Home › Epe › Document

Programmabegroting gemeente Epe 2027-2030

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteEpe
Datum2026-10-29
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Programmabegroting 2027 - 2030 Meerjarenbegroting van de gemeente Epe 2 Inhoudsopgave Vooraf ...................................................................................................................................................... 5 Inleiding ................................................................................................................................................ 6 Bestuurlijke en Financiële overwegingen ............................................................................................ 8 Toelichting en leeswijzer programmabegroting ................................................................................. 12 Programmaplan ..................................................................................................................................... 15 Pijler: Sociaal ..................................................................................................................................... 16 Programma 1 | Opgroeien in Epe ............................................................................................... 18 Programma 2 | Actief in Epe ....................................................................................................... 21 Programma 3 | Zorg en opvang .................................................................................................. 24 Programma 4 | Leefbaar en veilig ............................................................................................... 27 Pijler: Ruimte ...................................................................................................................................... 30 Programma 5 | Ruimte en wonen ............................................................................................... 31 Programma 6 | Epe op orde ........................................................................................................ 34 Programma 7 | Duurzaamheid .................................................................................................... 37 Programma 8 | Toezicht en handhaving ..................................................................................... 40 Pijler: Economie ................................................................................................................................. 42 Programma 9 | Bedrijvigheid ....................................................................................................... 43 Programma 10 | Weer aan het werk .............................................................................................. 46 Pijler: Bestuur ..................................................................................................................................... 48 Programma 11 | Bestuur en organisatie ........................................................................................ 49 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ................................................................................. 54 Overhead ........................................................................................................................................ 56 Paragrafen ............................................................................................................................................. 58 1 | Lokale heffingen ............................................................................................................................ 59 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ................................................................................. 65 3 | Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................................... 72 4 | Financiering ................................................................................................................................... 75 5 | Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 77 6 | Verbonden partijen ........................................................................................................................ 85 7 | Grondbeleid ................................................................................................................................... 92 8 | Open Overheid .............................................................................................................................. 94 Financiële begroting .............................................................................................................................. 95 Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe ................................................................... 107 Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe ........................................................................... 108 Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang ...................................................................... 109 Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig ................................................................... 111 Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen ................................................................... 112 Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde ............................................................................ 113 Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid ........................................................................ 114 Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving ......................................................... 115 Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid ........................................................................... 116 Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk ............................................................... 117 Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie ......................................................... 118 Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien .................................. 119 Toelichting mutaties programma Overhead ..................................................................................... 120 Toelichting mutaties in de Reserves ................................................................................................ 121 Bijlagen ................................................................................................................................................ 123 1 | Toelichting autonome ontwikkeling bestaand beleid (budgetprognose) ..................................... 124 2 | Toelichting nieuw en geactualiseerd beleid ................................................................................ 131 3 | Investeringsplan .......................................................................................................................... 136 4 | Overzicht lasten en baten per taakveld ...................................................................................... 139 5 | Overzicht verloop reserves en voorzieningen ............................................................................. 142 3 6 | Bijlage bij paragraaf 4 Financiering............................................................................................. 144 7 | Kapitaallasten, personeelskosten, loon- en prijsstijgingen ......................................................... 145 8 | Verplichte indicatoren per programma (BBV) ............................................................................. 146 Verklaring van gebruikte afkortingen ............................................................................................... 149 4 Vooraf 5 Inleiding 1.1 Samen bouwen aan een toekomstbestendig gemeente Epe Met het coalitieakkoord Samen Bouwen en het daarop gebaseerde collegeprogramma 2026-2030 hebben wij een duidelijke koers uitgezet voor de komende bestuursperiode. Deze programmabegroting 2027-2030 vormt de eerste vertaling van die koers. De begroting en het meerjarenperspectief laten zien welke keuzes wij maken, welke middelen wij inzetten en hoe wij werken aan de ambities voor onze gemeente. Wij bouwen verder aan een gemeente die sociaal sterk, ruimtelijk aantrekkelijk, economisch vitaal en bestuurlijk betrouwbaar is. Dat doen wij vanuit vertrouwen in de kracht van onze inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Zij vormen het fundament van de gemeente Epe en zijn onmisbaar bij het realiseren van de opgaven waar wij voor staan. Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen snel. Internationale spanningen, klimaatverandering, digitalisering, cyberdreigingen, opvang van vluchtelingen, druk op de woningmarkt en toenemende zorgvragen zorgen voor nieuwe uitdagingen. Ontwikkelingen die misschien ver weg lijken, zijn steeds vaker ook lokaal voelbaar. Juist daarom investeren wij in een gemeente die veerkrachtig en weerbaar is, zodat wij voorbereid zijn op de onzekerheden van vandaag en morgen. 1.2 Ambitie en realisme De komende jaren investeren wij in onze samenleving, onze leefomgeving, onze economie en onze organisatie. Tegelijkertijd staan gemeenten in heel Nederland voor grote financiële opgaven. Ook in de gemeente Epe zien wij dat de beschikbare middelen onder druk staan, terwijl de kosten van gemeentelijke taken toenemen en substantiële investeringen nodig zijn om onze sociale en maatschappelijke voorzieningen, infrastructuur en gemeentelijke bezittingen toekomstbestendig te houden. Onze financiële startpositie is goed, maar binnen deze begrotingsperiode ontstaan tekorten die in de jaren daarna verder sterk oplopen. In de afgelopen jaren zijn al belangrijke eenvoudige besparingsmaatregelen doorgevoerd, waardoor de structurele financiële ruimte om tegenvallers op te vangen heel klein is. Goed bestuur betekent voor ons dat wij tijdig anticiperen op ontwikkelingen die zich op langere termijn aandienen. Dat vraagt nu om realisme, scherpe afwegingen en soms moeilijke keuzes. Verder bouwen aan bereikte resultaten 1.3 Accenten in deze begroting De ambities uit het collegeprogramma vertalen wij in deze begroting naar concrete activiteiten en investeringen. Binnen de vier pijlers leggen wij daarbij de volgende accenten. 1.3.1 Sociaal Wij investeren in een sterke sociale basis waarin inwoners zoveel mogelijk zelfstandig kunnen functioneren en naar elkaar omzien. We versterken preventie, mentale gezondheid en ondersteuning dichtbij huis en werken aan toekomstbestendige oplossingen voor de jeugdzorg en de Wmo. Dat is noodzakelijk omdat de houdbaarheid van zowel het huidige jeugdzorgstelsel als de Wet maatschappelijke ondersteuning inhoudelijk en financieel steeds meer onder druk staat. Daarom zetten we in op een beweging naar meer preventie en ondersteuning dichtbij, met passende jeugdhulp voor kinderen en gezinnen die deze echt nodig hebben. Daarnaast investeren we in maatschappelijke voorzieningen, sport, cultuur en ontmoetingsplekken die bijdragen aan een gezonde, inclusieve en veerkrachtige samenleving. 1.3.2. Ruimte We blijven werken aan voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen en zetten in op het versnellen van woningbouw. Wij investeren in verkeersveiligheid, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarbij houden wij steeds oog voor het behoud van het groene, dorpse en landschappelijke karakter dat Epe zo bijzonder maakt. 6 1.3.3. Economie Wij versterken het ondernemers- en vestigingsklimaat en werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen en recreatie en toerisme. Samen met ondernemers, onderwijs en regionale partners investeren we in een sterke arbeidsmarkt, kijken we waar we regels kunnen verminderen en bieden we ruimte aan innovatie en ondernemerschap. Ook zetten wij ons in voor toekomstperspectief voor de agrarische sector en een vitaal buitengebied. 1.3.4. Bestuur Wij bouwen aan een betrouwbare, toegankelijke en toekomstbestendige overheid. We investeren in dienstverlening, inwonerparticipatie, digitale weerbaarheid en informatieveiligheid. Wij werken aan het borgen van een financieel gezonde organisatie die in staat blijft om maatschappelijke opgaven, investeringen en dienstverlening met elkaar in balans te houden. Daarbij kijken wij bewust verder dan de huidige begrotingsperiode en nemen wij verantwoordelijkheid voor financiële houdbaarheid op de lange termijn. 7 Bestuurlijke en Financiële overwegingen Financiële hoofdlijnen meerjarenperspectief 1.4.1. Financiële startpositie Voordat wij vooruitkijken naar de komende bestuursperiode, is het belangrijk inzicht te geven in de financiële uitgangspositie van deze begroting. Bij het opstellen van de begroting zijn diverse autonome ontwikkelingen verwerkt. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de beschikbare financiële ruimte en vormen het vertrekpunt voor de keuzes die in deze begroting zijn gemaakt. De grootste negatieve financiële effecten worden veroorzaakt door de ontwikkeling van de uitgaven binnen het sociaal domein. Daarnaast hebben loon-, prijs- en renteontwikkelingen invloed op de structurele financiële ruimte van de gemeente. Deze ontwikkelingen kunnen wij als gemeente niet direct beïnvloeden en beperken de ruimte voor nieuw beleid. Tegenover deze negatieve financiële ontwikkelingen staan echter ook voordelen. Een toenemende algemene uitkering uit het gemeentefonds is daarvan de belangrijkste. Deze voordelen zorgen uiteindelijk voor een positief startsaldo in de komende jaren, uitgezonderd 2027. Verder stijgen de kosten voor de reiniging (ophalen afval) en is daar een extra tariefstijging van 10,7% nodig om het uitgangspunt van 100% kostendekking te realiseren. We voeren deze stijging in twee gelijke stappen in de jaren 2027 en 2028 door. Ook na deze extra stijging blijven de woonlasten in de gemeente Epe onder het landelijk gemiddelde. In de financiële startpositie is ook het effect van het in juli 2026 door de raad vastgestelde geactualiseerde financiële beleid verwerkt. De in de begroting 2026-2029 opgenomen taakstelling is daarmee volledig ingevuld. De uitwerking is onder andere zichtbaar in: 1. Paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen: andere presentatie van de risico’s en gewijzigde berekening van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit; 2. Overzicht reserves en voorzieningen: een groot aantal bestemmingsreserves wordt opgeheven en ondergebracht bij de algemene reserve. 1.4.2. Financiële ontwikkeling/financiële vertaling van het collegeprogramma Voor 2027 is geen Kadernota opgesteld. Wel stelden wij een Kaderbrief op waarmee de raad voor de zomer is geïnformeerd over het financiële beeld. De inhoudelijke koers voor deze bestuursperiode is vastgelegd in het collegeprogramma 2026-2030. De afweging tussen ambities, investeringen en beschikbare middelen vindt daarom integraal plaats bij het opstellen van deze begroting. Daarmee vormt deze begroting zowel de financiële vertaling van het collegeprogramma als het uitvoeringskader voor de komende jaren. De onderstaande tabel laat de meerjarige financiële effecten zien van de belangrijkste besluiten die in deze begroting zijn verwerkt. 8 Een toelichting op deze mutaties is te vinden bij de diverse programma’s en bijlage 2 “toelichting nieuw en geactualiseerd beleid". Overigens hebben wij het daadwerkelijke “nieuwe” beleid daarbij, gelet op de financiële positie, sterk beperkt. De aanvullende budgetten komen veelal uit bestaand beleid voort zoals de gewenste extra budgetten voor het beheer van de openbare ruimte (oplopend naar € 1,5 miljoen in 2030), de versterking van het toegangsteam jeugdzorg (€ 0,4 miljoen structureel) en oplopende rentelasten (€ 0,3 mln.). 1.5 Financiële uitdagingen vragen om zorgvuldige keuzes 1.5.1. Vooruitblik na 2030 De grootste financiële uitdaging voor de gemeente Epe ligt niet binnen de huidige begrotingsperiode, maar in de jaren daarna. Grote investeringen in onderwijshuisvesting, maatschappelijke accommodaties, gemeentelijk vastgoed, de gemeentewerf, wegen, riolering en groen leiden tot een verdere stijging van de structurele lasten. Op basis van de huidige inzichten kan het financiële tekort hierdoor na 2030 oplopen met € 3 tot € 4 miljoen per jaar. Het vinden van dekking voor een structureel bedrag van € 6 tot € 7 miljoen is een voor de gemeente Epe ongekende en grote opgave die niet zonder structurele en ingrijpende keuzes kan worden opgevangen. Hoe wij deze keuzes voorbereiden en welke rol de raad daarin heeft, lichten wij toe in paragraaf 1.5.3. Ons uitgangspunt is daarbij verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat toekomstige generaties worden geconfronteerd met een opgave waarop onvoldoende is geanticipeerd. 1.5.2. Omgaan met de financiële opgave Wij bieden u een sluitende begroting 2027 aan. Daarbij maken wij gebruik van een onttrekking aan de algemene reserve, passend binnen de financiële kaders en het toezichtbeleid van de provincie. Hiermee creëren wij ruimte om de ambities uit het collegeprogramma voortvarend te starten en tegelijkertijd zorgvuldig te werken aan oplossingen voor de financiële uitdagingen op langere termijn. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 laat de meerjarenraming tekorten zien van gemiddeld circa € 3 miljoen per jaar. Deze tekorten zijn het gevolg van een combinatie van factoren. De kosten van gemeentelijke taken blijven stijgen, er zijn substantiële investeringen nodig om gemeentelijke bezittingen en voorzieningen toekomstbestendig te houden en de kosten en de Jeugdzorg en de wet maatschappelijke ondersteuning lopen verder op. Met name voor de jeugdzorg compenseert het Rijk gemeenten nog altijd onvoldoende. In het voorjaar 2027 zal de deskundigencommissie die voor de jeugdzorg is ingesteld hierover nieuwe uitspraken doen. Daarnaast wil het Rijk aanpassingen doorvoeren in de wet maatschappelijke ondersteuning. Zo is er het voornemen om het abonnementstarief af te schaffen. Dat geldt ook voor de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Dit kan positieve financiële gevolgen voor onze begroting hebben. Het rijk moet hierover echter nog definitieve besluiten nemen. Met deze onzekerheden in beeld kiezen wij er bewust voor om de tekorten op dit moment nog niet op te lossen met aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen. Daarvoor bestaan nog te veel onzekerheden. De komende periode willen wij beter zicht krijgen op onder andere de toekomstige rijksfinanciering van de jeugdzorg en willen we een realistische fasering van investeringen opstellen. We willen kijken hoe we de beschikbare incidentele middelen zo effectief mogelijk kunnen inzetten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de rijksbijdrage realisatiestimulans waarvoor wij de raad om kaders zullen vragen. Deze aanpak sluit aan bij de oproep van de VNG om de structurele tekorten in de jeugdzorg zichtbaar te houden en deze niet zonder meer op te lossen door te bezuinigen op andere gemeentelijke taken. Maar ons hiervan volledig afhankelijk maken vinden wij niet passen bij goed bestuur. Daarom nemen wij zelf ook actie en brengen in beeld welke mogelijkheden we kunnen creëren om financiële ruimte te vinden. 1.5.3. Financiële ruimte voor morgen: herijken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen Dat vraagt om een kritische en toekomstgerichte blik op ons takenpakket, onze werkwijzen en onze inzet van middelen. Welke activiteiten dragen aantoonbaar bij aan de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en/of aan wettelijke taken? Moeten we alles blijven doen? Wat kan slimmer, efficiënter of soberder worden georganiseerd? Berekenen we overal de juiste kosten door? Dat vergt een zorgvuldig proces met betrokkenheid van raad en samenleving. 9 Het coalitieakkoord geeft richting aan de manier waarop wij met deze financiële opgave willen omgaan. Uitgangspunt is een structureel gezonde financiële positie, waarbij de lasten voor inwoners zo laag en eerlijk mogelijk worden gehouden. Bij noodzakelijke ombuigingen kijken wij daarom eerst kritisch naar bestaande uitgaven en naar mogelijkheden om werkzaamheden slimmer, efficiënter of anders te organiseren. Nieuwe uitgaven worden in beginsel opgevangen volgens het principe ‘oud voor nieuw’ en bezuinigingen binnen het sociaal domein willen wij zoveel mogelijk voorkomen. Ook kijken wij naar mogelijkheden om de kostendekking van gemeentelijke dienstverlening te verhogen, met oog voor de maatschappelijke effecten. Voor de OZB blijft het uitgangspunt dat een verhoging beperkt blijft tot de inflatie. Deze uitgangspunten geven richting aan de keuzes die wij uiteindelijk maken, maar beperken de verkenning vooraf niet. De financiële opgave is daarvoor te omvangrijk en nog met onzekerheden omgeven. Daarom brengen wij breed in beeld welke mogelijkheden er zijn om financiële ruimte te creëren. Zo ontstaat voor college en raad een volledig beeld van de beïnvloedingsruimte en kunnen uiteindelijk integrale en onderbouwde keuzes worden gemaakt binnen de richting van het coalitieakkoord. Daarom starten wij in het najaar van 2026 het traject ‘Financiële ruimte voor morgen: herijken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen’. In dit traject brengen wij mogelijke maatregelen, scenario's en handelingsperspectieven in beeld. Daarbij gaat het zowel om de uitgavenkant als om investeringen, inkomsten en de wijze waarop taken worden uitgevoerd. De gemeenteraad heeft hierbij een centrale rol. De raad stelt de (financiële) kaders en maakt uiteindelijk de politieke afwegingen. Wij stellen voor om de auditcommissie een rol te geven in de begeleiding van dit proces. De auditcommissie kan vanuit haar rol met het college meedenken over de aanpak, de financiële uitgangspunten, de informatie die de raad nodig heeft en de wijze waarop verschillende scenario’s en keuzes inzichtelijk worden gemaakt. De politieke afweging en besluitvorming blijven vanzelfsprekend bij de voltallige gemeenteraad. Wij willen voorkomen dat de raad pas bij de Kadernota 2028-2031 wordt geconfronteerd met mogelijke maatregelen. Daarom trekken wij gedurende het proces gezamenlijk op, onderzoeken wij alternatieven en creëren wij ruimte voor politieke keuzes, waarbij ieders rol nadrukkelijk wordt gerespecteerd. Na de Kadernota zullen wij ook inwoners, ondernemers, verenigingen en andere maatschappelijke partners betrekken bij de verdere uitwerking van de gemaakte keuzes. Dit traject moet leiden tot een samenhangend pakket van bouwstenen dat betrokken wordt bij de Kadernota 2028-2031. Daarmee bereiden wij tijdig de keuzes voor die nodig kunnen zijn om ook op langere termijn financieel gezond en toekomstbestendig te blijven. Met deze keuze bieden wij u een begroting 2027-2030 aan die in 2027 sluitend is, maar waarvan de meerjarenraming vanaf 2028 tekorten laat zien. De onderstaande tabel geeft de financiële uitkomst weer: Vermogenspositie en mogelijke vrijval algemene reserve Per 31 december 2027 bedraagt het verwachte eigen vermogen (onze reservepositie) van de gemeente bijna € 93 miljoen. Dit zijn incidentele middelen die beschikbaar zijn voor toekomstige uitgaven. Veelal ligt er al een verplichting op deze reserves die onderscheiden worden in de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een omvang van € 16,4 miljoen en heeft als belangrijkste functie het opvangen van risico’s. Gebaseerd op de door de raad vastgestelde norm voor het weerstandsvermogen (hoeveel budget is beschikbaar om risico’s op te vangen?) en de norm voor de solvabiliteit (aandeel van ons eigen vermogen in het totale vermogen) is een bedrag van ruim € 10 miljoen vrij beschikbaar. 10 Gelet op de omvang van de algemene reserve en de financiële kengetallen is het zeker verantwoord om in 2027 € 2,9 miljoen in te zetten voor begrotingsdekking. Ook na deze inzet blijft sprake van een solide financiële positie, met een solvabiliteit van meer dan 50% en een weerstandsratio van > 1,0. Het resterende vrije bedrag blijft daarmee beschikbaar in de algemene reserve en wordt betrokken bij de keuzes die gemaakt worden bij de Kadernota 2028-2031. 1.5.4. Structureel begrotingssaldo De begroting voor 2027 is structureel en reëel in evenwicht. Dat wil zeggen dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Onderdeel van de structurele baten is een deel van de ingezette middelen uit de algemene reserve (€ 0,8 miljoen) dat op grond van de provinciale beleidsregels een structureel karakter heeft (10% van het surplus in de algemene reserve). Hierdoor komt het structurele saldo van de begroting 2027 uit op € 537.000 positief. Een toelichting hierop is opgenomen in de Financiële begroting (onderdeel B.4). 1.6 Samen verantwoordelijkheid nemen De komende jaren zullen niet alle vraagstukken eenvoudig op te lossen zijn. Dat vraagt om bestuurlijke moed, realistische afwegingen en een zorgvuldige inzet van publieke middelen. Politieke verschillen over de te maken keuzes mogen en zullen er zijn. Maar de verantwoordelijkheid om de financiële opgave van Epe onder ogen te zien en tijdig noodzakelijke bijstellingen voor te bereiden, zullen we met elkaar moeten delen. Dat vraagt van allen in het bestuur een realistische blik, bestuurlijke verantwoordelijkheid en de moed om keuzes te maken. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, de weerbaarheid van onze gemeente te versterken en verstandig te investeren in onze toekomst, bouwen wij verder aan een gemeente waar mensen prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren, nu en voor toekomstige generaties. 11 Toelichting en leeswijzer programmabegroting Opzet programmabegroting De programmabegroting is het belangrijkste sturings- en verantwoordingsdocument van de gemeente. Hierin legt de gemeenteraad vast welke maatschappelijke doelen in de komende jaren worden nagestreefd, welke activiteiten daarvoor worden uitgevoerd en welke financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn. De begroting vormt daarmee het kader waarbinnen het college uitvoering geeft aan het gemeentelijk beleid. De raad autoriseert de begroting op programmaniveau. De opbouw van de programmabegroting 2027-2030 is gelijk aan die van voorgaande jaren, zodat de ontwikkelingen goed kunnen worden gevolgd en vergeleken. 1.7 Opbouw van de begroting Deel 1: Programmaplan Dit deel bevat de inhoudelijke beleidsagenda van de gemeente. De programma's zijn gegroepeerd onder vier pijlers: sociaal, ruimte, economie en bestuur. Per programma wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: · Wat willen we bereiken? · Hoe meten we dat? · Wat gaan we daarvoor doen? · Welke risico's lopen we daarbij? · Wat mag dat kosten? Daarnaast bevat dit deel een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en de overhead. Deel 2: Paragrafen De verplichte paragrafen geven inzicht in onderwerpen die doorwerken in meerdere programma's, zoals weerstandsvermogen, bedrijfsvoering, kapitaalgoederen en verbonden partijen. Deze paragrafen ondersteunen de raad bij het vaststellen van beleidskaders en het uitoefenen van zijn controlerende taak. Deel 3: Financiële begroting In dit deel wordt de financiële positie van de gemeente toegelicht. Ook zijn hier de financiële overzichten, de baten en lasten per programma en de meerjarige financiële ontwikkelingen opgenomen. Deel 4: Bijlagen De bijlagen bevatten aanvullende informatie, specificaties en verdiepingen op onderwerpen uit de voorgaande delen. Inrichting deel 1: Programmaplan Het programmaplan kent de volgende structuur:  De begroting is opgebouwd rond vier pijlers: sociaal, ruimte, economie en bestuur. Per pijler wordt de ambitie beschreven en wordt de samenhang tussen de onderliggende programma's toegelicht.  De vier pijlers zijn uitgewerkt in elf inhoudelijke programma's, aangevuld met twee financiële onderdelen over de algemene dekkingsmiddelen, ‘onvoorzien’ en overhead.  Per programma worden de relevante beleidskaders en beleidsnota’s benoemd en aangegeven wat het strategische doel is.  Vervolgens staat er welke activiteiten in het begrotingsjaar worden uitgevoerd en welke resultaten daarmee worden beoogd. In de onderstaande tabel is de hoofdindeling van het programmaplan weergegeven, inclusief de bijbehorende programma's en de belangrijkste beleidsonderwerpen per programma. Pijler Programma Hoofdonderwerpen Sociaal 1. Opgroeien in Epe Onderwijs en jeugd. 12 2. Actief in Epe Welzijn, sport, cultuur en accommodaties. WMO, gezondheid, maatschappelijke opvang, basismobiliteit, algemeen maatschappelijk 3. Zorg en Opvang werk en integratie/inburgering. 4. Leefbaar en veilig Openbare orde en veiligheid, leefbare en veilige leefomgeving. Ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en 5. Ruimte en Wonen volkshuisvesting. 6. Epe op orde Beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Ruimte 7. Duurzaamheid Milieu, transitie energie en warmte, riolering, waterbeheer en afvalverwijdering. 8. Toezicht en Controle op uitvoering en de handhaving van wet- en regelgeving en de algemeen handhaving plaatselijke verordening. Lokale economie (waaronder werkgelegenheid en bedrijfsterreinen), agrarische 9. Bedrijvigheid aangelegenheden, recreatie en toerisme. Economie Uitvoering van de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, armoede- en 10. Weer aan het werk minimabeleid. 11. Bestuur en Bestuur, dienstverlening, participatie, informatievoorziening, organisatie, bedrijfsvoering, Bestuur organisatie financiën. Algemene dekkingsmiddelen en Algemene uitkering uit het gemeentefonds en lokale heffingen. onvoorzien Overhead Sturing en ondersteuning van de primaire processen. 1.8 Wijzigingen t.o.v. de begroting 2026-2029 De programma-indeling van de begroting 2027-2030 is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2026-2029. Daarmee blijft de vergelijkbaarheid van beleid, prestaties en financiële ontwikkelingen behouden. In aanloop naar de begroting 2028-2031 willen wij samen met de raad verkennen welke mogelijkheden er zijn om de informatiewaarde van de begroting verder te versterken. Daarbij kijken we onder meer naar:  de wijze waarop doelen, activiteiten en resultaten inzichtelijk worden gemaakt;  een eventuele herziening van de programma-indeling;  het beter zichtbaar maken van de rol van (maatschappelijke) partners die bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke ambities. Op basis van deze verkenning worden voorstellen gedaan voor eventuele aanpassingen in toekomstige begrotingen. Vooruitlopend op de verdere doorontwikkeling van de begroting hebben we in deze begroting al eerste wijzigingen doorgevoerd. De verplichte BBV-indicatoren zijn niet langer opgenomen binnen de afzonderlijke programma's, maar samengebracht in een bijlage. De reden hiervoor is dat de informatiewaarde van een deel van deze indicatoren beperkt is en de beschikbare gegevens niet altijd actueel zijn. 13 In de programma's is nu de set "kernindicatoren" opgenomen uit het collegeprogramma. Daarnaast zijn per indicator de velden 'streefwaarde' en 'toelichting op de (gewenste) ontwikkeling' toegevoegd. Deze velden worden in een volgende begroting ingevuld. In de doorontwikkeling van de begroting krijgt ook de kwaliteitsslag rond de indicatoren een vervolg. Daarmee willen we de informatiewaarde van de indicatoren verder vergroten en beter inzicht bieden in de voortgang van de gemeentelijke ambities. Verder zijn de risico's nu in de programma's opgenomen. Dit als stap in de uitwerking van de geactualiseerde nota risicomanagement gemeente Epe 2027. 1.9 Verwerking collegeprogramma 2026-2030 Het collegeprogramma 2026-2030 is integraal verwerkt in de begroting 2027-2030. Dit is op de volgende wijze vormgegeven:  Per programma zijn één of meer strategische doelen toegevoegd of geactualiseerd.  De kernindicatoren uit het collegeprogramma zijn opgenomen in de betreffende programma's.  De activiteiten die in 2027 uitvoering geven aan het collegeprogramma zijn opgenomen in de activiteitentabellen. Daarbij is een verwijzing opgenomen naar het corresponderende onderdeel van het collegeprogramma. Hierdoor wordt de uitvoering van het collegeprogramma onderdeel van de reguliere planning- en controlcyclus. De raad kan via de begroting, voortgangsrapportages en jaarrekening de afwijkingen en/of voortgang op de doelstellingen, activiteiten en resultaten integraal volgen en monitoren. 14 Programmaplan 15 Pijler: Sociaal Kenmerken Sociaal Beleid In de Sociale Agenda (2021) hebben we opgenomen dat we het sociaal domein zien als een piramide met drie lagen, waarbij de eerste twee lagen de sociale basis vormen. De sociale basis definiëren wij als de initiatieven die ontstaan vanuit de eigen kracht van inwoners (samenredzaamheid) en de formeel georganiseerde verbanden en basisvoorzieningen (de basisinfrastructuur). Een sterke sociale basis zorgt ervoor dat inwoners zoveel mogelijk zelf oplossingen kunnen vinden die passen bij hun leven en dat ze gemakkelijk ondersteuning kunnen krijgen in de buurt. Een sterke sociale basis helpt ook om problemen sneller en vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat deze groter en complexer worden. Dat is steeds belangrijker, omdat de huidige systemen van de Jeugdwet en de Wmo financieel en organisatorisch onder grote druk staan en in hun huidige vorm op termijn niet houdbaar zijn. Dit vraagt om een beweging waarin we meer inzetten op preventie, samenredzaamheid en ondersteuning dichtbij inwoners. Soms hebben inwoners meer gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig. Dan komt de derde laag van de piramide in beeld. Het kan dan gaan om lichte, kortdurende ondersteuning of intensieve, langdurige ondersteuning of een combinatie hiervan. Met onze inwoners en onze (regionale) partners stemmen we af welke (intensiteit van) zorg en ondersteuning nodig is. Binnen Sociaal Beleid zien we de volgende maatschappelijke opgaven:  Vergroten Samenredzaamheid Hoe versterken we de kracht van inwoners en buurten om samen verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn, de leefbaarheid en het onderlinge helpen, met een ondersteunende rol van de gemeente waar nodig? Vergroten van samenredzaamheid is het creëren van een gemeenschap waarin mensen actief naar elkaar omkijken en samen verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving en het welbevinden van iedereen. Waarbij ruimte is voor het delen van tegenslagen en dit ook onderdeel is van het normale leven (normaliseren van weerbaarheid). Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in Programma 1 Opgroeien in Epe, Programma 2 Actief in Epe, Programma 3 Zorg en opvang, Programma 4 Leefbaar en veilig en Programma 10 Weer aan het werk  Versterken Basisinfrastructuur Hoe zorgen we dat basisvoorzieningen sterker, toegankelijker en breder beschikbaar zijn, zodat alle inwoners ondersteuning, ontmoeting en ontwikkeling kunnen vinden? De basisinfrastructuur in Epe is de manier waarop de gemeente Epe samen met organisaties, andere overheden en inwoners, de basisvoorzieningen kunnen vormgeven om inwoners te steunen in het dagelijks leven. Door de voorzieningen toegankelijk in te richten kunnen inwoners naar vermogen deelnemen aan het (sociaal) maatschappelijk leven. De voorzieningen gericht op bewegen, ontmoeten en preventieve zorg geven de mogelijkheid om in te zetten op ‘positieve gezondheid’. 16 Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in programma 1 Opgroeien in Epe, programma 2 Actief in Epe, Programma 5 Ruimte en wonen, Programma 6 Epe op orde, Programma 9 Bedrijvigheid en Programma 10 Weer aan het werk.  Passende Zorg en Ondersteuning Hoe zorgen we dat inwoners die hun problemen niet zelf of met hun omgeving kunnen oplossen, beter en sneller passende zorg en ondersteuning ontvangen, zodat zij zo zelfstandig en veilig mogelijk kunnen leven? Om zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor inwoners die dat echt nodig hebben is een tweetraps verschuiving nodig. Eerst nadrukkelijk inzetten op voorliggende/ preventieve voorzieningen, waardoor de inzet van maatwerkvoorziening minder vaak nodig is. Daarnaast het activeren van de samenleving: ‘Samen zorgen voor elkaar’. Dit maakt dat alle drie de opgaven nauw aan elkaar verbonden zijn. Aan deze maatschappelijke opgave wordt gewerkt in Programma 1 Opgroeien in Epe, Programma 2 Actief in Epe, Programma 3 Zorg en opvang en Programma 10 Weer aan het werk Ook is er een grote samenhang met de Pijler Economie en met name programma 10: Weer aan het werk. 17 Programma 1 | Opgroeien in Epe Omschrijving programma Het programma gaat over jeugdigen in de gemeente Epe. Waaronder onderwijs, onderwijsachterstanden, voor- en vroegschoolse educatie, jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en Jeugdzorg. De voorzieningen gericht op de jeugd maken ook deel uit van het basisaanbod aan voorzieningen waar in programma 2 “Actief in Epe” aandacht aan wordt gegeven. Er bestaat een relatie met de programma’s 3 “Zorg en opvang” (maatschappelijke ondersteuning) en 4 “Leefbaar en veilig” (integrale veiligheid: Thema “Jeugd en veiligheid”). Relevante nota's (kerndocumenten)  Integraal beleidsplan sociaal domein “Samen voor elkaar” 2023-2027  Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026  Regiovisie Samen tegen Huiselijk Geweld 2024-2028  Sociale Agenda (2021)  Regionale inkoopstrategie Individuele voorzieningen Jeugdhulp 2026 - 2036.  Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen 2023-2035 Wat willen we bereiken Strategische doel: Kinderen groeien op met gelijke kansen, er zijn minder onderwijsachterstanden en thuiszitters én kinderen hebben een betere mentale, fysieke en cognitieve ontwikkeling. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Aantal jongeren in jeugdhulp 13,1% 13,6% 14,1% Kern- + BBV - indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten (CBS) opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar). Toelichting (gewenste) ontwikkeling: % doelgroepkinderen dat deelneemt aan Kernindicator Vierjaarlijks voorschoolse educatie (VVE) GGD Jeugdmonitor Het percentage peuters met een VVE-indicatie dat daadwerkelijk deelneemt aan voorschoolse educatie. Een VVE-indicatie wordt afgegeven aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben om (taal)achterstanden te voorkomen of te verminderen. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Voortijdig schoolverlaters (vo + mbo) 2,2% 2,2% 2,2% Kern + BBV - indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 (CBS) jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: 18 Wat gaan we daarvoor doen Onderwijs Portefeuillehouder: M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Opstellen nieuw beleidsplan onderwijsachterstandenbeleid 1. Uitvoeren onderwijsachterstandenbeleid. 2027-2030. 1b. Opstellen activiteitenprogramma. Collegeprogramma 2026-2030: 2a. Uitvoeren van het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP). Lopende projecten worden voortgezet (De Sprenge Emst, Het Mosterdzaadje, St. Bernardus, IKC Zuid West) 2. Behouden en versterken van basisscholen (1.2.1.). en op de korte termijn (2027-2030) de volgende projecten opgestart: School met de Bijbel Emst, OBS Gildeschool, Christelijke Basisschool de Violier en Basisschool Anne de Vries. Toelichting: Jeugdzorg Portefeuillehouder: G. van den Berg Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Uitbreiden van het toegangsteam jeugdzorg bij het CJG met 3 fte jeugdconsulenten. 1b. Werken volgens de verklarende analyse en de Top 3 1. Het realiseren van stevige lokale teams. methodiek in het toegangsteam jeugdzorg. 1c. Implementeren van de werkwijze duoschappen met jeugdconsulenten en jeugdbeschermers. 2a. Verder uitwerken van de nieuwe regionale samenwerking jeugd binnen de GR jeugdzorgregio +. 2. Realiseren van de Hervormingsagenda jeugdzorg. 2b. Inhoudelijke doorontwikkeling regionaal ingekochte jeugdzorgproducten. 3. Inzicht verkrijgen in de huidige werkwijzen, knelpunten, kansen 3. Het ontwikkelen van een integrale werkwijze binnen het Sociaal en behoeften rondom integraal werken en formuleren van een domein. concrete, toepasbare methodiek voor integraal werken binnen het sociaal domein. 4. Verder optimaliseren van basismobiliteit; prettig, betaalbaar en 4a. Start aanbesteding routegebonden vervoer efficiënt vervoeren (onder programma 1 valt leerlingenvervoer en 4b. Vervolg geven aan het onderzoek ontwikkelingen jeugdwetvervoer). leerlingenvervoer (o.a. opstapplaatsen). Collegeprogramma 2026-2030: 5a. Onderzoek naar Toekomstbestendig Jeugdzorgsysteem in 5. Samenhangend plan voor preventie en vroegsignalering Epe. (1.1.1.). 5b. Resultaten verwerken in een uitvoeringsplan 6a. Voortzetten 'JOGG' en waar mogelijk versterken met aanvullende programma's. 6b. Uitvoering geven aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 6. Voortzetten succesvolle preventieprogramma's (1.1.2.). (AZWA) waaronder het uitbreiden van de ketenaanpak 'Kansrijke start' met het programma 'Nu niet zwanger' en de ‘integrale gezinspoli’. Toelichting: 2. In deze Hervormingsagenda staan afspraken die landelijk tussen het Rijk en de VNG gemaakt worden. In een afzonderlijk beleidskader, door de raad vastgesteld, is de richting van de inzet van de financiële middelen aangegeven. Welzijnswerk jeugd en jongeren Portefeuillehouder: G. van den Berg / M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: Collegeprogramma 2026-2030 1a. Evaluatie van het Relatieteam Epe en bepalen of het 1. Gezinsgerichte ondersteuning (1.1.4.). Relatieteam wordt voortgezet. 2a. Evalueren huidig aanbod jongerenwerk als onderdeel van het 2. Evalueren huidig aanbod jongerenwerk. onderzoek naar de toekomstbestendige jeugdzorg. Toelichting: Welke risico's lopen we daarbij Toenemend gebruik van de jeugdzorg 19 De gemeente draagt het financiële risico voor de uitvoering van de Jeugdzorg, omdat deze taak een open-einde karakter heeft en wordt bekostigd vanuit de algemene uitkering. De belangrijkste oorzaken van dit risico zijn de hogere instroom van jeugdigen, de toenemende complexiteit van de zorgvraag en stijgende tarieven van zorgaanbieders. Daarnaast zorgen de landelijke Hervormingsagenda en onzekerheid over toekomstige rijksbijdragen voor extra risico's. Deze ontwikkelingen kunnen niet alleen leiden tot hogere zorguitgaven en daarmee tot overschrijding van de begrote budgetten maar ook tot het vastlopen van het jeugdzorgstelsel omdat niet meer op professionele wijze aan de vraag kan worden voldaan. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 19.316 19.255 20.462 20.058 19.959 19.867 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 527 490 505 953 Lasten totaal 19.316 19.255 20.989 20.548 20.465 20.820 Baten bestaand beleid 1.163 929 865 729 740 740 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.163 929 865 729 740 740 Saldo -18.153 -18.327 -20.124 -19.819 -19.724 -20.080 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Pilot #Opladers 52 - - - 2 Versterking toegangsteam Jeugdzorg 400 400 400 400 3 Schoolmaatschappelijk werk 75 75 75 75 Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Huisvesting onderwijs (IHP, 2029) 17.263 - - - 431 2 Beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten (2027-2030) 936 - 15 30 46 Totale financiële gevolgen voor de lasten 527 490 505 952 20 Programma 2 | Actief in Epe Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen welzijn (o.a. sociaal cultureel werk en vrijwilligersondersteuning), sport en cultuur (waaronder ook kunst en bibliotheekwerk). Daarnaast valt ook het onderwerp accommodaties op de voornoemde terreinen onder dit programma. Dit programma draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid in de dorpen en wijken (inzet van voorzieningen, aandacht voor ontmoeting, tegengaan overlast en criminaliteit, kwaliteit van de woonomgeving). Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 3 “Zorg en opvang” (maatschappelijke ondersteuning), 4 “Leefbaar en veilig” (veilige leefomgeving) en 6 “Epe op orde” (openbare ruimte). Relevante nota’s (kerndocumenten) • Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027" • Sociale Agenda (2021) • Visie op Toekomstbestendige Maatschappelijke Accommodaties (2023) • Beleidsplan Spelen, Bewegen en Ontmoeten (2025) Wat willen we bereiken Strategische doel: Meer inwoners nemen actief deel aan de samenleving, ervaren sociale verbondenheid, kunnen zichzelf zijn en hebben toegang tot passende voorzieningen, activiteiten en ontmoetingsplekken. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 % inwoners dat minimaal 150 minuten per week beweegt - 45,3% - Kern- + BBV indicator Vierjaarlijks GGD gezondheidsmonitor Het percentage volwassenen dat minimaal 150 minuten per volwassenen en week matig of zwaar intensief beweegt, verspreid over ouderen meerdere dagen. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Verbondenheid die de inwoners met de buurt ervaren 7,41 - - Kernindicator Tweejaarlijks Burgerpeiling De verbondenheid die inwoners met de buurt ervaren, uitgedrukt in een score op de schaal 1-10 Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Wat gaan we daarvoor doen Welzijn Portefeuillehouder: G. van den Berg / J.H. Boermans / M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027 Collegeprogramma 2026-2030: 1a. Uitvoeren van de verbouwing van de bibliotheek in Epe. 1b. Realisatie renovatie van wijkgebouw Balai Pusat. 1. Behouden en versterken van bibliotheken en 1c. Uitvoeren van de opdracht 'aanvullende informatie toekomst dorpsvoorzieningen (1.2.1.). dorpscentrum de Wieken'. 1d. Op basis van de keuze van raad over de toekomst van de Wieken werken verdere planontwikkeling en realisatie. 2. Ontwikkelen van een integrale visie op maatschappelijke 2a. Aan de hand van de voorzieningenbehoefte uitwerken van een voorzieningen en vastgoed (1.2.2.). afwegingskader voor investeringen in maatschappelijk vastgoed. 21 2b. Onderzoek op welke wijze het beheer van accommodaties verbeterd kan worden. 2c. Voorstel voor een kostprijsdekkende vastgoedhuur (verplicht op grond van de Wet Markt & Overheid). 3a. Opstellen subsidieregeling voor de buurtpunten om bereik en 3. Versterken van de buurtpunten (1.4.2.). maatschappelijke impact te vergroten. 4a. Lokaal uitvoering geven aan het regionale transformatieplan 4. Versterken van de inzet op mentale gezondheid (1.1.3). mentale gezondheid, met als belangrijk onderdeel het "verkennend gesprek". Toelichting: Sport en cultuur Portefeuillehouder: G. van den Berg / J.H. Boermans / M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027 1a. We werken aan een optimale dienstverlening en versterkte 1. Een toekomstbestendige toegankelijke bibliotheek. samenwerking die actief bijdraagt aan taalvaardigheid, digitale inclusie en maatschappelijke participatie voor alle inwoners. 2a. Uitvoering geven aan het vernieuwde regionale cultuur- en 2. Bevorderen van kunst en cultuurbeleving. erfgoedpact 2025-2027. 2b. Verstevigen van de samenwerking tussen culturele partijen. Collegeprogramma 2026-2030: 3a. Uitwerken van beleid op het gebied van sport en sportaccommodaties inclusief investeringsagenda, mede op basis 3. Ontwikkelen van een integrale visie op maatschappelijke van de voorzieningenbehoefte. voorzieningen en vastgoed (1.2.2.). 3b. Onderzoek op welke wijze het beheer van accommodaties verbeterd kan worden. 4. Verenigingen ondersteunen (1.2.4.). 4a. We hebben vaste contactpersonen voor verenigingen. 5. Voeren van een samenhangend en toegankelijk beleid voor 5a. Beleid voor kunst en cultuur uitwerken in het integrale kunst, cultuur en erfgoed (1.2.6.). beleidsplan Sociaal Domein. 6. Het huidige beleid voor spelen, bewegen en ontmoeten 6a. Het uitvoeringsprogramma spelen, bewegen en ontmoeten voortzetten en ruimte geven aan nieuwe initiatieven (1.3.5.). uitvoeren. 7a. Stimuleren van het aantal sport- en beweegactiviteiten per 7. Voortzetten succesvolle preventieprogramma's (1.1.2). kern en deelname aan sportactiviteiten door het inzetten van buurtsportcoaches. Toelichting Welke risico's lopen we daarbij Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.501 6.115 6.031 5.831 5.831 5.631 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 225 120 227 632 Lasten totaal 5.501 6.115 6.256 5.951 6.059 6.264 Baten bestaand beleid 1.259 970 995 995 995 995 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.259 970 995 995 995 995 Saldo -4.242 -5.146 -5.261 -4.956 -5.063 -5.269 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties - 100 100 100 2 Buurtsportcoaches 100 - - - 22 Bedragen * € 1.000 3 Sportvisie 100 - - - 4 Erfgoedbeleid 25 20 - - Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Maatschappelijke accommodaties (2028-2029) 18.555 - - 127 532 Totale financiële gevolgen voor de lasten 225 120 227 632 23 Programma 3 | Zorg en opvang Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen maatschappelijke ondersteuning (vanuit de Wmo), gezondheid, maatschappelijke opvang, basismobiliteit, algemeen maatschappelijk werk en integratie/inburgering van nieuwkomers. Het programma richt zich met name op groepen inwoners uit de samenleving die kwetsbaar zijn. Kernbegrippen zijn daarbij bevorderen zelfredzaamheid en participatie. Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe (jeugdgezondheidszorg), 2 “Actief in Epe” (welzijnsvoorzieningen), 4 “Leefbaar en veilig” (leefbaarheid) en 10 “Weer aan het werk” (bevordering arbeidsparticipatie). Relevante nota’s (kerndocumenten) • Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027 • Sociale Agenda (2021) • Regiovisie samen tegen huiselijk geweld 2024-2028 • Kadernota Beschermd Thuis (2022-2030) • Regionale inkoopstrategie maatwerkvoorzieningen WMO 2026 - 2036 • Regioplan Integraal Zorgakkoord Apeldoorn-Zutphen (2023) • Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Oost- Veluwe 2023-2028 • Beleidsplan en uitvoeringsagenda Inclusie en Diversiteit 2026-2030 Wat willen we bereiken Strategische doel: Meer inwoners zijn in staat zelfstandig te wonen, regie te voeren over hun eigen leven en deel te nemen aan de samenleving, waarbij zij via een toegankelijke en integrale toegang gebruik kunnen maken van sociale steun, preventieve ondersteuning en passende zorg wanneer de noodzaak daartoe bestaat. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Wmo-cliënten met maatwerkvoorzieningen per 10.000 570 530 630 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks inwoners www.waarstaatjegemeente.nl Het aantal inwoners per 10.000 inwoners dat gebruikmaakt CBS GSMD Wmo van één of meer individuele Wmo-maatwerkvoorzieningen, zoals huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding of hulpmiddelen. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Wat gaan we daarvoor doen Maatschappelijke Zorg Portefeuillehouder: G. van den Berg Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Oppakken acties vanuit wettelijke taken, zoals de te verwachten inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 2028. 1b. Borgen regionale samenwerking Wmo en doorontwikkelen producten zoals opgenomen in de regionale innovatieagenda. 1c. Verkennen mogelijkheden voor het delen van 1. Realiseren van effectieve en doelmatige ondersteuning vanuit vervoersvoorzieningen. de Wmo. 1d. Realiseren van een opvangvoorziening voor gezinnen met minderjarige kinderen die (dreigend) dakloos zijn. 1e. Het verkennen van passende beheersmaatregelen om de verwachte stijging in de vraag naar individuele begeleiding op te vangen. 24 2a. Start maken met mogelijkheid tot kansrijk wonen voor jongeren 2. Realiseren, doorontwikkelen en in stand houden van als voorliggende voorziening voor Beschermd Wonen. voorliggende voorzieningen. 2b. Mogelijkheid verkennen voor het organiseren van vervangende mantelzorg door vrijwilligers. 3. Bevorderen integraliteit binnen Sociaal Domein. 3a. Actualiseren van Integraal Beleidsplan Sociaal Domein Collegeprogramma 2026-2030: 4a. Actualisatie en intensivering van de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. Opstellen samenhangend plan voor preventie en 4b. Versterken van de samenwerking tussen het sociaal domein vroegsignalering (1.1.1.). en het veiligheidsdomein door uitbreiding van het Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid. 5a. Uitvoering geven aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) waaronder het uitbreiden van de ketenaanpak 'Kansrijke 5. Voortzetten succesvolle preventieprogramma’s (1.1.2). start' met het programma 'Nu niet zwanger' en de ‘integrale gezinspoli’. 5b. Uitvoering voortzetten Valpreventie. 6a. Invulling en uitvoering geven aan de wet integrale suïcidepreventie via een regionale aanpak uitgevoerd door de GGD. 6. Versterken van de inzet op mentale gezondheid (1.1.3.). 6b. Lokaal uitvoering geven aan het regionale transformatieplan mentale gezondheid, met als belangrijk onderdeel 'het verkennend gesprek'. 7a. Blijvende inzet op de ondersteuning van (jonge) mantelzorgers, hiervoor organiseren we erkennings- en waarderingsactiviteiten. 7. Waarderen, stimuleren en ondersteunen van vrijwilligerswerk, 7b. Vervangende mantelzorg goed inrichten. mantelzorg en initiatieven waarbij inwoners elkaar helpen (1.2.5.). 7c. Inzet op de samenredzaamheid van de samenleving. 7d. In de communicatie extra aandacht besteden aan inwonersinitiatieven en samenredzaamheid. 8. Passend subsidiebeleid (1.3.2.). 8a. Evalueren en verbeteren van de subsidieregelingen. 9a. In kaart brengen huidige vindbaarheid en zichtbaarheid en nagaan welke wijze van het delen van de informatie aansluit bij behoefte en gedrag van inwoners. 9. Versterken van de vindbaarheid van informatie (1.4.1.). 9b. Op basis van voorgaand onderzoek een plan opstellen met relevante verbeterpunten op onder andere dienstverlening en communicatie. 9c. Plan gefaseerd (per thema) uitvoeren. 10a. Stimuleren van de samenwerking tussen eerstelijns zorg en welzijn door in te zetten op integrale samenwerkingen (Hechte wijkverbanden en samenredzame gemeenschappen). 10. Zorgen voor een overzichtelijk zorg- en welzijnsstelsel (1.4.3.). 10b. Organiseren van een bijeenkomst Sociaal Domein waarbij onze samenwerkingspartners elkaar kunnen inspireren en activeren op thema's rond zorg, welzijn en welbevinden. 11a. Stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van onze 11. Stimuleren eigen regie inwoners (1.4.4.). inwoners op de zorg- en ondersteuning(svraag). 12a. Versterken van onze inzet voor een dementievriendelijke 12. Dementievriendelijke gemeente (1.5.1.). gemeente, uitgewerkt in een uitvoeringsplan. 13. In kaart brengen waar inwoners fysieke, digitale of sociale 13a. Met de uitvoeringsagenda inclusie en diversiteit met behulp drempels ervaren (1.5.3.). van een denktank in kaart brengen waar de knelpunten liggen. Toelichting: Opvang statushouders, vluchtelingen en ontheemden Portefeuillehouder: J.H. Boermans / M.D. Tibben / T.C.M. Horn Activiteiten: Uitvoering in 2027: Collegeprogramma 2026-2030: 1a. Voldoen aan onze wettelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders door voldoende woningen toe te wijzen. 1. Voldoen aan onze wettelijke verplichtingen (1.6.1.). 1b. Voldoen aan onze taakstelling voor Oekraïneopvang door voldoende opvangplekken te realiseren. 1c. Voldoen aan onze wettelijke taakstelling voor asiel door realisatie van een reguliere asielopvang. 2. Hanteren van de aantallen zoals voor de gemeente Epe van 2a. Met de Provinciale Regietafel (PRT) een provinciaal plan toepassing vanuit de Spreidingswet als uitgangspunt. (1.6.2.). opstellen. 3a. Samenwerking met het COA aangaan om tot een reguliere opvanglocatie te komen. 3. Vooraf heldere afspraken met het COA maken (1.6.3.). 3b. Bestuursovereenkomst met het COA sluiten waarin duidelijk uitgewerkte samenwerkingsafspraken staan. 4. Opstellen van een communicatie- en participatieplan inclusief 4a. Op basis van de zoekcriteria die met participatie tot stand zijn een procesvoorstel (1.6.4.) gekomen, voorstel voor een opvanglocatie. Toelichting: 25 Welke risico's lopen we daarbij Toenemend beroep op de Wet Maatschappelijke ondersteuning De Wmo kent een financieel risico door de toenemende vraag naar ondersteuning als gevolg van de vergrijzing en het langer zelfstandig wonen van inwoners. Daarnaast leiden stijgende tarieven van zorgaanbieders en hogere personeelskosten tot oplopende uitgaven. Ook bestaat onzekerheid over landelijke beleidswijzigingen, waaronder de voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief en de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot hogere kosten dan begroot en daarmee druk zetten op de gemeentelijke begroting. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 22.837 23.567 24.819 19.460 17.730 16.243 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 180 180 180 180 Lasten totaal 22.837 23.567 24.999 19.640 17.910 16.423 Baten bestaand beleid 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486 Saldo -14.444 -16.353 -17.228 -16.945 -15.128 -14.937 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Huiselijk geweld en kindermishandeling 30 30 30 30 2 Vak-/regie applicatie sociaal domein 150 150 150 150 3 Opvangplekken voor gezinnen p.m. p.m. p.m. p.m. Totale financiële gevolgen voor de lasten 180 180 180 180 26 Programma 4 | Leefbaar en veilig Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen brandweer, politie, criminaliteit en overlast, crisisbeheersing/ rampenbestrijding, leefbare en veilige leefomgeving. Het programma geeft invulling aan de brede begrippen van leefbaarheid en veiligheid. Het onderwerp integrale veiligheid valt ook onder dit programma. Er bestaat een relatie met de programma’s 1 “Opgroeien in Epe”, 2 “Actief in Epe”, 3 “Zorg en Opvang” en 6 “Epe op orde”. Verder is er een relatie met programma 8 “Toezicht en handhaving”. Binnen dit programma vindt de uitvoering plaats van de diverse leefbaarheids- en veiligheidsaspecten. Relevante nota’s (kerndocumenten) • Integraal Veiligheidsplan Noord Veluwe 2024-2027 • Regionaal risicoprofiel & beleidsplan 2021-2024 (VNOG) • Herzien plan van aanpak “Gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandbeheersing’ 2024 • Regiovisie samen tegen huiselijk geweld (2024-2027) • Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027 • Sociale Agenda 2021 Wat willen we bereiken Strategische doelen: 1. Meer inwoners nemen verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving, voelen zich betrokken bij hun buurt en kijken naar elkaar om, zodat we samen een leefbare, veilige en veerkrachtige samenleving realiseren. 2. Meer inwoners voelen zich veilig in hun woonomgeving en de gemeente is goed voorbereid op crises en veiligheidsrisico's. Hoe meten we dat Kernindicator 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Totaal misdrijven per 10.000 inwoners 9,8 9,8 7,9 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Geregistreerde geweldsmisdrijven, vernielingen, (CBS geregistreerde diefstallen uit woningen en winkeldiefstallen criminaliteit) Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Aantal inwonersinitiatieven Kernindicator Jaarlijks Eigen administratie Het aantal initiatieven dat door inwoners of bewonersgroepen wordt gestart om de leefbaarheid, betrokkenheid of sociale samenhang in hun buurt of dorp te versterken. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Index onveiligheidsgevoelens 91 - 99 Kernindicator Tweejaarlijks Veiligheidsmonitor 2014 is basisjaar (100). Lagere score is verbetering, hogere score verslechtering t.o.v. dat basisjaar Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Wat gaan we daarvoor doen Veiligheid Portefeuillehouder: T.C.M. Horn Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Proces wijzigen omgevingsplan voor nieuwbouw 1. Bevorderen kwaliteit basis brandweerzorg. brandweerkazerne Oene en start proces tot uitvoering bouwwerkzaamheden. 27 Collegeprogramma 2026-2030 2a. In het integraal veiligheidsplan 2028-2031 Veluwe Noord en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma's ondermijning, criminaliteit en buurtpreventie inbrengen als aandachtspunten voor prioritering en uitvoering. 2b. Niet in het integraal veiligheidsplan geprioriteerde criminaliteit ad hoc aanpakken wanneer signalen ontvangen worden of een 2. Samen werken aan een veilige samenleving (1.7.2.). stijging zichtbaar is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woninginbraken, fietsendiefstal, zakkenrollen et cetera. 2c. Actualisatie van de beleidsregel gebiedsontzegging. 2d. Gebiedsaanwijzingen van het college verwerken in een bijlage van de APV om overzichtelijkheid te vergroten. 2e. Om digitale criminaliteit tegen te gaan werken aan bewustwording bij ouderen en jongeren. 3a. Deelname aan de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandpreventie van de provincie Gelderland en de Veiligheidsregio's binnen de provincie. 3b. Drie verkeers(evacuatie)plannen clusters (Hanendorperweg en Wissel 2x) opstellen. 3c. Brandputten slaan conform advies brandweer voor een 3. Integrale aanpak op het voorkomen van natuurbranden (1.7.3.). defensieve lijn voor de operationele inzet van de brandweer bij een natuurbrand. 3d. Structureel bijeenkomsten met inwoners en recreatieparken over natuurbrandpreventie organiseren. 3e. Uitvoering geven aan het bosbeheerplan om het gemeentebos brandveilig te houden. 4a. Onderzoek of de gemeente kan bijdragen aan (een te delegeren) taak van de provincie in het aversief conditioneren (paintball) van de wolf in specifieke gevallen. 4b. Samen met partners in verbinding staan met onze inwoners en bedrijven over hun ervaringen met de wolf en het bieden van 4. Overlast van wolven zo veel mogelijk beperken (1.7.4.). informatievoorziening over de wolf en handelingsperspectieven. 4c. Lobbyen voor een landelijk meldpunt voor wolf-hond of wolf- mens incidenten. 4d. In verbinding blijven met onze buurgemeenten en terreinbeherende organisaties over de wolf. 5a. Projectplan robuuste crisisorganisatie opstellen. 5b. Projectplan robuuste crisisorganisatie uitvoeren. 5c. Projectplan bedrijfscontinuïteit opstellen. 5. Weerbaarheid versterken (1.7.5.). 5d. Projectplan bedrijfscontinuïteit uitvoeren. 5e. Projectplan maatschappelijke weerbaarheid opstellen. 5f. Projectplan maatschappelijke weerbaarheid uitvoeren. Toelichting: Leefbaarheid Portefeuillehouder: J.H. Boermans Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Opnemen van inwonersgericht werken in het integrale beleidsplan sociaal domein. 1. Inwonersgericht werken als werkwijze verder uitwerken. 1b. Versterken van de rol van de gebiedsregisseur. 1c. Versterken samenwerking Samenredzame Gemeenschap en het projectgebied verder uitbreiden. 2. Bevorderen van overheidsparticipatie. 2. Herziening Goed voor Elkaar regeling. Collegeprogramma 2026-2030: Toelichting: Welke risico's lopen we daarbij Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 3.268 4.062 4.447 4.408 4.409 4.429 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 295 108 108 93 Lasten totaal 3.268 4.062 4.742 4.516 4.517 4.522 28 Bedragen * € 1.000 Baten bestaand beleid 70 3 103 3 3 3 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 70 3 103 3 3 3 Saldo -3.198 -4.059 -4.640 -4.514 -4.514 -4.519 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Tijdelijke stalling brandweer Oene 80 15 15 - 2 Weerbaarheid 200 p.m. p.m. p.m. 3 Structurele bijeenkomsten natuurbrandpreventie 5 5 5 5 4 Overlast wolven 10 10 10 10 Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Brandweerkazerne Oene (2027) 3.117 - 78 78 78 Totale financiële gevolgen voor de lasten 295 108 108 93 29 Pijler: Ruimte Kenmerken Ruimtelijk Beleid Binnen de pijler Ruimte werken we vanuit de Omgevingsvisie aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. De fysieke leefomgeving vormt het fundament onder welzijn, gezondheid, wonen, werken en recreëren. Daarom bekijken we ruimtelijke vraagstukken integraal en in samenhang met de sociale, economische en duurzame opgaven van onze gemeente. De gemeente Epe staat de komende jaren voor verschillende ruimtelijke uitdagingen. De vraag naar woningen groeit, terwijl de beschikbare ruimte beperkt is. Tegelijkertijd vragen klimaatverandering, de energietransitie, vergrijzing en toenemende druk op natuur en landschap om duidelijke keuzes. Ook willen inwoners kunnen rekenen op een veilige, bereikbare en aantrekkelijke leefomgeving met voldoende voorzieningen, ruimte voor ontmoeting en een kwalitatief goede openbare ruimte. Daarom zetten we in op voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen, een duurzame en klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving en het behoud en versterken van de unieke kwaliteiten van Epe. We investeren in bereikbaarheid, groen, water, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Daarbij zorgen we voor een zorgvuldige balans tussen ontwikkeling en behoud, zodat woningbouw, economie, recreatie, natuur, landschap en erfgoed elkaar versterken in plaats van verdringen. Vanuit deze visie werken we aan drie samenhangende maatschappelijke opgaven: voldoende passende woningen met behoud van leefomgevingskwaliteit, een duurzame en gezonde leefomgeving en het beschermen en versterken van de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van Epe. Deze opgaven zijn nauw met elkaar verbonden en vormen samen de basis voor een leefbare gemeente waarin inwoners prettig kunnen wonen, werken en recreëren. 30 Programma 5 | Ruimte en wonen Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen ruimtelijke ordening, grond- en woningexploitatie, bouw- en woningtoezicht en volkshuisvesting. Het onderdeel bouw- en woningtoezicht heeft een uitvoerend karakter. De activiteiten voor woningexploitatie zijn beperkt. Relevante nota’s (kerndocumenten) • Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ (2021) • Uitvoeringsprogramma Slimme groene verstedelijking Regio Stedendriehoek • Regionaal Programma Energievoorziening (2025) • Transitievisie Energie en Warmte (2022) • Woonagenda ‘Goed Wonen’ (2024) • Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel (2010) • Groenstructuurplan (2010) • Grondbeleid (2024) • Nota vastgoedbeleid (2019) • Koersdocument Omgevingswet (2019) • Participatiebeleid "Samen werken aan een plan" (2023) • Transitieplan Omgevingsplan (2023) • Erfgoedbeleid (2025) • Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025 - 2030) Wat willen we bereiken Strategische doel: Meer inwoners beschikken over een passende en betaalbare woning met behoud en versterking van de leefomgevingskwaliteit en voorzieningen. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Aantal gerealiseerde woningen per 1.000 woningen 5,3 6,6 - BBV-indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Nieuwbouwwoningen exclusief overige toevoegingen (BAG) zoals transformaties Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Aantal nieuwbouwwoningen naar segment Woningbouwmonitor Jaarlijks Het aantal gerealiseerde nieuwbouwwoningen, uitgesplitst naar woningmarktsegment, zoals sociale huur, middenhuur en betaalbare en overige koop. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Wat gaan we daarvoor doen Ruimtelijke ontwikkeling Portefeuillehouder: M.D. Tibben Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1. Uitvoeren van fase 2 en 3 van de herinrichting van het centrum 1a. Afronden uitvoering herinrichtingsplan fase 2 (rondom van het dorp Vaassen. Dekamarkt in 2025). Collegeprogramma 2026-2030: 2a. Uitwerking omgevingsplan ontwikkeling Emst Zuid. 2b. Realisatie Woningbouwplannen Kerkenland en Kopermolen 2. Bouwen en verbouwen (2.1.1.). Vaassen. 2c. Uitwerken omgevingsplan Zuukerenk. 2d. Uitwerken omgevingsplan 't Slath. 31 2e. Uitwerking woningbouwprojecten in de kernen (inbreiding en transformatie). 3a. Uitvoering geven aan Regiodeal Groene en gezonde 3. Ruimte bieden voor groei. Een langetermijnplan voor bedrijventerreinen voor bedrijventerrein Eekterveld werklocaties opstellen (3.1.2.). 3b. Uitgifte bedrijfskavels Eekterveld IV na onherroepelijkheid bestemmingsplan 4a. Uitvoeren project ontvangstlocatie Cannenburgh (TOP 4. Aantrekkelijke en levendige dorpscentra (3.2.1). Vaassen). 4b. Vaststellen definitief ontwerp Hoofdstraat Epe. Toelichting: Wonen Portefeuillehouder: M.D. Tibben Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Met initiatiefnemers afspraken maken over een evenwichtige 1. Realiseren van betaalbare woningen in zowel de huur- als de en betaalbare woningbouwprogrammering. koopsector. 1b. Met de corporatie afspraken maken over de bouw van sociale huurwoningen. Collegeprogramma 2026-2030: 2a. Uitwerking Woonagenda: onderzoek naar mogelijkheden: Woningsplitsen binnen de bebouwde kom, transformatie winkelpanden: wonen boven winkels. Splitsen van (agrarische) 2. Meer mogelijkheden creëren binnen de bestaande regelgeving bedrijfswoningen. (2.1.4.). 2b. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin o.a. aandacht voor premantelzorgwoningen en andere flexibele woonvormen. 3. Starters beter ondersteunen (2.1.2.). 3a. Evaluatie Starterslening uitvoeren. 4a. De betaalbaarheidseisen zoals opgenomen in de Woonagenda bij nieuwe woningbouwontwikkelingen als randvoorwaarde 4. Zorgen voor voldoende betaalbare woningen (2.1.3.). opnemen in de planvorming. 4b. Opstellen kader reserve Realisatiestimulans. 5a. Onderzoeken van de mogelijkheden voor passende hoogbouw 5. Verruimen passende hoogbouw en mogelijkheden voor vaste in de woningbouwprojecten binnen de gemeente. bewoning van solitaire recreatiewoningen (2.1.5.). 5b. Uitwerking Woonagenda: onderzoek naar mogelijkheden solitaire recreatiewoningen. 6a. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin aandacht voor doorstroming en de sociale huursector. 6. De woningmarkt eerlijker en beter laten werken en doorstroming 6b. Jaarlijks afspraken maken met Triada over scheefwonen en stimuleren. doorstroming. 6c. Jaarlijks afspraken maken met Triada over huisvesting wettelijk urgente aandachtsgroepen 7. Bekijken hoe we onze inwoners beter kunnen helpen bij het 7a. Opstellen Volkshuisvestelijk Programma met daarin aandacht vinden van een woning. voor de mogelijkheden van lokaal toewijzen. Toelichting: Ruimte overig Portefeuillehouder: M.D. Tibben / G. van den Berg Activiteiten: Uitvoering in 2027: Collegeprogramma 2026-2030: 1. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.). 1a. Actualiseren omgevingsvisie. 2a. Realiseren van activiteiten uit het uitvoeringsprogramma erfgoedbeleid. 2. Voeren van een samenhangend en toegankelijk beleid voor 2b. Onderzoek of de Musafirkerk een monumentstatus kan krijgen. kunst, cultuur en erfgoed. 2c. Op basis van uitkomsten onderzoek mogelijkheden duurzaam behoud Musafirkerk in kaart brengen. Toelichting: Welke risico's lopen we daarbij Verstrekte garanties en borgstellingen 32 De gemeente heeft garanties verstrekt via het WSW en WEW en loopt daarmee een beperkt achtervangrisico. Door de financiële zekerheidsstructuur van deze fondsen is de kans dat de gemeente daadwerkelijk wordt aangesproken zeer klein. Gezien de omvang van de gegarandeerde bedragen kunnen de financiële gevolgen echter aanzienlijk zijn als zich een uitzonderlijke situatie voordoet. Het risico wordt beperkt door de waarborgstructuur van de fondsen, de risicodeling met het Rijk en periodieke monitoring van de achtervangposities. Negatieve uitkomsten grondexploitaties Door het voeren van een situationeel grondbeleid loopt de gemeente risico's bij grondexploitaties, bijvoorbeeld als verkoopprijzen dalen of kosten juist stijgen door gewijzigde marktomstandigheden. Vertraging grote investeringen en bouwprojecten De gemeente voert de komende jaren diverse investerings- en bouwprojecten uit. Ontwikkelingen zoals stijgende bouwkosten, schaarste op de arbeidsmarkt, netcongestie, gewijzigde wet- en regelgeving en bezwaar- en beroepsprocedures kunnen leiden tot vertragingen en hogere projectkosten. Hierdoor bestaat het risico dat beschikbare kredieten onvoldoende zijn of dat geplande maatschappelijke doelen later worden gerealiseerd. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Lasten totaal 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459 Baten bestaand beleid 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623 Saldo -454 -4.296 -1.681 -1.787 -1.786 -2.836 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Nota omgevingskwaliteit 75 - - - 2 Milieueffectrapportage (MER) Buitengebied 100 - - - 3 Dekking binnen bestaande budgetten -175 - - - Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - - 33 Programma 6 | Epe op orde Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen betreffende het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het gaat dan om de zorg voor wegen en pleinen, bossen, parken en bermen, woonstraten en woonerven. Binnen het programma wordt gewerkt aan een veilige, toegankelijke, klimaatbestendige en gezonde buitenruimte. Relevante nota’s (kerndocumenten) • Bomenbeleidsplan (2010) • Kader beheer en onderhoud openbare ruimte (BOR) (2006) • Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Regio Stedendriehoek • Mobiliteitsplan (2022) • Beleidsplan Civiele kunstwerken 2023-2027 • Beleidsplan openbare verlichting 2017-2026 • Beleidsplan Begraven, begraafplaatsen en gedenken begraafplaatsen (2025) • Nota Toegankelijkheid openbare ruimte (2017) • Bosbeheerplan (2020) • Wegenbeleidsplan 2014-2028 • Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025-2030) Wat willen we bereiken Strategische doel: De openbare ruimte is veilig, toegankelijk, aantrekkelijk en goed onderhouden. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Waardering inwoners over de leefomgeving 8,05 - - Kernindicator Tweejaarlijks Burgerpeiling De gemiddelde waardering die inwoners geven aan hun leefomgeving, uitgedrukt in een rapportcijfer van 1 (zeer laag) tot 10 (zeer hoog). Toelichting (gewenste) ontwikkeling: % groen - 44% - Kernindicator Twee tot Klimaateffectatlas driejaarlijks Het percentage van het oppervlak dat bestaat uit groen, zoals bomen, gras en struiken. Toelichting (gewenste) ontwikkeling: Wat gaan we daarvoor doen Verkeer en vervoer Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg / M.D. Tibben Activiteiten: Uitvoering in 2027 1a. Uitvoeren onderhoud wegen om deze in stand te houden op 1. Uitvoeren van wegenbeleidsplan. het vastgestelde niveau. 2. Uitvoeren van beheerplan civiele kunstwerken (bruggen). 2a. Uitvoeren van regulier onderhoud. 3a. Voorbereiden realisatie 2e fase fietspad Epe-Oene vanaf 3. Aanleg fietspad Epe-Oene. Hoevenstraat in Epe. 4. Optimaliseren faunabeheer. 4a. Onderzoek naar samenwerking Heerde. Collegeprogramma 2026-2030: 5a. Uitvoering geven aan de projecten in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan 2022-2032 met het oog op 5. Veilige schoolroutes en fietspaden. Aanpakken van gevaarlijke gevaarlijke verkeerspunten, fietsroutes, oversteekplaatsen, verkeerspunten, fietsroutes, oversteekplaatsen en kruispunten schoolthuisroutes en kruispunten. (2.3.2.). Met het vaststellen van het Mobiliteitsplan heeft de raad tevens het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan vastgesteld. Daarbij is 34 besloten jaarlijks circa € 1,3 miljoen aan het Mobiliteitsfonds toe te voegen en het college te mandateren om hierin te prioriteren. In 2027 staan op het programma:  Herinrichting van de Deventerstraat en de kruising Julianalaan/ Dorpsstraat in Vaassen.  Verkeersplannen Kroondomein–Gortel–Niersen en Oene.  Aanleg van kiss-and-ridevoorzieningen bij scholen in Emst en Oene.  Diverse maatregelen voor verkeersveiligheid en fietsvoorzieningen op de Wisselseweg, Woesterweg– Langeweg, Emsterweg Vaassen en Haverkampsweg.  Werkzaamheden die worden gecombineerd met onderhoud aan de Laan van Fasna en Doctor Voorthuizenstraat.  Daarnaast werken we verder aan de Eperweg/Oenerweg, de centrumring en starten we de planvorming voor het Verkeersplan Dellenweg–Zuidweg en omgeving en het Verkeersplan Zuuk. 6a. Uitwerking planvorming F50 Epe-Heerde. 6. De F50-fietsverbinding realiseren (2.3.3.). 6b. Uitvoering F50 deeltraject Apeldoorn – Epe. 7a. Opstellen regionaal ontwikkelperspectief met aandacht voor regionale mobiliteit. 7. Onze dorpen blijven goed bereikbaar, met goed openbaar 7b. Uitvoering geven aan de projecten in het vervoer en veilige wegen (2.3.4.). Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan 2022-2032 met het oog op goed openbaar vervoer en veilige wegen. 8a. Uitwerking planvorming verkeersplan Oene. 8. Onderzoeken van concrete verkeersmaatregelen zoals 30 km- 8b. Uitwerking planvorming voor de centrumring Epe. zones (2.3.5.). 8c. Uitwerking planvorming 't Slath inclusief de ontsluiting. Toelichting: 5a. Dit fonds dient ook om cofinanciering te verkrijgen bij de regio, provincie en Rijk. Beheer openbare ruimte Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg Activiteiten: Uitvoering 2027: 1a. Beheer Openbare Ruimte (groen en grijs) conform onderhoudsplannen. 1. Onderhoud Openbare Ruimte. 1b. Toezicht op de uitvoering van de contracten betreffende de uitbestede taken. 2a. Uitvoeren maatregelen vergroten aantrekkelijkheid en 2. Beleidsplan begraafplaatsen. kostendekkenheid begraafplaatsen 3a. Afhankelijk van uitvoering project recreatiezonering voor 3. Uitvoeren gebiedsdekkende routes knooppuntensysteem. Veluwe. 4a. Betreft maatregelen die nu al worden uitgevoerd zoals 4. Realiseren van maatregelen in de openbare ruimte die inspelen vergroenen van de openbare ruimte en opgenomen worden in het op de gevolgen van klimaatverandering. in ontwikkeling zijnde klimaatadaptatieplan (programma 7, onderdeel: milieu algemeen). Collegeprogramma 2026-2030: 5a. Vaststellen nota IBOR. 5b. Uitwerken nota IBOR in o.a. beheerplannen, update HIOR, 5. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.). meerjarenonderhoudsplanning die jaarlijks geactualiseerd wordt. 5c. Opnieuw aanbesteden BOR (beheer openbare ruimte). 5d. Opstellen toekomstvisie gemeentewerf Epe. 6a. Realiseren van uitvoeringsprogramma Integrale Groenvisie 6. Behouden en verbeteren van een prettige en groene (waaronder herzien bomenbeleid en vereenvoudiging kapbeleid). leefomgeving (2.3.6.). 6b. De mogelijkheden verkennen van een geschikte locatie voor een nieuw hondenlosloopgebied in het buitengebied van Epe. Toelichting: 5. Het integraal beleidsplan wordt afgestemd op de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsplan. Het plan richt zich op een integrale werkwijze rondom beheer en onderhoud van de openbare ruimte waaronder openbaar groen, wegen, civiele kunstwerken, watertaken, riolering in relatie tot veiligheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, toegankelijkheid en beleving. Het opstellen van het plan gaat in samenspraak met ketenpartners, bewoners en organisaties. Welke risico's lopen we daarbij Klimaatverandering, extreme weersomstandigheden en natuurbranden Door klimaatverandering neemt de kans op extreme weersomstandigheden, zoals droogte, wateroverlast, hitte, stormschade en natuur- en bosbranden toe. Voor een groene gemeente als Epe kan dit leiden tot schade aan infrastructuur, openbaar groen, natuurwaarden en recreatieve voorzieningen, evenals extra beheer-, herstel- en investeringskosten. Daarnaast kunnen de kwaliteit 35 van de leefomgeving, biodiversiteit, recreatieve functie en de realisatie van beleidsdoelen onder druk komen te staan. Hierdoor kunnen de gemeentelijke lasten hoger uitvallen dan begroot. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 9.531 9.876 10.415 9.717 9.499 9.520 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 405 433 1.669 1.840 Lasten totaal 9.531 9.876 10.820 10.151 11.168 11.361 Baten bestaand beleid 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436 Saldo -8.042 -8.561 -9.384 -8.715 -9.733 -9.925 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 IBOR - instandhouding huidig kwaliteitsniveau 150 120 1.240 1.240 2 Groot onderhoud vijvers 60 - - - 3 Toekomstige ontwikkelingen groen 160 195 130 105 4 Onderzoek hondenlosloop gebied 35 - - - Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Vervanging bruggen (2029) 291 - - - 7 2 Vervanging Openbare Verlichting (2027-2030) 1.095 - 11 22 33 3 Mobiliteitsfonds (2027-2030) 5.468 - 53 107 162 4 Herontwikkeling Hoofdstraat Centrum Epe (2027-2029) 4.759 - 39 79 118 5 Aanpassing en onderhoud landbouwverkeer routes (2027) 316 - 8 8 8 6 Fietspad F50 848 - - 34 34 7 (Vervangings)investeringen openbare ruimte (2027-2030) 6.507 - 8 49 133 Totale financiële gevolgen voor de lasten 405 434 1.669 1.840 36 Programma 7 | Duurzaamheid Omschrijving programma Het programma omvat de zorg voor het milieu. De belangrijkste onderwerpen uit het programma zijn de energie- en warmte transitie, milieu, biodiversiteit, afvalstoffen, klimaatadaptatie en de afvoer van afvalwater. Relevante nota’s (kerndocumenten) • Gemeentelijk Watertakenplan (2026) • Grondstoffenbeleidsplan “Grondstofrijk Epe” (2020) • Regionaal Programma Energievoorziening (2025) • Uitvoeringsprogramma Energiesysteem van de Toekomst Regio Stedendriehoek • Transitievisie Energie en Warmte (2022) • Uitvoeringsprogramma Energie en Warmte • Beleidsplan Klimaatadaptatie (2025-2030) Wat willen we bereiken Strategische doel: Epe is meer duurzaam en meer klimaatbestendig met minder uitstoot en meer hergebruik van grondstoffen. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 % bekende hernieuwbare energie 9,4 11,7 - Regionale klimaatmonitor Jaarlijks Energie uit hernieuwbare niet fossiele bronnen als % van totaal Toelichting (gewenste) ontwikkeling Verdeling energielabels woningen Waarstaatjegemeente.nl Jaarlijks A 32,9 36,5 40,1 B 15,5 14,7 14,9 C 22,2 21,8 21,4 D 11,6 11,0 9,4 > E 17,8 16,0 14,2 De procentuele verdeling van woningen met een geldig energielabel naar labelklasse. Een hoger energielabel staat voor een energiezuinigere woning. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Huishoudelijk restafval per inwoner 79 79 79 BBV - indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl De hoeveelheid niet-gescheiden ingezameld huishoudelijk (CBS) restafval, uitgedrukt in kilogram per inwoner per jaar. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Wat gaan we daarvoor doen Milieu algemeen Portefeuillehouder: M.B. Heere / G.J.J. van Limburg Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Vervangen van riolering op diverse locaties. 1b. Verbeteren riolering (o.a. afkoppelen verhard oppervlak, niet 1. Uitwerken Gemeentelijk Watertakenplan. verstenen en verzamelen maar vergroenen en verspreiden). 1c. Uitvoeren onderzoeken (o.a. lokale regenopvang en afkoppeling hemelwater door particulieren, verwijderen overtollige 37 verharding, verbeteren infiltratiemogelijkheden in openbare ruimte). 1d. Uitvoeren regulier beheer (o.a. straatvegen, reinigen, inspecteren en repareren van riolen, gemalen, drainage en kolken). 2a. Opstellen nadere overeenkomst. 2. Uitwerken buurtaanpak met Liander. 2b. Opstellen buurtrealisatieplannen. 2c. Ondersteunen en monitoren uitvoering. 3. Een uitwerkingsprogramma opstellen om de biodiversiteit en het 3a. Uitwerkingsprogramma onderdeel van Integraal landschap in het landelijk gebied en onze dorpen te versterken. Groenbeleidsplan. Collegeprogramma 2026-2030: 4a. Opstellen warmteprogramma. 4b. Opstellen energieprogramma. 4. De overstap naar duurzame energie stap voor stap maken. 4c. Opstellen Soortenmanagementplan. 4d. Uitvoeren uitvoeringsprogramma energie en warmte. 5a. Doorontwikkeling van het Energiehuis. 5b. De aanpak energiearmoede uitvoeren, waarbij we inwoners 5. Inwoners ondersteunen bij verduurzaming (2.2.2) met lager inkomen ondersteunen met verduurzamingsmaatregelen. 6a. Realiseren uitvoeringsagenda beleidsplan klimaatadaptatie. 6. Werken vanuit een lange termijnvisie (2.3.1.) 6b. Tussentijdse evaluatie beleidsplan klimaatadaptatie. Toelichting: Grondstoffeninzameling en -verwerking Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Toezicht op uitvoering dienstverleningsovereenkomst met 1. Realiseren grondstoffen inzameling en -verwerking. Circulus. 2a. Uitvoeren plan van aanpak inzamelen van grondstoffen (o.a. 2. Implementeren van werkwijze inzamelen van grondstoffen. alle nog bestaande GF-in-beugel-containers vervangen door GF- zuilen). 3. Opstellen nieuw grondstoffenbeleidsplan 3a. Besluitvorming nieuw beleidsplan. Toelichting: 2. Het grondstoffenbeleidsplan is in 2020 vastgesteld. De implementatie van de nieuwe wijze van inzamelen van grondstoffen heeft een meerjarig karakter. Welke risico's lopen we daarbij Voor dit programma zijn (nog) geen risico's opgenomen in het risicoprofiel. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0 Lasten totaal 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639 Baten bestaand beleid 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0 Baten totaal 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558 Saldo 504 1.026 -440 -155 -155 -80 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Kaderrichtlijn Water p.m. p.m. p.m. p.m. 2 Duurzaamheid 320 280 280 280 3 Duurzaamheid - dekking middelen CDOKE -320 -280 -280 -280 38 Bedragen * € 1.000 Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - - Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Watertakenplan: vervanging vrijvervalriolering / relining (2027-2030)* 5.948 - 31 69 109 2 Watertakenplan: vervangen drukriolering / persleiding (2027-2030)* 724 - 6 12 18 3 Watertakenplan: afkoppelen hemelwater en klimaat (2027-2030)* 3.342 - 14 31 57 4 Watertakenplan: Klimaatmaatregelen maaiveld (2029-2030)* 127 - - - 2 5 Watertakenplan: Vervangen pompen en gemalen (2027-2030)* 413 - 8 17 26 6 Watertakenplan: Vervangen besturingssystemen drukriool (2027-2030)* 413 - 8 17 26 7 Watertakenplan: Aanleg Bergbezinkvoorziening Epe (2029)* 1.214 - - - 30 Waarvan dekking rioolheffing - -67 -146 -268 Totale financiële gevolgen voor de lasten - - - - * De kapitaallasten van deze investeringen zijn (nog) niet opgenomen in de begroting. Gebruikelijk is dat deze lasten in het jaar volgend op de investering worden begroot en dan gedekt in de tarieven. 39 Programma 8 | Toezicht en handhaving Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen vergunningverlening, controle op uitvoering en handhaving van wet- en regelgeving en de algemene plaatselijke verordening. Er bestaat een relatie met programma 4 “Leefbaar en veilig”. Relevante nota’s (kerndocumenten)  Handhavingsbeleidskader 2022-2025  Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Epe 2026 Wat willen we bereiken Strategisch doel: Wet- en regelgeving worden zichtbaar, tijdig en effectief gehandhaafd. Hoe meten we dat Voor dit programma zijn (nog) geen kernindicatoren opgenomen. Wat gaan we daarvoor doen Vergunningverlening/handhaving Portefeuillehouder: G.J.J. van Limburg Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1. Uitwerken handhavingskader. 1. Uitwerken jaarlijks handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP). 2. Actualiseren handhavingskader. 2. Vaststellen actueel handhavingskader. Collegeprogramma 2026-2030: 3a. In het beleidsplan VTH en het uitvoeringsprogramma fatbikes en drugs- en alcoholgebruik meenemen als prioriteit. 3b. Deelname aan campagnes over fatbikegebruik, drugs- en alcohol in het verkeer. 3. Een veilige en rustige leefomgeving verder versterken door 3c. Onderzoeken of de huidige handhavingscapaciteit passend is overlast te verminderen met zichtbare handhaving (1.7.1.). met het oog op meer zichtbaarheid en deze extra aandachtsgebieden. 3d. Afspraken met de politie maken over controles illegale fatbikes en alcohol en drugs in het verkeer. 4a. In het beleidsplan VTH en het uitvoeringsprogramma het aanpakken van criminaliteit en ondermijning meenemen. 4. Samen werken aan een veilige samenleving (1.7.2.). 4b. . Meld Misdaad Anoniem onder de aandacht brengen bij verschillende doelgroepen op een passende manier. Toelichting: 1. Het college stelt op basis van het handhavingskader het uitvoeringsprogramma op. Dat bevat alle toezicht- en handhavingsactiviteiten en de prioritering daarin. De raad wordt hierover geïnformeerd. Welke risico's lopen we daarbij Voor dit programma zijn (nog) geen risico's opgenomen in het risicoprofiel. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 763 1.052 984 984 984 984 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 20 - - - Lasten totaal 763 1.052 1.004 984 984 984 Baten bestaand beleid 118 36 36 36 36 36 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 118 36 36 36 36 36 Saldo -645 -1.017 -968 -948 -948 -948 40 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Onderzoek toereikend zijn handhavingscapaciteit 10 - - - 2 Onderzoek verbetering meldsysteem 10 - - - Totale financiële gevolgen voor de lasten 20 - - - 41 Pijler: Economie Kenmerken Economisch Beleid Binnen de pijler Economie werken we aan een vitale, toekomstbestendige en inclusieve economie die bijdraagt aan brede welvaart voor alle inwoners van Epe. Een sterke economie zorgt voor werkgelegenheid, leefbare dorpen, behoud van voorzieningen en kansen voor ondernemers én inwoners. Daarbij zien wij economische ontwikkeling niet als iets dat volledig maakbaar is. De rol van de gemeente is vooral om te stimuleren, te faciliteren en te verbinden, zodat ondernemers, werknemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties gezamenlijk kunnen bouwen aan een sterk economisch perspectief. De komende jaren staat Epe voor verschillende economische opgaven. Ondernemers krijgen te maken met ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, digitalisering, bereikbaarheid en arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zien we dat niet iedere inwoner vanzelfsprekend kan deelnemen aan het arbeidsproces. Tekorten op de arbeidsmarkt bestaan naast inwoners die moeite hebben om werk te vinden of te behouden. Daarnaast kunnen financiële problemen en schulden ervoor zorgen dat inwoners onvoldoende kunnen meedoen in de samenleving. Daarom zetten we niet alleen in op economische groei, maar ook op economische bestaanszekerheid. We werken aan een sterk ondernemers- en vestigingsklimaat, vitale dorpscentra en toekomstbestendige bedrijventerreinen. Ondernemers krijgen ruimte, vertrouwen en ondersteuning om te ondernemen en te innoveren. Samen met onderwijs, werkgevers en regionale partners versterken we de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en stimuleren we dat inwoners naar vermogen kunnen deelnemen aan werk. Voor inwoners die daarbij ondersteuning nodig hebben, zetten we in op een toegankelijke dienstverlening gericht op participatie, re-integratie, inkomensondersteuning en het voorkomen en verminderen van schulden. Toerisme en recreatie vormen daarnaast een belangrijke economische pijler voor Epe. Onze natuur, landschappen, cultuurhistorie en recreatieve voorzieningen trekken bezoekers van binnen en buiten de regio en dragen bij aan de lokale economie. We zetten in op kwaliteitstoerisme en een toekomstbestendige recreatieve sector, waarbij economische ontwikkeling hand in hand gaat met het behoud van natuur, landschap en leefbaarheid. De agrarische sector vormt een belangrijk onderdeel van onze lokale economie en draagt in grote mate bij aan een aantrekkelijk landschap. De komende jaren staat deze sector voor grote uitdagingen op het gebied van onder meer stikstofreductie en natuurherstel. We zetten ons de komende jaren onder meer via het Masterplan IJsselvallei en de Aanpak Veluwe in voor een toekomstbestendige landbouw in harmonie met de kwaliteiten van ons buitengebied. Samen met ondernemers, onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en regionale partners werken we aan een sterk economisch perspectief. Binnen de Regio Stedendriehoek dragen we bij aan gezamenlijke opgaven op het gebied van arbeidsmarkt, bereikbaarheid, duurzaamheid, innovatie en bedrijventerreinen. Vanuit deze visie werken we aan vijf samenhangende maatschappelijke opgaven: een sterk ondernemers- en vestigingsklimaat, een arbeidsmarkt waarop iedereen naar vermogen mee kan doen, bestaanszekerheid door werk en ondersteuning bij inkomen en schulden, een toekomstbestendige recreatieve en toeristische sector en een agrarische sector met toekomstperspectief. Deze opgaven versterken elkaar en dragen gezamenlijk bij aan een economisch sterk Epe waarin ruimte is voor ondernemen, werken, recreëren en ontwikkelen. 42 Programma 9 | Bedrijvigheid Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen lokale economie (waaronder werkgelegenheid, bedrijfsterreinen), agrarische aangelegenheden, recreatie en toerisme. De gemeentelijke rol is voorwaardenscheppend (vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, goede ontsluiting en bereikbaarheid, goed beheer van de openbare ruimte) en faciliterend (informatievoorziening, dienstverlening). Er bestaat een relatie met programma 5 “Ruimte en wonen” (economische aspecten in planontwikkeling en bestemmingsplannen). Relevante nota’s (kerndocumenten) • Visie recreatie en toerisme 2035 (2026) • Uitvoeringsprogramma Regionale economie van de toekomst Regio Stedendriehoek • Economische Visie (2016) • Economisch Actieprogramma (2021) Wat willen we bereiken Strategische doelen: 1. De lokale economie, waaronder de dorpscentra en bedrijventerreinen, is versterkt en de gemeente Epe blijft aantrekkelijk voor ondernemers, bezoekers en recreanten. 2. De recreatief-toeristische sector en agrarische sector zijn beter toegerust op toekomstige, maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Aantal banen in de gemeente 732 738 744 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dan (diverse bronnen) kan zowel fulltime- of parttimebaan zijn als een uitzendkracht. Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar Toelichting (gewenste) ontwikkeling Aantal toeristische overnachtingen Kern- + BBV indicator Jaarlijks CBS Het aantal overnachtingen van gasten in toeristische logiesaccommodaties, zoals hotels, B&B's, campings, vakantieparken en groepsaccommodaties. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Aantal vestigingen van bedrijven 165,9 175,8 176 Kern + BBV-indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Het aantal vestiging van bedrijven per 1.000 inwoners in (LISA) de leeftijd 15 – 64 jaar Toelichting (gewenste) ontwikkeling Wat gaan we daarvoor doen Recreatie en toerisme Portefeuillehouder: M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1. Subsidieafspraken maken met professionele en 1. Inzetten stimuleringsbudget recreatie en toerisme. vrijwilligersorganisaties over de doelstellingen en activiteiten. 2. Uitwerken toeristisch profiel. 2. Uitvoeren jaarplan. 3a. Opstellen en uitwerken plan voor realisatie van 3. Faciliteren en stimuleren van organisaties en bedrijven in ontvangstlocatie Cannenburch (TOP- Vaassen). uitvoering van het regionale programma Veluwe-op-1. 3b. Uitvoeren bestuursakkoord Veluwegemeenten. 3c. Uitvoeren plan van aanpak Vitale Vakantieparken. Collegeprogramma 2026-2030: 43 4a. Uitbreiding en/of nieuwvestiging van dagrecreatie én verblijfsrecreatie (inclusief mogelijkheden voor multifunctionele 4. Ruimte bieden voor nieuwe vormen van dagrecreatie (3.3.1.). landbouw) stimuleren op plekken waar dit wenselijk is. Hiervoor wordt een ontwikkelkader opgesteld met hierin heldere kaders voor initiatiefnemers en gemeentelijke beoordelingen. 5. Het cultuurhistorische of culturele verhaal is beleefbaar, 5a. Ontwikkeling van recreatieve routes met thema erfgoed, zoals vindbaar en bekend (3.3.2). de Grafheuvelroute en de route van Gemaal tot Gemaal. 6a. Uitbreiding en/of nieuwvestiging van dagrecreatie én verblijfsrecreatie (inclusief mogelijkheden voor multifunctionele landbouw) stimuleren op plekken waar dit wenselijk is. Hiervoor wordt een ontwikkelkader opgesteld met hierin heldere kaders voor initiatiefnemers en gemeentelijke beoordelingen. 6. Zorgen voor het behoud en de uitbreiding van verblijfsplekken 6b. Voortzetten Programma Vitale Vakantieparken en (3.3.3.). Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken 6c. Onderzoek naar de vitaliteit en toekomstplannen van de verblijfsrecreatie. 6d. Vakantieparken ondersteunen in de energietransitie door aan te sluiten op regionaal programma met pilots op vakantieparken, kennisuitwisseling en netwerkontwikkeling. 7a. Continueren van de samenwerking met de VeluweAlliantie. 7b. Vernieuwen van de afspraken met VisitVeluwe en deze 7. Samen met regionale partners zoals de VeluweAlliantie, vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst. VisitVeluwe en het Routebureau Veluwe onze regio nog beter op 7c. Continueren van de samenwerking met Routebureau de kaart zetten (3.3.4.). Veluwe. 7d. Voortzetten actieve bijdrage aan Masterplan IJsselvallei via samenwerkingsovereenkomst. 8a. Realiseren van het uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme. 8. Aantrekkelijke voorwaarden behouden voor bezoekers (3.3.5.) 8b. Verzamelen van data om inzicht te krijgen over bezoekersstromen. Toelichting: 5. De planvorming voor een ontvangstlocatie wordt betrokken bij de uitwerking van fase 3 herstructurering centrum Vaassen. Een ontvangstlocatie is een goed gekozen parkeerplaats en openbaar vervoerhalte waar bezoekers gastvrij worden ontvangen met een zekere kwaliteit en faciliteiten. Via marketing en toeristische informatie worden bezoekers verleid om daar hun activiteit te starten. Realisatie van zo’n ontvangstlocatie is mede afhankelijk van de provinciale subsidiëring en gemeentelijke cofinanciering. 7. Binnen de Veluwe Alliantie en het programma vitale vakantieparken werken 40 Veluwse partijen samen aan de toeristische versterking van de Veluwe. Dit onder andere door aanpak vakantieparken, een groot routenetwerk en de toeristische promotie via Visit Veluwe. Lokale/regionale economie Portefeuillehouder: M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1. Ondersteuning leveren aan de uitvoering van het 1a. Ondersteuning leveren bij uitvoeren actieprogramma's van actieprogramma van ondernemers gericht op vitale dorpscentra. ondernemers. Collegeprogramma 2026-2030: 2a. Opstellen van een nieuwe economische visie en 2. Werken vanuit een economische visie. (3.1.1.) uitvoeringsprogramma. 3a. In kader van de economische visie lokale uitwerking maken 3. Ruimte bieden voor groei. Een langetermijnplan voor van regionale programmeringsafspraken. werklocaties opstellen (3.1.2.) 3b. Uitvoering geven aan Regiodeal vergroten organisatiegraad Kweekweg. 4a. Structureel accountmanagement en beleidsadvisering 4. Ondernemers blijven ondersteunen (3.1.3.). organiseren voor agrarische sector. 5. Ruimte geven aan nieuwe ideeën en initiatieven (3.1.4.) 5a. Accountmanagers economie en landbouw. 6a. Mogelijkheden voor multifunctionele landbouw in combinatie met dag- en verblijfsrecreatie stimuleren op plekken waar dit wenselijk is. Hiervoor wordt een ontwikkelkader opgesteld met 6. Agrariërs meer kansen bieden om hun bedrijf te verbreden met hierin heldere kaders voor initiatiefnemers en gemeentelijke extra activiteiten (3.1.5.). beoordelingen. 6b. Actief deelnemen aan regionale samenwerkingen als Aanpak Veluwe, Masterplan IJsselvallei en programma vitaal landelijk gebied Regio Stedendriehoek. 7a. Stimuleren van bedrijven (in samenwerking met de accountmanagers van Lucrato) om stageplekken, werkervaringsplekken en leerwerkplekken beschikbaar te stellen. 7b. Realiseren van sociale ontwikkelplekken 7. Versterken van de samenwerking tussen onderwijs, bedrijven (werkervaringsplekken) samen met Circulus. en overheid (3.1.6.). 7c. Regionaal samenwerken gericht op 'van school naar duurzaam werk'. 7d. Gemeente en maatschappelijke partners nemen een voortrekkersrol in de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en stimuleren/faciliteren de overgang van school naar duurzaam werk 8. Faciliteren van ondernemers en evenementen. 8a. Vaststellen evenementenbeleid. 44 8b. Uitvoeren evenementenbeleid. Toelichting: 1. Voor centrum Epe en Vaassen hebben de ondernemersverenigingen voor beide centra, in afstemming met de gemeente, een toekomstvisie en actieprogramma laten opstellen. Welke risico's lopen we daarbij Voor dit programma zijn (nog) geen risico's in het risicoprofiel opgenomen. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 1.444 1.546 1.268 1.261 1.261 1.211 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 278 278 278 278 Lasten totaal 1.444 1.546 1.546 1.539 1.539 1.489 Baten bestaand beleid 375 244 295 295 295 295 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 375 244 295 295 295 295 Saldo -1.069 -1.302 -1.251 -1.244 -1.244 -1.194 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Toekomstbestendige bedrijventerreinen 10 10 10 10 2 Nieuw evenementenbeleid 25 25 25 25 3 Recreatie en toerisme 158 158 158 158 4 Vitalisering vakantieparken 60 60 60 60 5 Economische visie 25 25 25 25 Totale financiële gevolgen voor de lasten 278 278 278 278 45 Programma 10 | Weer aan het werk Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen die samenhangen met de uitvoering van de Participatiewet en de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast omvat het programma armoedebeleid en minimaregelingen. Er bestaat een relatie met programma 3 “Zorg en opvang” (bevorderen zelfredzaamheid). Relevante nota’s (kerndocumenten) • Integraal beleidsplan sociaal domein ''Samen voor elkaar" 2023-2027 • Sociale Agenda "Natuurlijk goed samenleven” (2021) Wat willen we bereiken Strategisch doel: Meer inwoners nemen naar vermogen deel aan de samenleving en de arbeidsmarkt, terwijl schuldenproblematiek en armoede onder inwoners worden voorkomen en verminderd. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Inwoners met bijstandsuitkering 15 15 16 Kern- + BBV-indicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 1.000 (CBS) inwoners Toelichting (gewenste) ontwikkeling Aantal huishoudens met problematische schulden (%) 6,2 6,2 6,0 Kernindicator Jaarlijks www.waarstaatjegemeente.nl Het percentage huishoudens met betalingsachterstanden (CBS – die volgens de CBS-definitie als problematische schulden schuldenproblematiek) worden aangemerkt. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Wat gaan we daarvoor doen Arbeidsparticipatie Portefeuillehouder: M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Prestatieafspraken maken met Werkleerbedrijf Lucrato over uitstroom en uitvoering. 1b. In 2026 stelt Lucrato een doorgaande leer- en ontwikkellijn op 1. Bevorderen uitstroompercentage Participatiewet. en rond de werk(ervarings)plek met niet-inburgeringsplichtige inwoners die onvoldoende basisvaardigheden (taal, rekenen en/of digitale vaardigheden) en werknemersvaardigheden hebben. Dit gebeurt in samenwerking met het (beroeps-)onderwijs en Taalpunt Epe. 2. Verbeteren basisvaardigheden inwoners doelgroep 2a. Actualiseren van de contractafspraken en prestatieafspraken Participatiewet. met de gemeente Apeldoorn. Toelichting: 1. Lucrato voert voor de gemeente Epe de Wsw uit en verzorgt dienstverlening aan inwoners uit de Participatiewet met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast is Lucrato werkgever voor Beschut Werk en ADS-banen. De inzet richt zich op het begeleiden van inwoners naar werk of scholing, onder meer via werkervaringsplekken, werkleertrajecten en werkgeversbenadering. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeente Apeldoorn en het Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek. 2. De huidige dienstverleningsovereenkomst is verlengd met ingang van 1 januari 2026 voor maximaal 2 jaar tot 1 januari 2028. Inkomensondersteuning Portefeuillehouder: M.B. Heere Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Uitvoering geven aan het jeugdeducatiefonds. 1. Tegengaan van uitsluiting van mensen in armoede. 1b. Doorvoeren wijzigingen in het kader van de wetswijziging Participatiewet in Balans. 46 1c. Versterken van de uitvoering aanpak energiearmoede. Collegeprogramma 2026-2030: 2. Onderzoek armoedebeleid (1.5.2). 2a. Verbeterpunten armoedebeleid uitwerken op basis van onderzoek rekenkamer. Toelichting: 1a De gemeente Epe start een pilot met het Jeugdeducatiefonds om kinderen die opgroeien in armoede beter te ondersteunen. Via dit fonds kunnen basisscholen snel en laagdrempelig hulp bieden, aanvullend op bestaande regelingen. 1b De Participatiewet in Balans biedt ruimte voor een meer menselijke uitvoering, waarin vertrouwen in de inwoner en het vakmanschap van de professional voorop staan. Het jaar 2026 geldt voor de participatie verplichtingen als overgangsjaar, waarin gemeenten hun processen en werkwijzen aanpassen aan de nieuwe wetgeving. Voor de uitwerking van de Participatiewet in Balans en de wet Handhaving sociale zekerheid in lokale regelgeving, wachten gemeenten op de modelverordeningen van de VNG. De verwachting is dat de modelverordening Participatiewet in Balans in het vierde kwartaal van 2026 beschikbaar komt. 1c Met inzet van JouwBespaarHulp versterken we de uitvoering van de aanpak energiearmoede door huishoudens met een laag inkomen praktisch te ondersteunen met advies aan huis, kleine energiebesparende maatregelen en vouchers voor gordijnen en witgoed. Welke risico's lopen we daarbij Extra beroep op inkomensvoorzieningen De gemeente ontvangt via het BUIG-budget middelen van het Rijk voor de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante regelingen. Het financiële risico wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van het uitkeringsbestand, economische omstandigheden en de wijze waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. De afgelopen jaren is het aantal uitkeringsgerechtigden gestegen, terwijl de uitstroom naar werk afneemt door een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Hierdoor bestaat het risico dat de uitkeringslasten sterker toenemen dan de ontvangen Rijksmiddelen. Extra beroep op minimabeleid en schuldhulpverlening Door stijgende kosten van levensonderhoud en economische onzekerheid kan de vraag naar minimaregelingen en schuldhulpverlening toenemen. Dit kan leiden tot hogere uitvoerings- en verstrekkingskosten en daarmee druk op de begroting. Stijging exploitatietekort Lucrato/meer participatietrajecten De gemeente Epe neemt deel aan Lucrato en loopt daarmee het risico te moeten bijdragen aan eventuele exploitatietekorten. Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, wijzigingen in wet- en regelgeving en stijgende uitvoeringskosten kunnen leiden tot een hogere gemeentelijke bijdrage. Dit kan druk zetten op de gemeentelijke begroting. Het risico wordt beperkt door actieve monitoring van de financiële resultaten van Lucrato en sturing via de planning- en controlcyclus van de gemeenschappelijke regeling. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 17.496 18.098 18.945 18.490 18.526 18.272 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - -71 -71 -71 -71 Lasten totaal 17.496 18.098 18.873 18.419 18.454 18.200 Baten bestaand beleid 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340 Saldo -8.146 -9.298 -9.260 -9.078 -9.114 -8.860 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Bijdrage in exploitatietekort Lucrato vervalt -71 -71 -71 -71 Totale financiële gevolgen voor de lasten -71 -71 -71 -71 47 Pijler: Bestuur Kenmerken Bestuurlijke inzet Binnen de pijler Bestuur werken we aan een gemeente die betrouwbaar, toegankelijk en toekomstbestendig is. Goed bestuur vormt de basis onder alle maatschappelijke opgaven waar Epe voor staat. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties moeten kunnen vertrouwen op een overheid die duidelijk is over keuzes, zorgvuldig omgaat met publieke middelen en zichtbaar aanwezig is in de samenleving. Openheid, transparantie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid vormen daarbij onze uitgangspunten. De samenleving verandert in hoog tempo. Maatschappelijke vraagstukken worden complexer, verwachtingen van inwoners veranderen en technologische ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op. Tegelijkertijd staan gemeenten voor financiële uitdagingen, groeit het belang van regionale samenwerking en neemt de afhankelijkheid van digitale systemen toe. Deze ontwikkelingen vragen om een bestuur en organisatie die wendbaar zijn, samenwerken met partners en in staat zijn om tijdig in te spelen op veranderingen. Wij werken vanuit vertrouwen in de samenleving. De kennis, ervaring en betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn onmisbaar bij het ontwikkelen van beleid en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarom zetten we sterk in op participatie en samenwerking. We betrekken inwoners vroegtijdig bij plannen en ontwikkelingen, maken helder welke invloed mogelijk is en bieden ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving. Door actief aanwezig te zijn in onze dorpen en buurten versterken we de verbinding tussen gemeente en samenleving. Tegelijkertijd investeren we in een toegankelijke en mensgerichte dienstverlening. Inwoners moeten eenvoudig zaken met de gemeente kunnen regelen, digitaal én persoonlijk. Daarbij werken we vanuit de bedoeling: niet regels en systemen staan centraal, maar de maatschappelijke opgave en de vraag van de inwoner. We stimuleren eigenaarschap, vakmanschap en samenwerking binnen onze organisatie, zodat we als gemeente betrouwbaar, professioneel en dienstverlenend blijven. Ook werken we aan een toekomstbestendige organisatie die voorbereid is op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Digitalisering, datagedreven werken en kunstmatige intelligentie bieden kansen om onze dienstverlening te verbeteren en efficiënter te werken. Tegelijk vragen deze ontwikkelingen om aandacht voor privacy, informatieveiligheid, ethiek en digitale weerbaarheid. Daarom investeren we in een veilige en moderne informatievoorziening, zodat onze organisatie wendbaar en weerbaar blijft in een snel veranderende wereld. We realiseren ons dat we dit niet alleen kunnen, dus zoeken we hierin de samenwerking met partners. 48 Programma 11 | Bestuur en organisatie Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals post, repro en facilitaire zaken. Relevante nota’s (kerndocumenten) • Visie Regisserende gemeente Epe (2015) • Samen verder (2024) • Informatiebeleid 2023-2027 • Aanvulling informatiebeleid en aanzet voor architectuur 2026 • Strategisch kader voor AI • Strategische visie op communicatie (2015) • Nota reserves en voorzieningen (2027) • Nota risicomanagement (2027) • Financiële verordening Epe (2027) • Visie HRM (2019) • Strategisch informatieveiligheids- en privacybeleid (2024) Wat willen we bereiken Strategisch doel: 1. Inwoners ervaren de gemeente als een betrouwbare, transparante en betrokken overheid die dichtbij staat, duidelijk communiceert en ruimte biedt voor invloed en participatie. 2. De gemeente beschikt over een professionele, financieel gezonde, digitaal weerbare en toekomstbestendige organisatie die vanuit de bedoeling werkt, effectief inspeelt op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en daarbij verantwoordelijkheid neemt voor privacy, informatiebeveiliging en het verantwoord gebruik van technologie. Hoe meten we dat Kernindicatoren 2023 2024 2025 Streefwaarde Bron Periodiciteit 2030 Tevredenheid directe dienstverlening/digitale dienstverlening 6,22/ - Kernindicator Tweejaarlijks 6,50 Burgerpeiling Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de directe en digitale dienstverlening van de gemeente op een schaal van 1 tot 10. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Waardering samenwerking met inwoners 5,54 - Kernindicator Tweejaarlijks Burgerpeiling Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de samenwerking met inwoners en organisaties en de mate waarin ze worden betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid Toelichting (gewenste) ontwikkeling Gebruik heldere taal Kernindicator Tweejaarlijks Burgerpeiling De mate waarin inwoners vinden dat de gemeente helder en begrijpelijk communiceert. Toelichting (gewenste) ontwikkeling Wat gaan we daarvoor doen Planning en control Portefeuillehouder: J.H. Boermans Activiteiten: Uitvoering in 2027: 49 1. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en 1a. Uitvoeren doelmatigheidsonderzoek naar nader te bepalen doeltreffendheid. onderwerp. 2. Rechtmatigheidsverantwoording. 2a. Uitvoeren plan verbijzonderde interne controle. Collegeprogramma 2026-2030: 3a. Verhogen informatiewaarde begroting m.i.v. begroting 3. Financieel gezond blijven (4.1.1). 2028-2031. 3b. Implementatie geactualiseerd financieel beleid. 4. Woonlasten onder het landelijk gemiddelde (4.1.2). 4a. Overzicht woonlasten in begroting en jaarrekening. 5. Bij noodzakelijke ombuigingen eerst kijken naar oud voor nieuw 5a. Uitvoeren herijkingsproject. (4.1.3). 5b. Participatie en besluitvorming. 6a. Uitwerken voorstellen verhogen kostendekking. 6. De gebruiker betaalt (4.1.5). 6b. Besluitvorming voorstellen verhogen kostendekking. Toelichting: 4. Het beleid is erop gericht dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Bestuur Portefeuillehouder: T.C.M. Horn / J.H. Boermans Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1. Uitwerken verbeteragenda/uitwerkingsplan van de raad n.a.v. 1a. Uitwerken van opgesteld plan van aanpak (raad en college). de Quick scan Lokale Democratie. 2. Uitwerking van de maatregelen uit het raadsbesluit “Grip-op- 2a. Uitwerken maatregelen in afstemming met andere gemeenten samenwerking” (WGR-samenwerkingsverbanden). in de Regio Stedendriehoek. Collegeprogramma 2026-2030: 3a. Onderzoeken mogelijkheden en aanpassen strategie voor inzet communicatiekanalen. 3. Duidelijk en op tijd communiceren (4.2.2). 3b. Aandacht voor en training op het gebruik van duidelijke taal door medewerkers gemeente. 4a. Onderzoeken van de mogelijkheid om dorpswethouders in te 4. Zichtbaar en nabij zijn (4.2.3.). zetten. 5a. Vaststellen participatieaanpak. 5. Altijd duidelijk maken welke ruimte voor inbreng en welke mate 5b. Medewerkers trainen in toepassen aanpak. van invloed er is (4.3.1.). 5c. Werken volgens de aanpak en verordening. 6. Inwoners meer mogelijkheden geven om zelf initiatieven te 6a. Uitdaagrecht implementeren op basis van ontwikkelen (4.3.3.). participatieverordening. Toelichting: Organisatie Portefeuillehouder: M.B. Heere / T.C.M. Horn Activiteiten: Uitvoering in 2027: Collegeprogramma 2026-2030: 1a. AI op een verantwoorde manier in onze organisatie incorporeren:  Bestuurlijke afstemming AI.  AI-kennis en -ervaringsniveau in de organisatie verhogen.  Introduceren generatieve AI ondersteuning voor dagelijks werk.  Implementeren VNG virtuele assistent tbv ondersteuning KCC. 1b. Actief de landelijke wet- en regelgeving op het gebied van dienstverlening, veiligheid, standaardisatie en gegevensuitwisseling volgen en implementeren van nieuwe landelijke voorzieningen als deze beschikbaar komen. Wet 1. Digitalisering slim inzetten (4.2.4.). Digitale Overheid (WDO), Nederlandse Digitaliserings Strategie (NDS). 1c. Uitvoering geven aan het informatiebeleid dat zich richt op dienstverlening, datagedreven werken, de verbindende overheid en het op orde houden van onze informatievoorziening.  Realiseren passende architectuur.  Uitvoeren datastrategie (Actief data delen, opzetten kwaliteitssysteem basis en kernregistraties, uitvoeren datalabs, opleiding databewustzijn).  Realiseren API-gateway t.b.v. gegevensuitwisseling met ketenpartners en landelijke basisregistraties.  Verkenning strategische samenwerkingsverbanden op gebied van dienstverlening en common ground. Toelichting: 1a. Activiteiten gericht op voldoen aan AI-act, het vergroten van kennis en mogelijkheden op het gebied van AI binnen de organisatie op een verantwoorde manier. 50 1b. Landelijke wet- en regelgeving, strategie en generieke voorzieningen gelden voor alle overheden. De nadruk ligt op samenwerken en veilige dienstverlening. Het doel is om krachten te bundelen en zo sneller vooruit te komen, makkelijker en veiliger gegevens kunnen worden uitgewisseld en invloed uit te kunnen oefenen op het IT-landschap. 1c. Uitvoeringsprogramma gericht op datagedreven werken, verbindende overheid, dienstverlening en informatiehuishouding op orde. Digitaal weerbaar Portefeuillehouder: M.B. Heere / T.C.M. Horn Activiteiten: Uitvoering in 2027: Collegeprogramma 2026-2030: 1a. Continue monitoren van cyberdreigingen en de veiligheid van onze informatievoorziening en ervoor zorgen dat risico’s zoveel mogelijk worden afgedekt.  Realiseren van beheersingsmaatregelen, voortkomend uit reguliere controles (ENSIA) en incidenten (waaronder datalek).  Opzetten cybercrisisorganisatie en oefenen met crisisscenario's.  Implementatie systeem scannen inkomende e-mails (phishing).  Uitvoeren penetratietesten.  Inrichten systematiek voor monitoring en respons voor het snel kunnen identificeren en reageren op cyberincidenten. 1b. Implementeren van de cyberbeveiligingswet (NIS2) en Digitale weerbaarheid (4.2.5.) daarmee de bestuurlijke verantwoordelijkheid, onze digitale weerbaarheid, de continuïteit en de bescherming van inwonersgegevens versterken.  Monitoring van kwetsbaarheden operationaliseren.  Organiseren ketenregie.  Opzetten crisismanagement.  Verantwoordelijkheden (bestuurlijke aansprakelijkheid) beleggen binnen de organisatie en awarenessprogramma uitvoeren. 1c. Volgen van en anticiperen op landelijke en Europese ontwikkelingen hoe overheden digitale autonomie kunnen houden over hun eigen gegevens en systemen.  Volgen landelijke en Europese ontwikkelingen.  Anticiperen met vaststellen beleid en risicoclassificatie van systemen en processen. Toelichting: 1a. Informatieveiligheid wordt alleen nog maar belangrijker omdat alle informatie digitaal beschikbaar is en dreigingen toenemen. Met allerlei controle mechnanismes en maatregelen proberen we risico's zo klein mogelijk te maken. Lessen uit het datalek in 2026 worden in 2027 in de praktijk gebracht. 1b. De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn NIS2. Doel van de wet is het digitaal weerbaar maken van informatievoorziening, organisatie en samenleving. De toenemende cyberdreiging maakt extra maatregelen en bestuurlijke afspraken noodzakelijk. 1c. Digitale autonomie krijgt ook aandacht in de Nederlandse Digitaliserings Strategie, maar verdient toch aparte aandacht. In welke mate ben je echt de baas over je eigen gegevens? Kun je zonder pijn afscheid nemen van een systeem? Alle data bevindt zich in de cloud, techbedrijven worden steeds groter en onze eigen invloed steeds kleiner. Europa en bijvoorbeeld de Verenigde Staten hebben een andere kijk op de opslag van gegevens en privacy, bovendien wordt de beschikbaarheid van technologie gebruikt om druk op anderen te genereren. Omdat gegevens en systemen steeds meer verweven raken is autonomie steeds moeilijker. Overheden in Europa en Nederland moeten hier positie in gaan nemen. Mogelijke maatregelen kunnen grote impact hebben op bedrijfsvoering en dienstverlening. Dienstverlening Portefeuillehouder: T.C.M. Horn / G. van den Berg / M.D. Tibben / G.J.J. van Limburg / M.B. Heere / J.H. Boermans Activiteiten: Uitvoering in 2027: 1a. Start opschonen en verbeteren analoog en digitaal archief, 1. Voldoen aan wettelijke eisen streekarchief NoVA. verduurzamen opslagvoorzieningen archiefwaardige documenten, digitaliseren bouwdossiers. Collegeprogramma 2026-2030: 2a. Op basis van het in 2026 organisatiebreed ingezette verbetertraject werken we aan dienstverlening die makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar is. Met als inzet een betere bereikbaarheid, een klantgerichte afhandeling van vragen en meer selfservice op de website. 2. Dienstverlening sneller en eenvoudiger maken (4.2.1). 2b. De visie ‘Samen verder’ vertalen naar praktische handvatten zodat medewerkers weten welk gedrag en welke houding in de praktijk worden verwacht. 2c. Met de hoogste A-status als ambitie blijven werken aan dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is en voldoet aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. 51 2d. De dienstverlening van externe partners laten aansluiten bij onze dienstverleningswaarden: makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar. 2e. Een continue verbetercyclus ontwikkelen waarin onderzoek naar inwonerstevredenheid, feedback en signalen structureel worden gebruikt om de dienstverlening te verbeteren. 2f. Alle informatiecategorieën uit de Wet open overheid (Woo) implementeren, hiermee publiceren wij actief onze openbare informatie en zorgen we voor een optimale transparantie. 2g. Onze informatie duurzaam bewaren in het Streekarchief en ervoor zorgen dat onze inwoners deze eenvoudig kunnen raadplegen. Digitalisering van bouwvergunningen. 2h. Transitie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan voor de hele gemeente, met waar mogelijk minder en/of eenvoudigere regelgeving. Toelichting: 2f. Wet open overheid (Woo) is bedoeld om actief informatie te delen met inwoners. Dit moet openheid en doorzoekbaarheid vergroten en draagt daarmee bij aan vertrouwen. Er zijn op dit moment 17 informatiecategorieën in beeld die vallen onder deze wet. Deze worden in tranches uitgewerkt en daarna 1 voor 1 geïmplementeerd door de gemeente. 2g. De archiefwet beschrijft hoe en welke soort documenten opgeslagen dan wel vernietigd moeten worden. De opslag moet gebeuren op een duurzame manier en terugvindbaarheid en het beschikbaar stellen aan inwoners ondersteunen. Welke risico's lopen we daarbij Negatief effect herverdeling algemene uitkering gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds vormt de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Door wijzigingen in de verdeling van het gemeentefonds, onzekerheid over de structurele compensatie van jeugdzorgkosten en toekomstige rijksmaatregelen bestaat onzekerheid over de omvang van deze inkomsten. Daarnaast is de gemeente deels afhankelijk van de ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds. Een lagere uitkering dan geraamd kan leiden tot druk op het begrotingssaldo. Juridische procedures en aansprakelijkheidsrisico's De gemeente loopt juridische risico's als gevolg van besluitvorming, vergunningverlening, handhaving, contracten en haar rol als opdrachtgever. Geschillen met inwoners, bedrijven of samenwerkingspartners kunnen leiden tot bezwaar- en beroepsprocedures, aansprakelijkstellingen en civielrechtelijke claims. De financiële gevolgen bestaan uit proceskosten, externe juridische ondersteuning en eventuele schadevergoedingen. Inbreuk op informatiebeveiliging/ hack De gemeente is sterk afhankelijk van digitale systemen, data en IT-leveranciers voor de uitvoering van haar dienstverlening. Cyberdreigingen, datalekken, systeemuitval en afhankelijkheid van externe leveranciers vergroten het risico op verstoring van de bedrijfsvoering en dienstverlening. De financiële en bestuurlijke gevolgen van dergelijke incidenten kunnen aanzienlijk zijn. Door het treffen van beveiligingsmaatregelen conform de BIO, het uitvoeren van risicoanalyses en het versterken van de cyberweerbaarheid wordt dit risico zoveel mogelijk beperkt. Personeel en arbeidsmarkt Risico op extra personele kosten als gevolg van medewerkers die de organisatie verlaten (zoals WW- verplichtingen, kosten outplacement, vaststellingsovereenkomsten, bovenformatief personeel en de opbouw van de RVU-voorziening). Daarnaast loopt de gemeente ook een meer algemeen risico door arbeidsmarktkrapte, ziekteverzuim en het vertrek van medewerkers op sleutelposities. Hogere bijdragen verbonden partijen De gemeente werkt voor de uitvoering van diverse taken samen in gemeenschappelijke regelingen en andere verbonden partijen. Financiële tekorten, stijgende kosten, veranderende wet- en regelgeving of tegenvallende prestaties kunnen leiden tot hogere gemeentelijke bijdragen. Daarnaast heeft de gemeente slechts beperkte directe invloed op de bedrijfsvoering van deze organisaties, waardoor de mogelijkheden om tijdig bij te sturen beperkt zijn. 52 Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Lasten totaal 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061 Baten bestaand beleid 715 750 826 787 559 449 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 715 750 826 787 559 449 Saldo -5.244 -4.343 -4.598 -6.361 -8.468 -10.612 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Geen nieuw en geactualiseerd beleid. 53 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Omschrijving Algemene dekkingsmiddelen mogen we vrij besteden. De belangrijkste zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de onroerendezaakbelastingen. In het overzicht staan ook de baten die niet al in de diverse programma’s zijn opgenomen. Overzicht In dit overzicht staan nettobedragen. Dus de baten min de kosten die daarop betrekking hebben. Dat gaat bijvoorbeeld om de direct toerekenbare uren en de invorderingskosten. Bedragen * € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Lokale heffingen 8.334 8.478 8.897 9.107 9.309 9.516 Algemene uitkering 75.759 74.175 78.885 78.774 79.312 82.422 Dividenduitkeringen 154 134 125 125 125 125 Saldo financieringsfunctie 520 342 326 -8 -366 -664 Totaal 84.767 83.129 88.233 87.998 88.380 91.399 Onvoorziene uitgaven 0 -122 -140 -140 -140 -140 Lokale heffingen De belastingopbrengsten zijn opgenomen zonder rekening te houden met kwijtschelding. Een inhoudelijke toelichting staat in de paragraaf lokale heffingen. Algemene uitkering Deze inkomsten zijn berekend op basis van de meicirculaire 2026. Dividenduitkeringen Van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) ontvangen we dividend. Saldo financieringsfunctie Dit is het verschil tussen: (a) De rente die we betalen over leningen die we hebben afgesloten plus de rente over de aangetrokken middelen in rekening-courant en (b) De rente die we ontvangen over de uitzettingen inclusief de doorbelasting van rente naar de programma’s. Onvoorziene uitgaven Dit bedrag is beschikbaar voor uitgaven die onvoorzien en onvermijdbaar zijn en niet uitgesteld kunnen worden. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 587 692 819 870 1.030 1.226 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - 35 105 240 Lasten totaal 587 692 819 905 1.135 1.466 Baten bestaand beleid 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726 Saldo 84.760 83.007 88.093 87.857 88.240 91.259 54 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Geen nieuw beleid. Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Te betalen rente a.g.v. nieuwe investeringen - 35 105 240 Totale financiële gevolgen voor de lasten - 35 105 240 55 Overhead Omschrijving De overheadkosten zijn alle kosten die samenhangen met het geheel van functies binnen de gemeente die gericht zijn op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze (overhead)functies ondersteunen. Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 12.111 16.375 15.479 15.378 15.498 15.194 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 888 1.068 975 1.047 Lasten totaal 12.111 16.375 16.367 16.446 16.474 16.241 Baten bestaand beleid 680 -253 145 145 145 145 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 680 -253 145 145 145 145 Saldo -11.431 -16.628 -16.223 -16.302 -16.329 -16.096 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Uitvoeringscapaciteit vastgoed 115 115 115 115 2 Dekking uit beschikbare middelen CDOKE -58 -58 -58 -58 3 Dekking uit beschikbare middelen vluchtelingen -57 -57 - - 4 Uitbreiding Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid 68 68 68 68 5 Versterken juridische capaciteit a.g.v. AI/CBW 35 50 50 50 6 Digitaliseren bouwvergunningen 105 105 - - 7 Oefenen voor cyberincidenten 5 5 5 5 8 Tooling scannen emails cyberveiligheid 35 20 20 20 9 Monitoring en respons informatiebeveiliging - - - 65 10 Penetratietesten informatiebeveiliging 10 10 10 10 11 Betaalde AI 55 55 55 55 12 Ombuigingsproces 145 - - - 13 BRP op orde en leegstand 110 - - - 14 Onderzoekskosten passende huisvesting 100 - - - 15 Versterken dienstverlening 35 160 115 115 16 Versterken participatie - 195 195 195 17 Versterken informatiebeveiliging 85 115 115 115 18 Ontwikkelingen landelijk gebied en stikstof 100 165 165 165 Investeringen: Investeringsbedrag: 1 Verbouwing gemeentehuis 585 - 23 23 23 2 Vervanging bedrijfsmiddelen: ICT-investeringen (2027-2030) 705 - 97 97 104 Totale financiële gevolgen voor de lasten 888 1.068 975 1.047 Nadere toelichting Overheadkosten Onder dit programma Overhead zijn alle kosten opgenomen die samenhangen met het geheel van functies binnen de gemeente dat gericht is op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in de primaire processen. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze (overhead)functies ondersteunen. 56 Op basis van deze definitie heeft de gemeente keuzes gemaakt wat wel en wat niet is opgenomen onder de overheadkosten. De gemeente gaat uit van het principe dat op het moment dat kosten (en baten) eenduidig zijn toe te rekenen aan primaire processen, deze rechtstreeks toegerekend worden aan de desbetreffende taakvelden en daarmee niet behoren tot de overhead. Dit geldt ook voor alle personele en daarmee samenhangende kosten van alle teams in de Opgaven Externe Dienstverlening en de Maatschappelijke opgaven inclusief de kosten van de teamleiders van deze teams. De personele en daarmee samenhangende kosten van de teams in de Opgave Interne dienstverlening worden in principe als overhead beschouwd (uitzondering: personele kosten van domeincontrollers en financieel adviseurs; deze kosten worden voor een deel (50% voor domeincontrollers resp. 75% voor financieel adviseurs) toegerekend aan andere taakvelden dan het taakveld overhead. De managers binnen de nieuwe organisatiestructuur hebben overwegend organisatie sturende taken en zijn daarmee opgenomen in de overheadkosten. In artikel 18 lid 1 van de financiële verordening van de gemeente is bepaald hoe omgegaan wordt met het opnemen van overheadkosten in externe doorberekeningen: Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Verder wordt in artikel 18 lid 3 van de financiële verordening van de gemeente bepaald dat voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een opslag over de geraamde toerekenbare personeelslasten ter grootte van de verhouding totale overheadkosten gedeeld door de totaal directe personeelslasten. Deze opslag (het overheadpercentage) op de directe personeelskosten bedraagt voor de begroting 2027: 100,27%. Aan onderhoudsvoorzieningen vindt geen toerekening van interne uren plaats en daarmee wordt er ook geen overhead toegerekend aan onderhoudsvoorzieningen. Aan grondexploitaties worden interne uren toegerekend aan de diverse grondexploitatiecomplexen. In de begroting 2027 is deze toerekening in totaal € 86.000. Nadere uitwerking overheadkosten: Onderwerp Lasten in euro a. Loonlasten in PIOFACH-domein (incl. 8,6 mln. ontvangen subsidies) b. ICT-lasten in PIOFACH-domein 2,9 mln. c. Huisvestingslasten (incl. facilitaire kosten) 1,3 mln. d. Uitbestedingslasten in PIOFACH-domein 0,2 mln. e. Niet aan programma's toegerekende - rentelasten 57 Paragrafen 58 1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt dit beleid tegelijk met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen zijn in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen staan in het raadsvoorstel met de belastingtarieven. 1.2 Beleidskaders Het beleid over de lokale heffingen staat in:  Landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet  Deze paragraaf  Belastingverordeningen  Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 1.3 Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen Algemeen tarievenbeleid Belastingen en heffingen houden we waardevast door de tarieven te verhogen met de prijsstijging (index 2027: 2,6%). Bij heffingen waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat is het uitgangspunt dat deze 100% kostendekkend zijn. Hierop wordt in enkele gevallen een uitzondering gemaakt. Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen staat in het overzicht 'Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien'. Hieronder staan per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid. Tribuut voert de gemeentelijke belastingen en waardering van onroerende zaken uit voor de gemeente. Wet waardering onroerende zaken (WOZ) Eigenaren van onroerende zaken en gebruikers van niet-woningen ontvangen jaarlijks een beschikking met daarin de WOZ-waarde. Dat is de grondslag voor de onroerendezaakbelasting en (in de gemeente Epe) de forensenbelasting. Andere overheden gebruiken de WOZ-waarde voor belastingheffing en voor het woningwaarderingsstelsel. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een algemeen oordeel over de uitvoering. Het oordeel is 'goed'. Dat komt overeen met de afgesproken ambitie. In 2026 zijn bij Tribuut nagenoeg evenveel bezwaren binnengekomen dan in 2025. Het percentage no cure no pay (en dus ook het aantal) is wel veel lager, dit komt door de nieuwe wetgeving die de vergoeding voor proceskosten fors heeft beperkt (voor WOZ-bezwaren geldt een uitbetalingscorrectie van 75%). Het bedrag voor vergoeden van proceskosten is dus lager. De grootste ontwikkeling voor 2027 is de deelname van twee nieuwe gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Tribuut, namelijk Aalten en Oude IJsselstreek. Dit zorgt voor circa 20% meer aanslagen. Voor het jaar 2027 gaat Tribuut uit van het aantal bezwaren van 2026 plus 20%. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. Reinigingsheffingen Voor de inzameling en verwerking van grondstoffen in de gemeente betalen inwoners en bedrijven reinigingsheffingen. In de tabel hieronder staat welke kosten de gemeente maakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het btw-compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook. Om in 2027 te voldoen aan 100% kostendekkendheid is naast de reguliere begrotingsindexatie een aanvullende tariefsverhoging van 10,7% nodig. Er is voor gekozen om de aanvullende tariefsverhoging niet volledig in 2027 door te voeren, maar dit gelijkmatig te verdelen over 2027 en 2028. Dat betekent een kostendekkendheid van 95,3% in 2027. In het jaar 2028 betekent dit dat ten opzichte van de begrotingsindex een aanvullende stijging van 5,35% noodzakelijk is om weer op 100% kostendekkendheid te komen. 59 bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente - 5.154 Baten taakveld(en), excl. heffingen 173 Netto lasten taakveld(en) - 4.981 Overhead incl. (omslag)rente -77 BCF-BTW -1.012 Totale lasten (A) -6.071 Opbrengst heffingen 5.881 Kwijtschelding -151 Overige inzamelvergoeding 57 Onttrekking reserve afval - Totale baten (B) 5.787 Kostendekkendheid (B:A) 95,3% Rioolheffingen De gemeente heeft wettelijke taken voor het afvoeren van rioolwater, het voorkomen van wateroverlast en het op peil houden van het grondwater. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat hoe dit gebeurt. Daarin staat ook hoe inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Voor gebruikers is er onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Echte grootverbruikers betalen verhoudingsgewijs meer rioolheffing en betalen zo deels de lasten voor de kleinverbruikers. Dat noemen we kruissubsidiëring. Die groep omvat 0,8% van de gebruikers en levert 28% van de totale opbrengst. Begin 2026 is het nieuwe GWP 2026-2030 vastgesteld. In het nieuwe GWP is voor de tarieven rioolheffingen een extra stijging van 2,3% opgenomen naast de reguliere indexatie. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen gebruikers eenmalig rioolaanleggeld. Voor 2027 wordt een negatief saldo van € 344.000 verwacht. Dit saldo wordt onttrokken aan de voorziening. bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente -3.274 Baten taakveld(en), excl. heffingen - Netto lasten taakveld(en) -3.274 Overhead incl. (omslag)rente -307 BCF-BTW -579 Totale lasten (A) -4.160 Opbrengst heffingen 3.844 Kwijtschelding -28 Onttrekking reserve riolering - Onttrekking voorziening riolering 344 Totale baten (B) 4.160 Kostendekkendheid (B:A) 100% Forensenbelasting Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. Als de waarde stijgt, verlagen we het tarief. Zo zorgen we dat de totale opbrengst niet meer stijgt dan de index. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het maximumtarief blijft gelijk. Precariobelasting Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. De tarieven stijgen met de index. 60 Toeristenbelasting Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. Op het aantal overnachtingen heeft de gemeente geen invloed. Als die stijgt, stijgt ook de opbrengst. De gemeente heeft wel invloed op het tarief. Op 11 maart 2026 heeft een consultatie met meerdere ondernemers plaatsgevonden. Deze consultatie is ingepland, omdat het reguliere (hoge) tarief voor 2026 de € 1,50 had bereikt. Het voorstel voor de tarieven 2027 is toen besproken. De raad heeft de tarieven voor 2027 al vastgesteld: € 1,10 ( 2026: € 1,00) voor het lage tarief en € 1,50 (2026: € 1,50) voor het reguliere (hoge) tarief. Voor vaste standplaatsen op een camping gelden vaste tarieven. Zo hoeven ondernemers van die gasten niet bij te houden wanneer ze er waren en wanneer niet. Op 1 januari 2026 is het btw tarief voor overnachtingen gestegen van 9% naar 21%. Het gaat om overnachtingen in hotels en vakantieparken, terwijl campings grotendeels zijn uitgezonderd. Deze btw verhoging kan gevolgen hebben voor de inkomsten toeristenbelasting. Begraafrechten Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een respectvolle manier kunnen begraven. Daarom is het belangrijk dat de begraafplaatsen netjes en goed onderhouden zijn. De gemeente beheert de begraafplaatsen en zorgt voor het onderhoud. Om deze kosten te betalen, worden begraafrechten geheven. Nabestaanden betalen voor het begraven, het gebruik van een graf (grafrecht) en het beheer en onderhoud van de begraafplaats. Zij betalen vooraf voor de volledige periode waarvoor het grafrecht geldt. Omdat de onderhoudskosten vaak pas later worden gemaakt, gebruikt de gemeente een egalisatievoorziening. Uit deze voorziening worden de onderhoudskosten betaald waarvoor in het verleden al is betaald. In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan voor begraven vastgesteld. Op basis van dit plan zijn de tarieven voor begraven, grafrechten en onderhoud vanaf 2027 aangepast. Vanaf 2027 wordt het ook mogelijk om een graf voor onbepaalde tijd uit te geven en om natuurlijk te begraven. Daarnaast krijgen delen van de begraafplaatsen met ingang van 2027 een nieuwe functie als park om daarmee de exploitatie van de begraafplaatsen financieel gezond te houden en te voorkomen dat toekomstige tarieven te veel stijgen. Voor deze delen worden geen onderhoudskosten meer via de begraafrechten gedekt op taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria maar vallen op taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie. De kosten van het onderhoud van deze parkdelen komen daarom niet meer ten laste van de heffing. Deze veranderingen passen binnen het nieuwe beleid voor de begraafplaatsen dat in 2025 is vastgesteld. De opbrengsten van de begraafrechten bestaan uit afkoopsommen voor onderhoud en uit andere eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. De genoemde kosten zijn inclusief btw. De kosten van deze taak worden volledig gedekt door de opbrengsten uit de begraafrechten. De kostendekkendheid bedraagt daarom 100%. Een nadere toelichting is opgenomen in de onderstaande tabel. bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht begraafrechten Lasten taakveld 7.5 incl. (omslag)rente -889 Baten taakveld 7.5 excl. heffingen 49 Netto lasten taakveld(en) -840 Overhead -75 Storting voorziening begraven -201 Totale lasten (A) -1.117 Opbrengst heffingen 1.117 Onttrekking voorziening begraven - Totale baten (B) 1.117 Kostendekkendheid (B:A) 100% 61 Leges Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De meeste tarieven stijgen met de index. Soms gelden er wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. We streven niet naar 100% kostendekking bij de leges. Bij de leges voor bouwactiviteiten (omgevingsvergunning) is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daarbij geldt nu nog een maximum tariefhoogte (het bedrag wat maximaal aan leges betaald moet worden bij een vergunningaanvraag). Het college is voornemens om dit 'plafond' af te schaffen of sterk te verhogen met ingang van 2028. Gemiddeld genomen betalen dure bouwwerken mee aan de kosten van de gemeente voor goedkope bouwwerken. Dat heet kruissubsidiëring. Voor 2027 is de verwachting dat er wel sprake is van kruissubsidiëring. Dit wordt veroorzaakt doordat in 2027 een aantal grote bouwprojecten verwacht worden. In onderstaand overzicht staat hoe dit uitpakt voor 2027. Bouwkosten % van totale lasten % van totale opbrengst < € 100.000 30% 15% € 100.000 - € 500.000 20% 15% > € 500.000 50% 70% De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. Om de inkomsten voor 2027 in te schatten, kijken we hoeveel aanvragen er in de afgelopen jaren voor kleinere bouwprojecten zijn geweest. De grote projecten (bouwkosten meer dan € 500.000) brengen we per project in beeld. We maken een inschatting van de bouwkosten. Het blijft natuurlijk onzeker of de aanvraag ook daadwerkelijk in 2027 binnenkomt. De kostendekking voor de totale legesverordening is voor 2027 geraamd op 60%. Het percentage kostendekkendheid wordt grotendeels bepaald door de leges omgevingsvergunning. In 2025 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de kostendekkendheid waarin inzichtelijk is gemaakt welke mogelijkheden er zijn om de kostendekking te verhogen. Dit onderzoek is toen aan de raad aangeboden. In 2026 is specifiek gekeken naar de mogelijkheden om de kostendekking van de omgevingsvergunningen te verhogen. Dit onderzoek is nog niet afgerond: de resultaten hiervan zijn dan ook nog niet verwerkt in deze begroting. Hieronder staat de kostendekking per clustering van producten. Zo ontstaat ook een beeld van de kruissubsidiëring. bedragen x € 1.000 lasten totale opbrengst overhead BTW kostendekkendheid taakvelden lasten heffingen Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Burgerlijke stand -71 -24 -1 -97 37 38% Reisdocumenten -353 -89 - -443 485 110% Rijbewijzen -135 -78 - -213 191 90% BRP-verstrekkingen -72 -12 -10 -93 44 47% Bijzondere wetten -7 -7 - -14 103 743% subtotaal H 1 -638 -210 -11 -860 861 100% Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving Kapvergunningen -67 -53 -3 -123 31 25% Bestemmingsplannen / -12 -12 - -24 26 106% omgevingsplannen Omgevingsvergunningen -1.141 -1.002 -29 -2.172 1.000 46% subtotaal H 2 -1.220 -1.067 -33 -2.319 1.057 46% Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn Europese -22 -22 - -44 16 36% Dienstenrichtlijn Totaal leges -1.880 -1.299 -44 -3.223 1.934 60% N.B. Door afronding is de optelsom van de opbrengst niet gelijk aan het totaal van de legesinkomsten. De inkomsten leges die onder hoofdstuk 3 vallen, zijn zo laag dat deze niet verder zijn uitgesplitst. 62 Bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht leges Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente -1.880 Baten taakveld(en), excl. heffingen - Netto lasten taakvelden -1.880 Overhead -1.299 BCF-BTW -44 Totale lasten (A) -3.223 Opbrengst heffingen (B) 1.934 Kostendekkendheid (B:A) 60% 1.4 Kostendekking Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen, is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Epe 2027. Over de kosten van derden (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Op investeringen moeten we afschrijven. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten van derden rekenen we dus ook btw toe aan de heffing. 1.5 Kwijtschelding Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en met bijna geen vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 94,08. De inkomsten die de gemeente daardoor misloopt, worden betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Als iemand vorig jaar kwijtschelding heeft ontvangen, kan meestal automatische kwijtschelding plaatsvinden. Mensen hoeven dan geen aanvraag in te dienen. 1.6 Woonlasten We willen dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit gaat om de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de grafiek hieronder staat de verwachting voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. Als die verwachting klopt, blijft Epe dus onder het landelijk gemiddelde. De gegevens tot en met 2026 komen uit de COELO-atlas. Voor het bepalen van het gemiddelde verbruik bij diftar hanteert COELO andere uitgangspunten dan de gemeente. Voor de begrotingsjaren (2027-2030) is voor Epe uitgegaan van de eigen uitgangspunten. Dit zorgt voor een stijging ten opzichte van 2026. Die is namelijk gebaseerd op de COELO-atlas. We verwachten dat landelijk de woonlasten met 5% stijgen. Dat is het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor Epe houden we rekening met de verwachte tariefswijzigingen en de verwachte toename van het aantal panden. 63 De voor Epe gebruikte definitie van de woonlasten is in lijn met de landelijke definitie van de woonlasten, namelijk het OZB deel van de woonlasten is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen. 64 2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1 Inleiding Algemeen Risico’s horen bij het werk van de gemeente. Sommige risico’s hangen samen met activiteiten die we uitvoeren om onze doelen te bereiken. Andere risico’s kunnen de gemeente in het algemeen raken. Omdat risico’s niet altijd voorkomen kunnen worden en soms bewust worden geaccepteerd, is het belangrijk dat we risicobewust handelen. Dat betekent dat we weten welke risico’s er zijn, hoe groot deze zijn en welke maatregelen we kunnen nemen om ze te beheersen. Ook moeten we bepalen of het resterende risico acceptabel is. Besluiten hierover moeten op het juiste niveau binnen de organisatie worden genomen. Dit maakt onderdeel uit van het risicomanagementproces. Risicomanagement is een doorlopend proces dat binnen de hele organisatie plaatsvindt. Het in beeld brengen van risico’s is een belangrijk onderdeel van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast moeten we voorbereid zijn op situaties waarin risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Daarom zorgen we ervoor dat voldoende middelen beschikbaar zijn om de gevolgen, waaronder financiële gevolgen, op te vangen. Risico’s kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld, bijvoorbeeld als intern of extern, en als financieel of niet-financieel. Binnen de gemeente Epe gebruiken we onderstaande indeling. Deze helpt ons om per risico de juiste aanpak te kiezen. Strategische risico’s Deze risico’s hangen samen met onze strategie, beleidsdoelen en besluitvorming. Het zijn risico’s die vaak bewust worden genomen omdat ze kunnen bijdragen aan het behalen van doelen. Daarbij wegen we de mogelijke opbrengsten af tegen de risico’s. Waar mogelijk treffen we maatregelen om de kans op optreden of de impact van deze risico’s te verkleinen. Externe risico’s Dit zijn risico’s die buiten de invloed van de gemeente liggen. Voorbeelden zijn natuurrampen, economische ontwikkelingen, politieke veranderingen en demografische trends. Ook wijzigingen in wet- en regelgeving of de financiële verhouding met het Rijk kunnen gevolgen hebben voor de gemeente. Daarnaast zijn er onvoorziene gebeurtenissen, ook wel ‘zwarte zwanen’ genoemd, die vooraf moeilijk of niet te voorspellen zijn. Deze risico’s kunnen we meestal niet voorkomen. Daarom richten maatregelen zich vooral op het beperken van de gevolgen wanneer ze zich voordoen. Operationele risico’s Deze risico’s ontstaan binnen de organisatie en moeten zoveel mogelijk beheersbaar zijn. Hierbij staat een regelgerichte aanpak centraal. Processen, projecten en systemen moeten zo worden ingericht dat risico’s zoveel mogelijk worden voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen om de uitval van ICT- systemen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken. 2.2 Beleidskaders Visie op risicomanagement In juli 2026 stelde de raad de geactualiseerde Nota Risicomanagement gemeente Epe 2027 vast. In deze nota zijn de visie en uitgangspunten voor risicomanagement beschreven. De gemeente Epe kiest voor een praktische aanpak van risicomanagement. Daarbij staan niet modellen, berekeningen of theoretische methoden centraal. Deze hulpmiddelen ondersteunen ons waar nodig, maar zijn niet leidend. Risicomanagement maakt onderdeel uit van ons dagelijks werk en van de keuzes die we maken. We vinden het belangrijk dat medewerkers risico’s herkennen, bespreken en afwegen. Een open gesprek over risico’s helpt om betere beslissingen te nemen. Daarom stimuleren we een hoog risicobewustzijn en zorgen we voor duidelijke en transparante informatie. Integraal risicomanagement Binnen de gemeente Epe voeren we risicomanagement integraal uit. Dat betekent dat risicomanagement geen afzonderlijke activiteit is, maar onderdeel vormt van alle processen, projecten en werkzaamheden. Bij het beoordelen van risico’s kijken we naar verschillende aspecten in samenhang:  Financieel  Juridisch 65  Maatschappelijk en reputatie  Fraude en integriteit  Informatie en informatiebeveiliging  Organisatorisch Welke risico’s willen we zoveel mogelijk voorkomen? Ons risicomanagement is erop gericht risico’s zoveel mogelijk te voorkomen, vooral wanneer deze: 1. leiden tot het niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken; 2. het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden ernstig kunnen schaden; 3. zorgen voor langdurige uitval van kritische processen of dienstverlening aan inwoners; 4. een hoge score krijgen in de risicobeoordeling (meer dan 36 punten, waarbij zowel de kans als de impact groot tot zeer groot zijn); 5. een financiële impact hebben van meer dan 1% van het begrotingstotaal (met uitzondering van grondexploitaties). Voor de continuïteit van onze dienstverlening bepalen we per proces welk restrisico acceptabel is. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Processen waarbij de uitval maximaal vier uur mag duren en waarbij maximaal acht uur aan gegevensverlies acceptabel is, worden aangemerkt als hoog- risicoproces. Voor deze processen gelden aanvullende maatregelen om de bedrijfsvoering en dienstverlening te waarborgen. Risicoproces Om risico’s tijdig te herkennen, te beoordelen en te beheersen, doorlopen we het risicoproces volgens een vaste en gestructureerde aanpak. Deze bestaat uit de onderstaande stappen. Beoordeling en prioritering van risico’s Om risico’s goed te kunnen beoordelen en prioriteren, kennen we aan elk risico een score toe. Deze score is gebaseerd op de mogelijke gevolgen voor:  het behalen van onze doelen;  het vertrouwen van inwoners en andere belanghebbenden;  informatiebeveiliging;  de financiële positie van de gemeente. Bij de beoordeling gaan we uit van het restrisico. Dit is het risico dat overblijft nadat beheersmaatregelen zijn genomen. Daarnaast maken we onderscheid tussen structurele en incidentele gevolgen. Nadat ook de kans is bepaald dat een risico zich voordoet, kunnen we vaststellen welke risico’s de meeste aandacht vragen en dus de hoogste prioriteit hebben. In deze paragraaf is een eerste stap gezet in het beoordelen van risico’s volgens de geactualiseerde beleidsnota. De verdere invoering van het vernieuwde risicomanagement vindt plaats in 2027. Daarbij volgen we de acties uit het implementatieplan dat in het najaar van 2026 is opgesteld. 66 2.3 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit Binnen het risicomanagement maken we onderscheid tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.  De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om de financiële gevolgen van restrisico’s op te vangen.  De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente hiervoor daadwerkelijk beschikbaar heeft. Daarnaast onderscheiden we incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die gebruikt kunnen worden om eenmalige tegenvallers of risico’s op te vangen. Het gaat daarbij om vrij besteedbare middelen, zoals:  de algemene reserve;  specifieke risicoreserves;  incidentele begrotingsruimte;  het budget voor onvoorziene uitgaven. Hoewel het budget voor onvoorziene uitgaven jaarlijks structureel in de begroting wordt opgenomen, rekenen we dit tot de incidentele weerstandscapaciteit. Dit budget moet namelijk elk jaar beschikbaar blijven voor onverwachte, eenmalige tegenvallers. Bestemmingsreserves rekenen we niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Als deze reserves moeten worden ingezet om risico’s op te vangen, kan het oorspronkelijke doel waarvoor de reserve is gevormd niet meer worden gerealiseerd. In de Nota reserves en voorzieningen gemeente Epe 2026 zijn de volgende risicoreserves opgenomen: 1. Algemene reserve; 2. Reserve bouwgrondexploitatie; 3. Reserve BUIG (inkomensvoorzieningen); 4. Reserve voormalig personeel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om financiële gevolgen van structurele risico’s duurzaam op te vangen binnen de begroting. Hiervoor rekenen we de structurele begrotingsruimte mee. De zogenoemde onbenutte belastingruimte rekenen we niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Het benutten van deze ruimte vraagt namelijk om afzonderlijke bestuurlijke keuzes en is daarom niet direct beschikbaar voor het opvangen van risico’s. Beschikbare weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande uitgangspunten bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de middelen die in het onderstaande overzicht zijn opgenomen. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit 2027 karakter Algemene reserve (1) 13.500 incidenteel Reserve bouwgrondexploitatie 1.854 incidenteel Reserve BUIG 1.816 incidenteel Reserve voormalig personeel 402 incidenteel Begrotingsruimte 2027 0 incidenteel Onvoorzien 2027 140 incidenteel Totaal 17.712 (1) na verwerking dekkingsplan 2027 2.4 Risico’s De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de geïnventariseerde restrisico's. Een risico is een onverwachtse gebeurtenis waarbij het gevolg een negatief effect (schade) heeft op het realiseren van de doelstellingen van de organisatie, bedrijfsvoering, (continuïteit van de) dienstverlening of veiligheid van informatie. In het oude beleid lag de meeste aandacht op de risico's met een financieel gevolg. Onder het geactualiseerde beleid wordt dit verbreed. Dit proces krijgt in 2027 nader vorm, een eerste stap is doorgevoerd in deze begroting. Onderstaande grafiek laat de geïnventariseerde risico's zien. Een toelichting op deze risico's is te vinden in de programma's. 67 Hieruit blijkt dat de onderstaande risico's qua beheersing de meeste prioriteit vragen. De getroffen beheersmaatregel staan per risico kort benoemd: Toenemend gebruik van de Jeugdzorg: Beheersing vindt plaats ten eerste door het verkrijgen van inzicht via periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Via inzet op preventie en het versterken van de eigen kracht, wordt invloed uitgeoefend op de instroom in de jeugdzorg. Om beheersing verder te versterken, vindt in 2026/2027 een onderzoek naar de jeugdzorg plaats. Toenemend gebruik van de Wet maatschappelijke ondersteuning: Beheersing vindt plaats via periodieke monitoring van volume- en prijsontwikkelingen. Daarnaast inzet op versterken zelfredzaamheid en preventieve maatregelen zoals valpreventie. Op Rijksniveau worden maatregelen uitgewerkt in de vorm van de afschaffing van het abonnementstarief en het vervallen van de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Vertraging bij grote investeringen/bouwprojecten. Beheersing vindt plaats via zorgvuldige voorbereiding en fasering van projecten. Periodiek worden risicoanalyses en kostenramingen geactualiseerd. Goede inrichting van kredietbewaking en periodieke tussentijdse rapportages. Marktontwikkelingen, wetgeving en planningsrisico's worden actief gemonitord. Als financieel vangnet wordt een budget voor onvoorziene kosten opgenomen binnen projectbegrotingen. Hack / inbreuk op informatieveiligheid: Treffen van organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen conform de CBW/NIS2, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO. Periodiek uitvoeren van risicoanalyses, investeren in bewustwording onder medewerkers, monitoren leveranciersrisico's en versterken van de cyberweerbaarheid om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Klimaatverandering c.a.: Uitvoering van het klimaatadaptatiebeleid en het gemeentelijk water- en rioleringsprogramma. Klimaatbestendig inrichten van openbare ruimte en investeringsprojecten. Monitoring van kwetsbare locaties voor droogte, wateroverlast en hittestress. Structurele actualisatie van beheerplannen en investeringsprogramma's. Benutten van provinciale, landelijke en Europese subsidiemogelijkheden. Programma / risico's Risicokenmerken  Kansklasse: 4 (Zeer groot) Programma 1 - Toenemend gebruik van de Jeugdzorg (+ 10%  Structureel, extern risico volume/prijs/zwaarte)  Financiële impact: € 1,68 miljoen  Kansklasse 4 (Zeer groot) Programma 3: toenemend gebruik van de Wet Maatschappelijke ondersteuning:  Structureel, extern risico  Financiële impact: € 1,54 miljoen  Kansklasse: 2 (Midden) Programma 5: negatieve uitkomsten grondexploitaties  Incidenteel, strategisch/extern risico  Financieel risico: € 1,33 miljoen 68  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 5: Vertraging/onvoorziene kosten investeringen en bouwprojecten  Structureel, strategisch/extern risico (3% investeringsvolume komende 2 jaar).  Financiële impact: € 0,72 miljoen  Kansklasse: 1 (Klein) Programma 5: Verstrekte garanties en borgstellingen  Incidenteel, strategisch risico  Financiële impact: € 0,002 miljoen  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 6: klimaatverandering, extreme weersomstandigheden en  Structureel, extern risico natuurbranden  Financiële impact: € 0,25 miljoen.  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 10: Tekort exploitatie Lucrato / meer participatietrajecten (+ 5% en  Structureel, strategisch/extern risico prognose te kort Lucrato)  Financiële impact: € 0,21 miljoen.  Kansklasse: 2 (Midden) Programma 10: Extra beroep op minimabeleid en schuldhulpverlening (+ 10%  Structureel, strategisch/extern risico meer aanvragen)  Financiële impact: € 0,16 miljoen  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 10: extra beroep op inkomensvoorzieningen (+10% hogere  Structureel, extern risico instroom)  Financiële impact: € 1,85 miljoen  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 11: negatieve uitkomst herverdeling algemene uitkering  Structureel, extern risico gemeentefonds  Financiële impact: € 0,1 miljoen  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 11: juridische procedures en aansprakelijkheidsrisico's  Structureel, extern risico  Financiële impact: € 0,1 miljoen  Kansklasse: 2 (Midden) Programma 11: inbreuk op informatiebeveiliging / hack  Structureel, extern risico  Financiële impact: € 0,4 miljoen  Kansklasse: 4 (Zeer groot) Programma 11: Hogere personele kosten (5% van de loonsom)  Structureel, strategisch/extern risico  Financiële impact: € 0,38 miljoen  Kansklasse: 3 (Groot) Programma 11: Hogere bijdragen aan verbonden partijen (5% bijdragen aan  Structureel, strategisch/extern risico verbonden partijen exclusief Lucrato)  Financiële impact: € 0,23 miljoen Totaal financiële impact: 8,95 mln. 2.5 Conclusie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bepalen we tot slot door de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze verhouding, ratio genoemd, geeft een indicatie van hoe solide de begroting is. Voldoende weerstandsvermogen zorgt ervoor dat onverwachte financiële tegenvallers (door optreden van risico’s) kunnen worden opgevangen en geen effect hebben op de uitvoering van vastgesteld beleid. Voor de beoordeling van de omvang van het weerstandsvermogen maken we gebruik van onderstaande waarderingstabel die is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement. Als norm voor het weerstandsvermogen hanteren wij het waarderingscijfer C. Dit betekent dat de ratio tussen de 1,0 en 1,4 moet liggen. Als de ratio lager wordt dan 1,0, dienen risico’s te worden verminderd of meer weerstandscapaciteit beschikbaar worden gemaakt. 69 Weerstandsvermogen * € 1.000 2027 Beschikbare weerstandscapaciteit 17.712 Benodigde weerstandscapaciteit (restrisico's) 8.950 Ratio weerstandsvermogen 1,98 2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Verslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Kengetal 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1a. Netto schuldquote - 16,6% 3,61% 13,5 21,2 35,5 44,6 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte - 23,4% -2,5% 7,9 15,4 29,6 38,8 leningen 2. Solvabiliteitsratio 73% 66% 68% 68% 60% 55% 3. Grondexploitatie 0,3% -0,1% 0,3% 0,3% 0,3% 0,3% 4. Structurele exploitatieruimte 7,5% 2,1% 0,48% -1,14% -2,10% -1,71% 5. Belastingcapaciteit 95% 101% 92% 96% 99% 101% 2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding De netto schuldquote loopt gedurende de begrotingsperiode op. Dit betekent dat de schuldpositie toeneemt ten opzichte van de omvang van de begroting. De stijging hangt samen met de financieringsbehoefte die samenhangt met het stevige investeringsniveau in de komende jaren. Investeringen in maatschappelijke accommodaties en onderwijs vormen hierin een belangrijk onderdeel. Hierdoor neemt de financiële verplichting die op toekomstige begrotingen drukt in de vorm van rentelasten toe. 2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding De solvabiliteitsratio blijft aanvankelijk stabiel op een hoog niveau, maar neemt vanaf 2028 af van 68% naar 55% in 2030. Dit betekent dat het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen afneemt. De gemeente wordt daarmee in de loop van de begrotingsperiode in grotere mate afhankelijk van vreemd vermogen. De verklaring daarvoor staat onder de schuldquote. 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve. Duiding Het kengetal grondexploitatie blijft gedurende de begrotingsperiode nagenoeg stabiel rond 0,3%. Het financiële belang van de grondexploitaties is daarmee beperkt in verhouding tot de totale baten van de gemeente. 70 2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Duiding De structurele exploitatieruimte verslechtert gedurende de begrotingsperiode. Na een nog positief percentage in 2026 wordt het kengetal vanaf 2027 negatief en bereikt het in 2029 het laagste niveau. In 2030 treedt enig herstel op, maar blijft de structurele exploitatieruimte negatief. Dit betekent dat de structurele lasten vanaf 2027 hoger zijn dan de structurele baten en dat de meerjarenbegroting structureel nog niet in evenwicht is. Hiervoor wordt het project "Financiële ruimte voor morgen" opgestart. 2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente stijgen. Deze kengetallen wijken af van de presentatie van de woonlasten (grafiek) in de paragraaf lokale heffingen. Daar blijven de woonlasten in Epe in ieder jaar onder het landelijk gemiddelde, omdat daar uitgegaan wordt van een verwachte stijging van de landelijke woonlasten. Hier wordt, op basis van de regelgeving voor alle jaren, een vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde van 2026. De woonlasten in de gemeente Epe 2027 blijven onder dat landelijk gemiddelde 2026, behalve in 2030. 71 3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid. 3.2 Beleidskaders Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen:  Wegenbeleidsplan  Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2026-2030)  Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan  Beleidsplan openbare verlichting  Beleidsplan civiele kunstwerken  Beleidsplan begraafplaatsen gemeente Epe 2026-2030 3.3 Stand van zaken Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de begroting. Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting: Bedragen x €1.000 Jaar Beleids-en Looptijd Achterstand Kosten Begroting Structureel vaststelling Wijze beheerplan t/m onderhoud 2025 2026 m.i.v. 2027 raad structureel budget met Wegen 2014 2018 Ja* 3.114 2.285 3.449 egalisatiereserve en aanvulling onderhoud Gemeentelijke 2026 2030 Nee 1.026 986 1.262 structureel budget watertaken Civiele 36 37 36 storting voorziening 2023 2027 Nee kunstwerken 14 19 19 structureel budget Bomen en groen 2010 - Nee 1.243 1.270 1.510 structureel budget Openbare 2017 2026 Nee 100 66 67 structureel budget verlichting 431 389 460 storting voorziening Gebouwen - - Nee 302 278 244 structureel budget * Het groot onderhoud van Wegen in de gemeente heeft een achterstand opgelopen. Hiervoor is extra budget gereserveerd om deze achterstand op korte termijn weg te werken. Om de volledige achterstand in te lopen, is in deze begroting aanvullend het resterende bedrag opgenomen: € 1,3 mln. verdeeld over 2027 (€ 1,05 mln. en 2028 € 0,25 mln. De kosten 2025 betreffen de werkelijk gemaakte kosten. De financiële vertaling in de begroting vindt plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten over de jaren verspreid worden. Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken, dienstgebouwen, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze gebouwen zijn er actuele meerjarenonderhoudsplannen. 72 De geraamde financiële middelen in de begroting ten behoeve van het onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Hierbij dient echter een voorbehoud te worden gemaakt dat dit afhankelijk is van de toekomstige inflatie en prijsindexatie. 3.3.1 Wegen In gemeente Epe ligt ongeveer 890 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ca 300 ha. Bijna de helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 30% uit elementen en 20% is onverhard of bestaat uit beton. Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaatshad. In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen door het aanbrengen van bermverharding. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een structureel budget. Daarnaast is er een egalisatiereserve onderhoud wegen die de fluctuerende uitgaven voor het onderhoud over de jaren heen egaliseert door middel van een storting in of onttrekking aan deze egalisatiereserve. In het voorjaar van 2026 zijn de wegen geïnspecteerd. Deze resultaten zijn verwerkt in een rapportage waarbij de inspecties zijn getoetst aan het door de raad besloten onderhoudsniveau “laag”. Hierbij is vastgesteld dat het onderhoudsniveau laag, op diverse plekken niet wordt gehaald. Dit is onwenselijk en ontoelaatbaar. Er kunnen meerdere oorzaken aan deze verslechtering ten grondslag liggen zoals: toenemend (landbouw)verkeer, klimaatverandering (vernatting, verdroging, en hogere wegdektemperaturen) en hogere verkeersintensiteiten. Ook is er in de wegenbouwbranche sprake van grote kostenstijgingen de afgelopen jaren. Het kwaliteitsniveau “laag” houdt overigens in dat er aanzienlijke schade zichtbaar mag zijn, zoals spoorvorming, dwarsonvlakheid en rafeling. Veel reparaties zijn zichtbaar, en er is sprake van enig risico. Voor het inlopen van de achterstand wordt in de begroting 2026 -2029 middelen opgenomen om de achterstanden weg te werken. Inmiddels zijn we ook bezig met het opstellen van een integrale visie op de openbare ruimte (IBOR). Hierbij worden de kwaliteitsniveaus van de verschillende assets in de gemeente op elkaar afgestemd. Begin 2027 zal dit worden besproken met uw raad. 3.3.2 Riolering Het rioolnetwerk in de gemeente is ca. 475 kilometer lang. Daarvan is 240 kilometer drukriolering en 235 kilometer vrijverval en infiltratie riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.046 mini gemalen en 22 rioolgemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2026t/m2030) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. Tevens is er extra aandacht voor wateroverlastlocaties en het vasthouden en bergen van hemelwater. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn in het GWP opgenomen en vertaald in de begroting. Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. Op dit moment is de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld. 3.3.3 Civiele kunstwerken De gemeente Epe heeft in totaal 68 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld. 3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. 73 Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, letterzetter, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. De gemeente Epe heeft op 9 december 2021 de omgevingsvisie ‘’Natuurlijk goed leven’’ vastgesteld. De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in de vorm van gebiedsvisies. In de gebiedsvisies maken we een integrale uitwerking van de verschillende ruimtelijke opgaven. Onze waardevolle leefomgeving staat daarbij centraal. Het groenstructuurplan en het bomenbeleid zullen in 2026 worden vertaald in een integrale groenvisie en de verordening fysieke leefomgeving. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan een aannemer en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2027. Verlenging van het contract met een termijn van 2 jaar wordt onderzocht evenals andere opties voor de nieuwe onderhoudsperiode. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen van een bestuurlijke beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld. Er zijn 6.531 masten, 6.616 armaturen en 6.616 lampen in beheer. Hiervan zijn 6.174 masten, 6.259 armaturen en 6.259 lampen in beheer bij de gemeente als eigenaar. In de gemeente staan 8 provinciale masten, 343 Triada masten en 6 masten zijn van Dorpsbelang Oene. Het doel is om in 2027 de laatste vervangingen door LED uit te voeren, waarna de gehele gemeente is voorzien van LED (m.u.v. het centrum van Epe, welke meelift met de herinrichting). Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 47 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Voor alle gebouwen en woningen is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP's van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP's zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de binnen-en buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen, gebouwen begraafplaatsen en het Streekarchief. Het dagelijks onderhoud wordt bekostigd uit structurele budgetten die in de begroting zijn opgenomen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.7 Begraafplaatsen Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het Beleidsplan Begraven, Begraafplaatsen en Gedenken vastgesteld. Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen is een Beheervisie begraafplaatsen vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en karakteristieken per begraafplaats en bepaalt hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig versterkt kunnen worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om de benodigde werkzaamheden die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren. 74 4 | Financiering 4.1 Inleiding In de gemeente Epe gaat veel geld om. Daar zijn risico's aan verbonden. Het is belangrijk dat goed te besturen en te beheersen. In deze paragraaf laten we zien hoe we dat doen: ons beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico's. 4.2 Beleidskaders De kaders omtrent treasury zijn opgenomen in de financiële verordening 2027 en is door de raad in 2026 vastgesteld. 4.3 Relevante ontwikkelingen / risico’s In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn twee instrumenten opgenomen om de financieringsrisico's (renterisico's) te beperken: De kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Zie bijlage 6 voor de verplichte overzichten met de berekening van de kasgeldlimiet en van de renterisiconorm. 4.3.1 Kasgeldlimiet Grote veranderingen in rentes willen we vermijden. Leningen die we snel moeten terugbetalen heten ook wel 'kort geld'. Als daarvan de rente stijgt, is het gevolg dat we al snel meer aan rente moeten betalen. De wet FIDO stelt daarom een grens: De kasgeldlimiet. Meer dan dat bedrag mogen we niet financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van alle lasten die in de begroting staan (het begrotingstotaal). Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2027 € 12,5 miljoen (zie bijlage 6). De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld). 4.3.2 Renterisiconorm De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer rente betalen. Als op hetzelfde moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer rente gaan betalen. Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm. Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in één jaar mogen aflopen: Maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen we opnieuw financieren of daarvan mag de rente worden gewijzigd. Voor Epe is dit ruim € 29 miljoen (zie bijlage 6). De gemeente Epe heeft op het moment van het opstellen van deze begroting geen langlopende leningen. De verwachting is dat vanaf 2028 langlopende leningen aangetrokken zullen worden. 4.4 Financiering 4.4.1 Financieringspositie De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld uitgeven dan dat erbinnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet een financieringstekort. Bij het opstellen van de begroting 2027 houden we een positief saldo bij de 's Rijksschatkist aan. Er is dan ook geen noodzaak om geld te lenen. Vanaf 2028 ontstaat er wel een behoefte om geld te lenen, omdat de gemeente grote investeringen gepland heeft, met name op het gebied van onderwijshuisvesting, accommodaties en mobiliteit. Als dan blijkt dat er niet genoeg geld beschikbaar is om de (reguliere) uitgaven en investeringen te kunnen doen, zal externe financiering moeten worden aangetrokken. Met onderstaand overzicht willen wij een indicatie geven van de financieringsbehoefte van de gemeente in de komende jaren. Dit is berekend met de cijfers uit de geprognostiseerde balans. De werkelijke behoefte om externe financiering aan te trekken is echter afhankelijk van het daadwerkelijk verloop van de geplande investeringen en de liquiditeit gedurende het jaar, waarmee in onderstaand overzicht geen rekening is gehouden. Uit onderstaande berekening blijkt een financieringstekort van € 3,4 miljoen in 2027. 75 Financiering 2026 2027 2028 2029 2030 Boekwaarde vaste activa (a) 109.400 113.600 120.500 137.400 148.300 Vermogen (reserves, voorzieningen) (b) 106.000 96.500 94.700 94.000 92.900 Financieringsbehoefte 3.400 17.100 25.800 43.400 55.400 (c = a-b) Vaste schulden (d) 0 0 6.300 21.900 33.900 Financieringspositie (c-d) 3.400 17.100 19.500 21.500 21.500 Als we moeten lenen, zullen we dat doen met kort geld of met een langlopende lening. Dit is onder meer afhankelijk van de actuele rentepercentages en de verwachte duur van de financieringsbehoefte. Voor kort geld gelden andere rentepercentages dan voor leningen met een lange looptijd. In onze begroting gebruiken wij de rente uit de ‘Voorjaarsraming’ van De Nederlandsche Bank van juni 2026, zie onderstaand overzicht. Er wordt verwacht dat de korte rente lager zal zijn dan de lange rente. Rente 2027 2028 2029 2030 Rente kort 2,8% 2,7% 2,7% 2,7% Rente lang 3,4% 3,5% 3,5% 3,5% 4.4.2 Leningenportefeuille Epe heeft op het moment van het opstellen van de begroting 2027 geen langlopende leningen. Op basis van deze begroting zal dit de komende jaren gaan veranderen, omdat het hoge investeringsniveau ertoe zal leiden dat we extern moeten gaan lenen. De provincie Gelderland houdt toezicht op de financiën van gemeenten. Op hun website publiceren zij veel gegevens over de Gelderse gemeenten, waaronder hoeveel schuld elke gemeente heeft. 4.4.3 Uitzettingen De gemeente mag niet te veel geld op de bankrekening hebben staan. Als het bedrag boven een bepaalde drempel uitkomt, zijn we verplicht de overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (in de schatkist van het Rijk). Hierover ontvangen wij rente. Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten 's Rijksschatkist mag worden aangehouden. Volgens de rekenregels mag de gemeente Epe een positief rekening-courantsaldo bij de banken aanhouden van € 2,9 miljoen (gebaseerd op begroting 2027). 4.4.4 Renteschema Conform het advies van de Commissie BBV wordt een renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en rentebaten van de gemeente en het verwachte renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In bijlage 6 is de berekening van het renteschema opgenomen. 76 5 | Bedrijfsvoering 5.1 Inleiding De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en de gewenste ontwikkeling om inwonersgericht te werken. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC). 5.2 Beleidskaders De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten:  Toekomstvisie Epe 2030  Visie op positie gemeente in Eper samenleving 'Samen verder' 2024 Daarnaast zijn de inrichting van de organisatie en kaders voor de bedrijfsvoering vastgesteld in de volgende documenten:  Sturingsconcept 'Samen werken' 2024  Mandaat- en volmachtregeling gemeente Epe 2026  Informatiebeleid 2023-2027  Nota risicomanagement (2027)  Visie HRM (2019)  Strategisch informatieveiligheids- en privacybeleid (2024) De uitgangspunten voor de P&C-cyclus en de financiële inrichting stelde de raad vast in de Financiële verordening gemeente Epe 2027 en diverse onderliggende nota's. 5.3 Beleidsvoornemens Er zijn voor onze inwoners. Dat is de opgave waar we iedere dag voor staan. De samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rolinvulling gevraagd. Daar waar de gemeente in het verleden vaak de "bepaler" was, wordt het nu steeds belangrijker om de medespeler te zijn. De saamhorigheid in de Eper samenleving is groot en dat geldt ook voor de mogelijkheid van onze inwoners om zelf problemen op te lossen. Door hier als gemeente goed op aan te sluiten, bouwen we verder aan dit fundament en zorgen we voor versterking. We willen als gemeente samen met onze inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen vormgeven aan goed natuurlijk leven in Epe, Vaassen, Emst en Oene. Hoe we dat doen, legden we vast in de visie 'Samen verder'. Om de ambitie werkbaar te maken, vertaalden wij deze door naar de inrichting en werkwijze van de organisatie. Dit is in 2024 vastgelegd in een nieuw sturingsconcept: 'Samen werken'. Leidend hierin is dat we werken vanuit drie kernwaarden: samen, transparant en denken in mogelijkheden. Binnen de diverse onderdelen van de bedrijfsvoering zijn deze principes zichtbaar. 5.3.1 Organisatie De inrichting van de organisatie is ondersteunend aan onze maatschappelijke opgaven. Hoe we dat doen is in de eerdergenoemde visie Samen Verder vastgelegd. De leidende principes daarin zijn: 77 Vanuit het motto ‘Onze inwoners staan centraal’ werken we aan drie samenhangende hoofdopgaven: 1. Dienstverlening: We bieden makkelijke, persoonlijke, toegankelijke en betrouwbare dienstverlening en zorgen dat medewerkers daarvoor intern goed worden ondersteund. 2. Integraal inwonersgericht werken: We zijn zichtbaar en dichtbij, betrekken inwoners actief en geven ruimte om mede richting te geven aan de leefomgeving. We ondersteunen initiatieven vanuit de samenleving en werken daarvoor over teamgrenzen heen met elkaar samen. 3. Organisatieontwikkeling: We bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers vanuit vertrouwen en duidelijke rollen samenwerken en zich blijven ontwikkelen om de maatschappelijke opgaven te realiseren. Wat gaan we concreet doen in 2027? Dienstverlening:  We werken aan dienstverlening die makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar is. Slimme digitale technologie ondersteunt onze dienstverlening, waarbij persoonlijk contact altijd mogelijk blijft en we veel aandacht hebben voor veiligheid en privacy. Op basis van het in 2026 organisatiebreed ingezette verbetertraject richten we ons op:  het verbeteren van de bereikbaarheid van de organisatie  een klantgerichte afhandeling van vragen en informatieverzoeken  meer selfservice en een betere vindbaarheid van informatie op de website  het realiseren van een persoonlijke internetpagina, waarop inwoners de status van hun aanvragen kunnen volgen en met de gemeente kunnen communiceren  Bij deze verbeteringen betrekken we de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek naar de digitale dienstverlening.  We verkennen en benutten nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie om onze dienstverlening verder te verbeteren. Zo nemen we deel aan de VNG-pilot voor AI-chat. Voor onze technische infrastructuur sluiten we aan bij landelijke standaarden en de uitgangspunten van Common Ground en de Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS). 78  De visie ‘Samen verder’ vertalen we onder andere op basis van trainingen en workshops naar praktische handvatten. Zodat medewerkers weten welk gedrag en welke houding in de praktijk worden verwacht.  We maken het meldpunt Openbare Ruimte toegankelijker en eenvoudiger in gebruik.  Met de hoogste A-status als ambitie blijven we werken aan dienstverlening die voor iedereen toegankelijk is en voldoet aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.  Samen met externe partners, zoals de Omgevingsdienst voor vergunningverlening, Circulus voor afvalinzameling en Vebego voor meldingen in de openbare ruimte, bekijken we hoe we de dienstverlening en afspraken daarover binnen de samenwerkingsovereenkomsten kunnen laten aansluiten bij onze dienstverleningswaarden: makkelijk, persoonlijk, toegankelijk en betrouwbaar.  We versterken ons inzicht in hoe inwoners onze dienstverlening ervaren. Hiervoor richten we een verbetercyclus in om continu inwonerstevredenheid te onderzoeken en feedback en signalen op te halen. De verkregen inzichten gebruiken we om onze dienstverlening doorlopend en gericht te verbeteren. Inwonersgericht werken:  We werken binnen alle participatietrajecten vanuit de nieuwe ‘Participatieaanpak Samen verder’. De nieuwe participatieverordening geldt daarbij als wettelijk kader.  de nieuwe participatieaanpak wordt hiervoor vastgesteld door het college  de participatieverordening moet worden vastgesteld door de gemeenteraad  medewerkers worden getraind in het toepassen van de aanpak  we evalueren participatietrajecten na afloop zodat we leren van ervaringen en we onze aanpak kunnen blijven doorontwikkelen  Als zij dat wensen ondersteunen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het realiseren van hun eigen maatschappelijke initiatieven of die voortkomen vanuit het uitdaagrecht.  Om onze gebiedsgerichte aanpak te versterken verkennen we hoe we dichter bij de dorpen en kernen kunnen werken en beter kunnen aansluiten bij wat daar speelt. Daarbij onderzoeken we onder andere de mogelijke inzet van dorpswethouders. Organisatieontwikkeling:  We hanteren concrete jaarplannen met werkbare prestatieplanningen.  We stellen een rolverdeling vast in de 1e en 2e lijns werkzaamheden en implementeren deze rolverdeling.  We verbeteren de afstemming van processen tussen beleid en uitvoering zodat de samenwerking wordt versterkt.  We stellen een uniform beleidsproces vast en implementeren dit.  We stellen een beleidsplan Leren en Ontwikkelen vast en implementeren dit.  We implementeren een programmatische aanpak van weerbaarheid via de drie lijnen robuuste crisisorganisatie, bedrijfscontinuïteit en externe weerbaarheid.  We voeren het vastgestelde beleidsplan Inclusie en Diversiteit uit. 5.3.2 Communicatie Vanuit de visie Samen Verder bouwen we verder aan vertrouwen en samenwerking met de samenleving. Daarin geven wij onszelf de ruimte om in de praktijkervaring op te doen en daar met inwoners van te leren. Wat gaan we concreet doen in 2027? Op gebied van communicatie zetten we in op het actief openbaar maken van collegevoorstellen en duidelijke, toegankelijke openbare besluitenlijsten. We geven meer aandacht aan achtergrond en verdieping zodat voor inwoners de context van besluiten meer helder wordt. We blijven medewerkers stimuleren o duidelijk en helder te schrijven door het vergroten van inzicht in het belang van duidelijke taal, trainingen en ondersteuning vanuit formats en sjablonen. Als lerende organisatie vragen we daarbij actief feedback aan onze inwoners op onze schriftelijke communicatie. We geven uitvoering aan de nieuwe participatieverordening en -aanpak. Deze geven duidelijke richtlijnen voor inwonerparticipatie en focussen op het tijdig in gesprek gaan, kaders en afspraken aan de voorkant goed vastleggen, goed terugkoppelen en evaluatie van de participatie. We trainen 79 medewerkers in de aanpak goed toe te passen en willen samen met inwoners leren in participatietrajecten. 5.3.3 Informatievoorziening en Automatisering Een betrouwbare informatievoorziening is onmisbaar voor de continuïteit van onze organisatie en voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Veel van het werk dat hiervoor nodig is, gebeurt buiten het zicht van de gebruiker. Informatisering verbindt werkprocessen, applicaties en gegevens en zorgt voor betrouwbare, veilige en gebruiksvriendelijke digitale voorzieningen. Zij ondersteunt de organisatie bij het gebruik en de verbetering daarvan, bewaakt de kwaliteit en toegankelijkheid van informatie, voert regie op ICT-leveranciers en adviseert over digitale ontwikkelingen. Daarbij staan privacy, informatieveiligheid, archivering en naleving van wet- en regelgeving centraal. Naast het in stand houden en verbeteren van de dagelijkse informatievoorziening werkt de gemeente aan de ambities uit het informatiebeleid. Deze ambities zijn uitgewerkt in vier thema’s: 1. Dienstverlening 2. Verbindende overheid 3. Datagedreven werken en innovatie 4. Informatiehuishouding op orde. Ontwikkelingen die in 2026 zijn ingezet, werken in 2027 door in onze werkzaamheden. Het gaat onder meer over de inzet van AI, de gevolgen van het datalek, de invoering van de Cyberbeveiligingswet en de verdere ontwikkeling van het Noord-Veluws Archief (NoVA). Ook gaat datagedreven werken een volgende fase in. Wat gaan we concreet doen in 2027? In 2027 gaan we verder met de invoering van de Wet open overheid (Woo) en de Wet digitale overheid (Wdo). We volgen de landelijke ontwikkelingen rond Common Ground en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en vertalen deze naar de informatievoorziening van Epe. Daarnaast professionaliseren we onze informatievoorziening door de architectuur en het beheer van data en systemen te versterken, de eerste- en tweedelijnsondersteuning verder te ontwikkelen en de regie op IT-leveranciers aan te scherpen. Zo blijven digitale voorzieningen betrouwbaar, beheersbaar en toekomstbestendig. - Datagedreven werken en innovatie In 2027 is het datawarehouse beschikbaar en zal het datateam worden versterkt met extra data- expertise. Daarmee kunnen we meer en ingewikkeldere datavraagstukken vanuit de organisatie ondersteunen. De kwaliteit van onze belangrijkste registraties zal worden verhoogd en actief gemonitord zodat de data die we gebruiken actueel en integer is. Het gebruik van AI zal toenemen en beleid hierop worden vastgesteld. Ook zullen medewerkers verder getraind worden op het gebied van AI en data. Op deze manier werken we verder aan een toekomstbestendige organisatie die nieuwe technologie op een verantwoorde en effectieve manier inzet ten dienste van inwoners, medewerkers en bestuur. - ICT-Infrastructuur In 2026 zijn de laatste systemen in de cloud gezet en is onze digitale werkplek ingericht. 2027 zal gaan over goed regie voeren maar ook het vervangen van onze laptops. Ook het beheren van de toegang tot onze omgevingen met betrekking tot nieuwe technologie zal veel inzet vragen. Nieuwe mogelijkheden zijn mooi, maar het moet wel veilig en verantwoord worden ingezet. - Informatieveiligheid In 2027 voeren we naast de jaarlijkse ENSIA-controles de verplichtingen uit de Cyberbeveiligingswet (CBW) in. Medewerkers en bestuurders volgen trainingen uit het bewustwordingsprogramma en we richten een systematiek in waarmee we aantoonbaar en structureel grip houden op onze informatieveiligheid. Ook voeren we penetratietesten uit, oefenen we crisisscenario’s en nemen we maatregelen die volgen uit de evaluatie van het datalek. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rond digitale autonomie en digitale soevereiniteit. De mogelijke gevolgen voor de continuïteit, veiligheid en afhankelijkheid van leveranciers vragen om een standpunt van de gemeente Epe. - Informatiebeheer en archivering NoVA (streekarchief) is volledig operationeel, digitalisering van bouwdossiers en het opschonen van het archief zijn daar belangrijke projecten. De invoering van de nieuwe archiefwet 80 5.3.4 Juridische Zaken Juridische Zaken draagt bij aan een betrouwbare, zorgvuldige en transparante overheid. Het team ondersteunt het gemeentebestuur, management en de organisatie bij het rechtmatig uitvoeren van gemeentelijke taken en het zorgvuldig omgaan met de belangen en rechten van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De werkzaamheden van Juridische Zaken bestaan uit juridische advisering, juridische kwaliteitszorg, privacybescherming, behandeling van Woo-verzoeken, coördinatie van klachten en de ondersteuning van de onafhankelijke commissie bezwaarschriften. Door deze taken centraal te organiseren wordt kennis geborgd, worden juridische risico's beperkt en wordt geleerd van bezwaar-, klacht- en beroepsprocedures. Dit draagt bij aan de voortdurende verbetering van de dienstverlening en besluitvorming. Privacy en gegevensbescherming De gemeente verwerkt dagelijks persoonsgegevens. Juridische Zaken draagt zorg voor een zorgvuldige uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en andere privacywetgeving, waaronder de Wet politiegegevens (Wpg) waar deze van toepassing is. Binnen Juridische Zaken zijn zowel de Privacy Officer als de Functionaris Gegevensbescherming (FG) gepositioneerd. De Privacy Officer ondersteunt de organisatie bij het toepassen van privacywetgeving in de dagelijkse praktijk, onder andere door het uitvoeren van risicoanalyses (DPIA's), het beheren van het register van verwerkingen, het adviseren over nieuwe projecten en digitale toepassingen en het begeleiden van datalekken. De onafhankelijk opererende Functionaris Gegevensbescherming houdt toezicht op de naleving van privacywetgeving en adviseert gevraagd en ongevraagd over verbeteringen. Juridische kwaliteitszorg Juridische kwaliteitszorg richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van gemeentelijke besluitvorming en dienstverlening. Juridische adviseurs ondersteunen de organisatie met advies bij complexe juridische vraagstukken, beleidsontwikkeling, contracten, mandaten en bestuursrechtelijke procedures. Signalen uit bezwaarzaken, klachten, Woo-verzoeken en rechterlijke uitspraken kunnen worden gebruikt om werkprocessen te verbeteren en herhaling van fouten te voorkomen. Door kennisdeling, advisering en het analyseren van trends draagt Juridische Zaken bij aan een lerende organisatie waarin rechtmatigheid, zorgvuldigheid en dienstverlening hand in hand gaan. Commissie bezwaarschriften Inwoners en organisaties die het niet eens zijn met een besluit van de gemeente kunnen tegen een besluit bezwaar maken. De onafhankelijke commissie bezwaarschriften adviseert het gemeentebestuur over de afhandeling van bezwaren. Juridische Zaken verzorgt het secretariaat van de commissie en bewaakt een zorgvuldige en tijdige afhandeling van bezwaarschriften. Daarbij wordt - in samenspraak met de teams waar de besluiten zijn genomen - nadrukkelijk ingezet op informele aanpak en vroegtijdig contact met bezwaarmakers wanneer dat passend is. Dit kan leiden tot snellere oplossingen, meer begrip over en weer en minder formele procedures. Uit het jaarverslag van de commissie worden leerpunten en verbetermaatregelen afgeleid die worden benut voor de verdere versterking van de juridische kwaliteit van de organisatie. Klachtenbehandeling De klachtencoördinator ondersteunt de organisatie bij de behandeling van klachten van inwoners en organisaties over de wijze waarop de gemeente heeft gehandeld. Een zorgvuldige klachtenafhandeling draagt bij aan het herstel van vertrouwen en biedt tegelijkertijd waardevolle inzichten voor verbetering van processen en dienstverlening. Klachten worden daarom niet alleen individueel afgehandeld, maar ook geanalyseerd om patronen, risico's en ontwikkelpunten binnen de organisatie zichtbaar te maken. Wet open overheid (Woo) Openheid en transparantie vormen belangrijke uitgangspunten van de overheid. De Woo-coördinator ondersteunt de organisatie bij de uitvoering van de Wet open overheid. De Woo-coördinator bewaakt de wettelijke termijnen, ondersteunt vakafdelingen bij de afhandeling van verzoeken en bevordert een uniforme werkwijze binnen de organisatie. Wat willen we bereiken? 81  Rechtmatige, transparante en kwalitatief hoogwaardige besluitvorming.  Zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en verdere versterking van privacybewustzijn binnen de organisatie.  Tijdige en zorgvuldige afhandeling van bezwaar-, klacht- en Woo-procedures.  Leren van juridische procedures en signalen uit de praktijk om dienstverlening en processen continu te verbeteren.  Een open overheid die voldoet aan de eisen van de Wet open overheid en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Wat gaan we concreet doen in 2027? Voor 2027 zien wij meerdere ontwikkelingen waarop de aandacht komt te liggen, namelijk:  de toenemende impact van AI en algoritmen op privacy en gegevensbescherming,  verdere verbetering van de kwaliteit van dienstverlening vanuit juridische kwaliteitszorg, onder meer door  het benutten van data uit bezwaren, klachten en Woo-verzoeken voor organisatiebrede kwaliteitsverbetering. 5.3.5 Financiën Kern voor een solide financiële functie is een stabiele en betrouwbare financiële administratie. Om het risico op dubbele of onjuiste betalingen zoveel mogelijk te beperken, zijn binnen de gemeente het betaalproces en de bijbehorende interne controles zorgvuldig ingericht. De werking van deze controles wordt periodiek gemonitord en waar nodig verbeterd. Daarnaast streven we ernaar facturen van leveranciers binnen de afgesproken betalingstermijnen te voldoen. Hiermee borgen we een rechtmatig, betrouwbaar en efficiënt financieel proces. Wat gaan we concreet doen in 2027? In 2027 zetten we iRapportage verder in voor het ontwikkelen van op maat gemaakte overzichten en analyses voor de verschillende bestuurlijke en ambtelijke gremia. Hiermee verbeteren we de beschikbaarheid en toegankelijkheid van relevante stuurinformatie. 5.3.6 Planning en Control Planning & Control vormt de basis voor een doelmatige en rechtmatige besturing van de gemeente. Het omvat de cyclus van plannen, uitvoeren, monitoren en verantwoorden van beleid, activiteiten en financiële middelen. Door middel van instrumenten zoals de begroting, tussentijdse rapportages en de jaarrekening krijgt de gemeenteraad inzicht in de voortgang van de gestelde doelen en de inzet van middelen. Een goede Planning & Control-cyclus is belangrijk omdat deze bijdraagt aan transparantie, tijdige bijsturing en een betrouwbare financiële huishouding. Hiermee kunnen we onze maatschappelijke opgaven effectief uitvoeren en verantwoording afleggen aan de gemeenteraad en inwoners. Binnen de planning en control cyclus hebben we continu aandacht voor het toepassen van de uitgangspunten van het financiële beleid zoals risicobeheersing in relatie tot het weerstandsvermogen, hoe om te gaan met inzet van externe financiering, de financieringsplanning en een sluitende begroting/meerjarenbegroting. Daarbij speelt de interne beheersing van de processen en de rechtmatigheid in de uitvoering (inclusief interne controle daarop) een belangrijke rol. Wat gaan we concreet in 2027 doen? Na het verkiezingsjaar 2026 kunnen we voor het jaar 2027 de "reguliere" P&C-cyclus volgen. Dat betekent dat wij u de jaarstukken 2026, minimaal één voortgangsrapportage 2027, de Kadernota 2028-2031 en de begroting 2028-2031 zullen aanbieden. In overleg met de raad gaan we de doorontwikkeling van de P&C cyclus een vervolg geven. We starten met de informatiewaarde van de begroting. Op welke wijze kan die verder verstrekt worden? Resultaten daarvan implementeren wij in de begroting 2028-2031. In juli 2026 stelde de raad diverse geactualiseerde nota's m.b.t. het financieel beleid vast. Met name op het gebied van risicomanagement en treasury vraagt dat nadere implementatie. Die implementatie vindt in 2027 plaats. 82 5.3.7 Rechtmatigheidsverantwoording Sinds de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording legt het college zelfstandig verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. De rol van de accountant is daarmee gewijzigd: de accountant geeft niet langer afzonderlijk een oordeel over de financiële rechtmatigheid, maar betrekt de door het college opgestelde rechtmatigheidsverantwoording in het getrouwheidsoordeel over de jaarrekening. Daarmee ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het onderbouwen en aantoonbaar maken van de financiële rechtmatigheid nadrukkelijker bij het college en de gemeentelijke organisatie. Met ingang van verslagjaar 2025 is het wettelijke kader verder aangescherpt en verduidelijkt. De gemeenteraad stelt een verantwoordingsgrens vast van maximaal 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden worden daarbij gezamenlijk beoordeeld. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt, naast de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening, nadere informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid en over maatregelen om geconstateerde rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen. Wat gaan we concreet in 2027 doen? Onrechtmatigheden zijn de laatste jaren geconstateerd op het onderdeel van het rechtmatig aanbesteden. Voor boekjaar 2026 en verder zijn ook de Europese drempelbedragen verder aangescherpt. Dit veroorzaakt dat de gemeente eerder moet aanbesteden dan in eerdere jaren. Hierdoor loopt de gemeente een verhoogd risico op de juiste wijze van aanbesteden. Voor de verdere ontwikkeling ligt de aandacht daarom niet uitsluitend op het vaststellen of afwijkingen boven of onder de verantwoordingsgrens blijven. Belangrijker is dat de rechtmatigheidsverantwoording wordt benut als onderdeel van de bredere cyclus van risicomanagement, interne beheersing en periodieke managementinformatie. 5.3.8 Misbruik en oneigenlijk gebruik Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) hebben betrekking op het onterecht verkrijgen of gebruiken van gemeentelijke middelen, regelingen of voorzieningen. Bij misbruik is sprake van het bewust verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie om financieel voordeel te behalen. Bij oneigenlijk gebruik wordt gehandeld binnen de letter van de regelgeving, maar niet in overeenstemming met de bedoeling ervan. Het is belangrijk om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen en tijdig te signaleren. Dit draagt bij aan een rechtmatige besteding van publieke middelen, het behoud van draagvlak voor gemeentelijke regelingen en het vertrouwen van inwoners in de overheid. Het interne beleid rond misbruik & oneigenlijk gebruik is vastgelegd in de nota Misbruik & Oneigenlijk gebruik gemeente Epe 2024. Deze nota wordt eind 2026 geactualiseerd. Wat gaan we concreet in 2027 doen? De grootste risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik doen zich voor bij processen waarbij de gemeente in belangrijke mate afhankelijk is van gegevens die door inwoners, instellingen of bedrijven worden aangeleverd. Dit betreft met name de verstrekking van Wmo- en jeugdhulpvoorzieningen, subsidies, vergunningen, identiteitsdocumenten en inkoop- en aanbestedingstrajecten. Daarnaast vragen privacy, gegevensbeveiliging en integriteitsrisico's blijvende aandacht. Om deze risico's te beheersen zetten we in op een combinatie van preventieve en repressieve maatregelen. Belangrijke maatregelen zijn heldere regelgeving, controle van aangeleverde gegevens, functiescheiding, toepassing van het vier-ogenprincipe, periodieke interne controles en gerichte monitoring van risicovolle processen. Waar nodig worden aanvullende controles uitgevoerd en wordt gebruikgemaakt van instrumenten zoals de Wet Bibob. Bij geconstateerd misbruik worden passende maatregelen getroffen, waaronder terugvordering, naheffing of het intrekken van verleende beschikkingen. Voor 2027 ligt de focus op het verder versterken van de interne beheersing binnen de meest risicovolle processen, waaronder zorg, subsidies en aanbestedingen, zodat misbruik en oneigenlijk gebruik tijdig worden voorkomen, gesignaleerd en aangepakt 83 5.3.9 Huisvesting De werkzaamheden rondom de huisvesting lopen conform planning en verwachting. De raadzaal is voorzien van een nieuwe klimaatinstallatie, ‘de ring’ op de eerste verdieping is verbouwd naar multifunctionele commissiekamer en de onderzoeken naar een herinrichting van de raadzaal worden uitgevoerd. De huisvesting blijft in ontwikkeling om de organisatie passend te faciliteren, zo zien we groei in diverse teams wat vraagt om een herziening van het kantoorconcept. Daarnaast worden mogelijkheden verkend om het gemeentehuis efficiënter of alternatief te gebruiken. Dit zijn ontwikkelingen die verder onderzoek en uitwerking nodig hebben, de financiële impact hiervan zullen wij t.z.t. voorleggen. Wat gaan we concreet doen in 2027? Er is overeenstemming bereikt met Triada als ontwikkelaar van de 25 sociale huurwoningen in de aanbouw. Dit resulteert in definitieve plannen voor de ontvlechting, deze plannen zijn inmiddels uitgewerkt en vergund. De werkzaamheden voor de ontvlechting en de transformatie van de aanbouw worden in 2027 opgestart. De herinrichting van de raadzaal zal, na besluitvorming in de gemeenteraad, in 2027 worden opgestart. De herinrichting van het kantoor en de archiefdepots van NOVA zal, na besluitvorming bij gemeente Hattem en Heerde, worden gerealiseerd. 5.3.10 Inkoop en aanbesteding In aanvulling op landelijke en Europese regelgeving hebben we intern een inkoopbeleid opgesteld. Hierin is vastgelegd hoe we met onderhandse en meervoudige aanbestedingen omgaan. Medewerkers die het mandaat hebben om in te kopen, worden daarbij ondersteund door richtlijnen, formats en procedures. Wat gaan we concreet doen in 2027? Uit de interne controle blijkt dat in enkele gevallen de Europese aanbestedingsregels niet of niet volledig juist zijn toegepast. Om het risico op onrechtmatigheden verder te beperken, zijn verbetermaatregelen ingezet. Deze richten zich onder andere op het beter bewaken van de inkoopdrempelbedragen en de daarbij behorende aanbestedingsprocedure, het verder implementeren en actualiseren van het contractenregister en het toepassen van het vierogenprincipe bij de factuurafhandeling. Met deze maatregelen wordt de rechtmatigheid, transparantie en beheersing van het inkoop- en betaalproces verder versterkt. 84 6 | Verbonden partijen 6.1 Inleiding De paragraaf verbonden partijen geeft inzicht in de relaties en verbindingen van de gemeente met verbonden partijen. Van een ‘verbonden partij’ is sprake wanneer er vanuit de gemeente bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en wanneer er financiële belangen mee gemoeid zijn.  Onder bestuurlijk belang wordt verstaan het hebben van een zetel in het bestuur van de verbonden partij of het hebben van stemrecht.  Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeentemiddelen ter beschikking heeft gesteld (en die ze is in geval van faillissement van de verbonden partij kwijt kan zijn) en/of in geval dat er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij er verhaal op de gemeente kan plaatsvinden. 6.2 Beleidskaders Het beleid ten aanzien van de verbonden partij is vastgelegd in de Nota verbonden partijen (2023). 6.3 Beheersing risico’s De verbonden partijen van de gemeente Epe lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Op basis van de in de nota verbonden partijen 2023 opgenomen risicoanalysemodellen wordt per partij bezien hoeveel bestuurlijk (inhoudelijk) en financieel belang er is en hoeveel risico er wordt gelopen. Op basis van beide analyses wordt tweemaal per jaar het risicoprofiel bepaald. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel belang bij een verbonden partij, hoe intensiever de sturing. Er zijn drie risicoprofielen: Basispakket Verbonden partijen waarbij de gemeente een laag bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Basispakket. De gemeenteraad wordt over verbonden partijen in dit pakket geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening. Pluspakket Verbonden partijen waarbij de gemeente een gemiddeld bestuurlijk of financieel risico loopt worden ingedeeld in het Pluspakket. Aanvullend op het Basispakket wordt de gemeenteraad ook bij de voortgangsrapportage geïnformeerd over deze verbonden partijen, zo nodig ook met een informatienota. Daarnaast zal de bestuurlijke en ambtelijke overleg frequentie met deze verbonden partijen hoger zijn dan bij de partijen in het basispakket. Tot slot worden deze verbonden partijen ook periodiek geagendeerd in het college. Plusplus pakket Verbonden partijen waarbij de gemeente een hoog bestuurlijk en financieel risico loopt worden ingedeeld in het Plusplus pakket. Aanvullend op het Pluspakket wordt het bestuurlijke en ambtelijke overleg nog verder geïntensiveerd met deze verbonden partijen. 6.4 Overzicht verbonden partijen Op basis van regelgeving volgt hierna het overzicht van bestaande verbonden partijen. Daarin wordt per partij de voorgeschreven informatie verschaft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die geen eigen vermogen hebben is het financieel belang van de gemeente gelegen in de verplichting om bij te springen als er financiële problemen ontstaan bij de verbonden partij. Omdat die op begrotingsbasis niet zijn in te schatten staat bij die gemeenschappelijke regelingen € 0 als financieel belang. 6.4.1 Gemeenschappelijke regelingen Omgevingsdienst Veluwe Volledige naam Omgevingsdienst Veluwe (ODV) Vestigingsplaats Apeldoorn Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam Wijze van belang Lid dagelijks bestuur 85 Omgevingsdienst Veluwe Openbaar belang Het behandelen van aanvragen voor vergunningen in het kader van het omgevingsrecht, het toetsen van meldingen, het toezicht houden op en handhaven van de milieuaspecten van de Omgevingswet. Daarnaast adviseert ODVeluwe gemeenten en provincie bij de opstelling van beleid en bij specifieke ontwikkel- of uitvoeringsprojecten op het gebied van ruimtelijke ordening, circulariteit en duurzaamheid. Prognose 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 24.452 € 24.452 Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,35 mln. € 0,35 mln. Vreemd vermogen van de verbonden partij € 3,6 mln. € 3,7 mln. Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 1.154.000 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 De begroting zal in basis het karakter dragen van een beleidsarme financiële begroting. van de verbonden partij Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 1.193.000 € 1.250.000 € 1.292.000 bijdrage aan verbonden partij GGD Volledige naam GGD Noord- en Oost-Gelderland Vestigingsplaats Warnsveld Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam Wijze van belang Lid dagelijks bestuur Openbaar belang GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij de GGD NOG zijn aangesloten. Prognose o.b.v. begroting 2027 1 jan. 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 120.000 € 111.000 Eigen vermogen van de verbonden partij € 2.700.000 € 2.500.000 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 6.734.000 € 6.634.000 Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 836.033 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 GGD NOG voert voor de gemeente Epe de jeugdgezondheid 4-19 uit. Daarnaast zijn er taken voor de van de verbonden partij algemene gezondheid, onder andere infectieziektebestrijding. De GGD NOG biedt gemeenten inzicht in de gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeenten. De Bestuursagenda 2023-2027 geeft beeld en richting aan de inzet van GGD NOG en de gemeenten. De deelnemende gemeenten maken de komende tijd keuzes over de inrichting van de jeugdgezondheidszorg in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Deze besluitvorming heeft een belangrijke impact op de toekomstige positionering van de GGD in de publieke infrastructuur en de inrichting van de organisatie in 2027. Risicoprofiel Laag (basispakket) Boekjaar 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 866.130 € 899.389 € 933.926 bijdrage aan verbonden partij Lucrato Volledige naam Werkbedrijf Lucrato Vestigingsplaats Apeldoorn Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam Wijze van belang Lid dagelijks bestuur Openbaar belang Het bieden van werkplekken, onder aangepaste omstandigheden binnen een beschutte werkomgeving, voor inwoners met een arbeidshandicap (SW- en beschut werk medewerkers) en het ondersteunen naar werk (re-integratie) van inwoners die onder de Participatiewet vallen. Prognose o.b.v. begroting 2027 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 919.360 € 919.360 Eigen vermogen van de verbonden partij € 5.746.000 € 5.746.000 86 Lucrato Vreemd vermogen van de verbonden partij € 4.262.000 € 5.892.000 Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 5.691.000 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 De gemeente Epe werkt in de gemeenschappelijke regeling Lucrato samen met de gemeenten Apeldoorn van de verbonden partij en Heerde. De gemeentelijke opdracht aan Werkleerbedrijf Lucrato richt zich op 4 doelgroepen inwoners: 1) Inwoners met een SW-dienstverband; 2) Inwoners met arbeidsperspectief die vallen onder de brede doelgroep van de Participatiewet; 3) De doelgroep Beschut Werken; 4) Tijdelijk in dienst nemen van ADS- medewerkers. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 5.490.828 € 5.435.186 € 5.309.690 bijdrage aan verbonden partij Noord-Veluws Archief Volledige naam Noord-Veluws Archief Vestigingsplaats Elburg Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie Wijze van belang Lid bestuur Openbaar belang Het uitvoeren van het bepaalde in de Archiefwet 1995 en het vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis door het opbouwen en beheren van een brede collectie (regionaal) historische bronnen en deze op een actieve wijze dienstbaar maken voor het publiek. Medio september 2025 is er nog geen geprognotiseerde balans 2026 1 januari 2027 31 december 2027 beschikbaar Financieel belang van de gemeente € 8.682 € 8.682 Eigen vermogen van de verbonden partij € 82.684 € 82.684 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 140.000 € 100.000 Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 210.180 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 Het Noord-Veluws Archief (NoVA) zorgt voor betrouwbare informatie en maakt die duurzaam zichtbaar ten van de verbonden partij dienste van de samenleving en is de herkenbare erfgoedpartner die bijdraagt aan transparantie, rechtszekerheid en kennisdeling over het heden en verleden van de regio Noord-Veluwe. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 210.180 € 210.180 € 210.180 bijdrage aan verbonden partij PlusOV Volledige naam Basismobiliteit Vestigingsplaats Lochem Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie Wijze van belang Lid van het bestuur (voorzitter) Openbaar belang Doelgroepen prettig en efficiënt vervoeren wanneer er geen vervoersalternatief is. Prognose 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 10.775 € 10.741 Eigen vermogen van de verbonden partij € 89.809 € 89.809 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.981.639 € 1.972.955 Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 1.664.275 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 In 2027 wordt er verder gekeken naar de wijze waarop besparingen gerealiseerd kunnen worden, hierbij van de verbonden partij worden de eerste resultaten al in 2026 verwacht. Daarnaast wordt er gestreefd naar het verbeteren van de 87 PlusOV interne organisatie en het verhogen van de kwaliteit van het vervoer. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 1.734.669 € 1.811.740 € 1.899.571 bijdrage aan verbonden partij . Regio Stedendriehoek Volledige naam Gemeenschappelijke regeling regio Stedendriehoek Vestigingsplaats Apeldoorn Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam Wijze van belang Lid bestuur Openbaar belang Belangenbehartiging op gebied van ruimtelijke ordening en landschapsontwikkeling, volkshuisvesting, sociaaleconomische ontwikkeling en arbeidsvoorziening, verkeer en vervoer, milieu, onderwijs en welzijn en recreatie. O.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025 Financieel belang van de gemeente € 94.273 € 93.497 Eigen vermogen van de verbonden partij € 757.252 € 1.268.649 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 2.424.089 € 2.394.449 Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij € 0 Financiële gemeentelijke € 275.357 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 Voor 2027 richt de regionale samenwerking zich op: van de verbonden partij - Het vaststellen van het ontwikkelperspectief 2050 en de vertaling ervan in een uitvoeringsprogramma en regionale investeringsagenda. - Het versterken van de innovatiekracht binnen onze regio door het opleveren van een gedragen kennis en innovatieagenda safe society | smart development, terwijl gelijktijdig wordt gewerkt aan het (op)bouwen van kansrijke ecosystemen. - De uitvoering van afspraken uit de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030, inclusief het opleveren van de herijkte uitvoeringsagenda. - Het uitvoeren van de Regio Deal Sterker in 3D waarbij de toegekende projecten ‘versnellers’ voor de opgaven in de uitvoeringsagenda zijn. - Inzet lobby, communicatie en bovenregionale samenwerking gericht op externe profilering, stimuleren van samenwerking binnen en buiten de regio met als doel de samenwerking met het Rijk, provincies en Brussel te versterken en het vinden van additionele financiële middelen. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 287.724 € 300.658 € 314.187 bijdrage aan verbonden partij Tribuut Volledige naam Tribuut belastingsamenwerking Vestigingsplaats Epe Vorm Gemeenschappelijke regeling: bedrijfsvoeringsorganisatie Wijze van belang Vice voorzitter bestuur Openbaar belang Het uitvoeren van de gemeentelijke belastingen en Wet waardering onroerende zaken. Prognose 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 32.000 € 32.000 Eigen vermogen van de verbonden partij € 0,4 mln. € 0,4 mln. Vreemd vermogen van de verbonden partij € 0 € 0 Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 808.000 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 De beoogde samenvoeging van de twee gemeenten Aalten en Oude IJsselstreek per 1 januari 2027 aan de van de verbonden partij gemeenschappelijke regeling Tribuut soepel te laten verlopen. Daarnaast zal een speerpunt voor 2027 zijn om geautomatiseerde werkstromen verder te ontwikkelen. Niet alleen intern, maar ook de gegevensuitwisseling met de deelnemende gemeenten meer te automatiseren. Verder zal Tribuut zich verder ontwikkelen in het beveiligen van informatie. Risicoprofiel laag (basispakket) 88 Tribuut 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 837.000 € 869.000 € 902.000 bijdrage aan verbonden partij Veiligheidsregio Volledige naam Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Vestigingsplaats Apeldoorn Vorm Gemeenschappelijke regeling: openbaar lichaam Wijze van belang Lid algemeen bestuur Openbaar belang De VNOG werkt samen met de gemeenten aan veiligheid, door zich sterk te maken voor de kwaliteit en efficiency van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit alles met als doel: veilig en gezond, wonen, werken en recreëren. Prognose 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 0,9 mln € 0,7 mln. Eigen vermogen van de verbonden partij € 22,3 mln. € 18,4 mln. Vreemd vermogen van de verbonden partij € 92,0 mln. € 87,7 mln. Verwacht financieel van de verbonden partij € 0 resultaat Financiële gemeentelijke € 2.533.100 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 De missie van de VNOG is: 'Samen werken aan veiligheid'. Vanuit het beleidsplan 2025-2028 zijn de van de verbonden partij maatschappelijke ontwikkelingen en trends bepaald. Daarbij is verkend met welke (nieuw) uitdagingen VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe de VNOG hier zich bij kan positioneren. Het thema weerbare en veerkrachtige samenleving heeft landelijk een hoge vlucht genomen, gelet op de mondiale en hybride dreiging. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 2.594.300 € 2.595.100 € 2.615.000 bijdrage aan verbonden partij 6.4.2 Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Volledige naam Bank Nederlandse Gemeenten N.V. Vestigingsplaats Den Haag Vorm Vennootschap Wijze van belang Algemene Vergadering van Aandeelhouders Openbaar belang Bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang O.b.v. jaarrekening BNG 2025 1 januari 2025 31 december 2025 Financieel belang van de gemeente € 152.000 € 152.000 Eigen vermogen van de verbonden partij € 4.777 mln. € 4.777 mln. Vreemd vermogen van de verbonden partij €123.164 mln. € 110.701 mln. Verwacht financieel resultaat van de verbonden partij p.m. 172 mln. Financiële gemeentelijke n.v.t. bijdrage 2026 Beleidsvoornemens 2027 BNG streeft niet naar winstmaximalisatie, maar naar maatschappelijke impact en een redelijk van de verbonden partij rendement voor de aandeelhoudende overheden. BNG publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t n.v.t. n.v.t bijdrage aan verbonden partij Circulus Volledige naam Circulus B.V. Vestigingsplaats Apeldoorn 89 Circulus Vorm Vennootschap Wijze van belang Algemene vergadering Openbaar belang Afvalverwijdering en straatreiniging Prognose 1 januari 2027 31 december 2027 Financieel belang van de gemeente € 1.033.812 € 1.108.920 Eigen vermogen van de verbonden partij € 20.800.000 € 23.403.000 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 46.917.000 € 36.637.000 Verwacht financieel van de verbonden partij € 1.312.000 resultaat Financiële gemeentelijke In het kader van reinigings- en inzamelingsopdracht (DVO) € 5 mln. bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 Gebaseerd op de meerjarenstrategie 2025-2028 ("Duurzaam & dichtbij") streeft Circulus naar een van de verbonden partij duurzame, circulaire en inclusieve leefomgeving door optimaal hergebruik van grondstoffen, kwalitatief beheer van de openbare ruimte en bevordering van sociale participatie, in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten. Bedrijfseconomisch is Circulus, naast het beheersen van de stijgende kosten, volop bezig om tijdig te kunnen beschikken over nieuw (elektrisch) materieel. Risicoprofiel laag (basispakket) 2028 2029 2030 Jaarlijkse gemeentelijke € 5,2 mln. € 5,5 mln. 5,7 mln. bijdrage aan verbonden partij . Leisurelands Volledige naam Leisurelands B.V. Vestigingsplaats Arnhem Vorm Vennootschap Wijze van belang Algemene vergadering Openbaar belang Openbare toegankelijkheid dagrecreatieterrein Kievitsveld Op basis van jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025 Financieel belang van de gemeente € 6.705 € 6.705 Eigen vermogen van de verbonden partij € 84.762.000 € 87.135.000 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 17.409.000 € 19.319.000 Verwacht financieel van de verbonden partij € 2.373.000 resultaat Financiële gemeentelijke n.v.t. bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 Leisurelands wil mensen de deur uit laten gaan en steeds opnieuw laten ervaren hoe onverwacht mooi, van de verbonden partij leuk en actief je kunt recreëren in het buitengebied van Nederland. Dat wordt bereikt met moderne en aantrekkelijke recreatiegebieden waar iedereen welkom is om te komen beleven en bewegen. Als maatschappelijke onderneming in de regio Oost Nederland wil Leisurelands een wezenlijke bijdrage leveren aan het welzijn van zowel onze bezoekers als de ondernemers. De nadruk ligt meerjarig op investeren in de kwaliteit van de gebieden van Leisurelands en dat klaar maken voor 2030. Risicoprofiel laag (basispakket) 2027 2028 2029 Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t. n.v.t. n.v.t. bijdrage aan verbonden partij OMVV Volledige naam Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V. Vestigingsplaats Arnhem Vorm Vennootschap Wijze van belang Algemene vergadering Openbaar belang Revitalisering vakantieparken o.b.v. jaarrekening 2025 1 januari 2025 31 december 2025 Financieel belang van de gemeente € 1.536 € 1.536 90 OMVV Eigen vermogen van de verbonden partij € 6.518.336 € 5.664.513 Vreemd vermogen van de verbonden partij € 32.925 € 15.123 Verwacht financieel van de verbonden partij € -848.375 resultaat Financiële gemeentelijke € 8.000 bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 Het realiseren van een toekomstbestendig toeristisch vitaal aanbod van vakantieparken, dat een sterke van de verbonden partij schakel vormt in het toeristisch-recreatieve aanbod van de Veluwe. De OMVV heeft een ontwikkeltaak met financiële mogelijkheden om het aankopen, tijdelijk beheren of verkopen van een vakantiepark mogelijk te maken. Financiële mogelijkheden betreffen garanties, leningen en bijdragen met als voorwaarden dat een substantieel deel lokaal wordt gecofinancierd. Risicoprofiel laag (basispakket) 2027 2028 2029 Jaarlijkse gemeentelijke € 8.000 nntb nntb bijdrage aan verbonden partij . Vitens Volledige naam Vitens N.V. Vestigingsplaats Zwolle Vorm Vennootschap Wijze van belang Algemene vergadering Openbaar belang Het beschikbaar stellen van voldoende betrouwbaar drinkwater. obv jaarrekening Vitens 2025 1 januari 2025 31 december 2025 Financieel belang van de gemeente € 35.000 € 35.000 Eigen vermogen van de verbonden partij € 713,6 mln. € 809,1 mln. Vreemd vermogen van de verbonden partij € 1.684,8 mln € 1.846,0 mln. Verwacht financieel van de verbonden partij p.m. resultaat Financiële gemeentelijke n.v.t. bijdrage 2027 Beleidsvoornemens 2027 De ambitie van Vitens is een duurzaam drinkwaterbedrijf zijn, maatschappelijk verankerd, met een van de verbonden partij positieve impact op mens en natuur. Vitens streeft naar een duurzaam drinkwatersysteem, ontwikkeld in cocreatie met onze omgeving. Deze ambitie is uitgewerkt in de strategie ‘Elke druppel duurzaam’. Vitens publiceert geen begroting. Daarom zijn de cijfers van jaarrekening 2025 opgenomen. Risicoprofiel laag (basispakket) 2027 2028 2029 Jaarlijkse gemeentelijke n.v.t. n.v.t. n.v.t. bijdrage aan verbonden partij 91 7 | Grondbeleid 7.1 Beleidskaders Het grondbeleid is in september 2024 vastgesteld door de raad in de Nota Grondbeleid 2024. 7.2 Grondbeleid in Epe Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van het collegeakkoord en de volgende programma’s in de programmabegroting:  Ruimte en wonen (programma 5).  Bedrijvigheid (programma 9). Het grondbeleid in de gemeente Epe is situationeel, dit betekent dat de gemeente per ruimtelijke ontwikkeling bepaalt welke gemeentelijke rol en inzet het beste past. De voorwaarden worden bepaald door de Omgevingsvisie, de Woonagenda en het omgevingsplan. Bij elk ruimtelijk initiatief wordt de afweging gemaakt op basis van ambitie, prioriteit, risico en de gewenste regie om actief grondbeleid, actief faciliterend of faciliterend grondbeleid te voeren. De gemeente Epe beschikt over een voorraad aan (eigen) grond die kan worden ontwikkeld. Dit is ontstaan door (actief) verwerven of doordat de grond (historisch) al in eigendom bij de gemeente was. Een deel van deze gronden is opgenomen in grondexploitaties en zullen nadat ze bouwrijp zijn gemaakt, als bouwterrein worden uitgegeven door verkoop. Daarnaast geldt voor een deel van de gronden dat de ontwikkelingen nog in voorbereiding zijn. 7.3 Grondexploitaties 7.3.1 Voortgang van de exploitaties Kweekweg VI Epe De verwachting is dat de bouwgrondexploitatie aan het einde van 2027 wordt afgesloten. Onherroepelijk  Het plan Oosterhof Zuid (woningbouw) wordt gebouwd en de eerste woningen zijn in 2025 opgeleverd.  Het plan Griseeweg (woningbouw) is gebouwd en is in 2026 opgeleverd.  Het plan Kloosterhof Oene (woningbouw) wordt gebouwd.  Het plan Sprengenparc (woningbouw) is nog niet uitvoering Aankomende exploitaties  Het plan ’t Slath (woningbouw) is in voorbereiding. Aankomende bouwlocaties  Het plan Royal Vaassen Kopermolen (woningbouw) is in de ruimtelijke fase.  Voor het plan Zuukerenk (woningbouw) is de intentieovereenkomsten met de ontwikkelaars ondertekend. Voor het plan Kerkenland is ook de anterieure overeenkomst getekend.  Het plan Eekterveld IV (bedrijventerrein) is in de beroepsfase, plan is vastgesteld en grondexploitatie is geopend. 7.3.2 Parameters grondexploitatiebegrotingen Bij de actualisatie van de grondexploitatiebegrotingen per 31 augustus 2026 van de plannen van het grondbedrijf zijn de volgende parameters gehanteerd: • Kostenstijging: 4,5% per jaar • Opbrengstenstijging: - bedrijfsterrein: 2% per jaar - bouwterrein voor woningen: 3,5% per jaar • Rekenrente: 0,10% per jaar 7.3.3 Tussentijdse winst- en verliesnemingen Met zekerheid in de plannen gerealiseerde winsten moeten (op grond van voorschriften) tussentijds worden overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie. Op 30 juni 2026 zijn de volgende tussentijdse winsten overgeboekt naar de reserve bouwgrondexploitatie: 92 Winst- en Plan verliesneming De Pirk-Noord -€ 59 Oosterhof Zuid -€ 4.979 Kweekweg VI -€ 1.097 * - = nadelig; + = voordelig Als uit een grondexploitatiebegroting blijkt, dat er een verlies op een plan ontstaat, wordt dit verlies direct ten laste van de reserve bouwgrondexploitatie gebracht. 7.3.4. Cijfers geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers weergegeven van de grondexploitatiebegrotingen per 30 juni 2026. boekwaarde verwacht eind- jaar Plan 30-6-2026* resultaat grexen* afsluiting plan De Pirk-Noord + € 13.202 - € 770 2026 Kweekweg VI + € 10.598 + € 3.229 2026 Oosterhof Zuid + € 487 -€ 68.331 2027 Eekterweg - € 395.356 * - = nadelig; + = voordelig De grondexploitatiebegrotingen worden gebruikt voor het berekenen van de benodigde reserve bouwgrondexploitatie. 7.4 Reserve bouwgrondexploitatie Voor het afdekken van de risico’s van de bouwgrondexploitatie is een reserve bouwgrondexploitatie gevormd. Het te hanteren model voor het berekenen van de reserve bouwgrondexploitatie is opgenomen in de Nota Grondbeleid 2024. De benodigde reserve bouwgrondexploitatie bedraagt per 30 juni 2026 € 1,77 miljoen en de reservestand is hiermee voldoende. 93 8 | Open Overheid 8.1 Inleiding Publicatie De gemeente Epe werkt aan een open en transparante overheid. Aan de implementatie van de Wet open overheid (Woo) is de afgelopen jaren hard gewerkt en ook voor een belangrijk deel gerealiseerd. De eerste tranche van de verplichte actieve openbaarmaking is ingevoerd en de processen voor de behandeling van Woo-verzoeken zijn binnen de organisatie geborgd. Hierbij gaat het om de volgende categorieën: 1. Wetten en algemeen verbindende voorschriften; beschikbaar op: lokaleregelgeving.overheid.nl en www.officielebekendmakingen.nl/gemeenteblad 2. Overige besluiten van algemene strekking; beschikbaar op: overheid.nl 3. Informatie over de organisatie en werkwijze; beschikbaar op: www.epe.nl 4. Bereikbaarheidsgegevens; beschikbaar op: organisaties.overheid.nl 5. Vergaderstukken en verslagen van de Kamers en verenigde vergadering der Staten- Generaal; beschikbaar op: overheid.nl Voor de resterende categorieën van actieve openbaarmaking zijn de benodigde voorbereidingen en technische voorzieningen al voor een groot deel getroffen. De voorbereidingen worden doorgezet, zodat de verdere implementatie kan plaatsvinden zodra hiervoor landelijke verplichtingen, standaarden en invoeringsdata definitief zijn vastgesteld. Besteding middelen Voor de uitvoering van de Woo ontvangen gemeenten zowel incidentele als structurele middelen, die separaat voor de Woo zijn gebudgetteerd. De middelen zijn bestemd en ook begroot voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. Daarnaast ontvangen gemeenten structurele middelen voor de uitvoering van de wet. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en onderhoud van de systemen. Woo-contactpersoon en coördinator Het aanwijzen van een Woo-contactpersoon is een verplichting die volgt uit artikel 4.7 van de Woo. De aanwijzing van een Woo-contactpersoon en Woo-coördinator heeft in de gemeente Epe plaatsgevonden binnen de eenheid Juridische Zaken. Het aanwijzen van een Woo-coördinator betreft overigens geen formeel aanwijzingsbesluit. Openbaarmaking De openbaarmaking van Woo-verzoeken en convenanten vindt plaats via de OpenWoo.app. Voor raadsvergaderingen wordt Notubiz gebruikt. Wat gaan we doen in 2027? In 2027 ligt de nadruk op het onderhouden en verder verbeteren van de ingerichte processen, het versterken van de kwaliteit van de informatiehuishouding en het bevorderen van een organisatiecultuur waarin openheid en transparantie vanzelfsprekend zijn. Daarmee blijft de gemeente voorbereid op toekomstige verplichtingen vanuit de Woo en worden inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zo goed mogelijk geïnformeerd. 94 Financiële begroting 95 A. Overzicht van baten en lasten in de begroting Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat: de baten, de lasten en het saldo per programma. 1. de algemene dekkingsmiddelen. 2. de kosten van de overhead. 3. verwachte heffing voor de vennootschapsbelasting. 4. het bedrag voor onvoorzien. 5. het totaal saldo van baten en lasten. 6. toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma. 7. het geraamde resultaat. 96 (bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030 Programma’s Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 1. Opgroeien in Epe 865 20.989 -20.124 729 20.548 -19.819 740 20.465 -19.724 740 20.820 -20.080 2. Actief in Epe 995 6.256 -5.261 995 5.951 -4.956 995 6.059 -5.063 995 6.264 -5.269 3. Zorg en opvang 7.772 24.999 -17.228 2.694 19.640 -16.945 2.781 17.910 -15.128 1.486 16.423 -14.937 4. Leefbaar en veilig 103 4.742 -4.640 3 4.516 -4.514 3 4.517 -4.514 3 4.522 -4.519 5. Ruimte en wonen 5.523 7.204 -1.681 5.623 7.410 -1.787 5.623 7.409 -1.786 5.623 8.459 -2.836 6. Epe op orde 1.436 10.820 -9.384 1.436 10.151 -8.715 1.436 11.168 -9.733 1.436 11.361 -9.925 7. Duurzaamheid 11.273 11.714 -440 11.558 11.714 -155 11.558 11.714 -155 11.558 11.639 -80 8. Toezicht en handhaving 36 1.004 -968 36 984 -948 36 984 -948 36 984 -948 9. Bedrijvigheid 295 1.546 -1.251 295 1.539 -1.244 295 1.539 -1.244 295 1.489 -1.194 10. Weer aan het werk 9.613 18.873 -9.260 9.340 18.419 -9.078 9.340 18.454 -9.114 9.340 18.200 -8.860 11. Bestuur en organisatie 826 5.424 -4.598 787 7.148 -6.361 559 9.027 -8.468 449 11.061 -10.612 Subtotaal saldo programma's 38.737 113.572 -74.835 33.498 108.021 -74.523 33.367 109.246 -75.878 31.963 111.222 -79.259 Algemene dekkingsmiddelen: - Lokale heffingen 9.460 563 8.897 9.699 592 9.107 9.933 624 9.309 10.173 657 9.516 - Algemene uitkering 78.885 - 78.885 78.774 - 78.774 79.312 - 79.312 82.422 - 82.422 - Dividend 125 - 125 125 - 125 125 - 125 125 - 125 - Saldo financieringsfunctie 442 116 326 165 173 -8 5 371 -366 5 669 -664 - Overige algemene dekkingsmiddelen - - - - - - - - - - - - Subtotaal algemene dekkingsmiddelen 88.912 679 88.233 88.763 765 87.998 89.376 995 88.380 92.726 1.326 91.399 Overheadkosten 145 16.367 -16.223 145 16.446 -16.302 145 16.474 -16.329 145 16.241 -16.096 Heffing Vennootschapsbelasting - - - - - - - - - - - - Onvoorzien - 140 -140 - 140 -140 - 140 -140 - 140 -140 Geraamde totaal saldo van baten en lasten 127.794 130.758 -2.965 122.405 125.372 -2.967 122.888 126.855 -3.967 124.833 128.930 -4.096 Mutaties in reserves: 1: Opgroeien in Epe 904 996 -92 1.503 623 880 956 623 333 761 623 138 2: Actief in Epe 23 127 -104 23 473 -450 150 138 12 333 94 240 3: Zorg en opvang 4.036 3.614 422 540 147 393 540 147 393 170 147 23 4: Leefbaar en veilig - - - - - - - - - - - - 5: Ruimte en wonen 1.781 3.181 -1.400 9 1.050 -1.041 9 1.050 -1.041 9 - 9 6: Epe op orde 1.113 1.289 -176 81 197 -115 81 197 -115 81 197 -115 97 (bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030 Mutaties in reserves: 7: Duurzaamheid 66 66 - - - - - - - - - - 8: Toezicht en handhaving - - - - - - - - - - - - 9: Bedrijvigheid - 38 -38 - 38 -38 - 38 -38 - 38 -38 10: Weer aan het werk 66 153 -88 - 153 -153 - 153 -153 - 153 -153 11: Bestuur en organisatie 894 894 - 548 548 - 548 548 - 548 548 - 12: Algemene dekkingsmiddelen 9.166 5.046 4.120 1.446 -784 2.230 1.266 -784 2.050 1.126 -784 1.910 Overhead 886 566 320 -531 290 -821 -414 236 -650 -609 241 -850 Totaal mutaties in reserves 18.934 15.969 2.965 3.619 2.735 885 3.136 2.346 790 2.419 1.256 1.163 Geraamde resultaat 146.728 146.728 0 126.025 128.107 -2.082 126.024 129.200 -3.177 127.253 130.186 -2.933 98 B. Toelichting op het overzicht baten en lasten De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat: 1. Een toelichting op de mutaties per programma 2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen: lokale heffingen 3. Inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentages. 4. Het overzicht van de incidentele baten en lasten en de structurele ruimte met toelichting. 5. Het overzicht van de structurele mutaties in de reserves met toelichting 1. Toelichting op de mutaties per programma Hierin geven we inzicht in de baten en lasten per afzonderlijk programma en een analyse van de verschillen tussen de begrote bedragen in de vorige en de huidige begroting. Dit betreffen de baten en lasten, uitgaande van het bestaande beleid. De ‘budgetaanpassingen’ als gevolg van de voortzetting van bestaand beleid zijn per programma toegelicht. Bijlage 4 geeft inzicht in de lasten en baten per taakveld. 2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen Dit overzicht bevat de belastingen die we vrij mogen besteden en de kosten die we daarvoor maken. Een toelichting op de belastingopbrengsten staat in de paragraaf lokale heffingen. bedragen x € 1.000 Onderwerp Realisatie 2025 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2026 2027 2028 2029 2030 Onroerendezaakbelasting 7.249 7.427 7.640 7.879 8.113 8.353 Precariobelasting 176 153 180 180 180 180 Forensenbelasting 407 411 476 476 476 476 Toeristenbelasting 1.035 1.037 1.105 1.105 1.105 1.105 Opbrengst algemeen 57 58 60 60 60 60 Totaal bruto-opbrengst 8.923 9.085 9.460 9.699 9.933 10.173 Kosten 590 607 563 592 624 657 Totaal netto-opbrengst 8.334 8.478 8.897 9.107 9.309 9.516 3. Het inzicht in de gehanteerde prijzen, lonen en rentepercentage Bij het opstellen van deze (meerjaren)begroting zijn onderstaande percentages gehanteerd. De percentages van de autonome loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de meicirculaire 2026. Aanvullend hierop is een correctie toegepast op basis van het geactualiseerde percentage voor het lopende begrotingsjaar. Voor de prijsstijging wordt het imoc (inflatie materiële overheidsconsumptie) - percentage gehanteerd. Het Rijk hanteert dat namelijk ook bij de rijksbegroting en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor het rentepercentage (kort en lang) gebruiken we de verwachting voor 2027 en 2028 uit de 'Voorjaarsraming' van De Nederlandse Bank (DNB) uit juni 2026. Hierbij wordt het percentage voor 2028 als uitgangspunt genomen voor de structurele verwachting. Component 2027 2028 2029 2030 Prijsstijging 2,6% 2,6% 2,3% 2,5% Loonstijging 4,1% 3,9% 3,3% 3,2% Rente kort geld 2,8% 2,7% 2,7% 2,7% Rente lang geld 3,4% 3,5% 3,5% 3,5% 4. Overzicht van de incidentele baten en lasten en de structurele ruimte met toelichting Dit overzicht geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting op korte en langere termijn. - structureel evenwicht wil zeggen: de structurele lasten dekken we met structurele baten. - reëel evenwicht wil zeggen: de geraamde bedragen zijn volledig, realistisch en haalbaar. 99 Incidentele baten en lasten beïnvloeden het begrotingsresultaat. Dat is zichtbaar in onderstaand overzicht. De incidentele lasten zijn in 2027 hoger dan de incidentele baten. Hieruit volgt dat we de structurele lasten dekken met structurele baten. En dat daarmee voor 2027 sprake is van een structureel sluitende begroting. Voor de jaren na 2027 is de begroting niet structureel sluitend. bedragen x € 1.000 Programma 2027 2028 2029 2030 Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten 1. Opgroeien in Epe 92 - - - - - - - 2. Actief in Epe 300 - - - - - - - 3. Zorg en Opvang 6.525 6.337 60 - 60 - - - 4. Leefbaar en veilig 10 - - - - - - - 5. Ruimte en wonen 235 - 50 - 50 - - - 6. Epe op orde 1.305 - 250 - - - - - 7. Duurzaamheid - 1.400 - 1.050 - 1.050 - - 8. Toezicht en handhaving 10 - - - - - - - 9. Bedrijvigheid 58 - 50 - 50 - - - 10. Weer aan het werk - - - - - - - - 11. Bestuur en Organisatie 410 - 105 - - - - - Algemene dekkingsmiddelen - - - - - - - - Overhead 220 - - - - - - - Resultaatbestemming 15.614 16.505 2.457 1.206 2.096 677 1.001 199 Totaal 24.779 24.242 2.972 2.256 2.256 1.727 1.001 199 bedragen x € 1.000; Structurele ruimte 2027 2028 2029 2030 Geraamde resultaat - -2.082 -3.177 -2.933 Saldo incidentele baten / lasten 537 716 529 802 Gecorrigeerd saldo / structurele ruimte 537 -1.366 -2.648 -2.131 Toelichting onder de tabel incidentele baten en lasten: Uit het overzicht blijkt dat het begrotingsresultaat wordt beïnvloed door incidentele baten en lasten. De structurele lasten worden in 2027 gedekt door structurele baten. 100 Toelichting incidentele bedragen per programma ≥ € 50.000: Programma 1: · Uitvoering van het project opladers in het kader van preventie jeugdzorg Overige incidentele lasten zijn kleiner dan € 50.000 Programma 2: · Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties (0-meting, prioritering, afwegingskader) (lasten € 200.000) · Uitwerken van beleid op het gebied van sport en sportaccommodaties, mede op basis van de voorzieningenbehoefte (lasten € 100.000) Programma 3: · Uitgaven dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities (lasten € 128.000) · Uitvoeren van de vastgestelde uitvoeringsagenda inclusie en diversiteit (lasten € 60.000 in 2027, 2028 en 2029) · Opvang ontheemden uit Oekraïne (€ 6.337.000 lasten en baten) Programma 4: Geen incidentele lasten en baten binnen dit programma Programma 5: · Uitvoering woonagenda (lasten € 50.000) · Externe expertise voor opstellen omgevingsvisie en MER (lasten € 100.000) · Netcongestie: voor de begeleiding van de uitbreiding van het elektriciteitsnet wordt een projectteam opgezet (lasten € 50.000 in 2027, 2028 en 2029) Programma 6: · Zelf organiseren en uitvoeren van het faunabeheer in het gemeentebos door een eigen faunabeheerder (lasten € 50.000) · Uitvoering beleidsplan begraven, begraafplaatsen en gedenken (lasten € 55.000) · Uitvoering achterstanden onderhoud wegen (lasten € 1.050.000 in 2027 & € 250.000 in 2028) · Opstellen van een nieuwe beleidsnota integraal beheer openbare ruimte (lasten € 150.000) Programma 7: · Baten specifieke utikering realisatiestimulans waar storting in reserve realisatiestimulans tegenover staat (baten € 1.400.000 in 2027 & in de jaren 2028 & 2029 € 1.050.000) Programma 8: Incidentele lasten en baten binnen dit programma zijn kleiner dan € 50.000 Programma 9: · Uitvoeringsbudget recreatie en toerisme / evenementenbeleid (lasten € 50.000 in 2027, 2028 & 2029) Programma 10: Geen incidentele lasten en baten binnen dit programma Programma 11: · Wettelijke ontwikkelingen dienstverlening en digitalisering processen (lasten € 50.000) · Voldoen aan de nieuwe Archiefwet die ervan uitgaat dat gemeenten zoveel mogelijk digitaal werken (lasten € 105.000 in 2027 & in 2028) · Projectleider voor het ombuigingsproces met het oog op een sluitende begroting (lasten € 145.000) · Inzetten op de verbetering van de adressenkwaliteit (lasten € 110.000) Overhead: · Digitaal samenwerken en AI voor een toekomstbestendige en wendbare organisatie (lasten € 60.000) · Overige incidentele lasten zijn kleiner dan € 50.000 per post · Onderzoeksbudget voor passende huisvesting (lasten € 100.000) Resultaatbestemming: · Het grootste deel van de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves is incidenteel. De structurele toevoegingen en onttrekkingen zijn opgenomen in het overzicht van de geraamde structurele mutaties in de reserves (hieronder). De incidentele toevoegingen en onttrekkingen zijn opgenomen in bovenstaand overzicht. Het grootste deel van de mutaties heeft betrekking op de vrijval van een aantal reserves en de toevoeging hiervan aan de algemene reserve als gevolg van de wijziging in het financiële beleid. 101 5. Overzicht van de geraamde structurele mutaties in reserves met toelichting. Dit overzicht helpt bij de bepaling en de beoordeling van het structurele evenwicht in de begroting. bedragen x € 1.000 Naam reserve 2027 2028 2029 2030 Toev. Onttr. Toev. Onttr. Toev. Ontr. Toev. Onttr. Algemene reserve (inzet surplus) - 800 - - - - - - ICT-investeringen 105 - 28 28 - 168 5 - Hervorming jeugdzorg - 498 1.239 1.176 1.176 Renovatie kunst- en natuurgrasvelden 75 - 75 - 75 - 75 - BUIG-middelen 75 - 75 - 75 - 75 - Organisatieontwikkeling - 100 - 100 - 69 - - Herstel schade nutsbedrijven 100 - 100 - 100 - 100 - Dekking kapitaallasten - 1.031 - 1.046 - 1.046 - 1.044 Totaal structureel 355 2.429 278 2.413 250 2.459 255 2.220 C. Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting In de uiteenzetting van de financiële positie staan de gevolgen van het beleid dat in de begroting is opgenomen. De volgende onderwerpen komen aan de orde: 1. Financiële gevolgen van het bestaande beleid en het nieuwe beleid, zoals in de programma’s opgenomen 2. Vrijkomende eenmalige middelen 3. Investeringen (economisch/maatschappelijk nut) en vervanging/uitbreiding 4. Financiering 5. Stand en verloop van de reserves en voorzieningen 6. Geprognosticeerde begin- en eindbalans 7. EMU-Saldo 8. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen 1. Financiële gevolgen van het bestaande beleid en het nieuwe beleid zoals in de programma’s opgenomen De uitkomst van de jaarlijkse afweging in het kader van het begrotingsproces is samengevat in het volgende overzicht. Daarin staat de cumulatieve ontwikkeling van lasten en baten. In de bijlagen bij deze begroting staan daarop toelichtingen. Bedragen in € 1.000 2027 2028 2029 2030 1. Huidig saldo meerjarenbegroting 2026-2029 25 20 11 11 2. Effecten van autonome ontwikkelingen -161 310 311 798 3. Bedragen voor het op te nemen nieuw beleid Nieuw beleid deze meerjarenbegroting -2.752 -2.381 -3.393 -3.553 Nieuwe investeringen (structurele kapitaallasten) - -31 -106 -189 Saldo nieuw beleid -2.752 -2.412 -3.499 -3.742 Saldo meerjarenbegroting (incl. nieuw beleid) -2.888 -2.082 -3.177 -2.933 4. Financiële dekking Inzet algemene reserve 2.888 - - - Saldo financiële dekking 2.888 - - - Saldo meerjarenbegroting 2027-2030 - -2.082 -3.177 -2.933 102 2. Vrijkomende eenmalige middelen Jaarlijks worden de reserves doorgelicht bij de begroting. Financiële ruimte die in reserves aanwezig is, kan zodoende worden ingezet in de nieuwe begroting, ter dekking van (nieuwe) uitgaven. In de aanloop naar deze begroting is het financiële beleid geactualiseerd o.a. voor het omgaan met reserves (door vaststelling nieuwe nota reserves en voorzieningen in de raad). Het gevolg hiervan is dat een groot aantal reserves kan vrijvallen. De volgende reserves worden opgeheven en het saldo valt vrij ten gunste van de algemene reserve of (in een enkel geval) een andere reserve: Reserve Vrijkomend bedrag in euro Meubilair gymlokalen 87.000 Asbestsanering scholen 28.000 Risico's sociaal domein 2.352.000 Restauratie en onderhoud monumenten 49.000 Starterslening 724.000 Speelruimte 208.000 Omgevingswet en Wkb 888.000 Vervanging openbare verlichting 289.000 Overdracht fietspaden RGV 6.000 Vervanging bruggen 338.000 Herstel schade nutsbedrijven 460.000 Duurzaamheid 66.000 Minimabeleid 848.000 Participatie 267.000 Herstel- en stimuleringsagenda 346.000 Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen 144.000 Groot onderhoud pand Apeldoornseweg 25.000 Egalisatie winstuitkering Nuon 409.000 Verkoop 14 aandelen VNB 195.000 Aflossing achtergestelde lening Nuon 1.889.000 Aflossing achtergestelde lening Vitens 2.327.000 Generatiepact 548.000 Totaal 12.493.000 3. Investeringen Hieronder staat een totaaloverzicht van de investeringen uit het meerjareninvesteringsplan. Daarbij maken we onderscheid tussen investeringen met economisch nut, investeringen met economisch nut die worden betaald uit heffingen en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen. Een uitgebreid overzicht van de investeringen met een toelichting, staat in bijlage 3 | Investeringsplan. De geraamde investeringsbedragen zijn gebaseerd op de verwachte uitgaven, inclusief prijsindexering en eventueel niet te compenseren BTW (dat laatste speelt met name bij investeringen in onderwijsvoorzieningen). Volgens de regels van het BBV moeten investeringen worden geactiveerd en afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De rente- en afschrijvingskosten die hieruit voortkomen, zijn opgenomen in de begroting als 'kapitaallasten'. Voor investeringen die worden betaald uit reserves, wordt jaarlijks een bedrag onttrokken aan de daarvoor gevormde reserve dekking afschrijvingslasten. Hierdoor worden de afschrijvingslasten gedekt en hebben de afschrijvingslasten van deze investeringen geen invloed op het begrotingssaldo. Voor investeringen met economisch nut die worden betaald uit heffingen, zoals de investeringen uit het Gemeentelijk WatertakenPlan (GWP) voor de riolering, worden de kapitaallasten verwerkt in de tarieven. Ook de kapitaallasten van deze investeringen hebben daardoor geen invloed op het begrotingssaldo. Investeringsbedragen in mln. euro 2027 2028 2029 2030 Economisch nut 4,1 - 30,8 0,2 Economisch nut gedekt door heffingen 2,2 2,5 4,3 3,1 103 Investeringsbedragen in mln. euro 2027 2028 2029 2030 Maatschappelijk nut in openbare ruimte 3,9 10,5 5,9 5,0 Vervangingsinvesteringen 9,9 12,2 41,0 8,3 Uitbreidingsinvesteringen 0,3 0,8 - - Totale investeringen 10,2 13,0 41,0 8,3 Van bovenstaande investeringen wordt gedekt uit kapitaallasten reserve: 0,1 5,1 4,6 0,1 4. Financiering De toelichting staat in de paragraaf financiering. 5. Stand en verloop reserves en voorzieningen Het verloop van de reserves en voorzieningen staat in de bijlagen bij deze begroting. 6. Geprognosticeerde begin- en eindbalans Dit onderdeel bevat de verwachte begin- en eindbalans over het begrotingsjaar 2027 en de drie daaropvolgende jaren. bedragen x € 1.000 Activa balans Geprognosticeerde balans per ultimo 2025 2026 2027 2028 2029 2030 (im) Materiële vaste activa 85.967 101.800 106.000 112.900 129.800 140.700 Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekking - - - - - - Financiële vaste activa: Leningen 7.428 7.400 7.400 7.400 7.400 7.400 Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar 189 200 200 200 200 200 Totaal Vaste Activa 93.584 109.400 113.600 120.500 137.400 148.300 Voorraden: 370 400 400 400 400 400 Onderhanden werk en overige grond- en hulpstoffen Voorraden: - - - - - - Gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen Uitzettingen korter 1 jaar 26.815 22.000 11.000 2.500 500 500 Liquide middelen 5 - - - - - Overlopende activa 19.893 10.400 7.700 7.700 7.700 7.700 Totaal Vlottende Activa 47.083 32.800 19.100 10.600 8.600 8.600 Totaal activa 140.667 142.200 132.700 131.100 146.000 156.900 Passiva balans Geprognosticeerde balans per ultimo 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Eigen vermogen 102.162 92.600 89.700 88.600 87.600 86.300 Voorzieningen 13.603 13.400 6.800 6.100 6.400 6.600 Vaste schulden - - - 6.300 21.900 33.900 Totaal Vaste Passiva 115.765 106.000 96.500 101.000 115.900 126.800 Vlottende schulden 6.146 21.200 21.200 15.100 15.100 15.100 Overlopende passiva 18.756 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 Totaal Vlottende Passiva 24.902 36.200 36.200 30.100 30.100 30.100 Totaal passiva 140.667 142.200 132.700 131.100 146.000 156.900 Toelichting: Investeringen zijn geraamd in een betreffend jaar, maar realistisch gezien leidt dit in meerdere, opvolgende jaren tot uitgaven. Bij het bepalen van de materiële vaste activa is hier rekening mee gehouden. 104 7. EMU-saldo Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo opnemen. Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van overheidsfinanciën te bepalen. De Nederlandse overheid als geheel mag een begrotingstekort (EMU- saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Naast de rijksoverheid, hebben daar ook de decentrale overheden een aandeel hierin. Het aandeel van de gezamenlijke gemeenten is genormeerd op een tekort van 0,34%. Het Ministerie van BZK publiceert jaarlijks een lijst met de individuele referentiewaarden per gemeente. Voor Epe bedraagt voor 2027 de EMU- referentiewaarde € 6,9 miljoen. Dit bedrag is geen norm, maar geeft een indicatie voor het aandeel in de gezamenlijke tekortnorm. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar van ontvangsten en uitgaven op basis van transacties binnen een begrotingsjaar. Het ene jaar kan het EMU-saldo van de gemeente daarom een tekort vertonen en het andere jaar een overschot. Dit kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld schommelingen in de hoogte van de investeringen. bedragen in € 1.000 2026 2027 2028 2029 2030 1.(+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -1.247 -2.965 -2.967 -3.967 -4.096 2.(-/- Mutatie (im)materiële vaste activa 402 4 7 17 11 ) 3.(+) Mutatie voorzieningen -501 7 -1 0 0 4.(-/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) ) 5.(-/- Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële ) vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo -2.150 -2.963 -2.975 -3.984 -4.107 8. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Dit onderdeel bevat de zogenoemde jaarlijks terugkerende, aan arbeidskosten gerelateerde, verplichtingen van vergelijkbaar volume. Daaronder worden verstaan de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig dan wel voormalig personeel. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume via de exploitatie moeten lopen. Als de verplichtingen niet van een vergelijkbaar volume zijn, dan moet hiervoor een voorziening worden getroffen. Toepassing van deze voorschriften leidt tot de hieronder beschreven verwerkingswijze in de begroting: 1. Salariskosten Voor het begroten van de jaarlijkse salariskosten wordt uitgegaan van trede 10 van de functieschaal (organieke raming). De toelagen en vergoedingen worden individueel begroot. 2. Wettelijke en cao-verplichtingen Medewerkers waarvan het contract niet wordt verlengd hebben recht op een WW-uitkering. Medewerkers die op grond van artikel 10 van de Cao Gemeenten worden ontslagen, hebben doorgaans recht op een WW-uitkering en kunnen ook recht hebben op een aanvullende uitkering én een na-wettelijke uitkering, die gekoppeld is aan het recht op WW. Vanaf 2020 bestaat ook de verplichting vanuit de wet tot het uitkeren van een transitievergoeding. De genoemde uitkeringen worden, voor zover deze kunnen worden voorzien, in de begroting opgenomen en gedekt door een onttrekking aan de reserve langdurige ziekte/voormalig personeel. 3. Wachtgelden wethouders In 2022 is voor de verplichting tot het uitbetalen van wachtgelden en voortgezette uitkeringen bij invaliditeit aan voormalige wethouders, zoals bepaald in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA), een voorziening gevormd. De uitbetaalde uitkeringen worden onttrokken aan deze voorziening. 105 4. Pensioenen wethouders Voor pensioenen van wethouders is een voorziening getroffen. Op basis van de opbouw van de pensioenrechten, jaarlijks berekend door een extern bureau, en waarde-indexering wordt de voorziening aangepast. De regering heeft besloten dat met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel ook de APPA-pensioenafspraken van politieke ambtsdragers in een pensioenfonds ondergebracht moeten worden. Naar verwachting zal de gemeente per 1 januari 2028 de verplichtingen overdragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Tot 31 december 2027 zal de gemeente een voorziening voor de pensioenaanspraken van oud-wethouders in stand houden. Vanaf 2028 zijn de lasten van de af te dragen pensioenpremie aan het ABP begroot. 5. Regeling Generatiepact De regeling Generatiepact biedt medewerkers vanaf 62 jaar de mogelijkheid om een bepaald percentage minder te gaan werken waarbij een deel van het salaris en pensioenopbouw behouden blijft. In het kader van verlofharmonisatie is besloten om deze regeling na 2026 niet te verlengen. Toetreding tot deze regeling is dus niet meer mogelijk na 2026, maar de regeling blijft wel gelden voor de dan deelnemende medewerkers. De lasten van deze regeling zijn begroot voor de ingeschatte deelnemers per 31 december 2026. 6. Ziekte en arbeidsongeschiktheid De gemeente is verantwoordelijk voor doorbetaling, verzuimbegeleiding en re-integratie van de zieke medewerkers en oud-medewerkers, die ziek uit dienst gaan of binnen 4 weken na uitdiensttreding ziek worden. Als een medewerker 2 jaar ziek is, kan deze in aanmerking komen voor een WIA-uitkering (Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen). Er zijn twee soorten WIA-uitkeringen: - IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledige Arbeidsongeschikten), waarvoor de gemeente niet de lasten draagt, en - WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) uitkering, waarvoor de gemeente 10 jaar aansprakelijk is. De gemeente Epe heeft de voor de WGA-uitkeringen een (her)verzekering met een particuliere verzekeraar afgesloten ter beperking van de financiële risico's. De lasten van de ZW- en WGA-uitkeringen, verzuimbegeleiding en re-integratie zijn voor de bekende gevallen begroot. Deze lasten worden gedekt door een onttrekking uit de reserve Langdurig zieken/voormalig personeel. 7. Individueel Keuze Budget (IKB) Dit is een budget dat per maand wordt opgebouwd en waarvoor de volgende bronnen worden gebruikt: de eindejaarsuitkering, de vakantie-uitkering, de levensloopbijdrage en bovenwettelijke vakantiedagen. De medewerker bepaalt gedurende het jaar zelf waar hij het budget voor in wil zetten. In de maand december wordt uitbetaald wat nog resteert in het budget. 8. Verkoop verlofuren Naast de koop van verlof-uren biedt het IKB ook de mogelijkheid tot verkoop van bovenwettelijke verlofuren. Dit kan tot maximaal 72 uren voor een voltijds medewerker. 9. Verlofsparen In de CAO is sinds 1 januari 2022 de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen in het kader van vitaliteit. Medewerkers kunnen hun bovenwettelijke vakantie-uren sparen en het opgebouwde spaarverlof inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Er is een voorziening gevormd voor de verplichting die hieruit ontstaat. 10. RVU Medewerkers kunnen gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). De medewerker gaat dan uit dienst en heeft recht op een (maandelijkse) ontslagvergoeding. Op dat moment ontstaat een financiële verplichting (tegenover de oud-medewerker en de fiscus). Hiervoor wordt een voorziening opgenomen. 106 Toelichting mutaties programma 1 | Opgroeien in Epe Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 19.316 19.255 20.462 20.058 19.959 19.867 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 527 490 505 953 Lasten totaal 19.316 19.255 20.989 20.548 20.465 20.820 Baten bestaand beleid 1.163 929 865 729 740 740 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.163 929 865 729 740 740 Saldo -18.153 -18.327 -20.124 -19.819 -19.724 -20.080 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -527 specificatie hiervan is opgenomen in programma 1 van deel 1. · De hoogte van enkele aangevraagde subsidies is hoger door o.a. loon- en prijsstijgingen en taakverschuivingen. -119 · De kosten van jeugdwetvervoer stijgen, omdat het vervoersvolume toeneemt en door de stijging van de NEA-index. Met ingang -70 van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen. · De kosten voor jeugdzorg stijgen door indexatie (€ 431.000). Dit bedrag bestaat voor een deel uit de reguliere indexatie van de -431 raming t.o.v. de begroting 2026 jeugdzorg (€ 321.000). Daarnaast is voor 2027 een hogere indexatie op de kosten van de zorgaanbieders verwerkt, wat ten opzichte van de gehanteerde gemeentelijke index leidt tot een aanvullende kostenstijging van € 110.000. · De vraag naar jeugdzorg is geactualiseerd op basis van de meest actuele gegevens. Het structurele effect van de toename van -830 de jeugdzorgkosten 2025 is hierin ook meegenomen. Voor 2027 is geen rekening gehouden met een groei in volume, omdat er een onderzoek loopt naar de jeugdzorgproducten. Afhankelijk van de uitkomst kan de begroting worden bijgesteld. · Dit bedrag is opgenomen voor de doorontwikkeling van de jeugdzorgproducten Behandeling, Dagbehandeling en Wonen & -90 Verblijf. · In de exploitatie was het budget voor speelvoorzieningen als onderhoud geraamd. Het gaat - in lijn met het beleidsplan - echter 153 om een klein deel onderhoud en de rest van het budget betreft investeringen (MIP). De onderhoudslasten zijn vervallen in de nieuwe begroting. Tegenover dit voordeel staan de afschrijvingslasten van de investeringen in speelvoorzieningen, die zijn opgenomen in het investeringsplan. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 271 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. Baten: · Geen verschil te verklaren. 107 Toelichting mutaties programma 2 | Actief in Epe Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.501 6.115 6.031 5.831 5.831 5.631 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 225 120 227 632 Lasten totaal 5.501 6.115 6.256 5.951 6.059 6.264 Baten bestaand beleid 1.259 970 995 995 995 995 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.259 970 995 995 995 995 Saldo -4.242 -5.146 -5.261 -4.956 -5.063 -5.269 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -225 specificatie hiervan is opgenomen in programma 2 van deel 1. · De hoogte van enkele begrote subsidies is hoger door o.a. loon- en prijsstijging, stijging in het aantal aanvragen en deels -194 wegvallen van specifieke uitkeringen. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 343 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. Baten: · Geen verschil te verklaren. 108 Toelichting mutaties programma 3 | Zorg en opvang Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 22.837 23.567 24.819 19.460 17.730 16.243 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 180 180 180 180 Lasten totaal 22.837 23.567 24.999 19.640 17.910 16.423 Baten bestaand beleid 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 8.393 7.213 7.772 2.694 2.781 1.486 Saldo -14.444 -16.353 -17.228 -16.945 -15.128 -14.937 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -180 Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 3 van deel 1. · De kosten voor huishoudelijke ondersteuning nemen in 2027 ten opzichte van 2026 toe met € 375.000. Jaarlijks wordt -375 rekening gehouden met een volumegroei van 5% als gevolg van een stijgende zorgvraag. In de meerjarenprognose was hiervoor reeds € 208.000 opgenomen. Daarnaast is voor 2027 een hogere indexatie van zorgaanbieders verwerkt (3,74%), wat ten opzichte van de gehanteerde gemeentelijke index leidt tot een aanvullende kostenstijging van € 55.000. · De lasten voor Wmo-dagbesteding stijgen met € 170.000. Het aantal inwoners dat gebruikmaakt van dagbesteding neemt toe -170 door een vergrijzende samenleving, welke langer zelfstandig thuis blijven wonen. Binnen de doelgroep is sprake van een verschuiving van reguliere Wmo-dagbesteding naar voorliggende voorzieningen, waaronder de buurtpunten. Om de beschikbare capaciteit van deze voorzieningen beter te benutten zijn aanvullende middelen benodigd. · De kosten voor Wmo individuele begeleiding nemen toe met € 639.000. In 2025 bleek de groei van het aantal cliënten -639 aanzienlijk hoger dan geraamd. Waar rekening was gehouden met een groei van 3,13%, bedroeg de werkelijke stijging 11,7%. Deze hogere instroom werkt structureel door in de begroting (€ 273.000). Daarnaast wordt voor 2027 uitgegaan van een verdere volumegroei van 7% (€ 228.000). Ook leidt een hogere indexatie van zorgaanbieders tot extra kosten (€ 53.000). · De lasten voor de uitvoering van de Wet inburgering dalen met € 100.000. De begroting 2026 was gebaseerd op het 100 kostenniveau van 2024. Op basis van het contract met gemeente Apeldoorn in 2025 zijn de uitvoeringskosten neerwaarts bijgesteld. · De lasten nemen met € 170.000 af als gevolg van een gewijzigde bekostigingssystematiek voor de SPUK Inburgering en 170 Onderwijsroute. De afzonderlijke uitkeringen zijn samengevoegd en een deel van de financiering vindt voortaan plaats op basis van prestaties. Hierdoor vallen zowel de beschikbare middelen als de bijbehorende uitgaven lager uit. · De vraag naar overige WMO zorg is geactualiseerd op basis van de realisatie van 2025 en groei vanuit historisch perspectief. -175 Hierdoor nemen de kosten toe zowel in volume als in prijs. · De lasten voor vraagafhankelijk vervoer en vervoer naar dagbesteding dalen met € 90.000. De bijdrage voor vraagafhankelijk 90 vervoer stijgt de komende jaren minder dan verwacht ten opzichte van voorgaande prognoses door bewuster reisgedrag. Dit geldt ook voor dagbestedingsvervoer omdat er beter gestuurd wordt op inzet en het gebruik. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding wat effect kan hebben op de kosten. · De bijdrage aan regionale voorzieningen voor huiselijk geweld en kindermishandeling neemt toe met € 88.000. In de -88 meerjarenraming was reeds rekening gehouden met hogere lasten van € 31.000 in 2027. Op basis van nieuwe regionale afspraken en een gewijzigde kostenverdeelsystematiek valt de gemeentelijke bijdrage hoger uit dan eerder geraamd. · Vanuit het Rijk is de SPUK mentale gezondheid ontvangen. In 2026/2027 wordt regionaal en lokaal verkend welke -170 aanvullende inzet nodig is om de sociale basis op het gebied van mentale gezondheid te versterken en de druk op de GGZ te verminderen. De uitkomsten van deze verkenning vormen de basis voor eventuele aanvullende activiteiten en inzet in 2027. De beschikbare SPUK-middelen worden hiervoor ingezet. · De lasten voor de opvang van Oekraïense ontheemden nemen met € 628.000 toe. De begroting is geactualiseerd op basis -628 van realisatie van voorgaand jaar. Tegenover deze hogere lasten staan hogere rijksvergoedingen. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 879 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. 109 Baten: · De baten nemen met € 170.000 toe door de ontvangst van de SPUK Mentale Gezondheid. Deze middelen worden ingezet 170 voor de uitvoering van het regionale transformatieplan mentale gezondheid. Tegenover deze hogere inkomsten staan gelijkwaardige lasten. · De baten uit de SPUK Inburgering en Onderwijsroute nemen met € 170.000 af. Dit wordt veroorzaakt door een gewijzigde -170 landelijke verdeelsystematiek waarbij een groter deel van de financiering afhankelijk is van gerealiseerde prestaties. · De baten nemen met € 628.000 toe door hogere vergoedingen van het Rijk voor de opvang van Oekraïense ontheemden. 628 Deze hogere inkomsten hangen samen met de actualisatie van de geraamde opvangkosten. 110 Toelichting mutaties programma 4 | Leefbaar en veilig Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 3.268 4.062 4.447 4.408 4.409 4.429 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 295 108 108 93 Lasten totaal 3.268 4.062 4.742 4.516 4.517 4.522 Baten bestaand beleid 70 3 103 3 3 3 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 70 3 103 3 3 3 Saldo -3.198 -4.059 -4.640 -4.514 -4.514 -4.519 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -295 specificatie hiervan is opgenomen in programma 4 van deel 1. · Verhoging gemeentelijke bijdrage (incl. demarcatieregeling) aan de VNOG 2027. -221 · Mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse -373 van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. · In het begrote bedrag 2026 zit een restantbudget overgeheveld uit 2025 t.b.v. het onderhoud brandkranen en brandputten. In de 239 begroting 2027 komt deze niet meer terug. Baten: · Van de provincie Gelderland worden middelen ontvangen voor het ondersteunen van leefbaarheidsinitiatieven gericht op sociale 100 verbondenheid, sport, kunst en cultuur. De verwachte uitgaven en inkomsten zijn voor de jaren 2026 en 2027 opgenomen. Vanaf 2028 vervallen deze middelen. 111 Toelichting mutaties programma 5 | Ruimte en wonen Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Lasten totaal 5.871 9.506 7.204 7.410 7.409 8.459 Baten bestaand beleid 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 5.417 5.209 5.523 5.623 5.623 5.623 Saldo -454 -4.296 -1.681 -1.787 -1.786 -2.836 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Er zijn diverse incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige 952 uitgaven uit 2026. · Mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een -304 analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. · In de begroting 2026 was meerjarig rekening gehouden met de oplevering van 19 woonunits. Uiteindelijk zijn er 9 geplaatst 99 waardoor de lasten lager zijn dan begroot. · In de begroting 2027 zijn de meest actuele uitkomsten van de grondexploitatieberekeningen opgenomen. Dit leidt tot een 1.463 verschil ten opzichte van de begroting 2026 in zowel de lasten als de baten. Baten: · De raming leges omgevingsvergunningen is in 2027 hoger. We verwachten in 2027 een aantal grote bouwplannen te 367 vergunnen. · In de begroting 2027 zijn de meest actuele uitkomsten van de grondexploitatieberekeningen opgenomen. Dit leidt tot een -1.463 verschil ten opzichte van de begroting 2026 in zowel de lasten als de baten. · In 2027 wordt een uitkering van de SPUK-uitkering Realisatiestimulans verwacht van €1,4 miljoen. De verwachte uitkering 1.400 wordt toegevoegd aan de reserve. In de begroting 2026 was nog geen rekening gehouden met een uitkering van de SPUK- uitkering Realisatiestimulans. 112 Toelichting mutaties programma 6 | Epe op orde Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 9.531 9.876 10.415 9.717 9.499 9.520 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 405 433 1.669 1.840 Lasten totaal 9.531 9.876 10.820 10.151 11.168 11.361 Baten bestaand beleid 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 1.489 1.315 1.436 1.436 1.436 1.436 Saldo -8.042 -8.561 -9.384 -8.715 -9.733 -9.925 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -405 Een specificatie hiervan is opgenomen in programma 6 van deel 1. · Een voordeel van € 831.000 ontstaat doordat in 2026 eenmalige budgetten beschikbaar zijn. In 2027 zijn deze budgetten dus 831 niet geraamd. Het gaat om toekomstbestendig groen (€ 177.000), begraven (€ 319.000), vitaal landelijk gebied (€ 238.000) en uitvoering beleidsplan klimaatadaptatie (€ 94.000). · Mutaties in kapitaallasten (€ 205.000) en in de toerekening van personele kosten (€ -27.000) leiden tot een mutatie op dit 176 programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. · In de meerjarenbegroting 2026-2029 (onderdeel nieuw beleid) is besloten om voor achterstanden onderhoud wegen het -1.050 budget in 2027 incidenteel te verhogen. · Dit betreft de indexatie van het onderhoud in de openbare ruimte. -283 · In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan begraven vastgesteld en de budgetten zijn op basis daarvan -153 bijgesteld. Dit resulteert in een aanpassing van de lasten, waaronder een storting in de voorziening. Een nadere toelichting op begraafrechten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen Baten: · In oktober 2025 heeft de gemeenteraad een nieuw beleidsplan begraven vastgesteld. Op basis hiervan zijn de tarieven 160 bijgesteld. Een nadere toelichting op begraafrechten is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen 113 Toelichting mutaties programma 7 | Duurzaamheid Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0 Lasten totaal 9.891 10.654 11.714 11.714 11.714 11.639 Baten bestaand beleid 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 0 0 0 0 Baten totaal 10.395 11.680 11.273 11.558 11.558 11.558 Saldo 504 1.026 -440 -155 -155 -80 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Er zijn hogere lasten grondstoffeninzameling. Belangrijke oorzaken zijn onder andere hogere belastingen op afvalverbranding, -264 stijgende transportkosten, schommelende marktprijzen voor grondstoffen en strengere eisen aan recycling. Hier staan deels hogere tarieven tegenover, zie de paragraaf lokale heffingen voor een nadere toelichting grondstoffeninzameling. · De lasten van de tijdelijke regeling capaciteit voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) zijn op basis van het nieuw beleid hoger. -523 Daarnaast zijn de lasten verhoogd in verband met de aanpassing van de financieringsvorm vanuit het Rijk. In de vorige begroting werd dit nog verstrekt als specifieke uitkering, maar inmiddels loopt dit via de algemene uitkering uit het gemeentefonds (baten op programma algemene dekkigsmiddelen). Om het totaal van de middelen die ontvangen worden van het Rijk beschikbaar te houden voor duurzaamheid, is de lastenraming in de begroting bijgesteld. · Voor de uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma zijn de lasten verhoogd. Daar tegenover staan hogere inkomsten -160 vanuit de SPUK Nationaal Isolatie Programma. Per saldo staan de baten en lasten van dit programma budgetneutraal in de begroting. · In januari 2026 is het Gemeentelijk Watertakenplan 2026-2030 vastgesteld. De financiële effecten hiervan waren nog niet in de -89 begroting 2026 verwerkt. De hogere lasten voor 2027 worden volgens plan opgevangen uit de voorziening Riolering. Baten: · Op de tijdelijke regeling capaciteit klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ontstaat op dit programma een nadeel. Dit wordt -947 veroorzaakt doordat vanuit het Rijk een verschuiving heeft plaatsgevonden van specifieke uitkering naar algemene uitkering gemeentefonds (waardoor de baten nu in programma 12 worden verantwoord). Daarnaast is er een voordeel (€ 160.000) op de middelen nationaal isolatie programma. · De verwachte opbrengsten uit riolering (rioolheffing) zijn op basis van de tarieven 2027 omhoog bijgesteld. Daarnaast vindt 488 een ontrekking uit de voorziening riolering plaats. Zie de paragraaf lokale heffingen voor een verdere toelichting op de kostendekkendheid rioolheffing. 114 Toelichting mutaties programma 8 | Toezicht en handhaving Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 na wijziging Lasten bestaand beleid 793 868 1.026 1.026 1.026 1.026 Lasten nieuw beleid - - - - - - Lasten totaal 793 868 1.026 1.026 1.026 1.026 Baten bestaand beleid 15 88 36 36 36 36 Baten nieuw beleid - - - - - - Baten totaal 15 88 36 36 36 36 Saldo -778 -779 -990 -990 -990 -990 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Geen verschil te verklaren. Baten: · Geen verschil te verklaren. 115 Toelichting mutaties programma 9 | Bedrijvigheid Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 1.444 1.546 1.268 1.261 1.261 1.211 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 278 278 278 278 Lasten totaal 1.444 1.546 1.546 1.539 1.539 1.489 Baten bestaand beleid 375 244 295 295 295 295 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 375 244 295 295 295 295 Saldo -1.069 -1.302 -1.251 -1.244 -1.244 -1.194 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -278 specificatie hiervan is opgenomen in programma 9 van deel 1. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026. 222 Baten: · Geen verschil te verklaren. 116 Toelichting mutaties programma 10 | Weer aan het werk Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 17.496 18.098 18.945 18.490 18.526 18.272 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - -71 -71 -71 -71 Lasten totaal 17.496 18.098 18.873 18.419 18.454 18.200 Baten bestaand beleid 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 9.350 8.800 9.613 9.340 9.340 9.340 Saldo -8.146 -9.298 -9.260 -9.078 -9.114 -8.860 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een 71 specificatie hiervan is opgenomen in programma 10 van deel 1. · De lasten voor bijstandsuitkeringen nemen in 2027 toe met € 870.000. Bij de voortgangsrapportage 2026 is de raming verhoogd -870 vanwege een stijgend aantal inwoners dat een beroep doet op een uitkering op grond van de Participatiewet. Daarnaast leiden loon- en prijsontwikkelingen tot hogere uitkeringslasten. Deze ontwikkeling zet naar verwachting door in 2027. · De lasten voor loonkostensubsidies stijgen met € 114.000. Steeds meer inwoners worden met behulp van een -114 loonkostensubsidie begeleid naar werk. Door de groei van het aantal verstrekte subsidies nemen de uitgaven toe. · De lasten nemen met € 136.000 toe vanwege de uitvoering van de regeling Energiearmoede. Voor de jaren 2026 en 2027 wordt -136 subsidie verstrekt voor ondersteuning van huishoudens die te maken hebben met energiearmoede. Op basis van een plan van aanpak wordt het bereik van de doelgroep vergroot. Tegenover deze hogere lasten staan gelijkwaardige inkomsten vanuit het Rijk. · De lasten voor schuldhulpverlening nemen met € 110.000 af. De begroting is geactualiseerd op basis van de realisatiecijfers 110 over 2025, aangevuld met een opslag voor verwachte groei en indexatie. Sinds de gewijzigde uitvoering van de regeling in 2023 kan een betrouwbaardere prognose worden opgesteld, waaruit een hogere kostenraming volgt. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 134 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. Baten: · De baten uit de BUIG-uitkering nemen in 2027 met € 670.000 toe. De raming is gebaseerd op de verwachte rijksbijdrage voor de 670 uitvoering van de Participatiewet, waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringscijfers uit voorgaande jaren. Het uiteindelijke resultaat wordt verrekend met de reserve BUIG en heeft daardoor geen effect op het begrotingssaldo. · De baten nemen met € 136.000 toe door de ontvangst van een specifieke uitkering van het Rijk voor de uitvoering van de 136 regeling Energiearmoede. Tegenover deze hogere inkomsten staan gelijkwaardige lasten voor de uitvoering van de regeling. 117 Toelichting mutaties programma 11 | Bestuur en organisatie Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Lasten totaal 5.959 5.093 5.424 7.148 9.027 11.061 Baten bestaand beleid 715 750 826 787 559 449 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 715 750 826 787 559 449 Saldo -5.244 -4.343 -4.598 -6.361 -8.468 -10.612 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · In 2027 is de totale bijdrage aan de verbonden partij VNG € 48.000 hoger. -53 · In 2027 zijn er extra kosten i.v.m. dubbele verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschappen. -50 · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en -125 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. Baten: · Geen verschil te verklaren. 118 Toelichting mutaties Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 587 692 819 870 1.030 1.226 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - - 35 105 240 Lasten totaal 587 692 819 905 1.135 1.466 Baten bestaand beleid 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 85.347 83.699 88.912 88.763 89.376 92.726 Saldo 84.760 83.007 88.093 87.857 88.240 91.259 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Op dit programma komt het renteresultaat tot uitdrukking. De mutatie heeft nagenoeg volledig betrekking op de toegerekende -153 rente aan activa. In deze begroting is het rentepercentage voor toerekening aan activa (de renteomslag) lager (0,0%) dan in 2026 (0,1%). Omdat in deze begroting geen sprake is van toegerekende rente, maar in de Begroting 2026 wel sprake was van toegerekende rente, ontstaat een nadeel. In bijlage 6 is de berekening van het renteresultaat opgenomen. Baten: · De externe rentebaten stijgen, doordat er sprake is van een liquiditeitsoverschot. Er zal meer externe rente worden ontvangen 137 op het saldo bij 's Rijksschatkist. · De raming van de algemene uitkering voor 2027 is gebaseerd op de meicirculaire 2026. De algemene uitkering in de begroting 2026 is gebaseerd op de meicirculaire 2025. De toename van de algemene uitkering is tweeledig; ten eerste het bepalen van 4.710 de beginstand van de algemene uitkering voor jaarschijf 2027 vanuit de september- en decembercirculaire 2025 (€ 1.850.000). Ten tweede de (postitieve) mutaties van de algemene uitkering in het jaar 2027 zelf. Deze kent, naast de loon- en prijsindexatie (€ 471.000), hoeveelheidsverschillen (€ 270.000) en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis (€ 300.000) nog een aantal grote oorzaken zoals: uitstel vervanging abonnementstarief WMO (€ 475.000), extra middelen IU (€ 200.000) en CDOKE-middelen (€ 1.145.000). · Door tariefstijging en areaaluitbreiding stijgen de OZB-inkomsten. 214 119 Toelichting mutaties programma Overhead Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 12.111 16.375 15.479 15.378 15.498 15.194 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 888 1.068 975 1.047 Lasten totaal 12.111 16.375 16.367 16.446 16.474 16.241 Baten bestaand beleid 680 -253 145 145 145 145 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - - - - - Baten totaal 680 -253 145 145 145 145 Saldo -11.431 -16.628 -16.223 -16.302 -16.329 -16.096 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. Een -888 specificatie is opgenomen in programma Overhead van deel 1. · Vanaf 2027 worden hardware investeringen niet meer gedekt vanuit ICT-reserve. Investeringen hardware <€50k komen ten -119 laste van de exploitatie. · In de begroting 2026 raamden we de kosten van de vervanging van diverse Saas oplossingen. In 2027 verwachten we minder te 300 vervangen. · In de begroting 2026 zijn diverse nieuw beleid onderwerpen opgenomen voor ICT. Deze zijn meerjarig toegekend, maar voor 130 lagere bedragen in 2027. · In de begroting 2026 is eenmalig een bedrag voor de verbouwing van het streekarchief opgenomen. Deze komt niet terug in 100 2027. · Incidentele verschillen als gevolg van het niet meer opnemen in 2027 van restantbudgetten en eenmalige uitgaven uit 2026 en 282 mutaties in kapitaallasten en in de toerekening van personele kosten leiden tot een mutatie op dit programma. Voor een analyse van de kapitaallasten, de ontwikkeling van de personeelskosten en loon- en prijsstijgingen wordt verwezen naar bijlage 7. Baten: · De baten uit herverzekering van de WGA-uitkeringen vallen lager uit. Hiertegenover staan lagere lasten WGA-uitkeringen. -80 · Administratief technische correctie van de SPUK CDOKE. In de basisbegroting 2026 was hier een negatieve baat voor 449 opgenomen, welke niet meer voorkomt in de begroting 2027. 120 Toelichting mutaties in de Reserves Financiële begroting Bedragen * € 1.000 Realisatie 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 na wijziging Lasten bestaand beleid 28.665 19.885 15.898 2.663 2.274 1.185 Lasten nieuw en geactualiseerd beleid - - 71 71 71 71 Lasten totaal 28.665 19.885 15.969 2.735 2.346 1.256 Baten bestaand beleid 18.467 25.181 15.980 3.601 2.991 2.085 Baten nieuw en geactualiseerd beleid - - 2.954 18 145 335 Baten totaal 18.467 25.181 18.934 3.619 3.136 2.419 Saldo -10.197 5.296 2.965 885 790 1.163 Specificatie nieuw en geactualiseerd beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Hogere storting reserve BUIG (i.v.m. vervallen bijdrage exploitatietekort Lucrato) 71 71 71 71 Totale financiële gevolgen voor de lasten 71 71 71 71 BATEN Begrotingsjaar 2027 2028 2029 2030 Budgetten: 1 Onttrekking algemene reserve ter dekking begrotingstekort 2027 2.888 - - - 2 Onttrekking surplus reserve BUIG 2027 66 - - - 3 Onttrekking aan reserve dekking kapitaallasten t.b.v.: - 18 145 335 a. Vervanging bedrijfsmiddelen: ICT-investeringen b. Maatschappelijke accommodaties Totale financiële gevolgen voor de baten 2.954 18 145 335 Toelichting op de mutaties Toelichting op mutaties in lasten en baten + is een voordeel ; - is een nadeel ; bedragen in € 1.000 Lasten: · Lasten nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en nieuwe beleid. -71 Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. Het betreft de hogere storting in de reserve BUIG. · In de begroting 2026 werd aan diverse reserves een toevoeging gedaan. Door het incidentele karakter van deze 16.480 toevoegingen maken deze geen onderdeel meer uit van de lasten van het bestaande beleid in de begroting 2027 en vormen daardoor een 'voordeel' ten opzichte van de vorige begroting. Grote incidentele toevoegingen in de begroting 2026 werden gedaan aan de reserve huisvesting onderwijsvoorzieningen en maatschappelijke accommodaties (€ 11,6 mln.), de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 1,3 mln.), de reserve mobiliteitsfonds (€ 1,5 mln.) en de reserve generatiepact (€ 0,5 mln.). · Jaarlijks worden de reserves van de gemeente in het kader van het opstellen van de begroting doorgelicht en wordt -12.493 beoordeeld in hoeverre er vrij besteedbare ruimte is binnen de reserves. Dit jaar is in de aanloop naar de begroting het financiële beleid geactualiseerd. De gemeenteraad heeft de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Het gevolg hiervan is dat in 2027 een groot aantal reserves kan vrijvallen. Deze reserves worden opgeheven. Tot een totaalbedrag van € 12.493.000 vallen reserves vrij en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve of (in een enkel geval) een andere reserve. Deze toevoeging leidt tot hogere lasten in de begroting 2027. 121 Baten: · Baten (onttrekkingen) nieuw en geactualiseerd beleid: dit betreffen de financiële consequenties van het geactualiseerde en 2.954 nieuwe beleid. Een specificatie hiervan is in het voorgaande overzicht opgenomen. Het betreft hoofdzakelijk de onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van het begrotingstekort in 2027 (€ 2.888.000). · In de begroting 2026 werden aan diverse reserves bedragen onttrokken. Door het incidentele karakter van deze -21.694 onttrekkingen maken deze geen onderdeel meer uit van de baten van het bestaande beleid in de begroting 2027 en vormen daardoor een 'nadeel' ten opzichte van de vorige begroting. Grote incidentele onttrekkingen in de begroting 2026 werden gedaan aan de algemene reserve (€ 9,6 mln.), de reserve huisvesting vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen (€ 3 mln), de reserve eenmalige dekkingsmiddelen (€ 2,3 mln), de reserve minimabeleid € 0,7 mln.) en de reserverestantbudgetten (€ 3,9 mln.). Tekst wordt nog aangevuld, bedrag wordt nog opgenomen. · Jaarlijks worden de reserves van de gemeente in het kader van het opstellen van de begroting doorgelicht en wordt 12.493 beoordeeld in hoeverre er vrij besteedbare ruimte is binnen de reserves. Dit jaar is in de aanloop naar de begroting het financiële beleid geactualiseerd. De gemeenteraad heeft de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Het gevolg hiervan is dat in 2027 een groot aantal reserves kan vrijvallen. Deze reserves worden opgeheven. Tot een totaalbedrag van € 12.493.000 vallen reserves vrij en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve of (in een enkel geval) een andere reserve. Deze vrijval van reserves leidt tot hogere baten in de begroting 2027. 122 Bijlagen 123 1 | Toelichting autonome ontwikkeling bestaand beleid (budgetprognose) Budgetprognose Autorisatie: R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is) C = College (alsnog besluitvorming nodig is) D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is) Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Saldo begroting -135.825 -135.825 -135.825 -135.825 Betreft het saldo van de begroting 2027, op basis van bestaand beleid en autonome ontwikkelingen. Onderstaand wordt per programma aangegeven hoe het saldo zich vanaf 2027 ontwikkelt vanuit bestaand beleid en autonome wijzigingen. Programma 1 Opgroeien in Epe Eigen bijdrage Jeugd - 455.000 466.000 466.000 Vanaf 2028 houdt het Rijk in de algemene uitkering rekening met de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg. Hiervoor wordt de algemene uitkering verlaagd. We nemen de inkomsten van de eigen bijdrage op ter compensatie van de verlaging van de algemene uitkering. We gaan ervan uit dat als de eigen bijdrage niet wordt ingevoerd, dat weer een verhoging van de algemene uitkering betekent. Kostenbesparing uitgaven jeugdzorg - 100.000 250.000 400.000 Lagere onttrekking uit de reserve Hervormingsagenda - -100.000 -250.000 -400.000 jeugdzorg Op dit moment worden in het kader van de uitvoering van de Hervormingsagenda nog tijdelijk extra middelen voor jeugdzorg ontvangen van het rijk. Deze worden gereserveerd en ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten. Hiervoor is ingaande 2022 de reserve Hervormingsagenda jeugdzorg ingesteld. Tot en met 2024 waren de middelen van het rijk hoger dan de uitgaven voor uitvoering van de hervormingsagenda. In de meicirculaire 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld door het rijk, voor 2026 en 2027, om het groeipad van de hervormingsagenda te verruimen. Vanaf 2025 zijn de middelen van het rijk (incl. de extra middelen voor 2026 en 2027) echter niet meer toereikend en wordt de reserve gaandeweg ingezet om het tekort te dekken. Op basis van het huidige lastenniveau t.o.v. de tijdelijke uitkering van het rijk en inzet van de reserve ontstaat na 2031 een tekort van ruim € 1 mln. structureel. In de komende jaren zal het uitgavenniveau moeten dalen. Met deze post wordt hierop geanticipeerd. Voor zover deze lagere uitgaven worden gerealiseerd in 2028-2030, kan de onttrekking aan de reserve worden verlaagd. Leerlingenvervoer - -41.000 -83.000 -129.000 De bijdrage voor leerlingenvervoer stijgt de komende jaren omdat het vervoersvolume stijgt en de NEA-index stijgt. De stijging is wel beperkter, omdat er meer gebruikt wordt gemaakt van andere vervoersvormen. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen. Jeugdwetvervoer - -27.000 -36.000 -48.000 Stijging van de kosten komt doordat het vervoersvolume de komende jaren stijgt en door de stijging van de NEA-index. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen. Gezond en Actief Leven Akkoord - 590.313 590.313 590.313 Dekking bijdrage Rijk - -590.313 -590.313 -590.313 In het GALA is afgesproken dat een aantal onderdelen structureel gefinancierd worden. Sommige GALA onderdelen stoppen per 2026, andere onderdelen worden in het Aanvullend Zorg en Welzjinsakkoord (AZWA) voortgezet. Programma 2 Actief in Epe Exploitatievoordeel De Wieken bij nieuwbouw - - - 200.000 Onder nieuw beleid is een bedrag opgenomen voor investeringen in accommodaties, waaronder De Wieken. Bij realisatie van een nieuwe accommodatie voor De Wieken zal naar verwachting een exploitatievoordeel ontstaan. Dat is opgenomen vanaf 2030. Programma 3 Zorg en opvang 124 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Individuele begeleiding - -250.000 -525.000 -810.000 De berekening van de individuele begeleiding is gebaseerd op de realisatie 2025 en een volumegroei van voorgaande jaren. Er is uitgegaan van een volumegroei van 7% per jaar. Gezien de stijging in de meerjarenraming wordt onderzocht op welke wijze maatregelen getroffen kunnen worden om deze kosten te beheersen. Afschaffing huishoudelijke hulp Wmo - - 2.118.000 2.200.000 C Vanaf 2029 staat op de planning dat de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening wordt geschrapt binnen de Wmo. Voor de mensen die het niet zelf kunnen regelen is er een vangnet toegevoegd. In de meerjarenraming is de netto uitname vanuit het gemeentefonds opgenomen conform meicirculaire 2026 (lagere baten). Voor een gelijk bedrag zijn de lasten verlaagd vanaf 2029. Ook is er vanaf 2028 geen rekening gehouden met groei in volume vanwege de verwachte invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Vervoersvoorzieningen - -45.000 -40.000 -40.000 De Wmo vervoersvoorzieningen, dit gaat om de individuele vervoersmiddelen, maken onderdeel uit van het contract Wmo hulpmiddelen. Hierbij geldt dat de contractvorm is veranderd van koop naar huur. Vanaf 2028 wordt naar verwachting de inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Het is moeilijk in te schatten wat het effect is. Op het moment dat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt ingevoerd wordt bepaald wat het effect is. Rolstoelen en hulpmiddelen - -50.000 -50.000 -50.000 Ook de Wmo hulpmiddelen maken onderdeel uit van het contract Wmo hulpmiddelen. Hierbij geldt ook dat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2028 effect zal hebben (rolstoelen uitgezonderd). We hebben er rekening meegehouden door geen extra instroom in de berekening mee te nemen. Vraagafhankelijk vervoer - -22.000 -45.000 -72.000 De bijdrage voor vraagafhankelijk vervoer stijgt de komende jaren beperkter. Voor de komende jaren is de verwachting dat het vervoersvolume minder hard stijgt, door bewuster reisgedrag. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen. Dagbestedingsvervoer - -7.000 -15.000 -23.000 Stijging van de kosten komt doordat het vervoersvolume de komende jaren stijgt, de stijging is wel beperkter dan eerst verwacht doordat er er meer gestuurd wordt op de inzet en het gebruik. Met ingang van augustus 2027 start de nieuwe aanbesteding, waardoor het totaalbedrag nog hoger of lager kan uitvallen. Oekraïense vluchtelingen (ontheemden) - -200.000 -200.000 -200.000 Compensatie door het rijk (SPUK) - 200.000 200.000 200.000 Door de oorlog in Oekraïne worden er Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Voor de huisvesting worden terreinen en panden aangekocht en moet beheer en onderhoud worden uitgevoerd. Tegenover deze kosten wordt naar verwachting een vergoeding van het Rijk ontvangen (SPUK). Programma vluchtelingen naar de lijn - 29.089 29.089 398.930 C Het college heeft besloten om het programma huisvesting en opvang over te dragen aan de lijnorgnisatie. Ten behoeve van de uitvoering van de opgave huisvesting en opvang vluchtelingen, asielzoekers zijn middelen beschikbaar gesteld (2026 - 2029). In een eerdere begroting is besloten dat een deel van de functies (2fte) structureel werden ingevuld. Vanaf 2028 is een verlaging in de lasten zichtbaar voor een van de functies die beschikbaar is gesteld voor twee jaar. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) - -560.431 -647.439 647.439 C SPUK AZWA - 560.431 647.439 -647.439 Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente Epe middelen vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Het doel van dit akkoord is onder meer het toegankelijk en betaalbaar houden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning. De komende jaren lopen deze middelen op. De verwachting is dat de uitgaven gelijk oplopen. De AZWA-middelen zijn tot en met 2029 bekend. Eigen bijdrage Wmo - 499.000 499.000 499.000 In de meicirculaire 2023 zijn de consequenties opgenomen van de afschaffing van het abonnementstarief Wmo. Bij de meicirculaire 2026 is de invoering uitgesteld naar 1 januari 2028. Er wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Het voordeel dat hier is opgenomen is gelijk aan de vermindering van de algemene uitkering vanaf 1-1-2028. Onzeker is of dit bedrag een reële opbrengst van de eigen bijdrage / lagere kosten voor gemeente Epe is. De komende jaren zal dit nog verder uitgewerkt worden. Dienstverlening aan mensen in kwetsbare posities - 128.000 128.000 128.000 (wegvallen van de uitgaven) 125 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet voorstellen gedaan om de dienstverlening vanuit de overheid aan mensen in kwetsbare posities fundamenteel te verbeteren. Hiervoor zijn tot en met 2027 middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Vanaf 2028 vervallen de middelen en daarmee ook het uitgavenbudget. Programma 4 Leefbaar en veilig Leefbaarheidsinitiatieven - 100.000 100.000 100.000 Compensatie door het rijk (SPUK) - -100.000 -100.000 -100.000 Vanuit de provincie Gelderland zijn middelen ontvangen voor het ondersteunen van leefbaarheidsinitiatieven gericht op sociale verbondenheid, sport, kunst en cultuur. De verwachte uitgaven en inkomsten zijn voor de jaren 2026 en 2027 opgenomen. Vanaf 2028 vervallen deze middelen. Gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio Noord en Oost- - -61.200 -62.000 -81.900 Gelderland (VNOG) In de meerjarenprogrammabegroting 2027-2030 van de VNOG is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen van loon- en prijsstijgingen. Daarnaast kan de stijging van kapitaallasten niet meer onttrokken worden aan de beschikbare egalisatiereserve. Hierdoor is eerder aangekondigd dat de gemeentelijke bijdragen stijgen. Zoals eerder aangegeven zal ook de bijdrage voor Epe stijgen en dat wordt hiermee geconcretiseerd. Programma 5 Ruimte en wonen Wet betaalbare huur - 3.039 4.478 4.478 Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap uitgebreid. De Wet betaalbare huur is per 1 juli 2024 in werking getreden. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot de maximale huurprijzen, de maximale huurverhogingen en de informatieplicht op verhuurders. Het Rijk stelt middelen ter beschikking (algemene uitkering) tot en met 2029 om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Voor 2027 gaat het om € 15.017. Daarna dalen de uitkering en de uitgaven. Opbrengst leges omgevingswet - 100.000 100.000 100.000 In de begroting 2026 was de opbrengst voor leges omgevingswet lager vanwege het tijdelijk gehalveerde plafond. In de begroting vanaf 2027 gaan we ervan uit dat de opbrengst zich zal herstellen naar het 'oude' niveau omdat alle aanvragen weer onder het reguliere legesregime vallen. Het voornemen is om het plafond voor de leges omgevingsvergunning (bouwtechnisch en planmatig deel) m.i.v. 2028 te laten vervallen of sterk te verhogen. Vooralsnog wordt rekening houden met een structurele meeropbrengst van € 100.000. Op basis van meerjarig inzicht in verwachte bouwplannen wordt voor de Kadernota 2028-2031 een definitieve raming opgesteld. Programma 6 Epe op orde Areaalaccres uitgaven openbare ruimte - -44.443 -76.541 -97.580 Toename van de woningvoorraad betekent dat in de meerjarenramingen rekening moet worden gehouden met een autonome toename van kosten. Het betreft een toename in de kosten van onderhoud van de openbare ruimte. Faunabeheer - 50.000 50.000 50.000 Voor het organiseren en uitvoeren van het faunabeheer in het gemeentebos hebben we sinds 2026 een faunabeheerder in dienst. Naar verwachting komt er vanaf 2028 een baat vanuit samenwerking met de gemeente Heerde ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden van de eigen faunabeheerder. Programma 7 Bedrijvigheid Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 285.000 285.000 285.000 R Voor de reinigingsheffingen is een extra tariefsverhoging van 10,7% nodig om 100% kostendekking te bereiken (bedrag € 550.000). Oorzaken bestaan uit hogere kosten (o.a. CO2-heffing, hogere brandstofprijzen), minder vergoeding voor specifieke afvalstromen en bijstelling van het aantal op te leggen aanslagen. De verhoging wordt gefaseerd in twee jaar doorvertaald in het tarief. Programma 9 Bedrijvigheid Economische ontwikkeling: bijdrage - 8.000 8.000 8.000 ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken 2.0 (OMVV) 126 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Dit betreft de bijdrage in de jaarlijke organisatiekosten van de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken (OMVV), zoals uitgewerkt in het koersdocument. Deze bijdrage geldt voor 2025 tot en met 2027. Programma 10 Weer aan het werk Loonkostensubsidie BUIG - -80.744 -159.601 -238.455 Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor o.a. de bekostiging van de loonkostensubsidie. Deze compenseert de werkgever voor het verlies aan productiviteit van de werknemer die onder het doelgroepenregister valt. In de meicirculaire 2026 zijn de nader voorlopige budgetten bijgesteld. Dit heeft ook effect op de begroting 2027. Participatiewet / uitvoering Lucrato / uitvoering WSW - 25.789 -20.052 -45.213 Aanpassing van het uitgaven budget conform de mutaties in het rijksbudget in de integratie-uitkering Participatie. De ontwikkeling van de inkomsten is opgenomen onder de algemene dekkingsmiddelen. Per saldo budgettair neutraal. Bijdrage participatie beschut werk (meicirculaire 2026): 2027: € 356.914 (verwerkt in de basisbegroting 2027) 2028: € 331.125 (daling t.o.v. 2027 € 331.125) 2029: € 376.966 (stijging t.o.v. 2027 € 20.052) 2030: € 402.127 (stijging t.o.v. 2027 € 45.213) Participatiewet / uitvoering Lucrato / uitvoering Wsw - 236.864 325.804 683.938 De Integratie Uitkering (IU) Participatie (Wsw en sociale infrastructuur) wordt 'doorgegeven' aan Lucrato voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Vooralsnog verwacht Lucrato dat de daling van de rijksmiddelen gepaard gaat met een daling van het aantal personen die vallen binnen de doelgroep van de Wsw. Daarentegen is een stijging zichtbaar in het gebruik van loonkostensubsidie en beschut werk. In de meicirculaire 2026 is voor de Wsw (onderdeel participatie) voor Epe opgenomen: 2027: € 4.205.059 + € 39.515 (verwerkt in de basisbegroting 2026) 2028: € 3.821.808 + € 42.076 (daling t.o.v. 2027 € 236.864) 2029: € 3.730.092 + € 44.851 (daling t.o.v. 2026 € 325.804) 2030: € 3.368.933 + € 47.875 (daling t.o.v. 2026 € 683.938) Programma 11 Bestuur en organisatie Verkiezingen - 130.000 30.000 - In de periode 2027-20230 is er elk jaar een verkiezingsmoment, met uitzondering van het jaar 2028. Per verkiezing wordt als algemeen uitgangspunt €100.000 geraamd in de (meerjaren)begroting. In 2027 wordt een gecombineerde verkiezing (voor het algemeen bestuur van het waterschap en van de Provinciale Staten) gehouden, wat extra kosten met zich meebrengt. In 2029 wordt een verkiezing gehouden voor het Europees parlement. In 2030 wordt een gecombineerde verkiezing gehouden (gemeenteraad en tweede kamer). Gemeenteraad en adviescommissies - - -17.500 -19.500 In 2030 zijn naar verwachting weer gemeenteraadverkiezingen. In 2029 is budget nodig voor de voorbereiding van de gemeenteraadverkiezingen 2030 (€ 17.500). In 2030 is budget nodig voor o.a. communicatie en voor diverse activiteiten rond het afscheid van vertrekkende en het aantreden van nieuwe raadsleden, inclusief een inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden (€ 19.500). Af te dragen pensioenpremie aan ABP - -131.060 -131.060 -131.060 Vrijval dotatie voorziening wethouderspensioen - 353.953 353.953 353.953 De gemeente zal per 1-1-2028 de verplichtingen inzake wethouderspensioenen overdragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). We gaan er vanuit dat eind 2027 het gehele bedrag van de voorziening zal worden onttrokken ter dekking van de waardeoverdracht aan het ABP. Vanaf 2028 zal daarom geen toevoeging meer gedaan hoeven te worden aan de voorziening wethouderspensioenen, om deze op peil te houden. De gemeente zal echter wel pensioenpremie moeten afdragen aan het ABP ten behoeve van de pensioenopbouw. Rijbewijzen - opbrengst - -6.900 3.300 -35.600 Gemeentelijke leges rijbewijzen - afdrachten 500 -300 2.600 Van het CBR ontvangen wij ieder jaar een inschatting van het aantal verwachte aan te vragen rijbewijzen (zowel nieuw als verlenging). Vanaf 2025 wordt een forse groei verwacht. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het forse aantal geboortes begin 2000 en de mogelijkheid om het rijbewijs te halen op de leeftijd van 17 jaar. Na 2030 neemt deze piek af. Autonome loonstijging (incl. sociaal domein) - -840.000 -1.575.000 -2.313.000 Autonome prijs- en inkomstenstijging (excl. sociaal domein) - -763.000 -1.455.000 -2.224.000 Autonome stijging prijzen sociaal domein (indexatie) - -566.000 -1.079.000 -1.650.000 127 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 De berekeningen van de autonome loon-, prijs- en inkomstenstijgingen zijn gebaseerd op de indicaties die hiervoor gegeven zijn voor het percentage 'prijs overheidsconsumptie netto materieel (imoc)' en de verwachte loonstijging waar de meicirculaire 2026 van uit gaat. Voor de jaren 2028 t/m 2030 worden de volgende percentages gehanteerd: - prijzen: resp. 2,6%, 2,3%, 2,5% (verwachte prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel, imoc); - lonen: resp. 3,9%, 3,3%, 3,2%. Voor prijs- en inkomstenstijging is het saldo van beide weergegeven. Verzekeringen; taxatie gemeentelijke eigendommen - - - -32.000 Om de juiste verzekerde waarden van de gemeentelijke opstallen en inventarissen te bepalen, is het noodzakelijk om een hertaxatie uit te voeren. Voor de opstallen eens per 6 jaar en voor de inventarissen eens per 3 jaar. In 2024 zijn de opstallen en de inventaris voor het laatst getaxeerd. In 2030 vindt een gezamenlijke taxatie van de inventarissen en opstallen plaats. Gemeentelijke leges reisdocumenten - opbrengsten - -31.300 -270.200 -340.800 Gemeentelijke leges reisdocumenten - afdrachten - 13.100 140.900 178.800 Vanaf 2014 is de geldigheid van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit heeft effect op het aantal aanvragen in de jaren 2024-2028. Vanaf 2029 is deze piekperiode voorbij en worden significant lagere aantallen verwacht, waardoor de legesafdracht en de legesopbrengst ook significant lager zijn. Ontwikkelingen dienstverlening - 50.000 50.000 50.000 Het Klantcontactcentrum (KCC) en burgerzaken heeft te maken met diverse wettelijke ontwikkelingen zoals verplichte certificering van personeel, periodieke actualisatie van VOG’s en benodigde opleidingen. Daarnaast is er de ambitie om een aantal dienstverleningsprocessen verder te digitaliseren (burgerlijke stand, begraafplaatsadministratie, archivering). Voor verplichte certificering van personeel en benodigd extra opleidingsbudget is voor zowel 2026 als 2027 (incidenteel) een extra bedrag van € 50.000 gewenst. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) gaat daarnaast diverse eisen stellen die o.a. doorontwikkeling van e-formulieren en e-herkenning noodzakelijk maakt. Structureel is € 25.000 toegekend ten behoeve van digitalisering dienstverleningsprocessen en aanschaf nieuwe module iarchief. Voor de jaren 2026 en 2027 is in totaal € 75.000 extra budget toegekend. Vanaf 2028 geldt alleen het structurele budget van € 25.000 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -258.720 -258.720 -258.720 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -8.542 -8.542 -8.542 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -724 -724 -724 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -261.622 -261.622 -261.622 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -1.537 -1.537 -1.537 Afschrijvingslasten investeringen MIP-overloop (t/m 2026) - -1.043 -1.043 -1.043 Uitgaande van realisatie in 2027 nemen we de eerste kapitaallasten vanaf 2028 structureel. Een deel van deze kapitaallasten wordt gedekt door onttrekking aan de reserve afschrijvingslasten (zie programma resultaatbestemming). Programma 12 Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering 2027-2030 - -1.259.000 -723.000 2.384.000 In de begroting 2027 is de Algemene Uitkering op basis van de meicirculaire 2026 geraamd op een bedrag van € 78.885.000. Voor de jaren 2028 t/m 2030 is de raming: - 2028: € 77.626.000 - 2029: € 78.162.000 - 2030: € 81.269.000 Een toelichting op de ontwikkeling van de algemene uitkering is opgenomen in een afzonderlijke notitie die op verzoek via de griffier beschikbaar is. Algemene uitkering 2027-2030 (DU CDOKE) - 1.145.000 1.145.000 1.145.000 Via de Algemene Uitkering (als decentralisatie uitkering) ontvangen wij voor de uitvoering van de CDOKE extra middelen. Deze middelen zijn structureel toegekend, maar het bedrag dat gemeenten ontvangen wordt jaarlijks bepaald. Voor jaarschijf 2027 ontvangen wij € 1,145 mln. Tegenover deze baten hebben wij in de begroting de lasten meerjarig begroot. Om dit budgettair neutraal in de jaren 2028 - 2030 te verwerken nemen we voor deze jaren een baat op ter grootte van het bedrag 2027. Rijksmiddelen Sociale infrastructuur - 2.561 5.336 8.360 In de Integratie Uitkering (IU) Participatie zijn naast de middelen Wsw en beschut werk, middelen beschikbaar gekomen voor het versterken van de sociale infrastructuur. Opbrengst OZB; woningen en niet-woningen - 239.000 473.000 713.000 128 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Betreft de verwachte stijging als gevolg van toename van het aantal objecten en in de jaren 2028-2030 een geïndexeerde stijging van de tarieven. Rentevergoeding over positief liquiditeitssaldo - -277.000 -437.000 -437.000 Rentekosten over aan te trekken geldleningen - -22.000 -150.000 -313.000 In 2027 wordt een rentebate verwacht door de overtollige liquide middelen die worden aangehouden in 's Rijks Schatkist (€ 437.000). Echter door de geplande toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting en accommodaties (zoals opgenomen in het MIP) zijn de eigen middelen niet meer toereikend en is externe financiering nodig. Dit leidt tot toenemende structurele rentelasten. Programma Overhead Arbeidsmarkttoelage - 10.000 14.000 19.000 Bij het aannemen kan in uitzonderlijke gevallen een arbeidsmarkttoelage worden toegekend. Per 1 april 2024 geldt de Regeling Arbeidsmarkttoelage, waarin aanvullende voorwaarden zijn opgenomen voor de toekenning en duur van de toelage. Door loonontwikkelingen (CAO en HR21) is de verwachting is dat de arbeidsmarkttoelagen in de komende jaren zullen worden afgebouwd. Lasten voormalig personeel - -42.500 -42.500 -42.500 De raming van de lasten van voormalig personeel is gebaseerd op de lopende casussen plus een inschatting van nieuwe casussen, gebaseerd op ervaringscijfers uit de afgelopen jaren. Datawarehouse NB2025 - -5.000 -10.000 -15.000 Hoewel de inzet van data en AI veel kansen biedt, nemen ook de risico's zoals beveiligingsproblemen en privacykwesties toe. Om deze risico's te beperken, is een goed beheersbare IT-omgeving met beschermde, actuele en kwalitatieve data essentieel. Een datawarehouse zorgt voor veilige opslag en gecontroleerde distributie en faciliteert tegelijkertijd het inzichtelijk maken van trends, zorgregie en gebiedsanalyses. Tijdelijke formatieuitbreiding KCC/burgerzaken - - 37.000 37.000 Vanaf 2014 is de geldigheid van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Dit heeft effect op het aantal aanvragen in de jaren 2024-2028. Er is tijdelijk extra formatie ingezet, om het aantal aanvragen te kunnen behandelen. Hier staan (tijdelijk) hogere legesopbrengsten tegenover. Resultaatbestemming Onttrekking aan reserve hervormingsagenda jeugdzorg - 741.000 678.000 678.000 (inzet rijksmiddelen) De extra middelen voor jeugdzorg die worden ontvangen van het rijk, worden in eerste instantie (vanaf 2022) gereserveerd, voor zover deze niet worden uitgegeven. Hiervoor is ingaande 2022 een nieuwe reserve ingesteld. Tot en met 2024 waren de middelen van het rijk hoger dan de uitgaven voor uitvoering van de hervormingsagenda. In de meiciculaire 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld door het rijk, voor 2026 en 2027. Echter vanaf 2025 zijn de middelen van het rijk niet meer toereikend en zal de reserve gaandeweg worden ingezet om het tekort te dekken. Op basis van het huidige lastenniveau t.o.v. de tijdelijke uitkering van het rijk ontstaat in 2030 een tekort van ruim € 1 mln. structureel. Een evaluatie zal inzicht moeten geven in de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven en de beschikbare financiële dekkingsmogelijkheden en hoe hierop kan worden geanticipeerd in de komende jaren. Onttrekking aan reserve dekking kapitaallasten (MIP - 94.408 94.408 94.408 overloop) Onttrekking aan reserve eenmalige middelen (dekking - -105.000 -285.000 -425.000 begrotingstekort) Tegenover een deel van de afschrijvingslasten van investeringen uit het meerjareninvesteringsplan staat een onttrekking aan de reserve dekking afschrijvingslasten. In de begroting 2025 en 2026 (pag. 128 resp. 130) was opgenomen dat dekking van het begrotingstekort plaats vindt vanuit de reserve eenmalige dekkingsmiddelen: in 2027 € 425.000, in 2028 € 320.000 en in 2029 € 140.000. Vanaf 2030 vervalt deze dekking. Onttrekking middelen programma vluchtelingen naar de lijn - -29.089 -29.089 -398.929 In 2025 heeft het college besloten om middelen voor vier jaar beschibkaar te stellen voor de jaren 2026 - 2029 om het programma vluchtelingen te beleggen in de lijnorganisatie. De functie van bouwkundig projectleider is voor twee jaar waardoor vanaf 2028 een voordeel ontstaat. Voortkomend uit nieuw beleid 2025 zijn uit de begroting 2025 zijn twee functies structureel ingevuld waardoor vanaf 2030 een groot deel van de lasten zal wegvallen. 129 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. bestaand beleid 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 25.000 25.000 25.000 Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 8.542 8.542 8.542 Dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten - 60.866 60.866 60.866 Uitgaande van realisatie in 2027 nemen we de eerste kapitaallasten vanaf 2028 structureel. Een deel van deze kapitaallasten wordt gedekt door onttrekking aan de reserve afschrijvingslasten. Technische mutaties budgetprognose - 1.293.103 1.578.103 1.894.103 Het gaat hier om een aantal financieel-technische mutaties, zoals de vrijval van kapitaallasten (rente en afschrijving) en diverse posten die incidenteel voor 2026 in de basis zijn opgenomen en die daarom wegvallen vanaf 2027. Een specificatie van deze post is op verzoek via de griffier beschikbaar. 130 2 | Toelichting nieuw en geactualiseerd beleid Toelichting nieuw beleid in deze meerjarenbegroting Autorisatie: R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is) C = College (alsnog besluitvorming nodig is) D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is) Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Programma 1 Opgroeien in Epe #Opladers -52.000 - - - D De pilot #Opladers is gericht op ondersteunen van ouders bij vragen over opgroeien en opvoeden. Door deze pilot met 1 jaar te verlengen kan de evaluatie gekoppeld worden aan het onderzoek naar maatregelen voor de stijgende kosten jeugdzorg. Een keuze voor structurele voortzetting van deze preventieve maatregel kan dan integraal worden gemaakt. Versterking toegangsteam Jeugdzorg -400.000 -400.000 -400.000 -400.000 D Door een stijgend aantal jeugdigen in zorg en complexere hulpvragen neemt de werkdruk binnen het toegangsteam toe. Extra capaciteit is noodzakelijk om tijdige ondersteuning en adequate toegang tot jeugdhulp te waarborgen (uitbreiding van 6,11 naar 9 fte). Schoolmaatschappelijk werk -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 D Door de stijging van het aantal aanmeldingen en de toenemende complexiteit van hulpvragen is uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk noodzakelijk. Hiermee wordt vroegtijdige ondersteuning van kinderen en gezinnen versterkt. Programma 2 Actief in Epe Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties - -100.000 -100.000 -100.000 D Voor de uitvoering van de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties is structurele projectcapaciteit noodzakelijk. Hiermee wordt de voortgang van de meerjarige projecten geborgd. In 2027 wordt deze inzet nog uit incidentele middelen gedekt. Buurtsportcoaches -100.000 - - - D Door het gedeeltelijk wegvallen van rijksmiddelen ontstaat vanaf 2027 een tekort op de financiering van buurtsportcoaches. De aanvullende bijdrage is nodig om het huidige sport- en beweegaanbod in stand te houden. Sportvisie -100.000 - - - D Voor de uitwerking van toekomstig sportbeleid en de voorzieningenbehoefte is tijdelijke externe capaciteit en expertise nodig. De resultaten vormen de basis voor toekomstbestendige beleidskeuzes. Erfgoedbeleid -25.000 -20.000 D Op 22 mei 2025 is het erfgoedbeleid vastgesteld. Het budget voor de bijbehorende uitvoeringsagenda is toen niet in de begroting 2026-2029 verwerkt. Dat wordt nu hersteld. Programma 3 Zorg en Opvang Huiselijk geweld en kindermishandeling -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 D De gemeentelijke bijdrage aan regionale partners stijgt als gevolg van een hogere vraag naar ondersteuning en toenemende complexiteit van de problematiek. Hiermee blijft de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling geborgd. Vak-/regie applicatie sociaal domein -150.000 -150.000 -150.000 -150.000 C Vanaf de invoering van een nieuw regiesysteem sociaal domein ontstaan structurele kosten voor beheer, licenties en koppelingen. Het systeem ondersteunt een efficiëntere uitvoering van de wettelijke taken binnen het sociaal domein. Opvangplekken voor gezinnen p.m. p.m. p.m. p.m. Er is een wettelijke verplichting voor de opvang van personen en gezinnen die dakloos raken. Voor individuele opvang is Omnizorg in Apeldoorn beschikbaar. Er is behoefte aan een structurele opvangvoorziening voor gezinnen die dakloos raken zodat daarvoor niet steeds naar tijdelijke oplossingen hoeft te worden gezocht. 131 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Programma 4 Leefbaar en veilig Tijdelijke stalling brandweer Oene -80.000 -15.000 -15.000 - C Voor de huisvesting van nieuwe brandweervoertuigen (rietkapbestrijding/veeredtakel) in Oene moet een tijdelijke locatie worden ingericht. Hiervoor is budget nodig voor inrichting en huur van de locatie. De huidige kazerne is te klein om deze materialen te stallen. Weerbaarheid -200.000 p.m. p.m. p.m. C Voor de uitvoering van het programma Weerbaarheid zijn aanvullende middelen nodig. Hiermee wordt geïnvesteerd in crisisbeheersing, bedrijfscontinuïteit en maatschappelijke weerbaarheid. Structurele bijeenkomsten natuurbrandpreventie -5.000 -5.000 -5.000 -5.000 D Voor het structureel organiseren van bijeenkomsten over natuurbrandpreventie wordt budget beschikbaar gesteld. Hiermee wordt de bewustwording en risicobeheersing bij inwoners en ondernemers versterkt. Overlast wolven -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 D Voor communicatie en informatievoorziening over de aanwezigheid van de wolf wordt structureel budget beschikbaar gesteld. Hiermee worden inwoners en ondernemers beter geïnformeerd over risico's en handelingsperspectieven Programma 5 Ruimte Nota omgevingskwaliteit -75.000 - - - D Dekking binnen bestaande budgetten 75.000 - - - Voor het actualiseren van de huidige Welstandsnota naar een Nota Omgevingskwaliteit is incidentele capaciteit en expertise nodig. Hiermee wordt aangesloten bij de Omgevingswet en ontstaat een actueel toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit. Milieueffectrapportage (MER) Buitengebied -100.000 - - - D Dekking binnen bestaande budgetten 100.000 - - - Sinds de vaststelling van de omgevingsvisie in 2021 zijn er diverse maatschappelijke ontwikkelingen geweest en nieuwe beleidsnota’s door de raad vastgesteld. Gewenst is de omgevingsvisie te herzien en te actualiseren. Een mogelijke kans is om bij deze herziening te kijken naar hoe we de omgevingsvisie breder kunnen opstellen dan alleen voor de fysieke leefomgeving. Voor het opstellen van de omgevingsvisie en MER is externe expertise nodig. Programma 6 Epe op orde IBOR - instandhouding huidig kwaliteitsniveau -150.000 -120.000 -1.240.000 -1.240.000 D Uit de actualisatie van het Integraal Beheer Openbare Ruimte blijkt dat de huidige budgetten onvoldoende zijn om de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden. De aanvullende middelen zijn nodig voor het versterken van het reguliere onderhoud en het structureel opnemen van vervangingsinvesteringen. Naar achterstanden onderhoud lopen nog onderzoeken, dit wordt betrokken bij het vaststellen van de nota IBOR. Groot onderhoud vijvers -60.000 - - - D Voor het uitvoeren van groot onderhoud (bakkerwerkzaamheden) aan de vijvers in het Sweert de Landaspark en Beekpark is incidenteel budget nodig. Hiermee wordt de kwaliteit en functionaliteit van deze onderdelen van de openbare ruimte behouden. Toekomstige ontwikkelingen groen -160.000 -195.000 -130.000 -105.000 D Voor de uitvoering van de Integrale Groenvisie zijn aanvullende middelen nodig voor beleidsontwikkeling, monitoring en vergroeningsmaatregelen. Hiermee wordt invulling gegeven aan gemeentelijke ambities op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie en toekomstige wettelijke verplichtingen Onderzoek hondenlosloop gebied -35.000 - - - D Voor de uitvoering van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een hondenlosloopgebied wordt incidenteel budget beschikbaar gesteld. De uitkomsten dienen als basis voor vervolgbesluitvorming Programma 7 Duurzaamheid Kaderrichtlijn Water p.m. p.m. p.m. p.m. 132 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 De uitvoering van de Kaderrichtlijn Water vraagt om extra inzet op vergunningverlening, toezicht, handhaving en ruimtelijke instrumenten. Hiermee levert de gemeente een bijdrage aan het behalen van wettelijke waterkwaliteitsdoelstellingen. Inzicht in benodigd budget en dekking volgt op een later moment. Duurzaamheid -320.000 -280.000 -280.000 -280.000 D Duurzaamheid - dekking middelen CDOKE 320.000 280.000 280.000 280.000 Voor de uitvoering van wettelijke en beleidsmatige opgaven op het gebied van energiebesparing, energietransitie en warmte zijn aanvullende middelen nodig. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan Europese en nationale duurzaamheidsdoelstellingen. Programma 8 Bedrijvigheid Onderzoek toereikend zijn handhavingscapaciteit -10.000 - - - D Via een onderzoek wordt inzicht verkregen in de toereikendheid van de huidige handhavingscapaciteit ten opzichte van de bestuurlijke ambities en maatschappelijke opgaven. Onderzoek verbetering meldsysteem -10.000 - - - D Budget voor een onderzoek om te bepalen hoe wel het meldsysteem voor ervaren overlast kunnen versterken Programma 9 Bedrijvigheid Toekomstbestendige bedrijventerreinen -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 C Voor deelname aan het regionale programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen is cofinanciering benodigd. Hiermee worden projecten ondersteund gericht op organisatiekracht, energietransitie en klimaatadaptatie op bedrijventerreinen Nieuw evenementenbeleid -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 C Voor de uitvoering van het nieuwe evenementenbeleid worden structurele middelen beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen de beleidsdoelstellingen en uitvoeringsmaatregelen uit de vast te stellen uitvoeringsagenda worden gerealiseerd. Het definitief benodigde bedrag volgt uit de uitvoeringsagenda. Recreatie en toerisme -158.000 -158.000 -158.000 -158.000 D Voor de voortzetting van promotie, bestemmingsmanagement en toeristisch-recreatieve ontwikkeling is aanvullend budget nodig. Hiermee blijft de gemeente investeren in een vitale recreatieve sector en een aantrekkelijke leef- en bezoekomgeving. Deze kosten vloeien voort uit het vastgestelde uitvoeringsplan bij de nota recreatie en toerisme. Vitalisering vakantieparken -60.000 -60.000 -60.000 -60.000 D Voor deelname aan het regionale programma Vitale Vakantieparken en daaraan gekoppelde projecten wordt structureel budget beschikbaar gesteld. Hiermee wordt gewerkt aan toekomstbestendige, economisch sterke en duurzame vakantieparken. Deze budgetten vloeien voort uit het vastgestelde uitvoeringsplan bij de nota recreatie en toerisme. Economische visie -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 C Voor de uitvoering van de nieuwe economische visie is structureel uitvoeringsbudget benodigd. Hiermee kunnen onderzoeken, samenwerkingstrajecten en projecten worden uitgevoerd die bijdragen aan een toekomstbestendige lokale economie. Programma 10 Weer aan het werk Bijdrage in exploitatietekort Lucrato vervalt 71.431 71.431 71.431 71.431 D Het jaarlijkse exploitatietekort van Lucrato wordt voortaan gedeeltelijk als risico gezien. Dit omdat de historie leert dat het tekort zich in de jaarrekening veelal niet voordoet. Programma Overhead Uitvoeringscapaciteit vastgoed -115.000 -115.000 -115.000 -115.000 D Dekking uit beschikbare middelen CDOKE 58.000 58.000 58.000 58.000 Dekking uit beschikbare middelen vluchtelingen 57.000 57.000 - - De toenemende omvang en complexiteit van de vastgoedopgave vragen om structurele versterking van de vastgoedorganisatie. Hiermee worden de uitvoering van projecten, verduurzamingsopgaven en beheer van maatschappelijk vastgoed ondersteund. Tijdelijk worden als dekking middelen vanuit CDOKE en budget opvang vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen ingezet. 133 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Uitbreiding Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid -68.000 -68.000 -68.000 -68.000 D De uitbreiding van wettelijke taken en de groei van complexe casuïstiek vragen om extra capaciteit binnen het Coördinatiepunt Zorg en Veiligheid. Hiermee wordt de uitvoering van wettelijke verplichtingen en integrale regie geborgd. Versterken juridische capaciteit a.g.v. AI/CBW -35.000 -50.000 -50.000 -50.000 D Door aanvullende wettelijke eisen op het gebied van privacy, informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid neemt de werkdruk binnen Juridische Zaken toe. Extra capaciteit is noodzakelijk om aan de wettelijke verplichtingen te blijven voldoen en juridische risico's te beperken. Digitaliseren bouwvergunningen -105.000 -105.000 - - D Voor het digitaliseren van analoge bouwvergunningen is aanvullend budget nodig. Hiermee wordt de dienstverlening verbeterd, de afhandeling van informatieverzoeken efficiënter ingericht en aangesloten bij de uitgangspunten van de nieuwe Archiefwet. Oefenen voor cyberincidenten -5.000 -5.000 -5.000 -5.000 D Voor het jaarlijks testen van continuïteitsplannen en de crisisorganisatie wordt structureel budget beschikbaar gesteld. Hiermee wordt de digitale weerbaarheid van de organisatie versterkt en invulling gegeven aan geldende informatiebeveiligingsnormen Tooling scannen emails cyberveiligheid -35.000 -20.000 -20.000 -20.000 D Vanwege de toename van geavanceerde phishingaanvallen is aanvullende beveiligingssoftware benodigd voor het monitoren van inkomende e-mail. Hiermee wordt het risico op datalekken en cyberincidenten verder beperkt Monitoring en respons informatiebeveiliging - - - -65.000 D Voor het continu monitoren van mogelijke datalekken en het opvolgen van signalen zijn structurele middelen nodig. Hiermee wordt de digitale veiligheid versterkt en kunnen incidenten sneller worden gesignaleerd en afgehandeld. In de jaren 2027-2029 is incidentele dekking beschikbaar. Penetratietesten informatiebeveiliging -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 D Voor het periodiek uitvoeren van penetratietesten op de gemeentelijke netwerkomgeving wordt budget beschikbaar gesteld. Hiermee worden kwetsbaarheden tijdig geïdentificeerd en beveiligingsrisico's beperkt Betaalde AI -55.000 -55.000 -55.000 -55.000 D Na een pilot wordt ingezet op gecontroleerd gebruik van professionele AI-toepassingen binnen de organisatie. Hiermee worden productiviteitsvoordelen benut en risico's op onveilig of ongecontroleerd gebruik verminderd Ombuigingsproces -145.000 - - - C Voor het uitvoeren van het herijkingsproject richting de kadernota 2028 is tijdelijke projectleiding en aanvullende financiële capaciteit nodig. Hiermee worden mogelijke besparingen en inkomstenverhogingen in beeld gebracht en uitgewerkt. BRP op orde en leegstand -110.000 - - - D Voor het verbeteren van de kwaliteit van de basisregistraties en het uitvoeren van adressenonderzoeken is tijdelijke extra capaciteit nodig. Hiermee wordt voldaan aan wettelijke verplichtingen en ontstaat beter inzicht in leegstand en bewoning. Onderzoekskosten passende huisvesting -100.000 - - - D Voor het onderzoek naar passende huisvesting is een budget van € 100.000 nodig. Versterken dienstverlening -35.000 -160.000 -115.000 -115.000 C Om de dienstverlening verder te verbeteren wordt geïnvesteerd in extra capaciteit voor dienstverlening en digitale ondersteuning. Hiermee worden bereikbaarheid, gebruiksgemak en digitale dienstverlening aan inwoners versterkt. Versterken participatie - -195.000 -195.000 -195.000 C Voor het versterken van participatieprocessen wordt aanvullende capaciteit ingezet op participatieondersteuning en omgevingsmanagement. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities op het gebied van inwonerbetrokkenheid. Versterken informatiebeveiliging -85.000 -115.000 -115.000 -115.000 D De toenemende wettelijke eisen en digitale risico's vragen om structurele uitbreiding van de capaciteit voor informatiebeveiliging. Hiermee wordt de organisatie beter in staat gesteld om risico's te beheersen en te voldoen aan wettelijke verplichtingen. 134 Onderwerp Fin. consequenties t.o.v. budgetprognose 2027 Auto- + is voordeel, - is nadeel (bedragen in euro) risatie 2027 2028 2029 2030 Ontwikkelingen landelijk gebied en stikstof -100.000 -165.000 -165.000 -165.000 D Voor de begeleiding van ontwikkelingen in het landelijk gebied en de stikstofopgave is structurele capaciteit nodig. Hiermee kunnen agrarische ondernemers worden ondersteund en kan de gemeente adequaat inspelen op regionale en landelijke ontwikkelingen. Met het budget kan o.a. de beschikbare formatie voor agrarisch accountmanager worden voortgezet. Programma Algemene dekkingsmiddelen Te betalen rente a.g.v. nieuwe investeringen - -35.000 -105.000 -240.000 D Door de omvang van het investeringsprogramma ontstaat naar verwachting behoefte aan externe financiering. De geraamde rentelasten zijn opgenomen om de financieringskosten van toekomstige investeringen structureel te verwerken in de begroting Programma Resultaatbestemming Toevoeging aan storting reserve BUIG -71.431 -71.431 -71.431 -71.431 Onttrekking surplus reserve BUIG (2027) 65.522 - - - Het jaarlijkse exploitatietekort van Lucrato wordt voortaan gedeeltelijk als risico gezien. Gevolg van verlaging van de begroting hiervoor is dat de toevoeging aan de reserve BUIG hoger wordt. Omdat een surplus in de reserve BUIG ontstaat, valt een eenmalig bedrag van € 65.522 vrij ten gunste van de exploitatie. Onttrekking algemene reserve (dekking 2.888.303 begrotingstekort 2027) 135 3 | Investeringsplan Investeringsplan Autorisatie: R = Raad (als bestuurlijke visievorming of kaderstelling nodig is) C = College (alsnog besluitvorming nodig is) D = Directie (organisatie als alleen uitvoering nodig is) Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto- risatie 2027 2028 2029 2030 Programma 1 Opgroeien in Epe Huisvesting onderwijs (IHP) - - 17.262.930 C Het gemeentelijk Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP) geeft een indicatie voor elke school van de investeringen voor de komende jaren op het gebied van verbouw, renovatie, nieuwbouw. Voor de uitvoering van het IHP zijn in de komende jaren aanzienlijk meer financiële middelen nodig zijn dan het bedrag dat tot nu toe in het investeringsplan en in de reserve beschikbaar is. Daarom zijn in de begroting forse investeringsbedragen opgenomen, zodat aan de gemeentelijke verplichting in de komende jaren invulling kan worden gegeven. Als uitgangspunt voor de afschrijvingstermijn geldt de verwachte levensduur van de werkzaamheden. Bij renovatie/(ver)nieuwbouw kan deze gesteld worden op 40 jaar, indien de reële verwachte levensduur 40 jaar is. Financiële dekking: De benodigde investeringen kunnen deels worden gedekt vanuit de opgebouwde reserve en andere beschikbare eenmalige middelen. Aanvullend vindt dekking plaats door de uitgaven te activeren (afschrijving en rente komen structureel ten laste van de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting machtigt de raad het college om de opgebouwde reserve en de in deze begroting beschikbaar gestelde middelen, in te zetten voor de huisvesting van onderwijsvoorzieningen, conform het IHP, in samenhang met maatschappelijke accommodaties, vanuit een integrale en gebieds- en inwonersgerichte benadering. Voor maatschappelijke accommodaties is rekening gehouden met een stelpost van € 1 mln. per jaar. Aanvullende toevoegingen zullen nodig zijn om het IHP en het accommodatiebeleid ook op de middellange en lange termijn te kunnen uitvoeren. Beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten 225.000 230.850 236.852 243.010 D Op 15 juli 2025 heeft de raad ingestemd met het beleidsplan Spelen, Bewegen en Ontmoeten. Daarbij is ingestemd om gedurende een periode van 10 jaar een gemiddeld investeringsbedrag beschikbaar te stellen. In de opgenomen bedragen is rekening gehouden met kosten voor de ondergrond (in het beleidsplan opgenomen als p.m.). Programma 2 Actief in Epe Maatschappelijke accommodaties (De Wieken, Balai Pusat 0 5.094.952 13.460.608 - R e.a.) Er ligt een stevige opgave om het maatschappelijk vastgoed duurzaam en toekomstbestendig te maken. Een drietal projecten vraagt in de komende periode om uitvoering: De Wieken, Balai Pusat en sportpark Wachtelenberg. De uitgaven c.q. kapitaallasten worden voor een deel gedekt uit de reserve huisvesting onderwijs/maatschappelijke accommodaties (940230) via de kapitaallastenreserve. In de begroting 2026 wordt € 9.580.000 aan reserve 940230 toegevoegd; - deel 2028 (40 jaar afschr., 2,5% per jaar): € 5.055.000 - deel 2029 (25 jaar afschr., 4,0% per jaar): € 4.525.000 Overheveling naar de reserve dekking kapitaallasten gebeurt bij beschikbaar stellen van het krediet. Programma 4 Leefbaar en veilig Brandweerkazerne Oene 3.116.576 - - - R Uit het spreidingsplan van de brandweer Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en de verdeling van het materieel is Oene als post aangewezen om een veetakel te herbergen. Deze veetakel past echter niet in de verouderde kleine kazerne. Daarnaast voldoet de kazerne niet aan de ARBO eisen en aan de veiligheid en actuele normen voor de brandweerlieden. De VNOG gaat daarom gesprekken voeren of het bouwen van een nieuwe kazerne binnen de mogelijkheden past. Er was in de begroting al een stelpost aanwezig voor renovatie of nieuwbouw van € 430.000. Indicaties vanuit de VNOG geven aan dat de kosten aanzienlijk hoger zullen zijn. Daarom is bij de vorige begroting aanvullend een extra bedrag opgenomen. Daarmee is vooralsnog een investeringsbedrag van € 1 mln. (excl. btw) beschikbaar. Als uitgangspunt nemen we om te zoeken naar een creatieve, sobere, doelmatige oplossing. De kazerne zal naar verwachting nog niet in 2025 of 2026 gerealiseerd worden; wel zullen in de tussenliggende periode tot aan de realisatie tijdelijk kosten moeten worden gemaakt voor huisvesting van twee nieuwe voertuigen (veeredtakel en rietkapbestrijding). Programma 6 Epe op orde Vervanging bruggen - - 292.189 - D In 2029 wordt de brug aan de Hoogestraat vervangen. 136 Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto- risatie 2027 2028 2029 2030 Vervanging Openbare Verlichting 320.575 328.910 337.461 108.005 D Op basis van het door de raad vastgestelde beleidsplan openbare verlichting vindt vervanging plaats. Lichtmasten worden in 40 jaar afgeschreven en de armaturen worden in 20 jaar afgeschreven. Mobiliteitsfonds 1.318.410 1.352.689 1.387.859 1.408.730 C In maart 2022 heeft de Raad het Mobiliteitsplan 2022-2032 vastgesteld. Dit plan heeft een vertaling gekregen in het vastgestelde Uitvoeringsprogramma 2023-2027. Daarin zijn de maatregelen geprioriteerd met inbreng van onze inwoners middels de Participatie Waarde Evaluatie. Voor de komende jaren staat hier een aantal urgente projecten in opgenomen. Voor 2025 willen we de Deventerstraat in Vaassen herinrichten inclusief de kruisingen met de Teije en de Dorpsstraat. Ook zijn middelen opgenomen voor de uitvoering van het Verkeersplan Oene. Voor 2026 staat de 2e fase van het fietspad Epe-Oene hierin opgenomen, overeenkomstig de aangenomen motie van de Raad. Voor 2027 staat de uitvoering gepland van twee integrale plannen, namelijk Kroondomein (Gortel-Niersen-Vierhouterweg) en de Dellenweg e.o., gericht op de toegenomen verkeersdrukte. Dit betreffen integrale participatieve gebiedsplannen die samen met natuur/ecologie en recreatie worden opgepakt en met onze buurgemeenten. Daarnaast worden in de komende jaren binnen de mogelijkheden van het fonds door keuzes/prioritering andere projecten uitgevoerd. - Fietstunnel Eekterweg (F50); investering (2026): € 1 mln. - Centrumring i.r.t. woningbouwopgave; investering (2027): € 1.150.000 - Knelpunt bocht Laan van Fasna en Deventerstraat (F50) - Aanleg regionale fietsverbinding Apeldoorn-Zwolle (tracedeel Epe-Epe) Herontwikkeling Hoofdstraat Centrum Epe 1.582.092 1.623.226 1.554.402 - R Het verbeteren van het verblijfsklimaat in het centrum van het dorp Epe vraagt een herontwikkeling van de Hoofdstraat. Om het in ontwikkeling zijnde plan te kunnen realiseren zijn financiële middelen nodig. Aanpassing en onderhoud landbouwverkeer routes 316.418 - - - C In het Mobilitetsplan zijn landbouwverkeerrroutes opgenomen. Voor twee van deze routes (Kanaalweg en Vaassense Binnenweg/Veldweg) moeten bermverhardingen worden aangebracht. Fietspad F50 - 848.260 - - C Voor de realisatie van de hoogwaardige fietsverbinding tussen Apeldoorn en Epe is aanvullend krediet benodigd (€ 830.000) vanwege een geconstateerd dekkingsverschil. Hiermee kan uitvoering van het project conform planning worden voortgezet. (Vervangings)investeringen openbare ruimte 190.000 1.022.000 2.088.968 3.205.521 C Op basis van een normkostenmodel is ervoor gekozen om (vervangings)investeringsbudgetten in de begroting op te nemen. Er lopen onderzoeken naar het kwaliteitsniveau in de openbare ruimte. In het voorjaar 2028 wordt de nieuwe nota integraal beheer openbare ruimte aan de raad voorgelegd. De investeringsbedragen worden dan mogelijk bijgesteld. Programma 7 Duurzaamheid Watertakenplan; vervanging vrijvervalriolering / relining 1.248.000 1.530.547 1.566.726 1.602.761 D Op basis van verwachting (levensduur) en periodieke inspecties wordt bepaald welke delen van de vrijvervalriolering vervangen/gerelined dienen te worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging per jaar een bedrag beschikbaar. Dekking vindt plaats uit de rioolheffing. Watertakenplan; vervangen drukriolering (persleiding) 175.000 178.850 182.785 186.989 D Op basis van verwachting (levensduur) en inspecties wordt bepaald welke delen van de drukriolering vervangen dienen te worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging een gemiddeld jaarlijks gelijkblijvend bedrag bepaald. Dekking vindt plaats uit de rioolheffing. Watertakenplan; afkoppelen hemelwater bij 552.000 676.973 1.044.484 1.068.507 D rioolvervanging Op basis van verwachting (levensduur) en inspecties wordt bepaald welke delen van de drukriolering vervangen dienen te worden. Vanuit het GWP is voor de vervanging een gemiddeld jaarlijks gelijkblijvend bedrag bepaald. Dekking vindt plaats uit de rioolheffing. Watertakenplan; Klimaatmaatregelen maaiveld - - 62.669 64.110 D Vanuit het Watertakenplan wil de gemeente de komende jaren wateroverlast voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de wijk Vegtelarij in Epe en de kern Oene. Watertakenplan; Vervangen pompen en gemalen 100.000 102.200 104.448 106.851 D Vanuit het watertakenplan wil de gemeente de komende planperiode alle gemalen en pompunits aansluiten op nieuwe besturingssystemen om eenvoudig en direct inzicht te krijgen in meldingen, stroringen en algemeen functioneren. In de 137 Onderwerp Basis investeringsbedrag Auto- risatie 2027 2028 2029 2030 komende periode gaat dit om 200 stuks besturingen (40 per jaar en 2 PLC besturingen per jaar). Dekking vindt plaats uit de rioolheffing. Watertakenplan; Vervangen besturingssystemen drukriool 100.000 102.200 104.448 106.851 D Vanuit het watertakenplan wil de gemeente de komende planperiode alle gemalen en pompunits aansluiten op nieuwe besturingssystemen om eenvoudig en direct inzicht te krijgen in meldingen, stroringen en algemeen functioneren. In de komende periode gaat dit om 200 stuks besturingen (40 per jaar en 2 PLC besturingen per jaar). Dekking vindt plaats uit de rioolheffing. Watertakenplan; Aanleg Bergbezinkvoorziening Epe - - 1.213.392 D Om de hoeveelheid water die overstort op oppervlaktewater verder te reduceren wordt in Epe een Bergbezinkvoorziening aangebracht. Hierdoor stort er minder vervuild water in het oppervlaktewater. Programma Overhead Vervanging ICT-bedrijfsmiddelen 411.000 - 52.634 241.876 D Betreft reguliere vervanging van hardware, die noodzakelijk is met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering. Verbouwing gemeentehuis 585.000 - - - C Voor aanpassingen aan de raadzaal en aanvullende werkzaamheden aan het gemeentehuis (KCC) is aanvullend investeringsbudget (€ 585.000) nodig. Hiermee worden de functionaliteit, bedrijfsvoering en gebruikerskwaliteit van het gebouw verbeterd. 138 4 | Overzicht lasten en baten per taakveld Taakveldenoverzicht Bedragen in euro Programma / taakveld Begroting 2027 Lasten Baten Saldo 01 Opgroeien in Epe 4-1 Openbaar basisonderwijs 93.029 0 -93.029 4-2 Onderwijshuisvesting 1.546.844 15.399 -1.531.445 4-3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 2.769.756 783.060 -1.986.696 5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 187.899 0 -187.899 6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 643.889 23.362 -620.527 6-22 Toegang en 1elijnsvoorz. Jeugd 1.862.404 0 -1.862.404 6-751 Jeugdhulp ambulant lokaal 529.791 0 -529.791 6-752 Jeugdhulp ambulant regionaal 5.368.274 0 -5.368.274 6-753 Jeugdhulp ambulant landelijk 219.000 0 -219.000 6-761 Jeugdhulp met verblijf lokaal 762.433 0 -762.433 6-762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 3.884.919 0 -3.884.919 6-763 Jeugdhulp met verblijf landelijk 102.164 0 -102.164 6-792 PGB Jeugd 111.473 0 -111.473 6-821 Jeugdbescherming 453.597 0 -453.597 6-822 Jeugdreclassering 105.849 0 -105.849 6-92 Coördinatie en beleid Jeugd 260.697 0 -260.697 7-1 Volksgezondheid 2.086.975 42.872 -2.044.103 Totaal 01 Opgroeien in Epe 20.988.993 864.693 -20.124.300 02 Actief in Epe 5-1 Sportbeleid en activering 657.425 270.474 -386.951 5-2 Sportaccommodaties 1.836.900 378.172 -1.458.728 5-3 Cult.presentatie -productie en -partic. 1.013.861 1.331 -1.012.530 5-6 Media 872.659 59.782 -812.877 6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 1.875.578 285.623 -1.589.955 Totaal 02 Actief in Epe 6.256.423 995.382 -5.261.041 03 Zorg en opvang 6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 8.225.686 6.943.009 -1.282.677 6-21 Toegang en 1elijnsvoorz. WMO 2.500.550 0 -2.500.550 6-23 Toegang en 1elijnsvoorz. Integraal 335.074 0 -335.074 6-3 Inkomensregelingen 209.143 0 -209.143 6-60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 1.672.671 64.257 -1.608.414 6-711 Huishoudelijke hulp (WMO) 4.616.176 332.073 -4.284.103 6-712 Begeleiding (WMO) 3.951.415 0 -3.951.415 6-713 Dagbesteding (WMO) 1.557.046 12000 -1.545.046 6-791 PGB WMO 257.974 0 -257.974 6-811 Beschermd wonen (WMO) 153.492 0 -153.492 6-91 Coördinatie en beleid WMO 533.468 0 -533.468 7-1 Volksgezondheid 986.404 420.236 -566.168 Totaal 03 Zorg en opvang 24.999.099 7.771.575 -17.227.524 04 Leefbaar en veilig 1-1 Crisisbeheersing en brandweer 3.159.604 0 -3.159.604 1-2 Openbare orde en veiligheid 933.478 0 -933.478 6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 646.597 100000 -546.597 7-1 Volksgezondheid 2.587 2.754 167 Totaal 04 Leefbaar en veilig 4.742.266 102.754 -4.639.512 05 Ruimte en wonen 139 Programma / taakveld Begroting 2027 Lasten Baten Saldo 0-3 Beheer overige gebouwen en gronden 494.733 544.625 49.892 5-4 Musea 351.844 44.774 -307.070 5-5 Cultureel erfgoed 169.865 16.055 -153.810 6-1 Samenkracht en burgerparticipatie 380.620 202.730 -177.890 8-1 Ruimte en leefomgeving 936.197 1.699.118 762.921 8-2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreine 1.904.029 1.877.600 -26.429 8-3 Wonen en bouwen 2.966.888 1.138.154 -1.828.734 Totaal 05 Ruimte en wonen 7.204.176 5.523.056 -1.681.120 06 Epe op orde 2-1 Verkeer en vervoer 6.144.755 44.074 -6.100.681 2-2 Parkeren 1.539 2.940 1.401 2-5 Openbaar vervoer 1.206 0 -1.206 5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 3.512.838 222.621 -3.290.217 7-5 Begraafplaatsen en crematoria 1.152.151 1.165.945 13.794 8-1 Ruimte en leefomgeving 7.238 0 -7.238 Totaal 06 Epe op orde 10.819.727 1.435.580 -9.384.147 07 Duurzaamheid 3-2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 25.000 0 -25.000 7-2 Riolering 3.178.884 4.187.786 1.008.902 7-3 Afval 5.062.739 6.111.515 1.048.775 7-4 Milieubeheer 2.656.990 334.094 -2.322.896 8-3 Wonen en bouwen 790.081 640.000 -150.081 Totaal 07 Duurzaamheid 11.713.694 11.273.395 -440.300 08 Toezicht en handhaving 1-2 Openbare orde en veiligheid 837.060 15.767 -821.292 8-1 Ruimte en leefomgeving 126.803 0 -126.803 8-3 Wonen en bouwen 40.490 20.667 -19.823 Totaal 08 Toezicht en handhaving 1.004.353 36.434 -967.918 09 Bedrijvigheid 2-1 Verkeer en vervoer 124.106 200.000 75.894 3-1 Economische ontwikkeling 277.553 0 -277.553 3-3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 209.402 78.000 -131.402 3-4 Economische promotie 505.617 0 -505.617 5-7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 429.279 17.186 -412.093 Totaal 09 Bedrijvigheid 1.545.957 295.186 -1.250.771 10 Weer aan het werk 6-3 Inkomensregelingen 12.980.732 9.612.986 -3.367.746 6-4 WSW en beschut werk 4.500.115 0 -4.500.115 6-5 Arbeidsparticipatie 1.392.429 0 -1.392.429 Totaal 10 Weer aan het werk 18.873.276 9.612.986 -9.260.290 11 Bestuur en organisatie 0-1 Bestuur 3.123.654 0 -3.123.654 0-2 Burgerzaken 2.085.423 825.646 -1.259.777 0-8 Overige baten en lasten 199.842 0 -199.842 0-9 Vennootschapsbelasting (VpB) 14.699 0 -14.699 Totaal 11 Bestuur en organisatie 5.423.618 825.646 -4.597.972 12 Overzicht algemene dekkingsmiddelen 0-5 Treasury 115.864 566.900 451.036 0-61 OZB woningen 430.178 5.636.834 5.206.656 0-62 OZB niet-woningen 89.302 2.003.470 1.914.167 0-64 Belastingen overig 3.710 239.565 235.855 140 Programma / taakveld Begroting 2027 Lasten Baten Saldo 0-7 Alg.uitkeringen en ov. uitkeringen GF 0 78.885.000 78.885.000 0-8 Overige baten en lasten 179.200 0 -179.200 3-4 Economische promotie 1130 1.580.534 1.579.404 Totaal 12 Overzicht algemene dekkingsmiddelen 819.384 88.912.303 88.092.918 13 Overhead 0-4 Overhead 16.367.433 144.534 -16.222.899 Totaal 13 Overhead 16.367.433 144.534 -16.222.899 18 Mutaties in de reserves 0-10 Mutaties reserves 15.969.248 18.934.124 2.964.876 Totaal 18 Mutaties in reserves 15.969.248 18.934.124 2.964.876 Totaal 146.727.647 146.727.648 0 141 5 | Overzicht verloop reserves en voorzieningen Verloopoverzicht Bedragen in euro Soort en naam reserve / voorziening Stand Stand Stand Stand Stand 1-1-2027 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030 Algemene reserve 900000 Algemene reserve 4.690.465 13.513.311 13.513.311 13.513.311 13.513.311 Totaal Algemene reserve 4.690.465 13.513.311 13.513.311 13.513.311 13.513.311 Bestemmingsreserves 900030 Eenmalige dekkingsmiddelen 1.321.305 1.336.207 918.643 704.683 664.927 900070 ICT investeringen 2.073.538 1.500.000 1.482.000 1.296.500 1.276.921 900600 Groot onderhoud gem. gebouwen 143.585 - - - - 900850 Duurzaamheid 65.546 - - - - 920020 Mobiliteitsfonds 1.649.316 1.671.796 1.703.052 1.742.222 1.785.778 920050 Onderhoud wegen 2.067.530 2.681.260 2.850.972 3.016.545 3.191.958 920090 Vervanging openbare verlichting 289.155 - - - - 920350 Overdracht fietspaden RGV 5.888 - - - - 920450 Vervanging bruggen 337.840 - - - - 930030 Egalisatie winstuitkering Nuon 409.388 - - - - 930040 Verkoop 14 aandelen VNB (6%) 195.186 - - - - 930060 Afl. achtergestelde lening Nuon 1.888.724 - - - - 930080 Afl. achtergestelde lening Vitens 2.327.400 - - - - 940170 Meubilair gymlokalen 87.035 0 0 0 0 940230 Huisvesting onderwijsvoorzieningen 18.206.386 18.646.752 18.752.318 19.138.691 19.617.159 940300 Asbestsanering scholen 28.308 - - - - 950030 Restauratie/onderh. monumenten 49.417 - - - - 950100 Kunst openbare ruimte 155.301 169.339 552.991 610.640 625.906 950120 Speelruimte 208.038 - - - - 950180 Renovatie kunst- en natuurgrasvelden 556.634 646.106 737.905 829.877 925.623 960130 Groot onderhoud pand Apeldoornseweg 85 25.215 - - - - 960280 Risico's sociaal domein 2.351.942 0 0 0 0 960310 Huisvesting vluchtelingen, statushouders e.a. 5.653.185 5.230.834 4.826.590 4.397.356 4.336.886 960320 Minimabeleid 848.278 - - - - 960330 Beschermd Wonen-Maatschappelijke Opvang 1.300.485 1.300.485 1.300.485 1.300.485 1.300.485 960380 Hervorming Jeugdzorg/WMO 5.756.214 5.407.669 4.409.061 3.581.964 2.886.557 960500 Participatie 266.763 - - - - 961090 BUIG-middelen 1.728.505 1.816.032 1.969.081 2.122.130 2.275.179 980320 Structuurvisies dorpscentra 1.467.119 1.505.264 1.544.401 1.579.922 1.619.420 980350 Starterslening 723.536 - - - - 980430 Reserve Omgevingswet en Wkb 888.354 - - - - 990000 Bouwgrondexploitatie 1.854.834 1.854.834 1.854.834 1.854.834 1.854.834 990050 Langdurig zieken voormalig personeel 402.515 402.515 402.515 402.515 402.515 990060 Organisatieontwikkeling 263.302 163.302 67.548 0 0 990070 Herstel schade nutsbedrijven 459.974 - - - - 990160 Herstel en Stimuleringsagenda 345.996 - - - - 990180 Generatiepact 547.669 - - - - 990200 Dekking Kapitaallasten 28.112.031 27.541.320 26.401.061 25.133.428 23.684.624 2.863.000 4.263.000 5.313.000 6.363.000 6.363.000 Totaal Bestemmingsreserves 87.924.435 76.136.713 75.086.456 74.074.792 72.811.772 Voorzieningen 142 Soort en naam reserve / voorziening Stand Stand Stand Stand Stand 1-1-2027 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030 Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen 2.812.523 2.915.223 2.035.884 2.292.019 2.434.375 900080 Pensioenen pol. ambtsdragers 6.254.239 - - - - 900280 Verlofsparen 523.746 633.746 733.746 823.746 903.746 900290 Wachtgeld wethouders 428.528 346.513 262.365 175.242 97.820 900310 Voorziening RVU 11.549 0 0 0 0 920110 Groot onderhoud bruggen 22.764 3.032 7.037 3.611 7.818 961200 Grafrechten KNIL Veteranen 187.681 198.061 200.711 204.827 197.448 970040 Begraven 257.005 118.382 121.460 124.253 127.360 970120 Riolering 2.875.022 2.606.183 2.673.944 2.735.445 2.803.831 981250 Bouwgr.expl. fac. n.t.m. kst. afgesl.proj. 21.095 21.095 21.643 22.141 22.694 Totaal Voorzieningen 13.394.152 6.842.235 6.056.790 6.381.284 6.595.092 143 6 | Bijlage bij paragraaf 4 Financiering bedragen in euro Kasgeldlimiet. 2027 Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag 8,50% In euro’s (1) 12.472.000 Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar - Schuld in rekening-courant - Gestorte gelden door derden < 1 jaar p.m. Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld p.m. Totaal vlottende korte schuld (2) - Vlottende middelen Contante gelden in kas p.m. Tegoeden in rekening-courant p.m. Overige uitstaande gelden < 1 jaar p.m. Totaal vlottende middelen (3) - Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) 12.472.000 Totaal netto vlottende schuld (4) = (2) - (3) - Ruimte (+) / Overschrijding (-) ; (1) - (4) 12.472.000 Renterisiconorm en renterisico's op vaste schuld 2027 Renterisico op vaste schuld Renteherziening op vaste schuld o/g (1a) - Renteherziening op vaste schuld u/g (1b) - Netto renteherziening op vaste schuld - (1) = (1a) - (1b) Te betalen aflossingen (2) - Renterisico op vaste schuld (3) = (1) + (2) - Renterisiconorm Begrotingstotaal (4) 146.727.645 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (5) 20% Renterisiconorm (6) = (4) * (5) 29.346.000 Toets renterisiconorm Renterisiconorm (6) 29.346.000 Rente op vaste schuld (7) - Ruimte (+) / Overschrijding (-); (8) = (6) – (7) 29.346.000 Renteschema: Rentelasten en rentebaten 2027 Externe rentelasten over de korte en lange financiering (1a) 112.000 Externe rentebaten (idem) (1b) 437.000 Saldo rentelasten en rentebaten (1) = (1a) - (1b) -325.000 Rente die aan het grondbedrijf moet worden doorberekend - Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend - Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffend - taakveld moet worden doorgerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -325.000 (Bespaarde) rente over eigen vermogen - (Bespaarde) rente over voorzieningen - Totaal aan taakvelden toegerekende rente -325.000 Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 0 Renteresultaat op het taakveld Treasury 325.000 144 7 | Kapitaallasten, personeelskosten, loon- en prijsstijgingen Toelichting In de financiële begroting is per programma een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting 2026 en 2027. Daarin is per programma het verschil in kapitaallasten, toerekening van personele kosten en loon- en prijsstijgingen in één post verwerkt. Het totale verschil van alle programma’s wordt als volgt verklaard: 1. Kapitaallasten Op het totaal van de rente- en afschrijvingslasten ontstaat een voordeel van € 269.000. Dit gaat om bestaand beleid. Belangrijkste oorzaken van het verschil: € 45.000 voordeel door laatste afschrijving in 2026, vrijval in 2027; € 40.000 voordeel door verlaging van de rente van 0,1% naar 0,0%; € 57.000 voordeel door lagere rentelasten door daling van de boekwaarde (afschrijving) en € 67.000 voordeel door een correctie van de afschrijvingslasten in verband met een in 2026 te hoge afschrijving op een krediet. 2. Personeelskosten De salariskosten, exclusief toelagen en vergoedingen zijn ten opzichte van 2026 gestegen van € 20,6 miljoen naar € 21,5 miljoen. De stijging van € 884.000 wordt voor € 419.000 veroorzaakt door een stijging van de salariskosten en voor € 465.000 veroorzaakt door een toename van personeel (3,5 fte). De toename van het personeel is gedekt door inzet van reguliere budgetten. Het betreft de volgende mutaties:  Directie: Concerncontroller 0,78 fte  CJV: Eenheid Communicatie, Junior communicatieadviseur -0,67 fte  CJV: Eenheid Communicatie, Communicatieadviseur -1,65 fte  CJV: Eenheid Communicatie, Adviseur Juridische Zaken -0,89 fte  CJV: Eenheid Communicatie, Juridisch beleidsadviseur -0,22 fte  KCC & Burgerzaken: Medewerker KCC frontoffice -0,56 fte  VTH: Eenheid Vergunningen, Casemanager Omgevingswet 2 fte  VTH: Eenheid Vergunningen, Toezichthouder Omgevingswet 0,33 fte  Team Ontwikkeling en Omgeving: Projectleider 1,0 fte  Team Ontwikkeling en Omgeving: Beleidsadviseur 0,95 fte  Team Realisatie en Beheer: Gebouwenbeheerder 1,0 fte  Team Realisatie en Beheer: Civieltechnisch toezichthouder 1,0fte  Team Realisatie en Beheer: Beheerder gemeentelijk vastgoed 0,5 fte  Team Realisatie en Beheer: Verkeerskundige 0,39 fte  Diverse kleinere formatieve wijzigingen -0,42 fte De overige verschillen worden veroorzaakt door de loonkostenstijging. Als nieuw beleid zijn aanvullende bedragen voor uitbreiding van de formatie opgenomen. Deze maken geen onderdeel uit van deze analyse, maar zijn als 'nieuw beleid' op de programma's verantwoord. 3. Autonome prijsstijging De autonome prijsstijging wordt gebaseerd op de verwachtingen van het CPB en bedraagt in de begroting 2027 in totaal 2,6%. Deze bestaat uit een aanvullende (structurele) indexatie voor 2026 van 0,5% en indexatie voor 2027 van 2,1%. Dit leidt tot een nadeel in deze begroting van in totaal ongeveer € 201.500 ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting. Toen was voor het jaar 2027 rekening gehouden met een prijsstijging van 2,2%. 4. Toerekening uren en overhead vanuit de kostenplaatsen De kosten van overhead staan op een afzonderlijk programma ‘Overhead’. Deze kosten zijn niet aan de programma’s toegerekend. Het betreft inclusief nieuw beleid, een totaalbedrag van € 16,4 miljoen (2026: € 15,6 miljoen). 5. Doorbelasting aan investeringen en grondbedrijf De toerekening van personeelskosten aan het grondbedrijf bedraagt € 86.000. Dat is een afname van € 19.000 ten opzichte van de vorige begroting. Daarnaast wordt voor € 100.000 aan personeelskosten toegerekend aan investeringen. 145 8 | Verplichte indicatoren per programma (BBV) Programma 1 Indicator 2021 2022 2023 2024 2025 Verwijzingen Halt 4 5 7 5 4 Het aantal verwijzingen naar Halt, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar. Kinderen in uitkeringsgezin 3% 3% 3% 3% - Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Voortijdige schoolverlaters (vo+mbo) 1,6% 2,5% 2,2% 2,2% - Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12-23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. Absoluut verzuim 2,5 2,3 1,6 3,0 - Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 5-18 jaar. Relatief verzuim 17 23 23 19 - Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 leerlingen. Jongeren met jeugdhulp 12,2% 12,5% 13,1% 13,6% 14,1% Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar). Jongeren met jeugdbescherming 1,3% 1,0% 1,0% 1,0% 0,8% Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar (tweede helft van het genoemde jaar). Jongeren met jeugdreclassering 0,2% - 0,3% - 0,2% Het percentage jongeren (12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar) (tweede helft van het genoemde jaar). Jongeren met een delict voor de rechter 1% 1% 1% - - Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar. Programma 2 Indicator 2020 2022 2024 2025 Niet-wekelijkse sporters 51,1% 48,3% 48,3% - Het percentage inwoners dat niet wekelijks sport ten opzichte van het totaal aantal inwoners. Programma 3 Indicator 2022 2023 2024 2025 Wmo-cliënten met een maatwerk-arrangement per 10.000 inwoners. 530 570 600 630 Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Programma 4 Indicator 2021 2022 2023 2024 2025 Winkeldiefstal 0,8 1,2 1,7 1,5 1,0 Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners. Geweldsmisdrijven 2,7 3,0 2,9 2,9 2,2 Het aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners. Diefstal uit woningen 1,1 1,1 0,8 2,1 1,0 Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners. Vernieling en beschadiging 4,1 4,5 4,4 3,3 3,7 Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners. 146 Programma 5 Indicator 2021 2022 2023 2024 Nieuwbouwwoningen 5,2 1,6 5,3 6,6 Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen. Programma 6 Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Programma 7 Indicator 2020 2021 2022 2023 2024 Huishoudelijk restafval 156 86 79 79 79 De hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (kg). Hernieuwbare elektriciteit 8,2% 12,2% 19,9% 22,2% 24,6% Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa. Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar. Programma 8 Er zijn geen verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Programma 9 Indicator 2021 2022 2023 2024 2025 Banen 688 706,2 732,3 740,2 0 Het aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Vestigingen 153,2 161,5 165,9 176,8 - Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Netto arbeidsparticipatie 70,2% 72,6% 73,0% 73,0% 72,2% Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking. Functiemenging 48,2 48,5 49,3 49,1 - De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen. Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar. Programma 10 Indicator 2021 2022 2023 2024 2025 Bijstandsuitkeringen 182,2 147,3 150,2 153,2 158,4 Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners van 18 jaar en ouder. Lopende re-integratie-voorzieningen 131 141,8 162,4 190,2 194,4 Het aantal lopende re-integratie voorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Jeugdwerkeloosheidspercentage 1% 2% 2% 1% - Het percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar). Vanuit de verplichte bron van deze indicator zijn niet bij alle indicatoren recentere data beschikbaar. 147 Programma 11 Indicator 2024 2025 2026 2027 Formatie 5,6 6,1 6,3 6,4 De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners. Bezetting * 6,4 6,1 - - Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is per 31 december, per 1.000 inwoners. Apparaatskosten Begroot 737 766 863 890 Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Apparaatskosten Werkelijk * 756 756 - Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Externe inhuur Begroot ** 1,0% 1,2% 6,2% 3,6% Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Externe inhuur Werkelijk * 26,0% 18,9% - - Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Demografische druk 87,0% 88,3% 88,5% De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. * Deze indicator wordt geactualiseerd in de jaarrekening ** De afname van de indicator ‘Externe inhuur begroot’ is te verklaren door een gewijzigde begrotingssystematiek m.b.t. inhuur voor de huisvesting en opvang van vluchtelingen, ontheemde Oekraïners en andere doelgroepen. In de programmabegroting 2026-2029 was deze nog als inhuur voor deze taak opgenomen. Deze is in de begroting 2027 omgezet naar formatie. Tegenover deze kosten staan voor een groot deel vergoedingen vanuit het Rijk. In algemene zin zien we altijd dat het percentage externe inhuur hoger ligt dan in de begroting. De personele lasten worden jaarlijks in de begroting geraamd op basis van de personele formatie en niet op basis van de bezetting. In de begroting wordt in beperkte mate rekening gehouden met externe inhuur. Indien een vacature niet ingevuld wordt of niet ingevuld kan worden leidt dit tot financiële ruimte binnen de bestaande financiële middelen die beschikbaar zijn. Deze middelen kunnen dan worden ingezet ter dekking van externe inhuur. Hierdoor ontstaat het verschil tussen begrote percentages en de gerealiseerde percentages voor externe inhuur. Daarnaast is het moeilijk om te begroten voor incidentele opgaven waar de gemeente voor staat. Deze worden ook gedekt uit incidenteel geld. Programma Algemene dekkingsmiddelen Indicator 2023 2024 2025 2026 Woonlasten éénpersoonshuishouden 798 835 894 923 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Woonlasten meerpersoonshuishouden 896 933 996 1033 Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. WOZ-waarde woningen 437 451 459 504 De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in 1.000 euro. Programma Overhead Indicator 2024 2025 2026 2027 Overheadkosten Begroot 13,5% 11,8% 11,1% 11,2% De overheadkosten zoals begroot op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve). Overheadkosten Werkelijk * 12,8% 10,7% - - De overheadkosten zoals verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve). * Deze indicator wordt geactualiseerd in de jaarrekening 148 Verklaring van gebruikte afkortingen Verklaring van gebruikte afkortingen Afkorting Betekenis afl. aflossing AI Artificial Intelligence (vertaling:kunstmatige intelligentie) API application programming interface APV Algemene plaatselijke verordening ARBO Arbeidsomstandigheden AVE aanpak voorkoming escalatie AVG Algemene verordening gegevensbescherming B&B bed and breakfast B.V. besloten vennootschap BBV Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten Bbz Besluit bijstandsverlening zelfstandigen BCF BTW-compensatiefonds BIO Baseline Informatiebeveiliging Overheid BIZ Bedrijveninvesteringszone BNG Bank Nederlandse Gemeenten BOA buitengewoon opsporingsambtenaar BOR beheer openbare ruimte BRP basisrioleringsplan BTW belasting over de toegevoegde waarde BUIG bundeling van uitkeringen aan gemeenten BWT bouw- en woningtoezicht CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CJG Centrum voor Jeugd en Gezin COA Centraal Orgaan opvang Asielzoekers COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden CPB Centraal Planbureau CRM Customer Relationship Management CROW Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek CV commanditaire vennootschap Diftar GeDIFferentierde TARieven DVO Dienstverleningsovereenkomst E-depot Electronisch depot EMU Europese Monetaire Unie ENSIA Eenduidige Normatiek Single Information Audit excl. exclusief fte fulltime-equivalent GALA Gezond en Actief Leven Akkoord GGD gemeenschappelijke gezondheidsdienst GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio GWP gemeentelijk watertakenplan ha. hectare Halt het alternatief HRM human resource management HUP Handhavingsuitvoerigsprogramma ICT informatie- en communicatietechnologie IHP Intergraal huisvestingsplan IKB individueel keuzebudget IKC integraal kindcentrum IMOC inflatie materiële overheidsconsumptie incl. inclusief IOAW inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers 149 Afkorting Betekenis IOAZ inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IPO Interprovinciaal Overleg i.r.t. in relatie tot IT informatietechnologie JOGG Jongeren op Gezond Gewicht KCC klant contactcentrum KIVA Finse afkorting van een antipestprogramma KNIL Koninklijk Nederlands-Indisch Leger LED light-emitting diode MBO middelbaar beroepsonderwijs MFC multifunctioneel centrum MIP meerjareninvesteringsplan MJB meerjarenbegroting MJOP meerjaren onderhoudsplan mln. miljoen MO/BW maatschappelijke opvang en beschermd wonen NIS2 Network and Information Security directive (vertaling: Netwerk en informatiebeveiliging richtlijn) nnb nog niet bekend nntb nog nader te bepalen NoVa Noord-Veluws Archief N.V. naamloze vennootschap OAB onderwijs achterstandenbeleid OdV Omgevingsdienst Veluwe OMVV Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken B.V. OV openbaar vervoer OVA Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling OVIJ Omgevingsdienst Veluwe IJssel Ow Omgevingswet OZB onroerendezaakbelasting PIOFHA-JC personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, automatisering, juridische zaken en communicatie PLC programmeerbare logische besturing p.m. pro memorie PMD Plastic, Metaal en Drankkartons POK Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag PPC prijsindexcijfer particuliere consumptie PWA Prins Willem Alexander P-wet Participatiewet RDW Dienst Wegverkeer RES regionale energietransitie strategie RGV voorheen: Recreatie Gemeenschap Veluwe, nu: Leisurelands ROB Raad voor het Openbaar Bestuur RSG Rijks Scholengemeenschap N.O.-Veluwe RVU Regeling voor Vervroegde Uittreding SDV Sport- en Dorpscentrum Vaassen SMP SoortenManagement Plan SNWV Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe SPUK Specifieke Uitkering SROI Social Return On Investment SUWI Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen UAV-GC Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen UP Uitvoeringsprogramma VFL Verordening fysieke leefomgeving VFP Vaassen Flexible Packaging B.V. VIC Verbijzonderde interne controle VMI Veluwse Machine-Industrie 150 Afkorting Betekenis VN Verenigde Naties VNB Veluwse Nuts Bedrijven VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNOG Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland VO voortgezet onderwijs WGDI Wet Generieke Digitale Infrastructuur WGR Wet gemeenschappelijke regelingen Wjsg Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen WMO Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wob Wet openbaarheid bestuur Woo Wet open overheid WOZ waardering onroerende zaken Wpg Wet politiegegevens WSW Wet sociale werkvoorziening / Waarborgfonds Sociale Woningbouw 151

Tekst uit PDF geëxtraheerd