Home › Oude IJsselstreek › Amendement
20260924 Motie van afkeuring inzake DRU
Uitslag onbekend
| Type | Amendement |
| Gemeente | Oude IJsselstreek |
| Ingediend door | Vreeman |
| Datum | 2026-09-24 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Motie vreemd aan de orde van de dag
Onderwerp: Motie van afkeuring tegen wethouders J. Haverdil en M. Bennink inzake de
huurachterstand en de noodlening aan Stichting DRU Industriepark
Motie op grond van art. 36 Reglement van Orde.
Indiener(s):
Richard de Lange (ADA)
Gülden Siner-Sir (Pro! Oude IJsselstreek)
Herman de Groot (DePB)
Herman Vreeman (Burgers op 1)
Jan Bogerd (Pro! Oude IJsselstreek)
Koen Dieker (DePB)
Everard Kemperman (DePB)
Meike Lubbers (DePB)
Lotte Pragt-Fles (ADA)
Gerrit Vossers (DePB)
De gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek, in vergadering bijeen op 24 september
2026,
1
Constaterende dat:
• de gemeenteraad op 30 oktober 2025 bij besluit uitdrukkelijk als voorwaarde heeft gesteld
dat Stichting DRU Industriepark vanaf 2026 de huur weer maandelijks aan de gemeente
betaalt en dat de bedrijfsvoering duurzaam financieel gezond moet zijn;
• in de motie DRU Vooruit! tevens is vastgelegd dat bij een huurachterstand van meer dan
één maand een extra werkbijeenkomst met de raad zou worden gehouden, juist om de
raad in staat te stellen tijdig op de financiële situatie te sturen;
• de maandelijkse huur van € 59.724 vanaf juni 2026 niet meer is betaald;
• wethouder Bennink in zijn schriftelijke beantwoording van 21 september 2026 letterlijk
heeft geschreven: “Op 29 juli is door de directeur-bestuurder voor het eerst bij mij gemeld
dat de huur vanaf juni niet meer was betaald. Dat is vervolgens door onze ambtelijke
organisatie gecontroleerd en bevestigd.”;
• de wethouders Bennink en Haverdil beiden aanwezig waren bij het bestuurlijk overleg van
29 juli 2026 tussen de gemeente en Stichting DRU Industriepark;
• de officiële notulen van dat bestuurlijk overleg geen enkele vermelding bevatten van een
huurachterstand of van het niet betalen van de huur, terwijl zij wel uitgebreid ingaan op
een “begrotingsgat van circa €300.000” en op liquiditeitsproblemen bij de horeca-
exploitatie;
• tijdens de heropende raadscommissie AFE van 21 september 2026 aan wethouder
Bennink is voorgehouden dat de notulen hierop zijn nagezocht, dat daarin over de
huurachterstand niets is terug te vinden, dat dit verbaast omdat het een belangrijk punt
betreft, en dat hem om een toelichting is gevraagd;
• het college de gemeenteraad niet direct na 29 juli 2026, maar pas op 31 augustus 2026 in
een besloten raadsbijeenkomst over de huurachterstand en de financiële problematiek
heeft geïnformeerd;
• het college op 25 augustus 2026, zonder voorafgaande raadpleging van de raad, heeft
besloten tot een leningsovereenkomst van maximaal € 250.000 met een looptijd van zes
maanden tegen een rente van 3%, en tot opschorting van de maandelijkse huur met
terugwerkende kracht vanaf juni 2026;
Artikel 8 van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 bepaalt dat, waar de
raad niet reeds door vaststelling van de begroting heeft ingestemd, het college bij het
verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 250.000 niet beslist dan nadat
de raad over het voornemen is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld wensen en
bedenkingen kenbaar te maken; de onderhavige lening van maximaal € 250.000 overschrijdt die
grens op zichzelf niet, maar vanaf juni 2026 is daarnaast de maandelijkse huur van € 59.724 niet
betaald en heeft het college op 25 augustus 2026 besloten de huurbetaling met terugwerkende
kracht op te schorten; de huurachterstand over juni, juli en augustus bedraagt daarmee €
179.172 en bezien in samenhang met de lening is met deze besluiten een financieel belang van
maximaal € 429.172 gemoeid;
Artikel 5, vijfde lid, van de Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 bepaalt dat
burgemeester en wethouders de raad informeren wanneer zij verwachten dat de baten van een
programma of prioriteit de begrote baten dreigen te onderschrijden; tegen de achtergrond van
2
de door de raad op 30 oktober 2025 gestelde voorwaarde van maandelijkse huurbetaling en de
afspraak om bij meer dan één maand huurachterstand een extra werkbijeenkomst te houden,
hadden de lening, de huurachterstand en de huuropschorting in samenhang aanleiding moeten
zijn om de raad voorafgaand aan het besluit van 25 augustus 2026 in positie te brengen;
Overwegende dat:
• het niet tijdig signaleren en niet tijdig melden aan de raad van een huurachterstand van
deze omvang een ernstige tekortkoming is in het financiële toezicht dat van de
verantwoordelijke wethouders mag worden verwacht, temeer omdat de raad dit bij besluit
van 30 oktober 2025 expliciet als voorwaarde had gesteld;
• daarbij bovendien de eerder vastgelegde afspraak om bij meer dan één maand
huurachterstand een extra werkbijeenkomst met de raad te houden, niet is geëffectueerd,
waardoor de raad niet op het daarvoor afgesproken moment in positie is gebracht;
• het ontbreken van iedere vermelding van de huurachterstand in de notulen van het
bestuurlijk overleg van 29 juli 2026, gecombineerd met het feit dat hierover geen
deugdelijke verklaring is gegeven, het beeld oproept dat relevante informatie niet volledig
en niet controleerbaar aan de raad en aan mogelijke verzoekers op grond van de Wet open
overheid (Woo) beschikbaar is gesteld, ongeacht of dit bewust is gebeurd;
• het toekennen van een geldlening met een vaste looptijd van zes maanden, terwijl gelet op
het patroon van de afgelopen jaren redelijkerwijs te verwachten is dat terugbetaling
binnen die termijn niet realistisch is, en dit door de wethouder niet is weersproken,
ernstige vragen oproept over de zorgvuldigheid van het financieel bestuur en het risico op
het opnieuw stapelen van financiële verplichtingen zonder reëel uitzicht op aflossing;
• de wethouders Haverdil en Bennink hiermee zijn afgeweken van de kaders die de raad op
30 oktober 2025 zelf heeft gesteld, zonder de raad daarbij vooraf te raadplegen, terwijl de
lening van maximaal € 250.000, de huurachterstand van € 179.172 over juni, juli en
augustus en de huuropschorting in samenhang een financieel belang van maximaal €
429.172 vertegenwoordigden en de Financiële Verordening juist betekenis toekent aan de
informatiepositie van de raad bij achterblijvende baten;
Spreekt uit:
dat de raad zijn afkeuring uitspreekt over het handelen van wethouders J. Haverdil en M.
Bennink, gelet op:
(a) het niet tijdig signaleren en melden van de huurachterstand;
(b) het ontbreken van een deugdelijke verklaring voor het ontbreken van deze informatie in
de notulen van 29 juli 2026;
(c) het aangaan van een leningsovereenkomst en huuropschorting zonder realistisch
perspectief op terugbetaling en zonder voorafgaande raadpleging van de raad;
(d) het niet effectueren van de eerder vastgelegde afspraak om bij meer dan één maand
huurachterstand een extra werkbijeenkomst met de raad te houden;
3
Verzoekt de wethouders:
• alsnog een volledige, schriftelijke toelichting te geven op het ontbreken van de melding
van de huurachterstand in de notulen van het bestuurlijk overleg van 29 juli 2026;
• de raad een volledig en op juistheid gecontroleerd overzicht te verstrekken van alle
bestuurlijke overleggen tussen de gemeente en Stichting DRU Industriepark sinds 1
januari 2026, met de bijbehorende notulen;
• geen nieuwe leningen, garanties of huuropschortingen aan Stichting DRU Industriepark of
DRU Industriepark Horeca B.V. te verstrekken zonder voorafgaande raadpleging en
instemming van de gemeenteraad;
en gaat over tot de orde van de dag.
Richard de Lange (ADA) Gülden Siner-Sir (Pro! Oude IJsselstreek)
Herman de Groot (DePB) Herman Vreeman (Burgers op 1)
Jan Bogerd (Pro! Oude IJsselstreek) Koen Dieker (DePB)
Everard Kemperman (DePB) Meike Lubbers (DePB)
Lotte Pragt-Fles (ADA) Gerrit Vossers (DePB)
4
TOELICHTING
1. De huurachterstand en de late melding
Bij het raadsbesluit van 30 oktober 2025 heeft de raad de verdere steun aan Stichting DRU
Industriepark uitdrukkelijk verbonden aan de voorwaarde dat de huur vanaf 2026 weer
maandelijks aan de gemeente wordt betaald en dat de bedrijfsvoering duurzaam financieel
gezond wordt. Die voorwaarde is geen bijzaak: zij vormde de kern van het kader waarbinnen het
college mocht handelen. Toch is de maandelijkse huur van € 59.724 vanaf juni 2026 niet meer
betaald, zonder dat het college dit zelf heeft opgemerkt. Wethouder Bennink schrijft daarover
zelf:
“Op 29 juli is door de directeur-bestuurder voor het eerst bij mij gemeld dat de
huur vanaf juni niet meer was betaald. Dat is vervolgens door onze ambtelijke
organisatie gecontroleerd en bevestigd.”
(schriftelijke beantwoording van wethouder Bennink, 21 september 2026)
Het college heeft de achterstand dus niet zelf gesignaleerd, maar vernam haar pas van de
directeur-bestuurder, ruim anderhalve maand na de eerste gemiste betaling. Ook daarna is de
raad niet direct geïnformeerd: dat gebeurde pas op 31 augustus 2026, in een besloten
raadsbijeenkomst, en dus nadat het college op 25 augustus 2026 al zelfstandig maatregelen
had genomen. Daarmee heeft de raad geen gelegenheid gehad zijn eigen kader te bewaken.
Daar komt bij dat in DRU Vooruit! juist voor deze situatie was voorzien in een extra
werkbijeenkomst zodra sprake was van meer dan één maand huurachterstand. Die afspraak
moest de raad in staat stellen sneller in te grijpen. Nu vanaf juni 2026 geen huur werd betaald en
de raad pas op 31 augustus 2026 werd geïnformeerd, is deze eerder afgesproken waarborg niet
benut.
2. Het ontbrekende punt in de notulen van 29 juli 2026
Volgens de wethouder zelf is de huurachterstand gemeld in het bestuurlijk overleg van 29 juli
2026, waarbij de wethouders Bennink en Haverdil beiden aanwezig waren. De officiële notulen
van dat overleg gaan uitgebreid in op een “begrotingsgat van circa €300.000” en op de
liquiditeitsproblemen bij de horeca-exploitatie, maar vermelden de huurachterstand nergens.
Juist dit punt, dat rechtstreeks raakt aan de voorwaarde die de raad op 30 oktober 2025 heeft
gesteld, ontbreekt in het verslag.
Tijdens de heropende raadscommissie AFE van 21 september 2026 is dit aan wethouder
Bennink voorgehouden: de notulen waren nagezocht, er was over de huurachterstand niets in
terug te vinden, en dat verbaasde omdat het om een belangrijk punt gaat. Om een toelichting is
gevraagd. Het college heeft geen deugdelijke verklaring gegeven voor het ontbreken van deze
informatie in de notulen. Een verslag dat een zo wezenlijk punt niet bevat, maakt het bestuurlijk
handelen voor de raad en voor verzoekers op grond van de Wet open overheid onvolledig en niet
controleerbaar, ongeacht of dit bewust is gebeurd.
5
3. De lening zonder realistisch terugbetalingsperspectief
Op 25 augustus 2026 heeft het college, zonder de raad vooraf te raadplegen, besloten tot een
leningsovereenkomst van maximaal € 250.000 met een looptijd van zes maanden tegen 3%
rente, en tot opschorting van de huur met terugwerkende kracht vanaf juni 2026. Dat past in een
patroon. Al op 30 oktober 2025 uitte de raad zijn zorgen over herhaalde financiële steun zonder
zicht op terugbetaling. Daarna is de subsidietranche op verzoek vervroegd van 15 juli naar mei
2026, wat de raad op 26 maart 2026 goedkeurde, en ook die extra ruimte leidde binnen enkele
maanden weer tot nieuwe geldnood.
In de raadscommissie van 21 september 2026 heeft raadslid De Lange wethouder Bennink
gevraagd of hij zelf gelooft dat de lening van € 250.000 binnen zes maanden wordt terugbetaald
en de opgeschorte huur alsnog wordt voldaan, of dat het realistischer is dat er, net als na elke
eerdere subsidietranche, na enkele maanden weer geld achteraan moet. De wethouder heeft
dit niet weersproken. Een lening verstrekken met een looptijd waarvan redelijkerwijs niet te
verwachten is dat die wordt gehaald, zonder de raad daarin te betrekken, is niet te verenigen
met de kaders die de raad heeft gesteld en met de zorgvuldigheid die van het financieel bestuur
mag worden verwacht.
4. Positie van de raad en de Financiële verordening
De Financiële Verordening gemeente Oude IJsselstreek 2025 geeft de raad bij financiële
besluiten een eigen informatiepositie. Artikel 8 bepaalt dat, waar de raad niet reeds door
vaststelling van de begroting heeft ingestemd, bij leningen, waarborgen en garanties groter dan
€ 250.000 vooraf gelegenheid moet worden geboden wensen en bedenkingen te uiten. De lening
van maximaal
€ 250.000 overschrijdt deze specifieke grens niet. Dat betekent echter niet dat de overige
financiële gevolgen buiten beschouwing kunnen blijven. Over juni, juli en augustus 2026 stond
daarnaast
€ 179.172 aan huur open en op 25 augustus 2026 is besloten de huurbetaling met
terugwerkende kracht op te schorten. Daarmee was, bezien in samenhang met de lening, een
financieel belang van maximaal € 429.172 gemoeid. Artikel 5, vijfde lid, bepaalt bovendien dat
burgemeester en wethouders de raad informeren wanneer zij verwachten dat de baten van een
programma of prioriteit de begrote baten dreigen te onderschrijden. De motie stelt daarom niet
dat de huurachterstand juridisch bij de lening moet worden opgeteld voor de drempel van artikel
8, maar wel dat de lening, huurachterstand en huuropschorting in samenhang, mede gelet op
het expliciete raadskader van 30 oktober 2025, aanleiding hadden moeten zijn om de raad
vooraf in positie te brengen.
5. Eerdere zorgen over toezicht en financiële risico’s
De zorgen over het toezicht, de bestuurlijke sturing en de financiële risico’s rond het DRU
Industriepark zijn niet pas in september 2026 ontstaan. Op 30 oktober 2025 dienden Pro!, DePB
en Fractie Vreeman al een motie van wantrouwen in tegen de toenmalige portefeuillehouder
DRU vanwege deze thema’s. Dit wordt hier als feitelijke voorgeschiedenis genoemd en niet als
zelfstandige grond voor de onderhavige motie van afkeuring.
6
Tekst uit PDF geëxtraheerd