Home › Son en Breugel › Motie
Omarm bevindingen van de Rekenkamer
Ingetrokken
| Type | Motie |
| Gemeente | Son en Breugel |
| Ingediend door | D66 |
| Datum | 2026-09-24 |
| Dataniveau | Alleen uitslagen |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
M26.19
MOTIE Documentnummer: 3876647
Omarm bevindingen van de Rekenkamer
De raad van de gemeente Son en Breugel
- in openbare vergadering bijeen op 24 september 2026;
- gelezen het voorstel ‘Rapport van de Rekenkamer: Subsidiebeleid en maatschappelijke relevantie
gemeente Son en Breugel’ van de raadsvoorzitter en griffier van 13 augustus 2026;
- gelezen de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders van 12 maart
2026;
constaterende dat:
a. de Rekenkamer op verzoek van de raad op 9 januari 2026 de resultaten van een onafhankelijk
onderzoek heeft uitgebracht naar het subsidiebeleid en de maatschappelijke relevantie van de
gemeentelijke inzet;
b. het college in zijn bestuurlijke reactie van 12 maart 2026 stelt dat “enkele onjuistheden in het
eindrapport zijn blijven staan” en dat “niet alle door de ambtelijke organisatie aangedragen
correcties en nuanceringen zijn overgenomen”;
c. deze passages de indruk wekken dat de feitelijke bevindingen van de Rekenkamer worden
betwist, zonder dat het college deze vermeende onjuistheden inhoudelijk onderbouwt in de
bestuurlijke reactie;
d. de Rekenkamer een onafhankelijk orgaan is dat de raad ondersteunt in zijn controlerende taak
en dat het publiekelijk ter discussie stellen van feiten uit een Rekenkamerrapport de
gezaghebbendheid van dit instrument kan verzwakken;
e. het college heeft aangegeven dat het in gesprek zal gaan met de Rekenkamer over de ontstane
onwenselijke situatie.
overwegende dat:
a. het voor de raad essentieel is dat de bestuurlijke reactie zich richt op bestuurlijke duiding en
opvolging van aanbevelingen, en niet op het heropenen van feitelijke discussies die reeds in het
proces van hoor en wederhoor zijn doorlopen;
b. het college in de bestuurlijke reactie geen concrete voorbeelden geeft van de gestelde feitelijke
onjuistheden, waardoor de raad niet kan beoordelen of deze opmerkingen terecht zijn;
c. het risico bestaat dat de bestuurlijke reactie de indruk wekt dat het college zich defensief opstelt
ten opzichte van onafhankelijke controle, terwijl de Rekenkamer juist een instrument is om de
kwaliteit van beleid en uitvoering te versterken.
SPREEKT UIT:
d. dat de raad hecht aan de onafhankelijkheid en gezaghebbendheid van de Rekenkamer en dat
feitelijke bevindingen uit Rekenkamerrapporten niet ter discussie zouden mogen worden
gesteld;
e. dat de bestuurlijke reactie van het college op dit punt onvoldoende onderbouwing biedt en
daarmee niet bijdraagt aan een transparante en constructieve opvolging van het
Rekenkamerrapport.
f. een door het college geopperd gesprek met de Rekenkamer niet mag of kan leiden tot
beïnvloeding van de onafhankelijke positie van de Rekenkamer.
VERZOEKT HET COLLEGE:
1. Alsnog een volledig en transparant overzicht te verstrekken van de door het college gestelde
feitelijke onjuistheden, inclusief concrete onderbouwing en verwijzing naar relevante stukken;
2. Bij toekomstige bestuurlijke reacties terughoudend te zijn met het publiekelijk betwisten van
feitelijke bevindingen van de Rekenkamer, tenzij deze aantoonbaar en onderbouwd onjuist zijn;
3. De raad expliciet te informeren over wat de resultaten van het gesprek met de Rekenkamer zijn,
hoe de aanbevelingen van de Rekenkamer worden opgevolgd, zonder dat de discussie over
feiten de bestuurlijke koers vertroebelt;
4. Een plan van aanpak uit te werken met daarin stappen en uitwerkingen om problemen en
onduidelijkheden over feitelijke bevindingen van de Rekenkamer in de toekomst zoveel mogelijk
te voorkomen en de raad hierover te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag.
Bas Henrichs, D66 Son en Breugel
BESLUIT GEMEENTERAAD 24 september 2026
De motie is ingetrokken.
2
Tekst uit PDF geëxtraheerd