Home › Rhenen › Motie
17.M.1 Motie D66, CU - Zorgvuldige afweging verkoop Acaciagebouw
Uitslag onbekend
| Type | Motie |
| Gemeente | Rhenen |
| Ingediend door | D66 |
| Datum | 2026-07-07 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
MOTIE
Zorgvuldige afweging verkoop Acaciagebouw
Deze motie hoort bij Raadsvoorstel voorbereidingsbudget tijdelijke huisvesting IHP
De volgende partijen dienen dit voorstel in:
We stellen de raad voor om het volgende besluit te nemen:
We stellen vast dat:
• Het Acaciagebouw wordt betrokken in de locatiestudie naar tijdelijke huisvesting voor het
onderwijs;
• De raad in het kader van de ombuigingen heeft besloten het Acaciagebouw te verkopen,
waarbij is uitgegaan van een verkoop in 2027;
• Het Acaciagebouw momenteel wordt verhuurd aan Stichting Kinderopvang Rhenen, die op
deze locatie kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang aanbiedt.
We hebben nagedacht over en houden rekening met:
• Het feit dat aanwijzing van het Acaciagebouw als voorkeurslocatie voor tijdelijke
onderwijshuisvesting de verkoop van het gebouw met circa 3 jaar (bij één school) tot 6-8 jaar
(bij drie scholen) kan uitstellen.
• De maatschappelijke waarde van de huidige kinderopvanglocatie en de gevolgen die een
gedwongen verhuizing heeft voor kinderen, ouders, medewerkers en de continuïteit van de
opvang;
• Dat Stichting Kinderopvang Rhenen een belangrijke bijdrage levert aan een kansrijke start
voor jonge kinderen en aan de uitvoering van de VVE-opgave binnen de gemeente;
• Het belang van een zorgvuldige en integrale belangenafweging, waarbij niet alleen financiële,
maar ook maatschappelijke effecten worden betrokken;
We vinden dat:
• De verkoop van het Acaciagebouw niet los kan worden gezien van de uitkomsten van de
locatiestudie naar tijdelijke onderwijshuisvesting;
• De raad, voordat onomkeerbare stappen worden gezet, een integrale afweging moet kunnen
maken tussen de financiële opbrengst van verkoop en de maatschappelijke waarde van
behoud van het Acaciagebouw, waarbij de belangen van de kinderopvang, alsook de ouders
die hier gebruik van maken, daarin nadrukkelijk moeten worden betrokken.
• Als de eerder vastgestelde ombuiging hierdoor later wordt gerealiseerd, maar aanvaardbaar
kan zijn wanneer daarmee een zorgvuldige oplossing voor zowel het onderwijs als de
kinderopvang wordt bereikt.
We geven het college opdracht om:
1. Hangende de locatiestudie, er geen onomkeerbare stappen worden gezet aangaande verkoop
van het Acaciagebouw of opzeggen huurcontracten.
2. Na afronding van de locatiestudie voor de tijdelijke huisvesting een voorstel aan de raad voor te
leggen over de toekomst van het Acaciagebouw, waarin zowel de uitkomsten van de locatiestudie
als de maatschappelijke en financiële gevolgen van verkoop of behoud van het gebouw integraal
zijn afgewogen;
Dit hebben we besloten in de openbare vergadering van 7 juli 2026.
,voorzitter
,griffier
Tekst uit PDF geëxtraheerd