Home › Brunssum › Motie
RIB - Beantwoording Motie inzake Kloostertuyn 2
Ingetrokken
| Type | Motie |
| Gemeente | Brunssum |
| Datum | 2026-06-02 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
9
gemeente Br u n S S
m
VERZONDEN 0 2 JUNI zuJ
Gemeenteraad Brunssum
t.a.v. de leden van de raad
Postbus 250
6440 AG Brunssum
Datum
Uw kenmerk
Ons kenmerk
202671887 202671889
Onderwerp
Motie inzake Kloostertuyn 2
2 juni 2026
/
Geachte leden van de raad,
In uw vergadering van 10 maart 2026 heeft u een motie van VVD, Lijst Borger, PAK, LBL, BBB Lijst Palmen en
PvdA aangenomen. In het onderstaande brengen wij u puntsgewijs op de hoogte van de uitvoering van deze
motie.
1. Communicatie rondom aanvraag AMV opvang Kloostertuyn 2
In december 2025 vonden de eerste gesprekken plaats tussen Xonar en de gemeente Brunssum
over de
communicatie met de omwonenden.
Het initiatief voor een participatieplan met omwonenden lag bij Xonar, als vergunningaanvrager en
toekomstig gebruiker van het pand. Participatie is ook een onderdeel van de vergunningaanvraag en een
voorwaarde voor vergunningverlening middels toepassing van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
kreeg een concept - participatieplan door Xonar in januari 2026 toegestuurd. Dat
leidde tot een aantal aanpassingen in het plan.
De gemeente Brunssum
Terwijl Xonar het participatieplan gereed maakte om bij de vergunningaanvraag to voegen, meldde een
groep van omwonenden zich bij de gemeente. Het betrof vier omwonenden die op 29 januari 2026 een
gesprek hadden met de gemeente en met Xonar, en die zich voorstelden als de 'Werkgroep omwonenden
Kloostertuyn'. Zij gaven in dat gesprek aan de omwonenden van de Kloostertuyn to vertegenwoordigen.
In dat gesprek werden onder meer afspraken gemaakt over de toekomstige communicatie. Zo werd
toegezegd dat er een helder en tijdig communicatie - en participatietraject zou worden opgestart waarbij de
werkgroep en omwonenden maximaal zouden worden betrokken bij de ontwikkelingen rondom het pand
Kloostertuyn 2.
Leden van de werkgroep zouden deelnemen aan een bezoek aan een vergelijkbare woonvorm in Sittard, ook
beheerd door Xonar, om een goede indruk to krijgen van de bewoners en de regels en praktijk rondom hun
woonvorm; tenslotte zou de voorzitter van de werkgroep worden uitgenodigd om vast lid to worden van het
reguliere overleg tussen de gemeente en Xonar over de ontwikkeling van de locatie.
Telefoon
( 045 ) 527 85 55
E - mail
[email protected]
Website
www.brunssum.nl
Postadres
Postbus 250
6440 AG Brunssum
Bezoekadres
Bankgegevens
[BAN NL68BNGH0285001523
t.n.v. Gemeente Brunssum
Undeplem 1
6444 AT Brunssum
14129999
M nummer
#)
49
-
a
.ad
limburg
gemeente
Br unSSum
Het bezoek aan de Xonar- locatie in Sittard door de vier leden van de werkgroep vond, in aanwezigheid ook
van de gemeente, op 12 februari plaats.
Echter, kort na het overleg van 29 januari, op 4 februari, liet de werkgroep weten niet toe to treden tot het
voorgestelde reguliere overleg. Tien dagen later, op 13 februari, vond een tweede gesprek plaats met een
groep omwonenden, dit keer van een andere samenstelling. Opnieuw werden tussen deze omwonenden, de
gemeente en Xonar afspraken gemaakt over de communicatie en participatie, waarbij opnieuw bewoners
werden uitgenodigd om samen met Xonar in overleg to kijken naar de ontwikkeling van de locatie.
Eind februari en begin maart was er verder overleg tussen Xonar en de gemeente over het participatieplan
en over de uitvoering daarvan. Zo werden afspraken gemaakt over de organisatie van een
bewonersbijeenkomst / Open Dag op de locatie, optioneel ingepland voor de tweede helft van maart. Nadere
uitvoering hiervan werd stilgelegd na de commissievergadering op 3 maart en de raadsvergadering van 10
maart, naar aanleiding van de aangenomen moties.
Bij een toekomstige invulling van het pand komt er een communicatietraject, waarbij de intentie en de vorm
van de communicatie, alsook over het proces en de rol van de betrokkenen, afhankelijk zal zijn van de
beoogde invulling.
2. Onderzoek bestaande vergunning Kloostertuyn 2
Mogelijkheden ter wijzigen of intrekking van de huidige vergunning
Voor de beantwoording van deze vraag is allereerst relevant dat op 13 juni 2002 een reguliere
bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een woningbouwcomplex, waaronder begrepen een
woonzorgcomplex. De beoogde gebruiker van laatstgenoemd complex was ten tijde van de aanvraag Stichting
Pepijn ten behoeve van de huisvesting van 18 pupillen onder permanente begeleiding.
Dit gebruik was ten tijde van de vergunningverlening in lijn met het toen geldende bestemmingsplan, dat
gevormd werd door bestemmingsplan `Centrum' uit 1993 en de eerste herziening daarvan uit 1999. Op basis
daarvan was ter plaatse de bestemming 'Gemengde doeleinden' van kracht. Binnen deze bestemming waren
onder meer 'bijzondere doeleinden' toegestaan, zoals een bejaardenhuis en een zorgcentrum. Echter ook
reguliere'woondoeleinden'konden als passend worden beschouwd binnen de betreffende bestemming.
Er client dan ook to worden geconcludeerd dat het woonzorgcomplex als een rechtstreeks passend bouwplan
is vergund waarna het is gerealiseerd en in gebruik is genomen.
De bevoegdheid om een vergunning to wijzigen of in to trekken volgt uit de Omgevingswet en het
bijbehorende Besluit kwaliteit leefomgeving ( Bkl ) De specifieke intrekkings - en wijzigingsgronden hebben voor zover relevant - enkel betrekking op buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Nu daar in het onderhavige
geval Been sprake van is ( het betrof immers een reguliere bouwvergunning in lijn met het toentertijd geldende
bestemmingsplan ) resteren enkel de algemene intrekkings - en wijzigingsgronden uit de Omgevingswet, meer
specifiek artikel 5.40 en / of artikel 18.10 van deze wet.
.
Samengevat kan een vergunning worden gewijzigd ten behoeve van het wegnemen of beperken van
risico's/ gevaren in de zin van ( art. 3, lid 7 van ) de Wet Bibob. Intrekking is mogelijk
• indien de beschikking op basis van onjuiste en / of onvolledige gegevens is verleend;
• indien in strijd met de geldende vergunning wordt gehandeld;
• op verzoek van de vergunninghouder.
:
gemeente
BronSSum
6
Gebleken is dat het pand thans niet meer in gebruik is. Alleen al om die reden kan geen sprake zijn van
handelingen in strijd met de betreffende vergunning. Ook is er geen verzoek tot intrekking geclaan door de
vergunninghouder. Tot slot zijn er geen redenen om aan to nemen clat ten tijde van de vergunningverlening
onjuiste / onvolledige gegevens zijn verstrekt.
Concluderend bestaan er geen juridische mogelijkheden om tot wijziging of intrekking van de in 2002
verleende bouwvergunning over to gaan.
Overige relevante informatie over de gebruiksmogelijkheden
Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor het gebruik van de locatie ten behoeve van AMV'ers is
er evenwel van uitgegaan dat het betreffende pand tot voorkort nog in gebruik was als woonzorgcomplex en
de aanvraag feitelijk betrekking had op de uitbreiding van een reeds verleende toestemming / vergunning.
Nader onderzoek - mede naar aanleiding van onderhavige motie - heeft uitgewezen dat het pand reeds sinds
maart 2024 niet langer in gebruik is als woonzorgcomplex door stichting Pergamijn ( welke stichting is ontstaan
na een fusie tussen Stichting Pepijn en Stichting Paulus )
.
Dit laatste aspect is van belang, omdat bij de meest recente bestemmingsplanwijziging ( en ) voor het
betreffende perceel de bestemming, op grond van het bestemmingsplan 'Centrum' uit 2010 en het
bestemmingsplan 'Centrum, 1' herziening' uit 2015 ( waarbij enkel regels en geen bestemming zijn aangepast) ,
niet langer 'Gemengde doeleinden' of sec 'Bijzondere doeleinden' betrof ( conform de toen geldende
standaarden handelde het dan om de bestemmingen 'Gemengd' of'Maatschappelijke doeleinden' ) , maar een
woonbestemming aan het perceel is toegekend, zonder aanduidingsvlak voor een woonzorgcomplex.
Over de vraag binnen welke bestemming een zorgwoning als passend client to worden gekwalificeerd is vanaf
2008 - toen de Wet ruimtelijke ordening in werking trad - de nodige jurisprudentie ontstaan. In de kern volgt
uit deze rechtspraak dat bij nagenoeg zelfstandige bewoning ( waarbij dus wel enige mate van
ondersteuning / zorg mogelijk is, vaak zonder verplichtend karakter ) een woonbestemming het meest passend
is, maar bij gebruik waar de zorgcomponent prevaleert ( 24 - uurs begeleiding/ zorg, verplichtend karakter om
de zorgwoning to kunnen betrekken en niet gericht op zelfstandige bewoning ) , dit alleen passend is binnen
een maatschappelijke bestemming.
Nu het betreffende perceel laatstgenoemde bestemming niet ( meer ) heeft, is een woonzorgcomplex in strijd
met de gebruiksregels van het omgevingsplan, waar de genoemde bestemmingsplannen uit 2010 en 2015 van
rechtswege ondercleel van uitmaken. Bestaand gebruik ten tijde van de inwerking van deze
bestemmingsplannen mocht evenwel worden voortgezet op basis van het overgangsrecht, nu het niet in strijd
was met het daaraan voorafgaande bestemmingsplan. Echter, in het overgangsrecht is tevens opgenomen dat
als gebruik dat onder het overgangsrecht valt voor langer dan een jaar wordt gestaakt, dit als verboden gebruik
heeft to gelden en niet meer mag worden hervat.
Hoewel uit de toelichting behorende bij de bestemmingsplannen 'Centrum' uit 2010 en 'Centrum, 1'
herziening' uit 2015 niet duidelijk naar voren komt of het betreffende maatschappelijke gebruik als
woonzorgcomplex bewust is 'wegbestemd' en wat de reden hiervan is geweest, client to worden
geconcludeerd dat gebruik voor maatschappelijke doeleinden ter plaatse als strijdig gebruik heeft to gelden.
Voor dergelijke initiatieven die strijdig zijn met het omgevingsplan zal dus to allen tijde een
omgevingsplanwijziging moeten worden doorlopen dan wel toestemming moeten worden verleend op basis
van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij in geval van een wijziging die afwijkt van de
gemeente
Br unSSum
9
hoofdfunctie van het perceel clan wel sprake is van maatschappelijk/ politiek gevoelige kwesties, uw
gemeenteraad om bindend advies zal worden verzocht.
Hoewel uw gemeenteraad de bevoegdheid heeft om het omgevingsplan ter plaatse to wijzigen, waarbij sprake
client to zijn van een goed doordacht toekomstbeeld voor het betreffende perceel met het oog op een
evenwichtige functietoedeling voor de locatie in kwestie, is deze wijziging niet noodzakelijk om voor
zorggerelateerde ontwikkelingen waar de nadruk niet op 'nagenoeg zelfstandige bewoning' ligt per casus een
specifieke afweging to kunnen maken of hierbij sprake is van de genoemde evenwichtige functietoedeling en
clus ook de mogelijkheid bestaat deze toestemming / wijziging to weigeren indien hier geen sprake van is.
3. Tijdelijke stop
In de periode die is benut voor het uitzoeken van de door uw raad gestelde onderzoeksvragen zijn geen nieuwe
aanvragen ontvangen aangaande het perceel Kloostertuyn 2. Ook is de aanvankelijk ingediende aanvraag voor
een omgevingsvergunning strekkende tot het toestaan van opvang van AMV- ers inmiddels ingetrokken. Er
bestond tot op heden clan ook geen noodzaak om tijdelijk geen omgevingsvergunning( en ) in afwijking van het
omgevingsplan to verlenen.
conform uw verzoek, uitgezocht of en zo ja, in welke mate het vaststellen van
voorbeschermingsregels noodzakelijk is om de gewenste regierol to bereiken. Indien de vaststelling van deze
voorbeschermingsregels noodzakelijk wordt geacht, kan er - zoals verzocht - voor worden gekozen tot die tijd
geen omgevingsvergunningen voor afwijkend gebruik to verlenen. Deze keuze kan er evenwel toe leiden dat
de gemeente in gebreke wordt gesteld en er mogelijk dwangsommen verbeurd worden en er al dan niet een
gang naar de rechter plaatsvindt indien niet binnen de beslis - en verdagingstermijn wordt besloten.
Thans wordt,
Vanwege de politieke gevoeligheid en / of een wijziging van bestaand gebruik die niet past binnen de geldende
hoofdfunctie zal in veel gevallen om bindend advies dienen to worden verzocht aan uw raad. In dergelijke
gevallen is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Hoewel het in de vorige alinea genoemde
risico clan kleiner is, bestaat het risico nog steeds vanwege de tijd die gemoeid is met het op een zorgvuldige
wijze doorlopen van de benodigde procedure om - zo nodig- tot vaststelling van voorbeschermingsregels over
to gaan.
We ) client op deze plaats nog to worden vermeld dat gebruik dat nu passend is binnen het ter plaatse
geldende bestemming op basis van omgevingsplan tot die tijd niet kan worden tegengehouden. Zoals
hiervoor reeds toegelicht onder het kopje 'Overige relevante informatie over de gebruiksmogelijkheden'
speelt deze situatie niet op de locatie Kloostertuyn 2. Desalniettemin zal uw gemeenteraad uiteraard actief
worden geinformeerd over aanvragen betreffende dit perceel.
Participatie
In het kader van een BOPA is participatie, mede ten gevolge van besluitvorming door de gemeenteraad d.d.
26 september 2023, verplicht. Over de aard en diepgang van de participatie is tevens een handreiking
vastgesteld, maar de wijze van participatie is aan de aanvrager en daarmee vormvrij. Uiteraard wordt naar
gelang de ruimtelijke impact van een ontwikkeling wel een claarbij passend participatietraject verwacht.
9
gemeente
Br unSSum
Het betreft bovenclien een indieningsvereiste en is dus geen onderdeel van het inhoudelijke toetsingskader.
Hetgeen overigens niet wegneemt dat het bevoegd gezag rekenschap neemt van hetgeen in het kader van
de participatie naar voren is gekomen en dit - voor zover nodig mogelijk - betrekt in de afweging.
/
De betreffencle punten zoals gesteld onder punt 3, derde tot en met het vijfde opsommingsteken van uw
besluit / motie kunnen dus enkel als suggestie worden meegegeven aan een eventuele toekomstige
initiatiefnemeren niet als harde eis.
Voorbereidingsbesluit
Het nemen/ voorbereiden van een voorbereidingsbesluit ( thans voorbeschermingsregels) is in de regel
binnen de woonbestemming niet nodig om voor dergelijke initiatieven een verbod en / of nader
toetsmoment in het leven to roepen, nu gebruik met in hoofdzaak een zorgcomponent ( in plaats van de
nadruk op zelfstandig wonen ) al strijdig is met deze bestemming.
:
Ook ter plaatse van bestemmingsregels waar dergelijk op zorg gericht gebruik wel rechtstreeks mogelijk is
( veelal de maatschappelijke bestemmingen ) , is het de vraag of een dergelijk besluit en / of de uitwerking
ervan juridisch haalbaar is. Hierbij is onder meer relevant of er op dit moment gem otiveerd / aangetoond kan
worden dat het aantal initiatieven op dit vlak ( te ) groot is, zich manifesteert op locaties waar dit onwenselijk
is en dit gebruik vanuit ruimtelijk oogpunt onwenselijk is en dus ook in voldoende mate afwijkt van hetgeen
wel wenselijk wordt geacht.
Op dit moment wordt onderzocht waar activiteiten gericht op maatschappelijke, al clan niet
zorggerelateercle opvang rechtstreeks planologisch zijn toegestaan en op welke wijze hier - afhankelijk van de
uitkomsten van dit onderzoek - het beste regie op c.q. sturing aan kan worden gevoerd/ gegeven. Indien
voorbeschermingsregels de meest passencle modaliteit worden geacht, zal na de afronding van genoemd
onderzoek en het doorlopen van de benodigde procedure dienaangaande een voorstel aan uw raad worden
voorgelegd ter vaststelling.
Tot slot wordt op deze plaats nog aangegeven dat hetgeen omwonenden ter plaatse van de Kloostertuyn
wel wenselijk achten, ook ( veelal ) meer een zorgcomponent heeft clan dat het is gericht op zelfstandig
wonen. In een dergelijke situatie zal er niet snel sprake zijn van een ruimtelijk relevant verschil tussen deze
groepen zorgbehoevenden en andersoortige zorgbehoevenden van een woonzorgcomplex.
gemeente
BrunSSom
4. Bescherming van leefbaarheid en zorgvuldigheid
Uiteraard wordt uw gemeenteraad actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuw beleid gericht op het
verbeteren van de leefbaarheid.
Wij hopen u hiermee voldoende to hebben geinformeerd.
Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum,
urgemeester
l
l
Gemee
Tekst uit PDF geëxtraheerd