Home › Maastricht › Motie

8.2 - SP - Motie - Onderzoek naar en uitwerking van een Maastrichtse Regeling tandheelkundige zorg voor minima

Verworpen
TypeMotie
GemeenteMaastricht
Datum2026-07-07
DataniveauAlleen uitslagen
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

MOTIE Indiener: Stephanie Blom (SP) Raadsvergadering: 7 juli 2026 Agendapunt: Jaarstukken 2025 Onderzoek naar en uitwerking van een Maastrichtse Regeling tandheelkundige zorg voor Onderwerp: minima *Besluit: *de griffier, *de voorzitter, {{esl:Signer1:Signature:size(200,50)}} {{esl:Signer2:Signature:size(200,50)}} * In te vullen door de griffier/voorzitter. De gemeenteraad van Maastricht, in vergadering bijeen op 7 juli 2026, behandelende het Raadsvoorstel 49-2026 - Vaststellen jaarstukken 2025, Constaterende dat: • uit onderzoek van het RIVM en de Nederlandse Zorgautoriteit blijkt dat twaalf procent van de Nederlanders met een laag inkomen om financiële redenen afziet van een bezoek aan de tandarts of de mondhygiënist, tegenover een landelijk gemiddelde van drie procent, en dat mondzorg daarmee de zorgvorm is die als eerste wegvalt zodra huishoudens in financiële problemen komen; • de gemeente Groningen sinds 1 april 2024 een laagdrempelige regeling kent waarin inwoners met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum de kosten van tandarts en mondhygiënist rechtstreeks bij de gemeente kunnen declareren, zonder aanvullende verzekering, zonder aanvraag bijzondere bijstand en zonder de verplichting om medische noodzaak aan te tonen; • uit de evaluatie van deze Groningse regeling naar voren komt dat tussen april 2024 en augustus 2025 ruim tweeëntwintighonderd aanvragen zijn ingediend door circa twaalfhonderd inwoners, dat deelnemers rapporteren dat zij door de regeling voor het eerst in jaren weer voor controle gaan, en dat de regeling per 2026 structureel wordt voortgezet met een maximum van 1.000 euro per persoon per jaar; • ook de gemeente Amsterdam eerder middelen heeft vrijgemaakt voor noodhulp bij tandartskosten, en dat het onderwerp van mondzorg voor minima in toenemende mate op de agenda staat van gemeenten die zich rekenschap geven van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen binnen hun grenzen; Overwegende dat: • de gezondheidsverschillen in onze stad, waaronder de mondgezondheid, geen natuurverschijnsel zijn, maar het gevolg van politieke keuzes die deze raad de bevoegdheid heeft om te herzien; • de huidige gemeentelijke Collectieve Aanvullende Zorgverzekering onvoldoende toereikend is om de tandartskosten van minima daadwerkelijk te dekken, en dat de bijzondere bijstand voor medische kosten voor veel Maastrichtenaren, mede door de bureaucratische drempels en de vereiste om medische noodzaak aan te tonen, in de praktijk buiten bereik blijft; • een laagdrempelige regeling naar Gronings model, waarin uitsluitend de factuur behoeft te worden ingediend en waarin de gemeente uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen, aansluit bij de bestuurscultuur die deze raad bij herhaling heeft omarmd; • een zorgvuldige uitwerking, waaronder een gedegen inschatting van het bereik, de kosten en de dekking, noodzakelijk is voordat de raad kan besluiten tot invoering van een dergelijke regeling, en dat die uitwerking bij het college hoort te liggen. BESLUIT: Het college op te dragen om: 1. onderzoek te doen naar de introductie van een Maastrichtse Regeling Tandheelkundige Zorg voor Minima, geïnspireerd op het Groningse model, waarbij inwoners met een inkomen tot honderdtwintig procent van het sociaal minimum de kosten van tandarts en mondhygiënist rechtstreeks bij de gemeente kunnen declareren, zonder aanvullende verzekering, zonder aanvraag bijzondere bijstand en zonder de verplichting om medische noodzaak aan te tonen; 2. in dit onderzoek in ieder geval te betrekken: I. een raming van het bereik van de regeling, uitgesplitst naar de inkomensgroepen tot honderdtwintig en tussen honderdtwintig en honderdveertig procent van het sociaal minimum; II. een raming van de jaarlijkse kosten van de regeling, gebaseerd op de ervaringscijfers uit Groningen en gecorrigeerd voor de Maastrichtse context; III. een concreet voorstel voor de structurele dekking van de regeling binnen de gemeentelijke begroting; IV. een voorstel voor de aanvraagprocedure, de betrokkenheid van tandartsen en mondhygiënisten en de wijze van uitbetaling, gebaseerd op de principes van eenvoud en vertrouwen; V. een voorstel voor de communicatiestrategie die de doelgroep proactief benadert, waaronder via de huisartsenpraktijken, de wijkservicepunten, de scholen en de organisaties waar minima in onze stad reeds contact mee onderhouden; 3. bij dit onderzoek actief samen te werken met ervaringsdeskundigen, met organisaties die zich met armoede bezig houden, met de Cliëntenraad Participatiewet, en met de tandartsen en mondhygiënisten in onze stad, en de raad te informeren over de wijze waarop deze samenwerking vorm heeft gekregen; 4. de uitkomsten van dit onderzoek, inclusief een uitgewerkt voorstel voor de regeling en de bijbehorende dekking, aan de raad voor te leggen ruim voor de behandeling van de programmabegroting 2028, opdat de raad tijdig kan besluiten over eventuele invoering en verwerking in de begroting van 2028 en verder; 5. de mogelijkheid te verkennen om, in samenwerking met de Universiteit Maastricht en het Maastricht Universitair Medisch Centrum, de effecten van de regeling op de mondgezondheid van de doelgroep wetenschappelijk te laten monitoren zodra de regeling is ingevoerd, en de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. Stephanie Blom SP

Tekst uit PDF geëxtraheerd