Home › Drimmelen › Amendement
[2026007192] RV Vervolg op evaluaties maatschappelijke accommodaties GEAMENDEERD BESLUIT (n.a.v
Verworpen
| Type | Amendement |
| Gemeente | Drimmelen |
| Datum | 2026-07-09 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Aan de Raad
Raad
Made, 9 juni 2026
Registratienummer: 2026007192
Raadsvergadering 9 juli 2026
Casenr:
Meerdere
Onderwerp:
Vervolg op evaluaties maatschappelijke accommodaties
Portefeuillehouder:
Bijlagen:
Voorbereiden ‘Raad in Gesprek’:
L.M.T. Rullens
1. Raadsbesluit
Ja
Nee
Ambtelijke coördinatie:
Sociaal Domein
Steller:
J.A.J. Bouwens
SAMENVATTING
In de periode van september 2024 tot en met maart 2026 zijn er twee deelevaluaties uitgevoerd
naar het beleidskader voor onze maatschappelijke accommodaties. Deze evaluaties hebben veel
inzicht gegeven en vragen om vervolgstappen. De raad wordt gevraagd om middelen vrij te
maken om voor de korte en middellange termijn acties uit te kunnen voeren.
VOORGESCHIEDENIS
Op 9 november 2023 nam de gemeenteraad een amendement aan, waarin zij het college
opdracht gaf een evaluatie uit te voeren naar de sociaal-culturele- en sportaccommodaties.
Het college besloot, in verband met de omvang en gewenste snelheid, om de evaluatie in
eerste instantie te beperken tot de binnensportaccommodaties en de gemeenschapshuizen.
In april 2025 werd dit evaluatierapport door de raad behandeld. De raad gaf vervolgens
opdracht tot het uitvoeren van een tweede evaluatie plus enkele andere concrete acties.
Evaluatie deel II richt zich op de buitensportaccommodaties, de zwembaden en overige
verenigingshuisvesting. Het eindrapport van evaluatie deel II is 1 april 2026 via een
raadsbrief gedeeld met de gemeenteraad. Tussentijds gaf het college door middel van
raadsbrieven al diverse updates over de stand van zaken.
WAT WILLEN WE BEREIKEN?
Met de evaluatie van het beleidskader maatschappelijke accommodaties, willen we de
gemeenteraad enerzijds juist en volledig informeren over welke zaken relevant zijn binnen dit
beleidskader en daarmee feitelijk en technisch informeren. Anderzijds willen we u, door te
evalueren hoe dit bestaande beleid ‘in de uitvoering functioneert’, in staat stellen om richting
te geven voor de toekomst. Dit past bij de eerder door de raad geformuleerde wens om eerst
te evalueren en op basis daarvan richting te kunnen geven. In dit raadsvoorstel integreren
we de resultaten uit beide evaluaties om zo tot samenhangende conclusies en
aanbevelingen te komen voor het vervolg.
De twee evaluaties laten een consistent beeld zien, die in de beide rapporten uitgebreid aan
het licht komen. Hieronder vatten we deze samen:
1. Gebrek aan overzicht en samenhang
De basis is niet op orde. Er is weliswaar voor de binnensport en gemeenschapshuizen een
Kadernota, geldig tot en met 2026, maar voor het geheel aan maatschappelijke
2026007192
accommodaties is geen overall, integraal, (beleids-)kader. Afspraken zijn versnipperd en
vaak historisch gegroeid. Veel informatie ontbreekt en afspraken zijn verouderd of
achterhaald.
2. Uitvoering is ad hoc en kwetsbaar
De uitvoering vindt vaak plaats zonder duidelijke kaders en prioriteiten, wat leidt tot
inconsistenties, inefficiëntie en onduidelijkheid richting gebruikers. We acteren op basis van
problemen, in plaats van dat we vooruitkijken, regisseren en vanuit partnership
samenwerken.
3. Onderhoud en beheer onvoldoende structureel
Er ontbreken structurele meerjarenonderhoudsplannen inclusief de daarbij behorende
financiële borging, waardoor onderhoud kwetsbaar is, achterstanden ontstaan en het
toekomstperspectief van clubs en voorzieningen in het geding is.
4. Financiële systematiek uit balans
Tarieven, kostendekkingsgraden en subsidies zijn verouderd en sluiten niet meer aan bij de
huidige situatie en wensen.
5. Duidelijke maatschappelijke waarde
Er is, ondanks de genoemde knelpunten, sprake van:
- een sterk verenigingsleven
- een hoog voorzieningenniveau
- een gevarieerd aanbod
- grote maatschappelijke waarde op het gebied van sport en bewegen, ontmoeting en
ontspanning en sociale cohesie. Passend bij onze visie op het sociaal domein.
6. Belangrijke dilemma’s voor de toekomst
De evaluaties laten ook zien dat er strategische keuzes nodig zijn, onder andere op het
gebied van:
- de rol van de gemeente (regie vs. faciliteren);
- de omgang met capaciteitsvraagstukken;
- de toekomst en betaalbaarheid van de voorzieningen en de zwembaden;
- de spanning tussen maatschappelijke doelstellingen en commerciële exploitatie.
WAT GAAN WE DOEN?
De hierboven genoemde conclusies vereisen actie.
Transitie naar het Beleidshuis
De gemeenteraad heeft eerder de behoefte uitgesproken om nieuw accommodatiebeleid
vast te stellen. In de gemeente Drimmelen werken we momenteel toe naar een eenduidige
manier van werken binnen ‘het Beleidshuis’. Op dit moment hanteren we nog verschillende
termen (beleid, visie, ambitie, koers) die allemaal gaan over ‘wat we willen bereiken’.
Kijken we specifiek naar het bestaande beleidskader maatschappelijke accommodaties uit
2019, zien we zeer beperkt beleidsuitgangspunten, maar vooral een uitvoeringsagenda die
loopt tot en met 2026. Dat beleidskader zegt iets over ‘wat we doen’ maar nog meer over
‘hoe we dat doen’.
Met het Beleidshuis ontstaat een duidelijkere scheiding tussen de ‘why’, ‘what’ en ‘how’
vragen:
Why:
waarom doen we dingen, wat is de essentie van onze organisatie, in dit geval
toegespitsts op de visie op het sociaal domein
What:
How:
wat doen we er voor om onze doelen te bereiken, in dit geval het programma
sociaal domein
hoe doen we dat dan, welke concrete producten of diensten leveren we, in dit geval
is dat een uitvoeringsagenda
We hebben voor diverse grote thema’s al een visie bepaald: er is een visie sociaal domein
(“Drimmelen. Samen voor elkaar”) en een omgevingsvisie, waarmee veel beleid feitelijk al is
vastgesteld. Wat we willen bereiken binnen het sociaal domein ligt vast.
Vanuit het sociaal domein is deze visie ook al vertaald in het ‘programma sociaal domein’:
‘wat gaan we doen’. Dit zijn de speerpunten van beleid, de doelen en de concrete
maatregelen om deze visie te bereiken. De kaders zijn daarmee gesteld.
De vraag die daarna nog resteert is de vraag ‘hoe we dat doen’. Dat is een
uitvoeringsvraagstuk, waartoe het college bevoegd is, mits:
- voldaan wordt aan de beleidsuitgangspunten van de raad (ambitieniveau)
- dit past binnen de financiële kaders van de raad (budgettair beslag)
Dat doet het college met de uitvoeringsinstrumenten die zij tot haar beschikking heeft, zoals
inkoop & aanbesteding, overeenkomsten, verhuur- en gebruiksregels.
Het college is van mening dat -hoewel de ‘wat-vraag’ op hoofdlijnen al is beantwoord in het
huidige programma sociaal domein- deze voor het thema maatschappelijke accommodaties
meer uitwerking en aanscherping vereist. De evaluaties tonen dit duidelijk aan. Daar willen
we de gemeenteraad vanuit haar kader stellende rol bij betrekken.
We stellen daarom het volgende voor:
We hebben gedurende de evaluaties veel geleerd. We zijn met bijzonder veel exploitanten
en verenigingen in contact gekomen, wat nieuwe inzichten brengt maar ook goede energie
geeft. Deze positiviteit willen we vasthouden en hierop doorpakken. We gaan de actiepunten
die we direct op kunnen pakken ook implementeren. Dat vraagt echter tijd, inzet en sturing
binnen onze organisatie, waarvoor binnen de bestaande formatie geen capaciteit is. Hiervoor
wensen we de inhuur van de projectleider te verlengen met 6 maanden, tot eind 2026. De
projectleider gaat, samen met diverse teams, aan de slag met de hieronder genoemde
actiepunten 1 t/m 3.
1. Uitwerken van het programmaonderdeel maatschappelijke accommodaties
Wat we doen, moet passen bij onze visie op het sociaal domein en aansluiten op en landen
in het programma sociaal domein. En dat kan beter beschreven worden. We gaan aan de
slag met:
- een duidelijk afwegingskader: wat doen we wel en wat doen we niet, voor wie doen
we dat, welke zaken wegen we daarin af en hoe komen we tot keuzes;
- een handelingskader: hoe gaan we te werk, hoe prioriteren we;
- een samenwerkingsmodel: wie is waarvoor verantwoordelijk, hoe willen we
samenwerken met onze partners, hoe pakken we onze rol als sparringpartner,
klankbord, vangnet, inspirator, hoe geven dat vorm;
- een planning: wie doet wanneer wat;
- een monitoringsparagraaf: wat willen we weten en meten, wanneer en hoe doen we
dat, waar kunnen we wanneer op bijsturen en hoe doen we dat?
Dit programmaonderdeel biedt houvast voor de maatschappelijke accommodaties: ‘zo
werken we in Drimmelen’. Dit programmaonderdeel moet uitgewerkt worden en leggen we in
Q1-2027 voor aan de gemeenteraad. Na vaststelling integreren we dit in ons programma
sociaal domein. Het leidt tot een werkwijze die past bij de Plan-Do-Check-Act cyclus, die
periodiek met stakeholders besproken wordt, meerjarig loopt en indien nodig op onderdelen
bijgeschaafd kan worden zonder de visie uit het oog te verliezen. Het sociaal domein beleid verankerd in de visie- verandert tenslotte niet elke paar jaar.
2. Structureel organiseren van beheer en onderhoud
Dit is vooral nodig voor de buitensport, zo bleek al voor we startten met evaluatie deel II. Om
die reden hebben we een beheerplan voor de sportparken opgesteld en dit komt in het
volgende agendapunt in deze raadsvergadering aan de orde. Met het vaststellen van een
beheerplan inclusief een nieuwe duidelijke demarcatielijst ontstaat een duidelijke lijn naar de
toekomst, met meerjarenperspectief, gebaseerd op realistische uitgangspunten en
begrotingen. Specifiek voor de hockeysport kan hiermee ook een concreet en urgent
probleem worden getackeld. Dat geeft zowel de clubs als de organisatie direct duidelijkheid
en rust. Vanuit die stabiele en geborgde basis kunnen we de komen jaren vooruit. De
komende maanden lopen enkele uitvoeringsprojecten nog door, zoals de aanpak van het
hoofdveld van VV Zwaluwe en mogelijk een nieuw hoofdveld voor MHC. Ook werken we toe
naar een nieuwe raamovereenkomst voor het onderhoud aan de natuurgrasvelden.
Het technisch gebouwenbeheer behelst de volledige gemeentelijke vastgoedportefeuille, dus
niet alleen de maatschappelijke accommodaties, maar ook andere gemeentelijke gebouwen.
Hierin zijn de afgelopen 1,5 jaar flinke stappen gezet. Veel achterstanden zijn weggewerkt,
urgente casussen zoals het dak en de klimaatinstallatie van de Cour naderen hun einde, er
komt een nieuw meerjarenonderhoudspan (MJOP) en een verduurzamingsagenda.
Organisatorisch zijn er stappen gezet, zowel qua personele invulling, maar ook een
gestructureerde en meer data gedreven werkwijze. Tot slot is de samenwerking tussen
‘gebouwenbeheer’ en ‘maatschappelijke accommodaties’ sterk verbeterd.
Deze plannen leggen we aan de gemeenteraad voor:
- Beheerplan: in deze raadsvergadering
- MJOP: Q3-2026
- Verduurzamingsagenda: Q4-2026
3. Versterken van de uitvoering
De uitvoering dient versterkt te worden. Hierover hebben we in deel I van de evaluatie ook al
veel geschreven. Hierin kunnen we een aantal zaken onderscheiden:
a.
Verduidelijken van rollen, taken en verantwoordelijkheden
Zowel intern (rol- en taakverdeling tussen afdelingen, clusters en medewerkers) als extern
(wat doet de gemeente en wat doet een club of exploitant zelf) dient er meer duidelijkheid te
komen. Afspraken / contracten, kruisjes- en demarcatielijsten vereisen aanscherping of
actualisatie.
b.
Verbeteren dienstverlening
Met onze maatschappelijke accommodaties zijn we direct en indirect dienstverlener naar
vele duizenden inwoners per week. Zowel in de ‘hardware’ (de gebouwen, velden en
faciliteiten) maar ook in de ‘software’ (klantcontact en dienstverlening). De ‘hardware’ regelen
we vooral in de vorm van het bieden van voorzieningen en het regelen van beheer en
onderhoud. De software gaat over partnership, houding en gedrag. De mate van
klanttevredenheid zit niet in een mooi document, maar in wat mensen (inwoners,
verenigingen, exploitanten) in de praktijk ervaren. Wie is mijn contactpersoon, hoe bereik ik
die, hoe snel krijg ik antwoord, worden afspraken nagekomen, gebeurt dat op tijd, weet ik
wat de status van een vraag is, krijg ik duidelijk uitleg, hoe duidelijk en transparant zijn
bepaalde voorwaarden, gaat de gemeente daar consistent mee om, worden we betrokken in
besluitvorming etc. Dit vraagt om een dienstverlenende mindset, meer samenwerking tussen
mensen, teams en afdelingen, een meer regisserende rol vanuit sociaal domein als
primaathouder van de maatschappelijke accommodaties.
Dit is een intern organisatorisch verbeterpunt, waarbij we toe moeten werken naar veel meer
samenwerking, integraliteit, verduidelijking van rol- en taakverdeling (opdrachtgever en
opdrachtnemer), versterking van gegevensbeheer, monitoring van en sturing op basis van
data. De komende maanden benutten we om dit verder vorm te geven, mogelijk ook met een
herpositionering van maatschappelijk vastgoed binnen onze organisatie.
Vervolgstappen
Naast de hierboven genoemde acties, is een aantal grote vervolgstappen nodig.
4. Herijken van tarieven en subsidies
De huidige financiële relaties met verenigingen en exploitanten zijn aan herijking toe.
Voor verenigingen geldt:
- De huurtarieven voor de buitensport zijn niet meer in lijn met de oorspronkelijke
uitgangspunten;
- Subsidies komen op basis van vrij uniforme regels tot stand, terwijl diverse clusters of
sporttypen aanzienlijk anders georganiseerd en/of gehuisvest zijn en daarmee ook een
ander huishoudboekje kennen. Dit heeft (nog) geen plek in onze subsidieregels;
- De subsidies voor de verenigingen bieden onvoldoende ruimte voor maatwerk, met name
voor de verenigingen die niet ‘standaard’ in aanmerking komen voor subsidies.
We willen nagaan of de huidige wijze van subsidiering mogelijk te generiek is, voldoende
toegespitst is op het bereiken van onze doelstellingen en dat daar mogelijk meer ‘sturing’ op
nodig is.
Tarieven zijn momenteel behoorlijk generiek en onvoldoende aangesloten bij eerdere
uitgangspunten ten aanzien van kostendekking. Het toepassen van meer differentiatie
(opbouw van huurtarieven, kijkend naar de extra voorzieningen die soms nodig zijn en die
momenteel niet vertaald zijn in huurbedragen) biedt ook meer duidelijkheid, eerlijkheid en
geven meer ruimte voor maatwerk en keuzes. Dat niet met als doel om meer huur te innen,
maar toewerken naar een betere opbouw van de tarieven.
Tarieven en subsidies zijn voor onze verenigingen cruciaal. Dit vraagt dus om zorgvuldig
onderzoek en uitwerking, maar vereist ook veel tijd en inzet, waarvoor binnen de bestaande
formatie geen ruimte is. We adviseren hiervoor in 2027 middelen vrij te maken om dit
actiepunt op te kunnen pakken.
Voor exploitanten geldt:
De huurtarieven en concessievergoedingen met de exploitanten houden stand zolang de
contracten lopen, maar te voorzien is dat deze aangepast moeten worden bij einde contract.
Dat vereist ook vooruitdenken en anticiperen, omdat de opzegtermijnen (van meestal 1 jaar)
benut moeten worden om al dan niet andere keuzes te maken en nieuwe
aanbestedingstrajecten te doorlopen.
LOCATIE
Zonzeel
Driedorp (horeca)
Rietgors (sporthal)
Rietgors (horeca)
Amerhal (sporthal)
Ons Dorpshuys
De Cour
Zwembaden
Plexat
EINDE CONTRACT
31-12-2026
31-07-2027
31-07-2027
30-09-2027
31-07-2028
31-12-2028
31-07-2029
31-12-2029
31-12-2034
OPTIE VERLENGING
Telkens 1 jaar
2 x 1 jaar
Telkens 1 jaar
Telkens 5 jaar
Niet mogelijk
Niet mogelijk
Niet mogelijk
1 x 5 jaar
Niet mogelijk
Amerhal (horeca)
Onbepaalde tijd
We naderen voor een aantal contracten de einddatum. Verlenging is enkel aan de orde als
beide partijen dat wensen. We schatten op basis van gesprekken met exploitanten in, dat er
op meerdere locaties actie nodig is omdat een exploitant mogelijk stopt of enkel na bijstelling
van de voorwaarden door wil. Dit raakt ook aan actiepunt 5c.
5. In beeld brengen van de strategische keuzes
De belangrijkste dilemma’s en keuzes die uit de evaluaties zijn gebleken zijn:
a. toekomst en exploitatie van zwembaden;
b. aanbod, spreiding en toekomstperspectief van sportparken;
c. de wijze van exploitatie van binnensportaccommodaties en gemeenschapshuizen en de
rol van de gemeente daarin;
d. omgang met capaciteitsvraagstukken binnensport en buitensport.
Ad5a. Toekomst en exploitatie van zwembaden
Uit de evaluaties blijkt dat de exploitatie van de zwembaden onder druk staat. De huidige
exploitant zal onder de huidige voorwaarden vermoedelijk niet verlengen. De kosten voor
beide zwembaden zijn fors en de kosten nemen toe als we onder dezelfde condities opnieuw
de markt opgaan. Er zijn, zowel om ‘binnen’ als ‘buiten’ te zwemmen, veel alternatieven in de
regio. Tegelijkertijd vervullen de zwembaden natuurlijk een belangrijke rol op het gebied van
ontmoeting, (laagdrempelige) vrijetijds- en vakantiebesteding en zwemvaardigheid. Naar de
mening van ons college zullen we hier keuzes in moeten maken. Accepteren we de (meer)kosten of:
- is meer gebruik c.q. meer inkomsten c.q. meer kostendekking bespreekbaar en te
onderzoeken;
- is samenwerking met omliggende gemeenten bespreekbaar;
- durven we de exploitatie(-vorm) te herzien.
Ons college wil deze vragen beantwoord hebben en is bereid hier in 2027 een
vervolgonderzoek naar te doen. Dit raakt ook aan punt 5b, aanbod, spreiding en
toekomstperspectief sportparken.
Ad 5b. Aanbod, spreiding en toekomstperspectief van sportparken
Voor ons college is deze aanbeveling uit het evaluatierapport deel II een zeer belangrijke. Op
diverse locaties zien we ambities die we niet kunnen verwezenlijken,
capaciteitsvraagstukken, functionele beperkingen (m.n. in Made), en we zien ook dat clubs
worstelen met vrijwilligers en verouderde verenigingsgebouwen. Dat vereist een visie vanuit
gemeente, een nieuw perspectief, waar we in gezamenlijkheid met betrokkenen naartoe
werken.
Ons college zou graag voor de gehele gemeente een onderzoek starten naar mogelijke
herontwikkeling van de sportparken, waarbij integraal gekeken wordt naar:
- duurzaam toekomstig aanbod met ontwikkelperspectief voor de sportclubs /
gebruikers
- efficiënt en effectief gebruik van ruimte, menskracht en middelen
Een dergelijk onderzoek is een thema waar veel menskracht vanuit de gemeentelijke
organisatie nodig is. Daarnaast vereist ook dit onderwerp specifieke expertise. Hiervoor
stellen we voor eerst een verkenning te starten naar vergelijkbare onderzoeken bij andere
gemeenten, alvorens we een budgetaanvraag doen. We kunnen dan leren van de doorlopen
trajecten, de juiste uitvraag formuleren en het benodigde budget gerichter aanvragen. We
komen hier in een later stadium bij uw raad op terug.
Ad5c. Exploitatie van binnensportaccommodatie en gemeenschapshuizen en de rol van de
gemeente daarin
Uit evaluatie deel I bleek al dat de exploitaties genoeg uitdagingen kennen. Op dit moment
zoeken we in eerste instantie (liefst lokale) ondernemers om de exploitatie te verzorgen. We
stellen hiervoor vergoedingen beschikbaar, maar verwachten ook een bepaalde mate van
ondernemerschap. Dit ondernemerschap staat op gespannen voet met de steeds groter
wordende maatschappelijke opgaven en ambities. Veel verenigingen en (kwetsbare)
inwoners hebben beperkte financiële mogelijkheden. We zien daarvan de effecten en zijn als
gemeente vaak een partij die tussen exploitant en gebruikers in komen te staan. Het is een
lastige spagaat tussen zakelijkheid, ondernemerschap en maatschappelijk belang, die niet
alleen op te lossen is met een gesprek en een contract. Drimmelen is hierin niet uniek: deze
worsteling zien we bij vrijwel alle gemeenten die dit model aanhouden.
We zien ook dat, hoe minder ondernemend een exploitant hoeft te zijn, hoe soepeler de
exploitatie verloopt. Het “Plexat-model” werpt op bijzonder positieve wijze zijn vruchten af. Er
is lokaal draagvlak, laagdrempelige toegang en een bijzonder actieve club vrijwilligers, zowel
in facilitair beheer als in programmabeheer. Dit betekent aan de voorkant een iets hogere
gemeentelijke bijdrage, maar zorgt voor minder spanningen tussen verenigingen en
exploitanten, en in het verlengde daarvan is dat ook voor de gemeente (gemeentelijke inzet)
wenselijk. Ook is een pilot, waarbij de exploitant van Plexat -onder regie van de gemeentemeer taken vervult in onderhoud aan het gebouw zowel financieel als in de uitvoering
bijzonder efficiënt en effectief gebleken. Graag zouden we willen verkennen of we op meer
locaties op vergelijkbare wijze invulling kunnen geven aan de exploitatie. Tegelijkertijd
moeten we ook blijven beseffen dat elke locatie anders is en dus ook wat anders vraagt.
Een gedegen onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de exploitatiemodellen,
vooruitlopend op te starten inkoop- en aanbestedingstrajecten voor nieuwe
exploitatieovereenkomsten, zal in 2027 uitgevoerd moeten worden.
Ad5d. Omgang met capaciteitsvraagstukken binnensport en buitensport
Vraag en aanbod moeten meerjarig in balans zijn. Voor de binnensport geldt dat niet alleen
voor de sportclubs, maar hier ligt ook nadrukkelijk een wettelijke taak voor de gemeente op
het gebied van onderwijshuisvesting (bewegingsonderwijs). Voor de buitensport zien we
rekenkundig overcapaciteit, maar clubs ervaren dat anders. Tegelijkertijd zijn de kosten fors,
zonder dat we hier beleid op hebben. Maar we zien ook ambities, zoals padel, die we op
sommige locaties niet kunnen verwezenlijken. De huidige locatie van de scouting in Made is,
vanwege de aanwezigheid van een ondergrondse buisleiding, eigenlijk niet geschikt en dat
vereist actie. Dit alles raakt ook aan punt 5b.
Het jaarlijks uitvoeren van capaciteitsonderzoek naar de buitensport kunnen we binnen de
bestaande formatie en middelen zelf uitvoeren.
Een capaciteitsonderzoek naar de binnensport, gekoppeld aan o.a. leerlingenprognoses,
maar ook demografische ontwikkelingen en de trends op het gebied van binnensport, is
complexer en vereist -naast specialistische kennis- ook onafhankelijkheid.
WIE ZIJN DE BETROKKEN PARTIJEN?
Exploitanten, verenigingen en gebruikers zijn betrokken geweest in deze evaluaties en
worden uiteraard ook op maat betrokken in het vervolg.
WAT ZIJN DE KOSTEN?
Samengevat stellen we de volgende vervolgacties met bijbehorende financiële
consequenties en planningen voor:
ACTIE
Extra inzet en inhuur, t.b.v.:
-Implementatie resultaten
JAAR UITVOERING
2026
BENODIGD BUDGET
€ 100.000,-
-Opstellen programma onderdeel
-Organisatie beheer en onderhoud
-Versterking/positionering uitvoering
Vervolgacties strategische keuzes
binnensport, gemeenschapshuizen,
tarieven en subsidiëring
Toekomst sportparken + zwembaden
2026-2027
€ 80.000,-
2027
PM
In 2026 zetten we in op extra inzet en inhuur en starten we met de vervolgstappen ten
behoeve van de strategische keuzes. De kosten hiervan bedragen € 120.000,- en verwerken
we in de voorjaarsnota, te dekken uit de Algemene Reserve.
De kosten voor 2027 bedragen € 60.000,- en verwerken we in de begroting 2027.
De kosten voor het onderzoek naar de toekomst voor sportparken en zwembaden nemen we
mee in de begroting 2027.
WAT ZIJN DE ALTERNATIEVEN?
Naar onze mening is de inzet in 2026 nodig en wenselijk om de in gang gezette lijn vast te
houden en verder uit te werken. Hier nu niet op doorpakken maakt dat de ontwikkeling
stilvalt, waardoor we dreigen in eenzelfde situatie te komen als voor 2024.
Uw raad zou ervoor kunnen kiezen om ook de actiepunten voor 2027 niet op te pakken of te
temporiseren. Gelet op de grote opgaven die er zijn ontraden we dit.
HOE GAAN WE COMMUNICEREN?
We gaan actief communiceren met alle betrokkenen, zoals we dat in de 2 evaluatietrajecten
ook hebben gedaan.
WAT IS DE VERVOLGPROCEDURE?
Als uw raad besluit de geadviseerde acties in gang te zetten, pakken we deze op zoals
beschreven in dit voorstel.
Burgemeester en wethouders van Drimmelen
,
S.K. Maas
B.H.G. Scholtze
Loco-gemeentesecretaris
Burgemeester
De raad van de gemeente Drimmelen;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 juni 2026
gelet op het rapport van de evaluatie beleidskader maatschappelijke accommodaties deel II ;
Besluit:
1. Op basis van de twee uitgevoerde deelevaluaties planmatig te werken aan de
verbeterpunten zoals deze benoemd zijn in dit raadsvoorstel;
2. Hiervoor de volgende budgetten beschikbaar te stellen:
a. € 120.000,- voor het vervolg in 2026 en dit bedrag te verwerken in de
najaarsnota 2026;
b. € 60.000,- voor het vervolg in 2027 en dit op te nemen in de begroting 2027;
c. De nog nader te bepalen kosten voor het onderzoek naar de toekomst van de
sportparken en zwembaden meenemen in de begroting 2027.
Made, 9 juli 2026
de raad voornoemd,
F.M.C. Ronde
Griffier
Tekst uit PDF geëxtraheerd