Home › Oosterhout › Motie
Aantonen behoud bescherming voordat artikelen van APV vervallen
Ingetrokken
| Type | Motie |
| Gemeente | Oosterhout |
| Ingediend door | D66 |
| Datum | 2026-09-15 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
MOTIE aantonen behoud bescherming voordat artikelen van APV
vervallen
De gemeenteraad van Oosterhout, in vergadering bijeen op 15 september 2026,
behandelend raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oosterhout (ZN1101081),
overwegende dat:
het college voorstelde om artikel 4.10 (Definities) en artikel 4.11 (Omgevingsvergunning voor het
vellen van houtopstanden), alsmede de artikelen 4.20 tot en met 4.22 (Geluidsvoorschriften in
verband met de aanleg van walstroom) van de APV te laten vervallen;
als reden hiervoor telkens wordt aangegeven dat de betreffende regels inmiddels zijn opgenomen
in het vastgestelde omgevingsplan en toezicht en handhaving via bestuurlijke handhaving
plaatsvinden;
het achteraf opleggen van een sanctie, herplantplicht of last onder dwangsom de reeds ingetreden
schade aan de boom, de broedende dieren of de natuurwaarden niet ongedaan maakt;
het daarom in deze specifieke situaties noodzakelijk is dat de gemeente direct kan optreden op het
moment dat de overtreding wordt geconstateerd, in plaats van pas achteraf te kunnen handhaven;
onvoldoende duidelijk is of na het eventueel vervallen van de artikelen 4.10, 4.11 en 4.20 tot en
met 4.22 dezelfde directe en effectieve handhavingsmogelijkheden blijven bestaan;
de overgang van regels van de APV naar het omgevingsplan niet mag leiden tot een vermindering
van de feitelijke bescherming tegen onomkeerbare natuurschade of tot vertraging van
handhaving,
verzoekt het college:
1. voor de raad inzichtelijk te maken:
a. op welke concrete bepaling een toezichthouder kan optreden wanneer ter plaatse wordt
geconstateerd dat een beschermde boom zonder de vereiste omgevingsvergunning wordt
gekapt;
b. op welke concrete bepaling een toezichthouder kan optreden wanneer ter plaatse wordt
geconstateerd dat in strijd met de artikelen 4.20 tot en met 4.22 een generator of hoofd- of
hulpmotor in werking is;
c. welke bevoegdheid de toezichthouder heeft om de kapwerkzaamheden, respectievelijk het
gebruik van de generator of motor, onmiddellijk te laten beëindigen;
d. welke bestuursrechtelijke maatregel kan worden ingezet wanneer de eigenaar, uitvoerder of
schipper niet vrijwillig stopt met de overtreding;
e. op welke wijze bij een dergelijke acute overtreding spoedeisend kan worden gehandeld, zodat
wordt voorkomen dat de schade (het vellen van de boom, dan wel de verstoring van fauna
door geluidshinder) intreedt voordat handhaving effectief kan plaatsvinden;
f. op welke wijze de bescherming en handhaafbaarheid van monumentale en overige
beschermde bomen, en van kwetsbare natuurgebieden nabij ligplaatsen van
binnenvaartschepen, na de overgang van de APV naar het omgevingsplan worden geborgd;
2. pas voor te stellen om de artikelen 4.10, 4.11 en 4.20 tot en met 4.22 van de APV te laten
vervallen, nadat het college aan de raad heeft aangetoond dat de bescherming tegen
onomkeerbare natuurschade en de mogelijkheid tot directe handhaving bij overtreding van deze
artikelen, in het omgevingsplan ten minste gelijkwaardig zijn geborgd.
Ingediend door: Sonja Ruttchen D66
Ondersteund door:
Tekst uit PDF geëxtraheerd
Ingediend door
- S.D.C. Ruttchen-Weterings(D66)