Home › Hilversum › Motie
Collegebrief inzake motie SMR verkenning (1975684)
Ingetrokken
| Type | Motie |
| Gemeente | Hilversum |
| Datum | 2026-06-18 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Aan de gemeenteraad
cc commissieleden
cc pers
GEMEENTE HILVERSUM
POSTBUS 9900
1201 GM HILVERSUM
BEZOEKADRES
RAADHUIS
DUDOKPARK 1
TELEFOONNUMMER: 14 035
WWW.HILVERSUM.NL
DATUM
ZAAKNUMMER
BEHANDELD
DOOR
Telefoon
18 juni 2026
1975684
H. Boer
+31356292231
UW KENMERK
BIJLAGEN
BETREFT
1
Motie M25-105 SMR verkenning
Geachte raadsleden,
Op 12 november 2025 nam de gemeenteraad motie M25-105, Verkenning Small Modular Reactor (SMR),
aan. Om invulling aan de motie te geven is een opdracht verleend aan nucleair expert Titus Tielens van
NucleoVision. De aanpak betrof het uitvoeren van een literatuurstudie naar de stand van de techniek en
de verwachte ontwikkelingen ten aanzien van SMR’s en een eerste verkenning naar de mogelijkheden in
de Hilversumse en regionale context. Bijgaand vindt u de rapportage van de Literatuurstudie en
Verkenning.
Hieronder vindt u de duiding van deze studie in relatie tot de opdracht van de motie en de conclusie
t.a.v. een vervolg.
Duiding in relatie tot de motie
De motie draagt het college op om een onafhankelijke haalbaarheidsverkenning uit te laten voeren naar
de mogelijkheden van een SMR in Hilversum of in regionaal verband. Specifiek vraagt de motie om
daarbij aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen:
- de potentiële energieopbrengst;
- ruimtelijke inpasbaarheid;
- koppeling aan bestaande of toekomstige warmtenetten;
- impact op netcongestie;
- maatschappelijke acceptatie en veiligheid;
- een indicatieve raming van de kosten bij mogelijke realisatie en de
financieringsmogelijkheden.
Daarnaast vraagt de motie om tegelijkertijd de mogelijkheden te onderzoeken voor het verkrijgen van
externe financiering, waaronder subsidies vanuit het Klimaatfonds en de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO), ter ondersteuning van de verkenning en eventuele ontwikkeling van SMR-technologie
en om actief de samenwerking te zoeken met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), de
provincie Noord-Holland, de regionale energiestrategie (RES) en andere gemeenten.
1
Potentiële energieopbrengst
Van de circa 100 SMR-ontwikkeltrajecten wereldwijd, sluiten er vijf qua vermogen en energieopbrengst
in enige mate aan op de energievraag van Hilversum en de regio. Geen van deze vijf sluit goed aan. Het
betreft alle vijf technologieën van de 4e generatie, waar nog veel ontwikkeling in gaande is. De
verwachting is dat vanaf circa 2040 de eerste SMR’s van de 4e generatie seriematig geproduceerd
kunnen worden. De vijf als relevant aangeduide SMR-ontwikkelingen zijn SMR-technologieën die hoge
temperatuur warmte kunnen leveren en vooral goed inpasbaar zijn in een energiesysteem met energieintensieve industrie met een hoge elektriciteitsvraag en een grote behoefte aan hoge Temperatuurwarmte.
Ruimtelijke inpasbaarheid
Er is op het grondgebied van Hilversum één locatie voor een SMR die niet op voorhand afvalt op grond
van toe te passen uitsluitingscriteria, nl. sportpark Berestein. Deze locatie is niet optimaal en voldoet niet
aan de belangrijkste voorkeurscriteria voor een SMR. Het locatie-onderzoek is niet gericht op het vinden
van potentiële locaties elders in de regio buiten Hilversum. In de eerste plaats leek het niet opportuun
om op het gebied van ruimtelijke planning buiten het eigen grondgebied naar concrete vestigingslocaties
te kijken. Wanneer uit de verkenning zou blijken dat een SMR in Hilversum of de regio goed zou
aansluiten op het energiesysteem en het daadwerkelijk kansrijk is om daar een gemeentelijk initiatief toe
te nemen, zou in een volgende fase op basis van deze potentie hierover een gesprek gestart worden. Dat
zou dan in het voorstel voor verdere uitwerking van de verkenning worden opgenomen.
Koppeling aan bestaande of toekomstige warmtenetten
De geïdentificeerde SMR’s kunnen warmte op verschillende temperatuurniveaus leveren. Waarbij één
SMR typisch warmte voor een warmtenet kan leveren voor circa 10.000 huishoudens, uitgaande van een
warmtenet op 70 graden.
Impact op netcongestie
SMR’s kunnen in theorie bijdragen aan verlichten van netcongestie. Echter, ze komen naar verwachting
niet voor 2040 op het net. Op dit moment kan er geen concrete uitspraak gedaan worden of ze
daadwerkelijk gaan helpen, omdat dat afhangt van de situatie in 2040 en ook van de locatie van de SMR.
Verlichting van netcongestie kan daarom niet de drijfveer zijn van de inzet van SMR’s. Wel kan gezegd
worden dat SMR’s, mits netontlastend ingeregeld en aangestuurd, de netcongestie waarschijnlijk niet
zullen verergeren.
Maatschappelijke acceptatie en veiligheid
Indien de uitgevoerde verkenning aanleiding geeft tot een vervolg, zou de maatschappelijke acceptatie
verder verkend worden in de vervolgfase. Ten aanzien van de veiligheid van de SMR-technologie is het
één en ander in de rapportage opgenomen, waarbij voor de geïdentificeerde SMR’s van de 4e generatie
geldt dat deze ingebouwde veiligheidsmechanismen hebben waardoor het klassieke veiligheidsprobleem
van een uit de hand lopende nucleaire kettingreactie, niet kan optreden.
Indicatieve raming van de kosten bij mogelijke realisatie en de financieringsmogelijkheden
Momenteel zijn er nog geen bewezen gegevens over de kosten van SMR’s, omdat ze nog niet
operationeel zijn. Kostenprognoses voor de initiële (“overnight”) investering in een SMR (voorbereiding
en bouw, zonder indexatie en bouwrente) bedragen tussen € 3.000 en € 7.000 per kW geïnstalleerd
vermogen. Dit betekent voor een SMR met een elektrisch vermogen van 50 MW een investeringsbedrag
van 150 – 350 miljoen, exclusief de gevolgen van prijsstijgingen, rentelast en het effect van vertragingen
op de rentelast. De verwachte kosten per MWh op basis van de totale levenskosten zou rond de € 100
liggen. Deze kosten gelden voor zgn. Nth-of-a-kind-reactoren, een First-of-a-Kind-reactor zal een factor 2
tot 3 duurder zijn. Verkenning van financieringsmogelijkheden is in deze fase niet verder uitgevoerd.
In de rapportage is verder informatie opgenomen over de organisatiemodellen om tot een initiatief te
komen en de rol van de gemeente daarin. Daaruit blijkt dat er een grote afhankelijkheid is van private
initiatiefnemers om tot een project te komen.
2
Samenwerking en financiering mede-overheden
We staan in een goed contact met de Provincie Noord-Holland en de gemeenten Opmeer en Den Helder.
Verdere oriëntatie op samenwerking of financiering is aan de orde wanneer we verder zouden gaan met
de verkenning.
Overige aandachtspunten uit de onderzoeksrapportage
• Alle SMR-ontwikkeltrajecten kennen een hoog “could be”-gehalte. Er is een internationaal veld
van circa 100 ontwikkelaars, waarvan naar verwachting tussen de 80 en 90% gaan afvallen voor
ze tot een marktrijp product komen.
• In de literatuurstudie worden twee businessmodellen aangegeven vanuit de SMR-ontwikkelaar,
nl. de SMR-ontwikkelaar als technologieleverancier en de SMR-ontwikkelaar als
energieleverancier. Vanuit het perspectief van een gemeente is het niet logisch dat de gemeente
opdrachtgever is van een te realiseren SMR en dat de gemeente dus zelf eigenaar van de
installatie wordt. Daarmee kan ofwel de SMR-ontwikkelaar ofwel een derde partij optreden als
initiatiefnemer en exploitant.
• Een initiatief voor een SMR is afhankelijk van een marktpartij die tot realisatie en exploitatie van
een SMR wil komen. Vanuit het oogpunt van mogelijke initiatiefnemers zijn er geen
onderscheidende redenen om een SMR in Hilversum of in de regio Gooi & Vechtstreek te
ontwikkelen. Met name het ontbreken van grote afnemers van elektriciteit en hoge temperatuur
warmte, maakt dat een initiatief eerder ergens zal landen waar betere kansen zijn voor de afzet
van de geproduceerde hoge temperatuur warmte en elektriciteit. Een initiatief in Hilversum of
de regio Gooi & Vechtstreek is daarmee onwaarschijnlijk. Dit sluit ook aan bij de inzichten uit de
door het Rijk geïnitieerde verkenningen naar de mogelijkheden van SMR’s in Nederland. De
belangrijkste bevinding uit deze Simulaties luidt: “Uit de simulatie bleek dat de meest duidelijke
meerwaarde lijkt te ontstaan bij toepassingen waar warmte (stoom) voor industriële processen
van een bedrijf of cluster van bedrijven wordt geleverd, al dan niet gecombineerd met de
productie van elektriciteit.”
Vervolg
Gezien de bevindingen in de rapportage, ziet het college geen aanleiding voor verdere vervolgstappen.
Met de opdrachtnemer wordt een moment ingepland waarop in een technische sessie voor de raad de
bevindingen aan u worden gepresenteerd. Dit zal na het zomerreces zijn.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Hilversum,
de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
3
Tekst uit PDF geëxtraheerd