Home › Hollands Kroon › Motie
Motie 2026 09 Zienswijze concept Omgevingsvisie Noord-Holland (getekend)
AangenomeniUitslag automatisch bepaald uit documenttekst
| Type | Motie |
| Gemeente | Hollands Kroon |
| Datum | 2026-06-30 |
| Dataniveau | Verrijkt via AI |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
HOLLANDS
KROON
onathankelijk enomen gsareente
do Aang Hollands
en de gade Kroon
De .
Motie over een onderwerp dat niet op de agenda staat
Een motie is een oordeel, wens of verzoek dat door de raad wordt uitgesproken
Naam gemeenteraadsfractie
CDA, SHK, OHK
Datum raadsvergadering
30 juni 2026
Volgnummer
M 2026 09
Onderwerp
Zienswijze ontwerp-Omgevingsvisie Noord-Holland
De gemeenteraad, in de vergadering op 30 juni 2026,
verzoekt het college
een zienswijze in te dienen bij Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland op de ontwerp-
Omgevingsvisie, waarin aandacht wordt gevraagd voor:
e het ontwikkelen van een visie op een meer evenwichtige benadering van dorpen en dorpskernen,
vergelijkbaar met de ontwikkelrichting voor stedelijke gebieden;
e _de samenhang tussen woningbouw en bereikbaarheid, zodat een neerwaartse spiraal wordt voorkomen;
e eneen beter evenwicht tussen grootschalige ontwikkelingen en de ruimte voor gebiedseigen,
kleinschalige ontwikkelingen in en rondom dorpen.
Waarom deze motie?
1. Hollands Kroon is een gemeente met veel ruimte, maar die ruimte is niet leeg. Landschap, landbouw, natuur en
dorpen vormen samen de kwaliteit van het gebied. In de ontwerp-Omgevingsvisie bestaat het risico dat landelijke
gebieden vooral worden gezien als plek waar nog ruimte beschikbaar is voor grootschalige ontwikkelingen, terwijl
die ruimte al in gebruik is en meerdere functies daar samenkomen.
2. De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland geeft duidelijke richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van
stedelijke gebieden waar wordt gestuurd op concentratie, woningbouw nabij openbaar vervoer en economische
groei. Voor dorpen en dorpskernen blijft die richting echter beperkt. Zij worden vooral gezien als bestaande
kernen waarbinnen gebouwd kan worden, zonder dat duidelijk is hoe dorpen zich als geheel kunnen blijven
ontwikkelen en hoe voorzieningen en bereikbaarheid op peil blijven.
Overwegingen
1. Ruimte en samenhang in het landelijk gebied
De provincie Noord-Holland heeft de ontwerp-Omgevingsvisie vastgesteld en ter inzage gelegd, die
richtinggevend is voor toekomstige besluiten over woningbouw, landbouw en natuur, energie en de inrichting van
het landelijk gebied. De provincie wil daarin nadrukkelijker sturen op ruimtelijke keuzes, onder meer via
uitgangspunten als concentratie van functies en “water en bodem leidend”, waardoor deze keuzes direct van
invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden van gemeenten.
Tegelijk moet worden onderkend dat de openheid van het landschap en het feit dat je in Hollands Kroon ver kunt
kijken, niet betekent dat er onbeperkt ruimte is. In het landelijk gebied komen juist meerdere ruimteclaims
samen, zoals woningbouw, energie, water, natuur en landbouw. Die ruimte is daarmee al in gebruik en vraagt om
zorgvuldige keuzes, waarbij ook ruimte moet blijven voor dorpsontwikkeling.
2. Onevenwichtige uitwerking voor dorpen en dorpskernen
De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland geeft duidelijke richting aan de ruimtelijke ontwikkeling, met
name voor stedelijke gebieden waar wordt gestuurd op concentratie van functies, woningbouw nabij openbaar
vervoer en economische groei, Voor dorpen en dorpskernen blijft die uitwerking echter beperkt. Dorpen worden
vooral gezien als bestaande kernen waarbinnen gebouwd kan worden, zonder dat duidelijk is hoe zij zich als
geheel kunnen blijven ontwikkelen en hoe voorzieningen en bereikbaarheid op peil blijven.
Woningbouw wordt gekoppeld aan de aanwezigheid van openbaar vervoer (OV), terwijl dit in grote delen van
Hollands Kroon beperkt is. Hierdoor ontstaat een situatie waarin woningbouw wordt beperkt door het ontbreken
van OV, terwijl er geen OV wordt ontwikkeld bij gebrek aan woningbouw. Tegelijkertijd is er sprake van een
wisselwerking: minder inwoners leiden tot minder gebruik van OV, wat kan leiden tot afbouw van voorzieningen
en verdere beperking van ontwikkelmogelijkheden. Hierdoor ontstaat een neerwaartse spiraal die dorpen feitelijk
op slot zet.
Openbaar vervoer in deze gebieden is echter geen luxe, maar een essentiële voorziening. Jongeren zijn afhankelijk
van OV om middelbaar en hoger onderwijs te kunnen bereiken. Zonder goede bereikbaarheid komen gelijke
kansen onder druk te staan en wordt het moeilijker om jongeren voor de regio te behouden. Daarmee raakt dit
vraagstuk niet alleen de leefbaarheid, maar ook de toekomst van de regionale economie en de arbeidsmarkt.
Ontwikkelingen die juist bijdragen aan sterke en toekomstbestendige dorpen, zoals het clusteren en verplaatsen
van sport- en cultuurvoorzieningen naar de rand van dorpen om ruimte te maken voor woningbouw en kwaliteit
in de kern te verbeteren (bijvoorbeeld in Hippolytushoef en Nieuwe Niedorp/Winkel), passen vaak niet binnen de
huidige kaders.
Daar tegenover staat dat grootschalige ontwikkelingen met een grote ruimtelijke impact, zoals het realiseren van
een 380 kV hoogspanningsverbinding, wel nadrukkelijk een plek krijgen.
Beide ontwikkelingen zijn maatschappelijk relevant maar worden anders beoordeeld. Voor inwoners ontstaat
hierdoor een moeilijk uitlegbaar verschil: wat nodig is voor de dagelijkse leefbaarheid van dorpen wordt beperkt,
terwijl grote ingrepen in het landschap wel mogelijk worden gemaakt. Dit doet afbreuk aan het draagvlak.
In die context ontstaat een scheef beeld. Voor stedelijke gebieden is er een duidelijke ontwikkelrichting, terwijl
voor dorpen vooral beperkingen en randvoorwaarden gelden, zonder dat daar een vergelijkbare visie op
ontwikkeling tegenover staat. Hierdoor ontstaat in de praktijk een situatie waarin dorpen niet actief worden
ontwikkeld, maar ook niet expliciet worden afgebouwd, ze worden feitelijk bevroren.
Voor gebieden zoals Noord-Holland Noord, waar openbaar vervoer beperkt is en voorzieningen onder druk staan,
betekent dit dat dorpen steeds minder ruimte hebben om zich aan te passen en toekomstbestendig te blijven,
met risico’s voor leefbaarheid en economische vitaliteit.
De provincie Noord-Holland heeft de ontwerp-Omgevingsvisie vastgesteld en ter inzage gelegd, die
richtinggevend is voor toekomstige besluiten over woningbouw, landbouw en natuur, energie en de inrichting van
het landelijk gebied.
De provincie wil daarin nadrukkelijker sturen op ruimtelijke keuzes, onder meer via uitgangspunten als
concentratie van functies en “water en bodem leidend”, waardoor deze keuzes direct van invloed zijn op de
ontwikkelmogelijkheden van gemeenten.
De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland geeft duidelijke richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van
de provincie. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op concentratie van functies, woningbouw nabij openbaar vervoer
en op grote opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Daarmee ligt er voor stedelijke gebieden een
heldere koers: hier wordt actief gestuurd op groei, verdichting en economische ontwikkeling, gekoppeld aan
infrastructuur en voorzieningen.
Voor dorpen en dorpskernen ligt dit anders. Hoewel de visie benoemt dat woningbouw ook in dorpen kan
plaatsvinden, wordt tegelijk prioriteit gelegd bij locaties nabij openbaar vervoer. In een gemeente als Hollands
Kroon, die bestaat uit dorpskernen zonder hoogwaardig openbaar vervoer, kan dit leiden tot een situatie waarin
woningbouw wordt beperkt door het ontbreken van OV, terwijl er geen OV wordt ontwikkeld bij gebrek aan
woningbouw. Daarmee ontstaat een cirkel die juist voor landelijke gebieden lastig te doorbreken is.
Openbaar vervoer in deze gebieden is echter geen luxe, maar een essentiële voorziening. Jongeren zijn afhankelijk
van OV om middelbaar en hoger onderwijs te kunnen bereiken. Zonder goede bereikbaarheid komen gelijke
kansen onder druk te staan en wordt het moeilijker om jongeren voor de regio te behouden. Daarmee raakt dit
vraagstuk niet alleen de leefbaarheid, maar ook de toekomst van de regionale economie en de arbeidsmarkt.
Tegelijkertijd is er sprake van een wisselwerking: wanneer het aantal inwoners in dorpen afneemt of beperkt
blijft, komt ook het openbaar vervoer onder druk te staan. Minder inwoners betekent minder reizigers, wat kan
leiden tot een afbouw van OV-voorzieningen. Wanneer vervolgens woningbouw wordt beperkt door het
ontbreken van OV, ontstaat een neerwaartse spiraal waarin zowel bereikbaarheid als ontwikkelmogelijkheden
verder afnemen. Dit zet dorpen feitelijk op slot. Juist door ruimte te bieden aan woningbouw kan deze
ontwikkeling worden doorbroken en ontstaat een basis voor betere voorzieningen en bereikbaarheid in de
toekomst.
Daarnaast blijft de uitwerking voor dorpen beperkt. Dorpen worden vooral gezien als bestaande kernen waar
beperkt gebouwd kan worden, maar er wordt nauwelijks richting gegeven aan hoe dorpen zich als geheel kunnen
ontwikkelen. Er is weinig aandacht voor het op peil houden van voorzieningen, de rol van bereikbaarheid of de
manier waarop dorpen zich in de praktijk aanpassen aan veranderingen.
Dat is opvallend, omdat juist in dorpen ontwikkeling vaak plaatsvindt via kteinschalige en slimme ingrepen: het
verplaatsen van voorzieningen naar de rand van een dorp, het vrijmaken van ruimte in de kern voor woningbouw,
of het combineren van functies om de leefbaarheid te versterken. Dit soort ontwikkelingen vraagt om flexibiliteit
en ruimte, maar krijgt in de huidige visie nauwelijks een plek.
Daar tegenover staat dat grootschalige ontwikkelingen met een grote ruimtelijke impact, zoals energie-
infrastructuur, wel nadrukkelijk een plek krijgen. Voor inwoners ontstaat hierdoor een moeilijk uitlegbaar verschil:
wat nodig is voor de dagelijkse leefbaarheid van dorpen wordt beperkt, terwijl grote ingrepen in het landschap
wel mogelijk worden gemaakt. Dat doet iets met het draagvlak,
Tegelijk moet worden onderkend dat de openheid van het landschap en het feit dat je in Hollands Kroon ver kunt
kijken, niet betekent dat er onbeperkt ruimte is. In het landelijk gebied komen juist meerdere ruimteclaims
samen, zoals woningbouw, energie, water, natuur en landbouw. Die ruimte is dus al in gebruik en vraagt om
zorgvuldige keuzes, waarin ook ruimte wordt geboden aan dorpsontwikkeling.
In die context ontstaat een scheef beeld. Voor stedelijke gebieden is er een duidelijke ontwikkelrichting, terwijl
voor dorpen vooral beperkingen en randvoorwaarden gelden, zonder dat daar een vergelijkbare visie op
ontwikkeling tegenover staat.
Hierdoor ontstaat in de praktijk een situatie waarin dorpen niet actief worden ontwikkeld, maar ook niet expliciet
worden afgebouwd, ze worden feitelijk bevroren.
Voor gebieden zoals Noord-Holland Noord, waar openbaar vervoer beperkt is en voorzieningen onder druk staan,
betekent dit dat dorpen steeds minder ruimte hebben om zich aan te passen en toekomstbestendig te blijven.
Zonder gerichte aandacht voor bereikbaarheid, voorzieningen en ontwikkelruimte ontstaat het risico dat
leefbaarheid en economische vitaliteit geleidelijk afnemen.
Financiële gevolgen en dekking
n.v.t.
Naam en ondertekening indiener(s)
P. Laan-Olij (CDA)
A. Bügel (OHK)
Tekst via OCR uit scan gehaald