Home › Hilversum › Motie

Vragen o.g.v. art

Uitslag onbekend
TypeMotie
GemeenteHilversum
Datum2026-06-24
DataniveauAlleen documenten
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Vragen uitvoering motie M25-105 Verkenning Small Modular Reactor (SMR) Vragen o.g.v. art 42 RvO aan college inzake uitvoering motie M25-105 Verkenning Small Modular Reactor (SMR) Op 12 november 2025 nam de raad motie M25-105 (Verkenning Small Modular Reactor) aan. Op 18 juni 2026 ontving de raad collegebrief 1975684, met daarbij de rapportage Literatuurstudie en Verkenning van NucleoVision. Het college concludeert dat het geen aanleiding ziet voor verdere vervolgstappen. De technische sessie waarin de bevindingen aan de raad worden gepresenteerd vindt volgens de brief pas na het zomerreces plaats, op 1 september 2026. De CDA-fractie constateert dat verschillende expliciete onderdelen van de motie niet of niet volledig zijn uitgevoerd, dat de conclusie van het college verder gaat dan het advies van de onderzoeker en dat de uitkomst geen recht doet aan de energieopgave waar Hilversum en de regio voor staan. Naar aanleiding daarvan stellen wij de volgende vragen: 1. Motie M25-105 draagt het college op de mogelijkheden van een SMR te verkennen op Hilversums grondgebied of in regionaal verband. De rapportage beschrijft een onderzoeksopdracht in drie stappen: een literatuurstudie ("een kort resumé van de verschillende typen SMR's op basis van literatuur, niet specifiek voor Hilversum"), een verkenning ("een kwalitatieve duiding of en zo ja welke typen SMR's inpasbaar zijn in de context van Hilversum met een onderbouwing waarom") en, "als 1 en 2 voldoende positieve aanknopingspunten geven", een uitwerking ("een uitwerking van een voorstel voor verdere verkenning van de mogelijkheden in Hilversum, eventueel in regionaal verband"). De rapportage vermeldt dat op basis van de resultaten uit stap 1 en stap 2 is besloten niet verder te gaan met stap 3. De onderzoeker adviseert wel in de rapportage om de mogelijkheden voor regionale samenwerking te onderzoeken en de ontwikkelingen in de gaten te houden. a. Klopt het dat het in de motie gevraagde regionale verband in de onderzoeksopzet uitsluitend onder stap 3 is geplaatst? b. Klopt het dat het college, omdat stap 1 en 2 in zijn ogen onvoldoende positieve aanknopingspunten gaven, heeft besloten stap 3 in het geheel niet uit te voeren? c. Klopt de constatering dat daardoor het in de motie gevraagde regionale verband, waaronder het leggen van contact met andere gemeenten in de regio, in deze opdracht buiten beschouwing is gebleven? d. De motie vraagt naar de mogelijkheden op Hilversums grondgebied of in regionaal verband, waarmee het regionale verband een gelijkwaardig onderdeel van de opdracht is en geen voorwaardelijk vervolg. Door het regionale verband onder stap 3 te plaatsen, is het onderzoeken van de regio behandeld als een voorwaardelijke vervolgstap, afhankelijk van de uitkomst in Hilversum. Deelt het college die constatering en hoe beoordeelt het college dat juist een tegenvallende uitkomst in Hilversum de regio relevanter maakt in plaats van minder relevant? e. Is het college bereid de regionale verkenning alsnog uit te voeren, ook gezien het feit dat de onderzoeker dit in de rapportage uitdrukkelijk adviseert? 2. Per 1 januari 2027 vormen Hilversum en Wijdemeren één gemeente, waarmee Wijdemeren zowel onder het in de motie gevraagde regionale verband valt als binnen afzienbare tijd eigen grondgebied wordt. Het grondgebied van Wijdemeren is desondanks niet in de verkenning betrokken, terwijl daar mogelijk locaties beschikbaar zijn die beter aan de criteria voldoen dan de enige in Hilversum onderzochte locatie. Waarom is Wijdemeren niet meegenomen, ook niet als onderdeel van het in de motie gevraagde regionale verband en is het college bereid dit alsnog te doen? Vragen uitvoering motie M25-105 Verkenning Small Modular Reactor (SMR) 3. De motie vroeg expliciet aandacht voor maatschappelijke acceptatie. In de collegebrief geeft het college aan dat de maatschappelijke acceptatie pas in een eventuele vervolgfase verder verkend zou worden. Waarom is dit onderdeel van de motie niet in deze verkenning meegenomen? 4. De motie vroeg om een indicatieve raming van de kosten en de financieringsmogelijkheden, en daarnaast om de mogelijkheden voor externe financiering te onderzoeken, waaronder subsidies vanuit het Klimaatfonds en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en om actief de samenwerking te zoeken met onder andere het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), de provincie NoordHolland en de Regionale Energiestrategie (RES). De collegebrief vermeldt dat de financieringsmogelijkheden in deze fase niet verder zijn uitgevoerd, noemt de RES niet en gaat niet in op samenwerking met KGG, terwijl juist het Rijk zowel de landelijke opgave als budget heeft, namelijk de 20 miljoen euro voor haalbaarheids- en locatiestudies. Waarom zijn deze financiële onderdelen van de motie niet uitgevoerd en is de samenwerking met KGG en de RES niet gezocht? 5. Deelt het college de constatering dat verschillende expliciete onderdelen van de motie, namelijk de maatschappelijke acceptatie, de financieringsmogelijkheden, de externe financiering en het eerder genoemde betrekken van de regio, niet of niet volledig zijn uitgevoerd? Zo nee, op grond waarvan beschouwt het college de motie als volledig ‘afgehandeld’? 6. De rapportage constateert dat de elektriciteitsvraag in Hilversum richting 2050 mogelijk verdubbelt en dat netcongestie een beperkende factor is. Landelijk wordt gewaarschuwd voor toenemende schaarste en mogelijke stroomtekorten op afzienbare termijn1. Hoe verhoudt het volledig sluiten van dit dossier zich tot de noodzaak van aanvullende CO2-arme energiebronnen die het college zelf onderschrijft en welke alternatieven ziet het college voor de lange termijn als kernenergie op voorhand wordt uitgesloten? 7. Is het college bereid om, in lijn met het advies van de onderzoeker, de ontwikkelingen rond SMR's structureel te blijven volgen en de raad daarover periodiek te informeren? Wij zien de beantwoording met belangstelling tegemoet. Namens de fractie van het CDA, J.F. van Exel – van Dijk 1 https://www.ad.nl/economie/stroomtekort-dreigt-nog-eerder-dan-verwacht-nederland-zou-in-2030-niet-meer- aan-vraag-kunnen-voldoen~a3c9ba4e/

Tekst uit PDF geëxtraheerd