
programma’s 3 “Zorg en opvang” (maatschappelijke ondersteuning) en 4 “Leefbaar en veilig”
(integrale veiligheid: Thema “Jeugd en veiligheid”).
Relevante nota's (kerndocumenten)
Integraal beleidsplan sociaal domein “Samen voor elkaar” 2023-2027
Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026
Regiovisie Samen tegen Huiselijk Geweld 2024-2028
Sociale Agenda (2021)
Regionale inkoopstrategie Individuele voorzieningen Jeugdhulp 2026 - 2036.
Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen 2023-2035
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
Kinderen groeien op met gelijke kansen, er zijn minder onderwijsachterstanden en thuiszitters
én kinderen hebben een betere mentale, fysieke en cognitieve ontwikkeling.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Aantal jongeren in jeugdhulp 13,1% 13,6% 14,1% Kern- + BBV - indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten (CBS)
opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van
het genoemde jaar).
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
% doelgroepkinderen dat deelneemt aan Kernindicator Vierjaarlijks
voorschoolse educatie (VVE)
GGD Jeugdmonitor
Het percentage peuters met een VVE-indicatie dat
daadwerkelijk deelneemt aan voorschoolse educatie.
Een VVE-indicatie wordt afgegeven aan kinderen die
extra ondersteuning nodig hebben om
(taal)achterstanden te voorkomen of te verminderen.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Voortijdig schoolverlaters (vo + mbo) 2,2% 2,2% 2,2% Kern + BBV - indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 (CBS)
jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder
startkwalificatie, het onderwijs verlaat.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
18
Wat gaan we daarvoor doen
Onderwijs Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Opstellen nieuw beleidsplan onderwijsachterstandenbeleid
1. Uitvoeren onderwijsachterstandenbeleid. 2027-2030.
1b. Opstellen activiteitenprogramma.
Collegeprogramma 2026-2030:
2a. Uitvoeren van het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan
onderwijs (IHP). Lopende projecten worden voortgezet (De
Sprenge Emst, Het Mosterdzaadje, St. Bernardus, IKC Zuid West)
2. Behouden en versterken van basisscholen (1.2.1.). en op de korte termijn (2027-2030) de volgende projecten
opgestart: School met de Bijbel Emst, OBS Gildeschool,
Christelijke Basisschool de Violier en Basisschool Anne de
Vries.
Toelichting:
Jeugdzorg Portefeuillehouder: G. van den Berg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Uitbreiden van het toegangsteam jeugdzorg bij het CJG met 3
fte jeugdconsulenten.
1b. Werken volgens de verklarende analyse en de Top 3
1. Het realiseren van stevige lokale teams.
methodiek in het toegangsteam jeugdzorg.
1c. Implementeren van de werkwijze duoschappen met
jeugdconsulenten en jeugdbeschermers.
2a. Verder uitwerken van de nieuwe regionale samenwerking
jeugd binnen de GR jeugdzorgregio +.
2. Realiseren van de Hervormingsagenda jeugdzorg.
2b. Inhoudelijke doorontwikkeling regionaal ingekochte
jeugdzorgproducten.
3. Inzicht verkrijgen in de huidige werkwijzen, knelpunten, kansen
3. Het ontwikkelen van een integrale werkwijze binnen het Sociaal
en behoeften rondom integraal werken en formuleren van een
domein.
concrete, toepasbare methodiek voor integraal werken binnen het
sociaal domein.
4. Verder optimaliseren van basismobiliteit; prettig, betaalbaar en 4a. Start aanbesteding routegebonden vervoer
efficiënt vervoeren (onder programma 1 valt leerlingenvervoer en 4b. Vervolg geven aan het onderzoek ontwikkelingen
jeugdwetvervoer). leerlingenvervoer (o.a. opstapplaatsen).
Collegeprogramma 2026-2030:
5a. Onderzoek naar Toekomstbestendig Jeugdzorgsysteem in
5. Samenhangend plan voor preventie en vroegsignalering
Epe.
(1.1.1.).
5b. Resultaten verwerken in een uitvoeringsplan
6a. Voortzetten 'JOGG' en waar mogelijk versterken met
aanvullende programma's.
6b. Uitvoering geven aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
6. Voortzetten succesvolle preventieprogramma's (1.1.2.).
(AZWA) waaronder het uitbreiden van de ketenaanpak 'Kansrijke
start' met het programma 'Nu niet zwanger' en de ‘integrale
gezinspoli’.
Toelichting:
2. In deze Hervormingsagenda staan afspraken die landelijk tussen het Rijk en de VNG gemaakt worden. In een afzonderlijk
beleidskader, door de raad vastgesteld, is de richting van de inzet van de financiële middelen aangegeven.
Welzijnswerk jeugd en jongeren Portefeuillehouder: G. van den Berg / M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
Collegeprogramma 2026-2030
1a. Evaluatie van het Relatieteam Epe en bepalen of het
1. Gezinsgerichte ondersteuning (1.1.4.).
Relatieteam wordt voortgezet.
2a. Evalueren huidig aanbod jongerenwerk als onderdeel van het
2. Evalueren huidig aanbod jongerenwerk.
onderzoek naar de toekomstbestendige jeugdzorg.
Toelichting:
Welke risico's lopen we daarbij
Toenemend gebruik van de jeugdzorg
19
De gemeente draagt het financiële risico voor de uitvoering van de Jeugdzorg, omdat deze taak een
open-einde karakter heeft en wordt bekostigd vanuit de algemene uitkering. De belangrijkste oorzaken
van dit risico zijn de hogere instroom van jeugdigen, de toenemende complexiteit van de zorgvraag en
stijgende tarieven van zorgaanbieders. Daarnaast zorgen de landelijke Hervormingsagenda en
onzekerheid over toekomstige rijksbijdragen voor extra risico's. Deze ontwikkelingen kunnen niet
alleen leiden tot hogere zorguitgaven en daarmee tot overschrijding van de begrote budgetten maar
ook tot het vastlopen van het jeugdzorgstelsel omdat niet meer op professionele wijze aan de vraag
kan worden voldaan.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 19.316 19.255 20.462 20.058 19.959 19.867
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 527 490 505 953
Lasten totaal 19.316 19.255 20.989 20.548 20.465 20.820
Baten bestaand beleid 1.163 929 865 729 740 740
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.163 929 865 729 740 740
Saldo -18.153 -18.327 -20.124 -19.819 -19.724 -20.080
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Pilot #Opladers 52 - - -
2 Versterking toegangsteam Jeugdzorg 400 400 400 400
3 Schoolmaatschappelijk werk 75 75 75 75
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Huisvesting onderwijs (IHP, 2029) 17.263 - - - 431
2 Beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten (2027-2030) 936 - 15 30 46
Totale financiële gevolgen voor de lasten 527 490 505 952
20
Programma 2 | Actief in Epe
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen welzijn (o.a. sociaal cultureel werk en
vrijwilligersondersteuning), sport en cultuur (waaronder ook kunst en bibliotheekwerk). Daarnaast valt
ook het onderwerp accommodaties op de voornoemde terreinen onder dit programma.
Dit programma draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken (inzet van
voorzieningen, aandacht voor ontmoeting, tegengaan overlast en criminaliteit, kwaliteit van de
woonomgeving).
Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 3 “Zorg en opvang”
(maatschappelijke ondersteuning), 4 “Leefbaar en veilig” (veilige leefomgeving) en 6 “Epe op orde”
(openbare ruimte).
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027"
• Sociale Agenda (2021)
• Visie op Toekomstbestendige Maatschappelijke Accommodaties (2023)
• Beleidsplan Spelen, Bewegen en Ontmoeten (2025)
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
Meer inwoners nemen actief deel aan de samenleving, ervaren sociale verbondenheid, kunnen
zichzelf zijn en hebben toegang tot passende voorzieningen, activiteiten en
ontmoetingsplekken.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
% inwoners dat minimaal 150 minuten per week beweegt - 45,3% - Kern- + BBV indicator Vierjaarlijks
GGD
gezondheidsmonitor
Het percentage volwassenen dat minimaal 150 minuten per volwassenen en
week matig of zwaar intensief beweegt, verspreid over ouderen
meerdere dagen.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Verbondenheid die de inwoners met de buurt ervaren 7,41 - - Kernindicator Tweejaarlijks
Burgerpeiling
De verbondenheid die inwoners met de buurt ervaren,
uitgedrukt in een score op de schaal 1-10
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Wat gaan we daarvoor doen
Welzijn Portefeuillehouder: G. van den Berg / J.H. Boermans / M.B.
Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027
Collegeprogramma 2026-2030:
1a. Uitvoeren van de verbouwing van de bibliotheek in Epe.
1b. Realisatie renovatie van wijkgebouw Balai Pusat.
1. Behouden en versterken van bibliotheken en 1c. Uitvoeren van de opdracht 'aanvullende informatie toekomst
dorpsvoorzieningen (1.2.1.). dorpscentrum de Wieken'.
1d. Op basis van de keuze van raad over de toekomst van de
Wieken werken verdere planontwikkeling en realisatie.
2. Ontwikkelen van een integrale visie op maatschappelijke 2a. Aan de hand van de voorzieningenbehoefte uitwerken van een
voorzieningen en vastgoed (1.2.2.). afwegingskader voor investeringen in maatschappelijk vastgoed.
21
2b. Onderzoek op welke wijze het beheer van accommodaties
verbeterd kan worden.
2c. Voorstel voor een kostprijsdekkende vastgoedhuur (verplicht
op grond van de Wet Markt & Overheid).
3a. Opstellen subsidieregeling voor de buurtpunten om bereik en
3. Versterken van de buurtpunten (1.4.2.).
maatschappelijke impact te vergroten.
4a. Lokaal uitvoering geven aan het regionale transformatieplan
4. Versterken van de inzet op mentale gezondheid (1.1.3). mentale gezondheid, met als belangrijk onderdeel het "verkennend
gesprek".
Toelichting:
Sport en cultuur Portefeuillehouder: G. van den Berg / J.H. Boermans / M.B.
Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027
1a. We werken aan een optimale dienstverlening en versterkte
1. Een toekomstbestendige toegankelijke bibliotheek. samenwerking die actief bijdraagt aan taalvaardigheid, digitale
inclusie en maatschappelijke participatie voor alle inwoners.
2a. Uitvoering geven aan het vernieuwde regionale cultuur- en
2. Bevorderen van kunst en cultuurbeleving. erfgoedpact 2025-2027.
2b. Verstevigen van de samenwerking tussen culturele partijen.
Collegeprogramma 2026-2030:
3a. Uitwerken van beleid op het gebied van sport en
sportaccommodaties inclusief investeringsagenda, mede op basis
3. Ontwikkelen van een integrale visie op maatschappelijke
van de voorzieningenbehoefte.
voorzieningen en vastgoed (1.2.2.).
3b. Onderzoek op welke wijze het beheer van accommodaties
verbeterd kan worden.
4. Verenigingen ondersteunen (1.2.4.). 4a. We hebben vaste contactpersonen voor verenigingen.
5. Voeren van een samenhangend en toegankelijk beleid voor 5a. Beleid voor kunst en cultuur uitwerken in het integrale
kunst, cultuur en erfgoed (1.2.6.). beleidsplan Sociaal Domein.
6. Het huidige beleid voor spelen, bewegen en ontmoeten 6a. Het uitvoeringsprogramma spelen, bewegen en ontmoeten
voortzetten en ruimte geven aan nieuwe initiatieven (1.3.5.). uitvoeren.
7a. Stimuleren van het aantal sport- en beweegactiviteiten per
7. Voortzetten succesvolle preventieprogramma's (1.1.2). kern en deelname aan sportactiviteiten door het inzetten van
buurtsportcoaches.
Toelichting
Welke risico's lopen we daarbij
Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.501 6.115 6.031 5.831 5.831 5.631
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 225 120 227 632
Lasten totaal 5.501 6.115 6.256 5.951 6.059 6.264
Baten bestaand beleid 1.259 970 995 995 995 995
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.259 970 995 995 995 995
Saldo -4.242 -5.146 -5.261 -4.956 -5.063 -5.269
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties - 100 100 100
2 Buurtsportcoaches 100 - - -
22
Bedragen * € 1.000
3 Sportvisie 100 - - -
4 Erfgoedbeleid 25 20 - -
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Maatschappelijke accommodaties (2028-2029) 18.555 - - 127 532
Totale financiële gevolgen voor de lasten 225 120 227 632
23
Programma 3 | Zorg en opvang
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen maatschappelijke ondersteuning (vanuit de Wmo),
gezondheid, maatschappelijke opvang, basismobiliteit, algemeen maatschappelijk werk en
integratie/inburgering van nieuwkomers.
Het programma richt zich met name op groepen inwoners uit de samenleving die kwetsbaar zijn.
Kernbegrippen zijn daarbij bevorderen zelfredzaamheid en participatie.
Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe (jeugdgezondheidszorg), 2 “Actief in
Epe” (welzijnsvoorzieningen), 4 “Leefbaar en veilig” (leefbaarheid) en 10 “Weer aan het werk”
(bevordering arbeidsparticipatie).
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027
• Sociale Agenda (2021)
• Regiovisie samen tegen huiselijk geweld 2024-2028
• Kadernota Beschermd Thuis (2022-2030)
• Regionale inkoopstrategie maatwerkvoorzieningen WMO 2026 - 2036
• Regioplan Integraal Zorgakkoord Apeldoorn-Zutphen (2023)
• Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Oost- Veluwe
2023-2028
• Beleidsplan en uitvoeringsagenda Inclusie en Diversiteit 2026-2030
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
Meer inwoners zijn in staat zelfstandig te wonen, regie te voeren over hun eigen leven en deel
te nemen aan de samenleving, waarbij zij via een toegankelijke en integrale toegang gebruik
kunnen maken van sociale steun, preventieve ondersteuning en passende zorg wanneer de
noodzaak daartoe bestaat.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Wmo-cliënten met maatwerkvoorzieningen per 10.000 570 530 630 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks
inwoners
www.waarstaatjegemeente.nl
Het aantal inwoners per 10.000 inwoners dat gebruikmaakt CBS GSMD Wmo
van één of meer individuele Wmo-maatwerkvoorzieningen,
zoals huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding of
hulpmiddelen.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Wat gaan we daarvoor doen
Maatschappelijke Zorg Portefeuillehouder: G. van den Berg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Oppakken acties vanuit wettelijke taken, zoals de te
verwachten inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 2028.
1b. Borgen regionale samenwerking Wmo en doorontwikkelen
producten zoals opgenomen in de regionale innovatieagenda.
1c. Verkennen mogelijkheden voor het delen van
1. Realiseren van effectieve en doelmatige ondersteuning vanuit
vervoersvoorzieningen.
de Wmo.
1d. Realiseren van een opvangvoorziening voor gezinnen met
minderjarige kinderen die (dreigend) dakloos zijn.
1e. Het verkennen van passende beheersmaatregelen om de
verwachte stijging in de vraag naar individuele begeleiding op te
vangen.
24
2a. Start maken met mogelijkheid tot kansrijk wonen voor jongeren
2. Realiseren, doorontwikkelen en in stand houden van
als voorliggende voorziening voor Beschermd Wonen.
voorliggende voorzieningen.
2b. Mogelijkheid verkennen voor het organiseren van vervangende
mantelzorg door vrijwilligers.
3. Bevorderen integraliteit binnen Sociaal Domein. 3a. Actualiseren van Integraal Beleidsplan Sociaal Domein
Collegeprogramma 2026-2030:
4a. Actualisatie en intensivering van de regionale aanpak van
huiselijk geweld en kindermishandeling.
4. Opstellen samenhangend plan voor preventie en
4b. Versterken van de samenwerking tussen het sociaal domein
vroegsignalering (1.1.1.).
en het veiligheidsdomein door uitbreiding van het Coördinatiepunt
Zorg en Veiligheid.
5a. Uitvoering geven aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) waaronder het uitbreiden van de ketenaanpak 'Kansrijke
5. Voortzetten succesvolle preventieprogramma’s (1.1.2). start' met het programma 'Nu niet zwanger' en de ‘integrale
gezinspoli’.
5b. Uitvoering voortzetten Valpreventie.
6a. Invulling en uitvoering geven aan de wet integrale
suïcidepreventie via een regionale aanpak uitgevoerd door de
GGD.
6. Versterken van de inzet op mentale gezondheid (1.1.3.).
6b. Lokaal uitvoering geven aan het regionale transformatieplan
mentale gezondheid, met als belangrijk onderdeel 'het verkennend
gesprek'.
7a. Blijvende inzet op de ondersteuning van (jonge)
mantelzorgers, hiervoor organiseren we erkennings- en
waarderingsactiviteiten.
7. Waarderen, stimuleren en ondersteunen van vrijwilligerswerk,
7b. Vervangende mantelzorg goed inrichten.
mantelzorg en initiatieven waarbij inwoners elkaar helpen (1.2.5.).
7c. Inzet op de samenredzaamheid van de samenleving.
7d. In de communicatie extra aandacht besteden aan
inwonersinitiatieven en samenredzaamheid.
8. Passend subsidiebeleid (1.3.2.). 8a. Evalueren en verbeteren van de subsidieregelingen.
9a. In kaart brengen huidige vindbaarheid en zichtbaarheid en
nagaan welke wijze van het delen van de informatie aansluit bij
behoefte en gedrag van inwoners.
9. Versterken van de vindbaarheid van informatie (1.4.1.). 9b. Op basis van voorgaand onderzoek een plan opstellen met
relevante verbeterpunten op onder andere dienstverlening en
communicatie.
9c. Plan gefaseerd (per thema) uitvoeren.
10a. Stimuleren van de samenwerking tussen eerstelijns zorg en
welzijn door in te zetten op integrale samenwerkingen (Hechte
wijkverbanden en samenredzame gemeenschappen).
10. Zorgen voor een overzichtelijk zorg- en welzijnsstelsel (1.4.3.).
10b. Organiseren van een bijeenkomst Sociaal Domein waarbij
onze samenwerkingspartners elkaar kunnen inspireren en
activeren op thema's rond zorg, welzijn en welbevinden.
11a. Stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van onze
11. Stimuleren eigen regie inwoners (1.4.4.).
inwoners op de zorg- en ondersteuning(svraag).
12a. Versterken van onze inzet voor een dementievriendelijke
12. Dementievriendelijke gemeente (1.5.1.).
gemeente, uitgewerkt in een uitvoeringsplan.
13. In kaart brengen waar inwoners fysieke, digitale of sociale 13a. Met de uitvoeringsagenda inclusie en diversiteit met behulp
drempels ervaren (1.5.3.). van een denktank in kaart brengen waar de knelpunten liggen.
Toelichting:
Opvang statushouders, vluchtelingen en ontheemden Portefeuillehouder: J.H. Boermans / M.D. Tibben / T.C.M. Horn
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
Collegeprogramma 2026-2030:
1a. Voldoen aan onze wettelijke taakstelling voor het huisvesten
van statushouders door voldoende woningen toe te wijzen.
1. Voldoen aan onze wettelijke verplichtingen (1.6.1.).
1b. Voldoen aan onze taakstelling voor Oekraïneopvang door
voldoende opvangplekken te realiseren.
1c. Voldoen aan onze wettelijke taakstelling voor asiel door
realisatie van een reguliere asielopvang.
2. Hanteren van de aantallen zoals voor de gemeente Epe van 2a. Met de Provinciale Regietafel (PRT) een provinciaal plan
toepassing vanuit de Spreidingswet als uitgangspunt. (1.6.2.). opstellen.
3a. Samenwerking met het COA aangaan om tot een reguliere
opvanglocatie te komen.
3. Vooraf heldere afspraken met het COA maken (1.6.3.).
3b. Bestuursovereenkomst met het COA sluiten waarin duidelijk
uitgewerkte samenwerkingsafspraken staan.
4. Opstellen van een communicatie- en participatieplan inclusief 4a. Op basis van de zoekcriteria die met participatie tot stand zijn
een procesvoorstel (1.6.4.) gekomen, voorstel voor een opvanglocatie.
Toelichting:
25
Welke risico's lopen we daarbij
Toenemend beroep op de Wet Maatschappelijke ondersteuning
De Wmo kent een financieel risico door de toenemende vraag naar ondersteuning als gevolg van de
vergrijzing en het langer zelfstandig wonen van inwoners. Daarnaast leiden stijgende tarieven van
zorgaanbieders en hogere personeelskosten tot oplopende uitgaven. Ook bestaat onzekerheid over
landelijke beleidswijzigingen, waaronder de voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief en
de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot hogere
kosten dan begroot en daarmee druk zetten op de gemeentelijke begroting.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 22.837 23.567 24.819 19.460 17.730 16.243
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 180 180 180 180
Lasten totaal 22.837 23.567 24.999 19.640 17.910 16.423
Baten bestaand beleid 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486
Saldo -14.444 -16.353 -17.228 -16.945 -15.128 -14.937
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Huiselijk geweld en kindermishandeling 30 30 30 30
2 Vak-/regie applicatie sociaal domein 150 150 150 150
3 Opvangplekken voor gezinnen p.m. p.m. p.m. p.m.
Totale financiële gevolgen voor de lasten 180 180 180 180
26
Programma 4 | Leefbaar en veilig
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen brandweer, politie, criminaliteit en overlast, crisisbeheersing/
rampenbestrijding, leefbare en veilige leefomgeving. Het programma geeft invulling aan de brede
begrippen van leefbaarheid en veiligheid. Het onderwerp integrale veiligheid valt ook onder dit
programma.
Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 2 “Actief in Epe”, 3 “Zorg en
Opvang” en 6 “Epe op orde”. Verder is er een relatie met programma 8 “Toezicht en handhaving”.
Binnen dit programma vindt de uitvoering plaats van de diverse leefbaarheids- en
veiligheidsaspecten.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Integraal Veiligheidsplan Noord Veluwe 2024-2027
• Regionaal risicoprofiel & beleidsplan 2021-2024 (VNOG)
• Herzien plan van aanpak “Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing’ 2024
• Regiovisie samen tegen huiselijk geweld (2024-2027)
• Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027
• Sociale Agenda 2021
Wat willen we bereiken
Strategische doelen:
1. Meer inwoners nemen verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving, voelen zich
betrokken bij hun buurt en kijken naar elkaar om, zodat we samen een leefbare, veilige
en veerkrachtige samenleving realiseren.
2. Meer inwoners voelen zich veilig in hun woonomgeving en de gemeente is goed
voorbereid op crises en veiligheidsrisico's.
Hoe meten we dat
Kernindicator 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Totaal misdrijven per 10.000 inwoners 9,8 9,8 7,9 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Geregistreerde geweldsmisdrijven, vernielingen, (CBS geregistreerde
diefstallen uit woningen en winkeldiefstallen criminaliteit)
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Aantal inwonersinitiatieven Kernindicator Jaarlijks
Eigen administratie
Het aantal initiatieven dat door inwoners of
bewonersgroepen wordt gestart om de leefbaarheid,
betrokkenheid of sociale samenhang in hun buurt of dorp
te versterken.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Index onveiligheidsgevoelens 91 - 99 Kernindicator Tweejaarlijks
Veiligheidsmonitor
2014 is basisjaar (100). Lagere score is verbetering,
hogere score verslechtering t.o.v. dat basisjaar
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Wat gaan we daarvoor doen
Veiligheid Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Proces wijzigen omgevingsplan voor nieuwbouw
1. Bevorderen kwaliteit basis brandweerzorg. brandweerkazerne Oene en start proces tot uitvoering
bouwwerkzaamheden.
27
Collegeprogramma 2026-2030
2a. In het integraal veiligheidsplan 2028-2031 Veluwe Noord en de
daaruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma's ondermijning,
criminaliteit en buurtpreventie inbrengen als aandachtspunten voor
prioritering en uitvoering.
2b. Niet in het integraal veiligheidsplan geprioriteerde criminaliteit
ad hoc aanpakken wanneer signalen ontvangen worden of een
2. Samen werken aan een veilige samenleving (1.7.2.). stijging zichtbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woninginbraken,
fietsendiefstal, zakkenrollen et cetera.
2c. Actualisatie van de beleidsregel gebiedsontzegging.
2d. Gebiedsaanwijzingen van het college verwerken in een bijlage
van de APV om overzichtelijkheid te vergroten.
2e. Om digitale criminaliteit tegen te gaan werken aan
bewustwording bij ouderen en jongeren.
3a. Deelname aan de gebiedsgerichte aanpak
natuurbrandpreventie van de provincie Gelderland en de
Veiligheidsregio's binnen de provincie.
3b. Drie verkeers(evacuatie)plannen clusters (Hanendorperweg en
Wissel 2x) opstellen.
3c. Brandputten slaan conform advies brandweer voor een
3. Integrale aanpak op het voorkomen van natuurbranden (1.7.3.).
defensieve lijn voor de operationele inzet van de brandweer bij een
natuurbrand.
3d. Structureel bijeenkomsten met inwoners en recreatieparken
over natuurbrandpreventie organiseren.
3e. Uitvoering geven aan het bosbeheerplan om het gemeentebos
brandveilig te houden.
4a. Onderzoek of de gemeente kan bijdragen aan (een te
delegeren) taak van de provincie in het aversief conditioneren
(paintball) van de wolf in specifieke gevallen.
4b. Samen met partners in verbinding staan met onze inwoners en
bedrijven over hun ervaringen met de wolf en het bieden van
4. Overlast van wolven zo veel mogelijk beperken (1.7.4.).
informatievoorziening over de wolf en handelingsperspectieven.
4c. Lobbyen voor een landelijk meldpunt voor wolf-hond of wolf-
mens incidenten.
4d. In verbinding blijven met onze buurgemeenten en
terreinbeherende organisaties over de wolf.
5a. Projectplan robuuste crisisorganisatie opstellen.
5b. Projectplan robuuste crisisorganisatie uitvoeren.
5c. Projectplan bedrijfscontinuïteit opstellen.
5. Weerbaarheid versterken (1.7.5.).
5d. Projectplan bedrijfscontinuïteit uitvoeren.
5e. Projectplan maatschappelijke weerbaarheid opstellen.
5f. Projectplan maatschappelijke weerbaarheid uitvoeren.
Toelichting:
Leefbaarheid Portefeuillehouder: J.H. Boermans
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Opnemen van inwonersgericht werken in het integrale
beleidsplan sociaal domein.
1. Inwonersgericht werken als werkwijze verder uitwerken. 1b. Versterken van de rol van de gebiedsregisseur.
1c. Versterken samenwerking Samenredzame Gemeenschap en
het projectgebied verder uitbreiden.
2. Bevorderen van overheidsparticipatie. 2. Herziening Goed voor Elkaar regeling.
Collegeprogramma 2026-2030:
Toelichting:
Welke risico's lopen we daarbij
Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 3.268 4.062 4.447 4.408 4.409 4.429
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 295 108 108 93
Lasten totaal 3.268 4.062 4.742 4.516 4.517 4.522
28
Bedragen * € 1.000
Baten bestaand beleid 70 3 103 3 3 3
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 70 3 103 3 3 3
Saldo -3.198 -4.059 -4.640 -4.514 -4.514 -4.519
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Tijdelijke stalling brandweer Oene 80 15 15 -
2 Weerbaarheid 200 p.m. p.m. p.m.
3 Structurele bijeenkomsten natuurbrandpreventie 5 5 5 5
4 Overlast wolven 10 10 10 10
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Brandweerkazerne Oene (2027) 3.117 - 78 78 78
Totale financiële gevolgen voor de lasten 295 108 108 93
29
Pijler: Ruimte
Kenmerken Ruimtelijk Beleid
Binnen de pijler Ruimte werken we vanuit de Omgevingsvisie aan een gezonde, aantrekkelijke en
toekomstbestendige leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. De fysieke leefomgeving
vormt het fundament onder welzijn, gezondheid, wonen, werken en recreëren. Daarom bekijken we
ruimtelijke vraagstukken integraal en in samenhang met de sociale, economische en duurzame
opgaven van onze gemeente.
De gemeente Epe staat de komende jaren voor verschillende ruimtelijke uitdagingen. De vraag naar
woningen groeit, terwijl de beschikbare ruimte beperkt is. Tegelijkertijd vragen klimaatverandering, de
energietransitie, vergrijzing en toenemende druk op natuur en landschap om duidelijke keuzes. Ook
willen inwoners kunnen rekenen op een veilige, bereikbare en aantrekkelijke leefomgeving met
voldoende voorzieningen, ruimte voor ontmoeting en een kwalitatief goede openbare ruimte.
Daarom zetten we in op voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen, een
duurzame en klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving en het behoud en versterken van de
unieke kwaliteiten van Epe. We investeren in bereikbaarheid, groen, water, biodiversiteit en een
gezonde leefomgeving. Daarbij zorgen we voor een zorgvuldige balans tussen ontwikkeling en
behoud, zodat woningbouw, economie, recreatie, natuur, landschap en erfgoed elkaar versterken in
plaats van verdringen.
Vanuit deze visie werken we aan drie samenhangende maatschappelijke opgaven: voldoende
passende woningen met behoud van leefomgevingskwaliteit, een duurzame en gezonde leefomgeving
en het beschermen en versterken van de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten
van Epe. Deze opgaven zijn nauw met elkaar verbonden en vormen samen de basis voor een
leefbare gemeente waarin inwoners prettig kunnen wonen, werken en recreëren.
30
Programma 5 | Ruimte en wonen
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en
woningtoezicht en volkshuisvesting. Het onderdeel bouw- en woningtoezicht heeft een uitvoerend
karakter. De activiteiten voor woningexploitatie zijn beperkt.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ (2021)
• Uitvoeringsprogramma Slimme groene verstedelijking Regio Stedendriehoek
• Regionaal Programma Energievoorziening (2025)
• Transitievisie Energie en Warmte (2022)
• Woonagenda ‘Goed Wonen’ (2024)
• Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel (2010)
• Groenstructuurplan (2010)
• Grondbeleid (2024)
• Nota vastgoedbeleid (2019)
• Koersdocument Omgevingswet (2019)
• Participatiebeleid "Samen werken aan een plan" (2023)
• Transitieplan Omgevingsplan (2023)
• Erfgoedbeleid (2025)
• Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025 - 2030)
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
Meer inwoners beschikken over een passende en betaalbare woning met behoud en
versterking van de leefomgevingskwaliteit en voorzieningen.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Aantal gerealiseerde woningen per 1.000 woningen 5,3 6,6 - BBV-indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Nieuwbouwwoningen exclusief overige toevoegingen (BAG)
zoals transformaties
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Aantal nieuwbouwwoningen naar segment Woningbouwmonitor Jaarlijks
Het aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen, uitgesplitst
naar woningmarktsegment, zoals sociale huur,
middenhuur en betaalbare en overige koop.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Wat gaan we daarvoor doen
Ruimtelijke ontwikkeling Portefeuillehouder: M.D. Tibben
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1. Uitvoeren van fase 2 en 3 van de herinrichting van het centrum 1a. Afronden uitvoering herinrichtingsplan fase 2 (rondom
van het dorp Vaassen. Dekamarkt in 2025).
Collegeprogramma 2026-2030:
2a. Uitwerking omgevingsplan ontwikkeling Emst Zuid.
2b. Realisatie Woningbouwplannen Kerkenland en Kopermolen
2. Bouwen en verbouwen (2.1.1.). Vaassen.
2c. Uitwerken omgevingsplan Zuukerenk.
2d. Uitwerken omgevingsplan 't Slath.
31
2e. Uitwerking woningbouwprojecten in de kernen (inbreiding en
transformatie).
3a. Uitvoering geven aan Regiodeal Groene en gezonde
3. Ruimte bieden voor groei. Een langetermijnplan voor bedrijventerreinen voor bedrijventerrein Eekterveld
werklocaties opstellen (3.1.2.). 3b. Uitgifte bedrijfskavels Eekterveld IV na onherroepelijkheid
bestemmingsplan
4a. Uitvoeren project ontvangstlocatie Cannenburgh (TOP
4. Aantrekkelijke en levendige dorpscentra (3.2.1). Vaassen).
4b. Vaststellen definitief ontwerp Hoofdstraat Epe.
Toelichting:
Wonen Portefeuillehouder: M.D. Tibben
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Met initiatiefnemers afspraken maken over een evenwichtige
1. Realiseren van betaalbare woningen in zowel de huur- als de en betaalbare woningbouwprogrammering.
koopsector. 1b. Met de corporatie afspraken maken over de bouw van sociale
huurwoningen.
Collegeprogramma 2026-2030:
2a. Uitwerking Woonagenda: onderzoek naar mogelijkheden:
Woningsplitsen binnen de bebouwde kom, transformatie
winkelpanden: wonen boven winkels. Splitsen van (agrarische)
2. Meer mogelijkheden creëren binnen de bestaande regelgeving
bedrijfswoningen.
(2.1.4.).
2b. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin o.a.
aandacht voor premantelzorgwoningen en andere flexibele
woonvormen.
3. Starters beter ondersteunen (2.1.2.). 3a. Evaluatie Starterslening uitvoeren.
4a. De betaalbaarheidseisen zoals opgenomen in de Woonagenda
bij nieuwe woningbouwontwikkelingen als randvoorwaarde
4. Zorgen voor voldoende betaalbare woningen (2.1.3.).
opnemen in de planvorming.
4b. Opstellen kader reserve Realisatiestimulans.
5a. Onderzoeken van de mogelijkheden voor passende hoogbouw
5. Verruimen passende hoogbouw en mogelijkheden voor vaste in de woningbouwprojecten binnen de gemeente.
bewoning van solitaire recreatiewoningen (2.1.5.). 5b. Uitwerking Woonagenda: onderzoek naar mogelijkheden
solitaire recreatiewoningen.
6a. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin aandacht
voor doorstroming en de sociale huursector.
6. De woningmarkt eerlijker en beter laten werken en doorstroming 6b. Jaarlijks afspraken maken met Triada over scheefwonen en
stimuleren. doorstroming.
6c. Jaarlijks afspraken maken met Triada over huisvesting wettelijk
urgente aandachtsgroepen
7. Bekijken hoe we onze inwoners beter kunnen helpen bij het 7a. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin aandacht
vinden van een woning. voor de mogelijkheden van lokaal toewijzen.
Toelichting:
Ruimte overig Portefeuillehouder: M.D. Tibben / G. van den Berg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
Collegeprogramma 2026-2030:
1. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.). 1a. Actualiseren omgevingsvisie.
2a. Realiseren van activiteiten uit het uitvoeringsprogramma
erfgoedbeleid.
2. Voeren van een samenhangend en toegankelijk beleid voor
2b. Onderzoek of de Musafirkerk een monumentstatus kan krijgen.
kunst, cultuur en erfgoed.
2c. Op basis van uitkomsten onderzoek mogelijkheden duurzaam
behoud Musafirkerk in kaart brengen.
Toelichting:
Welke risico's lopen we daarbij
Verstrekte garanties en borgstellingen
32
De gemeente heeft garanties verstrekt via het WSW en WEW en loopt daarmee een beperkt
achtervangrisico. Door de financiële zekerheidsstructuur van deze fondsen is de kans dat de
gemeente daadwerkelijk wordt aangesproken zeer klein. Gezien de omvang van de gegarandeerde
bedragen kunnen de financiële gevolgen echter aanzienlijk zijn als zich een uitzonderlijke situatie
voordoet. Het risico wordt beperkt door de waarborgstructuur van de fondsen, de risicodeling met het
Rijk en periodieke monitoring van de achtervangposities.
Negatieve uitkomsten grondexploitaties
Door het voeren van een situationeel grondbeleid loopt de gemeente risico's bij grondexploitaties,
bijvoorbeeld als verkoopprijzen dalen of kosten juist stijgen door gewijzigde marktomstandigheden.
Vertraging grote investeringen en bouwprojecten
De gemeente voert de komende jaren diverse investerings- en bouwprojecten uit. Ontwikkelingen
zoals stijgende bouwkosten, schaarste op de arbeidsmarkt, netcongestie, gewijzigde wet- en
regelgeving en bezwaar- en beroepsprocedures kunnen leiden tot vertragingen en hogere
projectkosten. Hierdoor bestaat het risico dat beschikbare kredieten onvoldoende zijn of dat geplande
maatschappelijke doelen later worden gerealiseerd.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Lasten totaal 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459
Baten bestaand beleid 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623
Saldo -454 -4.296 -1.681 -1.787 -1.786 -2.836
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Nota omgevingskwaliteit 75 - - -
2 Milieueffectrapportage (MER) Buitengebied 100 - - -
3 Dekking binnen bestaande budgetten -175 - - -
Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - -
33
Programma 6 | Epe op orde
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen betreffende het beheer en onderhoud van de openbare
ruimte. Het gaat dan om de zorg voor wegen en pleinen, bossen, parken en bermen, woonstraten en
woonerven. Binnen het programma wordt gewerkt aan een veilige, toegankelijke, klimaatbestendige
en gezonde buitenruimte.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Bomenbeleidsplan (2010)
• Kader beheer en onderhoud openbare ruimte (BOR) (2006)
• Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Regio Stedendriehoek
• Mobiliteitsplan (2022)
• Beleidsplan Civiele kunstwerken 2023-2027
• Beleidsplan openbare verlichting 2017-2026
• Beleidsplan Begraven, begraafplaatsen en gedenken begraafplaatsen (2025)
• Nota Toegankelijkheid openbare ruimte (2017)
• Bosbeheerplan (2020)
• Wegenbeleidsplan 2014-2028
• Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025-2030)
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
De openbare ruimte is veilig, toegankelijk, aantrekkelijk en goed onderhouden.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Waardering inwoners over de leefomgeving 8,05 - - Kernindicator Tweejaarlijks
Burgerpeiling
De gemiddelde waardering die inwoners geven aan hun
leefomgeving, uitgedrukt in een rapportcijfer van 1 (zeer laag) tot
10 (zeer hoog).
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
% groen - 44% - Kernindicator Twee tot
Klimaateffectatlas driejaarlijks
Het percentage van het oppervlak dat bestaat uit groen, zoals
bomen, gras en struiken.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling:
Wat gaan we daarvoor doen
Verkeer en vervoer Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg / M.D. Tibben
Activiteiten: Uitvoering in 2027
1a. Uitvoeren onderhoud wegen om deze in stand te houden op
1. Uitvoeren van wegenbeleidsplan.
het vastgestelde niveau.
2. Uitvoeren van beheerplan civiele kunstwerken (bruggen). 2a. Uitvoeren van regulier onderhoud.
3a. Voorbereiden realisatie 2e fase fietspad Epe-Oene vanaf
3. Aanleg fietspad Epe-Oene.
Hoevenstraat in Epe.
4. Optimaliseren faunabeheer. 4a. Onderzoek naar samenwerking Heerde.
Collegeprogramma 2026-2030:
5a. Uitvoering geven aan de projecten in het
Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan 2022-2032 met het oog op
5. Veilige schoolroutes en fietspaden. Aanpakken van gevaarlijke
gevaarlijke verkeerspunten, fietsroutes, oversteekplaatsen,
verkeerspunten, fietsroutes, oversteekplaatsen en kruispunten
schoolthuisroutes en kruispunten.
(2.3.2.).
Met het vaststellen van het Mobiliteitsplan heeft de raad tevens het
Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan vastgesteld. Daarbij is
34
besloten jaarlijks circa € 1,3 miljoen aan het Mobiliteitsfonds toe te
voegen en het college te mandateren om hierin te prioriteren.
In 2027 staan op het programma:
Herinrichting van de Deventerstraat en de kruising
Julianalaan/ Dorpsstraat in Vaassen.
Verkeersplannen Kroondomein–Gortel–Niersen en
Oene.
Aanleg van kiss-and-ridevoorzieningen bij scholen in
Emst en Oene.
Diverse maatregelen voor verkeersveiligheid en
fietsvoorzieningen op de Wisselseweg, Woesterweg–
Langeweg, Emsterweg Vaassen en Haverkampsweg.
Werkzaamheden die worden gecombineerd met
onderhoud aan de Laan van Fasna en Doctor
Voorthuizenstraat.
Daarnaast werken we verder aan de
Eperweg/Oenerweg, de centrumring en starten we de
planvorming voor het Verkeersplan Dellenweg–Zuidweg
en omgeving en het Verkeersplan Zuuk.
6a. Uitwerking planvorming F50 Epe-Heerde.
6. De F50-fietsverbinding realiseren (2.3.3.).
6b. Uitvoering F50 deeltraject Apeldoorn – Epe.
7a. Opstellen regionaal ontwikkelperspectief met aandacht voor
regionale mobiliteit.
7. Onze dorpen blijven goed bereikbaar, met goed openbaar
7b. Uitvoering geven aan de projecten in het
vervoer en veilige wegen (2.3.4.).
Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan 2022-2032 met het oog op
goed openbaar vervoer en veilige wegen.
8a. Uitwerking planvorming verkeersplan Oene.
8. Onderzoeken van concrete verkeersmaatregelen zoals 30 km-
8b. Uitwerking planvorming voor de centrumring Epe.
zones (2.3.5.).
8c. Uitwerking planvorming 't Slath inclusief de ontsluiting.
Toelichting:
5a. Dit fonds dient ook om cofinanciering te verkrijgen bij de regio, provincie en Rijk.
Beheer openbare ruimte Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg
Activiteiten: Uitvoering 2027:
1a. Beheer Openbare Ruimte (groen en grijs) conform
onderhoudsplannen.
1. Onderhoud Openbare Ruimte.
1b. Toezicht op de uitvoering van de contracten betreffende de
uitbestede taken.
2a. Uitvoeren maatregelen vergroten aantrekkelijkheid en
2. Beleidsplan begraafplaatsen.
kostendekkenheid begraafplaatsen
3a. Afhankelijk van uitvoering project recreatiezonering voor
3. Uitvoeren gebiedsdekkende routes knooppuntensysteem.
Veluwe.
4a. Betreft maatregelen die nu al worden uitgevoerd zoals
4. Realiseren van maatregelen in de openbare ruimte die inspelen vergroenen van de openbare ruimte en opgenomen worden in het
op de gevolgen van klimaatverandering. in ontwikkeling zijnde klimaatadaptatieplan (programma 7,
onderdeel: milieu algemeen).
Collegeprogramma 2026-2030:
5a. Vaststellen nota IBOR.
5b. Uitwerken nota IBOR in o.a. beheerplannen, update HIOR,
5. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.). meerjarenonderhoudsplanning die jaarlijks geactualiseerd wordt.
5c. Opnieuw aanbesteden BOR (beheer openbare ruimte).
5d. Opstellen toekomstvisie gemeentewerf Epe.
6a. Realiseren van uitvoeringsprogramma Integrale Groenvisie
6. Behouden en verbeteren van een prettige en groene (waaronder herzien bomenbeleid en vereenvoudiging kapbeleid).
leefomgeving (2.3.6.). 6b. De mogelijkheden verkennen van een geschikte locatie voor
een nieuw hondenlosloopgebied in het buitengebied van Epe.
Toelichting:
5. Het integraal beleidsplan wordt afgestemd op de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsplan. Het plan richt zich op een integrale
werkwijze rondom beheer en onderhoud van de openbare ruimte waaronder openbaar groen, wegen, civiele kunstwerken, watertaken,
riolering in relatie tot veiligheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, toegankelijkheid en beleving. Het opstellen van het plan gaat in
samenspraak met ketenpartners, bewoners en organisaties.
Welke risico's lopen we daarbij
Klimaatverandering, extreme weersomstandigheden en natuurbranden
Door klimaatverandering neemt de kans op extreme weersomstandigheden, zoals droogte,
wateroverlast, hitte, stormschade en natuur- en bosbranden toe. Voor een groene gemeente als Epe
kan dit leiden tot schade aan infrastructuur, openbaar groen, natuurwaarden en recreatieve
voorzieningen, evenals extra beheer-, herstel- en investeringskosten. Daarnaast kunnen de kwaliteit
35
van de leefomgeving, biodiversiteit, recreatieve functie en de realisatie van beleidsdoelen onder druk
komen te staan. Hierdoor kunnen de gemeentelijke lasten hoger uitvallen dan begroot.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 9.531 9.876 10.415 9.717 9.499 9.520
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 405 433 1.669 1.840
Lasten totaal 9.531 9.876 10.820 10.151 11.168 11.361
Baten bestaand beleid 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436
Saldo -8.042 -8.561 -9.384 -8.715 -9.733 -9.925
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 IBOR - instandhouding huidig kwaliteitsniveau 150 120 1.240 1.240
2 Groot onderhoud vijvers 60 - - -
3 Toekomstige ontwikkelingen groen 160 195 130 105
4 Onderzoek hondenlosloop gebied 35 - - -
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Vervanging bruggen (2029) 291 - - - 7
2 Vervanging Openbare Verlichting (2027-2030) 1.095 - 11 22 33
3 Mobiliteitsfonds (2027-2030) 5.468 - 53 107 162
4 Herontwikkeling Hoofdstraat Centrum Epe (2027-2029) 4.759 - 39 79 118
5 Aanpassing en onderhoud landbouwverkeer routes (2027) 316 - 8 8 8
6 Fietspad F50 848 - - 34 34
7 (Vervangings)investeringen openbare ruimte (2027-2030) 6.507 - 8 49 133
Totale financiële gevolgen voor de lasten 405 434 1.669 1.840
36
Programma 7 | Duurzaamheid
Omschrijving programma
Het programma omvat de zorg voor het milieu. De belangrijkste onderwerpen uit het programma zijn
de energie- en warmte transitie, milieu, biodiversiteit, afvalstoffen, klimaatadaptatie en de afvoer van
afvalwater.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Gemeentelijk Watertakenplan (2026)
• Grondstoffenbeleidsplan “Grondstofrijk Epe” (2020)
• Regionaal Programma Energievoorziening (2025)
• Uitvoeringsprogramma Energiesysteem van de Toekomst Regio Stedendriehoek
• Transitievisie Energie en Warmte (2022)
• Uitvoeringsprogramma Energie en Warmte
• Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025-2030)
Wat willen we bereiken
Strategische doel:
Epe is meer duurzaam en meer klimaatbestendig met minder uitstoot en meer hergebruik van
grondstoffen.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
% bekende hernieuwbare energie 9,4 11,7 - Regionale klimaatmonitor Jaarlijks
Energie uit hernieuwbare niet fossiele bronnen als % van
totaal
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Verdeling energielabels woningen Waarstaatjegemeente.nl Jaarlijks
A 32,9 36,5 40,1
B 15,5 14,7 14,9
C 22,2 21,8 21,4
D 11,6 11,0 9,4
> E 17,8 16,0 14,2
De procentuele verdeling van woningen met een geldig
energielabel naar labelklasse. Een hoger energielabel
staat voor een energiezuinigere woning.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Huishoudelijk restafval per inwoner 79 79 79 BBV - indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
De hoeveelheid niet-gescheiden ingezameld huishoudelijk (CBS)
restafval, uitgedrukt in kilogram per inwoner per jaar.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Wat gaan we daarvoor doen
Milieu algemeen Portefeuillehouder: M.B. Heere / G.J.J. van Limburg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Vervangen van riolering op diverse locaties.
1b. Verbeteren riolering (o.a. afkoppelen verhard oppervlak, niet
1. Uitwerken Gemeentelijk Watertakenplan. verstenen en verzamelen maar vergroenen en verspreiden).
1c. Uitvoeren onderzoeken (o.a. lokale regenopvang en
afkoppeling hemelwater door particulieren, verwijderen overtollige
37
verharding, verbeteren infiltratiemogelijkheden in openbare
ruimte).
1d. Uitvoeren regulier beheer (o.a. straatvegen, reinigen,
inspecteren en repareren van riolen, gemalen, drainage en
kolken).
2a. Opstellen nadere overeenkomst.
2. Uitwerken buurtaanpak met Liander. 2b. Opstellen buurtrealisatieplannen.
2c. Ondersteunen en monitoren uitvoering.
3. Een uitwerkingsprogramma opstellen om de biodiversiteit en het 3a. Uitwerkingsprogramma onderdeel van Integraal
landschap in het landelijk gebied en onze dorpen te versterken. Groenbeleidsplan.
Collegeprogramma 2026-2030:
4a. Opstellen warmteprogramma.
4b. Opstellen energieprogramma.
4. De overstap naar duurzame energie stap voor stap maken.
4c. Opstellen Soortenmanagementplan.
4d. Uitvoeren uitvoeringsprogramma energie en warmte.
5a. Doorontwikkeling van het Energiehuis.
5b. De aanpak energiearmoede uitvoeren, waarbij we inwoners
5. Inwoners ondersteunen bij verduurzaming (2.2.2)
met lager inkomen ondersteunen met
verduurzamingsmaatregelen.
6a. Realiseren uitvoeringsagenda beleidsplan klimaatadaptatie.
6. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.)
6b. Tussentijdse evaluatie beleidsplan klimaatadaptatie.
Toelichting:
Grondstoffeninzameling en -verwerking Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Toezicht op uitvoering dienstverleningsovereenkomst met
1. Realiseren grondstoffen inzameling en -verwerking.
Circulus.
2a. Uitvoeren plan van aanpak inzamelen van grondstoffen (o.a.
2. Implementeren van werkwijze inzamelen van grondstoffen. alle nog bestaande GF-in-beugel-containers vervangen door GF-
zuilen).
3. Opstellen nieuw grondstoffenbeleidsplan 3a. Besluitvorming nieuw beleidsplan.
Toelichting:
2. Het grondstoffenbeleidsplan is in 2020 vastgesteld. De implementatie van de nieuwe wijze van inzamelen van grondstoffen heeft
een meerjarig karakter.
Welke risico's lopen we daarbij
Voor dit programma zijn (nog) geen risico's opgenomen in het risicoprofiel.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0
Lasten totaal 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639
Baten bestaand beleid 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558
Saldo 504 1.026 -440 -155 -155 -80
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Kaderrichtlijn Water p.m. p.m. p.m. p.m.
2 Duurzaamheid 320 280 280 280
3 Duurzaamheid - dekking middelen CDOKE -320 -280 -280 -280
38
Bedragen * € 1.000
Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - -
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Watertakenplan: vervanging vrijvervalriolering / relining (2027-2030)* 5.948 - 31 69 109
2 Watertakenplan: vervangen drukriolering / persleiding (2027-2030)* 724 - 6 12 18
3 Watertakenplan: afkoppelen hemelwater en klimaat (2027-2030)* 3.342 - 14 31 57
4 Watertakenplan: Klimaatmaatregelen maaiveld (2029-2030)* 127 - - - 2
5 Watertakenplan: Vervangen pompen en gemalen (2027-2030)* 413 - 8 17 26
6 Watertakenplan: Vervangen besturingssystemen drukriool (2027-2030)* 413 - 8 17 26
7 Watertakenplan: Aanleg Bergbezinkvoorziening Epe (2029)* 1.214 - - - 30
Waarvan dekking rioolheffing - -67 -146 -268
Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - -
* De kapitaallasten van deze investeringen zijn (nog) niet opgenomen in de begroting. Gebruikelijk is dat deze lasten in het jaar
volgend op de investering worden begroot en dan gedekt in de tarieven.
39
Programma 8 | Toezicht en handhaving
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen vergunningverlening, controle op uitvoering en handhaving
van wet- en regelgeving en de algemene plaatselijke verordening. Er bestaat een relatie met
programma 4 “Leefbaar en veilig”.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
Handhavingsbeleidskader 2022-2025
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Epe 2026
Wat willen we bereiken
Strategisch doel:
Wet- en regelgeving worden zichtbaar, tijdig en effectief gehandhaafd.
Hoe meten we dat
Voor dit programma zijn (nog) geen kernindicatoren opgenomen.
Wat gaan we daarvoor doen
Vergunningverlening/handhaving Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1. Uitwerken handhavingskader. 1. Uitwerken jaarlijks handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP).
2. Actualiseren handhavingskader. 2. Vaststellen actueel handhavingskader.
Collegeprogramma 2026-2030:
3a. In het beleidsplan VTH en het uitvoeringsprogramma fatbikes
en drugs- en alcoholgebruik meenemen als prioriteit.
3b. Deelname aan campagnes over fatbikegebruik, drugs- en
alcohol in het verkeer.
3. Een veilige en rustige leefomgeving verder versterken door
3c. Onderzoeken of de huidige handhavingscapaciteit passend is
overlast te verminderen met zichtbare handhaving (1.7.1.).
met het oog op meer zichtbaarheid en deze extra
aandachtsgebieden.
3d. Afspraken met de politie maken over controles illegale fatbikes
en alcohol en drugs in het verkeer.
4a. In het beleidsplan VTH en het uitvoeringsprogramma het
aanpakken van criminaliteit en ondermijning meenemen.
4. Samen werken aan een veilige samenleving (1.7.2.).
4b. . Meld Misdaad Anoniem onder de aandacht brengen bij
verschillende doelgroepen op een passende manier.
Toelichting:
1. Het college stelt op basis van het handhavingskader het uitvoeringsprogramma op. Dat bevat alle toezicht- en
handhavingsactiviteiten en de prioritering daarin. De raad wordt hierover geïnformeerd.
Welke risico's lopen we daarbij
Voor dit programma zijn (nog) geen risico's opgenomen in het risicoprofiel.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 763 1.052 984 984 984 984
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 20 - - -
Lasten totaal 763 1.052 1.004 984 984 984
Baten bestaand beleid 118 36 36 36 36 36
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 118 36 36 36 36 36
Saldo -645 -1.017 -968 -948 -948 -948
40
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Onderzoek toereikend zijn handhavingscapaciteit 10 - - -
2 Onderzoek verbetering meldsysteem 10 - - -
Totale financiële gevolgen voor de lasten 20 - - -
41
Pijler: Economie
Kenmerken Economisch Beleid
Binnen de pijler Economie werken we aan een vitale, toekomstbestendige en inclusieve economie die
bijdraagt aan brede welvaart voor alle inwoners van Epe. Een sterke economie zorgt voor
werkgelegenheid, leefbare dorpen, behoud van voorzieningen en kansen voor ondernemers én
inwoners. Daarbij zien wij economische ontwikkeling niet als iets dat volledig maakbaar is. De rol van
de gemeente is vooral om te stimuleren, te faciliteren en te verbinden, zodat ondernemers,
werknemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties gezamenlijk kunnen bouwen aan
een sterk economisch perspectief.
De komende jaren staat Epe voor verschillende economische opgaven. Ondernemers krijgen te
maken met ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, digitalisering, bereikbaarheid en
arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zien we dat niet iedere inwoner vanzelfsprekend kan deelnemen aan het
arbeidsproces. Tekorten op de arbeidsmarkt bestaan naast inwoners die moeite hebben om werk te
vinden of te behouden. Daarnaast kunnen financiële problemen en schulden ervoor zorgen dat
inwoners onvoldoende kunnen meedoen in de samenleving. Daarom zetten we niet alleen in op
economische groei, maar ook op economische bestaanszekerheid.
We werken aan een sterk ondernemers- en vestigingsklimaat, vitale dorpscentra en
toekomstbestendige bedrijventerreinen. Ondernemers krijgen ruimte, vertrouwen en ondersteuning
om te ondernemen en te innoveren. Samen met onderwijs, werkgevers en regionale partners
versterken we de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en stimuleren we dat inwoners naar
vermogen kunnen deelnemen aan werk. Voor inwoners die daarbij ondersteuning nodig hebben,
zetten we in op een toegankelijke dienstverlening gericht op participatie, re-integratie,
inkomensondersteuning en het voorkomen en verminderen van schulden.
Toerisme en recreatie vormen daarnaast een belangrijke economische pijler voor Epe. Onze natuur,
landschappen, cultuurhistorie en recreatieve voorzieningen trekken bezoekers van binnen en buiten
de regio en dragen bij aan de lokale economie. We zetten in op kwaliteitstoerisme en een
toekomstbestendige recreatieve sector, waarbij economische ontwikkeling hand in hand gaat met het
behoud van natuur, landschap en leefbaarheid.
De agrarische sector vormt een belangrijk onderdeel van onze lokale economie en draagt in grote
mate bij aan een aantrekkelijk landschap. De komende jaren staat deze sector voor grote uitdagingen
op het gebied van onder meer stikstofreductie en natuurherstel. We zetten ons de komende jaren
onder meer via het Masterplan IJsselvallei en de Aanpak Veluwe in voor een toekomstbestendige
landbouw in harmonie met de kwaliteiten van ons buitengebied.
Samen met ondernemers, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en regionale partners
werken we aan een sterk economisch perspectief. Binnen de Regio Stedendriehoek dragen we bij aan
gezamenlijke opgaven op het gebied van arbeidsmarkt, bereikbaarheid, duurzaamheid, innovatie en
bedrijventerreinen.
Vanuit deze visie werken we aan vijf samenhangende maatschappelijke opgaven: een sterk
ondernemers- en vestigingsklimaat, een arbeidsmarkt waarop iedereen naar vermogen mee kan
doen, bestaanszekerheid door werk en ondersteuning bij inkomen en schulden, een
toekomstbestendige recreatieve en toeristische sector en een agrarische sector met
toekomstperspectief. Deze opgaven versterken elkaar en dragen gezamenlijk bij aan een economisch
sterk Epe waarin ruimte is voor ondernemen, werken, recreëren en ontwikkelen.
42
Programma 9 | Bedrijvigheid
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen lokale economie (waaronder werkgelegenheid,
bedrijfsterreinen), agrarische aangelegenheden, recreatie en toerisme. De gemeentelijke rol is
voorwaardenscheppend (vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, goede ontsluiting en
bereikbaarheid, goed beheer van de openbare ruimte) en faciliterend (informatievoorziening,
dienstverlening). Er bestaat een relatie met programma 5 “Ruimte en wonen” (economische aspecten
in planontwikkeling en bestemmingsplannen).
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Visie recreatie en toerisme 2035 (2026)
• Uitvoeringsprogramma Regionale economie van de toekomst Regio Stedendriehoek
• Economische Visie (2016)
• Economisch Actieprogramma (2021)
Wat willen we bereiken
Strategische doelen:
1. De lokale economie, waaronder de dorpscentra en bedrijventerreinen, is versterkt en de
gemeente Epe blijft aantrekkelijk voor ondernemers, bezoekers en recreanten.
2. De recreatief-toeristische sector en agrarische sector zijn beter toegerust op
toekomstige, maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Aantal banen in de gemeente 732 738 744 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dan (diverse bronnen)
kan zowel fulltime- of parttimebaan zijn als een
uitzendkracht. Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15
tot en met 64 jaar
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Aantal toeristische overnachtingen Kern- + BBV indicator Jaarlijks
CBS
Het aantal overnachtingen van gasten in toeristische
logiesaccommodaties, zoals hotels, B&B's, campings,
vakantieparken en groepsaccommodaties.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Aantal vestigingen van bedrijven 165,9 175,8 176 Kern + BBV-indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Het aantal vestiging van bedrijven per 1.000 inwoners in (LISA)
de leeftijd 15 – 64 jaar
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Wat gaan we daarvoor doen
Recreatie en toerisme Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1. Subsidieafspraken maken met professionele en
1. Inzetten stimuleringsbudget recreatie en toerisme.
vrijwilligersorganisaties over de doelstellingen en activiteiten.
2. Uitwerken toeristisch profiel. 2. Uitvoeren jaarplan.
3a. Opstellen en uitwerken plan voor realisatie van
3. Faciliteren en stimuleren van organisaties en bedrijven in ontvangstlocatie Cannenburch (TOP- Vaassen).
uitvoering van het regionale programma Veluwe-op-1. 3b. Uitvoeren bestuursakkoord Veluwegemeenten.
3c. Uitvoeren plan van aanpak Vitale Vakantieparken.
Collegeprogramma 2026-2030:
43
4a. Uitbreiding en/of nieuwvestiging van dagrecreatie én
verblijfsrecreatie (inclusief mogelijkheden voor multifunctionele
4. Ruimte bieden voor nieuwe vormen van dagrecreatie (3.3.1.). landbouw) stimuleren op plekken waar dit wenselijk is. Hiervoor
wordt een ontwikkelkader opgesteld met hierin heldere kaders
voor initiatiefnemers en gemeentelijke beoordelingen.
5. Het cultuurhistorische of culturele verhaal is beleefbaar,
5a. Ontwikkeling van recreatieve routes met thema erfgoed, zoals
vindbaar en bekend (3.3.2).
de Grafheuvelroute en de route van Gemaal tot Gemaal.
6a. Uitbreiding en/of nieuwvestiging van dagrecreatie én
verblijfsrecreatie (inclusief mogelijkheden voor multifunctionele
landbouw) stimuleren op plekken waar dit wenselijk is. Hiervoor
wordt een ontwikkelkader opgesteld met hierin heldere kaders
voor initiatiefnemers en gemeentelijke beoordelingen.
6. Zorgen voor het behoud en de uitbreiding van verblijfsplekken 6b. Voortzetten Programma Vitale Vakantieparken en
(3.3.3.). Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken
6c. Onderzoek naar de vitaliteit en toekomstplannen van de
verblijfsrecreatie.
6d. Vakantieparken ondersteunen in de energietransitie door aan
te sluiten op regionaal programma met pilots op vakantieparken,
kennisuitwisseling en netwerkontwikkeling.
7a. Continueren van de samenwerking met de VeluweAlliantie.
7b. Vernieuwen van de afspraken met VisitVeluwe en deze
7. Samen met regionale partners zoals de VeluweAlliantie, vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst.
VisitVeluwe en het Routebureau Veluwe onze regio nog beter op 7c. Continueren van de samenwerking met Routebureau
de kaart zetten (3.3.4.). Veluwe.
7d. Voortzetten actieve bijdrage aan Masterplan IJsselvallei via
samenwerkingsovereenkomst.
8a. Realiseren van het uitvoeringsprogramma Recreatie &
Toerisme.
8. Aantrekkelijke voorwaarden behouden voor bezoekers (3.3.5.)
8b. Verzamelen van data om inzicht te krijgen over
bezoekersstromen.
Toelichting:
5. De planvorming voor een ontvangstlocatie wordt betrokken bij de uitwerking van fase 3 herstructurering centrum Vaassen. Een
ontvangstlocatie is een goed gekozen parkeerplaats en openbaar vervoerhalte waar bezoekers gastvrij worden ontvangen met een
zekere kwaliteit en faciliteiten. Via marketing en toeristische informatie worden bezoekers verleid om daar hun activiteit te starten.
Realisatie van zo’n ontvangstlocatie is mede afhankelijk van de provinciale subsidiëring en gemeentelijke cofinanciering.
7. Binnen de Veluwe Alliantie en het programma vitale vakantieparken werken 40 Veluwse partijen samen aan de toeristische
versterking van de Veluwe. Dit onder andere door aanpak vakantieparken, een groot routenetwerk en de toeristische promotie via Visit
Veluwe.
Lokale/regionale economie Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1. Ondersteuning leveren aan de uitvoering van het 1a. Ondersteuning leveren bij uitvoeren actieprogramma's van
actieprogramma van ondernemers gericht op vitale dorpscentra. ondernemers.
Collegeprogramma 2026-2030:
2a. Opstellen van een nieuwe economische visie en
2. Werken vanuit een economische visie. (3.1.1.)
uitvoeringsprogramma.
3a. In kader van de economische visie lokale uitwerking maken
3. Ruimte bieden voor groei. Een langetermijnplan voor van regionale programmeringsafspraken.
werklocaties opstellen (3.1.2.) 3b. Uitvoering geven aan Regiodeal vergroten organisatiegraad
Kweekweg.
4a. Structureel accountmanagement en beleidsadvisering
4. Ondernemers blijven ondersteunen (3.1.3.).
organiseren voor agrarische sector.
5. Ruimte geven aan nieuwe ideeën en initiatieven (3.1.4.) 5a. Accountmanagers economie en landbouw.
6a. Mogelijkheden voor multifunctionele landbouw in combinatie
met dag- en verblijfsrecreatie stimuleren op plekken waar dit
wenselijk is. Hiervoor wordt een ontwikkelkader opgesteld met
6. Agrariërs meer kansen bieden om hun bedrijf te verbreden met hierin heldere kaders voor initiatiefnemers en gemeentelijke
extra activiteiten (3.1.5.). beoordelingen.
6b. Actief deelnemen aan regionale samenwerkingen als Aanpak
Veluwe, Masterplan IJsselvallei en programma vitaal landelijk
gebied Regio Stedendriehoek.
7a. Stimuleren van bedrijven (in samenwerking met de
accountmanagers van Lucrato) om stageplekken,
werkervaringsplekken en leerwerkplekken beschikbaar te stellen.
7b. Realiseren van sociale ontwikkelplekken
7. Versterken van de samenwerking tussen onderwijs, bedrijven (werkervaringsplekken) samen met Circulus.
en overheid (3.1.6.). 7c. Regionaal samenwerken gericht op 'van school naar duurzaam
werk'.
7d. Gemeente en maatschappelijke partners nemen een
voortrekkersrol in de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en
stimuleren/faciliteren de overgang van school naar duurzaam werk
8. Faciliteren van ondernemers en evenementen. 8a. Vaststellen evenementenbeleid.
44
8b. Uitvoeren evenementenbeleid.
Toelichting:
1. Voor centrum Epe en Vaassen hebben de ondernemersverenigingen voor beide centra, in afstemming met de gemeente, een
toekomstvisie en actieprogramma laten opstellen.
Welke risico's lopen we daarbij
Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 1.444 1.546 1.268 1.261 1.261 1.211
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 278 278 278 278
Lasten totaal 1.444 1.546 1.546 1.539 1.539 1.489
Baten bestaand beleid 375 244 295 295 295 295
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 375 244 295 295 295 295
Saldo -1.069 -1.302 -1.251 -1.244 -1.244 -1.194
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Toekomstbestendige bedrijventerreinen 10 10 10 10
2 Nieuw evenementenbeleid 25 25 25 25
3 Recreatie en toerisme 158 158 158 158
4 Vitalisering vakantieparken 60 60 60 60
5 Economische visie 25 25 25 25
Totale financiële gevolgen voor de lasten 278 278 278 278
45
Programma 10 | Weer aan het werk
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen die samenhangen met de uitvoering van de Participatiewet en
de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast omvat het programma armoedebeleid en
minimaregelingen.
Er bestaat een relatie met programma 3 “Zorg en opvang” (bevorderen zelfredzaamheid).
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027
• Sociale Agenda "Natuurlijk goed samenleven” (2021)
Wat willen we bereiken
Strategisch doel:
Meer inwoners nemen naar vermogen deel aan de samenleving en de arbeidsmarkt, terwijl
schuldenproblematiek en armoede onder inwoners worden voorkomen en verminderd.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Inwoners met bijstandsuitkering 15 15 16 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 1.000 (CBS)
inwoners
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Aantal huishoudens met problematische schulden (%) 6,2 6,2 6,0 Kernindicator Jaarlijks
www.waarstaatjegemeente.nl
Het percentage huishoudens met betalingsachterstanden (CBS –
die volgens de CBS-definitie als problematische schulden schuldenproblematiek)
worden aangemerkt.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Wat gaan we daarvoor doen
Arbeidsparticipatie Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Prestatieafspraken maken met Werkleerbedrijf Lucrato over
uitstroom en uitvoering.
1b. In 2026 stelt Lucrato een doorgaande leer- en ontwikkellijn op
1. Bevorderen uitstroompercentage Participatiewet.
en rond de werk(ervarings)plek met niet-inburgeringsplichtige
inwoners die onvoldoende basisvaardigheden (taal, rekenen en/of
digitale vaardigheden) en werknemersvaardigheden hebben. Dit
gebeurt in samenwerking met het (beroeps-)onderwijs en Taalpunt
Epe.
2. Verbeteren basisvaardigheden inwoners doelgroep 2a. Actualiseren van de contractafspraken en prestatieafspraken
Participatiewet. met de gemeente Apeldoorn.
Toelichting:
1. Lucrato voert voor de gemeente Epe de Wsw uit en verzorgt dienstverlening aan inwoners uit de Participatiewet met een relatief
korte afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast is Lucrato werkgever voor Beschut Werk en ADS-banen.
De inzet richt zich op het begeleiden van inwoners naar werk of scholing, onder meer via werkervaringsplekken, werkleertrajecten en
werkgeversbenadering. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeente Apeldoorn en het Werkcentrum Veluwe
Stedendriehoek.
2. De huidige dienstverleningsovereenkomst is verlengd met ingang van 1 januari 2026 voor maximaal 2 jaar tot 1 januari 2028.
Inkomensondersteuning Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Uitvoering geven aan het jeugdeducatiefonds.
1. Tegengaan van uitsluiting van mensen in armoede. 1b. Doorvoeren wijzigingen in het kader van de wetswijziging
Participatiewet in Balans.
46
1c. Versterken van de uitvoering aanpak energiearmoede.
Collegeprogramma 2026-2030:
2. Onderzoek armoedebeleid (1.5.2). 2a. Verbeterpunten armoedebeleid uitwerken op basis van
onderzoek rekenkamer.
Toelichting:
1a De gemeente Epe start een pilot met het Jeugdeducatiefonds om kinderen die opgroeien in armoede beter te ondersteunen. Via dit
fonds kunnen basisscholen snel en laagdrempelig hulp bieden, aanvullend op bestaande regelingen.
1b De Participatiewet in Balans biedt ruimte voor een meer menselijke uitvoering, waarin vertrouwen in de inwoner en het
vakmanschap van de professional voorop staan. Het jaar 2026 geldt voor de participatie verplichtingen als overgangsjaar, waarin
gemeenten hun processen en werkwijzen aanpassen aan de nieuwe wetgeving. Voor de uitwerking van de Participatiewet in Balans en
de wet Handhaving sociale zekerheid in lokale regelgeving, wachten gemeenten op de modelverordeningen van de VNG. De
verwachting is dat de modelverordening Participatiewet in Balans in het vierde kwartaal van 2026 beschikbaar komt.
1c Met inzet van JouwBespaarHulp versterken we de uitvoering van de aanpak energiearmoede door huishoudens met een laag
inkomen praktisch te ondersteunen met advies aan huis, kleine energiebesparende maatregelen en vouchers voor gordijnen en
witgoed.
Welke risico's lopen we daarbij
Extra beroep op inkomensvoorzieningen
De gemeente ontvangt via het BUIG-budget middelen van het Rijk voor de uitvoering van de
Participatiewet en aanverwante regelingen. Het financiële risico wordt vooral bepaald door de
ontwikkeling van het uitkeringsbestand, economische omstandigheden en de wijze waarop het Rijk de
beschikbare middelen verdeelt. De afgelopen jaren is het aantal uitkeringsgerechtigden gestegen,
terwijl de uitstroom naar werk afneemt door een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Hierdoor bestaat
het risico dat de uitkeringslasten sterker toenemen dan de ontvangen Rijksmiddelen.
Extra beroep op minimabeleid en schuldhulpverlening
Door stijgende kosten van levensonderhoud en economische onzekerheid kan de vraag naar
minimaregelingen en schuldhulpverlening toenemen. Dit kan leiden tot hogere uitvoerings- en
verstrekkingskosten en daarmee druk op de begroting.
Stijging exploitatietekort Lucrato/meer participatietrajecten
De gemeente Epe neemt deel aan Lucrato en loopt daarmee het risico te moeten bijdragen aan
eventuele exploitatietekorten. Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, wijzigingen in wet- en regelgeving
en stijgende uitvoeringskosten kunnen leiden tot een hogere gemeentelijke bijdrage. Dit kan druk
zetten op de gemeentelijke begroting. Het risico wordt beperkt door actieve monitoring van de
financiële resultaten van Lucrato en sturing via de planning- en controlcyclus van de
gemeenschappelijke regeling.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 17.496 18.098 18.945 18.490 18.526 18.272
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - -71 -71 -71 -71
Lasten totaal 17.496 18.098 18.873 18.419 18.454 18.200
Baten bestaand beleid 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340
Saldo -8.146 -9.298 -9.260 -9.078 -9.114 -8.860
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Bijdrage in exploitatietekort Lucrato vervalt -71 -71 -71 -71
Totale financiële gevolgen voor de lasten -71 -71 -71 -71
47
Pijler: Bestuur
Kenmerken Bestuurlijke inzet
Binnen de pijler Bestuur werken we aan een gemeente die betrouwbaar, toegankelijk en
toekomstbestendig is. Goed bestuur vormt de basis onder alle maatschappelijke opgaven waar Epe
voor staat. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties moeten kunnen vertrouwen op
een overheid die duidelijk is over keuzes, zorgvuldig omgaat met publieke middelen en zichtbaar
aanwezig is in de samenleving. Openheid, transparantie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid
vormen daarbij onze uitgangspunten.
De samenleving verandert in hoog tempo. Maatschappelijke vraagstukken worden complexer,
verwachtingen van inwoners veranderen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar steeds
sneller op. Tegelijkertijd staan gemeenten voor financiële uitdagingen, groeit het belang van regionale
samenwerking en neemt de afhankelijkheid van digitale systemen toe. Deze ontwikkelingen vragen
om een bestuur en organisatie die wendbaar zijn, samenwerken met partners en in staat zijn om tijdig
in te spelen op veranderingen.
Wij werken vanuit vertrouwen in de samenleving. De kennis, ervaring en betrokkenheid van inwoners,
ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn onmisbaar bij het ontwikkelen van beleid en het
oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarom zetten we sterk in op participatie en
samenwerking. We betrekken inwoners vroegtijdig bij plannen en ontwikkelingen, maken helder welke
invloed mogelijk is en bieden ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving. Door actief aanwezig te
zijn in onze dorpen en buurten versterken we de verbinding tussen gemeente en samenleving.
Tegelijkertijd investeren we in een toegankelijke en mensgerichte dienstverlening. Inwoners moeten
eenvoudig zaken met de gemeente kunnen regelen, digitaal én persoonlijk. Daarbij werken we vanuit
de bedoeling: niet regels en systemen staan centraal, maar de maatschappelijke opgave en de vraag
van de inwoner. We stimuleren eigenaarschap, vakmanschap en samenwerking binnen onze
organisatie, zodat we als gemeente betrouwbaar, professioneel en dienstverlenend blijven.
Ook werken we aan een toekomstbestendige organisatie die voorbereid is op maatschappelijke en
technologische ontwikkelingen. Digitalisering, datagedreven werken en kunstmatige intelligentie
bieden kansen om onze dienstverlening te verbeteren en efficiënter te werken. Tegelijk vragen deze
ontwikkelingen om aandacht voor privacy, informatieveiligheid, ethiek en digitale weerbaarheid.
Daarom investeren we in een veilige en moderne informatievoorziening, zodat onze organisatie
wendbaar en weerbaar blijft in een snel veranderende wereld. We realiseren ons dat we dit niet alleen
kunnen, dus zoeken we hierin de samenwerking met partners.
48
Programma 11 | Bestuur en organisatie
Omschrijving programma
Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening,
organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals
post, repro en facilitaire zaken.
Relevante nota’s (kerndocumenten)
• Visie Regisserende gemeente Epe (2015)
• Samen verder (2024)
• Informatiebeleid 2023-2027
• Aanvulling informatiebeleid en aanzet voor architectuur 2026
• Strategisch kader voor AI
• Strategische visie op communicatie (2015)
• Nota reserves en voorzieningen (2027)
• Nota risicomanagement (2027)
• Financiële verordening Epe (2027)
• Visie HRM (2019)
• Strategisch informatieveiligheids- en privacybeleid (2024)
Wat willen we bereiken
Strategisch doel:
1. Inwoners ervaren de gemeente als een betrouwbare, transparante en betrokken
overheid die dichtbij staat, duidelijk communiceert en ruimte biedt voor invloed en
participatie.
2. De gemeente beschikt over een professionele, financieel gezonde, digitaal weerbare en
toekomstbestendige organisatie die vanuit de bedoeling werkt, effectief inspeelt op
maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en daarbij verantwoordelijkheid
neemt voor privacy, informatiebeveiliging en het verantwoord gebruik van technologie.
Hoe meten we dat
Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit
2030
Tevredenheid directe dienstverlening/digitale dienstverlening 6,22/ - Kernindicator Tweejaarlijks
6,50 Burgerpeiling
Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de directe en
digitale dienstverlening van de gemeente op een schaal van 1 tot 10.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Waardering samenwerking met inwoners 5,54 - Kernindicator Tweejaarlijks
Burgerpeiling
Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de samenwerking
met inwoners en organisaties en de mate waarin ze worden betrokken bij
de totstandkoming en uitvoering van beleid
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Gebruik heldere taal Kernindicator Tweejaarlijks
Burgerpeiling
De mate waarin inwoners vinden dat de gemeente helder en begrijpelijk
communiceert.
Toelichting (gewenste) ontwikkeling
Wat gaan we daarvoor doen
Planning en control Portefeuillehouder: J.H. Boermans
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
49
1. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en 1a. Uitvoeren doelmatigheidsonderzoek naar nader te bepalen
doeltreffendheid. onderwerp.
2. Rechtmatigheidsverantwoording. 2a. Uitvoeren plan verbijzonderde interne controle.
Collegeprogramma 2026-2030:
3a. Verhogen informatiewaarde begroting m.i.v. begroting
3. Financieel gezond blijven (4.1.1). 2028-2031.
3b. Implementatie geactualiseerd financieel beleid.
4. Woonlasten onder het landelijk gemiddelde (4.1.2). 4a. Overzicht woonlasten in begroting en jaarrekening.
5. Bij noodzakelijke ombuigingen eerst kijken naar oud voor nieuw 5a. Uitvoeren herijkingsproject.
(4.1.3). 5b. Participatie en besluitvorming.
6a. Uitwerken voorstellen verhogen kostendekking.
6. De gebruiker betaalt (4.1.5).
6b. Besluitvorming voorstellen verhogen kostendekking.
Toelichting:
4. Het beleid is erop gericht dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven.
Bestuur Portefeuillehouder: T.C.M. Horn / J.H. Boermans
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1. Uitwerken verbeteragenda/uitwerkingsplan van de raad n.a.v.
1a. Uitwerken van opgesteld plan van aanpak (raad en college).
de Quick scan Lokale Democratie.
2. Uitwerking van de maatregelen uit het raadsbesluit “Grip-op- 2a. Uitwerken maatregelen in afstemming met andere gemeenten
samenwerking” (WGR-samenwerkingsverbanden). in de Regio Stedendriehoek.
Collegeprogramma 2026-2030:
3a. Onderzoeken mogelijkheden en aanpassen strategie voor
inzet communicatiekanalen.
3. Duidelijk en op tijd communiceren (4.2.2).
3b. Aandacht voor en training op het gebruik van duidelijke taal
door medewerkers gemeente.
4a. Onderzoeken van de mogelijkheid om dorpswethouders in te
4. Zichtbaar en nabij zijn (4.2.3.).
zetten.
5a. Vaststellen participatieaanpak.
5. Altijd duidelijk maken welke ruimte voor inbreng en welke mate
5b. Medewerkers trainen in toepassen aanpak.
van invloed er is (4.3.1.).
5c. Werken volgens de aanpak en verordening.
6. Inwoners meer mogelijkheden geven om zelf initiatieven te 6a. Uitdaagrecht implementeren op basis van
ontwikkelen (4.3.3.). participatieverordening.
Toelichting:
Organisatie Portefeuillehouder: M.B. Heere / T.C.M. Horn
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
Collegeprogramma 2026-2030:
1a. AI op een verantwoorde manier in onze organisatie
incorporeren:
Bestuurlijke afstemming AI.
AI-kennis en -ervaringsniveau in de organisatie
verhogen.
Introduceren generatieve AI ondersteuning voor
dagelijks werk.
Implementeren VNG virtuele assistent tbv
ondersteuning KCC.
1b. Actief de landelijke wet- en regelgeving op het gebied van
dienstverlening, veiligheid, standaardisatie en
gegevensuitwisseling volgen en implementeren van nieuwe
landelijke voorzieningen als deze beschikbaar komen. Wet
1. Digitalisering slim inzetten (4.2.4.).
Digitale Overheid (WDO), Nederlandse Digitaliserings Strategie
(NDS).
1c. Uitvoering geven aan het informatiebeleid dat zich richt op
dienstverlening, datagedreven werken, de verbindende overheid
en het op orde houden van onze informatievoorziening.
Realiseren passende architectuur.
Uitvoeren datastrategie (Actief data delen, opzetten
kwaliteitssysteem basis en kernregistraties, uitvoeren
datalabs, opleiding databewustzijn).
Realiseren API-gateway t.b.v. gegevensuitwisseling met
ketenpartners en landelijke basisregistraties.
Verkenning strategische samenwerkingsverbanden op
gebied van dienstverlening en common ground.
Toelichting:
1a. Activiteiten gericht op voldoen aan AI-act, het vergroten van kennis en mogelijkheden op het gebied van AI binnen de organisatie
op een verantwoorde manier.
50
1b. Landelijke wet- en regelgeving, strategie en generieke voorzieningen gelden voor alle overheden. De nadruk ligt op samenwerken
en veilige dienstverlening. Het doel is om krachten te bundelen en zo sneller vooruit te komen, makkelijker en veiliger gegevens
kunnen worden uitgewisseld en invloed uit te kunnen oefenen op het IT-landschap.
1c. Uitvoeringsprogramma gericht op datagedreven werken, verbindende overheid, dienstverlening en informatiehuishouding op
orde.
Digitaal weerbaar Portefeuillehouder: M.B. Heere / T.C.M. Horn
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
Collegeprogramma 2026-2030:
1a. Continue monitoren van cyberdreigingen en de veiligheid van
onze informatievoorziening en ervoor zorgen dat risico’s zoveel
mogelijk worden afgedekt.
Realiseren van beheersingsmaatregelen, voortkomend
uit reguliere controles (ENSIA) en incidenten
(waaronder datalek).
Opzetten cybercrisisorganisatie en oefenen met
crisisscenario's.
Implementatie systeem scannen inkomende e-mails
(phishing).
Uitvoeren penetratietesten.
Inrichten systematiek voor monitoring en respons voor
het snel kunnen identificeren en reageren op
cyberincidenten.
1b. Implementeren van de cyberbeveiligingswet (NIS2) en
Digitale weerbaarheid (4.2.5.)
daarmee de bestuurlijke verantwoordelijkheid, onze digitale
weerbaarheid, de continuïteit en de bescherming van
inwonersgegevens versterken.
Monitoring van kwetsbaarheden operationaliseren.
Organiseren ketenregie.
Opzetten crisismanagement.
Verantwoordelijkheden (bestuurlijke aansprakelijkheid)
beleggen binnen de organisatie en
awarenessprogramma uitvoeren.
1c. Volgen van en anticiperen op landelijke en Europese
ontwikkelingen hoe overheden digitale autonomie kunnen houden
over hun eigen gegevens en systemen.
Volgen landelijke en Europese ontwikkelingen.
Anticiperen met vaststellen beleid en risicoclassificatie
van systemen en processen.
Toelichting:
1a. Informatieveiligheid wordt alleen nog maar belangrijker omdat alle informatie digitaal beschikbaar is en dreigingen toenemen. Met
allerlei controle mechnanismes en maatregelen proberen we risico's zo klein mogelijk te maken. Lessen uit het datalek in 2026 worden
in 2027 in de praktijk gebracht.
1b. De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn NIS2. Doel van de wet is het digitaal weerbaar
maken van informatievoorziening, organisatie en samenleving. De toenemende cyberdreiging maakt extra maatregelen en bestuurlijke
afspraken noodzakelijk.
1c. Digitale autonomie krijgt ook aandacht in de Nederlandse Digitaliserings Strategie, maar verdient toch aparte aandacht. In welke
mate ben je echt de baas over je eigen gegevens? Kun je zonder pijn afscheid nemen van een systeem? Alle data bevindt zich in de
cloud, techbedrijven worden steeds groter en onze eigen invloed steeds kleiner. Europa en bijvoorbeeld de Verenigde Staten hebben
een andere kijk op de opslag van gegevens en privacy, bovendien wordt de beschikbaarheid van technologie gebruikt om druk op
anderen te genereren. Omdat gegevens en systemen steeds meer verweven raken is autonomie steeds moeilijker. Overheden in
Europa en Nederland moeten hier positie in gaan nemen. Mogelijke maatregelen kunnen grote impact hebben op bedrijfsvoering en
dienstverlening.
Dienstverlening Portefeuillehouder: T.C.M. Horn / G. van den Berg / M.D. Tibben /
G.J.J. van Limburg / M.B. Heere / J.H. Boermans
Activiteiten: Uitvoering in 2027:
1a. Start opschonen en verbeteren analoog en digitaal archief,
1. Voldoen aan wettelijke eisen streekarchief NoVA. verduurzamen opslagvoorzieningen archiefwaardige documenten,
digitaliseren bouwdossiers.
Collegeprogramma 2026-2030:
2a. Op basis van het in 2026 organisatiebreed ingezette
verbetertraject werken we aan dienstverlening die makkelijk,
persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar is. Met als inzet een betere
bereikbaarheid, een klantgerichte afhandeling van vragen en meer
selfservice op de website.
2. Dienstverlening sneller en eenvoudiger maken (4.2.1). 2b. De visie ‘Samen verder’ vertalen naar praktische handvatten
zodat medewerkers weten welk gedrag en welke houding in de
praktijk worden verwacht.
2c. Met de hoogste A-status als ambitie blijven werken aan
dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is en voldoet aan het
Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
51
2d. De dienstverlening van externe partners laten aansluiten bij onze
dienstverleningswaarden: makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en
betrouwbaar.
2e. Een continue verbetercyclus ontwikkelen waarin onderzoek naar
inwonerstevredenheid, feedback en signalen structureel worden
gebruikt om de dienstverlening te verbeteren.
2f. Alle informatiecategorieën uit de Wet open overheid (Woo)
implementeren, hiermee publiceren wij actief onze openbare
informatie en zorgen we voor een optimale transparantie.
2g. Onze informatie duurzaam bewaren in het Streekarchief en ervoor
zorgen dat onze inwoners deze eenvoudig kunnen raadplegen.
Digitalisering van bouwvergunningen.
2h. Transitie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan voor
de hele gemeente, met waar mogelijk minder en/of eenvoudigere
regelgeving.
Toelichting:
2f. Wet open overheid (Woo) is bedoeld om actief informatie te delen met inwoners. Dit moet openheid en doorzoekbaarheid vergroten
en draagt daarmee bij aan vertrouwen. Er zijn op dit moment 17 informatiecategorieën in beeld die vallen onder deze wet. Deze
worden in tranches uitgewerkt en daarna 1 voor 1 geïmplementeerd door de gemeente.
2g. De archiefwet beschrijft hoe en welke soort documenten opgeslagen dan wel vernietigd moeten worden. De opslag moet gebeuren
op een duurzame manier en terugvindbaarheid en het beschikbaar stellen aan inwoners ondersteunen.
Welke risico's lopen we daarbij
Negatief effect herverdeling algemene uitkering gemeentefonds
De algemene uitkering uit het gemeentefonds vormt de belangrijkste inkomstenbron van de
gemeente. Door wijzigingen in de verdeling van het gemeentefonds, onzekerheid over de structurele
compensatie van jeugdzorgkosten en toekomstige rijksmaatregelen bestaat onzekerheid over de
omvang van deze inkomsten. Daarnaast is de gemeente deels afhankelijk van de ontwikkeling van het
BTW-compensatiefonds. Een lagere uitkering dan geraamd kan leiden tot druk op het
begrotingssaldo.
Juridische procedures en aansprakelijkheidsrisico's
De gemeente loopt juridische risico's als gevolg van besluitvorming, vergunningverlening, handhaving,
contracten en haar rol als opdrachtgever. Geschillen met inwoners, bedrijven of
samenwerkingspartners kunnen leiden tot bezwaar- en beroepsprocedures, aansprakelijkstellingen en
civielrechtelijke claims. De financiële gevolgen bestaan uit proceskosten, externe juridische
ondersteuning en eventuele schadevergoedingen.
Inbreuk op informatiebeveiliging/ hack
De gemeente is sterk afhankelijk van digitale systemen, data en IT-leveranciers voor de uitvoering van
haar dienstverlening. Cyberdreigingen, datalekken, systeemuitval en afhankelijkheid van externe
leveranciers vergroten het risico op verstoring van de bedrijfsvoering en dienstverlening. De financiële
en bestuurlijke gevolgen van dergelijke incidenten kunnen aanzienlijk zijn. Door het treffen van
beveiligingsmaatregelen conform de BIO, het uitvoeren van risicoanalyses en het versterken van de
cyberweerbaarheid wordt dit risico zoveel mogelijk beperkt.
Personeel en arbeidsmarkt
Risico op extra personele kosten als gevolg van medewerkers die de organisatie verlaten (zoals WW-
verplichtingen, kosten outplacement, vaststellingsovereenkomsten, bovenformatief personeel en de
opbouw van de RVU-voorziening). Daarnaast loopt de gemeente ook een meer algemeen risico door
arbeidsmarktkrapte, ziekteverzuim en het vertrek van medewerkers op sleutelposities.
Hogere bijdragen verbonden partijen
De gemeente werkt voor de uitvoering van diverse taken samen in gemeenschappelijke regelingen en
andere verbonden partijen. Financiële tekorten, stijgende kosten, veranderende wet- en regelgeving of
tegenvallende prestaties kunnen leiden tot hogere gemeentelijke bijdragen. Daarnaast heeft de
gemeente slechts beperkte directe invloed op de bedrijfsvoering van deze organisaties, waardoor de
mogelijkheden om tijdig bij te sturen beperkt zijn.
52
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Lasten totaal 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061
Baten bestaand beleid 715 750 826 787 559 449
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 715 750 826 787 559 449
Saldo -5.244 -4.343 -4.598 -6.361 -8.468 -10.612
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Geen nieuw en geactualiseerd beleid.
53
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Omschrijving
Algemene dekkingsmiddelen mogen we vrij besteden. De belangrijkste zijn de algemene uitkering uit
het gemeentefonds en de onroerendezaakbelastingen. In het overzicht staan ook de baten die niet al
in de diverse programma’s zijn opgenomen.
Overzicht
In dit overzicht staan nettobedragen. Dus de baten min de kosten die daarop betrekking hebben. Dat
gaat bijvoorbeeld om de direct toerekenbare uren en de invorderingskosten.
Bedragen * € 1.000
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Lokale heffingen 8.334 8.478 8.897 9.107 9.309 9.516
Algemene uitkering 75.759 74.175 78.885 78.774 79.312 82.422
Dividenduitkeringen 154 134 125 125 125 125
Saldo financieringsfunctie 520 342 326 -8 -366 -664
Totaal 84.767 83.129 88.233 87.998 88.380 91.399
Onvoorziene uitgaven 0 -122 -140 -140 -140 -140
Lokale heffingen
De belastingopbrengsten zijn opgenomen zonder rekening te houden met kwijtschelding. Een
inhoudelijke toelichting staat in de paragraaf lokale heffingen.
Algemene uitkering
Deze inkomsten zijn berekend op basis van de meicirculaire 2026.
Dividenduitkeringen
Van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) ontvangen we dividend.
Saldo financieringsfunctie
Dit is het verschil tussen:
(a) De rente die we betalen over leningen die we hebben afgesloten plus de rente over de
aangetrokken middelen in rekening-courant en
(b) De rente die we ontvangen over de uitzettingen inclusief de doorbelasting van rente naar de
programma’s.
Onvoorziene uitgaven
Dit bedrag is beschikbaar voor uitgaven die onvoorzien en onvermijdbaar zijn en niet uitgesteld
kunnen worden.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 587 692 819 870 1.030 1.226
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - 35 105 240
Lasten totaal 587 692 819 905 1.135 1.466
Baten bestaand beleid 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726
Saldo 84.760 83.007 88.093 87.857 88.240 91.259
54
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Geen nieuw beleid.
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Te betalen rente a.g.v. nieuwe investeringen - 35 105 240
Totale financiële gevolgen voor de lasten - 35 105 240
55
Overhead
Omschrijving
De overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met het geheel van functies binnen de
gemeente die gericht zijn op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze (overhead)functies ondersteunen.
Wat mag dat kosten
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 12.111 16.375 15.479 15.378 15.498 15.194
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 888 1.068 975 1.047
Lasten totaal 12.111 16.375 16.367 16.446 16.474 16.241
Baten bestaand beleid 680 -253 145 145 145 145
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 680 -253 145 145 145 145
Saldo -11.431 -16.628 -16.223 -16.302 -16.329 -16.096
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Uitvoeringscapaciteit vastgoed 115 115 115 115
2 Dekking uit beschikbare middelen CDOKE -58 -58 -58 -58
3 Dekking uit beschikbare middelen vluchtelingen -57 -57 - -
4 Uitbreiding Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid 68 68 68 68
5 Versterken juridische capaciteit a.g.v. AI/CBW 35 50 50 50
6 Digitaliseren bouwvergunningen 105 105 - -
7 Oefenen voor cyberincidenten 5 5 5 5
8 Tooling scannen emails cyberveiligheid 35 20 20 20
9 Monitoring en respons informatiebeveiliging - - - 65
10 Penetratietesten informatiebeveiliging 10 10 10 10
11 Betaalde AI 55 55 55 55
12 Ombuigingsproces 145 - - -
13 BRP op orde en leegstand 110 - - -
14 Onderzoekskosten passende huisvesting 100 - - -
15 Versterken dienstverlening 35 160 115 115
16 Versterken participatie - 195 195 195
17 Versterken informatiebeveiliging 85 115 115 115
18 Ontwikkelingen landelijk gebied en stikstof 100 165 165 165
Investeringen: Investeringsbedrag:
1 Verbouwing gemeentehuis 585 - 23 23 23
2 Vervanging bedrijfsmiddelen: ICT-investeringen (2027-2030) 705 - 97 97 104
Totale financiële gevolgen voor de lasten 888 1.068 975 1.047
Nadere toelichting Overheadkosten
Onder dit programma Overhead zijn alle kosten opgenomen die samenhangen met het geheel van
functies binnen de gemeente dat gericht is op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in de
primaire processen. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze
(overhead)functies ondersteunen.
56
Op basis van deze definitie heeft de gemeente keuzes gemaakt wat wel en wat niet is opgenomen
onder de overheadkosten.
De gemeente gaat uit van het principe dat op het moment dat kosten (en baten) eenduidig zijn toe te
rekenen aan primaire processen, deze rechtstreeks toegerekend worden aan de desbetreffende
taakvelden en daarmee niet behoren tot de overhead. Dit geldt ook voor alle personele en daarmee
samenhangende kosten van alle teams in de Opgaven Externe Dienstverlening en de
Maatschappelijke opgaven inclusief de kosten van de teamleiders van deze teams. De personele en
daarmee samenhangende kosten van de teams in de Opgave Interne dienstverlening worden in
principe als overhead beschouwd (uitzondering: personele kosten van domeincontrollers en financieel
adviseurs; deze kosten worden voor een deel (50% voor domeincontrollers resp. 75% voor financieel
adviseurs) toegerekend aan andere taakvelden dan het taakveld overhead.
De managers binnen de nieuwe organisatiestructuur hebben overwegend organisatie sturende taken
en zijn daarmee opgenomen in de overheadkosten.
In artikel 18 lid 1 van de financiële verordening van de gemeente is bepaald hoe omgegaan wordt met
het opnemen van overheadkosten in externe doorberekeningen: Voor het bepalen van de geraamde
kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen,
werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een
extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast
de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en
voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Verder wordt in artikel 18 lid 3 van de financiële verordening van de gemeente bepaald dat voor de
toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in
rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan
overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een opslag over de geraamde toerekenbare
personeelslasten ter grootte van de verhouding totale overheadkosten gedeeld door de totaal directe
personeelslasten. Deze opslag (het overheadpercentage) op de directe personeelskosten bedraagt
voor de begroting 2027: 100,27%.
Aan onderhoudsvoorzieningen vindt geen toerekening van interne uren plaats en daarmee wordt er
ook geen overhead toegerekend aan onderhoudsvoorzieningen.
Aan grondexploitaties worden interne uren toegerekend aan de diverse grondexploitatiecomplexen. In
de begroting 2027 is deze toerekening in totaal € 86.000.
Nadere uitwerking overheadkosten:
Onderwerp Lasten in euro
a. Loonlasten in PIOFACH-domein (incl.
8,6 mln.
ontvangen subsidies)
b. ICT-lasten in PIOFACH-domein 2,9 mln.
c. Huisvestingslasten (incl. facilitaire kosten) 1,3 mln.
d. Uitbestedingslasten in PIOFACH-domein 0,2 mln.
e. Niet aan programma's toegerekende
-
rentelasten
57
Paragrafen
58
1 | Lokale heffingen
1.1 Inleiding
Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt dit beleid tegelijk
met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige
wijzigingen zijn in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de
belastingen staan in het raadsvoorstel met de belastingtarieven.
1.2 Beleidskaders
Het beleid over de lokale heffingen staat in:
Landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet
Deze paragraaf
Belastingverordeningen
Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen
1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen
Algemeen tarievenbeleid
Belastingen en heffingen houden we waardevast door de tarieven te verhogen met de prijsstijging
(index 2027: 2,6%). Bij heffingen waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat is het
uitgangspunt dat deze 100% kostendekkend zijn. Hierop wordt in enkele gevallen een uitzondering
gemaakt. Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen staat in het overzicht 'Algemene
dekkingsmiddelen en onvoorzien'.
Hieronder staan per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene
tarievenbeleid. Tribuut voert de gemeentelijke belastingen en waardering van onroerende zaken uit
voor de gemeente.
Wet waardering onroerende zaken (WOZ)
Eigenaren van onroerende zaken en gebruikers van niet-woningen ontvangen jaarlijks een
beschikking met daarin de WOZ-waarde. Dat is de grondslag voor de onroerendezaakbelasting en (in
de gemeente Epe) de forensenbelasting. Andere overheden gebruiken de WOZ-waarde voor
belastingheffing en voor het woningwaarderingsstelsel. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft
een algemeen oordeel over de uitvoering. Het oordeel is 'goed'. Dat komt overeen met de
afgesproken ambitie.
In 2026 zijn bij Tribuut nagenoeg evenveel bezwaren binnengekomen dan in 2025. Het percentage no
cure no pay (en dus ook het aantal) is wel veel lager, dit komt door de nieuwe wetgeving die de
vergoeding voor proceskosten fors heeft beperkt (voor WOZ-bezwaren geldt een uitbetalingscorrectie
van 75%). Het bedrag voor vergoeden van proceskosten is dus lager. De grootste ontwikkeling voor
2027 is de deelname van twee nieuwe gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Tribuut,
namelijk Aalten en Oude IJsselstreek. Dit zorgt voor circa 20% meer aanslagen. Voor het jaar 2027
gaat Tribuut uit van het aantal bezwaren van 2026 plus 20%.
Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting.
Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB.
Reinigingsheffingen
Voor de inzameling en verwerking van grondstoffen in de gemeente betalen inwoners en bedrijven
reinigingsheffingen. In de tabel hieronder staat welke kosten de gemeente maakt en welke inkomsten
daar tegenover staan. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder
'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het
btw-compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook.
Om in 2027 te voldoen aan 100% kostendekkendheid is naast de reguliere begrotingsindexatie een
aanvullende tariefsverhoging van 10,7% nodig. Er is voor gekozen om de aanvullende
tariefsverhoging niet volledig in 2027 door te voeren, maar dit gelijkmatig te verdelen over 2027 en
2028. Dat betekent een kostendekkendheid van 95,3% in 2027. In het jaar 2028 betekent dit dat ten
opzichte van de begrotingsindex een aanvullende stijging van 5,35% noodzakelijk is om weer op
100% kostendekkendheid te komen.
59
bedragen x € 1.000
Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente - 5.154
Baten taakveld(en), excl. heffingen 173
Netto lasten taakveld(en) - 4.981
Overhead incl. (omslag)rente -77
BCF-BTW -1.012
Totale lasten (A) -6.071
Opbrengst heffingen 5.881
Kwijtschelding -151
Overige inzamelvergoeding 57
Onttrekking reserve afval -
Totale baten (B) 5.787
Kostendekkendheid (B:A) 95,3%
Rioolheffingen
De gemeente heeft wettelijke taken voor het afvoeren van rioolwater, het voorkomen van
wateroverlast en het op peil houden van het grondwater. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP)
staat hoe dit gebeurt. Daarin staat ook hoe inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt
via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Voor gebruikers is er onderscheid gemaakt
in verschillende categorieën. Echte grootverbruikers betalen verhoudingsgewijs meer rioolheffing en
betalen zo deels de lasten voor de kleinverbruikers. Dat noemen we kruissubsidiëring. Die groep
omvat 0,8% van de gebruikers en levert 28% van de totale opbrengst.
Begin 2026 is het nieuwe GWP 2026-2030 vastgesteld. In het nieuwe GWP is voor de tarieven
rioolheffingen een extra stijging van 2,3% opgenomen naast de reguliere indexatie. Voor nieuwe
aansluitingen op het bestaande riool betalen gebruikers eenmalig rioolaanleggeld. Voor 2027 wordt
een negatief saldo van € 344.000 verwacht. Dit saldo wordt onttrokken aan de voorziening.
bedragen x € 1.000
Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente -3.274
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakveld(en) -3.274
Overhead incl. (omslag)rente -307
BCF-BTW -579
Totale lasten (A) -4.160
Opbrengst heffingen 3.844
Kwijtschelding -28
Onttrekking reserve riolering -
Onttrekking voorziening riolering 344
Totale baten (B) 4.160
Kostendekkendheid (B:A) 100%
Forensenbelasting
Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De
WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. Als de waarde
stijgt, verlagen we het tarief. Zo zorgen we dat de totale opbrengst niet meer stijgt dan de index. Er is
een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het
maximumtarief blijft gelijk.
Precariobelasting
Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting.
Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. De tarieven
stijgen met de index.
60
Toeristenbelasting
Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten
betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een
eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in
een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. Op het aantal overnachtingen heeft de gemeente geen
invloed. Als die stijgt, stijgt ook de opbrengst. De gemeente heeft wel invloed op het tarief. Op 11
maart 2026 heeft een consultatie met meerdere ondernemers plaatsgevonden. Deze consultatie is
ingepland, omdat het reguliere (hoge) tarief voor 2026 de € 1,50 had bereikt. Het voorstel voor de
tarieven 2027 is toen besproken. De raad heeft de tarieven voor 2027 al vastgesteld: € 1,10 ( 2026:
€ 1,00) voor het lage tarief en € 1,50 (2026: € 1,50) voor het reguliere (hoge) tarief. Voor vaste
standplaatsen op een camping gelden vaste tarieven. Zo hoeven ondernemers van die gasten niet bij
te houden wanneer ze er waren en wanneer niet.
Op 1 januari 2026 is het btw tarief voor overnachtingen gestegen van 9% naar 21%. Het gaat om
overnachtingen in hotels en vakantieparken, terwijl campings grotendeels zijn uitgezonderd. Deze btw
verhoging kan gevolgen hebben voor de inkomsten toeristenbelasting.
Begraafrechten
Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een respectvolle manier kunnen begraven. Daarom
is het belangrijk dat de begraafplaatsen netjes en goed onderhouden zijn. De gemeente beheert de
begraafplaatsen en zorgt voor het onderhoud. Om deze kosten te betalen, worden begraafrechten
geheven.
Nabestaanden betalen voor het begraven, het gebruik van een graf (grafrecht) en het beheer en
onderhoud van de begraafplaats. Zij betalen vooraf voor de volledige periode waarvoor het grafrecht
geldt. Omdat de onderhoudskosten vaak pas later worden gemaakt, gebruikt de gemeente een
egalisatievoorziening. Uit deze voorziening worden de onderhoudskosten betaald waarvoor in het
verleden al is betaald.
In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan voor begraven vastgesteld. Op basis
van dit plan zijn de tarieven voor begraven, grafrechten en onderhoud vanaf 2027 aangepast. Vanaf
2027 wordt het ook mogelijk om een graf voor onbepaalde tijd uit te geven en om natuurlijk te
begraven. Daarnaast krijgen delen van de begraafplaatsen met ingang van 2027 een nieuwe functie
als park om daarmee de exploitatie van de begraafplaatsen financieel gezond te houden en te
voorkomen dat toekomstige tarieven te veel stijgen. Voor deze delen worden geen onderhoudskosten
meer via de begraafrechten gedekt op taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria maar vallen op
taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie. De kosten van het onderhoud van deze
parkdelen komen daarom niet meer ten laste van de heffing. Deze veranderingen passen binnen het
nieuwe beleid voor de begraafplaatsen dat in 2025 is vastgesteld.
De opbrengsten van de begraafrechten bestaan uit afkoopsommen voor onderhoud en uit andere
eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. De genoemde kosten zijn inclusief btw.
De kosten van deze taak worden volledig gedekt door de opbrengsten uit de begraafrechten. De
kostendekkendheid bedraagt daarom 100%. Een nadere toelichting is opgenomen in de onderstaande
tabel.
bedragen x € 1.000
Kostendekkingsoverzicht begraafrechten
Lasten taakveld 7.5 incl. (omslag)rente -889
Baten taakveld 7.5 excl. heffingen 49
Netto lasten taakveld(en) -840
Overhead -75
Storting voorziening begraven -201
Totale lasten (A) -1.117
Opbrengst heffingen 1.117
Onttrekking voorziening begraven -
Totale baten (B) 1.117
Kostendekkendheid (B:A) 100%
61
Leges
Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je
betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De meeste tarieven stijgen met de index. Soms
gelden er wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. We streven niet naar 100% kostendekking bij
de leges.
Bij de leges voor bouwactiviteiten (omgevingsvergunning) is het tarief afhankelijk van de bouwkosten.
Daarbij geldt nu nog een maximum tariefhoogte (het bedrag wat maximaal aan leges betaald moet
worden bij een vergunningaanvraag). Het college is voornemens om dit 'plafond' af te schaffen of
sterk te verhogen met ingang van 2028.
Gemiddeld genomen betalen dure bouwwerken mee aan de kosten van de gemeente voor goedkope
bouwwerken. Dat heet kruissubsidiëring. Voor 2027 is de verwachting dat er wel sprake is van
kruissubsidiëring. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2027 een aantal grote bouwprojecten verwacht
worden. In onderstaand overzicht staat hoe dit uitpakt voor 2027.
Bouwkosten % van totale lasten % van totale opbrengst
< € 100.000 30% 15%
€ 100.000 - € 500.000 20% 15%
> € 500.000 50% 70%
De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. Om de
inkomsten voor 2027 in te schatten, kijken we hoeveel aanvragen er in de afgelopen jaren voor
kleinere bouwprojecten zijn geweest. De grote projecten (bouwkosten meer dan € 500.000) brengen
we per project in beeld. We maken een inschatting van de bouwkosten. Het blijft natuurlijk onzeker of
de aanvraag ook daadwerkelijk in 2027 binnenkomt.
De kostendekking voor de totale legesverordening is voor 2027 geraamd op 60%. Het percentage
kostendekkendheid wordt grotendeels bepaald door de leges omgevingsvergunning. In 2025 heeft
een onderzoek plaatsgevonden naar de kostendekkendheid waarin inzichtelijk is gemaakt welke
mogelijkheden er zijn om de kostendekking te verhogen. Dit onderzoek is toen aan de raad
aangeboden. In 2026 is specifiek gekeken naar de mogelijkheden om de kostendekking van de
omgevingsvergunningen te verhogen. Dit onderzoek is nog niet afgerond: de resultaten hiervan zijn
dan ook nog niet verwerkt in deze begroting.
Hieronder staat de kostendekking per clustering van producten. Zo ontstaat ook een beeld van de
kruissubsidiëring.
bedragen x € 1.000
lasten totale opbrengst
overhead BTW kostendekkendheid
taakvelden lasten heffingen
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Burgerlijke stand -71 -24 -1 -97 37 38%
Reisdocumenten -353 -89 - -443 485 110%
Rijbewijzen -135 -78 - -213 191 90%
BRP-verstrekkingen -72 -12 -10 -93 44 47%
Bijzondere wetten -7 -7 - -14 103 743%
subtotaal H 1 -638 -210 -11 -860 861 100%
Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving
Kapvergunningen -67 -53 -3 -123 31 25%
Bestemmingsplannen /
-12 -12 - -24 26 106%
omgevingsplannen
Omgevingsvergunningen -1.141 -1.002 -29 -2.172 1.000 46%
subtotaal H 2 -1.220 -1.067 -33 -2.319 1.057 46%
Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn
Europese
-22 -22 - -44 16 36%
Dienstenrichtlijn
Totaal leges -1.880 -1.299 -44 -3.223 1.934 60%
N.B. Door afronding is de optelsom van de opbrengst niet gelijk aan het totaal van de legesinkomsten.
De inkomsten leges die onder hoofdstuk 3 vallen, zijn zo laag dat deze niet verder zijn uitgesplitst.
62
Bedragen x € 1.000
Kostendekkingsoverzicht leges
Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente -1.880
Baten taakveld(en), excl. heffingen -
Netto lasten taakvelden -1.880
Overhead -1.299
BCF-BTW -44
Totale lasten (A) -3.223
Opbrengst heffingen (B) 1.934
Kostendekkendheid (B:A) 60%
1.4 Kostendekking
Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, rekenen we ook overheadkosten mee.
Hoe we dat doen, is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Epe 2027. Over de kosten van
derden (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Op investeringen moeten we afschrijven.
Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten van derden rekenen we dus ook btw toe aan
de heffing.
1.5 Kwijtschelding
Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en met bijna geen vermogen kunnen de
gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt
alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele
tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 94,08. De inkomsten die de
gemeente daardoor misloopt, worden betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen.
Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid
vastgesteld. Als iemand vorig jaar kwijtschelding heeft ontvangen, kan meestal automatische
kwijtschelding plaatsvinden. Mensen hoeven dan geen aanvraag in te dienen.
1.6 Woonlasten
We willen dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit gaat om de OZB, de
afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de grafiek hieronder staat de verwachting voor een gemiddeld
meerpersoonshuishouden. Als die verwachting klopt, blijft Epe dus onder het landelijk gemiddelde. De
gegevens tot en met 2026 komen uit de COELO-atlas.
Voor het bepalen van het gemiddelde verbruik bij diftar hanteert COELO andere uitgangspunten dan
de gemeente. Voor de begrotingsjaren (2027-2030) is voor Epe uitgegaan van de eigen
uitgangspunten. Dit zorgt voor een stijging ten opzichte van 2026. Die is namelijk gebaseerd op de
COELO-atlas. We verwachten dat landelijk de woonlasten met 5% stijgen. Dat is het gemiddelde van
de afgelopen jaren. Voor Epe houden we rekening met de verwachte tariefswijzigingen en de
verwachte toename van het aantal panden.
63
De voor Epe gebruikte definitie van de woonlasten is in lijn met de landelijke definitie van de
woonlasten, namelijk het OZB deel van de woonlasten is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde
van alle woningen.
64
2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
2.1 Inleiding
Algemeen
Risico’s horen bij het werk van de gemeente. Sommige risico’s hangen samen met activiteiten die we
uitvoeren om onze doelen te bereiken. Andere risico’s kunnen de gemeente in het algemeen raken.
Omdat risico’s niet altijd voorkomen kunnen worden en soms bewust worden geaccepteerd, is het
belangrijk dat we risicobewust handelen. Dat betekent dat we weten welke risico’s er zijn, hoe groot
deze zijn en welke maatregelen we kunnen nemen om ze te beheersen. Ook moeten we bepalen of
het resterende risico acceptabel is. Besluiten hierover moeten op het juiste niveau binnen de
organisatie worden genomen. Dit maakt onderdeel uit van het risicomanagementproces.
Risicomanagement is een doorlopend proces dat binnen de hele organisatie plaatsvindt. Het in beeld
brengen van risico’s is een belangrijk onderdeel van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast moeten
we voorbereid zijn op situaties waarin risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Daarom zorgen we ervoor
dat voldoende middelen beschikbaar zijn om de gevolgen, waaronder financiële gevolgen, op te
vangen.
Risico’s kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, bijvoorbeeld als intern of extern, en als
financieel of niet-financieel. Binnen de gemeente Epe gebruiken we onderstaande indeling. Deze helpt
ons om per risico de juiste aanpak te kiezen.
Strategische risico’s
Deze risico’s hangen samen met onze strategie, beleidsdoelen en besluitvorming. Het zijn risico’s die
vaak bewust worden genomen omdat ze kunnen bijdragen aan het behalen van doelen. Daarbij
wegen we de mogelijke opbrengsten af tegen de risico’s. Waar mogelijk treffen we maatregelen om de
kans op optreden of de impact van deze risico’s te verkleinen.
Externe risico’s
Dit zijn risico’s die buiten de invloed van de gemeente liggen. Voorbeelden zijn natuurrampen,
economische ontwikkelingen, politieke veranderingen en demografische trends. Ook wijzigingen in
wet- en regelgeving of de financiële verhouding met het Rijk kunnen gevolgen hebben voor de
gemeente. Daarnaast zijn er onvoorziene gebeurtenissen, ook wel ‘zwarte zwanen’ genoemd, die
vooraf moeilijk of niet te voorspellen zijn. Deze risico’s kunnen we meestal niet voorkomen. Daarom
richten maatregelen zich vooral op het beperken van de gevolgen wanneer ze zich voordoen.
Operationele risico’s
Deze risico’s ontstaan binnen de organisatie en moeten zoveel mogelijk beheersbaar zijn. Hierbij staat
een regelgerichte aanpak centraal. Processen, projecten en systemen moeten zo worden ingericht dat
risico’s zoveel mogelijk worden voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen om de uitval van ICT-
systemen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken.
2.2 Beleidskaders
Visie op risicomanagement
In juli 2026 stelde de raad de geactualiseerde Nota Risicomanagement gemeente Epe 2027 vast. In
deze nota zijn de visie en uitgangspunten voor risicomanagement beschreven.
De gemeente Epe kiest voor een praktische aanpak van risicomanagement. Daarbij staan niet
modellen, berekeningen of theoretische methoden centraal. Deze hulpmiddelen ondersteunen ons
waar nodig, maar zijn niet leidend. Risicomanagement maakt onderdeel uit van ons dagelijks werk en
van de keuzes die we maken.
We vinden het belangrijk dat medewerkers risico’s herkennen, bespreken en afwegen. Een open
gesprek over risico’s helpt om betere beslissingen te nemen. Daarom stimuleren we een hoog
risicobewustzijn en zorgen we voor duidelijke en transparante informatie.
Integraal risicomanagement
Binnen de gemeente Epe voeren we risicomanagement integraal uit. Dat betekent dat
risicomanagement geen afzonderlijke activiteit is, maar onderdeel vormt van alle processen, projecten
en werkzaamheden.
Bij het beoordelen van risico’s kijken we naar verschillende aspecten in samenhang:
Financieel
Juridisch
65
Maatschappelijk en reputatie
Fraude en integriteit
Informatie en informatiebeveiliging
Organisatorisch
Welke risico’s willen we zoveel mogelijk voorkomen?
Ons risicomanagement is erop gericht risico’s zoveel mogelijk te voorkomen, vooral wanneer deze:
1. leiden tot het niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken;
2. het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden ernstig kunnen schaden;
3. zorgen voor langdurige uitval van kritische processen of dienstverlening aan inwoners;
4. een hoge score krijgen in de risicobeoordeling (meer dan 36 punten, waarbij zowel de kans
als de impact groot tot zeer groot zijn);
5. een financiële impact hebben van meer dan 1% van het begrotingstotaal (met uitzondering
van grondexploitaties).
Voor de continuïteit van onze dienstverlening bepalen we per proces welk restrisico acceptabel is. Dit
gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Processen waarbij de uitval maximaal vier uur mag duren
en waarbij maximaal acht uur aan gegevensverlies acceptabel is, worden aangemerkt als hoog-
risicoproces. Voor deze processen gelden aanvullende maatregelen om de bedrijfsvoering en
dienstverlening te waarborgen.
Risicoproces
Om risico’s tijdig te herkennen, te beoordelen en te beheersen, doorlopen we het risicoproces volgens
een vaste en gestructureerde aanpak. Deze bestaat uit de onderstaande stappen.
Beoordeling en prioritering van risico’s
Om risico’s goed te kunnen beoordelen en prioriteren, kennen we aan elk risico een score toe. Deze
score is gebaseerd op de mogelijke gevolgen voor:
het behalen van onze doelen;
het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden;
informatiebeveiliging;
de financiële positie van de gemeente.
Bij de beoordeling gaan we uit van het restrisico. Dit is het risico dat overblijft nadat
beheersmaatregelen zijn genomen.
Daarnaast maken we onderscheid tussen structurele en incidentele gevolgen. Nadat ook de kans is
bepaald dat een risico zich voordoet, kunnen we vaststellen welke risico’s de meeste aandacht vragen
en dus de hoogste prioriteit hebben.
In deze paragraaf is een eerste stap gezet in het beoordelen van risico’s volgens de geactualiseerde
beleidsnota. De verdere invoering van het vernieuwde risicomanagement vindt plaats in 2027. Daarbij
volgen we de acties uit het implementatieplan dat in het najaar van 2026 is opgesteld.
66
2.3 Weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit
Binnen het risicomanagement maken we onderscheid tussen de benodigde weerstandscapaciteit
en de beschikbare weerstandscapaciteit.
De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om de financiële gevolgen
van restrisico’s op te vangen.
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente hiervoor
daadwerkelijk beschikbaar heeft.
Daarnaast onderscheiden we incidentele en structurele weerstandscapaciteit.
Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die gebruikt kunnen worden om eenmalige
tegenvallers of risico’s op te vangen. Het gaat daarbij om vrij besteedbare middelen, zoals:
de algemene reserve;
specifieke risicoreserves;
incidentele begrotingsruimte;
het budget voor onvoorziene uitgaven.
Hoewel het budget voor onvoorziene uitgaven jaarlijks structureel in de begroting wordt opgenomen,
rekenen we dit tot de incidentele weerstandscapaciteit. Dit budget moet namelijk elk jaar beschikbaar
blijven voor onverwachte, eenmalige tegenvallers.
Bestemmingsreserves rekenen we niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Als deze reserves
moeten worden ingezet om risico’s op te vangen, kan het oorspronkelijke doel waarvoor de reserve is
gevormd niet meer worden gerealiseerd.
In de Nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2026 zijn de volgende risicoreserves
opgenomen:
1. Algemene reserve;
2. Reserve bouwgrondexploitatie;
3. Reserve BUIG (inkomensvoorzieningen);
4. Reserve voormalig personeel.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om financiële gevolgen van structurele risico’s
duurzaam op te vangen binnen de begroting. Hiervoor rekenen we de structurele begrotingsruimte
mee.
De zogenoemde onbenutte belastingruimte rekenen we niet tot de beschikbare
weerstandscapaciteit. Het benutten van deze ruimte vraagt namelijk om afzonderlijke bestuurlijke
keuzes en is daarom niet direct beschikbaar voor het opvangen van risico’s.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Op basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de
middelen die in het onderstaande overzicht zijn opgenomen.
Bedragen * € 1.000
Weerstandscapaciteit 2027 karakter
Algemene reserve (1) 13.500 incidenteel
Reserve bouwgrondexploitatie 1.854 incidenteel
Reserve BUIG 1.816 incidenteel
Reserve voormalig personeel 402 incidenteel
Begrotingsruimte 2027 0 incidenteel
Onvoorzien 2027 140 incidenteel
Totaal 17.712
(1) na verwerking dekkingsplan 2027
2.4 Risico’s
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de geïnventariseerde restrisico's. Een risico is
een onverwachtse gebeurtenis waarbij het gevolg een negatief effect (schade) heeft op het realiseren
van de doelstellingen van de organisatie, bedrijfsvoering, (continuïteit van de) dienstverlening of
veiligheid van informatie.
In het oude beleid lag de meeste aandacht op de risico's met een financieel gevolg. Onder het
geactualiseerde beleid wordt dit verbreed. Dit proces krijgt in 2027 nader vorm, een eerste stap is
doorgevoerd in deze begroting. Onderstaande grafiek laat de geïnventariseerde risico's zien. Een
toelichting op deze risico's is te vinden in de programma's.
67
Hieruit blijkt dat de onderstaande risico's qua beheersing de meeste prioriteit vragen. De getroffen
beheersmaatregel staan per risico kort benoemd:
Toenemend gebruik van de Jeugdzorg: Beheersing vindt plaats ten eerste door het verkrijgen van
inzicht via periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Via inzet op preventie en het
versterken van de eigen kracht, wordt invloed uitgeoefend op de instroom in de jeugdzorg. Om
beheersing verder te versterken, vindt in 2026/2027 een onderzoek naar de jeugdzorg plaats.
Toenemend gebruik van de Wet maatschappelijke ondersteuning: Beheersing vindt plaats via
periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Daarnaast inzet op versterken
zelfredzaamheid en preventieve maatregelen zoals valpreventie. Op Rijksniveau worden maatregelen
uitgewerkt in de vorm van de afschaffing van het abonnementstarief en het vervallen van de
huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening.
Vertraging bij grote investeringen/bouwprojecten. Beheersing vindt plaats via zorgvuldige
voorbereiding en fasering van projecten. Periodiek worden risicoanalyses en kostenramingen
geactualiseerd. Goede inrichting van kredietbewaking en periodieke tussentijdse rapportages.
Marktontwikkelingen, wetgeving en planningsrisico's worden actief gemonitord. Als financieel vangnet
wordt een budget voor onvoorziene kosten opgenomen binnen projectbegrotingen.
Hack / inbreuk op informatieveiligheid: Treffen van organisatorische en technische
beveiligingsmaatregelen conform de CBW/NIS2, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO.
Periodiek uitvoeren van risicoanalyses, investeren in bewustwording onder medewerkers, monitoren
leveranciersrisico's en versterken van de cyberweerbaarheid om de continuïteit van de dienstverlening
te waarborgen.
Klimaatverandering c.a.: Uitvoering van het klimaatadaptatiebeleid en het gemeentelijk water- en
rioleringsprogramma. Klimaatbestendig inrichten van openbare ruimte en
investeringsprojecten. Monitoring van kwetsbare locaties voor droogte, wateroverlast en
hittestress. Structurele actualisatie van beheerplannen en investeringsprogramma's. Benutten van
provinciale, landelijke en Europese subsidiemogelijkheden.
Programma / risico's Risicokenmerken
Kansklasse: 4 (Zeer groot)
Programma 1 - Toenemend gebruik van de Jeugdzorg (+ 10%
Structureel, extern risico
volume/prijs/zwaarte)
Financiële impact: € 1,68 miljoen
Kansklasse 4 (Zeer groot)
Programma 3: toenemend gebruik van de Wet Maatschappelijke ondersteuning: Structureel, extern risico
Financiële impact: € 1,54 miljoen
Kansklasse: 2 (Midden)
Programma 5: negatieve uitkomsten grondexploitaties Incidenteel, strategisch/extern risico
Financieel risico: € 1,33 miljoen
68
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 5: Vertraging/onvoorziene kosten investeringen en bouwprojecten
Structureel, strategisch/extern risico
(3% investeringsvolume komende 2 jaar).
Financiële impact: € 0,72 miljoen
Kansklasse: 1 (Klein)
Programma 5: Verstrekte garanties en borgstellingen Incidenteel, strategisch risico
Financiële impact: € 0,002 miljoen
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 6: klimaatverandering, extreme weersomstandigheden en
Structureel, extern risico
natuurbranden
Financiële impact: € 0,25 miljoen.
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 10: Tekort exploitatie Lucrato / meer participatietrajecten (+ 5% en
Structureel, strategisch/extern risico
prognose te kort Lucrato)
Financiële impact: € 0,21 miljoen.
Kansklasse: 2 (Midden)
Programma 10: Extra beroep op minimabeleid en schuldhulpverlening (+ 10%
Structureel, strategisch/extern risico
meer aanvragen)
Financiële impact: € 0,16 miljoen
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 10: extra beroep op inkomensvoorzieningen (+10% hogere
Structureel, extern risico
instroom)
Financiële impact: € 1,85 miljoen
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 11: negatieve uitkomst herverdeling algemene uitkering
Structureel, extern risico
gemeentefonds
Financiële impact: € 0,1 miljoen
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 11: juridische procedures en aansprakelijkheidsrisico's Structureel, extern risico
Financiële impact: € 0,1 miljoen
Kansklasse: 2 (Midden)
Programma 11: inbreuk op informatiebeveiliging / hack Structureel, extern risico
Financiële impact: € 0,4 miljoen
Kansklasse: 4 (Zeer groot)
Programma 11: Hogere personele kosten (5% van de loonsom) Structureel, strategisch/extern risico
Financiële impact: € 0,38 miljoen
Kansklasse: 3 (Groot)
Programma 11: Hogere bijdragen aan verbonden partijen (5% bijdragen aan
Structureel, strategisch/extern risico
verbonden partijen exclusief Lucrato)
Financiële impact: € 0,23 miljoen
Totaal financiële impact: 8,95 mln.
2.5 Conclusie weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bepalen we tot slot door de verhouding tussen de benodigde en de
beschikbare weerstandscapaciteit. Deze verhouding, ratio genoemd, geeft een indicatie van hoe solide
de begroting is. Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat onverwachte financiële tegenvallers
(door optreden van risico’s) kunnen worden opgevangen en geen effect hebben op de uitvoering van
vastgesteld beleid.
Voor de beoordeling van de omvang van het weerstandsvermogen maken we gebruik van onderstaande
waarderingstabel die is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement.
Als norm voor het weerstandsvermogen hanteren wij het waarderingscijfer C. Dit betekent dat de ratio
tussen de 1,0 en 1,4 moet liggen. Als de ratio lager wordt dan 1,0, dienen risico’s te worden
verminderd of meer weerstandscapaciteit beschikbaar worden gemaakt.
69
Weerstandsvermogen * € 1.000 2027
Beschikbare weerstandscapaciteit 17.712
Benodigde weerstandscapaciteit (restrisico's) 8.950
Ratio weerstandsvermogen 1,98
2.6 Kengetallen
De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op
te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel
worden deze kengetallen weergegeven.
Verslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Kengetal
2025 2026 2027 2028 2029 2030
1a. Netto schuldquote - 16,6% 3,61% 13,5 21,2 35,5 44,6
1b. Netto schuldquote
gecorrigeerd voor alle verstrekte - 23,4% -2,5% 7,9 15,4 29,6 38,8
leningen
2. Solvabiliteitsratio 73% 66% 68% 68% 60% 55%
3. Grondexploitatie 0,3% -0,1% 0,3% 0,3% 0,3% 0,3%
4. Structurele exploitatieruimte 7,5% 2,1% 0,48% -1,14% -2,10% -1,71%
5. Belastingcapaciteit 95% 101% 92% 96% 99% 101%
2.6.1 Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte
van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de
exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan
over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote
onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende
gelden.
Duiding
De netto schuldquote loopt gedurende de begrotingsperiode op. Dit betekent dat de schuldpositie
toeneemt ten opzichte van de omvang van de begroting. De stijging hangt samen met de
financieringsbehoefte die samenhangt met het stevige investeringsniveau in de komende jaren.
Investeringen in maatschappelijke accommodaties en onderwijs vormen hierin een belangrijk
onderdeel. Hierdoor neemt de financiële verplichting die op toekomstige begrotingen drukt in de vorm
van rentelasten toe.
2.6.2 Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële
verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en
bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal.
Duiding
De solvabiliteitsratio blijft aanvankelijk stabiel op een hoog niveau, maar neemt vanaf 2028 af van
68% naar 55% in 2030. Dit betekent dat het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen
afneemt. De gemeente wordt daarmee in de loop van de begrotingsperiode in grotere mate afhankelijk
van vreemd vermogen. De verklaring daarvoor staat onder de schuldquote.
2.6.3 Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde
van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de
risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De
accountant beoordeelt ieder jaar de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de
gevormde reserve.
Duiding
Het kengetal grondexploitatie blijft gedurende de begrotingsperiode nagenoeg stabiel rond 0,3%. Het
financiële belang van de grondexploitaties is daarmee beperkt in verhouding tot de totale baten van de
gemeente.
70
2.6.4 Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen
lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor
nodig is.
Duiding
De structurele exploitatieruimte verslechtert gedurende de begrotingsperiode. Na een nog positief
percentage in 2026 wordt het kengetal vanaf 2027 negatief en bereikt het in 2029 het laagste niveau.
In 2030 treedt enig herstel op, maar blijft de structurele exploitatieruimte negatief. Dit betekent dat de
structurele lasten vanaf 2027 hoger zijn dan de structurele baten en dat de meerjarenbegroting
structureel nog niet in evenwicht is. Hiervoor wordt het project "Financiële ruimte voor morgen"
opgestart.
2.6.5 Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte
van het landelijk gemiddelde.
Duiding
Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente stijgen. Deze kengetallen wijken af van de
presentatie van de woonlasten (grafiek) in de paragraaf lokale heffingen. Daar blijven de woonlasten
in Epe in ieder jaar onder het landelijk gemiddelde, omdat daar uitgegaan wordt van een verwachte
stijging van de landelijke woonlasten. Hier wordt, op basis van de regelgeving voor alle jaren, een
vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde van 2026. De woonlasten in de gemeente Epe
2027 blijven onder dat landelijk gemiddelde 2026, behalve in 2030.
71
3 | Onderhoud kapitaalgoederen
3.1 Inleiding
In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van
kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en
veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare
middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het
voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van
de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van
belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud
kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat
de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid.
3.2 Beleidskaders
Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande
beleidsplannen:
Wegenbeleidsplan
Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2026-2030)
Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan
Beleidsplan openbare verlichting
Beleidsplan civiele kunstwerken
Beleidsplan begraafplaatsen gemeente Epe 2026-2030
3.3 Stand van zaken
Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met
betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak
is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de
begroting.
Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting:
Bedragen x €1.000
Jaar
Beleids-en Looptijd Achterstand Kosten Begroting Structureel
vaststelling Wijze
beheerplan t/m onderhoud 2025 2026 m.i.v. 2027
raad
structureel budget met
Wegen 2014 2018 Ja* 3.114 2.285 3.449 egalisatiereserve en
aanvulling onderhoud
Gemeentelijke
2026 2030 Nee 1.026 986 1.262 structureel budget
watertaken
Civiele 36 37 36 storting voorziening
2023 2027 Nee
kunstwerken 14 19 19 structureel budget
Bomen en groen 2010 - Nee 1.243 1.270 1.510 structureel budget
Openbare
2017 2026 Nee 100 66 67 structureel budget
verlichting
431 389 460 storting voorziening
Gebouwen - - Nee
302 278 244 structureel budget
* Het groot onderhoud van Wegen in de gemeente heeft een achterstand opgelopen. Hiervoor is extra
budget gereserveerd om deze achterstand op korte termijn weg te werken. Om de volledige
achterstand in te lopen, is in deze begroting aanvullend het resterende bedrag opgenomen: € 1,3 mln.
verdeeld over 2027 (€ 1,05 mln. en 2028 € 0,25 mln.
De kosten 2025 betreffen de werkelijk gemaakte kosten. De financiële vertaling in de begroting vindt
plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag
wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel
aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten over de jaren verspreid worden.
Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken,
dienstgebouwen, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze gebouwen zijn er
actuele meerjarenonderhoudsplannen.
72
De geraamde financiële middelen in de begroting ten behoeve van het onderhoud aan de
kapitaalgoederen zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Hierbij dient echter een
voorbehoud te worden gemaakt dat dit afhankelijk is van de toekomstige inflatie en prijsindexatie.
3.3.1 Wegen
In gemeente Epe ligt ongeveer 890 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ca 300 ha.
Bijna de helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 30% uit elementen en 20% is onverhard of
bestaat uit beton. Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de
inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar
waarin de inspectie plaatshad.
In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het
buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen door het aanbrengen van
bermverharding. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een
structureel budget. Daarnaast is er een egalisatiereserve onderhoud wegen die de fluctuerende
uitgaven voor het onderhoud over de jaren heen egaliseert door middel van een storting in of
onttrekking aan deze egalisatiereserve.
In het voorjaar van 2026 zijn de wegen geïnspecteerd. Deze resultaten zijn verwerkt in een rapportage
waarbij de inspecties zijn getoetst aan het door de raad besloten onderhoudsniveau “laag”. Hierbij is
vastgesteld dat het onderhoudsniveau laag, op diverse plekken niet wordt gehaald. Dit is onwenselijk
en ontoelaatbaar. Er kunnen meerdere oorzaken aan deze verslechtering ten grondslag liggen zoals:
toenemend (landbouw)verkeer, klimaatverandering (vernatting, verdroging, en hogere
wegdektemperaturen) en hogere verkeersintensiteiten. Ook is er in de wegenbouwbranche sprake
van grote kostenstijgingen de afgelopen jaren. Het kwaliteitsniveau “laag” houdt overigens in dat er
aanzienlijke schade zichtbaar mag zijn, zoals spoorvorming, dwarsonvlakheid en rafeling. Veel
reparaties zijn zichtbaar, en er is sprake van enig risico. Voor het inlopen van de achterstand wordt in
de begroting 2026 -2029 middelen opgenomen om de achterstanden weg te werken.
Inmiddels zijn we ook bezig met het opstellen van een integrale visie op de openbare ruimte (IBOR).
Hierbij worden de kwaliteitsniveaus van de verschillende assets in de gemeente op elkaar afgestemd.
Begin 2027 zal dit worden besproken met uw raad.
3.3.2 Riolering
Het rioolnetwerk in de gemeente is ca. 475 kilometer lang. Daarvan is 240 kilometer drukriolering en
235 kilometer vrijverval en infiltratie riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.046 mini gemalen
en 22 rioolgemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het Gemeentelijk
Watertaken Plan (GWP 2026t/m2030) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in
standhouden van de riolering genoemd. Tevens is er extra aandacht voor wateroverlastlocaties en het
vasthouden en bergen van hemelwater. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de
riolering zijn in het GWP opgenomen en vertaald in de begroting.
Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. Op dit
moment is de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld.
3.3.3 Civiele kunstwerken
De gemeente Epe heeft in totaal 68 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de
vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van
kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van
deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken. De geraamde financiële middelen
in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Voor de periode 2023 t/m
2027 is een beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld.
3.3.4 Bomen en groen
Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe
op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de
kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen
op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig
gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd.
73
Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen
en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit
wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en
Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht
geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, letterzetter, iepziekte en
essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop,
reuzenberenklauw e.d.
De gemeente Epe heeft op 9 december 2021 de omgevingsvisie ‘’Natuurlijk goed leven’’ vastgesteld.
De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in de vorm van gebiedsvisies. In de gebiedsvisies
maken we een integrale uitwerking van de verschillende ruimtelijke opgaven. Onze waardevolle
leefomgeving staat daarbij centraal. Het groenstructuurplan en het bomenbeleid zullen in 2026 worden
vertaald in een integrale groenvisie en de verordening fysieke leefomgeving.
Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan een aannemer en vastgelegd in een
overeenkomst met een looptijd tot 2027. Verlenging van het contract met een termijn van 2 jaar wordt
onderzocht evenals andere opties voor de nieuwe onderhoudsperiode. Gemeente Epe heeft hierin de
rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De
geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te
houden.
3.3.5 Openbare verlichting
Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen
van een bestuurlijke beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in
de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een
onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis
van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld.
Er zijn 6.531 masten, 6.616 armaturen en 6.616 lampen in beheer. Hiervan zijn 6.174 masten, 6.259
armaturen en 6.259 lampen in beheer bij de gemeente als eigenaar. In de gemeente staan 8
provinciale masten, 343 Triada masten en 6 masten zijn van Dorpsbelang Oene. Het doel is om in
2027 de laatste vervangingen door LED uit te voeren, waarna de gehele gemeente is voorzien van
LED (m.u.v. het centrum van Epe, welke meelift met de herinrichting). Voor het onderhoud is er een
voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort.
3.3.6 Gebouwen
Er zijn 47 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen.
Voor alle gebouwen en woningen is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Het MJOP is
gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP's van
de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een
begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de
uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst,
bouwjaar, huidige status e.d.
Op basis van de MJOP's zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd
voor het gemeentehuis, de binnen-en buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes,
kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, gemeentewerf Kweekweg, de
Milieustraat Vaassen, gebouwen begraafplaatsen en het Streekarchief. Het dagelijks onderhoud wordt
bekostigd uit structurele budgetten die in de begroting zijn opgenomen. De geraamde financiële
middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.
3.3.7 Begraafplaatsen
Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het Beleidsplan Begraven, Begraafplaatsen en Gedenken
vastgesteld. Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen is
een Beheervisie begraafplaatsen vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en
karakteristieken per begraafplaats en bepaalt hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig
versterkt kunnen worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om de
benodigde werkzaamheden die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren.
74
4 | Financiering
4.1 Inleiding
In de gemeente Epe gaat veel geld om. Daar zijn risico's aan verbonden. Het is belangrijk dat goed te
besturen en te beheersen. In deze paragraaf laten we zien hoe we dat doen: ons beleid op het vlak
van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico's.
4.2 Beleidskaders
De kaders omtrent treasury zijn opgenomen in de financiële verordening 2027 en is door de raad in
2026 vastgesteld.
4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn twee instrumenten opgenomen om de
financieringsrisico's (renterisico's) te beperken: De kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De provincie
toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.
Zie bijlage 6 voor de verplichte overzichten met de berekening van de kasgeldlimiet en van de
renterisiconorm.
4.3.1 Kasgeldlimiet
Grote veranderingen in rentes willen we vermijden. Leningen die we snel moeten terugbetalen heten
ook wel 'kort geld'. Als daarvan de rente stijgt, is het gevolg dat we al snel meer aan rente moeten
betalen. De wet FIDO stelt daarom een grens: De kasgeldlimiet. Meer dan dat bedrag mogen we niet
financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van alle lasten die in de begroting staan
(het begrotingstotaal). Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2027 € 12,5 miljoen (zie bijlage 6).
De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting geen schulden met een
looptijd korter dan een jaar (kort geld).
4.3.2 Renterisiconorm
De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het
zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer rente betalen. Als op hetzelfde
moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer rente gaan betalen.
Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm. Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in
één jaar mogen aflopen: Maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen we opnieuw financieren of
daarvan mag de rente worden gewijzigd. Voor Epe is dit ruim € 29 miljoen (zie bijlage 6).
De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van deze begroting geen langlopende
leningen. De verwachting is dat vanaf 2028 langlopende leningen aangetrokken zullen worden.
4.4 Financiering
4.4.1 Financieringspositie
De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld
uitgeven dan dat erbinnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet een financieringstekort.
Bij het opstellen van de begroting 2027 houden we een positief saldo bij de 's Rijksschatkist aan. Er is
dan ook geen noodzaak om geld te lenen. Vanaf 2028 ontstaat er wel een behoefte om geld te lenen,
omdat de gemeente grote investeringen gepland heeft, met name op het gebied van
onderwijshuisvesting, accommodaties en mobiliteit. Als dan blijkt dat er niet genoeg geld beschikbaar
is om de (reguliere) uitgaven en investeringen te kunnen doen, zal externe financiering moeten
worden aangetrokken.
Met onderstaand overzicht willen wij een indicatie geven van de financieringsbehoefte van de
gemeente in de komende jaren. Dit is berekend met de cijfers uit de geprognostiseerde balans. De
werkelijke behoefte om externe financiering aan te trekken is echter afhankelijk van het daadwerkelijk
verloop van de geplande investeringen en de liquiditeit gedurende het jaar, waarmee in onderstaand
overzicht geen rekening is gehouden. Uit onderstaande berekening blijkt een financieringstekort van
€ 3,4 miljoen in 2027.
75
Financiering 2026 2027 2028 2029 2030
Boekwaarde vaste activa (a) 109.400 113.600 120.500 137.400 148.300
Vermogen (reserves, voorzieningen) (b) 106.000 96.500 94.700 94.000 92.900
Financieringsbehoefte
3.400 17.100 25.800 43.400 55.400
(c = a-b)
Vaste schulden (d) 0 0 6.300 21.900 33.900
Financieringspositie (c-d) 3.400 17.100 19.500 21.500 21.500
Als we moeten lenen, zullen we dat doen met kort geld of met een langlopende lening. Dit is onder
meer afhankelijk van de actuele rentepercentages en de verwachte duur van de
financieringsbehoefte.
Voor kort geld gelden andere rentepercentages dan voor leningen met een lange looptijd. In onze
begroting gebruiken wij de rente uit de ‘Voorjaarsraming’ van De Nederlandsche Bank van juni 2026,
zie onderstaand overzicht. Er wordt verwacht dat de korte rente lager zal zijn dan de lange rente.
Rente 2027 2028 2029 2030
Rente kort 2,8% 2,7% 2,7% 2,7%
Rente lang 3,4% 3,5% 3,5% 3,5%
4.4.2 Leningenportefeuille
Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting 2027 geen langlopende leningen. Op
basis van deze begroting zal dit de komende jaren gaan veranderen, omdat het hoge
investeringsniveau ertoe zal leiden dat we extern moeten gaan lenen.
De provincie Gelderland houdt toezicht op de financiën van gemeenten. Op hun website publiceren zij
veel gegevens over de Gelderse gemeenten, waaronder hoeveel schuld elke gemeente heeft.
4.4.3 Uitzettingen
De gemeente mag niet te veel geld op de bankrekening hebben staan. Als het bedrag boven een
bepaalde drempel uitkomt, zijn we verplicht de overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie
van Financiën (in de schatkist van het Rijk). Hierover ontvangen wij rente.
Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat
buiten 's Rijksschatkist mag worden aangehouden. Volgens de rekenregels mag de gemeente Epe
een positief rekening-courantsaldo bij de banken aanhouden van € 2,9 miljoen (gebaseerd op
begroting 2027).
4.4.4 Renteschema
Conform het advies van de Commissie BBV wordt een renteschema opgenomen in de begroting en
de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en
rentebaten van de gemeente en het verwachte renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan
investeringen, grondexploitaties en projecten. In bijlage 6 is de berekening van het renteschema
opgenomen.
76
5 | Bedrijfsvoering
5.1 Inleiding
De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de
bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een
randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en de gewenste
ontwikkeling om inwonersgericht te werken. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en
organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken),
interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC).
5.2 Beleidskaders
De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de
visiedocumenten:
Toekomstvisie Epe 2030
Visie op positie gemeente in Eper samenleving 'Samen verder' 2024
Daarnaast zijn de inrichting van de organisatie en kaders voor de bedrijfsvoering vastgesteld in de
volgende documenten:
Sturingsconcept 'Samen werken' 2024
Mandaat- en volmachtregeling gemeente Epe 2026
Informatiebeleid 2023-2027
Nota risicomanagement (2027)
Visie HRM (2019)
Strategisch informatieveiligheids- en privacybeleid (2024)
De uitgangspunten voor de P&C-cyclus en de financiële inrichting stelde de raad vast in de Financiële
verordening gemeente Epe 2027 en diverse onderliggende nota's.
5.3 Beleidsvoornemens
Er zijn voor onze inwoners. Dat is de opgave waar we iedere dag voor staan. De samenleving
verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rolinvulling gevraagd. Daar waar de
gemeente in het verleden vaak de "bepaler" was, wordt het nu steeds belangrijker om de medespeler
te zijn. De saamhorigheid in de Eper samenleving is groot en dat geldt ook voor de mogelijkheid van
onze inwoners om zelf problemen op te lossen. Door hier als gemeente goed op aan te sluiten,
bouwen we verder aan dit fundament en zorgen we voor versterking. We willen als gemeente samen
met onze inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen vormgeven aan goed natuurlijk leven in
Epe, Vaassen, Emst en Oene. Hoe we dat doen, legden we vast in de visie 'Samen verder'.
Om de ambitie werkbaar te maken, vertaalden wij deze door naar de inrichting en werkwijze van de
organisatie. Dit is in 2024 vastgelegd in een nieuw sturingsconcept: 'Samen werken'. Leidend hierin is
dat we werken vanuit drie kernwaarden: samen, transparant en denken in mogelijkheden. Binnen de
diverse onderdelen van de bedrijfsvoering zijn deze principes zichtbaar.
5.3.1 Organisatie
De inrichting van de organisatie is ondersteunend aan onze maatschappelijke opgaven. Hoe we dat
doen is in de eerdergenoemde visie Samen Verder vastgelegd. De leidende principes daarin zijn:
77
Vanuit het motto ‘Onze inwoners staan centraal’ werken we aan drie samenhangende hoofdopgaven:
1. Dienstverlening:
We bieden makkelijke, persoonlijke, toegankelijke en betrouwbare dienstverlening en zorgen dat
medewerkers daarvoor intern goed worden ondersteund.
2. Integraal inwonersgericht werken:
We zijn zichtbaar en dichtbij, betrekken inwoners actief en geven ruimte om mede richting te geven
aan de leefomgeving. We ondersteunen initiatieven vanuit de samenleving en werken daarvoor over
teamgrenzen heen met elkaar samen.
3. Organisatieontwikkeling:
We bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers vanuit vertrouwen en
duidelijke rollen samenwerken en zich blijven ontwikkelen om de maatschappelijke opgaven te
realiseren.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
Dienstverlening:
We werken aan dienstverlening die makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar is.
Slimme digitale technologie ondersteunt onze dienstverlening, waarbij persoonlijk contact
altijd mogelijk blijft en we veel aandacht hebben voor veiligheid en privacy.
Op basis van het in 2026 organisatiebreed ingezette verbetertraject richten we ons op:
het verbeteren van de bereikbaarheid van de organisatie
een klantgerichte afhandeling van vragen en informatieverzoeken
meer selfservice en een betere vindbaarheid van informatie op de website
het realiseren van een persoonlijke internetpagina, waarop inwoners de status van hun
aanvragen kunnen volgen en met de gemeente kunnen communiceren
Bij deze verbeteringen betrekken we de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek naar de
digitale dienstverlening.
We verkennen en benutten nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie om onze
dienstverlening verder te verbeteren. Zo nemen we deel aan de VNG-pilot voor AI-chat. Voor
onze technische infrastructuur sluiten we aan bij landelijke standaarden en de uitgangspunten
van Common Ground en de Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS).
78
De visie ‘Samen verder’ vertalen we onder andere op basis van trainingen en workshops naar
praktische handvatten. Zodat medewerkers weten welk gedrag en welke houding in de
praktijk worden verwacht.
We maken het meldpunt Openbare Ruimte toegankelijker en eenvoudiger in gebruik.
Met de hoogste A-status als ambitie blijven we werken aan dienstverlening die voor iedereen
toegankelijk is en voldoet aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
Samen met externe partners, zoals de Omgevingsdienst voor vergunningverlening, Circulus
voor afvalinzameling en Vebego voor meldingen in de openbare ruimte, bekijken we hoe we
de dienstverlening en afspraken daarover binnen de samenwerkingsovereenkomsten kunnen
laten aansluiten bij onze dienstverleningswaarden: makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en
betrouwbaar.
We versterken ons inzicht in hoe inwoners onze dienstverlening ervaren. Hiervoor richten we
een verbetercyclus in om continu inwonerstevredenheid te onderzoeken en feedback en
signalen op te halen. De verkregen inzichten gebruiken we om onze dienstverlening
doorlopend en gericht te verbeteren.
Inwonersgericht werken:
We werken binnen alle participatietrajecten vanuit de nieuwe ‘Participatieaanpak Samen
verder’. De nieuwe participatieverordening geldt daarbij als wettelijk kader.
de nieuwe participatieaanpak wordt hiervoor vastgesteld door het college
de participatieverordening moet worden vastgesteld door de gemeenteraad
medewerkers worden getraind in het toepassen van de aanpak
we evalueren participatietrajecten na afloop zodat we leren van ervaringen en we onze
aanpak kunnen blijven doorontwikkelen
Als zij dat wensen ondersteunen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke
organisaties bij het realiseren van hun eigen maatschappelijke initiatieven of die voortkomen
vanuit het uitdaagrecht.
Om onze gebiedsgerichte aanpak te versterken verkennen we hoe we dichter bij de dorpen
en kernen kunnen werken en beter kunnen aansluiten bij wat daar speelt. Daarbij
onderzoeken we onder andere de mogelijke inzet van dorpswethouders.
Organisatieontwikkeling:
We hanteren concrete jaarplannen met werkbare prestatieplanningen.
We stellen een rolverdeling vast in de 1e en 2e lijns werkzaamheden en implementeren deze
rolverdeling.
We verbeteren de afstemming van processen tussen beleid en uitvoering zodat de
samenwerking wordt versterkt.
We stellen een uniform beleidsproces vast en implementeren dit.
We stellen een beleidsplan Leren en Ontwikkelen vast en implementeren dit.
We implementeren een programmatische aanpak van weerbaarheid via de drie lijnen
robuuste crisisorganisatie, bedrijfscontinuïteit en externe weerbaarheid.
We voeren het vastgestelde beleidsplan Inclusie en Diversiteit uit.
5.3.2 Communicatie
Vanuit de visie Samen Verder bouwen we verder aan vertrouwen en samenwerking met de
samenleving. Daarin geven wij onszelf de ruimte om in de praktijkervaring op te doen en daar met
inwoners van te leren.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
Op gebied van communicatie zetten we in op het actief openbaar maken van collegevoorstellen en
duidelijke, toegankelijke openbare besluitenlijsten. We geven meer aandacht aan achtergrond en
verdieping zodat voor inwoners de context van besluiten meer helder wordt. We blijven medewerkers
stimuleren o duidelijk en helder te schrijven door het vergroten van inzicht in het belang van duidelijke
taal, trainingen en ondersteuning vanuit formats en sjablonen. Als lerende organisatie vragen we
daarbij actief feedback aan onze inwoners op onze schriftelijke communicatie.
We geven uitvoering aan de nieuwe participatieverordening en -aanpak. Deze geven duidelijke
richtlijnen voor inwonerparticipatie en focussen op het tijdig in gesprek gaan, kaders en afspraken aan
de voorkant goed vastleggen, goed terugkoppelen en evaluatie van de participatie. We trainen
79
medewerkers in de aanpak goed toe te passen en willen samen met inwoners leren in
participatietrajecten.
5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering
Een betrouwbare informatievoorziening is onmisbaar voor de continuïteit van onze organisatie en voor
goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Veel van het werk dat hiervoor nodig is, gebeurt
buiten het zicht van de gebruiker. Informatisering verbindt werkprocessen, applicaties en gegevens en
zorgt voor betrouwbare, veilige en gebruiksvriendelijke digitale voorzieningen. Zij ondersteunt de
organisatie bij het gebruik en de verbetering daarvan, bewaakt de kwaliteit en toegankelijkheid van
informatie, voert regie op ICT-leveranciers en adviseert over digitale ontwikkelingen. Daarbij staan
privacy, informatieveiligheid, archivering en naleving van wet- en regelgeving centraal.
Naast het in stand houden en verbeteren van de dagelijkse informatievoorziening werkt de gemeente
aan de ambities uit het informatiebeleid. Deze ambities zijn uitgewerkt in vier thema’s:
1. Dienstverlening
2. Verbindende overheid
3. Datagedreven werken en innovatie
4. Informatiehuishouding op orde.
Ontwikkelingen die in 2026 zijn ingezet, werken in 2027 door in onze werkzaamheden. Het gaat onder
meer over de inzet van AI, de gevolgen van het datalek, de invoering van de Cyberbeveiligingswet en
de verdere ontwikkeling van het Noord-Veluws Archief (NoVA). Ook gaat datagedreven werken een
volgende fase in.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
In 2027 gaan we verder met de invoering van de Wet open overheid (Woo) en de Wet digitale
overheid (Wdo). We volgen de landelijke ontwikkelingen rond Common Ground en de Nederlandse
Digitaliseringsstrategie (NDS) en vertalen deze naar de informatievoorziening van Epe. Daarnaast
professionaliseren we onze informatievoorziening door de architectuur en het beheer van data en
systemen te versterken, de eerste- en tweedelijnsondersteuning verder te ontwikkelen en de regie op
IT-leveranciers aan te scherpen. Zo blijven digitale voorzieningen betrouwbaar, beheersbaar en
toekomstbestendig.
- Datagedreven werken en innovatie
In 2027 is het datawarehouse beschikbaar en zal het datateam worden versterkt met extra data-
expertise. Daarmee kunnen we meer en ingewikkeldere datavraagstukken vanuit de organisatie
ondersteunen. De kwaliteit van onze belangrijkste registraties zal worden verhoogd en actief
gemonitord zodat de data die we gebruiken actueel en integer is. Het gebruik van AI zal toenemen en
beleid hierop worden vastgesteld. Ook zullen medewerkers verder getraind worden op het gebied van
AI en data. Op deze manier werken we verder aan een toekomstbestendige organisatie die nieuwe
technologie op een verantwoorde en effectieve manier inzet ten dienste van inwoners, medewerkers
en bestuur.
- ICT-Infrastructuur
In 2026 zijn de laatste systemen in de cloud gezet en is onze digitale werkplek ingericht. 2027 zal
gaan over goed regie voeren maar ook het vervangen van onze laptops. Ook het beheren van de
toegang tot onze omgevingen met betrekking tot nieuwe technologie zal veel inzet vragen. Nieuwe
mogelijkheden zijn mooi, maar het moet wel veilig en verantwoord worden ingezet.
- Informatieveiligheid
In 2027 voeren we naast de jaarlijkse ENSIA-controles de verplichtingen uit de Cyberbeveiligingswet
(CBW) in. Medewerkers en bestuurders volgen trainingen uit het bewustwordingsprogramma en we
richten een systematiek in waarmee we aantoonbaar en structureel grip houden op onze
informatieveiligheid. Ook voeren we penetratietesten uit, oefenen we crisisscenario’s en nemen we
maatregelen die volgen uit de evaluatie van het datalek. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rond
digitale autonomie en digitale soevereiniteit. De mogelijke gevolgen voor de continuïteit, veiligheid en
afhankelijkheid van leveranciers vragen om een standpunt van de gemeente Epe.
- Informatiebeheer en archivering
NoVA (streekarchief) is volledig operationeel, digitalisering van bouwdossiers en het opschonen van
het archief zijn daar belangrijke projecten. De invoering van de nieuwe archiefwet
80
5.3.4 Juridische Zaken
Juridische Zaken draagt bij aan een betrouwbare, zorgvuldige en transparante overheid. Het team
ondersteunt het gemeentebestuur, management en de organisatie bij het rechtmatig uitvoeren van
gemeentelijke taken en het zorgvuldig omgaan met de belangen en rechten van inwoners,
ondernemers en maatschappelijke organisaties.
De werkzaamheden van Juridische Zaken bestaan uit juridische advisering, juridische kwaliteitszorg,
privacybescherming, behandeling van Woo-verzoeken, coördinatie van klachten en de ondersteuning
van de onafhankelijke commissie bezwaarschriften. Door deze taken centraal te organiseren wordt
kennis geborgd, worden juridische risico's beperkt en wordt geleerd van bezwaar-, klacht- en
beroepsprocedures. Dit draagt bij aan de voortdurende verbetering van de dienstverlening en
besluitvorming.
Privacy en gegevensbescherming
De gemeente verwerkt dagelijks persoonsgegevens. Juridische Zaken draagt zorg voor een
zorgvuldige uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere
privacywetgeving, waaronder de Wet politiegegevens (Wpg) waar deze van toepassing is.
Binnen Juridische Zaken zijn zowel de Privacy Officer als de Functionaris Gegevensbescherming (FG)
gepositioneerd. De Privacy Officer ondersteunt de organisatie bij het toepassen van privacywetgeving
in de dagelijkse praktijk, onder andere door het uitvoeren van risicoanalyses (DPIA's), het beheren
van het register van verwerkingen, het adviseren over nieuwe projecten en digitale toepassingen en
het begeleiden van datalekken. De onafhankelijk opererende Functionaris Gegevensbescherming
houdt toezicht op de naleving van privacywetgeving en adviseert gevraagd en ongevraagd over
verbeteringen.
Juridische kwaliteitszorg
Juridische kwaliteitszorg richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van gemeentelijke besluitvorming
en dienstverlening. Juridische adviseurs ondersteunen de organisatie met advies bij complexe
juridische vraagstukken, beleidsontwikkeling, contracten, mandaten en bestuursrechtelijke
procedures.
Signalen uit bezwaarzaken, klachten, Woo-verzoeken en rechterlijke uitspraken kunnen worden
gebruikt om werkprocessen te verbeteren en herhaling van fouten te voorkomen. Door kennisdeling,
advisering en het analyseren van trends draagt Juridische Zaken bij aan een lerende organisatie
waarin rechtmatigheid, zorgvuldigheid en dienstverlening hand in hand gaan.
Commissie bezwaarschriften
Inwoners en organisaties die het niet eens zijn met een besluit van de gemeente kunnen tegen een
besluit bezwaar maken. De onafhankelijke commissie bezwaarschriften adviseert het
gemeentebestuur over de afhandeling van bezwaren. Juridische Zaken verzorgt het secretariaat van
de commissie en bewaakt een zorgvuldige en tijdige afhandeling van bezwaarschriften. Daarbij wordt
- in samenspraak met de teams waar de besluiten zijn genomen - nadrukkelijk ingezet op informele
aanpak en vroegtijdig contact met bezwaarmakers wanneer dat passend is. Dit kan leiden tot snellere
oplossingen, meer begrip over en weer en minder formele procedures. Uit het jaarverslag van de
commissie worden leerpunten en verbetermaatregelen afgeleid die worden benut voor de verdere
versterking van de juridische kwaliteit van de organisatie.
Klachtenbehandeling
De klachtencoördinator ondersteunt de organisatie bij de behandeling van klachten van inwoners en
organisaties over de wijze waarop de gemeente heeft gehandeld. Een zorgvuldige
klachtenafhandeling draagt bij aan het herstel van vertrouwen en biedt tegelijkertijd waardevolle
inzichten voor verbetering van processen en dienstverlening. Klachten worden daarom niet alleen
individueel afgehandeld, maar ook geanalyseerd om patronen, risico's en ontwikkelpunten binnen de
organisatie zichtbaar te maken.
Wet open overheid (Woo)
Openheid en transparantie vormen belangrijke uitgangspunten van de overheid. De Woo-coördinator
ondersteunt de organisatie bij de uitvoering van de Wet open overheid. De Woo-coördinator bewaakt
de wettelijke termijnen, ondersteunt vakafdelingen bij de afhandeling van verzoeken en bevordert een
uniforme werkwijze binnen de organisatie.
Wat willen we bereiken?
81
Rechtmatige, transparante en kwalitatief hoogwaardige besluitvorming.
Zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en verdere versterking van privacybewustzijn
binnen de organisatie.
Tijdige en zorgvuldige afhandeling van bezwaar-, klacht- en Woo-procedures.
Leren van juridische procedures en signalen uit de praktijk om dienstverlening en processen
continu te verbeteren.
Een open overheid die voldoet aan de eisen van de Wet open overheid en de Algemene
Verordening Gegevensbescherming.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
Voor 2027 zien wij meerdere ontwikkelingen waarop de aandacht komt te liggen, namelijk:
de toenemende impact van AI en algoritmen op privacy en gegevensbescherming,
verdere verbetering van de kwaliteit van dienstverlening vanuit juridische kwaliteitszorg, onder
meer door
het benutten van data uit bezwaren, klachten en Woo-verzoeken voor organisatiebrede
kwaliteitsverbetering.
5.3.5 Financiën
Kern voor een solide financiële functie is een stabiele en betrouwbare financiële administratie.
Om het risico op dubbele of onjuiste betalingen zoveel mogelijk te beperken, zijn binnen de gemeente
het betaalproces en de bijbehorende interne controles zorgvuldig ingericht. De werking van deze
controles wordt periodiek gemonitord en waar nodig verbeterd. Daarnaast streven we ernaar facturen
van leveranciers binnen de afgesproken betalingstermijnen te voldoen. Hiermee borgen we een
rechtmatig, betrouwbaar en efficiënt financieel proces.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
In 2027 zetten we iRapportage verder in voor het ontwikkelen van op maat gemaakte overzichten en
analyses voor de verschillende bestuurlijke en ambtelijke gremia. Hiermee verbeteren we de
beschikbaarheid en toegankelijkheid van relevante stuurinformatie.
5.3.6 Planning en Control
Planning & Control vormt de basis voor een doelmatige en rechtmatige besturing van de gemeente.
Het omvat de cyclus van plannen, uitvoeren, monitoren en verantwoorden van beleid, activiteiten en
financiële middelen. Door middel van instrumenten zoals de begroting, tussentijdse rapportages en de
jaarrekening krijgt de gemeenteraad inzicht in de voortgang van de gestelde doelen en de inzet van
middelen.
Een goede Planning & Control-cyclus is belangrijk omdat deze bijdraagt aan transparantie, tijdige
bijsturing en een betrouwbare financiële huishouding. Hiermee kunnen we onze maatschappelijke
opgaven effectief uitvoeren en verantwoording afleggen aan de gemeenteraad en inwoners.
Binnen de planning en control cyclus hebben we continu aandacht voor het toepassen van de
uitgangspunten van het financiële beleid zoals risicobeheersing in relatie tot het weerstandsvermogen,
hoe om te gaan met inzet van externe financiering, de financieringsplanning en een sluitende
begroting/meerjarenbegroting. Daarbij speelt de interne beheersing van de processen en de
rechtmatigheid in de uitvoering (inclusief interne controle daarop) een belangrijke rol.
Wat gaan we concreet in 2027 doen?
Na het verkiezingsjaar 2026 kunnen we voor het jaar 2027 de "reguliere" P&C-cyclus volgen. Dat
betekent dat wij u de jaarstukken 2026, minimaal één voortgangsrapportage 2027, de Kadernota
2028-2031 en de begroting 2028-2031 zullen aanbieden.
In overleg met de raad gaan we de doorontwikkeling van de P&C cyclus een vervolg geven. We
starten met de informatiewaarde van de begroting. Op welke wijze kan die verder verstrekt worden?
Resultaten daarvan implementeren wij in de begroting 2028-2031.
In juli 2026 stelde de raad diverse geactualiseerde nota's m.b.t. het financieel beleid vast. Met name
op het gebied van risicomanagement en treasury vraagt dat nadere implementatie. Die implementatie
vindt in 2027 plaats.
82
5.3.7 Rechtmatigheidsverantwoording
Sinds de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording legt het college zelfstandig verantwoording
af over de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. De rol van de accountant
is daarmee gewijzigd: de accountant geeft niet langer afzonderlijk een oordeel over de financiële
rechtmatigheid, maar betrekt de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording in het
getrouwheidsoordeel over de jaarrekening. Daarmee ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het
onderbouwen en aantoonbaar maken van de financiële rechtmatigheid nadrukkelijker bij het college
en de gemeentelijke organisatie.
Met ingang van verslagjaar 2025 is het wettelijke kader verder aangescherpt en verduidelijkt. De
gemeenteraad stelt een verantwoordingsgrens vast van maximaal 2% van de totale lasten, exclusief
toevoegingen aan de reserves. Rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden worden daarbij
gezamenlijk beoordeeld. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt, naast de
rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening, nadere informatie opgenomen over de financiële
rechtmatigheid en over maatregelen om geconstateerde rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in
de toekomst te voorkomen.
Wat gaan we concreet in 2027 doen?
Onrechtmatigheden zijn de laatste jaren geconstateerd op het onderdeel van het rechtmatig
aanbesteden. Voor boekjaar 2026 en verder zijn ook de Europese drempelbedragen verder
aangescherpt. Dit veroorzaakt dat de gemeente eerder moet aanbesteden dan in eerdere jaren.
Hierdoor loopt de gemeente een verhoogd risico op de juiste wijze van aanbesteden.
Voor de verdere ontwikkeling ligt de aandacht daarom niet uitsluitend op het vaststellen of afwijkingen
boven of onder de verantwoordingsgrens blijven. Belangrijker is dat de
rechtmatigheidsverantwoording wordt benut als onderdeel van de bredere cyclus van
risicomanagement, interne beheersing en periodieke managementinformatie.
5.3.8 Misbruik en oneigenlijk gebruik
Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) hebben betrekking op het onterecht verkrijgen of gebruiken van
gemeentelijke middelen, regelingen of voorzieningen. Bij misbruik is sprake van het bewust
verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie om financieel voordeel te behalen. Bij oneigenlijk
gebruik wordt gehandeld binnen de letter van de regelgeving, maar niet in overeenstemming met de
bedoeling ervan.
Het is belangrijk om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen en tijdig te
signaleren. Dit draagt bij aan een rechtmatige besteding van publieke middelen, het behoud van
draagvlak voor gemeentelijke regelingen en het vertrouwen van inwoners in de overheid.
Het interne beleid rond misbruik & oneigenlijk gebruik is vastgelegd in de nota Misbruik & Oneigenlijk
gebruik gemeente Epe 2024. Deze nota wordt eind 2026 geactualiseerd.
Wat gaan we concreet in 2027 doen?
De grootste risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik doen zich voor bij processen waarbij de
gemeente in belangrijke mate afhankelijk is van gegevens die door inwoners, instellingen of bedrijven
worden aangeleverd. Dit betreft met name de verstrekking van Wmo- en jeugdhulpvoorzieningen,
subsidies, vergunningen, identiteitsdocumenten en inkoop- en aanbestedingstrajecten. Daarnaast
vragen privacy, gegevensbeveiliging en integriteitsrisico's blijvende aandacht.
Om deze risico's te beheersen zetten we in op een combinatie van preventieve en repressieve
maatregelen. Belangrijke maatregelen zijn heldere regelgeving, controle van aangeleverde gegevens,
functiescheiding, toepassing van het vier-ogenprincipe, periodieke interne controles en gerichte
monitoring van risicovolle processen. Waar nodig worden aanvullende controles uitgevoerd en wordt
gebruikgemaakt van instrumenten zoals de Wet Bibob. Bij geconstateerd misbruik worden passende
maatregelen getroffen, waaronder terugvordering, naheffing of het intrekken van verleende
beschikkingen.
Voor 2027 ligt de focus op het verder versterken van de interne beheersing binnen de meest
risicovolle processen, waaronder zorg, subsidies en aanbestedingen, zodat misbruik en oneigenlijk
gebruik tijdig worden voorkomen, gesignaleerd en aangepakt
83
5.3.9 Huisvesting
De werkzaamheden rondom de huisvesting lopen conform planning en verwachting. De raadzaal is
voorzien van een nieuwe klimaatinstallatie, ‘de ring’ op de eerste verdieping is verbouwd naar
multifunctionele commissiekamer en de onderzoeken naar een herinrichting van de raadzaal worden
uitgevoerd. De huisvesting blijft in ontwikkeling om de organisatie passend te faciliteren, zo zien we
groei in diverse teams wat vraagt om een herziening van het kantoorconcept. Daarnaast worden
mogelijkheden verkend om het gemeentehuis efficiënter of alternatief te gebruiken. Dit zijn
ontwikkelingen die verder onderzoek en uitwerking nodig hebben, de financiële impact hiervan zullen
wij t.z.t. voorleggen.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
Er is overeenstemming bereikt met Triada als ontwikkelaar van de 25 sociale huurwoningen in de
aanbouw. Dit resulteert in definitieve plannen voor de ontvlechting, deze plannen zijn inmiddels
uitgewerkt en vergund. De werkzaamheden voor de ontvlechting en de transformatie van de aanbouw
worden in 2027 opgestart.
De herinrichting van de raadzaal zal, na besluitvorming in de gemeenteraad, in 2027 worden
opgestart.
De herinrichting van het kantoor en de archiefdepots van NOVA zal, na besluitvorming bij gemeente
Hattem en Heerde, worden gerealiseerd.
5.3.10 Inkoop en aanbesteding
In aanvulling op landelijke en Europese regelgeving hebben we intern een inkoopbeleid opgesteld.
Hierin is vastgelegd hoe we met onderhandse en meervoudige aanbestedingen omgaan.
Medewerkers die het mandaat hebben om in te kopen, worden daarbij ondersteund door richtlijnen,
formats en procedures.
Wat gaan we concreet doen in 2027?
Uit de interne controle blijkt dat in enkele gevallen de Europese aanbestedingsregels niet of niet
volledig juist zijn toegepast. Om het risico op onrechtmatigheden verder te beperken, zijn
verbetermaatregelen ingezet. Deze richten zich onder andere op het beter bewaken van de
inkoopdrempelbedragen en de daarbij behorende aanbestedingsprocedure, het verder implementeren
en actualiseren van het contractenregister en het toepassen van het vierogenprincipe bij de
factuurafhandeling. Met deze maatregelen wordt de rechtmatigheid, transparantie en beheersing van
het inkoop- en betaalproces verder versterkt.
84
6 | Verbonden partijen
6.1 Inleiding
De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met
verbonden partijen. Van een ‘verbonden partij’ is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke
invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn.
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de
verbonden partij of het hebben van stemrecht.
Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeentemiddelen ter beschikking heeft gesteld
(en die ze is in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat
er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan
plaatsvinden.
6.2 Beleidskaders
Het beleid ten aanzien van de verbonden partij is vastgelegd in de Nota verbonden partijen (2023).
6.3 Beheersing risico’s
De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm.
Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota
verbonden partijen 2023 opgenomen risicoanalysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk
(inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide
analyses wordt tweemaal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel
belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen:
Basispakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden
ingedeeld in het Basispakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket
geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening.
Pluspakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden
ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basispakket wordt de gemeenteraad ook bij de
voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een
informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden
partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook
periodiek geagendeerd in het college.
Plusplus pakket
Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden
ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke
overleg nog verder geïntensiveerd met deze verbonden partijen.
6.4 Overzicht verbonden partijen
Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt
per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen
eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te
springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. Omdat die op begrotingsbasis
niet zijn in te schatten staat bij die gemeenschappelijke regelingen € 0 als financieel belang.
6.4.1 Gemeenschappelijke regelingen
Omgevingsdienst Veluwe
Volledige naam Omgevingsdienst Veluwe (ODV)
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
85
Omgevingsdienst Veluwe
Openbaar belang Het behandelen van aanvragen voor vergunningen in het kader van het omgevingsrecht, het toetsen van
meldingen, het toezicht houden op en handhaven van de milieuaspecten van de Omgevingswet. Daarnaast
adviseert ODVeluwe gemeenten en provincie bij de opstelling van beleid en bij specifieke ontwikkel- of
uitvoeringsprojecten op het gebied van ruimtelijke ordening, circulariteit en duurzaamheid.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 24.452 € 24.452
Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,35 mln. € 0,35 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 3,6 mln. € 3,7 mln.
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 1.154.000
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 De begroting zal in basis het karakter dragen van een beleidsarme financiële begroting.
van de verbonden partij
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 1.193.000 € 1.250.000 € 1.292.000
bijdrage aan verbonden
partij
GGD
Volledige naam GGD Noord- en Oost-Gelderland
Vestigingsplaats Warnsveld
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij de
GGD NOG zijn aangesloten.
Prognose o.b.v. begroting 2027 1 jan. 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 120.000 € 111.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 2.700.000 € 2.500.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 6.734.000 € 6.634.000
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 836.033
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 GGD NOG voert voor de gemeente Epe de jeugdgezondheid 4-19 uit. Daarnaast zijn er taken voor de
van de verbonden partij algemene gezondheid, onder andere infectieziektebestrijding. De GGD NOG biedt gemeenten inzicht in de
gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeenten. De Bestuursagenda 2023-2027 geeft beeld en
richting aan de inzet van GGD NOG en de gemeenten.
De deelnemende gemeenten maken de komende tijd keuzes over de inrichting van de
jeugdgezondheidszorg in de regio
Noord- en Oost-Gelderland. Deze besluitvorming heeft een belangrijke impact op de toekomstige
positionering van de GGD in de publieke infrastructuur en de inrichting van de organisatie in 2027.
Risicoprofiel Laag (basispakket)
Boekjaar 2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 866.130 € 899.389 € 933.926
bijdrage aan verbonden
partij
Lucrato
Volledige naam Werkbedrijf Lucrato
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid dagelijks bestuur
Openbaar belang Het bieden van werkplekken, onder aangepaste omstandigheden binnen een beschutte werkomgeving, voor
inwoners met een arbeidshandicap (SW- en beschut werk medewerkers) en het ondersteunen naar werk
(re-integratie) van inwoners die onder de Participatiewet vallen.
Prognose o.b.v. begroting 2027 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 919.360 € 919.360
Eigen vermogen van de verbonden partij € 5.746.000 € 5.746.000
86
Lucrato
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 4.262.000 € 5.892.000
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 5.691.000
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 De gemeente Epe werkt in de gemeenschappelijke regeling Lucrato samen met de gemeenten Apeldoorn
van de verbonden partij en Heerde. De gemeentelijke opdracht aan Werkleerbedrijf Lucrato richt zich op 4 doelgroepen inwoners: 1)
Inwoners met een SW-dienstverband; 2) Inwoners met arbeidsperspectief die vallen onder de brede
doelgroep van de Participatiewet; 3) De doelgroep Beschut Werken; 4) Tijdelijk in dienst nemen van ADS-
medewerkers.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 5.490.828 € 5.435.186 € 5.309.690
bijdrage aan verbonden
partij
Noord-Veluws Archief
Volledige naam Noord-Veluws Archief
Vestigingsplaats Elburg
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Lid bestuur
Openbaar belang Het uitvoeren van het bepaalde in de Archiefwet 1995 en het vervullen van de functie van regionaal
kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis door het opbouwen
en beheren van een brede collectie (regionaal) historische bronnen en deze op een actieve wijze
dienstbaar maken voor het publiek.
Medio september 2025 is er nog geen geprognotiseerde balans 2026 1 januari 2027 31 december 2027
beschikbaar
Financieel belang van de gemeente € 8.682 € 8.682
Eigen vermogen van de verbonden partij € 82.684 € 82.684
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 140.000 € 100.000
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 210.180
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 Het Noord-Veluws Archief (NoVA) zorgt voor betrouwbare informatie en maakt die duurzaam zichtbaar ten
van de verbonden partij dienste van de samenleving en is de herkenbare erfgoedpartner die bijdraagt aan transparantie,
rechtszekerheid en kennisdeling over het heden en verleden van de regio Noord-Veluwe.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 210.180 € 210.180 € 210.180
bijdrage aan verbonden
partij
PlusOV
Volledige naam Basismobiliteit
Vestigingsplaats Lochem
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Lid van het bestuur (voorzitter)
Openbaar belang Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 10.775 € 10.741
Eigen vermogen van de verbonden partij € 89.809 € 89.809
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.981.639 € 1.972.955
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 1.664.275
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 In 2027 wordt er verder gekeken naar de wijze waarop besparingen gerealiseerd kunnen worden, hierbij
van de verbonden partij worden de eerste resultaten al in 2026 verwacht. Daarnaast wordt er gestreefd naar het verbeteren van de
87
PlusOV
interne organisatie en het verhogen van de kwaliteit van het vervoer. Met ingang van augustus 2027 start
de nieuwe aanbesteding.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 1.734.669 € 1.811.740 € 1.899.571
bijdrage aan verbonden
partij
.
Regio Stedendriehoek
Volledige naam Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid bestuur
Openbaar belang Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling,
volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening,
verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie.
O.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 94.273 € 93.497
Eigen vermogen van de verbonden partij € 757.252 € 1.268.649
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 2.424.089 € 2.394.449
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0
Financiële gemeentelijke € 275.357
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 Voor 2027 richt de regionale samenwerking zich op:
van de verbonden partij - Het vaststellen van het ontwikkelperspectief 2050 en de vertaling ervan in een uitvoeringsprogramma
en regionale investeringsagenda.
- Het versterken van de innovatiekracht binnen onze regio door het opleveren van een gedragen kennis
en innovatieagenda safe society | smart development, terwijl gelijktijdig wordt gewerkt aan het
(op)bouwen van kansrijke ecosystemen.
- De uitvoering van afspraken uit de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030, inclusief het opleveren van de
herijkte uitvoeringsagenda.
- Het uitvoeren van de Regio Deal Sterker in 3D waarbij de toegekende projecten ‘versnellers’ voor de
opgaven in de uitvoeringsagenda zijn.
- Inzet lobby, communicatie en bovenregionale samenwerking gericht op externe profilering, stimuleren
van samenwerking binnen en buiten de regio met als doel de samenwerking met het Rijk, provincies en
Brussel te versterken en het vinden van additionele financiële middelen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 287.724 € 300.658 € 314.187
bijdrage aan verbonden partij
Tribuut
Volledige naam Tribuut belastingsamenwerking
Vestigingsplaats Epe
Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijze van belang Vice voorzitter bestuur
Openbaar belang Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 32.000 € 32.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,4 mln. € 0,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 0 € 0
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 808.000
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 De beoogde samenvoeging van de twee gemeenten Aalten en Oude IJsselstreek per 1 januari 2027 aan de
van de verbonden partij gemeenschappelijke regeling Tribuut soepel te laten verlopen. Daarnaast zal een speerpunt voor 2027 zijn
om geautomatiseerde werkstromen verder te ontwikkelen. Niet alleen intern, maar ook de
gegevensuitwisseling met de deelnemende gemeenten meer te automatiseren. Verder zal Tribuut zich
verder ontwikkelen in het beveiligen van informatie.
Risicoprofiel laag (basispakket)
88
Tribuut
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 837.000 € 869.000 € 902.000
bijdrage aan verbonden
partij
Veiligheidsregio
Volledige naam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Vestigingsplaats Apeldoorn
Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam
Wijze van belang Lid algemeen bestuur
Openbaar belang De VNOG werkt samen met de gemeenten aan veiligheid, door zich sterk te maken
voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening,
bevolkingszorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit alles met als doel: veilig
en gezond, wonen, werken en recreëren.
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 0,9 mln € 0,7 mln.
Eigen vermogen van de verbonden partij € 22,3 mln. € 18,4 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 92,0 mln. € 87,7 mln.
Verwacht financieel van de verbonden partij € 0
resultaat
Financiële gemeentelijke € 2.533.100
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 De missie van de VNOG is: 'Samen werken aan veiligheid'. Vanuit het beleidsplan 2025-2028 zijn de
van de verbonden partij maatschappelijke ontwikkelingen en trends bepaald. Daarbij is verkend met welke (nieuw) uitdagingen
VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe de VNOG hier zich bij kan positioneren.
Het thema weerbare en veerkrachtige samenleving heeft landelijk een hoge vlucht genomen, gelet op de
mondiale en hybride dreiging.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 2.594.300 € 2.595.100 € 2.615.000
bijdrage aan verbonden
partij
6.4.2 Vennootschappen en coöperaties
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Volledige naam Bank Nederlandse Gemeenten N.V.
Vestigingsplaats Den Haag
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene Vergadering van Aandeelhouders
Openbaar belang Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang
O.b.v. jaarrekening BNG 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 152.000 € 152.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 4.777 mln. € 4.777 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij €123.164 mln. € 110.701 mln.
Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij p.m. 172 mln.
Financiële gemeentelijke n.v.t.
bijdrage 2026
Beleidsvoornemens 2027 BNG streeft niet naar winstmaximalisatie, maar naar maatschappelijke impact en een redelijk
van de verbonden partij rendement voor de aandeelhoudende overheden. BNG publiceert geen begroting. Daarom zijn de
cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t n.v.t. n.v.t
bijdrage aan verbonden partij
Circulus
Volledige naam Circulus B.V.
Vestigingsplaats Apeldoorn
89
Circulus
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Afvalverwijdering en straatreiniging
Prognose 1 januari 2027 31 december 2027
Financieel belang van de gemeente € 1.033.812 € 1.108.920
Eigen vermogen van de verbonden partij € 20.800.000 € 23.403.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 46.917.000 € 36.637.000
Verwacht financieel van de verbonden partij € 1.312.000
resultaat
Financiële gemeentelijke In het kader van reinigings- en inzamelingsopdracht (DVO) € 5 mln.
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 Gebaseerd op de meerjarenstrategie 2025-2028 ("Duurzaam & dichtbij") streeft Circulus naar een
van de verbonden partij duurzame, circulaire en inclusieve leefomgeving door optimaal hergebruik van grondstoffen, kwalitatief
beheer van de openbare ruimte en bevordering van sociale participatie, in nauwe samenwerking met de
deelnemende gemeenten.
Bedrijfseconomisch is Circulus, naast het beheersen van de stijgende kosten, volop bezig om tijdig te
kunnen beschikken over nieuw (elektrisch) materieel.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2028 2029 2030
Jaarlijkse gemeentelijke € 5,2 mln. € 5,5 mln. 5,7 mln.
bijdrage aan verbonden
partij
.
Leisurelands
Volledige naam Leisurelands B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld
Op basis van jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 6.705 € 6.705
Eigen vermogen van de verbonden partij € 84.762.000 € 87.135.000
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 17.409.000 € 19.319.000
Verwacht financieel van de verbonden partij € 2.373.000
resultaat
Financiële gemeentelijke n.v.t.
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 Leisurelands wil mensen de deur uit laten gaan en steeds opnieuw laten ervaren hoe onverwacht mooi,
van de verbonden partij leuk en actief je kunt recreëren in het buitengebied van Nederland. Dat wordt bereikt met moderne en
aantrekkelijke recreatiegebieden waar iedereen welkom is om te komen beleven en bewegen. Als
maatschappelijke onderneming in de regio Oost Nederland wil Leisurelands een wezenlijke bijdrage
leveren aan het welzijn van zowel onze bezoekers als de ondernemers.
De nadruk ligt meerjarig op investeren in de kwaliteit van de gebieden van Leisurelands en dat klaar maken
voor 2030.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t. n.v.t. n.v.t.
bijdrage aan verbonden
partij
OMVV
Volledige naam Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.
Vestigingsplaats Arnhem
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Revitalisering vakantieparken
o.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 1.536 € 1.536
90
OMVV
Eigen vermogen van de verbonden partij € 6.518.336 € 5.664.513
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 32.925 € 15.123
Verwacht financieel van de verbonden partij € -848.375
resultaat
Financiële gemeentelijke € 8.000
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 Het realiseren van een toekomstbestendig toeristisch vitaal aanbod van vakantieparken, dat een sterke
van de verbonden partij schakel vormt in het toeristisch-recreatieve aanbod van de Veluwe. De OMVV heeft een ontwikkeltaak met
financiële mogelijkheden om het aankopen, tijdelijk beheren of verkopen van een vakantiepark mogelijk te
maken. Financiële mogelijkheden betreffen garanties, leningen en bijdragen met als voorwaarden dat een
substantieel deel lokaal wordt gecofinancierd.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke € 8.000 nntb nntb
bijdrage aan verbonden
partij
.
Vitens
Volledige naam Vitens N.V.
Vestigingsplaats Zwolle
Vorm Vennootschap
Wijze van belang Algemene vergadering
Openbaar belang Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater.
obv jaarrekening Vitens 2025 1 januari 2025 31 december 2025
Financieel belang van de gemeente € 35.000 € 35.000
Eigen vermogen van de verbonden partij € 713,6 mln. € 809,1 mln.
Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.684,8 mln € 1.846,0 mln.
Verwacht financieel van de verbonden partij p.m.
resultaat
Financiële gemeentelijke n.v.t.
bijdrage 2027
Beleidsvoornemens 2027 De ambitie van Vitens is een duurzaam drinkwaterbedrijf zijn, maatschappelijk verankerd, met een
van de verbonden partij positieve impact op mens en natuur. Vitens streeft naar een duurzaam drinkwatersysteem, ontwikkeld in
cocreatie met onze omgeving. Deze ambitie is uitgewerkt in de strategie ‘Elke druppel duurzaam’. Vitens
publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen.
Risicoprofiel laag (basispakket)
2027 2028 2029
Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t. n.v.t. n.v.t.
bijdrage aan verbonden
partij
91
7 | Grondbeleid
7.1 Beleidskaders
Het grondbeleid is in september 2024 vastgesteld door de raad in de Nota Grondbeleid 2024.
7.2 Grondbeleid in Epe
Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord
en de volgende programma’s in de programmabegroting:
Ruimte en wonen (programma 5).
Bedrijvigheid (programma 9).
Het grondbeleid in de gemeente Epe is situationeel, dit betekent dat de gemeente per ruimtelijke
ontwikkeling bepaalt welke gemeentelijke rol en inzet het beste past. De voorwaarden worden bepaald
door de Omgevingsvisie, de Woonagenda en het omgevingsplan. Bij elk ruimtelijk initiatief wordt de
afweging gemaakt op basis van ambitie, prioriteit, risico en de gewenste regie om actief grondbeleid,
actief faciliterend of faciliterend grondbeleid te voeren.
De gemeente Epe beschikt over een voorraad aan (eigen) grond die kan worden ontwikkeld. Dit is
ontstaan door (actief) verwerven of doordat de grond (historisch) al in eigendom bij de gemeente was.
Een deel van deze gronden is opgenomen in grondexploitaties en zullen nadat ze bouwrijp zijn
gemaakt, als bouwterrein worden uitgegeven door verkoop. Daarnaast geldt voor een deel van de
gronden dat de ontwikkelingen nog in voorbereiding zijn.
7.3 Grondexploitaties
7.3.1 Voortgang van de exploitaties
Kweekweg VI Epe
De verwachting is dat de bouwgrondexploitatie aan het einde van 2027 wordt afgesloten.
Onherroepelijk
Het plan Oosterhof Zuid (woningbouw) wordt gebouwd en de eerste woningen zijn in 2025
opgeleverd.
Het plan Griseeweg (woningbouw) is gebouwd en is in 2026 opgeleverd.
Het plan Kloosterhof Oene (woningbouw) wordt gebouwd.
Het plan Sprengenparc (woningbouw) is nog niet uitvoering
Aankomende exploitaties
Het plan ’t Slath (woningbouw) is in voorbereiding.
Aankomende bouwlocaties
Het plan Royal Vaassen Kopermolen (woningbouw) is in de ruimtelijke fase.
Voor het plan Zuukerenk (woningbouw) is de intentieovereenkomsten met de ontwikkelaars
ondertekend. Voor het plan Kerkenland is ook de anterieure overeenkomst getekend.
Het plan Eekterveld IV (bedrijventerrein) is in de beroepsfase, plan is vastgesteld en
grondexploitatie is geopend.
7.3.2 Parameters grondexploitatiebegrotingen
Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen per 31 augustus 2026 van de plannen van het
grondbedrijf zijn de volgende parameters gehanteerd:
• Kostenstijging: 4,5% per jaar
• Opbrengstenstijging:
- bedrijfsterrein: 2% per jaar
- bouwterrein voor woningen: 3,5% per jaar
• Rekenrente: 0,10% per jaar
7.3.3 Tussentijdse winst- en verliesnemingen
Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds
worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. Op 30 juni 2026 zijn de volgende
tussentijdse winsten overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie:
92
Winst- en
Plan
verliesneming
De Pirk-Noord -€ 59
Oosterhof Zuid -€ 4.979
Kweekweg VI -€ 1.097
* - = nadelig; + = voordelig
Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies
direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht.
7.3.4. Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen
per 30 juni 2026.
boekwaarde verwacht eind- jaar
Plan
30-6-2026* resultaat grexen* afsluiting plan
De Pirk-Noord + € 13.202 - € 770 2026
Kweekweg VI + € 10.598 + € 3.229 2026
Oosterhof Zuid + € 487 -€ 68.331 2027
Eekterweg - € 395.356
* - = nadelig; + = voordelig
De grondexploitatiebegrotingen worden gebruikt voor het berekenen van de benodigde reserve
bouwgrondexploitatie.
7.4 Reserve bouwgrondexploitatie
Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie
gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is
opgenomen in de Nota Grondbeleid 2024. De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per
30 juni 2026 € 1,77 miljoen en de reservestand is hiermee voldoende.
93
8 | Open Overheid
8.1 Inleiding
Publicatie
De gemeente Epe werkt aan een open en transparante overheid. Aan de implementatie van de Wet
open overheid (Woo) is de afgelopen jaren hard gewerkt en ook voor een belangrijk deel gerealiseerd.
De eerste tranche van de verplichte actieve openbaarmaking is ingevoerd en de processen voor de
behandeling van Woo-verzoeken zijn binnen de organisatie geborgd.
Hierbij gaat het om de volgende categorieën:
1. Wetten en algemeen verbindende voorschriften; beschikbaar op:
lokaleregelgeving.overheid.nl en www.officielebekendmakingen.nl/gemeenteblad
2. Overige besluiten van algemene strekking; beschikbaar op: overheid.nl
3. Informatie over de organisatie en werkwijze; beschikbaar op: www.epe.nl
4. Bereikbaarheidsgegevens; beschikbaar op: organisaties.overheid.nl
5. Vergaderstukken en verslagen van de Kamers en verenigde vergadering der Staten-
Generaal; beschikbaar op: overheid.nl
Voor de resterende categorieën van actieve openbaarmaking zijn de benodigde voorbereidingen en
technische voorzieningen al voor een groot deel getroffen. De voorbereidingen worden doorgezet,
zodat de verdere implementatie kan plaatsvinden zodra hiervoor landelijke verplichtingen,
standaarden en invoeringsdata definitief zijn vastgesteld.
Besteding middelen
Voor de uitvoering van de Woo ontvangen gemeenten zowel incidentele als structurele middelen, die
separaat voor de Woo zijn gebudgetteerd. De middelen zijn bestemd en ook begroot voor het
verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de
organisatie. Daarnaast ontvangen gemeenten structurele middelen voor de uitvoering van de wet. De
structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals
genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en onderhoud van de systemen.
Woo-contactpersoon en coördinator
Het aanwijzen van een Woo-contactpersoon is een verplichting die volgt uit artikel 4.7 van de Woo. De
aanwijzing van een Woo-contactpersoon en Woo-coördinator heeft in de gemeente Epe
plaatsgevonden binnen de eenheid Juridische Zaken. Het aanwijzen van een Woo-coördinator betreft
overigens geen formeel aanwijzingsbesluit.
Openbaarmaking
De openbaarmaking van Woo-verzoeken en convenanten vindt plaats via de OpenWoo.app. Voor
raadsvergaderingen wordt Notubiz gebruikt.
Wat gaan we doen in 2027?
In 2027 ligt de nadruk op het onderhouden en verder verbeteren van de ingerichte processen, het
versterken van de kwaliteit van de informatiehuishouding en het bevorderen van een
organisatiecultuur waarin openheid en transparantie vanzelfsprekend zijn. Daarmee blijft de gemeente
voorbereid op toekomstige verplichtingen vanuit de Woo en worden inwoners, ondernemers en
maatschappelijke organisaties zo goed mogelijk geïnformeerd.
94
Financiële begroting
95
A. Overzicht van baten en lasten in de begroting
Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat:
de baten, de lasten en het saldo per programma.
1. de algemene dekkingsmiddelen.
2. de kosten van de overhead.
3. verwachte heffing voor de vennootschapsbelasting.
4. het bedrag voor onvoorzien.
5. het totaal saldo van baten en lasten.
6. toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma.
7. het geraamde resultaat.
96
(bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Programma’s Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
1. Opgroeien in Epe 865 20.989 -20.124 729 20.548 -19.819 740 20.465 -19.724 740 20.820 -20.080
2. Actief in Epe 995 6.256 -5.261 995 5.951 -4.956 995 6.059 -5.063 995 6.264 -5.269
3. Zorg en opvang 7.772 24.999 -17.228 2.694 19.640 -16.945 2.781 17.910 -15.128 1.486 16.423 -14.937
4. Leefbaar en veilig 103 4.742 -4.640 3 4.516 -4.514 3 4.517 -4.514 3 4.522 -4.519
5. Ruimte en wonen 5.523 7.204 -1.681 5.623 7.410 -1.787 5.623 7.409 -1.786 5.623 8.459 -2.836
6. Epe op orde 1.436 10.820 -9.384 1.436 10.151 -8.715 1.436 11.168 -9.733 1.436 11.361 -9.925
7. Duurzaamheid 11.273 11.714 -440 11.558 11.714 -155 11.558 11.714 -155 11.558 11.639 -80
8. Toezicht en handhaving 36 1.004 -968 36 984 -948 36 984 -948 36 984 -948
9. Bedrijvigheid 295 1.546 -1.251 295 1.539 -1.244 295 1.539 -1.244 295 1.489 -1.194
10. Weer aan het werk 9.613 18.873 -9.260 9.340 18.419 -9.078 9.340 18.454 -9.114 9.340 18.200 -8.860
11. Bestuur en organisatie 826 5.424 -4.598 787 7.148 -6.361 559 9.027 -8.468 449 11.061 -10.612
Subtotaal saldo programma's 38.737 113.572 -74.835 33.498 108.021 -74.523 33.367 109.246 -75.878 31.963 111.222 -79.259
Algemene dekkingsmiddelen:
- Lokale heffingen 9.460 563 8.897 9.699 592 9.107 9.933 624 9.309 10.173 657 9.516
- Algemene uitkering 78.885 - 78.885 78.774 - 78.774 79.312 - 79.312 82.422 - 82.422
- Dividend 125 - 125 125 - 125 125 - 125 125 - 125
- Saldo financieringsfunctie 442 116 326 165 173 -8 5 371 -366 5 669 -664
- Overige algemene dekkingsmiddelen - - - - - - - - - - - -
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen 88.912 679 88.233 88.763 765 87.998 89.376 995 88.380 92.726 1.326 91.399
Overheadkosten 145 16.367 -16.223 145 16.446 -16.302 145 16.474 -16.329 145 16.241 -16.096
Heffing Vennootschapsbelasting - - - - - - - - - - - -
Onvoorzien - 140 -140 - 140 -140 - 140 -140 - 140 -140
Geraamde totaal saldo van baten en lasten 127.794 130.758 -2.965 122.405 125.372 -2.967 122.888 126.855 -3.967 124.833 128.930 -4.096
Mutaties in reserves:
1: Opgroeien in Epe 904 996 -92 1.503 623 880 956 623 333 761 623 138
2: Actief in Epe 23 127 -104 23 473 -450 150 138 12 333 94 240
3: Zorg en opvang 4.036 3.614 422 540 147 393 540 147 393 170 147 23
4: Leefbaar en veilig - - - - - - - - - - - -
5: Ruimte en wonen 1.781 3.181 -1.400 9 1.050 -1.041 9 1.050 -1.041 9 - 9
6: Epe op orde 1.113 1.289 -176 81 197 -115 81 197 -115 81 197 -115
97
(bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
Mutaties in reserves:
7: Duurzaamheid 66 66 - - - - - - - - - -
8: Toezicht en handhaving - - - - - - - - - - - -
9: Bedrijvigheid - 38 -38 - 38 -38 - 38 -38 - 38 -38
10: Weer aan het werk 66 153 -88 - 153 -153 - 153 -153 - 153 -153
11: Bestuur en organisatie 894 894 - 548 548 - 548 548 - 548 548 -
12: Algemene dekkingsmiddelen 9.166 5.046 4.120 1.446 -784 2.230 1.266 -784 2.050 1.126 -784 1.910
Overhead 886 566 320 -531 290 -821 -414 236 -650 -609 241 -850
Totaal mutaties in reserves 18.934 15.969 2.965 3.619 2.735 885 3.136 2.346 790 2.419 1.256 1.163
Geraamde resultaat 146.728 146.728 0 126.025 128.107 -2.082 126.024 129.200 -3.177 127.253 130.186 -2.933
98
B. Toelichting op het overzicht baten en lasten
De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat:
1. Een toelichting op de mutaties per programma
2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen: lokale heffingen
3. Inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentages.
4. Het overzicht van de incidentele baten en lasten en de structurele ruimte met toelichting.
5. Het overzicht van de structurele mutaties in de reserves met toelichting
1. Toelichting op de mutaties per programma
Hierin geven we inzicht in de baten en lasten per afzonderlijk programma en een analyse van de
verschillen tussen de begrote bedragen in de vorige en de huidige begroting. Dit betreffen de baten en
lasten, uitgaande van het bestaande beleid. De ‘budgetaanpassingen’ als gevolg van de voortzetting
van bestaand beleid zijn per programma toegelicht. Bijlage 4 geeft inzicht in de lasten en baten per
taakveld.
2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen
Dit overzicht bevat de belastingen die we vrij mogen besteden en de kosten die we daarvoor maken.
Een toelichting op de belastingopbrengsten staat in de paragraaf lokale heffingen.
bedragen x € 1.000
Onderwerp Realisatie 2025 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2026 2027 2028 2029 2030
Onroerendezaakbelasting 7.249 7.427 7.640 7.879 8.113 8.353
Precariobelasting 176 153 180 180 180 180
Forensenbelasting 407 411 476 476 476 476
Toeristenbelasting 1.035 1.037 1.105 1.105 1.105 1.105
Opbrengst algemeen 57 58 60 60 60 60
Totaal bruto-opbrengst 8.923 9.085 9.460 9.699 9.933 10.173
Kosten 590 607 563 592 624 657
Totaal netto-opbrengst 8.334 8.478 8.897 9.107 9.309 9.516
3. Het inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentage
Bij het opstellen van deze (meerjaren)begroting zijn onderstaande percentages gehanteerd.
De percentages van de autonome loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de meicirculaire 2026.
Aanvullend hierop is een correctie toegepast op basis van het geactualiseerde percentage voor het
lopende begrotingsjaar. Voor de prijsstijging wordt het imoc (inflatie materiële overheidsconsumptie) -
percentage gehanteerd. Het Rijk hanteert dat namelijk ook bij de rijksbegroting en de algemene
uitkering uit het gemeentefonds.
Voor het rentepercentage (kort en lang) gebruiken we de verwachting voor 2027 en 2028 uit de
'Voorjaarsraming' van De Nederlandse Bank (DNB) uit juni 2026. Hierbij wordt het percentage voor
2028 als uitgangspunt genomen voor de structurele verwachting.
Component 2027 2028 2029 2030
Prijsstijging 2,6% 2,6% 2,3% 2,5%
Loonstijging 4,1% 3,9% 3,3% 3,2%
Rente kort geld 2,8% 2,7% 2,7% 2,7%
Rente lang geld 3,4% 3,5% 3,5% 3,5%
4. Overzicht van de incidentele baten en lasten en de structurele ruimte met toelichting
Dit overzicht geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting op korte en langere
termijn.
- structureel evenwicht wil zeggen: de structurele lasten dekken we met structurele baten.
- reëel evenwicht wil zeggen: de geraamde bedragen zijn volledig, realistisch en haalbaar.
99
Incidentele baten en lasten beïnvloeden het begrotingsresultaat. Dat is zichtbaar in onderstaand
overzicht. De incidentele lasten zijn in 2027 hoger dan de incidentele baten. Hieruit volgt dat we de
structurele lasten dekken met structurele baten. En dat daarmee voor 2027 sprake is van een
structureel sluitende begroting. Voor de jaren na 2027 is de begroting niet structureel sluitend.
bedragen x € 1.000
Programma 2027 2028 2029 2030
Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
1. Opgroeien in Epe 92 - - - - - - -
2. Actief in Epe 300 - - - - - - -
3. Zorg en Opvang 6.525 6.337 60 - 60 - - -
4. Leefbaar en veilig 10 - - - - - - -
5. Ruimte en wonen 235 - 50 - 50 - - -
6. Epe op orde 1.305 - 250 - - - - -
7. Duurzaamheid - 1.400 - 1.050 - 1.050 - -
8. Toezicht en handhaving 10 - - - - - - -
9. Bedrijvigheid 58 - 50 - 50 - - -
10. Weer aan het werk - - - - - - - -
11. Bestuur en Organisatie 410 - 105 - - - - -
Algemene dekkingsmiddelen - - - - - - - -
Overhead 220 - - - - - - -
Resultaatbestemming 15.614 16.505 2.457 1.206 2.096 677 1.001 199
Totaal 24.779 24.242 2.972 2.256 2.256 1.727 1.001 199
bedragen x € 1.000;
Structurele ruimte 2027 2028 2029 2030
Geraamde resultaat - -2.082 -3.177 -2.933
Saldo incidentele baten / lasten 537 716 529 802
Gecorrigeerd saldo / structurele ruimte 537 -1.366 -2.648 -2.131
Toelichting onder de tabel incidentele baten en lasten:
Uit het overzicht blijkt dat het begrotingsresultaat wordt beïnvloed door incidentele baten en lasten. De structurele lasten worden in
2027 gedekt door structurele baten.
100
Toelichting incidentele bedragen per programma ≥ € 50.000:
Programma 1:
· Uitvoering van het project opladers in het kader van preventie jeugdzorg
Overige incidentele lasten zijn kleiner dan € 50.000
Programma 2:
· Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties (0-meting, prioritering, afwegingskader) (lasten € 200.000)
· Uitwerken van beleid op het gebied van sport en sportaccommodaties, mede op basis van de voorzieningenbehoefte (lasten
€ 100.000)
Programma 3:
· Uitgaven dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities (lasten € 128.000)
· Uitvoeren van de vastgestelde uitvoeringsagenda inclusie en diversiteit (lasten € 60.000 in 2027, 2028 en 2029)
· Opvang ontheemden uit Oekraïne (€ 6.337.000 lasten en baten)
Programma 4:
Geen incidentele lasten en baten binnen dit programma
Programma 5:
· Uitvoering woonagenda (lasten € 50.000)
· Externe expertise voor opstellen omgevingsvisie en MER (lasten € 100.000)
· Netcongestie: voor de begeleiding van de uitbreiding van het elektriciteitsnet wordt een projectteam opgezet (lasten € 50.000 in 2027,
2028 en 2029)
Programma 6:
· Zelf organiseren en uitvoeren van het faunabeheer in het gemeentebos door een eigen faunabeheerder (lasten € 50.000)
· Uitvoering beleidsplan begraven, begraafplaatsen en gedenken (lasten € 55.000)
· Uitvoering achterstanden onderhoud wegen (lasten € 1.050.000 in 2027 & € 250.000 in 2028)
· Opstellen van een nieuwe beleidsnota integraal beheer openbare ruimte (lasten € 150.000)
Programma 7:
· Baten specifieke utikering realisatiestimulans waar storting in reserve realisatiestimulans tegenover staat (baten € 1.400.000 in 2027
& in de jaren 2028 & 2029 € 1.050.000)
Programma 8:
Incidentele lasten en baten binnen dit programma zijn kleiner dan € 50.000
Programma 9:
· Uitvoeringsbudget recreatie en toerisme / evenementenbeleid (lasten € 50.000 in 2027, 2028 & 2029)
Programma 10:
Geen incidentele lasten en baten binnen dit programma
Programma 11:
· Wettelijke ontwikkelingen dienstverlening en digitalisering processen (lasten € 50.000)
· Voldoen aan de nieuwe Archiefwet die ervan uitgaat dat gemeenten zoveel mogelijk digitaal werken (lasten € 105.000 in 2027 & in
2028)
· Projectleider voor het ombuigingsproces met het oog op een sluitende begroting (lasten € 145.000)
· Inzetten op de verbetering van de adressenkwaliteit (lasten € 110.000)
Overhead:
· Digitaal samenwerken en AI voor een toekomstbestendige en wendbare organisatie (lasten € 60.000)
· Overige incidentele lasten zijn kleiner dan € 50.000 per post
· Onderzoeksbudget voor passende huisvesting (lasten € 100.000)
Resultaatbestemming:
· Het grootste deel van de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves is incidenteel. De structurele toevoegingen en onttrekkingen
zijn opgenomen in het overzicht van de geraamde structurele mutaties in de reserves (hieronder). De incidentele toevoegingen en
onttrekkingen zijn opgenomen in bovenstaand overzicht. Het grootste deel van de mutaties heeft betrekking op de vrijval van een
aantal reserves en de toevoeging hiervan aan de algemene reserve als gevolg van de wijziging in het financiële beleid.
101
5. Overzicht van de geraamde structurele mutaties in reserves met toelichting.
Dit overzicht helpt bij de bepaling en de beoordeling van het structurele evenwicht in de begroting.
bedragen x € 1.000
Naam reserve 2027 2028 2029 2030
Toev. Onttr. Toev. Onttr. Toev. Ontr. Toev. Onttr.
Algemene reserve (inzet surplus) - 800 - - - - - -
ICT-investeringen 105 - 28 28 - 168 5 -
Hervorming jeugdzorg - 498 1.239 1.176 1.176
Renovatie kunst- en natuurgrasvelden 75 - 75 - 75 - 75 -
BUIG-middelen 75 - 75 - 75 - 75 -
Organisatieontwikkeling - 100 - 100 - 69 - -
Herstel schade nutsbedrijven 100 - 100 - 100 - 100 -
Dekking kapitaallasten - 1.031 - 1.046 - 1.046 - 1.044
Totaal structureel 355 2.429 278 2.413 250 2.459 255 2.220
C. Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
In de uiteenzetting van de financiële positie staan de gevolgen van het beleid dat in de begroting is
opgenomen.
De volgende onderwerpen komen aan de orde:
1. Financiële gevolgen van het bestaande beleid en het nieuwe beleid, zoals in de programma’s
opgenomen
2. Vrijkomende eenmalige middelen
3. Investeringen (economisch/maatschappelijk nut) en vervanging/uitbreiding
4. Financiering
5. Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
6. Geprognosticeerde begin- en eindbalans
7. EMU-Saldo
8. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
1. Financiële gevolgen van het bestaande beleid en het nieuwe beleid zoals in de programma’s
opgenomen
De uitkomst van de jaarlijkse afweging in het kader van het begrotingsproces is samengevat in het
volgende overzicht. Daarin staat de cumulatieve ontwikkeling van lasten en baten. In de bijlagen bij
deze begroting staan daarop toelichtingen.
Bedragen in € 1.000 2027 2028 2029 2030
1. Huidig saldo meerjarenbegroting 2026-2029 25 20 11 11
2. Effecten van autonome ontwikkelingen -161 310 311 798
3. Bedragen voor het op te nemen nieuw beleid
Nieuw beleid deze meerjarenbegroting -2.752 -2.381 -3.393 -3.553
Nieuwe investeringen (structurele kapitaallasten) - -31 -106 -189
Saldo nieuw beleid -2.752 -2.412 -3.499 -3.742
Saldo meerjarenbegroting (incl. nieuw beleid) -2.888 -2.082 -3.177 -2.933
4. Financiële dekking
Inzet algemene reserve 2.888 - - -
Saldo financiële dekking 2.888 - - -
Saldo meerjarenbegroting 2027-2030 - -2.082 -3.177 -2.933
102
2. Vrijkomende eenmalige middelen
Jaarlijks worden de reserves doorgelicht bij de begroting. Financiële ruimte die in reserves aanwezig
is, kan zodoende worden ingezet in de nieuwe begroting, ter dekking van (nieuwe) uitgaven. In de
aanloop naar deze begroting is het financiële beleid geactualiseerd o.a. voor het omgaan met
reserves (door vaststelling nieuwe nota reserves en voorzieningen in de raad). Het gevolg hiervan is
dat een groot aantal reserves kan vrijvallen. De volgende reserves worden opgeheven en het saldo
valt vrij ten gunste van de algemene reserve of (in een enkel geval) een andere reserve:
Reserve Vrijkomend bedrag in euro
Meubilair gymlokalen 87.000
Asbestsanering scholen 28.000
Risico's sociaal domein 2.352.000
Restauratie en onderhoud monumenten 49.000
Starterslening 724.000
Speelruimte 208.000
Omgevingswet en Wkb 888.000
Vervanging openbare verlichting 289.000
Overdracht fietspaden RGV 6.000
Vervanging bruggen 338.000
Herstel schade nutsbedrijven 460.000
Duurzaamheid 66.000
Minimabeleid 848.000
Participatie 267.000
Herstel- en stimuleringsagenda 346.000
Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen 144.000
Groot onderhoud pand Apeldoornseweg 25.000
Egalisatie winstuitkering Nuon 409.000
Verkoop 14 aandelen VNB 195.000
Aflossing achtergestelde lening Nuon 1.889.000
Aflossing achtergestelde lening Vitens 2.327.000
Generatiepact 548.000
Totaal 12.493.000
3. Investeringen
Hieronder staat een totaaloverzicht van de investeringen uit het meerjareninvesteringsplan. Daarbij
maken we onderscheid tussen investeringen met economisch nut, investeringen met economisch nut
die worden betaald uit heffingen en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Ook
wordt onderscheid gemaakt tussen vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen. Een
uitgebreid overzicht van de investeringen met een toelichting, staat in bijlage 3 | Investeringsplan. De
geraamde investeringsbedragen zijn gebaseerd op de verwachte uitgaven, inclusief prijsindexering en
eventueel niet te compenseren BTW (dat laatste speelt met name bij investeringen in
onderwijsvoorzieningen).
Volgens de regels van het BBV moeten investeringen worden geactiveerd en afgeschreven over de
verwachte gebruiksduur. De rente- en afschrijvingskosten die hieruit voortkomen, zijn opgenomen in
de begroting als 'kapitaallasten'. Voor investeringen die worden betaald uit reserves, wordt jaarlijks
een bedrag onttrokken aan de daarvoor gevormde reserve dekking afschrijvingslasten. Hierdoor
worden de afschrijvingslasten gedekt en hebben de afschrijvingslasten van deze investeringen geen
invloed op het begrotingssaldo.
Voor investeringen met economisch nut die worden betaald uit heffingen, zoals de investeringen uit
het Gemeentelijk WatertakenPlan (GWP) voor de riolering, worden de kapitaallasten verwerkt in de
tarieven. Ook de kapitaallasten van deze investeringen hebben daardoor geen invloed op het
begrotingssaldo.
Investeringsbedragen in mln. euro 2027 2028 2029 2030
Economisch nut 4,1 - 30,8 0,2
Economisch nut gedekt door heffingen 2,2 2,5 4,3 3,1
103
Investeringsbedragen in mln. euro 2027 2028 2029 2030
Maatschappelijk nut in openbare ruimte 3,9 10,5 5,9 5,0
Vervangingsinvesteringen 9,9 12,2 41,0 8,3
Uitbreidingsinvesteringen 0,3 0,8 - -
Totale investeringen 10,2 13,0 41,0 8,3
Van bovenstaande investeringen wordt gedekt uit kapitaallasten reserve: 0,1 5,1 4,6 0,1
4. Financiering
De toelichting staat in de paragraaf financiering.
5. Stand en verloop reserves en voorzieningen
Het verloop van de reserves en voorzieningen staat in de bijlagen bij deze begroting.
6. Geprognosticeerde begin- en eindbalans
Dit onderdeel bevat de verwachte begin- en eindbalans over het begrotingsjaar 2027 en de drie
daaropvolgende jaren.
bedragen x € 1.000
Activa balans Geprognosticeerde balans per ultimo
2025
2026 2027 2028 2029 2030
(im) Materiële vaste activa 85.967 101.800 106.000 112.900 129.800 140.700
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekking - - - - - -
Financiële vaste activa: Leningen 7.428 7.400 7.400 7.400 7.400 7.400
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar 189 200 200 200 200 200
Totaal Vaste Activa 93.584 109.400 113.600 120.500 137.400 148.300
Voorraden: 370 400 400 400 400 400
Onderhanden werk en overige grond- en hulpstoffen
Voorraden: - - - - - -
Gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen
Uitzettingen korter 1 jaar 26.815 22.000 11.000 2.500 500 500
Liquide middelen 5 - - - - -
Overlopende activa 19.893 10.400 7.700 7.700 7.700 7.700
Totaal Vlottende Activa 47.083 32.800 19.100 10.600 8.600 8.600
Totaal activa 140.667 142.200 132.700 131.100 146.000 156.900
Passiva balans Geprognosticeerde balans per ultimo
2025
2026 2027 2028 2029 2030
Eigen vermogen 102.162 92.600 89.700 88.600 87.600 86.300
Voorzieningen 13.603 13.400 6.800 6.100 6.400 6.600
Vaste schulden - - - 6.300 21.900 33.900
Totaal Vaste Passiva 115.765 106.000 96.500 101.000 115.900 126.800
Vlottende schulden 6.146 21.200 21.200 15.100 15.100 15.100
Overlopende passiva 18.756 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000
Totaal Vlottende Passiva 24.902 36.200 36.200 30.100 30.100 30.100
Totaal passiva 140.667 142.200 132.700 131.100 146.000 156.900
Toelichting:
Investeringen zijn geraamd in een betreffend jaar, maar realistisch gezien leidt dit in meerdere, opvolgende jaren tot uitgaven. Bij het bepalen
van de materiële vaste activa is hier rekening mee gehouden.
104
7. EMU-saldo
Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo
opnemen. Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van
overheidsfinanciën te bepalen. De Nederlandse overheid als geheel mag een begrotingstekort (EMU-
saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Naast de rijksoverheid,
hebben daar ook de decentrale overheden een aandeel hierin. Het aandeel van de gezamenlijke
gemeenten is genormeerd op een tekort van 0,34%. Het Ministerie van BZK publiceert jaarlijks een
lijst met de individuele referentiewaarden per gemeente. Voor Epe bedraagt voor 2027 de EMU-
referentiewaarde € 6,9 miljoen. Dit bedrag is geen norm, maar geeft een indicatie voor het aandeel in
de gezamenlijke tekortnorm.
Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar van ontvangsten en uitgaven op basis van
transacties binnen een begrotingsjaar. Het ene jaar kan het EMU-saldo van de gemeente daarom een
tekort vertonen en het andere jaar een overschot. Dit kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld
schommelingen in de hoogte van de investeringen.
bedragen in € 1.000
2026 2027 2028 2029 2030
1.(+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -1.247 -2.965 -2.967 -3.967 -4.096
2.(-/- Mutatie (im)materiële vaste activa 402 4 7 17 11
)
3.(+) Mutatie voorzieningen -501 7 -1 0 0
4.(-/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
)
5.(-/- Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële
) vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
Berekend EMU-saldo -2.150 -2.963 -2.975 -3.984 -4.107
8. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
Dit onderdeel bevat de zogenoemde jaarlijks terugkerende, aan arbeidskosten gerelateerde,
verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daaronder worden verstaan de aanspraken op toekomstige
uitkeringen door huidig dan wel voormalig personeel.
Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde
verplichtingen van vergelijkbaar volume via de exploitatie moeten lopen. Als de verplichtingen niet van
een vergelijkbaar volume zijn, dan moet hiervoor een voorziening worden getroffen.
Toepassing van deze voorschriften leidt tot de hieronder beschreven verwerkingswijze in de
begroting:
1. Salariskosten
Voor het begroten van de jaarlijkse salariskosten wordt uitgegaan van trede 10 van de
functieschaal (organieke raming). De toelagen en vergoedingen worden individueel begroot.
2. Wettelijke en cao-verplichtingen
Medewerkers waarvan het contract niet wordt verlengd hebben recht op een WW-uitkering.
Medewerkers die op grond van artikel 10 van de Cao Gemeenten worden ontslagen, hebben
doorgaans recht op een WW-uitkering en kunnen ook recht hebben op een aanvullende
uitkering én een na-wettelijke uitkering, die gekoppeld is aan het recht op WW.
Vanaf 2020 bestaat ook de verplichting vanuit de wet tot het uitkeren van een
transitievergoeding. De genoemde uitkeringen worden, voor zover deze kunnen worden
voorzien, in de begroting opgenomen en gedekt door een onttrekking aan de reserve
langdurige ziekte/voormalig personeel.
3. Wachtgelden wethouders
In 2022 is voor de verplichting tot het uitbetalen van wachtgelden en voortgezette uitkeringen
bij invaliditeit aan voormalige wethouders, zoals bepaald in de Algemene Pensioenwet
Politieke Ambtsdragers (APPA), een voorziening gevormd. De uitbetaalde uitkeringen worden
onttrokken aan deze voorziening.
105
4. Pensioenen wethouders
Voor pensioenen van wethouders is een voorziening getroffen. Op basis van de opbouw van
de pensioenrechten, jaarlijks berekend door een extern bureau, en waarde-indexering wordt
de voorziening aangepast.
De regering heeft besloten dat met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel ook de
APPA-pensioenafspraken van politieke ambtsdragers in een pensioenfonds ondergebracht
moeten worden. Naar verwachting zal de gemeente per 1 januari 2028 de verplichtingen
overdragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Tot 31 december 2027 zal de
gemeente een voorziening voor de pensioenaanspraken van oud-wethouders in stand
houden. Vanaf 2028 zijn de lasten van de af te dragen pensioenpremie aan het ABP begroot.
5. Regeling Generatiepact
De regeling Generatiepact biedt medewerkers vanaf 62 jaar de mogelijkheid om een bepaald
percentage minder te gaan werken waarbij een deel van het salaris en pensioenopbouw
behouden blijft. In het kader van verlofharmonisatie is besloten om deze regeling na 2026 niet
te verlengen. Toetreding tot deze regeling is dus niet meer mogelijk na 2026, maar de
regeling blijft wel gelden voor de dan deelnemende medewerkers.
De lasten van deze regeling zijn begroot voor de ingeschatte deelnemers per 31 december
2026.
6. Ziekte en arbeidsongeschiktheid
De gemeente is verantwoordelijk voor doorbetaling, verzuimbegeleiding en re-integratie van
de zieke medewerkers en oud-medewerkers, die ziek uit dienst gaan of binnen 4 weken na
uitdiensttreding ziek worden. Als een medewerker 2 jaar ziek is, kan deze in aanmerking
komen voor een WIA-uitkering (Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen). Er zijn twee
soorten WIA-uitkeringen:
- IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledige Arbeidsongeschikten), waarvoor de gemeente
niet de lasten draagt, en
- WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) uitkering, waarvoor de
gemeente 10 jaar aansprakelijk is.
De gemeente Epe heeft de voor de WGA-uitkeringen een (her)verzekering met een
particuliere verzekeraar afgesloten ter beperking van de financiële risico's.
De lasten van de ZW- en WGA-uitkeringen, verzuimbegeleiding en re-integratie zijn voor de
bekende gevallen begroot. Deze lasten worden gedekt door een onttrekking uit de reserve
Langdurig zieken/voormalig personeel.
7. Individueel Keuze Budget (IKB)
Dit is een budget dat per maand wordt opgebouwd en waarvoor de volgende bronnen worden
gebruikt: de eindejaarsuitkering, de vakantie-uitkering, de levensloopbijdrage en
bovenwettelijke vakantiedagen. De medewerker bepaalt gedurende het jaar zelf waar hij het
budget voor in wil zetten. In de maand december wordt uitbetaald wat nog resteert in het
budget.
8. Verkoop verlofuren
Naast de koop van verlof-uren biedt het IKB ook de mogelijkheid tot verkoop van
bovenwettelijke verlofuren. Dit kan tot maximaal 72 uren voor een voltijds medewerker.
9. Verlofsparen
In de CAO is sinds 1 januari 2022 de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen in het kader
van vitaliteit. Medewerkers kunnen hun bovenwettelijke vakantie-uren sparen en het
opgebouwde spaarverlof inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en
carrièreplanning. Er is een voorziening gevormd voor de verplichting die hieruit ontstaat.
10. RVU
Medewerkers kunnen gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). De
medewerker gaat dan uit dienst en heeft recht op een (maandelijkse) ontslagvergoeding. Op
dat moment ontstaat een financiële verplichting (tegenover de oud-medewerker en de fiscus).
Hiervoor wordt een voorziening opgenomen.
106
Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 19.316 19.255 20.462 20.058 19.959 19.867
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 527 490 505 953
Lasten totaal 19.316 19.255 20.989 20.548 20.465 20.820
Baten bestaand beleid 1.163 929 865 729 740 740
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.163 929 865 729 740 740
Saldo -18.153 -18.327 -20.124 -19.819 -19.724 -20.080
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -527
specificatie hiervan is opgenomen in programma 1 van deel 1.
· De hoogte van enkele aangevraagde subsidies is hoger door o.a. loon- en prijsstijgingen en taakverschuivingen. -119
· De kosten van jeugdwetvervoer stijgen, omdat het vervoersvolume toeneemt en door de stijging van de NEA-index. Met ingang -70
van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen.
· De kosten voor jeugdzorg stijgen door indexatie (€ 431.000). Dit bedrag bestaat voor een deel uit de reguliere indexatie van de -431
raming t.o.v. de begroting 2026 jeugdzorg (€ 321.000). Daarnaast is voor 2027 een hogere indexatie op de kosten van de
zorgaanbieders verwerkt, wat ten opzichte van de gehanteerde gemeentelijke index leidt tot een aanvullende kostenstijging van
€ 110.000.
· De vraag naar jeugdzorg is geactualiseerd op basis van de meest actuele gegevens. Het structurele effect van de toename van -830
de jeugdzorgkosten 2025 is hierin ook meegenomen. Voor 2027 is geen rekening gehouden met een groei in volume, omdat er
een onderzoek loopt naar de jeugdzorgproducten. Afhankelijk van de uitkomst kan de begroting worden bijgesteld.
· Dit bedrag is opgenomen voor de doorontwikkeling van de jeugdzorgproducten Behandeling, Dagbehandeling en Wonen & -90
Verblijf.
· In de exploitatie was het budget voor speelvoorzieningen als onderhoud geraamd. Het gaat - in lijn met het beleidsplan - echter 153
om een klein deel onderhoud en de rest van het budget betreft investeringen (MIP). De onderhoudslasten zijn vervallen in de
nieuwe begroting. Tegenover dit voordeel staan de afschrijvingslasten van de investeringen in speelvoorzieningen, die zijn
opgenomen in het investeringsplan.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 271
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een
analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage
7.
Baten:
· Geen verschil te verklaren.
107
Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.501 6.115 6.031 5.831 5.831 5.631
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 225 120 227 632
Lasten totaal 5.501 6.115 6.256 5.951 6.059 6.264
Baten bestaand beleid 1.259 970 995 995 995 995
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.259 970 995 995 995 995
Saldo -4.242 -5.146 -5.261 -4.956 -5.063 -5.269
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -225
specificatie hiervan is opgenomen in programma 2 van deel 1.
· De hoogte van enkele begrote subsidies is hoger door o.a. loon- en prijsstijging, stijging in het aantal aanvragen en deels -194
wegvallen van specifieke uitkeringen.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 343
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse
van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7.
Baten:
· Geen verschil te verklaren.
108
Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 22.837 23.567 24.819 19.460 17.730 16.243
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 180 180 180 180
Lasten totaal 22.837 23.567 24.999 19.640 17.910 16.423
Baten bestaand beleid 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486
Saldo -14.444 -16.353 -17.228 -16.945 -15.128 -14.937
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -180
Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 3 van deel 1.
· De kosten voor huishoudelijke ondersteuning nemen in 2027 ten opzichte van 2026 toe met € 375.000. Jaarlijks wordt -375
rekening gehouden met een volumegroei van 5% als gevolg van een stijgende zorgvraag. In de meerjarenprognose was
hiervoor reeds € 208.000 opgenomen. Daarnaast is voor 2027 een hogere indexatie van zorgaanbieders verwerkt (3,74%),
wat ten opzichte van de gehanteerde gemeentelijke index leidt tot een aanvullende kostenstijging van € 55.000.
· De lasten voor Wmo-dagbesteding stijgen met € 170.000. Het aantal inwoners dat gebruikmaakt van dagbesteding neemt toe -170
door een vergrijzende samenleving, welke langer zelfstandig thuis blijven wonen. Binnen de doelgroep is sprake van een
verschuiving van reguliere Wmo-dagbesteding naar voorliggende voorzieningen, waaronder de buurtpunten. Om de
beschikbare capaciteit van deze voorzieningen beter te benutten zijn aanvullende middelen benodigd.
· De kosten voor Wmo individuele begeleiding nemen toe met € 639.000. In 2025 bleek de groei van het aantal cliënten -639
aanzienlijk hoger dan geraamd. Waar rekening was gehouden met een groei van 3,13%, bedroeg de werkelijke stijging 11,7%.
Deze hogere instroom werkt structureel door in de begroting (€ 273.000). Daarnaast wordt voor 2027 uitgegaan van een
verdere volumegroei van 7% (€ 228.000). Ook leidt een hogere indexatie van zorgaanbieders tot extra kosten (€ 53.000).
· De lasten voor de uitvoering van de Wet inburgering dalen met € 100.000. De begroting 2026 was gebaseerd op het 100
kostenniveau van 2024. Op basis van het contract met gemeente Apeldoorn in 2025 zijn de uitvoeringskosten neerwaarts
bijgesteld.
· De lasten nemen met € 170.000 af als gevolg van een gewijzigde bekostigingssystematiek voor de SPUK Inburgering en 170
Onderwijsroute. De afzonderlijke uitkeringen zijn samengevoegd en een deel van de financiering vindt voortaan plaats op
basis van prestaties. Hierdoor vallen zowel de beschikbare middelen als de bijbehorende uitgaven lager uit.
· De vraag naar overige WMO zorg is geactualiseerd op basis van de realisatie van 2025 en groei vanuit historisch perspectief. -175
Hierdoor nemen de kosten toe zowel in volume als in prijs.
· De lasten voor vraagafhankelijk vervoer en vervoer naar dagbesteding dalen met € 90.000. De bijdrage voor vraagafhankelijk 90
vervoer stijgt de komende jaren minder dan verwacht ten opzichte van voorgaande prognoses door bewuster reisgedrag. Dit
geldt ook voor dagbestedingsvervoer omdat er beter gestuurd wordt op inzet en het gebruik. Met ingang van augustus 2027
start de nieuwe aanbesteding wat effect kan hebben op de kosten.
· De bijdrage aan regionale voorzieningen voor huiselijk geweld en kindermishandeling neemt toe met € 88.000. In de -88
meerjarenraming was reeds rekening gehouden met hogere lasten van € 31.000 in 2027. Op basis van nieuwe regionale
afspraken en een gewijzigde kostenverdeelsystematiek valt de gemeentelijke bijdrage hoger uit dan eerder geraamd.
· Vanuit het Rijk is de SPUK mentale gezondheid ontvangen. In 2026/2027 wordt regionaal en lokaal verkend welke -170
aanvullende inzet nodig is om de sociale basis op het gebied van mentale gezondheid te versterken en de druk op de GGZ te
verminderen. De uitkomsten van deze verkenning vormen de basis voor eventuele aanvullende activiteiten en inzet in 2027.
De beschikbare SPUK-middelen worden hiervoor ingezet.
· De lasten voor de opvang van Oekraïense ontheemden nemen met € 628.000 toe. De begroting is geactualiseerd op basis -628
van realisatie van voorgaand jaar. Tegenover deze hogere lasten staan hogere rijksvergoedingen.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 879
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een
analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar
bijlage 7.
109
Baten:
· De baten nemen met € 170.000 toe door de ontvangst van de SPUK Mentale Gezondheid. Deze middelen worden ingezet 170
voor de uitvoering van het regionale transformatieplan mentale gezondheid. Tegenover deze hogere inkomsten staan
gelijkwaardige lasten.
· De baten uit de SPUK Inburgering en Onderwijsroute nemen met € 170.000 af. Dit wordt veroorzaakt door een gewijzigde -170
landelijke verdeelsystematiek waarbij een groter deel van de financiering afhankelijk is van gerealiseerde prestaties.
· De baten nemen met € 628.000 toe door hogere vergoedingen van het Rijk voor de opvang van Oekraïense ontheemden. 628
Deze hogere inkomsten hangen samen met de actualisatie van de geraamde opvangkosten.
110
Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 3.268 4.062 4.447 4.408 4.409 4.429
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 295 108 108 93
Lasten totaal 3.268 4.062 4.742 4.516 4.517 4.522
Baten bestaand beleid 70 3 103 3 3 3
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 70 3 103 3 3 3
Saldo -3.198 -4.059 -4.640 -4.514 -4.514 -4.519
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -295
specificatie hiervan is opgenomen in programma 4 van deel 1.
· Verhoging gemeentelijke bijdrage (incl. demarcatieregeling) aan de VNOG 2027. -221
· Mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse -373
van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7.
· In het begrote bedrag 2026 zit een restantbudget overgeheveld uit 2025 t.b.v. het onderhoud brandkranen en brandputten. In de 239
begroting 2027 komt deze niet meer terug.
Baten:
· Van de provincie Gelderland worden middelen ontvangen voor het ondersteunen van leefbaarheidsinitiatieven gericht op sociale 100
verbondenheid, sport, kunst en cultuur. De verwachte uitgaven en inkomsten zijn voor de jaren 2026 en 2027 opgenomen.
Vanaf 2028 vervallen deze middelen.
111
Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Lasten totaal 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459
Baten bestaand beleid 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623
Saldo -454 -4.296 -1.681 -1.787 -1.786 -2.836
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Er zijn diverse incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige 952
uitgaven uit 2026.
· Mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een -304
analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar
bijlage 7.
· In de begroting 2026 was meerjarig rekening gehouden met de oplevering van 19 woonunits. Uiteindelijk zijn er 9 geplaatst 99
waardoor de lasten lager zijn dan begroot.
· In de begroting 2027 zijn de meest actuele uitkomsten van de grondexploitatieberekeningen opgenomen. Dit leidt tot een 1.463
verschil ten opzichte van de begroting 2026 in zowel de lasten als de baten.
Baten:
· De raming leges omgevingsvergunningen is in 2027 hoger. We verwachten in 2027 een aantal grote bouwplannen te 367
vergunnen.
· In de begroting 2027 zijn de meest actuele uitkomsten van de grondexploitatieberekeningen opgenomen. Dit leidt tot een -1.463
verschil ten opzichte van de begroting 2026 in zowel de lasten als de baten.
· In 2027 wordt een uitkering van de SPUK-uitkering Realisatiestimulans verwacht van €1,4 miljoen. De verwachte uitkering 1.400
wordt toegevoegd aan de reserve. In de begroting 2026 was nog geen rekening gehouden met een uitkering van de SPUK-
uitkering Realisatiestimulans.
112
Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 9.531 9.876 10.415 9.717 9.499 9.520
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 405 433 1.669 1.840
Lasten totaal 9.531 9.876 10.820 10.151 11.168 11.361
Baten bestaand beleid 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436
Saldo -8.042 -8.561 -9.384 -8.715 -9.733 -9.925
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -405
Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6 van deel 1.
· Een voordeel van € 831.000 ontstaat doordat in 2026 eenmalige budgetten beschikbaar zijn. In 2027 zijn deze budgetten dus 831
niet geraamd. Het gaat om toekomstbestendig groen (€ 177.000), begraven (€ 319.000), vitaal landelijk gebied (€ 238.000)
en uitvoering beleidsplan klimaatadaptatie (€ 94.000).
· Mutaties in kapitaallasten (€ 205.000) en in de toerekening van personele kosten (€ -27.000) leiden tot een mutatie op dit 176
programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen
wordt verwezen naar bijlage 7.
· In de meerjarenbegroting 2026-2029 (onderdeel nieuw beleid) is besloten om voor achterstanden onderhoud wegen het -1.050
budget in 2027 incidenteel te verhogen.
· Dit betreft de indexatie van het onderhoud in de openbare ruimte. -283
· In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan begraven vastgesteld en de budgetten zijn op basis daarvan -153
bijgesteld. Dit resulteert in een aanpassing van de lasten, waaronder een storting in de voorziening. Een nadere toelichting
op begraafrechten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen
Baten:
· In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan begraven vastgesteld. Op basis hiervan zijn de tarieven 160
bijgesteld. Een nadere toelichting op begraafrechten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen
113
Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0
Lasten totaal 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639
Baten bestaand beleid 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0
Baten totaal 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558
Saldo 504 1.026 -440 -155 -155 -80
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Er zijn hogere lasten grondstoffeninzameling. Belangrijke oorzaken zijn onder andere hogere belastingen op afvalverbranding, -264
stijgende transportkosten, schommelende marktprijzen voor grondstoffen en strengere eisen aan recycling. Hier staan deels
hogere tarieven tegenover, zie de paragraaf lokale heffingen voor een nadere toelichting grondstoffeninzameling.
· De lasten van de tijdelijke regeling capaciteit voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) zijn op basis van het nieuw beleid hoger. -523
Daarnaast zijn de lasten verhoogd in verband met de aanpassing van de financieringsvorm vanuit het Rijk. In de vorige
begroting werd dit nog verstrekt als specifieke uitkering, maar inmiddels loopt dit via de algemene uitkering uit het
gemeentefonds (baten op programma algemene dekkigsmiddelen). Om het totaal van de middelen die ontvangen worden van
het Rijk beschikbaar te houden voor duurzaamheid, is de lastenraming in de begroting bijgesteld.
· Voor de uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma zijn de lasten verhoogd. Daar tegenover staan hogere inkomsten -160
vanuit de SPUK Nationaal Isolatie Programma. Per saldo staan de baten en lasten van dit programma budgetneutraal in de
begroting.
· In januari 2026 is het Gemeentelijk Watertakenplan 2026-2030 vastgesteld. De financiële effecten hiervan waren nog niet in de -89
begroting 2026 verwerkt. De hogere lasten voor 2027 worden volgens plan opgevangen uit de voorziening Riolering.
Baten:
· Op de tijdelijke regeling capaciteit klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ontstaat op dit programma een nadeel. Dit wordt -947
veroorzaakt doordat vanuit het Rijk een verschuiving heeft plaatsgevonden van specifieke uitkering naar algemene uitkering
gemeentefonds (waardoor de baten nu in programma 12 worden verantwoord). Daarnaast is er een voordeel (€ 160.000) op
de middelen nationaal isolatie programma.
· De verwachte opbrengsten uit riolering (rioolheffing) zijn op basis van de tarieven 2027 omhoog bijgesteld. Daarnaast vindt 488
een ontrekking uit de voorziening riolering plaats. Zie de paragraaf lokale heffingen voor een verdere toelichting op de
kostendekkendheid rioolheffing.
114
Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029
na wijziging
Lasten bestaand beleid 793 868 1.026 1.026 1.026 1.026
Lasten nieuw beleid - - - - - -
Lasten totaal 793 868 1.026 1.026 1.026 1.026
Baten bestaand beleid 15 88 36 36 36 36
Baten nieuw beleid - - - - - -
Baten totaal 15 88 36 36 36 36
Saldo -778 -779 -990 -990 -990 -990
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Geen verschil te verklaren.
Baten:
· Geen verschil te verklaren.
115
Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 1.444 1.546 1.268 1.261 1.261 1.211
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 278 278 278 278
Lasten totaal 1.444 1.546 1.546 1.539 1.539 1.489
Baten bestaand beleid 375 244 295 295 295 295
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 375 244 295 295 295 295
Saldo -1.069 -1.302 -1.251 -1.244 -1.244 -1.194
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -278
specificatie hiervan is opgenomen in programma 9 van deel 1.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026. 222
Baten:
· Geen verschil te verklaren.
116
Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 17.496 18.098 18.945 18.490 18.526 18.272
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - -71 -71 -71 -71
Lasten totaal 17.496 18.098 18.873 18.419 18.454 18.200
Baten bestaand beleid 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340
Saldo -8.146 -9.298 -9.260 -9.078 -9.114 -8.860
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een 71
specificatie hiervan is opgenomen in programma 10 van deel 1.
· De lasten voor bijstandsuitkeringen nemen in 2027 toe met € 870.000. Bij de voortgangsrapportage 2026 is de raming verhoogd -870
vanwege een stijgend aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering op grond van de Participatiewet. Daarnaast leiden
loon- en prijsontwikkelingen tot hogere uitkeringslasten. Deze ontwikkeling zet naar verwachting door in 2027.
· De lasten voor loonkostensubsidies stijgen met € 114.000. Steeds meer inwoners worden met behulp van een -114
loonkostensubsidie begeleid naar werk. Door de groei van het aantal verstrekte subsidies nemen de uitgaven toe.
· De lasten nemen met € 136.000 toe vanwege de uitvoering van de regeling Energiearmoede. Voor de jaren 2026 en 2027 wordt -136
subsidie verstrekt voor ondersteuning van huishoudens die te maken hebben met energiearmoede. Op basis van een plan van
aanpak wordt het bereik van de doelgroep vergroot. Tegenover deze hogere lasten staan gelijkwaardige inkomsten vanuit het
Rijk.
· De lasten voor schuldhulpverlening nemen met € 110.000 af. De begroting is geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers 110
over 2025, aangevuld met een opslag voor verwachte groei en indexatie. Sinds de gewijzigde uitvoering van de regeling in 2023
kan een betrouwbaardere prognose worden opgesteld, waaruit een hogere kostenraming volgt.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 134
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse
van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7.
Baten:
· De baten uit de BUIG-uitkering nemen in 2027 met € 670.000 toe. De raming is gebaseerd op de verwachte rijksbijdrage voor de 670
uitvoering van de Participatiewet, waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringscijfers uit voorgaande jaren. Het uiteindelijke
resultaat wordt verrekend met de reserve BUIG en heeft daardoor geen effect op het begrotingssaldo.
· De baten nemen met € 136.000 toe door de ontvangst van een specifieke uitkering van het Rijk voor de uitvoering van de 136
regeling Energiearmoede. Tegenover deze hogere inkomsten staan gelijkwaardige lasten voor de uitvoering van de regeling.
117
Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Lasten totaal 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061
Baten bestaand beleid 715 750 826 787 559 449
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 715 750 826 787 559 449
Saldo -5.244 -4.343 -4.598 -6.361 -8.468 -10.612
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· In 2027 is de totale bijdrage aan de verbonden partij VNG € 48.000 hoger. -53
· In 2027 zijn er extra kosten i.v.m. dubbele verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschappen. -50
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en -125
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse
van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7.
Baten:
· Geen verschil te verklaren.
118
Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en
onvoorzien
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 587 692 819 870 1.030 1.226
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - 35 105 240
Lasten totaal 587 692 819 905 1.135 1.466
Baten bestaand beleid 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726
Saldo 84.760 83.007 88.093 87.857 88.240 91.259
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Op dit programma komt het renteresultaat tot uitdrukking. De mutatie heeft nagenoeg volledig betrekking op de toegerekende -153
rente aan activa. In deze begroting is het rentepercentage voor toerekening aan activa (de renteomslag) lager (0,0%) dan in
2026 (0,1%). Omdat in deze begroting geen sprake is van toegerekende rente, maar in de Begroting 2026 wel sprake was van
toegerekende rente, ontstaat een nadeel.
In bijlage 6 is de berekening van het renteresultaat opgenomen.
Baten:
· De externe rentebaten stijgen, doordat er sprake is van een liquiditeitsoverschot. Er zal meer externe rente worden ontvangen 137
op het saldo bij 's Rijksschatkist.
· De raming van de algemene uitkering voor 2027 is gebaseerd op de meicirculaire 2026. De algemene uitkering in de begroting
2026 is gebaseerd op de meicirculaire 2025. De toename van de algemene uitkering is tweeledig; ten eerste het bepalen van 4.710
de beginstand van de algemene uitkering voor jaarschijf 2027 vanuit de september- en decembercirculaire 2025 (€ 1.850.000).
Ten tweede de (postitieve) mutaties van de algemene uitkering in het jaar 2027 zelf. Deze kent, naast de loon- en prijsindexatie
(€ 471.000), hoeveelheidsverschillen (€ 270.000) en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis (€ 300.000) nog een aantal grote
oorzaken zoals:
uitstel vervanging abonnementstarief WMO (€ 475.000), extra middelen IU (€ 200.000) en CDOKE-middelen (€ 1.145.000).
· Door tariefstijging en areaaluitbreiding stijgen de OZB-inkomsten. 214
119
Toelichting mutaties programma Overhead
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 12.111 16.375 15.479 15.378 15.498 15.194
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 888 1.068 975 1.047
Lasten totaal 12.111 16.375 16.367 16.446 16.474 16.241
Baten bestaand beleid 680 -253 145 145 145 145
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - -
Baten totaal 680 -253 145 145 145 145
Saldo -11.431 -16.628 -16.223 -16.302 -16.329 -16.096
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -888
specificatie is opgenomen in programma Overhead van deel 1.
· Vanaf 2027 worden hardware investeringen niet meer gedekt vanuit ICT-reserve. Investeringen hardware <€50k komen ten -119
laste van de exploitatie.
· In de begroting 2026 raamden we de kosten van de vervanging van diverse Saas oplossingen. In 2027 verwachten we minder te 300
vervangen.
· In de begroting 2026 zijn diverse nieuw beleid onderwerpen opgenomen voor ICT. Deze zijn meerjarig toegekend, maar voor 130
lagere bedragen in 2027.
· In de begroting 2026 is eenmalig een bedrag voor de verbouwing van het streekarchief opgenomen. Deze komt niet terug in 100
2027.
· Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 282
mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse
van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7.
Baten:
· De baten uit herverzekering van de WGA-uitkeringen vallen lager uit. Hiertegenover staan lagere lasten WGA-uitkeringen. -80
· Administratief technische correctie van de SPUK CDOKE. In de basisbegroting 2026 was hier een negatieve baat voor 449
opgenomen, welke niet meer voorkomt in de begroting 2027.
120
Toelichting mutaties in de Reserves
Financiële begroting
Bedragen * € 1.000
Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
na wijziging
Lasten bestaand beleid 28.665 19.885 15.898 2.663 2.274 1.185
Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 71 71 71 71
Lasten totaal 28.665 19.885 15.969 2.735 2.346 1.256
Baten bestaand beleid 18.467 25.181 15.980 3.601 2.991 2.085
Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 2.954 18 145 335
Baten totaal 18.467 25.181 18.934 3.619 3.136 2.419
Saldo -10.197 5.296 2.965 885 790 1.163
Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid
Bedragen * € 1.000
LASTEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Hogere storting reserve BUIG (i.v.m. vervallen bijdrage exploitatietekort Lucrato) 71 71 71 71
Totale financiële gevolgen voor de lasten 71 71 71 71
BATEN Begrotingsjaar
2027 2028 2029 2030
Budgetten:
1 Onttrekking algemene reserve ter dekking begrotingstekort 2027 2.888 - - -
2 Onttrekking surplus reserve BUIG 2027 66 - - -
3 Onttrekking aan reserve dekking kapitaallasten t.b.v.: - 18 145 335
a. Vervanging bedrijfsmiddelen: ICT-investeringen
b. Maatschappelijke accommodaties
Totale financiële gevolgen voor de baten 2.954 18 145 335
Toelichting op de mutaties
Toelichting op mutaties in lasten en baten
+ is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000
Lasten:
· Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -71
Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. Het betreft de hogere storting in de reserve BUIG.
· In de begroting 2026 werd aan diverse reserves een toevoeging gedaan. Door het incidentele karakter van deze 16.480
toevoegingen maken deze geen onderdeel meer uit van de lasten van het bestaande beleid in de begroting 2027 en
vormen daardoor een 'voordeel' ten opzichte van de vorige begroting.
Grote incidentele toevoegingen in de begroting 2026 werden gedaan aan de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen
en maatschappelijke accommodaties (€ 11,6 mln.), de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 1,3 mln.), de reserve
mobiliteitsfonds (€ 1,5 mln.) en de reserve generatiepact (€ 0,5 mln.).
· Jaarlijks worden de reserves van de gemeente in het kader van het opstellen van de begroting doorgelicht en wordt -12.493
beoordeeld in hoeverre er vrij besteedbare ruimte is binnen de reserves. Dit jaar is in de aanloop naar de begroting het
financiële beleid geactualiseerd. De gemeenteraad heeft de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Het
gevolg hiervan is dat in 2027 een groot aantal reserves kan vrijvallen. Deze reserves worden opgeheven. Tot een
totaalbedrag van € 12.493.000 vallen reserves vrij en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve of (in een
enkel geval) een andere reserve. Deze toevoeging leidt tot hogere lasten in de begroting 2027.
121
Baten:
· Baten (onttrekkingen) nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en 2.954
nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. Het betreft hoofdzakelijk de onttrekking
aan de algemene reserve ter dekking van het begrotingstekort in 2027 (€ 2.888.000).
· In de begroting 2026 werden aan diverse reserves bedragen onttrokken. Door het incidentele karakter van deze -21.694
onttrekkingen maken deze geen onderdeel meer uit van de baten van het bestaande beleid in de begroting 2027 en
vormen daardoor een 'nadeel' ten opzichte van de vorige begroting. Grote incidentele onttrekkingen in de begroting 2026
werden gedaan aan de algemene reserve (€ 9,6 mln.), de reserve huisvesting vluchtelingen, statushouders en overige
doelgroepen (€ 3 mln), de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 2,3 mln), de reserve minimabeleid € 0,7 mln.) en de
reserverestantbudgetten (€ 3,9 mln.).
Tekst wordt nog aangevuld, bedrag wordt nog opgenomen.
· Jaarlijks worden de reserves van de gemeente in het kader van het opstellen van de begroting doorgelicht en wordt 12.493
beoordeeld in hoeverre er vrij besteedbare ruimte is binnen de reserves. Dit jaar is in de aanloop naar de begroting het
financiële beleid geactualiseerd. De gemeenteraad heeft de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Het
gevolg hiervan is dat in 2027 een groot aantal reserves kan vrijvallen. Deze reserves worden opgeheven. Tot een
totaalbedrag van € 12.493.000 vallen reserves vrij en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve of (in een
enkel geval) een andere reserve. Deze vrijval van reserves leidt tot hogere baten in de begroting 2027.
122
Bijlagen
123
1 | Toelichting autonome ontwikkeling bestaand beleid
(budgetprognose)
Budgetprognose
Autorisatie:
R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is)
C = College (alsnog besluitvorming nodig is)
D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is)
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Saldo begroting -135.825 -135.825 -135.825 -135.825
Betreft het saldo van de begroting 2027, op basis van bestaand beleid en autonome ontwikkelingen.
Onderstaand wordt per programma aangegeven hoe het saldo zich vanaf 2027 ontwikkelt vanuit bestaand beleid en
autonome wijzigingen.
Programma 1 Opgroeien in Epe
Eigen bijdrage Jeugd - 455.000 466.000 466.000
Vanaf 2028 houdt het Rijk in de algemene uitkering rekening met de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg.
Hiervoor wordt de algemene uitkering verlaagd. We nemen de inkomsten van de eigen bijdrage op ter compensatie van de
verlaging van de algemene uitkering. We gaan ervan uit dat als de eigen bijdrage niet wordt ingevoerd, dat weer een
verhoging van de algemene uitkering betekent.
Kostenbesparing uitgaven jeugdzorg - 100.000 250.000 400.000
Lagere onttrekking uit de reserve Hervormingsagenda - -100.000 -250.000 -400.000
jeugdzorg
Op dit moment worden in het kader van de uitvoering van de Hervormingsagenda nog tijdelijk extra middelen voor jeugdzorg
ontvangen van het rijk. Deze worden gereserveerd en ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten. Hiervoor is ingaande
2022 de reserve Hervormingsagenda jeugdzorg ingesteld. Tot en met 2024 waren de middelen van het rijk hoger dan de
uitgaven voor uitvoering van de hervormingsagenda. In de meicirculaire 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld door
het rijk, voor 2026 en 2027, om het groeipad van de hervormingsagenda te verruimen. Vanaf 2025 zijn de middelen van het
rijk (incl. de extra middelen voor 2026 en 2027) echter niet meer toereikend en wordt de reserve gaandeweg ingezet om het
tekort te dekken. Op basis van het huidige lastenniveau t.o.v. de tijdelijke uitkering van het rijk en inzet van de reserve
ontstaat na 2031 een tekort van ruim € 1 mln. structureel. In de komende jaren zal het uitgavenniveau moeten dalen. Met
deze post wordt hierop geanticipeerd.
Voor zover deze lagere uitgaven worden gerealiseerd in 2028-2030, kan de onttrekking aan de reserve worden verlaagd.
Leerlingenvervoer - -41.000 -83.000 -129.000
De bijdrage voor leerlingenvervoer stijgt de komende jaren omdat het vervoersvolume stijgt en de NEA-index stijgt. De stijging
is wel beperkter, omdat er meer gebruikt wordt gemaakt van andere vervoersvormen. Met ingang van augustus 2027 start de
nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen.
Jeugdwetvervoer - -27.000 -36.000 -48.000
Stijging van de kosten komt doordat het vervoersvolume de komende jaren stijgt en door de stijging van de NEA-index. Met
ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen.
Gezond en Actief Leven Akkoord - 590.313 590.313 590.313
Dekking bijdrage Rijk - -590.313 -590.313 -590.313
In het GALA is afgesproken dat een aantal onderdelen structureel gefinancierd worden. Sommige GALA onderdelen stoppen
per 2026, andere onderdelen worden in het Aanvullend Zorg en Welzjinsakkoord (AZWA) voortgezet.
Programma 2 Actief in Epe
Exploitatievoordeel De Wieken bij nieuwbouw - - - 200.000
Onder nieuw beleid is een bedrag opgenomen voor investeringen in accommodaties, waaronder De Wieken. Bij realisatie van
een nieuwe accommodatie voor De Wieken zal naar verwachting een exploitatievoordeel ontstaan. Dat is opgenomen vanaf
2030.
Programma 3 Zorg en opvang
124
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Individuele begeleiding - -250.000 -525.000 -810.000
De berekening van de individuele begeleiding is gebaseerd op de realisatie 2025 en een volumegroei van voorgaande jaren.
Er is uitgegaan van een volumegroei van 7% per jaar. Gezien de stijging in de meerjarenraming wordt onderzocht op welke
wijze maatregelen getroffen kunnen worden om deze kosten te beheersen.
Afschaffing huishoudelijke hulp Wmo - - 2.118.000 2.200.000 C
Vanaf 2029 staat op de planning dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening wordt geschrapt binnen de Wmo. Voor
de mensen die het niet zelf kunnen regelen is er een vangnet toegevoegd. In de meerjarenraming is de netto uitname vanuit
het gemeentefonds opgenomen conform meicirculaire 2026 (lagere baten). Voor een gelijk bedrag zijn de lasten verlaagd
vanaf 2029. Ook is er vanaf 2028 geen rekening gehouden met groei in volume vanwege de verwachte invoering van de
inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
Vervoersvoorzieningen - -45.000 -40.000 -40.000
De Wmo vervoersvoorzieningen, dit gaat om de individuele vervoersmiddelen, maken onderdeel uit van het contract Wmo
hulpmiddelen. Hierbij geldt dat de contractvorm is veranderd van koop naar huur. Vanaf 2028 wordt naar verwachting de
inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Het is moeilijk in te schatten wat het effect is. Op het moment dat de
inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt ingevoerd wordt bepaald wat het effect is.
Rolstoelen en hulpmiddelen - -50.000 -50.000 -50.000
Ook de Wmo hulpmiddelen maken onderdeel uit van het contract Wmo hulpmiddelen. Hierbij geldt ook dat de
inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2028 effect zal hebben (rolstoelen uitgezonderd). We hebben er rekening
meegehouden door geen extra instroom in de berekening mee te nemen.
Vraagafhankelijk vervoer - -22.000 -45.000 -72.000
De bijdrage voor vraagafhankelijk vervoer stijgt de komende jaren beperkter. Voor de komende jaren is de verwachting dat
het vervoersvolume minder hard stijgt, door bewuster reisgedrag. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe
aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen.
Dagbestedingsvervoer - -7.000 -15.000 -23.000
Stijging van de kosten komt doordat het vervoersvolume de komende jaren stijgt, de stijging is wel beperkter dan eerst
verwacht doordat er er meer gestuurd wordt op de inzet en het gebruik. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe
aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen.
Oekraïense vluchtelingen (ontheemden) - -200.000 -200.000 -200.000
Compensatie door het rijk (SPUK) - 200.000 200.000 200.000
Door de oorlog in Oekraïne worden er Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Voor de huisvesting worden terreinen en
panden aangekocht en moet beheer en onderhoud worden uitgevoerd. Tegenover deze kosten wordt naar verwachting een
vergoeding van het Rijk ontvangen (SPUK).
Programma vluchtelingen naar de lijn - 29.089 29.089 398.930 C
Het college heeft besloten om het programma huisvesting en opvang over te dragen aan de lijnorgnisatie. Ten behoeve van
de uitvoering van de opgave huisvesting en opvang vluchtelingen, asielzoekers zijn middelen beschikbaar gesteld (2026 -
2029). In een eerdere begroting is besloten dat een deel van de functies (2fte) structureel werden ingevuld. Vanaf 2028 is een
verlaging in de lasten zichtbaar voor een van de functies die beschikbaar is gesteld voor twee jaar.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) - -560.431 -647.439 647.439 C
SPUK AZWA - 560.431 647.439 -647.439
Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente Epe middelen vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Het doel van
dit akkoord is onder meer het toegankelijk en betaalbaar houden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning. De komende
jaren lopen deze middelen op. De verwachting is dat de uitgaven gelijk oplopen. De AZWA-middelen zijn tot en met 2029
bekend.
Eigen bijdrage Wmo - 499.000 499.000 499.000
In de meicirculaire 2023 zijn de consequenties opgenomen van de afschaffing van het abonnementstarief Wmo. Bij de
meicirculaire 2026 is de invoering uitgesteld naar 1 januari 2028. Er wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage
ingevoerd. Het voordeel dat hier is opgenomen is gelijk aan de vermindering van de algemene uitkering vanaf 1-1-2028.
Onzeker is of dit bedrag een reële opbrengst van de eigen bijdrage / lagere kosten voor gemeente Epe is. De komende jaren
zal dit nog verder uitgewerkt worden.
Dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities - 128.000 128.000 128.000
(wegvallen van de uitgaven)
125
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet voorstellen
gedaan om de dienstverlening vanuit de overheid aan mensen in kwetsbare posities fundamenteel te verbeteren. Hiervoor
zijn tot en met 2027 middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Vanaf 2028 vervallen de middelen en daarmee ook het
uitgavenbudget.
Programma 4 Leefbaar en veilig
Leefbaarheidsinitiatieven - 100.000 100.000 100.000
Compensatie door het rijk (SPUK) - -100.000 -100.000 -100.000
Vanuit de provincie Gelderland zijn middelen ontvangen voor het ondersteunen van leefbaarheidsinitiatieven gericht op
sociale verbondenheid, sport, kunst en cultuur. De verwachte uitgaven en inkomsten zijn voor de jaren 2026 en 2027
opgenomen. Vanaf 2028 vervallen deze middelen.
Gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio Noord en Oost- - -61.200 -62.000 -81.900
Gelderland (VNOG)
In de meerjarenprogrammabegroting 2027-2030 van de VNOG is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen van loon-
en prijsstijgingen. Daarnaast kan de stijging van kapitaallasten niet meer onttrokken worden aan de beschikbare
egalisatiereserve. Hierdoor is eerder aangekondigd dat de gemeentelijke bijdragen stijgen. Zoals eerder aangegeven zal ook
de bijdrage voor Epe stijgen en dat wordt hiermee geconcretiseerd.
Programma 5 Ruimte en wonen
Wet betaalbare huur - 3.039 4.478 4.478
Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap uitgebreid. De Wet
betaalbare huur is per 1 juli 2024 in werking getreden. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en
handhavend op te treden met betrekking tot de maximale huurprijzen, de maximale huurverhogingen en de informatieplicht op
verhuurders. Het Rijk stelt middelen ter beschikking (algemene uitkering) tot en met 2029 om gemeenten financieel te
ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel.
Voor 2027 gaat het om € 15.017. Daarna dalen de uitkering en de uitgaven.
Opbrengst leges omgevingswet - 100.000 100.000 100.000
In de begroting 2026 was de opbrengst voor leges omgevingswet lager vanwege het tijdelijk gehalveerde plafond. In de
begroting vanaf 2027 gaan we ervan uit dat de opbrengst zich zal herstellen naar het 'oude' niveau omdat alle aanvragen
weer onder het reguliere legesregime vallen. Het voornemen is om het plafond voor de leges omgevingsvergunning
(bouwtechnisch en planmatig deel) m.i.v. 2028 te laten vervallen of sterk te verhogen. Vooralsnog wordt rekening houden met
een structurele meeropbrengst van € 100.000. Op basis van meerjarig inzicht in verwachte bouwplannen wordt voor de
Kadernota 2028-2031 een definitieve raming opgesteld.
Programma 6 Epe op orde
Areaalaccres uitgaven openbare ruimte - -44.443 -76.541 -97.580
Toename van de woningvoorraad betekent dat in de meerjarenramingen rekening moet worden gehouden met een autonome
toename van kosten. Het betreft een toename in de kosten van onderhoud van de openbare ruimte.
Faunabeheer - 50.000 50.000 50.000
Voor het organiseren en uitvoeren van het faunabeheer in het gemeentebos hebben we sinds 2026 een faunabeheerder in
dienst. Naar verwachting komt er vanaf 2028 een baat vanuit samenwerking met de gemeente Heerde ten behoeve van de
uitvoering van de werkzaamheden van de eigen faunabeheerder.
Programma 7 Bedrijvigheid
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 285.000 285.000 285.000 R
Voor de reinigingsheffingen is een extra tariefsverhoging van 10,7% nodig om 100% kostendekking te bereiken (bedrag
€ 550.000). Oorzaken bestaan uit hogere kosten (o.a. CO2-heffing, hogere brandstofprijzen), minder vergoeding voor
specifieke afvalstromen en bijstelling van het aantal op te leggen aanslagen. De verhoging wordt gefaseerd in twee jaar
doorvertaald in het tarief.
Programma 9 Bedrijvigheid
Economische ontwikkeling: bijdrage - 8.000 8.000 8.000
ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken 2.0
(OMVV)
126
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Dit betreft de bijdrage in de jaarlijke organisatiekosten van de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken (OMVV),
zoals uitgewerkt in het koersdocument. Deze bijdrage geldt voor 2025 tot en met 2027.
Programma 10 Weer aan het werk
Loonkostensubsidie BUIG - -80.744 -159.601 -238.455
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor o.a. de bekostiging van de loonkostensubsidie.
Deze compenseert de werkgever voor het verlies aan productiviteit van de werknemer die onder het doelgroepenregister valt.
In de meicirculaire 2026 zijn de nader voorlopige budgetten bijgesteld. Dit heeft ook effect op de begroting 2027.
Participatiewet / uitvoering Lucrato / uitvoering WSW - 25.789 -20.052 -45.213
Aanpassing van het uitgaven budget conform de mutaties in het rijksbudget in de integratie-uitkering Participatie. De
ontwikkeling van de inkomsten is opgenomen onder de algemene dekkingsmiddelen. Per saldo budgettair neutraal.
Bijdrage participatie beschut werk (meicirculaire 2026):
2027: € 356.914 (verwerkt in de basisbegroting 2027)
2028: € 331.125 (daling t.o.v. 2027 € 331.125)
2029: € 376.966 (stijging t.o.v. 2027 € 20.052)
2030: € 402.127 (stijging t.o.v. 2027 € 45.213)
Participatiewet / uitvoering Lucrato / uitvoering Wsw - 236.864 325.804 683.938
De Integratie Uitkering (IU) Participatie (Wsw en sociale infrastructuur) wordt 'doorgegeven' aan Lucrato voor de uitvoering
van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Vooralsnog verwacht Lucrato dat de daling van de rijksmiddelen gepaard gaat
met een daling van het aantal personen die vallen binnen de doelgroep van de Wsw. Daarentegen is een stijging zichtbaar in
het gebruik van loonkostensubsidie en beschut werk.
In de meicirculaire 2026 is voor de Wsw (onderdeel participatie) voor Epe opgenomen:
2027: € 4.205.059 + € 39.515 (verwerkt in de basisbegroting 2026)
2028: € 3.821.808 + € 42.076 (daling t.o.v. 2027 € 236.864)
2029: € 3.730.092 + € 44.851 (daling t.o.v. 2026 € 325.804)
2030: € 3.368.933 + € 47.875 (daling t.o.v. 2026 € 683.938)
Programma 11 Bestuur en organisatie
Verkiezingen - 130.000 30.000 -
In de periode 2027-20230 is er elk jaar een verkiezingsmoment, met uitzondering van het jaar 2028. Per verkiezing wordt als
algemeen uitgangspunt €100.000 geraamd in de (meerjaren)begroting. In 2027 wordt een gecombineerde verkiezing (voor
het algemeen bestuur van het waterschap en van de Provinciale Staten) gehouden, wat extra kosten met zich meebrengt. In
2029 wordt een verkiezing gehouden voor het Europees parlement. In 2030 wordt een gecombineerde verkiezing gehouden
(gemeenteraad en tweede kamer).
Gemeenteraad en adviescommissies - - -17.500 -19.500
In 2030 zijn naar verwachting weer gemeenteraadverkiezingen. In 2029 is budget nodig voor de voorbereiding van de
gemeenteraadverkiezingen 2030 (€ 17.500). In 2030 is budget nodig voor o.a. communicatie en voor diverse activiteiten rond
het afscheid van vertrekkende en het aantreden van nieuwe raadsleden, inclusief een inwerkprogramma voor nieuwe
raadsleden (€ 19.500).
Af te dragen pensioenpremie aan ABP - -131.060 -131.060 -131.060
Vrijval dotatie voorziening wethouderspensioen - 353.953 353.953 353.953
De gemeente zal per 1-1-2028 de verplichtingen inzake wethouderspensioenen overdragen aan het Algemeen Burgerlijk
Pensioenfonds (ABP). We gaan er vanuit dat eind 2027 het gehele bedrag van de voorziening zal worden onttrokken ter
dekking van de waardeoverdracht aan het ABP. Vanaf 2028 zal daarom geen toevoeging meer gedaan hoeven te worden
aan de voorziening wethouderspensioenen, om deze op peil te houden. De gemeente zal echter wel pensioenpremie moeten
afdragen aan het ABP ten behoeve van de pensioenopbouw.
Rijbewijzen - opbrengst - -6.900 3.300 -35.600
Gemeentelijke leges rijbewijzen - afdrachten 500 -300 2.600
Van het CBR ontvangen wij ieder jaar een inschatting van het aantal verwachte aan te vragen rijbewijzen (zowel nieuw als
verlenging). Vanaf 2025 wordt een forse groei verwacht. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het forse aantal geboortes
begin 2000 en de mogelijkheid om het rijbewijs te halen op de leeftijd van 17 jaar. Na 2030 neemt deze piek af.
Autonome loonstijging (incl. sociaal domein) - -840.000 -1.575.000 -2.313.000
Autonome prijs- en inkomstenstijging (excl. sociaal domein) - -763.000 -1.455.000 -2.224.000
Autonome stijging prijzen sociaal domein (indexatie) - -566.000 -1.079.000 -1.650.000
127
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
De berekeningen van de autonome loon-, prijs- en inkomstenstijgingen zijn gebaseerd op de indicaties die hiervoor gegeven
zijn voor het percentage 'prijs overheidsconsumptie netto materieel (imoc)' en de verwachte loonstijging waar de meicirculaire
2026 van uit gaat.
Voor de jaren 2028 t/m 2030 worden de volgende percentages gehanteerd:
- prijzen: resp. 2,6%, 2,3%, 2,5% (verwachte prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel, imoc);
- lonen: resp. 3,9%, 3,3%, 3,2%.
Voor prijs- en inkomstenstijging is het saldo van beide weergegeven.
Verzekeringen; taxatie gemeentelijke eigendommen - - - -32.000
Om de juiste verzekerde waarden van de gemeentelijke opstallen en inventarissen te bepalen, is het noodzakelijk om een
hertaxatie uit te voeren. Voor de opstallen eens per 6 jaar en voor de inventarissen eens per 3 jaar. In 2024 zijn de opstallen
en de inventaris voor het laatst getaxeerd. In 2030 vindt een gezamenlijke taxatie van de inventarissen en opstallen plaats.
Gemeentelijke leges reisdocumenten - opbrengsten - -31.300 -270.200 -340.800
Gemeentelijke leges reisdocumenten - afdrachten - 13.100 140.900 178.800
Vanaf 2014 is de geldigheid van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit heeft effect op het aantal aanvragen in de
jaren 2024-2028. Vanaf 2029 is deze piekperiode voorbij en worden significant lagere aantallen verwacht, waardoor de
legesafdracht en de legesopbrengst ook significant lager zijn.
Ontwikkelingen dienstverlening - 50.000 50.000 50.000
Het Klantcontactcentrum (KCC) en burgerzaken heeft te maken met diverse wettelijke ontwikkelingen zoals verplichte
certificering van personeel, periodieke actualisatie van VOG’s en benodigde opleidingen. Daarnaast is er de ambitie om een
aantal dienstverleningsprocessen verder te digitaliseren (burgerlijke stand, begraafplaatsadministratie, archivering). Voor
verplichte certificering van personeel en benodigd extra opleidingsbudget is voor zowel 2026 als 2027 (incidenteel) een extra
bedrag van € 50.000 gewenst. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) gaat daarnaast diverse eisen
stellen die o.a. doorontwikkeling van e-formulieren en e-herkenning noodzakelijk maakt. Structureel is € 25.000 toegekend ten
behoeve van digitalisering dienstverleningsprocessen en aanschaf nieuwe module iarchief. Voor de jaren 2026 en 2027 is in
totaal € 75.000 extra budget toegekend. Vanaf 2028 geldt alleen het structurele budget van € 25.000
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -258.720 -258.720 -258.720
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -8.542 -8.542 -8.542
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -724 -724 -724
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -261.622 -261.622 -261.622
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -1.537 -1.537 -1.537
Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -1.043 -1.043 -1.043
Uitgaande van realisatie in 2027 nemen we de eerste kapitaallasten vanaf 2028 structureel.
Een deel van deze kapitaallasten wordt gedekt door onttrekking aan de reserve afschrijvingslasten (zie programma
resultaatbestemming).
Programma 12 Algemene dekkingsmiddelen
Algemene uitkering 2027-2030 - -1.259.000 -723.000 2.384.000
In de begroting 2027 is de Algemene Uitkering op basis van de meicirculaire 2026 geraamd op een bedrag van € 78.885.000.
Voor de jaren 2028 t/m 2030 is de raming:
- 2028: € 77.626.000
- 2029: € 78.162.000
- 2030: € 81.269.000
Een toelichting op de ontwikkeling van de algemene uitkering is opgenomen in een afzonderlijke notitie die op verzoek via de
griffier beschikbaar is.
Algemene uitkering 2027-2030 (DU CDOKE) - 1.145.000 1.145.000 1.145.000
Via de Algemene Uitkering (als decentralisatie uitkering) ontvangen wij voor de uitvoering van de CDOKE extra middelen.
Deze middelen zijn structureel toegekend, maar het bedrag dat gemeenten ontvangen wordt jaarlijks bepaald. Voor jaarschijf
2027 ontvangen wij € 1,145 mln.
Tegenover deze baten hebben wij in de begroting de lasten meerjarig begroot. Om dit budgettair neutraal in de jaren 2028 -
2030 te verwerken nemen we voor deze jaren een baat op ter grootte van het bedrag 2027.
Rijksmiddelen Sociale infrastructuur - 2.561 5.336 8.360
In de Integratie Uitkering (IU) Participatie zijn naast de middelen Wsw en beschut werk, middelen beschikbaar gekomen voor
het versterken van de sociale infrastructuur.
Opbrengst OZB; woningen en niet-woningen - 239.000 473.000 713.000
128
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Betreft de verwachte stijging als gevolg van toename van het aantal objecten en in de jaren 2028-2030 een geïndexeerde
stijging van de tarieven.
Rentevergoeding over positief liquiditeitssaldo - -277.000 -437.000 -437.000
Rentekosten over aan te trekken geldleningen - -22.000 -150.000 -313.000
In 2027 wordt een rentebate verwacht door de overtollige liquide middelen die worden aangehouden in 's Rijks Schatkist
(€ 437.000). Echter door de geplande toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting en accommodaties (zoals
opgenomen in het MIP) zijn de eigen middelen niet meer toereikend en is externe financiering nodig. Dit leidt tot toenemende
structurele rentelasten.
Programma Overhead
Arbeidsmarkttoelage - 10.000 14.000 19.000
Bij het aannemen kan in uitzonderlijke gevallen een arbeidsmarkttoelage worden toegekend. Per 1 april 2024 geldt de
Regeling Arbeidsmarkttoelage, waarin aanvullende voorwaarden zijn opgenomen voor de toekenning en duur van de toelage.
Door loonontwikkelingen (CAO en HR21) is de verwachting is dat de arbeidsmarkttoelagen in de komende jaren zullen
worden afgebouwd.
Lasten voormalig personeel - -42.500 -42.500 -42.500
De raming van de lasten van voormalig personeel is gebaseerd op de lopende casussen plus een inschatting van nieuwe
casussen, gebaseerd op ervaringscijfers uit de afgelopen jaren.
Datawarehouse NB2025 - -5.000 -10.000 -15.000
Hoewel de inzet van data en AI veel kansen biedt, nemen ook de risico's zoals beveiligingsproblemen en privacykwesties toe.
Om deze risico's te beperken, is een goed beheersbare IT-omgeving met beschermde, actuele en kwalitatieve data
essentieel. Een datawarehouse zorgt voor veilige opslag en gecontroleerde distributie en faciliteert tegelijkertijd het inzichtelijk
maken van trends, zorgregie en gebiedsanalyses.
Tijdelijke formatieuitbreiding KCC/burgerzaken - - 37.000 37.000
Vanaf 2014 is de geldigheid van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit heeft effect op het aantal aanvragen in de
jaren 2024-2028. Er is tijdelijk extra formatie ingezet, om het aantal aanvragen te kunnen behandelen. Hier staan (tijdelijk)
hogere legesopbrengsten tegenover.
Resultaatbestemming
Onttrekking aan reserve hervormingsagenda jeugdzorg - 741.000 678.000 678.000
(inzet rijksmiddelen)
De extra middelen voor jeugdzorg die worden ontvangen van het rijk, worden in eerste instantie (vanaf 2022) gereserveerd,
voor zover deze niet worden uitgegeven. Hiervoor is ingaande 2022 een nieuwe reserve ingesteld. Tot en met 2024 waren de
middelen van het rijk hoger dan de uitgaven voor uitvoering van de hervormingsagenda. In de meiciculaire 2025 zijn extra
middelen beschikbaar gesteld door het rijk, voor 2026 en 2027. Echter vanaf 2025 zijn de middelen van het rijk niet meer
toereikend en zal de reserve gaandeweg worden ingezet om het tekort te dekken. Op basis van het huidige lastenniveau t.o.v.
de tijdelijke uitkering van het rijk ontstaat in 2030 een tekort van ruim € 1 mln. structureel. Een evaluatie zal inzicht moeten
geven in de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven en de beschikbare financiële dekkingsmogelijkheden en hoe hierop
kan worden geanticipeerd in de komende jaren.
Onttrekking aan reserve dekking kapitaallasten (MIP - 94.408 94.408 94.408
overloop)
Onttrekking aan reserve eenmalige middelen (dekking - -105.000 -285.000 -425.000
begrotingstekort)
Tegenover een deel van de afschrijvingslasten van investeringen uit het meerjareninvesteringsplan staat een onttrekking aan
de reserve dekking afschrijvingslasten.
In de begroting 2025 en 2026 (pag. 128 resp. 130) was opgenomen dat dekking van het begrotingstekort plaats vindt vanuit
de reserve eenmalige dekkingsmiddelen: in 2027 € 425.000, in 2028 € 320.000 en in 2029 € 140.000. Vanaf 2030 vervalt
deze dekking.
Onttrekking middelen programma vluchtelingen naar de lijn - -29.089 -29.089 -398.929
In 2025 heeft het college besloten om middelen voor vier jaar beschibkaar te stellen voor de jaren 2026 - 2029 om het
programma vluchtelingen te beleggen in de lijnorganisatie. De functie van bouwkundig projectleider is voor twee jaar
waardoor vanaf 2028 een voordeel ontstaat. Voortkomend uit nieuw beleid 2025 zijn uit de begroting 2025 zijn twee functies
structureel ingevuld waardoor vanaf 2030 een groot deel van de lasten zal wegvallen.
129
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 25.000 25.000 25.000
Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 8.542 8.542 8.542
Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 60.866 60.866 60.866
Uitgaande van realisatie in 2027 nemen we de eerste kapitaallasten vanaf 2028 structureel.
Een deel van deze kapitaallasten wordt gedekt door onttrekking aan de reserve afschrijvingslasten.
Technische mutaties budgetprognose - 1.293.103 1.578.103 1.894.103
Het gaat hier om een aantal financieel-technische mutaties, zoals de vrijval van kapitaallasten (rente en afschrijving) en
diverse posten die incidenteel voor 2026 in de basis zijn opgenomen en die daarom wegvallen vanaf 2027. Een specificatie
van deze post is op verzoek via de griffier beschikbaar.
130
2 | Toelichting nieuw en geactualiseerd beleid
Toelichting nieuw beleid in deze meerjarenbegroting
Autorisatie:
R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is)
C = College (alsnog besluitvorming nodig is)
D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is)
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Programma 1 Opgroeien in Epe
#Opladers -52.000 - - - D
De pilot #Opladers is gericht op ondersteunen van ouders bij vragen over opgroeien en opvoeden. Door deze pilot met 1 jaar te
verlengen kan de evaluatie gekoppeld worden aan het onderzoek naar maatregelen voor de stijgende kosten jeugdzorg. Een
keuze voor structurele voortzetting van deze preventieve maatregel kan dan integraal worden gemaakt.
Versterking toegangsteam Jeugdzorg -400.000 -400.000 -400.000 -400.000 D
Door een stijgend aantal jeugdigen in zorg en complexere hulpvragen neemt de werkdruk binnen het toegangsteam toe. Extra
capaciteit is noodzakelijk om tijdige ondersteuning en adequate toegang tot jeugdhulp te waarborgen (uitbreiding van 6,11 naar
9 fte).
Schoolmaatschappelijk werk -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 D
Door de stijging van het aantal aanmeldingen en de toenemende complexiteit van hulpvragen is uitbreiding van het
schoolmaatschappelijk werk noodzakelijk. Hiermee wordt vroegtijdige ondersteuning van kinderen en gezinnen versterkt.
Programma 2 Actief in Epe
Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties - -100.000 -100.000 -100.000 D
Voor de uitvoering van de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties is structurele projectcapaciteit
noodzakelijk. Hiermee wordt de voortgang van de meerjarige projecten geborgd. In 2027 wordt deze inzet nog uit incidentele
middelen gedekt.
Buurtsportcoaches -100.000 - - - D
Door het gedeeltelijk wegvallen van rijksmiddelen ontstaat vanaf 2027 een tekort op de financiering van buurtsportcoaches. De
aanvullende bijdrage is nodig om het huidige sport- en beweegaanbod in stand te houden.
Sportvisie -100.000 - - - D
Voor de uitwerking van toekomstig sportbeleid en de voorzieningenbehoefte is tijdelijke externe capaciteit en expertise nodig.
De resultaten vormen de basis voor toekomstbestendige beleidskeuzes.
Erfgoedbeleid -25.000 -20.000 D
Op 22 mei 2025 is het erfgoedbeleid vastgesteld. Het budget voor de bijbehorende uitvoeringsagenda is toen niet in de
begroting 2026-2029 verwerkt. Dat wordt nu hersteld.
Programma 3 Zorg en Opvang
Huiselijk geweld en kindermishandeling -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 D
De gemeentelijke bijdrage aan regionale partners stijgt als gevolg van een hogere vraag naar ondersteuning en toenemende
complexiteit van de problematiek. Hiermee blijft de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling geborgd.
Vak-/regie applicatie sociaal domein -150.000 -150.000 -150.000 -150.000 C
Vanaf de invoering van een nieuw regiesysteem sociaal domein ontstaan structurele kosten voor beheer, licenties en
koppelingen. Het systeem ondersteunt een efficiëntere uitvoering van de wettelijke taken binnen het sociaal domein.
Opvangplekken voor gezinnen p.m. p.m. p.m. p.m.
Er is een wettelijke verplichting voor de opvang van personen en gezinnen die dakloos raken. Voor individuele opvang is
Omnizorg in Apeldoorn beschikbaar. Er is behoefte aan een structurele opvangvoorziening voor gezinnen die dakloos raken
zodat daarvoor niet steeds naar tijdelijke oplossingen hoeft te worden gezocht.
131
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Programma 4 Leefbaar en veilig
Tijdelijke stalling brandweer Oene -80.000 -15.000 -15.000 - C
Voor de huisvesting van nieuwe brandweervoertuigen (rietkapbestrijding/veeredtakel) in Oene moet een tijdelijke locatie worden
ingericht. Hiervoor is budget nodig voor inrichting en huur van de locatie. De huidige kazerne is te klein om deze materialen te
stallen.
Weerbaarheid -200.000 p.m. p.m. p.m. C
Voor de uitvoering van het programma Weerbaarheid zijn aanvullende middelen nodig. Hiermee wordt geïnvesteerd in
crisisbeheersing, bedrijfscontinuïteit en maatschappelijke weerbaarheid.
Structurele bijeenkomsten natuurbrandpreventie -5.000 -5.000 -5.000 -5.000 D
Voor het structureel organiseren van bijeenkomsten over natuurbrandpreventie wordt budget beschikbaar gesteld. Hiermee
wordt de bewustwording en risicobeheersing bij inwoners en ondernemers versterkt.
Overlast wolven -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 D
Voor communicatie en informatievoorziening over de aanwezigheid van de wolf wordt structureel budget beschikbaar gesteld.
Hiermee worden inwoners en ondernemers beter geïnformeerd over risico's en handelingsperspectieven
Programma 5 Ruimte
Nota omgevingskwaliteit -75.000 - - - D
Dekking binnen bestaande budgetten 75.000 - - -
Voor het actualiseren van de huidige Welstandsnota naar een Nota Omgevingskwaliteit is incidentele capaciteit en expertise
nodig. Hiermee wordt aangesloten bij de Omgevingswet en ontstaat een actueel toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit.
Milieueffectrapportage (MER) Buitengebied -100.000 - - - D
Dekking binnen bestaande budgetten 100.000 - - -
Sinds de vaststelling van de omgevingsvisie in 2021 zijn er diverse maatschappelijke ontwikkelingen geweest en nieuwe
beleidsnota’s door de raad vastgesteld. Gewenst is de omgevingsvisie te herzien en te actualiseren. Een mogelijke kans is om
bij deze herziening te kijken naar hoe we de omgevingsvisie breder kunnen opstellen dan alleen voor de fysieke leefomgeving.
Voor het opstellen van de omgevingsvisie en MER is externe expertise nodig.
Programma 6 Epe op orde
IBOR - instandhouding huidig kwaliteitsniveau -150.000 -120.000 -1.240.000 -1.240.000 D
Uit de actualisatie van het Integraal Beheer Openbare Ruimte blijkt dat de huidige budgetten onvoldoende zijn om de openbare
ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden. De aanvullende middelen zijn nodig voor het versterken van het
reguliere onderhoud en het structureel opnemen van vervangingsinvesteringen. Naar achterstanden onderhoud lopen nog
onderzoeken, dit wordt betrokken bij het vaststellen van de nota IBOR.
Groot onderhoud vijvers -60.000 - - - D
Voor het uitvoeren van groot onderhoud (bakkerwerkzaamheden) aan de vijvers in het Sweert de Landaspark en Beekpark is
incidenteel budget nodig. Hiermee wordt de kwaliteit en functionaliteit van deze onderdelen van de openbare ruimte behouden.
Toekomstige ontwikkelingen groen -160.000 -195.000 -130.000 -105.000 D
Voor de uitvoering van de Integrale Groenvisie zijn aanvullende middelen nodig voor beleidsontwikkeling, monitoring en
vergroeningsmaatregelen. Hiermee wordt invulling gegeven aan gemeentelijke ambities op het gebied van biodiversiteit,
klimaatadaptatie en toekomstige wettelijke verplichtingen
Onderzoek hondenlosloop gebied -35.000 - - - D
Voor de uitvoering van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een hondenlosloopgebied wordt incidenteel budget
beschikbaar gesteld. De uitkomsten dienen als basis voor vervolgbesluitvorming
Programma 7 Duurzaamheid
Kaderrichtlijn Water p.m. p.m. p.m. p.m.
132
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
De uitvoering van de Kaderrichtlijn Water vraagt om extra inzet op vergunningverlening, toezicht, handhaving en ruimtelijke
instrumenten. Hiermee levert de gemeente een bijdrage aan het behalen van wettelijke waterkwaliteitsdoelstellingen. Inzicht in
benodigd budget en dekking volgt op een later moment.
Duurzaamheid -320.000 -280.000 -280.000 -280.000 D
Duurzaamheid - dekking middelen CDOKE 320.000 280.000 280.000 280.000
Voor de uitvoering van wettelijke en beleidsmatige opgaven op het gebied van energiebesparing, energietransitie en warmte zijn
aanvullende middelen nodig. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan Europese en nationale duurzaamheidsdoelstellingen.
Programma 8 Bedrijvigheid
Onderzoek toereikend zijn handhavingscapaciteit -10.000 - - - D
Via een onderzoek wordt inzicht verkregen in de toereikendheid van de huidige handhavingscapaciteit ten opzichte van de
bestuurlijke ambities en maatschappelijke opgaven.
Onderzoek verbetering meldsysteem -10.000 - - - D
Budget voor een onderzoek om te bepalen hoe wel het meldsysteem voor ervaren overlast kunnen versterken
Programma 9 Bedrijvigheid
Toekomstbestendige bedrijventerreinen -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 C
Voor deelname aan het regionale programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen is cofinanciering benodigd. Hiermee
worden projecten ondersteund gericht op organisatiekracht, energietransitie en klimaatadaptatie op bedrijventerreinen
Nieuw evenementenbeleid -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 C
Voor de uitvoering van het nieuwe evenementenbeleid worden structurele middelen beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen de
beleidsdoelstellingen en uitvoeringsmaatregelen uit de vast te stellen uitvoeringsagenda worden gerealiseerd. Het definitief
benodigde bedrag volgt uit de uitvoeringsagenda.
Recreatie en toerisme -158.000 -158.000 -158.000 -158.000 D
Voor de voortzetting van promotie, bestemmingsmanagement en toeristisch-recreatieve ontwikkeling is aanvullend budget
nodig. Hiermee blijft de gemeente investeren in een vitale recreatieve sector en een aantrekkelijke leef- en bezoekomgeving.
Deze kosten vloeien voort uit het vastgestelde uitvoeringsplan bij de nota recreatie en toerisme.
Vitalisering vakantieparken -60.000 -60.000 -60.000 -60.000 D
Voor deelname aan het regionale programma Vitale Vakantieparken en daaraan gekoppelde projecten wordt structureel budget
beschikbaar gesteld. Hiermee wordt gewerkt aan toekomstbestendige, economisch sterke en duurzame vakantieparken. Deze
budgetten vloeien voort uit het vastgestelde uitvoeringsplan bij de nota recreatie en toerisme.
Economische visie -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 C
Voor de uitvoering van de nieuwe economische visie is structureel uitvoeringsbudget benodigd. Hiermee kunnen onderzoeken,
samenwerkingstrajecten en projecten worden uitgevoerd die bijdragen aan een toekomstbestendige lokale economie.
Programma 10 Weer aan het werk
Bijdrage in exploitatietekort Lucrato vervalt 71.431 71.431 71.431 71.431 D
Het jaarlijkse exploitatietekort van Lucrato wordt voortaan gedeeltelijk als risico gezien. Dit omdat de historie leert dat het tekort
zich in de jaarrekening veelal niet voordoet.
Programma Overhead
Uitvoeringscapaciteit vastgoed -115.000 -115.000 -115.000 -115.000 D
Dekking uit beschikbare middelen CDOKE 58.000 58.000 58.000 58.000
Dekking uit beschikbare middelen vluchtelingen 57.000 57.000 - -
De toenemende omvang en complexiteit van de vastgoedopgave vragen om structurele versterking van de vastgoedorganisatie.
Hiermee worden de uitvoering van projecten, verduurzamingsopgaven en beheer van maatschappelijk vastgoed ondersteund.
Tijdelijk worden als dekking middelen vanuit CDOKE en budget opvang vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen
ingezet.
133
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Uitbreiding Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid -68.000 -68.000 -68.000 -68.000 D
De uitbreiding van wettelijke taken en de groei van complexe casuïstiek vragen om extra capaciteit binnen het Coördinatiepunt
Zorg en Veiligheid. Hiermee wordt de uitvoering van wettelijke verplichtingen en integrale regie geborgd.
Versterken juridische capaciteit a.g.v. AI/CBW -35.000 -50.000 -50.000 -50.000 D
Door aanvullende wettelijke eisen op het gebied van privacy, informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid neemt de werkdruk
binnen Juridische Zaken toe. Extra capaciteit is noodzakelijk om aan de wettelijke verplichtingen te blijven voldoen en juridische
risico's te beperken.
Digitaliseren bouwvergunningen -105.000 -105.000 - - D
Voor het digitaliseren van analoge bouwvergunningen is aanvullend budget nodig. Hiermee wordt de dienstverlening verbeterd,
de afhandeling van informatieverzoeken efficiënter ingericht en aangesloten bij de uitgangspunten van de nieuwe Archiefwet.
Oefenen voor cyberincidenten -5.000 -5.000 -5.000 -5.000 D
Voor het jaarlijks testen van continuïteitsplannen en de crisisorganisatie wordt structureel budget beschikbaar gesteld. Hiermee
wordt de digitale weerbaarheid van de organisatie versterkt en invulling gegeven aan geldende informatiebeveiligingsnormen
Tooling scannen emails cyberveiligheid -35.000 -20.000 -20.000 -20.000 D
Vanwege de toename van geavanceerde phishingaanvallen is aanvullende beveiligingssoftware benodigd voor het monitoren
van inkomende e-mail. Hiermee wordt het risico op datalekken en cyberincidenten verder beperkt
Monitoring en respons informatiebeveiliging - - - -65.000 D
Voor het continu monitoren van mogelijke datalekken en het opvolgen van signalen zijn structurele middelen nodig. Hiermee
wordt de digitale veiligheid versterkt en kunnen incidenten sneller worden gesignaleerd en afgehandeld. In de jaren 2027-2029
is incidentele dekking beschikbaar.
Penetratietesten informatiebeveiliging -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 D
Voor het periodiek uitvoeren van penetratietesten op de gemeentelijke netwerkomgeving wordt budget beschikbaar gesteld.
Hiermee worden kwetsbaarheden tijdig geïdentificeerd en beveiligingsrisico's beperkt
Betaalde AI -55.000 -55.000 -55.000 -55.000 D
Na een pilot wordt ingezet op gecontroleerd gebruik van professionele AI-toepassingen binnen de organisatie. Hiermee worden
productiviteitsvoordelen benut en risico's op onveilig of ongecontroleerd gebruik verminderd
Ombuigingsproces -145.000 - - - C
Voor het uitvoeren van het herijkingsproject richting de kadernota 2028 is tijdelijke projectleiding en aanvullende financiële
capaciteit nodig. Hiermee worden mogelijke besparingen en inkomstenverhogingen in beeld gebracht en uitgewerkt.
BRP op orde en leegstand -110.000 - - - D
Voor het verbeteren van de kwaliteit van de basisregistraties en het uitvoeren van adressenonderzoeken is tijdelijke extra
capaciteit nodig. Hiermee wordt voldaan aan wettelijke verplichtingen en ontstaat beter inzicht in leegstand en bewoning.
Onderzoekskosten passende huisvesting -100.000 - - - D
Voor het onderzoek naar passende huisvesting is een budget van € 100.000 nodig.
Versterken dienstverlening -35.000 -160.000 -115.000 -115.000 C
Om de dienstverlening verder te verbeteren wordt geïnvesteerd in extra capaciteit voor dienstverlening en digitale
ondersteuning. Hiermee worden bereikbaarheid, gebruiksgemak en digitale dienstverlening aan inwoners versterkt.
Versterken participatie - -195.000 -195.000 -195.000 C
Voor het versterken van participatieprocessen wordt aanvullende capaciteit ingezet op participatieondersteuning en
omgevingsmanagement. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities op het gebied van
inwonerbetrokkenheid.
Versterken informatiebeveiliging -85.000 -115.000 -115.000 -115.000 D
De toenemende wettelijke eisen en digitale risico's vragen om structurele uitbreiding van de capaciteit voor informatiebeveiliging.
Hiermee wordt de organisatie beter in staat gesteld om risico's te beheersen en te voldoen aan wettelijke verplichtingen.
134
Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto-
+ is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie
2027 2028 2029 2030
Ontwikkelingen landelijk gebied en stikstof -100.000 -165.000 -165.000 -165.000 D
Voor de begeleiding van ontwikkelingen in het landelijk gebied en de stikstofopgave is structurele capaciteit nodig. Hiermee
kunnen agrarische ondernemers worden ondersteund en kan de gemeente adequaat inspelen op regionale en landelijke
ontwikkelingen. Met het budget kan o.a. de beschikbare formatie voor agrarisch accountmanager worden voortgezet.
Programma Algemene dekkingsmiddelen
Te betalen rente a.g.v. nieuwe investeringen - -35.000 -105.000 -240.000 D
Door de omvang van het investeringsprogramma ontstaat naar verwachting behoefte aan externe financiering. De geraamde
rentelasten zijn opgenomen om de financieringskosten van toekomstige investeringen structureel te verwerken in de begroting
Programma Resultaatbestemming
Toevoeging aan storting reserve BUIG -71.431 -71.431 -71.431 -71.431
Onttrekking surplus reserve BUIG (2027) 65.522 - - -
Het jaarlijkse exploitatietekort van Lucrato wordt voortaan gedeeltelijk als risico gezien. Gevolg van verlaging van de begroting
hiervoor is dat de toevoeging aan de reserve BUIG hoger wordt.
Omdat een surplus in de reserve BUIG ontstaat, valt een eenmalig bedrag van € 65.522 vrij ten gunste van de exploitatie.
Onttrekking algemene reserve (dekking 2.888.303
begrotingstekort 2027)
135
3 | Investeringsplan
Investeringsplan
Autorisatie:
R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is)
C = College (alsnog besluitvorming nodig is)
D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is)
Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto-
risatie
2027 2028 2029 2030
Programma 1 Opgroeien in Epe
Huisvesting onderwijs (IHP) - - 17.262.930 C
Het gemeentelijk Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP) geeft een indicatie voor elke school van de
investeringen voor de komende jaren op het gebied van verbouw, renovatie, nieuwbouw. Voor de uitvoering van het IHP zijn in
de komende jaren aanzienlijk meer financiële middelen nodig zijn dan het bedrag dat tot nu toe in het investeringsplan en in de
reserve beschikbaar is. Daarom zijn in de begroting forse investeringsbedragen opgenomen, zodat aan de gemeentelijke
verplichting in de komende jaren invulling kan worden gegeven.
Als uitgangspunt voor de afschrijvingstermijn geldt de verwachte levensduur van de werkzaamheden. Bij
renovatie/(ver)nieuwbouw kan deze gesteld worden op 40 jaar, indien de reële verwachte levensduur 40 jaar is.
Financiële dekking:
De benodigde investeringen kunnen deels worden gedekt vanuit de opgebouwde reserve en andere beschikbare eenmalige
middelen. Aanvullend vindt dekking plaats door de uitgaven te activeren (afschrijving en rente komen structureel ten laste van
de exploitatie.
Met het vaststellen van de begroting machtigt de raad het college om de opgebouwde reserve en de in deze begroting
beschikbaar gestelde middelen, in te zetten voor de huisvesting van onderwijsvoorzieningen, conform het IHP, in samenhang
met maatschappelijke accommodaties, vanuit een integrale en gebieds- en inwonersgerichte benadering.
Voor maatschappelijke accommodaties is rekening gehouden met een stelpost van € 1 mln. per jaar. Aanvullende toevoegingen
zullen nodig zijn om het IHP en het accommodatiebeleid ook op de middellange en lange termijn te kunnen uitvoeren.
Beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten 225.000 230.850 236.852 243.010 D
Op 15 juli 2025 heeft de raad ingestemd met het beleidsplan Spelen, Bewegen en Ontmoeten. Daarbij is ingestemd om
gedurende een periode van 10 jaar een gemiddeld investeringsbedrag beschikbaar te stellen.
In de opgenomen bedragen is rekening gehouden met kosten voor de ondergrond (in het beleidsplan opgenomen als p.m.).
Programma 2 Actief in Epe
Maatschappelijke accommodaties (De Wieken, Balai Pusat 0 5.094.952 13.460.608 - R
e.a.)
Er ligt een stevige opgave om het maatschappelijk vastgoed duurzaam en toekomstbestendig te maken. Een drietal projecten
vraagt in de komende periode om uitvoering: De Wieken, Balai Pusat en sportpark Wachtelenberg.
De uitgaven c.q. kapitaallasten worden voor een deel gedekt uit de reserve huisvesting onderwijs/maatschappelijke
accommodaties (940230) via de kapitaallastenreserve.
In de begroting 2026 wordt € 9.580.000 aan reserve 940230 toegevoegd;
- deel 2028 (40 jaar afschr., 2,5% per jaar): € 5.055.000
- deel 2029 (25 jaar afschr., 4,0% per jaar): € 4.525.000
Overheveling naar de reserve dekking kapitaallasten gebeurt bij beschikbaar stellen van het krediet.
Programma 4 Leefbaar en veilig
Brandweerkazerne Oene 3.116.576 - - - R
Uit het spreidingsplan van de brandweer Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en de verdeling van het materieel
is Oene als post aangewezen om een veetakel te herbergen. Deze veetakel past echter niet in de verouderde kleine kazerne.
Daarnaast voldoet de kazerne niet aan de ARBO eisen en aan de veiligheid en actuele normen voor de brandweerlieden. De
VNOG gaat daarom gesprekken voeren of het bouwen van een nieuwe kazerne binnen de mogelijkheden past. Er was in de
begroting al een stelpost aanwezig voor renovatie of nieuwbouw van € 430.000. Indicaties vanuit de VNOG geven aan dat de
kosten aanzienlijk hoger zullen zijn. Daarom is bij de vorige begroting aanvullend een extra bedrag opgenomen. Daarmee is
vooralsnog een investeringsbedrag van € 1 mln. (excl. btw) beschikbaar. Als uitgangspunt nemen we om te zoeken naar een
creatieve, sobere, doelmatige oplossing.
De kazerne zal naar verwachting nog niet in 2025 of 2026 gerealiseerd worden; wel zullen in de tussenliggende periode tot aan
de realisatie tijdelijk kosten moeten worden gemaakt voor huisvesting van twee nieuwe voertuigen (veeredtakel en
rietkapbestrijding).
Programma 6 Epe op orde
Vervanging bruggen - - 292.189 - D
In 2029 wordt de brug aan de Hoogestraat vervangen.
136
Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto-
risatie
2027 2028 2029 2030
Vervanging Openbare Verlichting 320.575 328.910 337.461 108.005 D
Op basis van het door de raad vastgestelde beleidsplan openbare verlichting vindt vervanging plaats. Lichtmasten worden in 40
jaar afgeschreven en de armaturen worden in 20 jaar afgeschreven.
Mobiliteitsfonds 1.318.410 1.352.689 1.387.859 1.408.730 C
In maart 2022 heeft de Raad het Mobiliteitsplan 2022-2032 vastgesteld. Dit plan heeft een vertaling gekregen in het
vastgestelde Uitvoeringsprogramma 2023-2027. Daarin zijn de maatregelen geprioriteerd met inbreng van onze inwoners
middels de Participatie Waarde Evaluatie. Voor de komende jaren staat hier een aantal urgente projecten in opgenomen. Voor
2025 willen we de Deventerstraat in Vaassen herinrichten inclusief de kruisingen met de Teije en de Dorpsstraat. Ook zijn
middelen opgenomen voor de uitvoering van het Verkeersplan Oene. Voor 2026 staat de 2e fase van het fietspad Epe-Oene
hierin opgenomen, overeenkomstig de aangenomen motie van de Raad. Voor 2027 staat de uitvoering gepland van twee
integrale plannen, namelijk Kroondomein (Gortel-Niersen-Vierhouterweg) en de Dellenweg e.o., gericht op de toegenomen
verkeersdrukte. Dit betreffen integrale participatieve gebiedsplannen die samen met natuur/ecologie en recreatie worden
opgepakt en met onze buurgemeenten.
Daarnaast worden in de komende jaren binnen de mogelijkheden van het fonds door keuzes/prioritering andere projecten
uitgevoerd.
- Fietstunnel Eekterweg (F50); investering (2026): € 1 mln.
- Centrumring i.r.t. woningbouwopgave; investering (2027): € 1.150.000
- Knelpunt bocht Laan van Fasna en Deventerstraat (F50)
- Aanleg regionale fietsverbinding Apeldoorn-Zwolle (tracedeel Epe-Epe)
Herontwikkeling Hoofdstraat Centrum Epe 1.582.092 1.623.226 1.554.402 - R
Het verbeteren van het verblijfsklimaat in het centrum van het dorp Epe vraagt een herontwikkeling van de Hoofdstraat. Om het
in ontwikkeling zijnde plan te kunnen realiseren zijn financiële middelen nodig.
Aanpassing en onderhoud landbouwverkeer routes 316.418 - - - C
In het Mobilitetsplan zijn landbouwverkeerrroutes opgenomen. Voor twee van deze routes (Kanaalweg en Vaassense
Binnenweg/Veldweg) moeten bermverhardingen worden aangebracht.
Fietspad F50 - 848.260 - - C
Voor de realisatie van de hoogwaardige fietsverbinding tussen Apeldoorn en Epe is aanvullend krediet benodigd (€ 830.000)
vanwege een geconstateerd dekkingsverschil. Hiermee kan uitvoering van het project conform planning worden voortgezet.
(Vervangings)investeringen openbare ruimte 190.000 1.022.000 2.088.968 3.205.521 C
Op basis van een normkostenmodel is ervoor gekozen om (vervangings)investeringsbudgetten in de begroting op te nemen. Er
lopen onderzoeken naar het kwaliteitsniveau in de openbare ruimte. In het voorjaar 2028 wordt de nieuwe nota integraal beheer
openbare ruimte aan de raad voorgelegd. De investeringsbedragen worden dan mogelijk bijgesteld.
Programma 7 Duurzaamheid
Watertakenplan; vervanging vrijvervalriolering / relining 1.248.000 1.530.547 1.566.726 1.602.761 D
Op basis van verwachting (levensduur) en periodieke inspecties wordt bepaald welke delen van de vrijvervalriolering
vervangen/gerelined dienen te worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging per jaar een bedrag beschikbaar. Dekking vindt
plaats uit de rioolheffing.
Watertakenplan; vervangen drukriolering (persleiding) 175.000 178.850 182.785 186.989 D
Op basis van verwachting (levensduur) en inspecties wordt bepaald welke delen van de drukriolering vervangen dienen te
worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging een gemiddeld jaarlijks gelijkblijvend bedrag bepaald. Dekking vindt plaats uit de
rioolheffing.
Watertakenplan; afkoppelen hemelwater bij 552.000 676.973 1.044.484 1.068.507 D
rioolvervanging
Op basis van verwachting (levensduur) en inspecties wordt bepaald welke delen van de drukriolering vervangen dienen te
worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging een gemiddeld jaarlijks gelijkblijvend bedrag bepaald. Dekking vindt plaats uit de
rioolheffing.
Watertakenplan; Klimaatmaatregelen maaiveld - - 62.669 64.110 D
Vanuit het Watertakenplan wil de gemeente de komende jaren wateroverlast voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de wijk
Vegtelarij in Epe en de kern Oene.
Watertakenplan; Vervangen pompen en gemalen 100.000 102.200 104.448 106.851 D
Vanuit het watertakenplan wil de gemeente de komende planperiode alle gemalen en pompunits aansluiten op nieuwe
besturingssystemen om eenvoudig en direct inzicht te krijgen in meldingen, stroringen en algemeen functioneren. In de
137
Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto-
risatie
2027 2028 2029 2030
komende periode gaat dit om 200 stuks besturingen (40 per jaar en 2 PLC besturingen per jaar). Dekking vindt plaats uit de
rioolheffing.
Watertakenplan; Vervangen besturingssystemen drukriool 100.000 102.200 104.448 106.851 D
Vanuit het watertakenplan wil de gemeente de komende planperiode alle gemalen en pompunits aansluiten op nieuwe
besturingssystemen om eenvoudig en direct inzicht te krijgen in meldingen, stroringen en algemeen functioneren. In de
komende periode gaat dit om 200 stuks besturingen (40 per jaar en 2 PLC besturingen per jaar). Dekking vindt plaats uit de
rioolheffing.
Watertakenplan; Aanleg Bergbezinkvoorziening Epe - - 1.213.392 D
Om de hoeveelheid water die overstort op oppervlaktewater verder te reduceren wordt in Epe een Bergbezinkvoorziening
aangebracht. Hierdoor stort er minder vervuild water in het oppervlaktewater.
Programma Overhead
Vervanging ICT-bedrijfsmiddelen 411.000 - 52.634 241.876 D
Betreft reguliere vervanging van hardware, die noodzakelijk is met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering.
Verbouwing gemeentehuis 585.000 - - - C
Voor aanpassingen aan de raadzaal en aanvullende werkzaamheden aan het gemeentehuis (KCC) is aanvullend
investeringsbudget (€ 585.000) nodig. Hiermee worden de functionaliteit, bedrijfsvoering en gebruikerskwaliteit van het gebouw
verbeterd.
138
4 | Overzicht lasten en baten per taakveld
Taakveldenoverzicht
Bedragen in euro
Programma / taakveld Begroting 2027
Lasten Baten Saldo
01 Opgroeien in Epe
4-1 Openbaar basisonderwijs 93.029 0 -93.029
4-2 Onderwijshuisvesting 1.546.844 15.399 -1.531.445
4-3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 2.769.756 783.060 -1.986.696
5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 187.899 0 -187.899
6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 643.889 23.362 -620.527
6-22 Toegang en 1elijnsvoorz. Jeugd 1.862.404 0 -1.862.404
6-751 Jeugdhulp ambulant lokaal 529.791 0 -529.791
6-752 Jeugdhulp ambulant regionaal 5.368.274 0 -5.368.274
6-753 Jeugdhulp ambulant landelijk 219.000 0 -219.000
6-761 Jeugdhulp met verblijf lokaal 762.433 0 -762.433
6-762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 3.884.919 0 -3.884.919
6-763 Jeugdhulp met verblijf landelijk 102.164 0 -102.164
6-792 PGB Jeugd 111.473 0 -111.473
6-821 Jeugdbescherming 453.597 0 -453.597
6-822 Jeugdreclassering 105.849 0 -105.849
6-92 Coördinatie en beleid Jeugd 260.697 0 -260.697
7-1 Volksgezondheid 2.086.975 42.872 -2.044.103
Totaal 01 Opgroeien in Epe 20.988.993 864.693 -20.124.300
02 Actief in Epe
5-1 Sportbeleid en activering 657.425 270.474 -386.951
5-2 Sportaccommodaties 1.836.900 378.172 -1.458.728
5-3 Cult.presentatie -productie en -partic. 1.013.861 1.331 -1.012.530
5-6 Media 872.659 59.782 -812.877
6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 1.875.578 285.623 -1.589.955
Totaal 02 Actief in Epe 6.256.423 995.382 -5.261.041
03 Zorg en opvang
6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 8.225.686 6.943.009 -1.282.677
6-21 Toegang en 1elijnsvoorz. WMO 2.500.550 0 -2.500.550
6-23 Toegang en 1elijnsvoorz. Integraal 335.074 0 -335.074
6-3 Inkomensregelingen 209.143 0 -209.143
6-60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 1.672.671 64.257 -1.608.414
6-711 Huishoudelijke hulp (WMO) 4.616.176 332.073 -4.284.103
6-712 Begeleiding (WMO) 3.951.415 0 -3.951.415
6-713 Dagbesteding (WMO) 1.557.046 12000 -1.545.046
6-791 PGB WMO 257.974 0 -257.974
6-811 Beschermd wonen (WMO) 153.492 0 -153.492
6-91 Coördinatie en beleid WMO 533.468 0 -533.468
7-1 Volksgezondheid 986.404 420.236 -566.168
Totaal 03 Zorg en opvang 24.999.099 7.771.575 -17.227.524
04 Leefbaar en veilig
1-1 Crisisbeheersing en brandweer 3.159.604 0 -3.159.604
1-2 Openbare orde en veiligheid 933.478 0 -933.478
6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 646.597 100000 -546.597
7-1 Volksgezondheid 2.587 2.754 167
Totaal 04 Leefbaar en veilig 4.742.266 102.754 -4.639.512
05 Ruimte en wonen
139
Programma / taakveld Begroting 2027
Lasten Baten Saldo
0-3 Beheer overige gebouwen en gronden 494.733 544.625 49.892
5-4 Musea 351.844 44.774 -307.070
5-5 Cultureel erfgoed 169.865 16.055 -153.810
6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 380.620 202.730 -177.890
8-1 Ruimte en leefomgeving 936.197 1.699.118 762.921
8-2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreine 1.904.029 1.877.600 -26.429
8-3 Wonen en bouwen 2.966.888 1.138.154 -1.828.734
Totaal 05 Ruimte en wonen 7.204.176 5.523.056 -1.681.120
06 Epe op orde
2-1 Verkeer en vervoer 6.144.755 44.074 -6.100.681
2-2 Parkeren 1.539 2.940 1.401
2-5 Openbaar vervoer 1.206 0 -1.206
5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 3.512.838 222.621 -3.290.217
7-5 Begraafplaatsen en crematoria 1.152.151 1.165.945 13.794
8-1 Ruimte en leefomgeving 7.238 0 -7.238
Totaal 06 Epe op orde 10.819.727 1.435.580 -9.384.147
07 Duurzaamheid
3-2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 25.000 0 -25.000
7-2 Riolering 3.178.884 4.187.786 1.008.902
7-3 Afval 5.062.739 6.111.515 1.048.775
7-4 Milieubeheer 2.656.990 334.094 -2.322.896
8-3 Wonen en bouwen 790.081 640.000 -150.081
Totaal 07 Duurzaamheid 11.713.694 11.273.395 -440.300
08 Toezicht en handhaving
1-2 Openbare orde en veiligheid 837.060 15.767 -821.292
8-1 Ruimte en leefomgeving 126.803 0 -126.803
8-3 Wonen en bouwen 40.490 20.667 -19.823
Totaal 08 Toezicht en handhaving 1.004.353 36.434 -967.918
09 Bedrijvigheid
2-1 Verkeer en vervoer 124.106 200.000 75.894
3-1 Economische ontwikkeling 277.553 0 -277.553
3-3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 209.402 78.000 -131.402
3-4 Economische promotie 505.617 0 -505.617
5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 429.279 17.186 -412.093
Totaal 09 Bedrijvigheid 1.545.957 295.186 -1.250.771
10 Weer aan het werk
6-3 Inkomensregelingen 12.980.732 9.612.986 -3.367.746
6-4 WSW en beschut werk 4.500.115 0 -4.500.115
6-5 Arbeidsparticipatie 1.392.429 0 -1.392.429
Totaal 10 Weer aan het werk 18.873.276 9.612.986 -9.260.290
11 Bestuur en organisatie
0-1 Bestuur 3.123.654 0 -3.123.654
0-2 Burgerzaken 2.085.423 825.646 -1.259.777
0-8 Overige baten en lasten 199.842 0 -199.842
0-9 Vennootschapsbelasting (VpB) 14.699 0 -14.699
Totaal 11 Bestuur en organisatie 5.423.618 825.646 -4.597.972
12 Overzicht algemene dekkingsmiddelen
0-5 Treasury 115.864 566.900 451.036
0-61 OZB woningen 430.178 5.636.834 5.206.656
0-62 OZB niet-woningen 89.302 2.003.470 1.914.167
0-64 Belastingen overig 3.710 239.565 235.855
140
Programma / taakveld Begroting 2027
Lasten Baten Saldo
0-7 Alg.uitkeringen en ov. uitkeringen GF 0 78.885.000 78.885.000
0-8 Overige baten en lasten 179.200 0 -179.200
3-4 Economische promotie 1130 1.580.534 1.579.404
Totaal 12 Overzicht algemene dekkingsmiddelen 819.384 88.912.303 88.092.918
13 Overhead
0-4 Overhead 16.367.433 144.534 -16.222.899
Totaal 13 Overhead 16.367.433 144.534 -16.222.899
18 Mutaties in de reserves
0-10 Mutaties reserves 15.969.248 18.934.124 2.964.876
Totaal 18 Mutaties in reserves 15.969.248 18.934.124 2.964.876
Totaal 146.727.647 146.727.648 0
141
5 | Overzicht verloop reserves en voorzieningen
Verloopoverzicht
Bedragen in euro
Soort en naam reserve / voorziening Stand Stand Stand Stand Stand
1-1-2027 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030
Algemene reserve
900000 Algemene reserve 4.690.465 13.513.311 13.513.311 13.513.311 13.513.311
Totaal Algemene reserve 4.690.465 13.513.311 13.513.311 13.513.311 13.513.311
Bestemmingsreserves
900030 Eenmalige dekkingsmiddelen 1.321.305 1.336.207 918.643 704.683 664.927
900070 ICT investeringen 2.073.538 1.500.000 1.482.000 1.296.500 1.276.921
900600 Groot onderhoud gem. gebouwen 143.585 - - - -
900850 Duurzaamheid 65.546 - - - -
920020 Mobiliteitsfonds 1.649.316 1.671.796 1.703.052 1.742.222 1.785.778
920050 Onderhoud wegen 2.067.530 2.681.260 2.850.972 3.016.545 3.191.958
920090 Vervanging openbare verlichting 289.155 - - - -
920350 Overdracht fietspaden RGV 5.888 - - - -
920450 Vervanging bruggen 337.840 - - - -
930030 Egalisatie winstuitkering Nuon 409.388 - - - -
930040 Verkoop 14 aandelen VNB (6%) 195.186 - - - -
930060 Afl. achtergestelde lening Nuon 1.888.724 - - - -
930080 Afl. achtergestelde lening Vitens 2.327.400 - - - -
940170 Meubilair gymlokalen 87.035 0 0 0 0
940230 Huisvesting onderwijsvoorzieningen 18.206.386 18.646.752 18.752.318 19.138.691 19.617.159
940300 Asbestsanering scholen 28.308 - - - -
950030 Restauratie/onderh. monumenten 49.417 - - - -
950100 Kunst openbare ruimte 155.301 169.339 552.991 610.640 625.906
950120 Speelruimte 208.038 - - - -
950180 Renovatie kunst- en natuurgrasvelden 556.634 646.106 737.905 829.877 925.623
960130 Groot onderhoud pand Apeldoornseweg 85 25.215 - - - -
960280 Risico's sociaal domein 2.351.942 0 0 0 0
960310 Huisvesting vluchtelingen, statushouders e.a. 5.653.185 5.230.834 4.826.590 4.397.356 4.336.886
960320 Minimabeleid 848.278 - - - -
960330 Beschermd Wonen-Maatschappelijke Opvang 1.300.485 1.300.485 1.300.485 1.300.485 1.300.485
960380 Hervorming Jeugdzorg/WMO 5.756.214 5.407.669 4.409.061 3.581.964 2.886.557
960500 Participatie 266.763 - - - -
961090 BUIG-middelen 1.728.505 1.816.032 1.969.081 2.122.130 2.275.179
980320 Structuurvisies dorpscentra 1.467.119 1.505.264 1.544.401 1.579.922 1.619.420
980350 Starterslening 723.536 - - - -
980430 Reserve Omgevingswet en Wkb 888.354 - - - -
990000 Bouwgrondexploitatie 1.854.834 1.854.834 1.854.834 1.854.834 1.854.834
990050 Langdurig zieken voormalig personeel 402.515 402.515 402.515 402.515 402.515
990060 Organisatieontwikkeling 263.302 163.302 67.548 0 0
990070 Herstel schade nutsbedrijven 459.974 - - - -
990160 Herstel en Stimuleringsagenda 345.996 - - - -
990180 Generatiepact 547.669 - - - -
990200 Dekking Kapitaallasten 28.112.031 27.541.320 26.401.061 25.133.428 23.684.624
2.863.000 4.263.000 5.313.000 6.363.000 6.363.000
Totaal Bestemmingsreserves 87.924.435 76.136.713 75.086.456 74.074.792 72.811.772
Voorzieningen
142
Soort en naam reserve / voorziening Stand Stand Stand Stand Stand
1-1-2027 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030
Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen 2.812.523 2.915.223 2.035.884 2.292.019 2.434.375
900080 Pensioenen pol. ambtsdragers 6.254.239 - - - -
900280 Verlofsparen 523.746 633.746 733.746 823.746 903.746
900290 Wachtgeld wethouders 428.528 346.513 262.365 175.242 97.820
900310 Voorziening RVU 11.549 0 0 0 0
920110 Groot onderhoud bruggen 22.764 3.032 7.037 3.611 7.818
961200 Grafrechten KNIL Veteranen 187.681 198.061 200.711 204.827 197.448
970040 Begraven 257.005 118.382 121.460 124.253 127.360
970120 Riolering 2.875.022 2.606.183 2.673.944 2.735.445 2.803.831
981250 Bouwgr.expl. fac. n.t.m. kst. afgesl.proj. 21.095 21.095 21.643 22.141 22.694
Totaal Voorzieningen 13.394.152 6.842.235 6.056.790 6.381.284 6.595.092
143
6 | Bijlage bij paragraaf 4 Financiering
bedragen in euro
Kasgeldlimiet. 2027
Toegestane kasgeldlimiet
In procenten van de grondslag 8,50%
In euro’s (1) 12.472.000
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden < 1 jaar -
Schuld in rekening-courant -
Gestorte gelden door derden < 1 jaar p.m.
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld p.m.
Totaal vlottende korte schuld (2) -
Vlottende middelen
Contante gelden in kas p.m.
Tegoeden in rekening-courant p.m.
Overige uitstaande gelden < 1 jaar p.m.
Totaal vlottende middelen (3) -
Toets kasgeldlimiet
Toegestane kasgeldlimiet (1) 12.472.000
Totaal netto vlottende schuld (4) = (2) - (3) -
Ruimte (+) / Overschrijding (-) ; (1) - (4) 12.472.000
Renterisiconorm en renterisico's op vaste schuld 2027
Renterisico op vaste schuld
Renteherziening op vaste schuld o/g (1a) -
Renteherziening op vaste schuld u/g (1b) -
Netto renteherziening op vaste schuld -
(1) = (1a) - (1b)
Te betalen aflossingen (2) -
Renterisico op vaste schuld (3) = (1) + (2) -
Renterisiconorm
Begrotingstotaal (4) 146.727.645
Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (5) 20%
Renterisiconorm (6) = (4) * (5) 29.346.000
Toets renterisiconorm
Renterisiconorm (6) 29.346.000
Rente op vaste schuld (7) -
Ruimte (+) / Overschrijding (-); (8) = (6) – (7) 29.346.000
Renteschema: Rentelasten en rentebaten 2027
Externe rentelasten over de korte en lange financiering (1a) 112.000
Externe rentebaten (idem) (1b) 437.000
Saldo rentelasten en rentebaten (1) = (1a) - (1b) -325.000
Rente die aan het grondbedrijf moet worden doorberekend -
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -
Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffend -
taakveld moet worden doorgerekend
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -325.000
(Bespaarde) rente over eigen vermogen -
(Bespaarde) rente over voorzieningen -
Totaal aan taakvelden toegerekende rente -325.000
Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 0
Renteresultaat op het taakveld Treasury 325.000
144
7 | Kapitaallasten, personeelskosten, loon- en prijsstijgingen
Toelichting
In de financiële begroting is per programma een analyse opgenomen van de verschillen tussen de
begroting 2026 en 2027. Daarin is per programma het verschil in kapitaallasten, toerekening van
personele kosten en loon- en prijsstijgingen in één post verwerkt. Het totale verschil van alle
programma’s wordt als volgt verklaard:
1. Kapitaallasten
Op het totaal van de rente- en afschrijvingslasten ontstaat een voordeel van € 269.000. Dit gaat om
bestaand beleid. Belangrijkste oorzaken van het verschil:
€ 45.000 voordeel door laatste afschrijving in 2026, vrijval in 2027;
€ 40.000 voordeel door verlaging van de rente van 0,1% naar 0,0%;
€ 57.000 voordeel door lagere rentelasten door daling van de boekwaarde (afschrijving) en
€ 67.000 voordeel door een correctie van de afschrijvingslasten in verband met een in 2026 te hoge
afschrijving op een krediet.
2. Personeelskosten
De salariskosten, exclusief toelagen en vergoedingen zijn ten opzichte van 2026 gestegen van € 20,6
miljoen naar € 21,5 miljoen.
De stijging van € 884.000 wordt voor € 419.000 veroorzaakt door een stijging van de salariskosten en
voor € 465.000 veroorzaakt door een toename van personeel (3,5 fte). De toename van het personeel
is gedekt door inzet van reguliere budgetten. Het betreft de volgende mutaties:
Directie: Concerncontroller 0,78 fte
CJV: Eenheid Communicatie, Junior communicatieadviseur -0,67 fte
CJV: Eenheid Communicatie, Communicatieadviseur -1,65 fte
CJV: Eenheid Communicatie, Adviseur Juridische Zaken -0,89 fte
CJV: Eenheid Communicatie, Juridisch beleidsadviseur -0,22 fte
KCC & Burgerzaken: Medewerker KCC frontoffice -0,56 fte
VTH: Eenheid Vergunningen, Casemanager Omgevingswet 2 fte
VTH: Eenheid Vergunningen, Toezichthouder Omgevingswet 0,33 fte
Team Ontwikkeling en Omgeving: Projectleider 1,0 fte
Team Ontwikkeling en Omgeving: Beleidsadviseur 0,95 fte
Team Realisatie en Beheer: Gebouwenbeheerder 1,0 fte
Team Realisatie en Beheer: Civieltechnisch toezichthouder 1,0fte
Team Realisatie en Beheer: Beheerder gemeentelijk vastgoed 0,5 fte
Team Realisatie en Beheer: Verkeerskundige 0,39 fte
Diverse kleinere formatieve wijzigingen -0,42 fte
De overige verschillen worden veroorzaakt door de loonkostenstijging.
Als nieuw beleid zijn aanvullende bedragen voor uitbreiding van de formatie opgenomen. Deze maken
geen onderdeel uit van deze analyse, maar zijn als 'nieuw beleid' op de programma's verantwoord.
3. Autonome prijsstijging
De autonome prijsstijging wordt gebaseerd op de verwachtingen van het CPB en bedraagt in de
begroting 2027 in totaal 2,6%. Deze bestaat uit een aanvullende (structurele) indexatie voor 2026 van
0,5% en indexatie voor 2027 van 2,1%. Dit leidt tot een nadeel in deze begroting van in totaal
ongeveer € 201.500 ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting. Toen was voor het jaar 2027
rekening gehouden met een prijsstijging van 2,2%.
4. Toerekening uren en overhead vanuit de kostenplaatsen
De kosten van overhead staan op een afzonderlijk programma ‘Overhead’. Deze kosten zijn niet aan
de programma’s toegerekend. Het betreft inclusief nieuw beleid, een totaalbedrag van € 16,4
miljoen (2026: € 15,6 miljoen).
5. Doorbelasting aan investeringen en grondbedrijf
De toerekening van personeelskosten aan het grondbedrijf bedraagt € 86.000. Dat is een afname van
€ 19.000 ten opzichte van de vorige begroting. Daarnaast wordt voor € 100.000 aan personeelskosten
toegerekend aan investeringen.
145
8 | Verplichte indicatoren per programma (BBV)
Programma 1
Indicator 2021 2022 2023 2024 2025
Verwijzingen Halt 4 5 7 5 4
Het aantal verwijzingen naar Halt, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar.
Kinderen in uitkeringsgezin 3% 3% 3% 3% -
Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet
rondkomen.
Voortijdige schoolverlaters (vo+mbo) 1,6% 2,5% 2,2% 2,2% -
Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder
startkwalificatie, het onderwijs verlaat.
Absoluut verzuim 2,5 2,3 1,6 3,0 -
Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners in de
leeftijd van 5-18 jaar.
Relatief verzuim 17 23 23 19 -
Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is,
per 1.000 leerlingen.
Jongeren met jeugdhulp 12,2% 12,5% 13,1% 13,6% 14,1%
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar
(tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met jeugdbescherming 1,3% 1,0% 1,0% 1,0% 0,8%
Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle
jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met jeugdreclassering 0,2% - 0,3% - 0,2%
Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle
jongeren (12-22 jaar) (tweede helft van het genoemde jaar).
Jongeren met een delict voor de rechter 1% 1% 1% - -
Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data
beschikbaar.
Programma 2
Indicator 2020 2022 2024 2025
Niet-wekelijkse sporters 51,1% 48,3% 48,3% -
Het percentage inwoners dat niet wekelijks sport ten opzichte van het totaal aantal inwoners.
Programma 3
Indicator 2022 2023 2024 2025
Wmo-cliënten met een maatwerk-arrangement per 10.000 inwoners. 530 570 600 630
Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo.
Programma 4
Indicator 2021 2022 2023 2024 2025
Winkeldiefstal 0,8 1,2 1,7 1,5 1,0
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.
Geweldsmisdrijven 2,7 3,0 2,9 2,9 2,2
Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners.
Diefstal uit woningen 1,1 1,1 0,8 2,1 1,0
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners.
Vernieling en beschadiging 4,1 4,5 4,4 3,3 3,7
Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners.
146
Programma 5
Indicator 2021 2022 2023 2024
Nieuwbouwwoningen 5,2 1,6 5,3 6,6
Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen.
Programma 6
Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Programma 7
Indicator 2020 2021 2022 2023 2024
Huishoudelijk restafval 156 86 79 79 79
De hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (kg).
Hernieuwbare elektriciteit 8,2% 12,2% 19,9% 22,2% 24,6%
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.
Programma 8
Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma.
Programma 9
Indicator 2021 2022 2023 2024 2025
Banen 688 706,2 732,3 740,2 0
Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Vestigingen 153,2 161,5 165,9 176,8 -
Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Netto arbeidsparticipatie 70,2% 72,6% 73,0% 73,0% 72,2%
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële
beroepsbevolking.
Functiemenging 48,2 48,5 49,3 49,1 -
De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen.
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data
beschikbaar.
Programma 10
Indicator 2021 2022 2023 2024 2025
Bijstandsuitkeringen 182,2 147,3 150,2 153,2 158,4
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners van 18 jaar en ouder.
Lopende re-integratie-voorzieningen 131 141,8 162,4 190,2 194,4
Het aantal lopende re-integratie voorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
Jeugdwerkeloosheidspercentage 1% 2% 2% 1% -
Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar).
Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar.
147
Programma 11
Indicator 2024 2025 2026 2027
Formatie 5,6 6,1 6,3 6,4
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners.
Bezetting * 6,4 6,1 - -
Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is per 31 december, per 1.000 inwoners.
Apparaatskosten Begroot 737 766 863 890
Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van
personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van
de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners.
Apparaatskosten Werkelijk * 756 756 -
Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van
personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van
de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners.
Externe inhuur Begroot ** 1,0% 1,2% 6,2% 3,6%
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private
organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit
en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale
personeelskosten.
Externe inhuur Werkelijk * 26,0% 18,9% - -
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private
organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit
en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale
personeelskosten.
Demografische druk 87,0% 88,3% 88,5%
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen
van 20 tot 65 jaar.
* Deze indicator wordt geactualiseerd in de jaarrekening
** De afname van de indicator ‘Externe inhuur begroot’ is te verklaren door een gewijzigde begrotingssystematiek m.b.t. inhuur voor
de huisvesting en opvang van vluchtelingen, ontheemde Oekraïners en andere doelgroepen. In de programmabegroting 2026-2029
was deze nog als inhuur voor deze taak opgenomen. Deze is in de begroting 2027 omgezet naar formatie. Tegenover deze kosten
staan voor een groot deel vergoedingen vanuit het Rijk.
In algemene zin zien we altijd dat het percentage externe inhuur hoger ligt dan in de begroting. De personele lasten worden jaarlijks
in de begroting geraamd op basis van de personele formatie en niet op basis van de bezetting. In de begroting wordt in beperkte
mate rekening gehouden met externe inhuur. Indien een vacature niet ingevuld wordt of niet ingevuld kan worden leidt dit tot
financiële ruimte binnen de bestaande financiële middelen die beschikbaar zijn. Deze middelen kunnen dan worden ingezet ter
dekking van externe inhuur. Hierdoor ontstaat het verschil tussen begrote percentages en de gerealiseerde percentages voor
externe inhuur. Daarnaast is het moeilijk om te begroten voor incidentele opgaven waar de gemeente voor staat. Deze worden ook
gedekt uit incidenteel geld.
Programma Algemene dekkingsmiddelen
Indicator 2023 2024 2025 2026
Woonlasten éénpersoonshuishouden 798 835 894 923
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
Woonlasten meerpersoonshuishouden 896 933 996 1033
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
WOZ-waarde woningen 437 451 459 504
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in 1.000 euro.
Programma Overhead
Indicator 2024 2025 2026 2027
Overheadkosten Begroot 13,5% 11,8% 11,1% 11,2%
De overheadkosten zoals begroot op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief
toevoegingen aan reserve).
Overheadkosten Werkelijk * 12,8% 10,7% - -
De overheadkosten zoals verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief
toevoegingen aan reserve).
* Deze indicator wordt geactualiseerd in de jaarrekening
148
Verklaring van gebruikte afkortingen
Verklaring van gebruikte afkortingen
Afkorting Betekenis
afl. aflossing
AI Artificial Intelligence (vertaling:kunstmatige intelligentie)
API application programming interface
APV Algemene plaatselijke verordening
ARBO Arbeidsomstandigheden
AVE aanpak voorkoming escalatie
AVG Algemene verordening gegevensbescherming
B&B bed and breakfast
B.V. besloten vennootschap
BBV Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
Bbz Besluit bijstandsverlening zelfstandigen
BCF BTW-compensatiefonds
BIO Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BIZ Bedrijveninvesteringszone
BNG Bank Nederlandse Gemeenten
BOA buitengewoon opsporingsambtenaar
BOR beheer openbare ruimte
BRP basisrioleringsplan
BTW belasting over de toegevoegde waarde
BUIG bundeling van uitkeringen aan gemeenten
BWT bouw- en woningtoezicht
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek
CJG Centrum voor Jeugd en Gezin
COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden
CPB Centraal Planbureau
CRM Customer Relationship Management
CROW Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek
CV commanditaire vennootschap
Diftar GeDIFferentierde TARieven
DVO Dienstverleningsovereenkomst
E-depot Electronisch depot
EMU Europese Monetaire Unie
ENSIA Eenduidige Normatiek Single Information Audit
excl. exclusief
fte fulltime-equivalent
GALA Gezond en Actief Leven Akkoord
GGD gemeenschappelijke gezondheidsdienst
GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
GWP gemeentelijk watertakenplan
ha. hectare
Halt het alternatief
HRM human resource management
HUP Handhavingsuitvoerigsprogramma
ICT informatie- en communicatietechnologie
IHP Intergraal huisvestingsplan
IKB individueel keuzebudget
IKC integraal kindcentrum
IMOC inflatie materiële overheidsconsumptie
incl. inclusief
IOAW inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
149
Afkorting Betekenis
IOAZ inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
IPO Interprovinciaal Overleg
i.r.t. in relatie tot
IT informatietechnologie
JOGG Jongeren op Gezond Gewicht
KCC klant contactcentrum
KIVA Finse afkorting van een antipestprogramma
KNIL Koninklijk Nederlands-Indisch Leger
LED light-emitting diode
MBO middelbaar beroepsonderwijs
MFC multifunctioneel centrum
MIP meerjareninvesteringsplan
MJB meerjarenbegroting
MJOP meerjaren onderhoudsplan
mln. miljoen
MO/BW maatschappelijke opvang en beschermd wonen
NIS2 Network and Information Security directive (vertaling: Netwerk en informatiebeveiliging richtlijn)
nnb nog niet bekend
nntb nog nader te bepalen
NoVa Noord-Veluws Archief
N.V. naamloze vennootschap
OAB onderwijs achterstandenbeleid
OdV Omgevingsdienst Veluwe
OMVV Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V.
OV openbaar vervoer
OVA Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling
OVIJ Omgevingsdienst Veluwe IJssel
Ow Omgevingswet
OZB onroerendezaakbelasting
PIOFHA-JC personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, automatisering, juridische zaken en communicatie
PLC programmeerbare logische besturing
p.m. pro memorie
PMD Plastic, Metaal en Drankkartons
POK Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag
PPC prijsindexcijfer particuliere consumptie
PWA Prins Willem Alexander
P-wet Participatiewet
RDW Dienst Wegverkeer
RES regionale energietransitie strategie
RGV voorheen: Recreatie Gemeenschap Veluwe, nu: Leisurelands
ROB Raad voor het Openbaar Bestuur
RSG Rijks Scholengemeenschap N.O.-Veluwe
RVU Regeling voor Vervroegde Uittreding
SDV Sport- en Dorpscentrum Vaassen
SMP SoortenManagement Plan
SNWV Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
SPUK Specifieke Uitkering
SROI Social Return On Investment
SUWI Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
UAV-GC Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen
UP Uitvoeringsprogramma
VFL Verordening fysieke leefomgeving
VFP Vaassen Flexible Packaging B.V.
VIC Verbijzonderde interne controle
VMI Veluwse Machine-Industrie
150
Afkorting Betekenis
VN Verenigde Naties
VNB Veluwse Nuts Bedrijven
VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VNOG Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
VO voortgezet onderwijs
WGDI Wet Generieke Digitale Infrastructuur
WGR Wet gemeenschappelijke regelingen
Wjsg Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
WMO Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Wob Wet openbaarheid bestuur
Woo Wet open overheid
WOZ waardering onroerende zaken
Wpg Wet politiegegevens
WSW Wet sociale werkvoorziening / Waarborgfonds Sociale Woningbouw
151
Tekst uit PDF geëxtraheerd