Home › Overbetuwe › Motie
M3 Motie D66 OZB niet-woningen
Uitslag onbekend
| Type | Motie |
| Gemeente | Overbetuwe |
| Ingediend door | D66 |
| Datum | 2026-07-07 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
M-3 M O T I E
OZB niet-woningen
Deze motie hoort bij agendapunt 8 in de raadsvergadering van 7 juli 2026
De volgende partijen dienen dit voorstel in:
D66 Tatjana Schreuder
We stellen de raad voor om het volgende besluit te nemen:
We constateren dat:
1. Naar aanleiding van een motie bij de begrotingsbehandeling in november 2025
2.
3.
4.
5.
is er begin december 2025 een informatiememo verschenen met scenario’s over
de verdeling tussen woningen en niet-woningen in de onroerendzaakbelasting
(ozb).
Uit dit memo blijkt dat niet alleen de ozb in Overbetuwe relatief laag is, maar ook
dat de verhouding tussen woningen en niet-woningen afwijkt van het gemiddelde
van omliggende en vergelijkbare gemeenten.
Uit dit memo blijkt ook dat aanpassing van het tarief voor niet-woningen, zodat
de verhouding tussen woningen en niet-woningen vergelijkbaar wordt met
andere gemeenten, dit jaarlijks ruim twee miljoen euro zou opleveren.
In de kadernota weliswaar wordt genoemd dat verhoging van de ozb een laatste
stap is in de maatregelen om tot een sluitende begroting te komen, maar dat de
verhouding tussen het tarief voor woningen en voor niet-woningen niet wordt
genoemd.
In het rapport van de accountant diverse waarschuwingen over de financiële
positie van de gemeente zijn opgenomen (zie toelichting).
Wij vinden dat:
1. Het ongewenst is om grote veranderingen in belastingtarieven in een keer door
te voeren en dat een ingroeipad in drie jaar de voorkeur verdient.
2. Bekeken moet worden in hoeverre het nodig is om ter compensatie voor cultuur
en sportverenigingen een subsidiemogelijkheid te creëren (dit gaat om ongeveer
5% van het totaal, zie informatiememo december 2025).
3. In een gezonde begroting ook enige ruimte moet zijn voor nieuwe
ontwikkelingen.
4. De OZB voor de raad een belangrijk sturingsinstrument is binnen het
gemeentelijk financiële beleid.
We geven het college opdracht om:
Bij het opstellen van de begroting een verhoging van de tarieven voor niet-woningen in
de ozb in een paar stappen in te voeren zodat de verhouding in tarieven voor deze twee
groepen (woningen en niet-woningen) vergelijkbaar wordt met omliggende dan wel
vergelijkbare gemeenten.
Toelichting:
Dit onderwerp is besproken bij de begrotingsbehandeling vorig jaar. Er was toen brede
steun om dit verder te onderzoeken, maar het was duidelijk te laat om hierop te acteren.
Het eerder aangehaalde memo biedt een cijfermatige ondersteuning voor het in deze
motie gedane verzoek.
• uit het accountantsverslag 2025 blijkt dat de financiële positie van de gemeente
een wisselend beeld laat zien;
• de accountant daarbij aangeeft dat de netto-schuldquote hoog is in vergelijking
met andere gemeenten van vergelijkbare omvang;
• de accountant tevens aangeeft dat de solvabiliteit met ongeveer 25% aan de
lage kant is en adviseert om ontwikkelingen en ambities financieel door te
rekenen;
• de accountant daarnaast opmerkt dat de gemeente beschikt over onbenutte
belastingcapaciteit en dat er ruimte is om belastingen te verhogen als dat nodig
of wenselijk is.
Bijlage, memo uit december 2025
Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 7 juli 2026.
Dit was hoe de partijen stemden:
GBO:
CDA:
PRO:
VVD:
D66:
Lijst BOB:
SGP:
voor
voor
voor
voor
voor
voor
voor
tegen
tegen
tegen
tegen
tegen
tegen
tegen
Totaal:
voor
tegen
Hiermee is deze motie wel/niet aangenomen
mr. A.M.P. Raijmakers
plv. griffier
R.P. Hoytink-Roubos
voorzitter
Tekst uit PDF geëxtraheerd